De belastingAANSLAG
www.kritak.be Kritak maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv Š Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, en Erik Raeven, 2020 Vormgeving: Tinxz (Filip Coopman) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en /of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. d/2020/45/608 isbn 978 94 0147 319 4 nur 402
Geef iemand de macht de leugen tot waarheid te verheffen en de waarheid houdt op te bestaan
De belastingAANSLAG is een waargebeurd verhaal. Een thriller die ook u kan overkomen. Erik Raeven
De personages in De belastingAANSLAG kregen bijna allemaal een schuilnaam. Uitzonderingen daarop zijn publieke figuren zoals politici.
LIJST MET PERSONAGES Gezin Daeseman Jo, Mona en Yochen
Fiscus Jeanine Beaudurant controleur BTW kantoor Ciney, later Namen Nadine Dumart belastinginspecteur Ciney
Hazard leidinggevende van Jeanine Beaudurant Pirard belastinginspecteur Namen Mathieu Toussaint belastinginspecteur Namen
Albert Verbedax leidinggevende van Mathieu Toussaint Guy Lelong adviseur FOD financiën Namen
Mr Roccourt adviseur FOD financiën Namen, opvolger Lelong
Valéry Bonhomme ambtenaar
Jena-Marie Deraedt ambtenaar
Advocaten Evelyne Moranne eerste advocaat Meester Vandam tweede advocaat Marc Daenen derde advocaat, kantoor ‘Gewelt Law’ Laurent Billard vierde advocaat, vervanger Daenen bij ‘Gewelt Law’ Inspecteurs Cel Interne inspectie Guy Van der Eecken Raymond Degeest
- 7 -
Overige Bert Anciaux politicus Jean Vannelst boekhouder APM&ed onder de nieuwe zaakvoerder Frederik Pelckmans nieuwe zaakvoerder APM&ed Karel Laurin vriend Jo met boekhoudkantoor Julien Levieux gepensioneerd financieel expert Geert De Feyter koper deel van de hoeve in Emptinne Dufrois onbekende advocaat die Jo zaakvoerder van APM&ed noemt Koen Lijzen inspecteur Gerechtelijke diensten in Mechelen Freddy Kaa inspecteur van de BBI De spijtoptant b eschuldigde in het dossier van Mechelen met berouw
Van de Kasteele boekhouder van APM&ed voor de overname Raf Vermoute Leerkracht Thomas More Nick Van Doorselaere Leerkracht Thomas More
- 8 -
Het systeem is een opeenstapeling van koterijen, zo complex dat niemand er nog iets van begrijpt. Veel politici inbegrepen. Geert Noels
Bron: 26/09/2016 In een dubbelinterview in Humo gaven expert fiscaal recht Michel Maus en econoom Geert Noels hun visie over het gat in de begroting en ons fiscaal systeem. 30/09/2016 Uit een overzicht van opmerkelijke uitspraken in de Standaard.
23 mei 2008, Emptinne — De besmetting Stipt om tien uur gaat de bel, Mona haast zich naar de voordeur. Jean Vannelst, de nieuwe boekhouder van APM&ed, stapt uit de schaduw de gang in. Hij schudt haar vriendelijk de hand, volgt haar naar de tafel in de woonkamer en zet er zijn aktetas op neer. Hij kijkt even om zich heen, drukt dan de knoppen in, waarop de sloten met een korte roffel openspringen. ‘Wie weet is het de laatste keer dat ik jullie moet lastig vallen, Mona. Over een paar jaar verkopen jullie?’ ‘Dat is het plan.’ Vannelst glimlacht. ‘Je weet het, lot 3C is voor mij.’ Hij begint zijn spullen uit te stallen. Om twaalf over tien klinkt opnieuw de deurbel. Mona snelt langs de boekhouder, op de tafel het zwarte vlak van de aktetas en de bleke vlakken van documenten, de heldere glans van een computerscherm. De blonde vrouw die de gang instapt, vraagt in het Frans of de boekhouder er al is. Ze geeft Mona geen hand, wel de boekhouder. Wanneer ze gaat zitten licht haar witte kledij op in het zonlicht dat door de ramen valt. De belastingfee, glimlacht Mona, en neemt kopjes en schoteltjes uit de kast. De koffiezet is net klaar met pruttelen. Om halftwaalf komt Vannelst melden dat de BTW-controle is afgelopen. Bij de verkoop van APM&ed werd overeengekomen het vestigingsadres niet te verplaatsen. Mona heeft er geen moeite mee. Ze plannen over een paar jaar de vierkantshoeve op te delen en in loten te verkopen. De nieuwe eigenaar van de vennootschap zal dan een lot kopen en dan hoeven dergelijke controles niet meer in hun huis te gebeuren. Ze laat de boekhouder en de dame van het belastingkantoor in Ciney uit. Ze blijft nog even staan en snuift de lentelucht op. Aan de overkant van de straat, voorbij de lommer van de hoeve, liggen de akkers in de lentezon. Vogels kwetteren vrolijk, ze herkent het ‘suskewiet’ van een vink. Bijen zoemen rond de wilde bloemen in de berm. Wanneer ze zich omdraait om naar - 10 -
binnen te gaan, ziet ze hoe de belastingfee haar modieuze tas in de kofferbak van haar wagen plaatst. Mona kan niet weten dat dezelfde fee later de naam van haar man zal vermelden als zaakvoerder van APM&ed. Als een virus zal deze kapitale fout andere documenten besmetten en over krap twee jaar zal de ziekte ongenadig toeslaan. De kofferbak valt met een klap dicht. Mona gaat naar binnen, tijd om naar het schooltje van Emptinne te vertrekken, waar ze wekelijks enkele uren Nederlands geeft. 2018 — Tien jaar later Jo’s blik is warm, wanneer hij zegt: ‘Bedankt voor de babbel, ik was eraan toe.’ Ik knik en neem een slok van mijn koffie. Achter het ouder wordende gelaat en de dunnende haardos vind ik makkelijk de jonge kerel terug die onze klas ruim dertig jaar geleden wegwijs maakte in autotechniek. Innemend, joviaal, bij momenten ontwapenend charmant. En grappig, niet gewoon doorsnee maar helemaal tot buikpijnniveau. Hoewel ik graag lach heb ik moeite met gebrek aan diepgang, en het was volgens mij juist zijn ernst, altijd net onder het oppervlak, die maakte dat het tussen ons klikte. Zijn aandacht verplaatst zich naar het keukenraam. Achter het glas druipt de regen in grillige banen van zijn Alfa. Alsof hij een beslissing heeft genomen zegt hij plots: ‘Schrijf er een boek over.’ Hij lijkt niet op zijn gemak, onzeker over mijn antwoord. Heftig pleitend valt hij uit: ‘Dat boek moet er komen. Ik wil met ons verhaal het collectieve, misplaatste vertrouwen doorprikken.’ Zijn blik verhuist weer naar de Alfa. ‘Als jij het niet schrijft vind ik wel een andere schrijver. Maar eigenlijk moet jij het doen, ik weet niet of het met een vreemde kan.’ Het is mijn beurt om naar buiten te kijken. Onze koffies zijn op. In de woonkamer klinkt zacht een jingle van Radio 2. Ik heb er al aan gedacht. Natuurlijk heb ik er al aan gedacht. - 11 -
3 februari 2010, Emptinne — Ziekte in de bus Mona huivert, zet de sneeuwschop aan de kant. Haar gitzwarte haren bewegen in de bries die op de binnenkoer van de imposante hoeve de weg kwijt raakt en doelloos om haar heen waait. Verdragen of een muts aantrekken, denkt ze. Op de smalle straat sukkelt de postbode met zijn wagentje de helling op. Ze stapt over het pad dat ze heeft vrijgemaakt, langs het bijgebouw dat Yochen als slaapkamer wil gebruiken, en zakt de straat af naar de brievenbus. De wind duikelt van de akkers aan de overkant en heeft een witte talud tegen de gevel geblazen. Om geen sneeuw in haar laarzen te krijgen tilt ze haar voeten hoog op. Misschien is er een brief van Jo. Erg vaak schrijft hij niet, maar afgelopen weekend bleef hij in Frankrijk voor een projectmeeting, en dan volgt er meestal wel een. Onhandig door de handschoenen leegt ze de bus. Een van de omslagen glipt weg en valt in de sneeuw. Ze bekijkt de andere. Rekeningen, een brief van de school van Yochen en een andere van de makelaar. Ze bukt zich om de gevallen omslag op te rapen. Belastingen? Dat kan, ze verwacht een terugstorting. Mona kijkt nog een laatste keer in de lege bus. Geen brief van Jo. Het huis lijkt wel een sauna na de bijtende kou. Mona hangt haar mantel aan de haak, schopt de laarzen uit en wappert met haar handen tot de handschoenen uitvallen. In de keuken giet ze dampende koffie in een kop. Het opengevouwen A4-tje naast de thermos dateert van een paar weken eerder. Zijn laatste brief houdt ze altijd in de buurt. Ze nipt voorzichtig van de koffie en leest de aanhef. To my woman in love. Haar ogen glijden over de tekst. Het ontwerp schiet goed op, de Paris Parasol blijft ver onder de gemiddelde bouwkost ondanks de aanpasbare cockpit die ook voor grotere mensen kan dienen. Het tekenen gaat mij hier goed af, Givet is bijna even rustig als Emptinne. Wanneer ik last krijg van de - 12 -
leegte ga ik wandelen langs de Maas. Natuurlijk gaat de leegte dan mee, Beertje. Je ontbreekt overal. Is het bij jullie ook zo koud? Ik ga een tweede valies kopen, zodat mijn opgespaarde knuffels niet bij de vuile was moeten. Ze vouwt de brief dicht en stopt hem in haar jeans. Ze neemt een slokje van de koffie. Nog even, dan zijn het huis en de terreinen verkocht en kan ze naar Givet. Al haar creativiteit richten op Page blanche, haar winkel. Nadat ze in 1979 een eerste vakantie doorbrachten in Frankrijk, koesterden ze een Franse droom. Wonen en werken in Frankrijk. Ze maakten van de droom een meerjarenplan en begonnen in 2002 aan de realisatie. Ze kochten de boerderij in Emptinne en Yochen ging naar school in Wallonië. In 2005, na de verkoop van APM&ed, Jo’s bedrijf voor de bouw en verhuur van racewagens, volgde een tweede stap. Jo aanvaardde een job in Frankrijk, huurde er een kleine flat en nam er lessen voor het behalen van zijn licentie Instructeur ULM. Tegelijk startte hij met een Duitse ingenieur een project rond het ontwerpen van een vliegtuigje. Bovendien moest Jo een domicilie in Frankrijk hebben om een registratienummer voor zijn prototype te verkrijgen, in België was dat zo goed als onmogelijk. Hij behaalde zijn licentie in april 2009. Ze drinkt het kopje leeg en zet het op het aanrecht. De afronding van de plannen komt nu echt dichtbij. Haar jarenlange fascinatie voor mode en ontwerp gaat ze straks in de praktijk brengen. Met het geld van de verkoop van de boerderij kopen ze het huis in de rue Gambetta waarop ze al een voorschot betaalden. Ze zullen er gaan wonen en haar winkel zal er worden gevestigd. De digitale klok aan de muur toont WOE 03 FEB 09:34. Tijd voor boodschappen. In de gang op het kastje de ongeopende brieven, de stempel met de kroon bovenop. Snel even kijken, benieuwd hoeveel ze terugkrijgen. De laarzen wachten in hun plasje smeltwater, haar nagel snijdt door het papier. Ze staart naar het bedrag. - 13 -
2018 Onder deze hoek zie ik mijn eigen Alfa niet staan. Stokoud, net als de zijne. Jo en ik zijn twee blaadjes, van dezelfde boom gevallen. Maar ik ben een broekschijter. Ik gluur naar hem uit mijn ooghoeken. Hij niet. Armen als een dokwerker, een Jan zonder Vrees. Voorzichtig vraag ik: ‘Mag ik erover nadenken, Jo? Ik ben bezig aan een boek, en …’ ‘Natuurlijk, natuurlijk. Dat mag je eerst afmaken hè.’ Het grapje werkt niet. Ik wil dat hij vertrekt. Hij heeft de Boze Buitenwereld uit zijn hoed getoverd. Ik moet gaan stappen, me laten reinigen door de regen. Ik wend me af van het raam. ‘Nog een koffie?’ ‘Nee, ik moet maar eens gaan. Laat je me iets weten?’ De ‘ja’ ligt al tussen ons. Onvermijdelijk, als een rotsblok, midden op de weg naar mijn volgende boek. Maar ik kan hem nog even negeren, eraan proberen wennen. ‘Tuurlijk. Geef Mona een kus van mij.’ Buiten rijdt Jo weg. De donkere wolken drijven mijn hoofd binnen. Ik dwaal wat door het huis, neem dingen vast, leg ze weer terug. Begin klusjes en vergeet ze vervolgens weer. Trek uiteindelijk een regenjas aan, pet en wandelschoenen. Niets doen kan leuk zijn. Maar ook beangstigend, als iets doen niet wil lukken. 3 februari 2010, Emptinne — Gewoon even bellen De belastingbrief wordt onscherp. Ademen Mona, ademen. Koortsachtig zoekt ze in het document naar een verklaring. Telkens keren haar ogen terug naar het bedrag. Achter het koele ‘Montant à payer’ blijft het haar onveranderd aanstaren: € 229.080,81. Ze bekijkt de bestemmeling, hun adres is met balpen gekrabbeld. Datums zijn doorstreept en met de hand - 14 -
gecorrigeerd. Ook Jo’s naam is doorstreept, de hare niet. De brief lijkt wel een kladje, moet een abuis zijn. Iemand in Ciney liet zijn laptop vallen en de data zijn door elkaar geklutst. In de woonkamer pakt ze de telefoon en vormt zorgvuldig het nummer. ‘Jo Daeseman.’ Alsof iemand een volumeknop terugdraait, zakken haar gierende zenuwen een paar standen lager. ‘Ik ben het.’ ‘Je klinkt bezorgd. Is de kat weer in het dak van de schuur geklommen?’ ‘Nee, er is een brief van de belastingen gekomen.’ Ze laat zich in de sofa vallen. ‘Ik hoop dat het een vergissing is.’ ‘Wij zijn brave Belgen die braaf hun belastingen betalen, Beertje. Wat is het probleem?’ ‘Het bedrag.’ Ze leest het op van de brief. Het blijft een paar lange seconden stil aan de andere kant van de lijn. Ze hoort de koelkast aanslaan. Achter het raam is de lucht loodgrijs, zwanger van nog meer sneeuw. Dan keert de rustige stem van Jo terug. ‘Beertje, hebben wij ooit op één jaar een half miljoen verdiend?’ Ze giechelt. ‘Dat zou ik mij herinneren.’ ‘Voilà, dan is het een vergissing. Bel die mensen even op, ik weet zeker dat het meteen wordt opgelost.’ Ze knikt. Natuurlijk, gewoon even naar Ciney bellen. ‘Oké, doe ik.’ ‘Vrijdag ben ik terug. Big bizou, my love.’ ‘Dag Mon Mari, dikke kus.’ Ze drukt de verbinding uit. Vindt op de brief het nummer van een contactcenter voor alle vragen en toetst het in. De telefoon gaat enkele keren over tot een stem haar vraagt hoe ze kan helpen. Mona begint aan haar uitleg.
- 15 -
2018 De Alfa snort over de E314. Links en rechts van het asfaltlint staan de bossen stakerig en kaal te wachten. De nabije lente maakt mij ongerust. Het seizoen heeft iets ongenaakbaars, als een vrouw die alle aandacht opeist. In de winter beweeg ik me als door een schilderij, mijn omgeving gestold in olieverf. Alles om mij heen komt dan tot rust, slaapt in. Tot de lente binnenvalt. Die schopt alles op gang, komt met directieven, noodzaken, deadlines. Mooi maar opdringerig. Ik kan mij er niet voor verbergen, ze sleept me naar buiten en bestormt me met haar dynamiek. In Riemst hobbel ik de weg af en zet de motor uit. Verwelkom de stilte. Achter de zijruit wacht het huis stoïcijns op mijn komst. Ik bracht iets mee dat net als de lente dingen in gang gaat steken. Ik ben het hek nog niet voorbij of de voordeur gaat al open. Een lachend gezicht en twee kwispelende knuffelbeesten verschijnen. Jo gaat me voor naar zijn werkplaats. Een paar auto’s, schouder aan schouder, halverwege het restauratieproces. Een Alfa, niet de zijne. De motor die hij al meer dan dertig jaar bezit. Boven mijn hoofd een vliegtuigje, opgehangen aan het dak. Ik hoor zijn uitleg, maar het meeste ontgaat me. ‘Ik ga het doen.’ Hij stopt met praten, laat een stoffige deken terug over de Porsche zakken die ik vaag herken uit mijn kindertijd. Hij knikt. ‘Ik ben al begonnen met de voorbereiding. Alle documenten sorteren zodat je er je weg in vindt. Acht jaar Kafka, Erik.’ Hij schudt traag het hoofd. ‘En nog is het niet afgelopen.’ ‘Ik ga mijn neus in je leven steken, Jo. Het boek kan niet alleen maar een opsomming worden van documenten met fiscaal en juridisch jargon, ik heb andere dingen nodig. Wat je dacht, wat je voelde, wat je deed. Jij en Mona. En Yochen. Ik wil horen hoe jullie alles kwijtraakten, kapotgemaakt werden, - 16 -
hoe je wereld in elkaar kromp, hoe je job na job verloor.’ Mijn gemoed schiet vol en ik draai mij naar de werkbank. Waar ga ik hiervoor verdomme de kracht vandaan halen? ‘We gaan veel praten, jij en ik.’ Hij verplaatst iets achter me, om mij te laten denken dat hij niet zag hoe moeilijk ik het kreeg. Ik knik. De werkbank ligt vol met dingen uit een vorig leven. Sommige kan ik me nog herinneren. Poelietrekker. Schuurgids. Momentsleutel. Prachtige namen die passen bij de magie die hier wordt bedreven. Ineens zijn hand op mijn schouder. ‘Bracht je je wandelschoenen mee?’ De lente zou het water draineren, verdampen, opeten. De winter laat het ongemoeid, en dus ploeteren we door modder en diepe voren die houthakkers met hun terreinvoertuig hebben gemaakt. Links van ons, een eind lager, glinstert het Albertkanaal door de bladerloze bomen. ‘Wanneer wil je aan het boek beginnen?’ ‘Zo snel mogelijk. Ik ben klaar met het herwerken van het vorige.’ Ik baan mezelf een weg rond een modderpoel. ‘Rond deze tijd volgend jaar wil ik jouw boek klaar hebben.’ ‘Ik maak werk van het ordenen.’ We ruilen het bos voor het jaagpad langs het kanaal. Op dit punt boort het kanaal zich door de mergel die aan beide oevers een steile klif vormt. Na de wandeling door het bos lijken mijn stappen op het vlakke asfalt vanzelf te gaan, alsof de zwaartekracht hier milder is. Het Albertkanaal ligt er tam bij in de bleke winterzon, het water vlak en schijnbaar bewegingloos. Wanneer de grotten verschijnen, klauteren we door een gat in het provisorische hekwerk en laten ons opslokken door een van de donkere muilen. Kort voorbij de ingang leunen een drietal fietsen tegen de wand, daar blijkbaar achtergelaten door een stel tieners. Jo fronst. ‘We kijken best even of die jonge kerels in de buurt zijn.’ - 17 -
We volgen de tunnel die parallel loopt aan het Albertkanaal. De ingangen werpen om de paar tientallen meter een plas licht naar binnen. Aan de andere kant zitten op regelmatige afstand tunnelmonden die in het duister verdwijnen. Allebei bewaren we het zwijgen en luisteren of we de kinderen horen. Het is echter stil in de grotten, onze voetstappen in het rulle zand het enige geluid. Een eind verder houdt Jo halt. ‘We gaan er weer uit. Het heeft geen zin op zoek te gaan, misschien zijn ze hier niet eens. Maar ik kom straks terug, als die fietsen hier dan nog staan sla ik alarm.’ Langs een andere opening wippen we er weer uit. Ik ga langs het water lopen en kijk om me heen. ‘Was het hier niet dat je op stap was met de honden toen het roer van dat onderhoudsschip viel?’ Jo grinnikt. ‘Ja, een vijftien meter lange boot van “De Vlaamse Waterweg nv”.’ Ineens dobberden die mannen daar, stuurloos. Ze konden enkel nog voor- en achteruit, een vreemd spektakel. Gelukkig konden ze me een touw toewerpen.’ ‘Daeseman to the rescue.’ ‘Ik schijn dat soort grappen aan te trekken.’ ‘Er is iets anders tussengeraakt, een grap met een ziekte.’ ‘Ja. Een brief, één verdomde brief van de belastingen. Dat leek toen zo simpel op te lossen.’ 3 februari 2010, Emptinne — Ciney Mona zet de telefoon terug op de lader. De dame in Ciney raadde haar aan om even langs te komen. Wel, ze kan evengoed haar boodschappen doen in de stad. ‘Als het u lukt met de sneeuw,’ had mevrouw Dumart haar nog uitgedaagd. Jo was een succesvol rallypiloot voor hij de openbare weg ruilde voor het circuit. Maakte zelf zijn racewagens. Vond het heerlijk om haar vanalles te leren. Ze steekt de brief op zak en stapt de gang in, grist de sleutels van haar Alfa van het kastje. - 18 -
‘A toute suite,’ had ze geantwoord. Ze steekt haar hand uit naar de muts op het rekje, laat hem weer zakken. Vanuit het spiegeltje kijkt een aantrekkelijke vrouw van ergens in de veertig haar aan. Jo zegt dat ze haar leeftijd bedriegt. Maar hij zegt ook dat ze er leuk uitziet met een muts en dat slaat nergens op. Vijftien minuten later parkeert ze in de Rue Courtejoie en gaat het sombere gebouw binnen. Mevrouw Dumart moet even haar geheugen raadplegen voor ze zich het telefoontje herinnert. ‘Suivez-moi, madame.’ Het kantoor heeft al in lange tijd geen verfkwast meer gezien en het groene bureautje klinkt blikkerig wanneer mevrouw Dumart een lade sluit. ‘Gaat u zitten.’ Mona legt de brief op het donkergroene blad dat plaats biedt aan een imposant computerscherm waarvan het wit veranderd is in een soort nicotinegeel. Het valt haar mee dat mevrouw Dumart geen stofjas draagt. De grijsharige dame typt razendsnel een cijfer in en haalt vervolgens een map uit een lade tevoorschijn. Ze opent het dossier en knikt een paar keer. ‘Dit gaat over vastgestelde investeringen in de bvba APM&ed in het boekjaar 2007.’ Mona kijkt fronsend naar het dossier. ‘Dan moet u die aanslag aan de nieuwe eigenaar richten, u kan gewoon in het staatsblad terugvinden dat mijn man de zaak in 2005 heeft verkocht.’ ‘Wij baseren ons op de informatie in het dossier, mevrouw.’ ‘Hoe kunnen inkomsten uit 2007 aan mijn man worden toegeschreven wanneer de zaak sinds eind 2005 in het bezit is van iemand anders?’ ‘Zoals ik al zei, wij handelen in functie van de informatie in het dossier.’ Mona strekt haar hand uit naar de map. Dumart grist die voor haar neus weg. ‘Dat kan ik niet toestaan, mevrouw Daeseman!’ Mona probeert zich te beheersen. ‘Luister, mevrouw - 19 -
Dumart. Ik wil graag weten wat er in dat dossier staat dat u doet besluiten dat wij belast kunnen worden op inkomsten waar wij niets mee te maken hebben.’ ‘U had eerder moeten langskomen, mevrouw Daeseman. Door nu pas te reageren maakt u het zichzelf wel heel lastig.’ Sprakeloos staart Mona naar de grijsharige vrouw. ‘Maar hoe dan? Ik vond die brief vanmorgen in de bus.’ ‘U hebt vooraf een melding van aanslag van ambtswege gekregen, u aangetekend opgestuurd. Die gaf u een maand om te reageren en eventueel tot een vergelijk te komen. Die kans hebt u laten voorbijgaan.’ Mona schudt het hoofd. ‘Die aangetekende brief hebben wij nooit gekregen.’ Dumart haalt de schouders op. ‘Vermits u niet hebt gereageerd blijft er alleen nog het indienen van een bezwaarschrift over.’ De vrouw steekt het dossier weer weg. ‘Maar …’ Mona begrijpt er niets van. ‘Zo’n bezwaarschrift indienen, hoe moet dat dan?’ ‘Weest u voorzichtig met dit weer, mevrouw Daeseman. Ik hoorde dat er al heel wat ongevallen zijn gebeurd.’ Mona blijft nog even zitten kijken naar de ambtenaar die haar al lijkt te zijn vergeten. Dan staat ze op en verlaat het kantoor. Terug thuis laat ze de boodschappen nog even in de tas en pakt de telefoon. ‘Jo Daeseman.’ Mona doet hem het verhaal van Ciney. ‘Bel de makelaar, Beertje. We laten de verkoop voorlopig stilleggen. Deze nonsens moeten eerst worden rechtgezet.’ ‘Dat bezwaarschrift …’ ‘Ken je Karel Laurin nog, die rallypiloot waar ik een Audi Quattro voor bouwde? Die heeft een accountant kantoor, ik bezorg je zijn emailadres. Stuur hem alles door, zodat hij voor ons zo’n bezwaarschrift kan opstellen.’ - 20 -