Skip to main content

9789401473088

Page 1

MISTER BIG Over een moord, onorthodoxe politiemethodes en een bekentenis Douglas De Coninck


Kaatsheuvel, zaterdag 18 december 2010 De jaarlijkse pleejgeckshow van carnavalsgroep De Gietkoppen was eerder haar ding dan het zijne. Zij is opgegroeid in Kaatsheuvel, hij niet. Hij is een Belg, een wat stugge West-Vlaming. Hij woont al een jaar of tien in de stad van de Efteling, maar het wil hem nog steeds niet lukken om mee op te gaan in de collectieve staat van vervoering die opeens kan ontstaan bij de eerste tonen van ‘De Malaise-Polonaise’ of ‘Wa un lekker ding bende gij’. Voor Noord-Brabanders is gezelligheid een mantra. Ze zijn er bij grote meerderheid van overtuigd dat het nergens ter wereld zo gezellig kan zijn als in hun provincie. Dat kwam begin 2016 op een eerder ongemakkelijke manier tot uiting in een tv-verslag van Hart van Nederland op SBS6. Een protestactie tegen de komst van een nieuw asielzoekerscentrum in Heesch liep wat uit de hand. Het gebouw werd met explosieven bekogeld en een demonstrante legde voor de camera uit waarom Syrische asielzoekers niets te zoeken hadden in Heesch: ‘Die mensen hebben een heel andere achtergrond. Ik denk dat die zich niet gaan kunnen vinden in de Brabantse gezelligheid.’ Wim heeft zich het accent min of meer eigen gemaakt. Zijn taalgebruik lijkt een beetje op dat van Marc Degryse in diens periode bij PSV Eindhoven. Hij vindt ze een beetje druk, de Noord-Brabanders. De sociale code wil dat je pas tot een gesprek wordt toegelaten van zodra je het aantal decibels van de anderen hebt weten te overtreffen, en dat lukt Wim niet altijd even goed. Het wordt niet hardop gezegd, maar de vrienden van Heidy vinden de Belg een beetje lastig te doorgronden. Aardige vent, zeker wel. Maar toch. Iemand van wie je moeilijk hoogte krijgt. Met wie je maar moeizaam tot een babbel komt over meer dan het strikt noodzakelijke. Wim doet anders wel z’n best, - 5 -


vindt hij zelf. Hij is secretaris van De Gietkoppen, hij ronselt bij plaatselijke handelszaken advertenties voor het jaarlijkse krantje waarmee het aankleden van de carnavalswagen wordt gefinancierd. Tijdens vergaderingen is hij degene die zwijgend noteert en achteraf een verslagje mailt naar iedereen. Hij sponsort ook de hoofdprijs die tijdens de pleejgeckshow wordt verloot. Een desktop die hij via z’n bedrijf heeft geregeld. ‘Ik was zelf niet zo’n vierder’, zegt Wim S. jaren later over de avond die een streep van voor en na door zijn leven zal trekken. ‘Ik hield me op de achtergrond.’ Het feest in Ons Café in de Hoofdstraat, ter gelegenheid van het elfjarige bestaan van De Gietkoppen, heeft deze zaterdagavond meer dan 140 mensen bij elkaar gebracht. Veel drukke mensen in een erg kleine ruimte. Heidy, weet Wim, ziet dat vast anders. Een van haar beste vriendinnen heeft een relatie met de stichter-voorzitter van De Gietkoppen. Het is één grote familie waarin Heidy is opgegroeid. Dit is voor haar ook nog eens het eerste avondje uit sinds ze in juli beviel van hun tweede zoontje. ‘Ik wist dat Wim niet naar het feest wou gaan’, zegt de voorzitter van De Gietkoppen achteraf. ‘Heidy heeft hem overhaald om toch een paar uurtjes mee te gaan. Wim wou eerder naar huis, om schoonvader André af te lossen.’ André Goedhart heeft de hele avond op de baby gelet. Er is afgesproken dat Wim rond halfelf, ten laatste elf, terug zal zijn. Hij werkt als zelfstandig IT’er bij de bank BNP Paribas Fortis in Brussel, pendelt door de week geregeld 120 kilometer heen en terug. Wim wordt dan om zes uur ’s ochtends in Brussel verwacht, om de files op de Antwerpse ring voor te zijn. Zijn wekker staat van maandag tot woensdag en op vrijdag op kwart over vier. De baby heeft zijn latente gebrek aan slaap alleen maar verder vergroot.

- 6 -


Iets na tienen heeft hij zijn derde biertje van de avond gedronken en is hij afscheid beginnen nemen van de mensen in de kroeg. Naargelang de gekozen route is het 1,8 tot 1,9 kilometer fietsen tussen het café en de Eem 6, waar Wim en Heidy in 2002 een huis hebben gekocht. De Eem is zo’n typisch Hollandse woonstraat met twee identieke huizenrijen naast elkaar, met telkens vier woningen. Achter de in 1988 opgetrokken woningrij loopt een smalle doodlopende brandgang met betonnen vloertegels. Als een Nederlander ‘ik ga achterom’ zegt, bedoelt hij dat hij met z’n fiets door de brandgang komt en die in het schuurtje achterin gaat zetten. Op huisnummer 10, een gevel en een oprit verwijderd van nummer 6, draait al enkele jaren een bewakingscamera. Het ding staat op de vensterbank van de slaapkamer op de eerste verdieping en is gericht op de straatkant. De camera staat er al vier jaar. Wim, stelt de politie na analyse van beelden vast, is hier voorbij gefietst om 22.26 uur. Hierna is hij met z’n Gazelle de brandgang achter de dubbele huizenrij in gereden, heeft hij het achterpoortje geopend, de sneeuw van zich afgeschud en z’n fiets gestald. Fietsen komt deze avond neer op evenwichtskunst. 18 december 2010 is een daarna niet zo vaak meer voorgekomen dag die klimaatontkenners kon sterken in hun overtuiging dat het allemaal wel meeviel, met dat vaak aangehaalde idee dat het vroeger vaker en harder sneeuwde dan nu. Het KNMI meet omstreeks middernacht -5,7 graden. Het blijft de hele nacht sneeuwen. Nadat André Goedhart om 22.34 uur op zijn beurt voorbij de camera op het nummer 10 is gewandeld, geeft Wim de baby z’n laatste flesje van de dag en vervangt hij de luier. Eens de baby is ondergestopt, ruimt hij beneden nog wat op. Hij aarzelt even, en besluit om de lichtjes van de kerstboom te laten - 7 -


branden. ‘Dat was leuker voor Heidy, voor als ze thuiskwam’, verklaart hij achteraf. Exact vijf minuten na het vertrek van zijn schoonvader pakt Wim z’n Blackberry en stuurt een berichtje naar Monique. Hij heeft Monique in augustus, een maand na Heidy’s bevalling, leren kennen op Badoo. Hun relatie, in zoverre je het een relatie kan noemen, is gebaseerd op leugens. Zijn leugens. Monique is een alleenstaande moeder. Ze is die zomer pas, enkele weken voor ze een profiel aanmaakte op Badoo, gescheiden van de vader van haar twee dochters met wie ze sindsdien co-ouderschap doet. Ze heeft een administratieve baan bij de politie, en wat ze op Badoo vooral niét zocht, was een bezette man, en al zeker geen man met kinderen. ‘Hij had me gezegd dat hij single was’, vertelt Monique achteraf. ‘Op een gegeven moment kwam ik erachter dat niet zo was, dat hij een gezin had, en ook nog een baby. De volgende keer dat ik Wim zat te sms’en heb ik ’m gezegd dat hij maar eens héél goed moest nadenken.’ Een collega van Monique haalt later in een politieverhoor herinneringen op aan de periode toen Monique de hele dag door als gebiologeerd zat te chatten met haar nieuwe liefde: ‘Monique liet mij, nadat ze had verteld over Wim, te pas en te onpas berichten lezen. Dat kreeg je gewoon niet bij elkaar verzonnen. Dat was te mooi om waar te zijn, zo romantisch. Monique kwam erachter dat Wim gelogen had. Ik had dienst met haar. De hele ochtend was het nog van hieperdepiep en in de gloria. Tot Monique zich terugtrok in een aangiftekamertje. Ik ging haar vragen wat er aan de hand was. Ik zag aan Monique dat ze gehuild had. Uiteindelijk heeft ze het mij verteld. Ze was er achter gekomen dat Wim een vriendin had en twee kinderen, de jongste nog maar een paar maanden oud.’ Het technisch labo weet later tekstberichtjes uit die periode terug zichtbaar te maken. - 8 -


Wim aan Monique, 30 september 2010: ‘Ik begrijp je gevoel voor mij en je frustraties door mijn gedrag. Deels spanning en uitdaging, maar ook door een gemis in mijn relatie. En dan ben ik op zoek gegaan ipv het thuis op te lossen. Xxx’ Monique: ‘Maar ik wil jou, en geen ander. En daardoor maak ik het wel moeilijk voor jou. Tjee, en nu lijk ik wel een stalker. Xxx’ Zij heeft hem ergens in oktober al voorgesteld aan haar familie. Wim heeft nog steeds niets verteld aan Heidy. Een week later maakt Wim het uit. Hij heeft besloten dat hij voor zijn gezin kiest. Op 30 oktober stuurt hij: ‘Hey, heb het ook erg moeilijk. En ik weet wat ik beslist heb, maar ik kan mijn gevoel niet zomaar uitzetten, dat lukt me niet. Denk iedere seconde van de dag aan jou. Weet niet wat ik wil op dit moment. Maar hou nog van jou. Xxx’ Een week later stuurt hij: ‘Geen zorgen maken schat. Ik ben het hier meer dan beu, maar kan het nog niet bekendmaken, pfff. Mis je enorm. Xxx’ Hij belooft opnieuw dat hij het gaat uitmaken met Heidy, komt weer terug op dat eerste besluit en vervolgens op zijn tweede. Hij zal het vertellen belooft hij. Maar altijd weer wordt vandaag morgen, en wordt morgen daarna overmorgen. Op 8 november stuurt zij: ‘Oh, ben jij zo’n kerel, haha!! En aan eentje heb jij niet genoeg, je hebt er nu al 2, haha. Xxx’ Hij: ‘Haha, niet zo beginnen he. Daar wordt aan gewerkt dat het weer eentje wordt. Xxx’ Op 26 november heeft Wim zijn gesprek met Heidy nog steeds niet gevoerd. Monique stuurt: ‘Ff slikken en mijn tranen onder controle houden. Ik wil er ook niet meer over nadenken en ik zie wel hoe het gaat lopen tussen ons. Xxx’ - 9 -


Op 5 december is er nog steeds niets gebeurd. Wim stuurt: ‘Och, binnenkort mag je me iedere dag wel plagen hoor. Xxx’ Zij: ‘Binnenkort? Als ik op jou moet wachten, dan duurt dat nog wel even, hahahaha! Sorry schat, ben een beetje balorig, haha. Maar ik hou wel heel veel van jou lekker ding Xxx’ Hij: ‘Weet ik schat en je hebt wel gelijk, maar het einde van de marathon is in zicht.’ De situatie heeft iets klassieks. De ongeduldige maîtresse, de overspelige huisvader die de knoop niet doorgehakt krijgt en elke dag opnieuw tijd probeert te kopen. Wim en Monique zien elkaar een keer of zo per week. Altijd stiekem. De nakende kerst, en alles wat daarrond was gepland, leken Wim ook weer niet het ideale moment voor het gesprek met Heidy. Een zaterdag geleden, zeven dagen maar, was het weer uitgeraakt tussen Wim en Monique. Zij had ’m gezegd dat ze dit emotioneel niet meer aankon, dat ze aan zichzelf moest denken. En dat ze zichzelf een deadline had opgelegd. Tot die bepaalde datum zou ze nog op Wim wachten. Daarna niet meer. Monique, jaren later: ‘Het was een knipperlichtsituatie. Wat mij betreft toch. En ja, een deadline. Het was niet m’n eerste deadline. Ik had me niet gehouden aan vorige deadlines en besefte heel goed dat ik me er deze keer waarschijnlijk ook niet aan zou houden.’ Ze hebben elkaar voor het laatst gezien op donderdag, twee dagen geleden. ‘De bal ligt nu bij jou’, had ze gezegd. ‘Het is aan jou om er iets mee te doen, niet aan mij. Jij moet nu een paar dingen op een rijtje zetten, want ik wil geen tweede viool meer spelen.’ Hierna waren ze, zoals alle vorige keren, toch weer verwoed beginnen appen. En bellen. Over alledaagse dingen. Ook nu, - 10 -


deze avond, nu hij alleen thuis is en Heidy nog op de pleejgeckshow is. Moniques broer staat op het punt een nieuwe laptop te kopen. Hij en hun ouders zijn bij haar op bezoek. Ze hebben het over die laptop. Zij zegt dat Wim als IT’er zeker goede raad kan geven. Ze bellen. ‘We hadden het over laptops’, herinnert Monique zich nog. ‘Wim beloofde een paar dingen voor me op te zoeken.’ Het telefoongesprek met Monique wordt volgens de data van de telecomoperator beëindigd om 23.24 uur. Als later haar HP Pavilion Dv6 wordt onderzocht, laten de cookies zien dat Monique na 23.24 uur nog laptopshop.nl heeft bezocht, beslist. nl, parfumklapper.nl, cadeautips.com en fragrantica.nl. Om 23.29 uur gaat haar systeem in slaapstand door te lange inactiviteit. Heidy stuurt Wim vanuit Ons Café om 23.29 uur een berichtje: ‘Ging het goed op de weg?’ Wim antwoordt, 23.35 uur: ‘Best wel. Alleen in de bochten opletten. Tot straks. X’ Heidy, 23.36 uur: ‘Ga mijn jas halen. Sms je nog wel als ik echt vertrek.’ Wim poetst z’n tanden, gooit z’n kleren over de stoel en kruipt in z’n bed. Van daaruit belt hij Monique opnieuw. ‘Hij was doodop, dat kon ik horen. Op een gegeven moment zei ik tegen hem: “Hé ouwe, ben je er nog?” Hij leek in slaap te zijn gevallen aan de telefoon.’ Wim is vijfendertig, Monique is vier jaar jonger. Om 23.53 uur zeggen ze welterusten en wordt de verbinding verbroken. Hierna, zegt Wim, is hij als een blok in slaap gevallen. Heidy sms’t hem om 23.57 uur: ‘Vertrek nu.’ Het zijn haar laatste digitale woorden. Wim heeft zijn Blackberry op trillen gezet.

- 11 -


Tussen vier en zes seconden na middernacht fietst Heidy Goedhart langs een bewakingscamera ter hoogte van de speelgoedwinkel Intertoys in de Peperstraat, in het centrum van Kaatsheuvel.

Heidy Goedhart, enkele seconden na middernacht.

Ze rijdt in de richting de Nieuwe Markt, en ze is alleen. Op de bewakingsbeelden is niemand te zien die haar volgt. Haar achterlicht brandt. Er hangt kerstverlichting in de straten. Heidy fietst traag en behoedzaam, stuurt haar voorwiel over de door auto’s getrokken sporen in de sneeuw. Het is het enige achteraf beschikbare beeld, het laatste waarop ze bewegend zichtbaar is. De camera achter het raam in de Eem 10 mist Heidy. Anders dan Wim en haar vader komt zij niet in beeld. De camera reageert op bewegingen. Ofwel heeft Heidy onvoldoende bewogen, ofwel heeft ze een andere fietsroute genomen dan Wim, waardoor ze langs de andere kant de straat in kwam gefietst. Als je Google Maps vraagt om de snelste route per fiets, dan gaat die niet langs de Eem 10. Ook dat kan een verklaring zijn. - 12 -


Het exacte tijdstip van Heidy’s thuiskomst zal hierdoor nog jaren een eindeloze kwestie van deducties blijven. Zelf situeert Wim het moment waarop hij wakker schrok omstreeks 00.50 uur. Hij verklaart later aan de politie dat hij werd gewekt door een geluid dat klonk ‘alsof er met lades geschoven wordt en kastdeurtjes worden geopend’. Later zegt hij: ‘Als je een baby in huis hebt, slaap je nooit vast. Je bent ook in je slaap altijd heel alert.’ Hij gaat de trap af, ziet in de woonkamer dat enkele lades en kastdeuren openstaan. Hij gaat op zoek naar Heidy, en vindt haar op de achterkoer, waarlangs ook hij eerder die avond is thuis gekomen. Heidy ligt op de grond, op haar fiets. Wim rent terug naar binnen en pakt de Gigaset, de analoge draagbare telefoon. Zijn oproep naar de 112 komt om 00.54 uur binnen bij de noodcentrale. 1 ‘Wat is er met haar gebeurd dan?’ ‘Ja, ze ligt hier gewoon bij haar fiets buiten.’ ‘Ja, maar iemand ligt niet gewoon bij zijn fiets buiten, bewusteloos. Is zij geslagen? Is er… wat is er?’ ‘Ja, ik denk het.’ ‘… met haar gebeurd? Ga eens naar haar toe.’ ‘Ja. Ik euh, nee (onverstaanbaar).’ ‘Ga eens naar haar toe.’ ‘Ik zit bij haar.’ ‘Even naar haar toe gaan.’ ‘Ik zit bij haar, ik zit bij haar.’ ‘Ja oké, en ademt ze nog?’ ‘Nee.’

1 Transcriptie van opgenomen gesprek tussen Wim en de 112.

- 13 -


In de eerst gealarmeerde patrouillewagen van de politie Midden- en West-Brabant zitten Sandy D. en Robin P. Hij is een wat oudere agent, zij heeft pas onlangs haar opleiding voltooid. Terwijl de politiewagen met z’n zwaailicht de wijk binnenrijdt, houdt de meldkamer het gesprek met Wim gaande. ‘Luister, ligt ze aan de voorkant of aan de achterkant?’ ‘Achterkant.’ ‘In de achtertuin?’ ‘Ja, ik doe effe wel de deur open.’ ‘Ja, loop maar vast naar voren. Ik weet niet of je de collega’s al hoort, maar we zijn al in de buurt. Jij doet de deur open?’ ‘Ja, ik doe de voordeur open.’ ‘Oké’ ‘Het ligt gewoon allemaal overhoop.’ Schijnbaar dringt het op dit moment pas tot Wim door dat er vreemden in zijn huis zijn geweest. Dat er is ingebroken. Hij opent de voordeur, de dame in de meldkamer hoort hem snikken terwijl hij terug naar achteren loopt. De agent die later het bandje uittikt, vermeldt een paar keer ‘onverstaanbaar’. Rondom 1.02 uur valt het gesprek tussen Wim en de 112 even weg. Volgens wat men in de meldkamer op de monitor ziet, horen agenten Sandy en Robin ter plaatse te zijn, maar blijkbaar heeft hun gps hen een eind dieper de straat in gestuurd. ‘Zijn m’n collega’s al binnen?’ ‘Ik weet het niet.’ ‘Ga eens even kijken dan. Vang ze even aan de voorkant op. Zijn ze binnen?’ ‘Ik hoor voetstappen.’ ‘Als het goed is, zijn er nou collega’s van mij. Kan dat kloppen? Kijk eens even.’ ‘Ik zie niemand, ik zie gewoon niemand… Oh ja, nu komt er één.’ De meldkamer hoort Wim roepen: ‘Ze ligt achter! Achter! Loop door!’ - 14 -


Het is 1.04 uur als Robin P. met Sandy D. achter haar de woning komt binnen gerend. Achteraf verklaart zij: ‘Ik zag dat mijn schoenen ongeveer negen centimeter diep in de sneeuw zakten, tot vlak voor de voordeur, waar geen sneeuw lag.’ Sandy D. zegt later: ‘Robin rende voor me uit. Er lag wel zo’n 5 à 6 centimeter sneeuw op de stoep, het sneeuwde licht. Er is me niets opgevallen toen ik naar de voortuin van de woning liep. Ik zag niets bijzonders. Ik lette er ook totaal niet op omdat wij wisten dat we moesten gaan reanimeren.’ 2 De agenten rennen het huis door, naar achteren. ‘Ik knielde naast de vrouw’, getuigt Robin P. later. Heidy ligt nog steeds op haar fiets, en met haar hoofd naast de twee kliko-afvalcontainers. ‘Sandy was de kliko’s aan het verplaatsen en ik begon met de hartmassage.’ Sandy D.: ‘Ik heb de fiets opgepakt en weggezet achter ons. De fiets lag met het achterwiel in de richting van de poort en het voorwiel richting de achterzijde van de woning. De wielen lagen in de richting van het schuurtje.’ Heidy, zo lijkt het, is na het openen van het poortje in de brandgang neergeslagen. Het kan erop wijzen dat ze op een vluchtende inbreker is gestoten, die dan logischerwijze via de brandgang in de sneeuw moet zijn weggerend. Na enkele minuten arriveert een tweede ploeg. In deze wagen zitten Rodrigo V. en Brigitte v.d.W. In een rapportage achteraf zegt Brigitte v.d.W.:

2 Alle citaten van politiemensen in dit hoofdstuk en de hierna volgende zijn woordelijke overnames uit het gerechtelijke dossier.

- 15 -


‘Op het moment dat wij de straat inreden, zag ik een jongeman op de hoek van de straat staan die wees in de richting van de woning waar onze collega’s reeds hun voertuig hadden geparkeerd. Deze jongeman was op een bromfiets of een fiets. Gegevens van deze persoon ontbreken, wij zijn niet gestopt om zijn gegevens te controleren.’ Het kan een nieuwsgierige jongen uit de buurt zijn geweest, wiens aandacht werd getrokken door de zwaailichten. Omwonenden zullen zijn aanwezigheid achteraf bestempelen als een van de vele verdachte dingen die ze die avond in en rond de Eem hebben opgemerkt. Robin P. doet wat ze kan, maar geen enkele handeling lijkt zinvol. ‘Ik zag tijdens het reanimeren dat de man zijn bovenlichaam licht begon te wiegen’, verklaart ze later. ‘Ik hoorde dat hij zei:“Verlaat me niet, ik kan ze toch niet alleen opvoeden.” Sandy had inmiddels de beademingskap over de mond van de vrouw gelegd en was beginnen beademen.’ De kleding van de vier agenten is voorzien op de vrieskou, die van Wim helemaal niet. Hij draagt een T-shirt, een jeans en een paar sokken. Sandy D. hoort hem roepen: ‘Wordt wakker, kom op!’ Ze ziet bloed uit het linkeroor en de mond komen. Ambulanciers nemen het van haar over. Ze sturen Wim naar binnen. Het staken van de beademing gebeurt woordeloos. Heidy Goedhart, 34 jaar oud pas, is overleden. Wim vraagt de agenten of hij nog even naast haar mag liggen. Haar nog een keer vastpakken. Dat mag. Rodrigo V. zegt later dat hij Wim met z’n hoofd tegen Heidy’s hals ziet aanschurken, en haar dode lichaam knuffelen. Rodrigo V.: ‘Wim heeft meer dan een halfuur op de vrouw gelegen. Ik - 16 -


hoorde hem zeggen: ‘Wat moet ik nu zonder jou? Wat is er gebeurd? Hoe moet ik verder? Was ik maar niet naar bed gegaan. Was ik maar opgebleven.’ Ik vroeg aan Wim of hij niet naar binnen wilde. Ik zag dat hij rilde. Wim wilde helemaal niets. Hij wilde persé blijven. Een collega, volgens mij Brigitte, kwam met een deken en een jas naar buiten. Ik legde het deken en de jas om Wim heen om hem warm te houden. Ik heb Wim toen nog even over zijn rug gewreven om hem een beetje op te warmen. Na ongeveer een halfuur vroeg Wim me of ik zijn zussen wilde bellen.’ Er is intussen een derde politieploeg aangekomen, met agenten William G. en Sitki K. Hen is opgedragen om rondom de woning op zoek te gaan naar bruikbare sporen.

- 17 -


Kaatsheuvel, zondag 19 december 2010 We denken intussen allemaal wel meer dan voldoende te weten over hoe de politie te werk hoort te gaan bij een plaats delict. Er is altijd een nieuwe serie die je expertise verder perfectioneert. Het exacte traject van een bloeddruppel, en welke vorm die krijgt naargelang hij op een muur of een lichaam terecht komt, en hoe je kan vaststellen hoe en met welk wapen het voorafgaandelijke geweld is gepleegd: je verneemt het allemaal in de tweede reeks van Making a Murderer op Netflix. Alles wat je te zien krijgt over het zoveelste nieuwe inzicht van de forensische wetenschap lijkt onvermijdelijk een ontradend effect te moeten hebben op toekomstige geweldplegers. Je weet: tegenwoordig zullen ze je altijd weten te vinden. In 2009 publiceert de Directie Opleiding van de Belgische federale politie (DSE) de syllabus ‘De eerste dringende maatregelen nemen en vaststellingen doen van de meest voorkomende misdrijven’. Het is een geheel aan instructies voor politiemensen die te maken krijgen met een ernstig geweldsdelict. Op pagina 51 somt de syllabus prioriteiten op: ‘De meest kwetsbare aanwijzingen moeten als eerste worden beschermd en opgenomen: microsporen, biologische sporen, voetsporen.’ Voor de kijkers van CSI Miami klinkt het als de evidentie der evidenties, maar in het echte leven is er natuurlijk weinig regie. Er is enkel een script waarvan kan worden gehoopt dat het door de eerst aanwezige agenten zal worden gevolgd. De auteurs van de syllabus willen de agent in opleiding ervan bewust maken dat er op een plaats delict in die eerste minuten en uren heel veel tegelijkertijd gebeurt. Ambulanciers rennen heen en weer, buren trachten zo dicht mogelijk bij de af te schermen plek te komen, naasten van het slachtoffer melden zich aan het politielint. Een plaats delict hoort zo snel als mogelijk te worden afgeschermd, tot de komst van het technisch labo. - 18 -


Dat betekent niet dat de eerst aanwezige agenten neuspeuterend moeten zitten wachten. Wat aan sporenonderzoek kan worden gedaan, moet onmiddellijk worden gedaan. Op pagina 61 zegt de syllabus: ‘Het zoeken naar voetsporen moet methodisch en met doorzettingsvermogen gebeuren, niet alleen op de plaats van het misdrijf zelf, maar ook in de omgeving, om te ontdekken welke weg de daders vóór, tijdens en na het misdrijf hebben afgelegd.’ Op pagina 66 wordt het belang benadrukt van het nemen van foto’s van vergankelijke sporen. Het document geeft als voorbeelden: ‘Bandafdruk in de modder, voetstap in de sneeuw.’ Het zijn dingen waarvan de agent in opleiding waarschijnlijk denkt: ‘Deuh, dat had ik nu heus zelf ook wel kunnen bedenken.’ Sneeuw wordt al eeuwenlang beschouwd als het dankbaarst mogelijke terrein voor de moordonderzoeker. Sneeuw levert veel preciezere voetafdrukken op dan pakweg kiezelsteentjes, modder of zand. Zolang het blijft vriezen, kan er een spray in worden gespoten die, eens opgedroogd, een perfecte kopie oplevert van de zool van de verdachte. Indien professioneel onderzocht, laat een voetafdruk in de sneeuw het labo toe vrij precies het gewicht van de op te sporen persoon te bepalen. Doordat sneeuw veel mensen binnen houdt, zeker na middernacht, en een verdachte de neiging heeft om juist in die richting te lopen waar hij door zo weinig mogelijk andere mensen hoopt te worden gezien, is het voor de mannen in het blauw gewoon een kwestie van de afdrukken na te lopen. In Agatha Christies’ The Adventure of the Christmas Pudding and a Selection of Entrées (1960) zijn het voetstappen in de sneeuw die Hercule Poirot op het spoor zetten van de onverbeterlijke slechterik Desmond Lee-Wortley. In aflevering 3 van de Vlaamse jeugdserie Axel Nort (1966) zie je de jonge Johnny Voners in zijn zoektocht naar enkele snoodaards een voetafdruk opmerken en een kind wenken: ‘Marc, kun jij voor wat gips zorgen?’ - 19 -


In Fargo (1996) vormen de voetafdrukken in de sneeuw naast de auto met twee lijken voor de door Frances McDormand vertolkte agente Margie Gunderson de eerste aanwijzing dat ze op zoek moet naar een eerder stevig gebouwde moordenaar. Als de politie van het Oost-Vlaamse De Pinte in december 2010 een melding krijgt over een inbraak, lees je een paar dagen later in Het Laatste Nieuws: ‘De politie kon de voetsporen volgen in de verse sneeuw.’ Over de belager van een taxichauffeur in het West-Vlaamse Roeselare meldt dezelfde krant in januari 2013: ‘De dader klissen bleek een koud kunstje, want de politie kon zijn voetsporen volgen in de sneeuw tot aan zijn woning.’ In de winter van 2018 verkondigt de politie in het Britse graafschap Cheshire met een flegmatieke tweet hoe ze twee auto-inbrekers heeft kunnen arresteren door hun voetstappen in de sneeuw te volgen. Iemand retweet: ‘Good bit of old school detective work!’ Het is natuurlijk aangewezen om niet te wachten tot het gaat dooien, of tot verse sneeuwvlokken de sporen bedekken. Op politieacademie.nl vind je een rapport van het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement dat Nederlandse agenten in opleiding helpt bij het stellen van prioriteiten. Een hoofd forensische opsporing legt uit: ‘De mensen in het blauw kunnen bijvoorbeeld een doos of een bloempot over een voetafdruk plaatsen, ter bescherming van het spoor.’ Een bloempot. Agenten Sitki K. en William G. worden op 27 december 2010 en 4 januari 2011 uitgebreid ondervraagd over hun interventie, die nacht. Zij zijn als derde ploeg naar de Eem 6 in Kaatsheuvel gestuurd. Er is hen opgedragen om rondom de woning op zoek te gaan naar sporen. Zij hoorden geen levensreddende acties op zich te nemen, ze hoorden enkel sporen te zoeken. De agenten - 20 -


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401473088 by Uitgeverij Lannoo - Issuu