Skip to main content

9789401473934

Page 1

MARGIT AUER

DDEE S CHO C H O OL OL V A N DE DE VAN M A G I S CHE CHE MAGIS DIEREN DIEREN HET VREEMDE SKELET

Vertaald door Corry van Bree Met illustraties van Martijn van der Linden


www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 ISBN 978 94 014 7393 4 D/2021/45/23 NUR 282/283 Oorspronkelijke titel Die Schule der magischen Tiere – Abgefahren! © Tekst Margit Auer 2014 © Illustraties Martijn van der Linden © Oorspronkelijke uitgever Carlsen Verlag GmbH, Hamburg © Nederlandse editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 © Vertaling Corry van Bree Vormgeving omslag: Studio Lannoo, Mieke Verloigne Vormgeving binnenwerk: Mieke Smalle


INHOUD Hoofdstuk 1: Nog vier nachtjes slapen Hoofdstuk 2: De oplichterij van Silas Hoofdstuk 3: Ida en Benni gaan bij Silas op bezoek Hoofdstuk 4: Morrison meldt zich Hoofdstuk 5: Rick Hoofdstuk 6: Koffers inpakken Hoofdstuk 7: De bus vertrekt Hoofdstuk 8: Huize Steengroeve Hoofdstuk 9: Een mededeling in het station Hoofdstuk 10: De eerste nacht in de jeugdherberg Hoofdstuk 11: In het dinosaurusmuseum Hoofdstuk 12: De politie komt langs Hoofdstuk 13: Directeur Zegers sluit de dieren op Hoofdstuk 14: Reddingsactie, eerste poging Hoofdstuk 15: Niemand heeft honger Hoofdstuk 16: De overval Hoofdstuk 17: Reddingsactie, tweede poging Hoofdstuk 18: Een bus rijdt knetterend door de duisternis Hoofdstuk 19: Sydney Hoofdstuk 20: De avond in het museum Hoofdstuk 21: Het congres van de wetenschappers Hoofdstuk 22: Een ongeluk in de steengroeve Hoofdstuk 23: De bonte avond Laatste hoofdstuk

21 32 40 54 64 71 80 88 95 103 108 117 122 131 139 142 149 155 159 165 172 186 192 198


Australië, snelweg 1

Bij een tankstation vlak voor Melbourne Videogesprek

Beller: Mortimer Morrison Naar: Mary Cornfield

‘O, heb ik je wakker gemaakt? – Oké, oké. Het spijt me, zusjelief, ik heb niet aan het tijdverschil gedacht. – Waar ik ben? Bij een tankstation, ik mag hun computer gebruiken. Die heeft net als die van jou een ingebouwde camera. Je hebt trouwens een mooi nachthemd aan, haha… – Wat zeg je? – Ja, maak je geen zorgen, ik kom zoals afgesproken naar huis, over drie dagen vertrekt de veerboot. – Het schoolkamp? Natuurlijk, dat is geen enkel probleem. – Ja, ja, dat beloof ik. Mag ik nu vertellen welke magische dieren ik al gevonden heb? – Wat? Je bent moe? Hé, waarom verbreek je de verbinding? Hallo!’

14


Mortimer Morrison floot opgewekt tussen zijn tanden toen hij het gele waarschuwingsbord langs de kant van de weg zag: voorzichtig – overstekende kangoeroes. Hij wilde absoluut een kangoeroe in zijn magische dierenwinkel hebben. Dat waren bijzonder slimme dieren, zo slim dat ze weghuppelden zodra ze een automotor hoorden… Opgewonden keek hij naar de berm. Hij had niet veel tijd meer. Binnenkort zou hij zijn bus de veerboot op rijden om naar huis te gaan. Hij zette zijn zonnebril recht en boog zich naar voren terwijl hij het stuur stevig vasthield. Een dingo, een verwilderde Australische hond, lag opgerold op de passagiersstoel. Achter hem stak een emoe zijn lange nek uit het raam. Een vogelbekdier dommelde tevreden en negeerde de


kleine, vrolijke buidelspringmuis die zijn buik als trampoline gebruikte. Leuke, magische dieren, maar er ontbrak nog een kangoeroe. De bus reed over de kaarsrechte snelweg. De aarde glansde door het licht van de laag staande zon, de takken van de enorme bomen strekten zich uit naar de diepblauwe hemel. Meneer Morrison hield van dit continent, dat zijn bewoners zoveel vrijheid gaf. In het Australische achterland mocht je overal waar je dat wilde, een kampvuur maken. Ook in de steden was de sfeer heel ontspannen. Niemand lachte als hij met zijn slappe vilthoed, stofjas en leren laarzen een bar binnenliep en een biertje bestelde. Hij kreeg een vriendelijk knikje en hoorde er helemaal bij. Niemand was verbaasd als hij met zijn gammele bus voor een winkel stopte om een zwembroek en zonnebrandcrème te kopen. En niemand stoorde zich eraan als hij… Daar, een roedel kangoeroes! Mortimer Morrison trapte op het rempedaal, duwde het portier open en stormde naar buiten. Hij hield zijn handen bij zijn mond en schreeuwde: ‘Ik ben het! Mortimer Morrison!


De eigenaar van de magische dierenwinkel! Kan iemand me hóóóren?’ De roedel hupte verder zonder zich iets van hem aan te trekken. Ook goed, dan niet. Mortimer Morrison liep teleurgesteld terug naar zijn bus. Dat er een wombat via het open portier naar binnen was geglipt, merkte hij pas veel later. Er ging een uur voorbij. Bij een eucalyptusbos liet Mortimer Morrison de bus tot stilstand komen. Het was tijd voor een pauze. Hij opende beide portieren zodat de dieren ook hun poten konden strekken. Zelf slenterde hij over een wandelpad. Hoe zat het ook alweer met kangoeroes? Mortimer Morrison bedacht wat hij over ze wist. ‘Ze leven in kleine groepen in bossen die niet dichtbegroeid zijn’, mompelde hij. ‘Hun voeding bestaat uit bladeren, knoppen, spruiten en boomschors.’ Hoorde hij geritsel? Hij bleef staan en keek zoekend om zich heen. Niets. Maar toen hij omhoogkeek, ontglipte hem een opgetogen ‘nee maar’.


Het was een koala. Een bijzonder mooi exemplaar met een donzige, zachte vacht en een glanzende neus. Hij zat op een tak en keek hem recht aan met zijn zwarte kraaloogjes. Mortimer Morrison hield zijn adem in. De koala begon te praten. De zinnen klonken alsof het dier er jarenlang op had geoefend: ‘Ben jij Mortimer Morrison? De eigenaar van de magische dierenwinkel?’ Toen Mortimer knikte, kwam er beweging in het dier. Hij hield zich met zijn voorpoten aan de tak vast en zijn achterpoten bengelden boven de grond. De koala zwaaide als een circusacrobaat soepel heen en weer, spreidde eerst de vingers van zijn linkerpoot en daarna die van zijn rechterpoot. ‘Een, twee, drie, ík kom!’ jubelde het magische dier. Hij liet zich vallen en landde precies in Mortimers armen.


‘Hoe heet je?’ vroeg meneer Morrison lachend. ‘Ik ben Sydney’, antwoordde de koala. ‘Ik wil dolgraag met je mee naar je magische dierenwinkel.’ Mortimer Morrison zette het koalameisje op zijn schouders en liep vrolijk terug naar zijn bus. Morgen zou hij op zoek gaan naar een kangoeroe.


Hoofdstuk 1

NOG VIER NACHTJES SLAPEN

T

oen de leerkracht, miss Cornfield, op donderdagochtend het klaslokaal in liep, gaapte ze uitgebreid. Dat kwam doordat Mortimer Morrison haar midden in de nacht wakker had gemaakt. De eigenaar van de magische dierenwinkel bevond zich op de veerboot en naderde het vasteland. Hij vond het zo saai op de boot dat hij haar voortdurend belde. 21


Maar goed, het belangrijkste was dat hij dit weekend zoals afgesproken weer thuis zou zijn. Miss Cornfield gaapte opnieuw. ‘Miss Cornfield, hebt u vannacht te lang naar de sterren gekeken?’ vroeg Jo, die samen met zijn pinguïn het klaslokaal binnenkwam. Hij glimlachte brutaal en zijn pinguïn snaterde verwaand. ‘Of hebt u een wandeling in het maanlicht gemaakt?’ voegde Silas, de vriend van Jo, eraan toe. ‘Nee, nu weet ik het! U wordt een weerwolf als het vollemaan is! Een magische weerwolf natuurlijk…’ Silas gaf een por in Jo’s zij en begon te lachen. ‘Heel grappig, Silas’, antwoordde de lerares. Ze was veel te moe om streng te zijn. ‘Zo spannend is mijn avond helaas niet geweest. Eerst heb ik jullie wiskundeproefwerk nagekeken en daarna had ik een videogesprek met…’ ‘Met meneer Morrison?’ riep Ida opgewonden. Ze kwam samen met haar vos Rabbat het klaslokaal in. ‘Is hij nog steeds op reis? Krijgen we binnenkort nieuwe magische dieren?’ Ida’s vlechten wipten op van de voorpret. Ze wees 22


naar Silas. ‘Ik vind dat hij eindelijk de naaktslak moet krijgen die hij verdient. Of een worm. Of een vogelspin.’ ‘Cool’, antwoordde Silas, waarna hij Ida expres een harde duw gaf terwijl hij haar voorbijliep. ‘Alles beter dan die stinkvos van jou… Of jouw slome schildpad!’ riep hij tegen Benni, die op dat moment met een schoenendoos onder zijn arm binnenkwam. Benni werd rood. ‘Idioot’, mompelde hij. ‘Inademen, uitademen’, klonk een stemmetje vanuit de schoenendoos. ‘Laat je niet op stang jagen door Silas.’ De stem was natuurlijk van Henrietta, Benni’s magische schildpad. ‘Je hebt een gele kaart, Silas!’ zei miss Cornfield met een scherpe klank in haar stem. Als het om de magische dieren ging, viel er niet met haar te spotten. In miss Cornfields klas zaten vierentwintig leerlingen. Twaalf jongens en twaalf meisjes. Een paar leerlingen, onder wie Ida, Benni en Jo, hadden al een magisch dier. Alle anderen wachtten verlangend tot zij er ook een zouden krijgen. Iedereen in de klas droomde ervan om 23


eindelijk aan de beurt te zijn. Met een magisch dier beleefde je spannende avonturen en had je de beste vriend die je je maar kon voorstellen. Je kon zelfs praten met je magische dier. Dat was trouwens alleen zo met je eigen magische dier. Daarom was Benni ook de enige die Henrietta’s stem vanuit de schoenendoos hoorde: ‘Inademen, uitademen.’ Benni keek Silas woedend aan en liep naar zijn plek. Miss Cornfield deelde werkbladen uit en terwijl de leerlingen ijverig de vragen begonnen te beantwoorden, ging ze een beker sterke koffie uit de lerarenkamer halen. Dat is beter, dacht ze toen ze de koffie rook. Langzamerhand verbeterde haar humeur. Ze ging op haar bureau zitten, schommelde met haar benen en dronk van de beker met de gouden en blauwe sterren. Ida, die de vragen razendsnel had beantwoord, keek vanuit haar ooghoeken naar haar. Miss Cornfield was de wonderlijkste lerares die ze ooit had meegemaakt. Vandaag droeg ze een jeans, een gestreept lang T-shirt en haar wijnrode fluwelen jas. Haar in verschillende kleurtjes gelakte teennagels waren zichtbaar in de open 24


houten sandalen die ze aan haar voeten had. En ze had zoals altijd twee breinaalden in haar opgestoken krullen. De lerares praatte graag over ‘de wonderen van de aarde’, zoals ze het noemde. Over vallende sterren, sterrenstof en sterrenbeelden. Maar het wonderlijkste en tegelijkertijd meest fantastische was dat ze meneer Morrison, de eigenaar van de magische dierenwinkel, in de klas uitnodigde. Terwijl miss Cornfield de werkbladen ophaalde, stak Ida haar vinger op. ‘Is meneer Morrison op tijd van zijn reis terug om ons met zijn bus naar het schoolkamp te brengen?’ vroeg ze. ‘Ik neem aan van wel’, zei miss Cornfield. ‘Anders heeft hij een probleem.’ De klas giechelde. Miss Cornfield en meneer Morrison waren een merkwaardig koppel. Soms had Ida het gevoel dat die twee op de een of andere manier familie van elkaar waren. Ze hadden in elk geval dezelfde blauwe ogen. Ida verheugde zich op het schoolkamp. Aanstaande maandag zouden ze vertrekken. Alleen haar klas en miss Cornfield gingen, en meneer Morrison zou ze met de bus wegbrengen. 25


Met andere woorden, iedereen die het geheim van de magische dierenwinkel kende. Ida hoefde haar vos Rabbat een hele week lang voor niemand te verstoppen. Zonder haar magische dier zou Ida beslist zenuwachtig zijn omdat ze niet wist met wie ze op een kamer zou slapen en of ze heimwee zou krijgen. Als ze haar vos bij zich had, was Ida heel kalm. Nog maar vier nachtjes slapen en dan was het zover. Nadat de lerares alle werkbladen had opgehaald, ging ze bij het schoolbord staan en pakte een krijtje. ‘Wat hebben we tijdens het schoolkamp nodig?’ Ze begonnen allemaal door elkaar te roepen. ‘Heel veel snoep!’ ‘Schoon ondergoed!’ ‘Oordopjes, voor als er iemand snurkt!’ ‘Een eenpersoonskamer!’ riep Helene, het grootste kreng van de klas. Haar magische kater Karajan miauwde instemmend. ‘Er zijn geen eenpersoonskamers’, zei miss Cornfield. ‘Tenzij je in de gereedschapsschuur wilt slapen.’ 26


De klas grinnikte. ‘Nog meer ideeën?’ vroeg miss Cornfield. ‘Knuffeldieren!’ flapte Finja eruit. ‘Voor als je je een keer alleen voelt’, ging ze zachtjes verder. ‘Fopspeenalarm!’ riep Silas spottend. Finja, die tijdens de lessen nooit opviel, werd rood. Ze was een van Helenes vriendinnen en bleef meestal op de achtergrond. Miss Cornfield schreef knuffeldieren op het bord en wees naar Silas. ‘Wat stop jij in je tas, Silas?’ vroeg ze. ‘Behalve oordopjes en ondergoed?’ De klas lachte terwijl Silas nadacht. ‘Een zakmes, een kompas, een zaklamp en een scheetkussen’, zei hij. Jo begon te lachen. Miss Cornfield zuchtte. ‘Het zakmes en het scheetkussen blijven thuis, de andere spullen mogen mee. Nog andere ideeën?’ ‘Schoolboeken, schriften, een blocnote en viltstiften’, stelde Ida voor. De klas kreunde. ‘Een basketbal!’ riep Jo. ‘Een voetbal!’ schreeuwde Silas. ‘Make-upspullen’, stelde Helene voor. 27


‘Nagellak!’ riep Silas. ‘Telefoons?’ zei Finja. Miss Cornfield had inmiddels meer punten op het bord geschreven: muziekinstrumenten

en cd’s voor de bonte avond, tafeltennisbatjes en badmintonrackets voor ’s middags, warme sokken en een joggingbroek, griezelverhalen, moppenboeken...

Daarna draaide ze zich naar Finja om. ‘Mobiele telefoons zijn verboden. Wie naar huis wil bellen, mag de telefoon van de jeugdherberg gebruiken. Om dat te doen moeten jullie een belkaart op het postkantoor kopen.’ Finja knikte ijverig. ‘En neem stevige schoenen mee’, zei miss Cornfield. ‘Het schoolkamp ligt op een 28


fantastische plek, te midden van hoge bergen. Daar kunnen we prachtige wandelingen maken. Er is zelfs een steengroeve waar we naar fossielen kunnen zoeken.’ ‘Fossielen?’ herhaalde Silas verrast. ‘Het gebied was miljoenen jaren geleden een enorme koraalzee’, legde miss Cornfield uit. ‘Ook tegenwoordig worden daar nog steeds sporen van dinosaurussen, prehistorische krokodillen en pijlstaartkreeften gevonden.’ ‘Kunnen we daar een tyrannosaurus rex bekijken?’ vroeg Silas. ‘Of een stegosaurus?’ ‘Dat zou heel goed kunnen’, antwoordde de lerares. ‘Die gaan we allemaal in het museum zien.’ Ida besloot om meteen na de les naar de schoolbibliotheek te gaan. Ze wilde zich voorbereiden door een paar boeken over uitgestorven levende wezens te lenen. Ze vond dat miss Cornfield in een veel beter humeur dan anders was. Zou zij zich ook zo op volgende week verheugen? Op een week zonder vast lesrooster, zonder huiswerk, zonder collega’s en zonder directeur Zegers? 29


‘Ik neem vijf chocoladerepen mee’, zei Choco, waarmee hij zijn bijnaam weer eens alle eer aandeed. ‘Voor mij en Peperoni.’ Peperoni was de naam van zijn magische penseelzwijntje. ‘En ik neem mijn waterpistool mee voor Juri!’ riep Jo. Zijn pinguïn snaterde tevreden. Het allerfijnste wat hij kon bedenken was met het waterpistool op zijn buik gekieteld worden. ‘Heel goed’, knikte miss Cornfield. ‘Dat geldt ook voor de anderen: denk aan snoep en speelgoed voor jullie magische dieren.’ ‘Wat denk je van chocoladekoekjes, Roodkopje?’ bromde Rabbat onder de tafel. Ida bukte zich en streelde de vos over zijn rug. ‘Komt voor elkaar’, beloofde ze. Sinds het begin van het schooljaar hadden sommige leerlingen magische dieren gekregen. Ida had als eerste een dier gekregen: Rabbat de vos. Hoewel, eigenlijk was dat tegelijk met Benni geweest. Hij had Henrietta de schildpad gekregen. Jo kreeg pinguïn Juri als vriend en Choco het penseelzwijntje Peperoni. Anna-Lena en haar kameleon Caspar waren net zo onafscheidelijk 30


als Eddie en zijn vleermuis Eugenia. En zelfs de kattige Helene en haar arrogante kater Karajan konden het inmiddels goed met elkaar vinden. Eerst kwam er een aankondiging en daarna kwam meneer Morrison, de eigenaar van de magische dierenwinkel langs. Daarna begon het avontuur. Miss Cornfield wees naar het bord. ‘Schrijven jullie dit op?’ zei ze met een vriendelijk knikje naar de klas. ‘Daarna is het pauze.’ Ze pakten hun pen en schreven de lange lijst over: comfortabele sportschoenen, een kleine rugzak, spelletjes, tafeltennisbatjes, toiletartikelen, handdoeken, een liedjesboek, schrijfspullen, sokken, ondergoed, een beetje zakgeld… Ida keek over haar schouder en zag dat Silas tijdens het schrijven een brede glimlach op zijn gezicht had. Het woord ‘zakgeld’ kalkte hij over de volledige pagina. De woorden ‘een beetje’ liet hij weg. In plaats daarvan schreef hij ‘heel veel’ op zijn vel papier.

31


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook