Skip to main content

9789401472937

Page 1

PEDRO DE BRUYCKERE

MET DE KINDEREN ALLES GOED OPGROEIEN IN TIJDEN VAN CRISES

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 3

19/10/2020 15:25


Voor Helena, Clement, Emile, Remi en … Sherlock

D/2020/45/480 – ISBN 978 94 014 7293 7 – NUR 847, 773 Vormgeving omslag: Compagnie Paul Verrept Vormgeving binnenwerk: Wendy De Haes © Pedro De Bruyckere & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 bus 01.02 Postbus 23202 3000 Leuven 1100 DS Amsterdam België Nederland www.lannoocampus.be www.lannoocampus.nl

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 4

19/10/2020 15:25


Inhoud

Inleiding Werd maar eens geboren na 2000 ‌ 7 1 Over wie hebben we het? 11 Kinderen en jongeren 13 Ouders 25 Leraren 33

2 Over welke crises gaat het? 47 Verschillende soorten crises 49 Unfairness 59 Verwaarloosde vaardigheden uit vorige eeuwen 69

3 Hoe komen we eruit? 77 Een terugkeer van het collectieve 79 Het belang van rituelen 91 Back to basics 97 Werken aan weerbaarheid 107

Slot De toekomst 113

Eindnoten 117

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 5

19/10/2020 15:25


INLEIDING Metdekinderenallesgoed_BW.indd 6

19/10/2020 15:25


WERD MAAR EENS GEBOREN NA 2000 …

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 7

19/10/2020 15:25


Met de kinderen alles goed

8

Werd maar eens geboren na 2000 … Hoeveel crises maakte je mee? Je was misschien te jong voor 9/11, maar er volgden aanslagen genoeg om je schrik aan te jagen. Er was de wereldwijde financiële crisis vanaf 2008, de Mexicaanse griep, SARS, corona, en de klimaatcrisis mag je zeker ook niet vergeten. Of misschien lag je wel wakker van de migratiecrisis? Ondertussen deelden je ouders je foto’s op Facebook en dat was nog het minste van je privacyzorgen. Of nee ... geboren worden in de jaren 1990, dat is pas erg. Je moest werk gaan zoeken net in die financiële crisis, je zat thuis met je jonge kinderen tijdens corona, en al de rest. Of nee … geboren worden in de jaren 1980. De jaren negentig vielen wel mee, er was hoop, maar die hoop kwam na veel aanslagen in je jonge jaren: aids beperkte het speelveld, je werd lid van de sandwichgeneratie samen met de kinderen die in de jaren zeventig geboren werden, waarbij je moest zorgen voor én je kinderen én je ouders of soms zelfs grootouders terwijl je je kapot werkte in een baan die nooit leek te stoppen. Het lijkt misschien alsof we de laatste jaren alleen maar zware crises hebben gekend. Tegelijk wil ik je geruststellen: crises zijn van alle tijden. Ik wil niet alle tegenslagen vergoelijken of relativeren die de verschillende generaties die op deze aardbol rondlopen vandaag de dag meemaken, maar we hebben de voorbije decennia al heel wat crises overleefd, zoals de Eerste en Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog, Vietnam, de oliecrisis van de jaren 1970, Limp Bizkit … En dan verzwijg ik de crises uit de eeuwen daarvoor nog. Het opvallende is: tussen al die crises door ging de samenleving er over het algemeen op vooruit. De armoede verminderde, medicatie verbeterde, mensenrechten werden nog steeds geschonden maar het bewustzijn hierover nam alleen maar toe ... De perfectie is er nooit geweest, zal er nooit komen, maar blijft een streven. En we komen toch dat tikkeltje dichterbij. Er zijn echter wel degelijk tendensen die opgroeien vandaag een stuk anders maken dan tien of twintig jaar geleden. In dit boek wil ik stilstaan bij die evoluties en wat ze voor jongeren nu betekenen. Tegelijkertijd wil ik ouders, leraren en beleidsmakers inspireren in hun

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 8

19/10/2020 15:25


denken om het voor kinderen en jongeren beter te maken. Of nog beter: samen met hen. Wetende dat er nog crises zullen volgen, maar ook mooie momenten. Die gelukkig ook.

9 inleiding

We zitten allemaal in hetzelfde bootje: we zijn mensen die noodgedwongen willen weten hoe het verder zal lopen, en daar soms angstig of nerveus over worden. Van het kind dat vraagt hoe het met oma of opa zal gaan, over de ouders die in onzekerheid leven over hun werk, tot de lesgever die zich afvraagt wat dit allemaal zal betekenen voor de toekomst van zijn leerlingen. Allemaal hebben we veel vragen en zijn we noodgedwongen serieus aan het zoeken naar antwoorden die vaak nog meer vragen oproepen. Om in de buurt van antwoorden te komen, ga ik in hoofdstuk 1 eerst na wie de jongeren vandaag de dag zijn in al hun diversiteit. Want hĂŠt kind of dĂŠ jongere bestaat nu eenmaal niet. En ik sta ook even stil bij wie de ouders en de leraren van deze kinderen en jongeren zijn. Misschien hebben zij veel meer veranderingen meegemaakt dan degenen voor wie ze zorgen. Deze beschrijvingen zorgen voor de achtergrond die ik nodig heb om in hoofdstuk 2 de verschillende crises te bespreken waarmee we vandaag geconfronteerd worden. Hierbij maak ik een onderscheid tussen crises die veel aandacht krijgen (maar die aandacht niet echt waard zijn omdat ze niet echt een probleem zijn), crises die echt belangrijk zijn en crises die we kunnen aanpakken als we nog wat tijd over hebben. In hoofdstuk 3 kijk ik dan naar mogelijke oplossingen voor de uitdagingen die ik beschreven heb. Verwacht geen wondermiddelen: die bestaan zelden. Wel wil ik vier mogelijke benaderingen bespreken die veel crises kunnen helpen doorstaan en zelfs komende crises waar we nu nog niets over weten mogelijk kunnen milderen. Ik beschrijf ook wat deze benaderingen vragen van en kunnen betekenen voor ouders, opvoeders, leraren en bij uitbreiding iedereen die betrokken is bij de opvoeding van onze kinderen en jongeren.

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 9

19/10/2020 15:25


1 Metdekinderenallesgoed_BW.indd 10

19/10/2020 15:25


OVER WIE HEBBEN WE HET?

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 11

19/10/2020 15:25


Metdekinderenallesgoed_BW.indd 12

19/10/2020 15:25


Kinderen en jongeren 13 Over wie hebben we het?

Wat weten we over de kinderen en jongeren van vandaag? Wie zijn ze? Wat drijft hen? Enkele belangrijke inzichten uit eerdere publicaties (De jeugd is tegenwoordig en Ik was 10 in 2015) blijven gelden. Wees je dus steeds bewust van de volgende aandachtspunten: ▪ Dé jongere bestaat nog steeds niet. ▪ Denken in ‘generaties’ is een achterhaald concept omdat er vaker meer verschillen binnen generaties zijn dan tussen generaties. ▪ De levensfase waarin je je bevindt, heeft vaak meer invloed. ▪ Jongeren veranderen vaak minder dan de wereld om hen heen verandert.1 Dat wil niet zeggen dat er geen evoluties zijn. En die evoluties bespreek ik in dit hoofdstuk.

Met de meeste jongeren gaat het goed, maar … In Scandinavië, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten blijkt uit metingen door een groot internationaal onderzoek, Health Behav­ iour in School-aged Children (HBSC), dat het welzijn van tieners de laatste jaren achteruitgaat. Hoe zit dat in ons taalgebied? Als we naar de meest recente cijfers voor Nederland2 kijken, is er niet echt sprake van een daling, maar tegelijk ervaren Nederlandse jongeren wel meer druk. Toch blijken de Nederlandse jongeren alleen hun Noorse en Koreaanse leeftijdsgenoten voor te moeten laten gaan qua positieve omstandigheden waarin ze kunnen opgroeien. In dit onderzoek dat in

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 13

19/10/2020 15:25


Met de kinderen alles goed

14

2020 gepubliceerd werd in The Lancet, scoort België een verdienstelijke achtste plaats van de 180 onderzochte landen.3 Als we kijken naar Vlaanderen is de conclusie van de Vlaamse JOP-monitor – de grote wetenschappelijke enquête van jongeren in Vlaanderen en Brussel die vijfjaarlijks afgenomen wordt – duidelijk: Samengevat kunnen we concluderen dat de meeste Vlaamse jongeren hun leven positief beoordelen en zich goed voelen. Daar staat echter tegenover dat er ook een kleine maar noemenswaardige minderheid bestaat die ontevreden is met hun leven en kampt met negatieve gevoelens. Vooral het bevorderen van de geestelijke gezondheid, positieve familierelaties en het werken aan de bouwstenen van een zelfstandige, succesvolle toekomst zouden deze jongeren kunnen helpen om hun welbevinden te vergroten.4 Enerzijds is het mooi om vast te stellen dat, tegen alle doemverhalen in, het met de meeste Vlaamse en Nederlandse jongeren relatief goed gaat. Zeer opvallend hierbij is dat er twee factoren zijn die het meest ervoor kunnen zorgen dat jongeren zich slecht in hun vel voelen: ▪ Geslacht Het is in de meeste landen – ook in Nederland – zo dat jongens vaker een hoger welbevinden hebben dan meisjes. In andere landen zien we dat het welzijn van meisjes vaker daalt en bijvoorbeeld in Vlaanderen hebben meisjes een significant groter risico op een lage levenstevredenheid dan jongens. Er zijn verschillende verklaringen mogelijk, onder andere hoe jongens en meisjes anders reageren op de puberteit en hoe meisjes meer last hebben van sociale stress of wat anderen over hen denken. ▪ Gezin De gezinsvorm waarin kinderen en jongeren opgroeien heeft een duidelijke link met hun gevoel van welbevinden. Jongeren voelen zich vaker minder goed als ze niet in een intact gezin wonen en dan voornamelijk als de ouders apart wonen. In een dergelijke situatie leven, verdubbelt de kans dat de jongere ontevreden is over zijn leven in vergelijking met jongeren die wel in een intact gezin wonen.

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 14

19/10/2020 15:25


15 Over wie hebben we het?

Wellicht hadden verschillende lezers hier de school verwacht als een bepalende factor voor welbevinden, maar uit de verschillende rondes van de Vlaamse JOP-monitor blijkt het welbevinden op school vooral door factoren buiten school bepaald te worden. Het goede nieuws is dat de school gemiddeld gesproken het niet erger maakt, het slechte nieuws is dat de school het ook gemiddeld gesproken niet echt beter maakt. Begrijp de vorige zin vooral niet verkeerd. Het woord gemiddeld is hier cruciaal. Het is zeer wel mogelijk dat kinderen zich zeer slecht voelen door situaties op school, bijvoorbeeld vanwege pestgedrag, net zoals het ook mogelijk is dat de school voor sommige kinderen een veilige haven is waar ze even weg kunnen zijn van de ellende thuis. Geheel in lijn met voorgaande JOP-studies kunnen we stellen dat verreweg de meeste jongeren in Vlaanderen graag naar school gaan: ze voelen zich sociaal geaccepteerd, hebben een goede relatie met leerkrachten, een positief academisch zelfbeeld en een redelijke interesse in het aanbod. Maar het is niet allemaal peis en vree als je dieper kijkt naar verschillende groepen jongeren. Voor een deel van de kinderen en jongeren is de school geen fijne plek. Deze leerlingen zijn vaker afkomstig uit gezinnen waar de ouders lager opgeleid zijn of een migratieachtergrond hebben. Jongeren met een migratieachtergrond zijn wel zeer geĂŻnteresseerd in wat ze op school leren, maar toch is hun academisch zelfbeeld lager dan gemiddeld. Dit is ook het geval voor jongeren uit een gezin met lager opgeleide ouders. Ook opvallend is dat deze verschillen al ontstaan in de lagere school. Bij studerende en werkende jongeren zien we vaker psychische klachten, het is dus een probleem dat zich meer situeert bij jongvolwassenen (18 t/m 25 jaar) dan bij tieners (12 t/m 17 jaar). Al blijven de scores in Nederland relatief stabiel, toch zijn de cijfers hoog met 1 op de 12 jongeren tussen 12 en 25 jaar die psychisch ongezond zijn. Ook in Nederland zijn de oudere jongeren er vaak slechter aan toe. Bij adolescenten van 12 t/m 17 jaar is het namelijk gemiddeld ongeveer 5% die psychisch niet goed in zijn vel zit, maar bij jongvolwassenen van 18 t/m 25 jaar wordt dit ongeveer het dubbele: 11%. Ook hier zijn het vooral meisjes en jonge vrouwen die zich slecht voelen. Echter, de kleine maar significante stijging die Nederland tijdens het voorbije decennium kende, is vooral te verklaren door een stijging bij jongens en jongvolwassen mannen.5

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 15

19/10/2020 15:25


Is het geluk van onze kinderen en jongeren een dun laagje vernis?

Met de kInderen alles goed

16

Tijdens de coronacrisis ging het tijdens de lockdown al snel veel slechter met kinderen en jongeren. Er werden opvallend meer klachten gesignaleerd bij studenten, een groep waar het dus al slechter mee ging dan bij jonge adolescenten. Maar ook bij de kinder- en jongerentelefoon in zowel Vlaanderen als Nederland kwamen er opvallend meer klachten over depressieve gevoelens en eenzaamheid. In Nederland opvallend ook weer vaker bij meisjes.6 Dit is vrij logisch. Deze periode zette op verschillende manieren kinderen en jongeren onder druk. De bewegingsruimte werd verkleind, de broodnodige sociale contacten met leeftijdsgenoten en vrienden werden beperkt, het stressniveau van ouders steeg en dan waren er nog de berichten over ziekte en dood. Los van het gegeven dat stress besmettelijk kan zijn en kinderen de stress van gezinsleden kunnen overnemen, is het niet onlogisch dat door dit alles kinderen en jongeren zich slechter gaan voelen: je hebt redenen om je zorgen te maken en de typische uitlaatkleppen worden afgesloten. Het is dus onjuist te denken dat dit zomaar haaks staat op wat in onderzoeken van voor corona werd beschreven, waarin toch de meerderheid van kinderen en jongeren als gelukkig werd bestempeld. Het is ook niet zo dat de negatieve effecten van een dergelijke crisis per definitie blijvend zijn (zie ook hoofdstuk drie en het deel over weerbaarheid).

de jongere sterft uit We raken stilaan in een vergrijzende wereldbevolking. Dit kan vreemd klinken, maar het lijkt wel degelijk zo. De motor van de groei van de wereldpopulatie is al lang niet meer het aantal geboortes, maar wel het langer leven.

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 16

19/10/2020 15:25


Enkele grafieken van de Verenigde Naties7 maken dit duidelijk (zie figuur 1.1, 1.2 en 1.3).

17

6.0

over wIe hebben we het?

5.5

Levendgeborenen per vrouw

5.0 4.5

95%-voorspellingsinterval

4.0 3.5 3.0 2.5

Totale vruchtbaarheid

2.0 1.5 1.0 1950

1975

2000

2025

2050

2075

2100

Jaar FIGUUR 1.1

Evolutie van het vruchtbaarheidscijfer wereldwijd (Bron: United Nations)

We zien dat het vruchtbaarheidscijfer steeds verder daalt en dat leidt tot een daling van het aantal geboortes (figuur 1.1), maar tegelijkertijd zien we binnenkort ook meer sterfgevallen door een stijgend aantal ouderen (figuur 1.2).

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 17

19/10/2020 15:25


170 160

Geboortes

150 140 130 120

Aantal

Met de kInderen alles goed

18

110 100

Overlijdens

90 80

95%-voorspellingsinterval

70 60 50 40 1950

1975

2000

2025

2050

2075

2100

Jaar FIGUUR 1.2

Gemiddeld aantal geboortes en overlijdens (Bron: United Nations)

Dit alles wil zeggen dat de wereldbevolking nog wel zal groeien, maar dat dit niet noodzakelijk zo zal blijven (figuur 1.3). 13 12

Medium variant

Totale populatie (in miljarden)

11 10 9 8 7 6

95%-voorspellingsinterval

5 4 3 2 1950

1975

2000

2025

2050

2075

2100

Jaar FIGUUR 1.3

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 18

Evolutie wereldbevolking (Bron: United Nations)

19/10/2020 15:25


Er kunnen grote verschillen zijn naargelang het continent waar je leeft, waarbij je een sterk verouderend Noorden ziet met vooral nog een jong Afrika (zie figuur 1.4). Betere toegang tot onderwijs voor meisjes en betere toegang tot anticonceptie zorgen ervoor dat het geboortecijfer ook daalt in de zich ontwikkelende landen.9

Geen data 14

FIGUUR 1.4

20

25

30

35

40

45

50

19 over wIe hebben we het?

In de grafiek in figuur 1.3 zie je verschillende scenario’s. De rode lijn is de medium variant die van een steeds tragere groei uitgaat. Het meest pessimistische scenario gaat nog steeds uit van een verdere steilere groei, terwijl het meest optimistische scenario een daling vanaf 2064 voorspelt.8 Het is onmogelijk te voorspellen, maar er zijn aanwijzingen dat het eerder de optimistische voorspelling wordt, tenminste als we naar de jongeren kijken.

<55

Mediaanleeftijd wereldwijd (Bron: United Nations)

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 19

19/10/2020 15:25


Het vruchtbaarheidscijfer in Afrika

Met de kInderen alles goed

20

Het vruchtbaarheidscijfer (fertility rate) in Afrika daalt ook al decennia, maar niet zo snel als in de rest van de wereld. Hier zou een directe link kunnen zijn met scholing. Hoe meer kinderen geschoold worden, hoe minder kinderen ze later zelf zullen hebben. Onderzoekers vermoeden dat bijvoorbeeld in bepaalde delen van de sub-Sahara onlusten die onderwijs vooral voor meisjes onmogelijk maakten, hebben geleid tot een toename van grotere gezinnen jaren later.10 Het is een extra pleidooi om te investeren in onderwijs overal ter wereld. Tegelijk is er ook positief nieuws te melden over diezelfde regio: zeven van de tien landen die de grootste daling zagen in het vruchtbaarheidscijfer tussen 2010 en 2019 bevonden zich in dit deel van Afrika.11

Misschien zullen enkele lezers dit alles met gemengde gevoelens hebben gelezen. Dat de overbevolking wellicht na een zware piek zal dalen, is goed nieuws. Maar tegelijk zien we al op veel plaatsen in het ‘oude’ Europa de gevolgen van vergrijzing, een vergrijzing die een groot deel van de wereld zal overkomen. De veranderende vorm van de bevolkingspiramide met een grotere groep ouderen, in combinatie met een grotere trek naar de stad, zorgt ervoor dat Europa veel krimpregio’s kent. Door minder geboortes komen er minder kinderen op de schoolbanken, wordt het moeilijker jonge werknemers te vinden, totdat het zelfs moeilijk wordt om scholen, winkels, dokters … aan het werk te houden, waardoor er op verschillende plaatsen in Europa al spookdorpen ontstaan. Zelfs in dichtbevolkte gebieden als Nederland en Vlaanderen merk je ook dergelijke effecten. Vlaanderen kende dan wel een tijdelijke babyboom in het begin van deze eeuw, maar net als in Nederland zijn er wijken, dorpen en streken waar relatief weinig kinderen wonen. Ik krijg soms boze berichten van mensen die leven in streken waar geen leraren gezocht worden als ik het durf te hebben over het lerarentekort. Omdat de regionale verschillen binnen Vlaanderen en Nederland groot zijn, met meer jongeren in Brussel, Antwerpen of de Randstad, is mijn enige antwoord op dergelijke berichten: ‘Wil je verhuizen?’

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 20

19/10/2020 15:25


Jongeren worden diverser Over kinderen en jongeren wordt zeer veel beweerd, maar weinig is zeker. Een van de zekerheden zie je in de grafiek in figuur 1.5 die ik uit de JOP-monitor haalde.

over wIe hebben we het?

100% 90% 80%

88,1

87,4

73,5

72,8

70% 60%

83,2

79,9

50%

51,2

48,4

43,3

40% 30%

36,7

34,2

56,8 39,2

30,3

26,3

59,3 39,8

36,7

28,3 23,3

10% 0-5 jaar

6-11 jaar

12-17 jaar

18-24 jaar

25-34 jaar

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

21,1

19 11,9

Vlaams Gewest

FIGUUR 1.5

54,4

30,4

20%

0

77,6

67,4 60,7

53,1

78,5

21

35-49 jaar 50-64 jaar

9,5

15,4

7,1 65-79 jaar

6,1 3,5 3,4 80 jaar en ouder

Antwerpen

Gent

Aandeel personen van vreemde herkomst volgens leeftijd in Vlaams

Gewest, Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Antwerpen en Gent (gegevens 2016) (Bron: Statistiek Vlaanderen, Lokale inburgerings- en integratiemonitoren 2018 (eigen bewerking))

De vreemde herkomst – 22% van de totale bevolking – kan zelf al heel verschillend zijn. Zo kwam in 2018 de grootste groep uit … Nederland, gevolgd door Marokko, Turkije, Italië en Polen.12

Jongeren en geloof Als je naar de verschillende edities van de JOP-monitor kijkt, zie je een grote achteruitgang van jongeren die zichzelf als christelijk of katholiek zien. Was dat in 2006 nog 56,6%, in 2018 was dat 20% minder. Tegelijkertijd zie je een evolutie van 38% jongeren

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 21

19/10/2020 15:25


Met de kinderen alles goed

22

die zichzelf als niet-gelovig of vrijzinnig afficheren in 2006 tot net iets meer dan 50% in 2018. Het percentage jongeren dat zichzelf als moslim ziet is nog meer gestegen, van 2,5% in 2006 tot 9,7% twaalf jaar later. Dit kun je niet los zien van de demografische ontwikkelingen die ik beschrijf en dat wordt duidelijk als je naar de steden kijkt. In Brussel bekent 46,20% van de jongeren zich tot de islam, in Antwerpen 39,80% en in Gent 28%. Ook in Nederland zien we vooral een daling van het geloof onder jongeren, waarbij opvalt dat vooral protestantse jongeren nog het meest actief de erediensten bezoeken.13

Nederland telt 24,4% inwoners met een migratieachtergrond van wie 10,5% een westerse achtergrond heeft. In Nederland zijn de topmigratielanden Turkije, Marokko en Suriname. Als we specifiek kijken naar jongeren, zien we bijna vergelijkbare tendensen als in Vlaanderen. Begin 2019 had 27% (1,3 miljoen jongeren van de 4,9 miljoen) van alle jongeren in Nederland een migratieachtergrond, maar dit percentage loopt op tot 60% in de drie grootste steden, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Twee derde van deze jongeren had een niet-westerse herkomst, waarbij 80% van hen wel in Nederland is geboren. De verwachting in Nederland is ook dat het aantal jongeren met een migratieachtergrond het komende decennium zal toenemen in de hele populatie van jongeren, maar deze toename zou zich vooral voordoen bij jongeren uit families die uit een westers land naar Nederland immigreerden.14

Segregatie in de vriendschap neemt af, maar in de liefde â&#x20AC;Ś Het voordeel van herhaalde enquĂŞtes is dat je mooi evoluties vast kunt stellen. Zo bleek in Vlaanderen in 2013 slechts 40% van de autochtone jongeren in de grote steden een vriend te hebben met een migratieachtergrond. Dit groeide in vijf jaar tijd naar 71%. Buiten de grote steden ligt dit cijfer lager (48%), maar dit is niet onlogisch omdat de diversiteit daar vaak geringer is (zie de grafiek in figuur 1.5). Toch zijn er nog wel enkele kanttekeningen:

Metdekinderenallesgoed_BW.indd 22

19/10/2020 15:25


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401472937 by Uitgeverij Lannoo - Issuu