Skip to main content

9789401472630

Page 1

2


Inhoud Vooraf — Dieren die nooit vervelen

7

1 Vervolgd en opgejaagd

11

Het leeggeschoten platteland

11

De wolvenjacht in de Lage Landen

15

Schoot de eerste koning der Belgen de laatste wolf?

19

De Franse doodseskaders

22

2 Portret van de Europese wolf

33

Wie is de wolf?

33

Aan de top van de voedselketen

39

Een roedeldier

42

Welpen worden wolven

48

Op jacht

53

Waar en hoe vind je de wolf?

56

Lookalikes van de wolf 73 De goudjakhals, het kleinere broertje van de wolf 83 The missing lynx 88


3 De comeback van een icoon

95

Betere tijden

95

Een gestaag herstel

97

De wolf in Europa

100

Wanneer wolven gaan zwerven

131

Legendarische zwervers

137

4 De eerste wolven in BelgiĂŤ en Nederland

145

Welkom, wolf!

145

Van wansmakelijke grap naar een echte wolf 150 In het spoor van Naya

153

2018, het jaar van de wolf

162

2019, het jaar van de welpen

175

Het jaar van de welpen (bis)

186

2020, het jaar van de zwervers

197

De avonturen van Billy de Wolf

203

Vier hartverwarmende sloebers

217

Van regio zonder wolven tot Europees kruispunt

220

5 Hoe boos is de wolf?

227

Wolven en vee

227

Wolven en mensen

241

Nawoord —

De wolf is terug. En nu?

253


Vooraf — Dieren die nooit vervelen Wat we tien jaar geleden voorspelden, is uitgekomen: de wolf is helemaal terug in de Lage Landen. In het noordoosten van Nederland maakte de wolf al in 2015 zijn rentree. Daar kijken ze inmiddels al niet meer op van de zoveelste wolf die een verkenningstocht maakt door de provincies die aan Duitsland grenzen. Inmiddels telt Nederland al verscheidene gevestigde wolven, elk met hun eigen territorium. Voor België was het spannend afwachten van welke kant ze zouden komen. Italiaans-Franse wolven vanuit het zuiden? Of Pools-Duitse wolven vanuit het oosten? Het zijn uiteindelijk Duitse wolven geworden en ondertussen zijn het er al meer dan tien. Verrassend genoeg kwamen die deels via Nederland en niet rechtstreeks uit Duitsland. Intussen kwamen daar nog wat Franse wolven bovenop, zowel in België als in Nederland. In oktober 2017 besloot de puberende wolvin Naya haar ouderlijke roedel in het noordoosten van Duitsland te verlaten. Ze zette het op een lopen, op zoek naar een een geschikt leefgebied en een partner, zoals wolven doorgaans doen in hun tweede le-

7


vensjaar. Jongvolwassen wolven kunnen dan lange zwerftochten ondernemen door heel Europa. Naya’s verkenningsdrang leidde haar aanvankelijk naar Noord-Nederland, maar daar vond ze haar gading niet. Dus liep ze non-stop door het grensgebied van Nederland en Duitsland naar het zuiden, tot ze de Belgische grens bereikte, vele honderden kilometers van huis. Eenmaal op Vlaamse bodem nam Naya prompt een stevige pauze op de militaire domeinen rondom Hechtel-Eksel en Leopoldsburg. Die pauze duurde op den duur zo lang dat we haar niet langer als transmigrant konden beschouwen. Ze had het blijkbaar naar haar zin, daar op de Limburgse heide, en wou van geen wijken meer weten. Halverwege 2018, een half jaar na haar aankomst, werd ze officieel erkend als Limburger. En dat hebben we bij Landschap vzw en Welkom Wolf geweten. Van het laatste wolvenloze land van het Europees continent werden we in één klap gastland voor een sedentaire wolvin. The first wolf near Brussels was wereldnieuws. In de zomer van 2018 kreeg Naya een partner, August, en in mei 2019 beviel ze van de allereerste Vlaamse wolvenwelpen sinds bijna tweehonderd jaar. Twee weken later waren moeder en kroost dood. Ze werden vermoord door een taskforce van lokale jagers. Maar zelfs dood bleef Naya het nieuws beheersen. De volgende winter nam een nieuwe zwerver, Noëlla, haar plaats in aan de zijde van wolf August. Zij schreef geschiedenis als moeder van de eerste opgroeiende wolvenwelpen in Vlaanderen. Het leven op het secretariaat van Landschap vzw is inmiddels radicaal veranderd. Vóór de komst van Naya konden we nog netjes onze eigen planning opmaken, maar dat was na

8


Naya nooit meer het geval. Het zijn de wolven die bepalen wanneer we uitrukken om bij een dood schaap uit te leggen dat wolven vooral reeën en jonge everzwijnen eten. Het zijn zwervende wolven die bepalen waar in Vlaanderen we infoavonden voor kleinveehouders of geleide themawandelingen over wolven moeten organiseren. Het zijn zelfs de wolven die bepalen wanneer er ruimte is voor al het andere werk dat wacht op het kantoor van Landschap vzw. Door en door moe zijn we soms. In sommige periodes worden we elke ochtend wakker gebeld door de pers en zijn we tot na middernacht bezig met de mails naar het meldpunt Welkom Wolf uit te pluizen. Maar het is ze allemaal vergeven, want wolven doen tenslotte ook maar wat hun hart hen ingeeft. En regelmatig toveren ze – ongewild – toch weer een glimlach op je gezicht. Zoals die ochtend in september, toen een fietser al heel vroeg belde om te melden dat hij een reusachtige, hoogzwangere wolf had gezien die amper tien meter voor zijn fiets de straat kruiste. Uit de beschrijving bleek overduidelijk dat het wel degelijk een wilde wolf betrof, maar dan een mannetjesdier. Haast tegelijk ontvingen we een andere melding, van een dood schaap op een steenworp daarvandaan. Dan weet je het wel: de ‘hoogzwangere’ reu was met een overvolle maag op weg naar zijn kroost op het militair domein, daar vlakbij. Of die keer dat ik de wetenschappers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) moest vertellen dat een Amerikaanse paaldanseres in volle avondspits in de remmen was gegaan op de Noord-Zuidverbinding tussen Hasselt en Eindhoven. Slechts op het nippertje had ze een aanrijding met wolf August kunnen voorkomen. Die drukke weg in volle avondspits oversteken was al niet normaal, maar de aanwezig-

9


heid van een Amerikaanse paaldanseres maakte het verhaal helemaal ongeloofwaardig. Maar goed: wij checken niet alleen de waarneming zelf, maar ook de bron. En dan blijkt: werkelijk iedereen is een potentiĂŤle wolvenwaarnemer, want een wildcamera gaf de paaldanseres gelijk. Wolven gaan nooit vervelen. Telkens als je denkt dat je echt alles hebt gezien en dat nĂłg straffer niet meer mogelijk is, doen ze weer iets waardoor je al je opgedane wijsheid mag resetten of minstens in vraag mag stellen. Wablief, een brug van twee kilometer over de Rijn genomen? Een tunnel onder de Alpen verkend? Tweeduizend kilometer gelopen om een lief te vinden? Een ziek kalf afgemaakt in de stal terwijl de boer gewoon thuis was? Wolven, je zou er zo een boek over kunnen schrijven.

10


1— Vervolgd en opgejaagd Het leeggeschoten platteland Wolven kwamen oorspronkelijk overal op het noordelijk halfrond voor, van de westkust van de Verenigde Staten tot de oostkust van Siberië. Alleen op IJsland waren er geen wolven, maar verder leefden ze in heel Europa, ook in België en Nederland. In een ver verleden was er ontzag voor wolven en hun efficiënte manier van jagen. In de oertijd konden mens en wolf harmonieus naast elkaar leven. Ze joegen op dezelfde prooien, onder meer edelherten, wilde paarden en oerrunderen, maar mensen hadden weinig last van wolven. Door het achterlaten van prooiresten gaven mensen en wolven zelfs onbewust aan elkaar door waar de prooidieren te vinden waren. Maar naarmate de bevolking groeide, er steeds minder wild was en de mens almaar meer schapen en ander vee ging houden, nam het aantal conflicten tussen mens en wolf toe. Finaal werden wolf en mens elkaars concurrenten.

11


Dat was het begin van de eeuwenlange vervolging van de wolf. Die nam in hevigheid toe wanneer wolven bij gebrek aan prooidieren overschakelden op vee.

Wederzijdse angst Sinds mensenheugenis boezemde de wolf de mens angst in. De wolf gold als onbetrouwbaar, wreed en meedogenloos. Het dier was een sinister genie dat er opuit was de mens schade toe te brengen. Die vrees hing grotendeels samen met de angst voor de habitat van het dier: de woeste natuur. In het onontgonnen woud scholen wezens die de mensenwereld schuwden. De wolf behoorde tot een wereld die ontsnapte aan de controle van de mens – geen wonder dat het dier een metafoor werd voor het kwade. De link met de duivel was snel gelegd. De duivel kon de mens zelfs dwingen om als weerwolf de gedaante van zijn duistere vijand aan te nemen. Tot ver in de achttiende eeuw werd de wolf overal beschouwd als een te duchten creatuur. Tekenend voor het criminele karakter dat men de wolf toekende, was de achttiende-eeuwse ‘wolvengalg’, waaraan de kadavers van gedode wolven bungelden. Soms leefden wolf en mens relatief vreedzaam naast elkaar, maar die periodes werden telkens afgewisseld door tijden van hevig conflict. En er was niet veel nodig om het broze evenwicht tussen mens en wolf aan het wankelen te brengen. Oorlogen en misoogsten brachten vaak ziektes en hongersnood met zich mee. Dat leidde tot demografische terugval en dus een verwildering van het cultuurland. Net daar rukte de wolf op, want op de vrijgekomen landbouwgronden floreerden zijn prooidieren: reeën, herten, wilde zwijnen en haasachtigen. De mensen waren er niet talrijk genoeg om het de wolf moeilijk te maken.

12


Omgekeerd werd de wolf in het defensief gedrongen in periodes van toenemende welvaart en bevolkingsgroei. Wanneer de mens het landbouwareaal maximaal benutte, het cultuurland uitbreidde ten koste van bos en heide, en bossen systematisch ging exploiteren, kromp het leefgebied van de wolf en zijn prooidieren aanzienlijk. Mensen waren talrijk en hadden tijd en middelen om de wolf achterna te zitten.

Genadeloze vervolging Tot in de negentiende eeuw leefden wolven in de directe omgeving van mensen. In grote delen van Europa zat er toen amper nog wild in de bossen. Vanaf de achttiende eeuw gingen landbouwers het platteland immers zo intensief exploiteren dat er nauwelijks nog prooidieren overbleven. Jagende edellieden zetten extra druk op het weinige overblijvende wild. Maar op het afval in en rond de dorpen was het goed leven voor de wolven. Alleen in de periode dat er opgroeiende welpen waren, volstond het beschikbare voedselaanbod niet. Dan vulden wolven hun menu noodgedwongen aan met schapen, geiten, kalveren, veulens en mogelijk ook menselijke resten van de slagvelden uit die tijd. Je kunt niet honderd procent uitsluiten dat in die context, en bij hoge uitzondering, ook zwakke personen ten prooi vielen aan wolven. In ieder geval zat het aantal conflicten in de lift. Bovendien heerste in heel Europa hondsdolheid, een virale infectie die het centraal zenuwstelsel van zoogdieren aantast. Dieren die besmet zijn, zijn ofwel suf ofwel juist heel agressief voor ze aan de ziekte ten onder gaan. Aanvankelijk werd de jacht op de wolf ingezet met vangkooien en valkuilen, later ook met netten, klemmen, strikken en gif. De introductie van het jachtgeweer luidde het begin van het einde in voor de wolf in heel West-Europa.

13


De dieren werden meedogenloos vervolgd en afgeschoten om te voorkomen dat ze aan de haal gingen met vee of mensen aanvielen. Mede door georganiseerde drijfjachten ging het snel bergaf met de wolvenpopulatie.

Het verdwijnen van de wolf Al in 1743 verdween de wolf uit Groot-Brittannië. Omstreeks 1800 kwamen wolven nog in redelijke aantallen voor bij ons, maar amper enkele decennia later stierf de wolf ook in België en Nederland uit. In het begin van de negentiende eeuw vormden wolven nog een ‘serieus probleem’ in de buitenwijken van Brussel, maar al in 1815 was ons grootste landroofdier bijna helemaal verdwenen. Afhankelijk van de bron sneuvelde de laatste Belgische wolf halfweg de negentiende eeuw of werd hij zelfs pas in 1923 afgeknald. Feit is dat de Belgische wolvenpopulatie al in de eerste decennia van de negentiende eeuw zo goed als volledig van de kaart werd geveegd. Na 1840 werden waarnemingen uiterst zeldzaam en was van een populatie al lang geen sprake meer. Wellicht dook hier en daar nog eens een zwerver op, meer niet. In Nederland verging het de wolf niet beter. In 1869 werd de laatste wolf bij Schinveld, in Zuid-Limburg, gevangen. Mogelijk werd er enkele decennia later, in 1897, nog eentje gespot bij Heeze, in Noord-Brabant. Door intensieve vervolging was de wolf al veel eerder uit grote delen van Nederland verdwenen. Aan het begin van de negentiende eeuw was er nog een groot wolvenbestand in Noorwegen en Zweden, maar daarna namen hun aantallen ook daar zienderogen af. Een uitbraak van de wolvenpest rond 1840, een sterke bevolkingsgroei en – vanaf 1845 – een Noorse overheidscampagne om wolven uit te roei-

14


en, zorgden ervoor dat er in de jaren zestig van de vorige eeuw geen wolven meer overbleven in Noorwegen en Zweden. Uiteindelijk werd de Europese wolf teruggedrongen tot in het voormalige Oostblok en de gebergtes van Italië, met de Abruzzen als laatste Zuid-Europees toevluchtsoord. De Iberische wolf, een ondersoort, slaagde erin om te overleven in de woeste bergen van Spanje en Portugal.

De wolvenjacht in de Lage Landen De meest dramatische episode in de strijd tussen mens en wolf zou zich in de Nederlanden hebben voorgedaan tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), meer specifiek rond de wisseling van de zestiende en de zeventiende eeuw1. Delen van de Lage Landen beleefden hun donkerste periode sinds de middeleeuwen. Een aanhoudende toestand van oorlog, honger en ziekte ging gepaard met uitzonderlijk koude winters. Die zorgden voor een struggle for life bij zowel mens als wolf. In hun normale jachtgebied konden wolven niet langer de nodige prooien vinden en dus drongen ze noodgedwongen het terrein van de mens binnen. Zwervende wolven uit andere streken versterkten het probleem soms nog. Er was sprake van een echte ‘wolvenplaag’.

1

Archieven in België en Nederland bevatten een schat aan informatie over de manier waarop mensen in vroeger eeuwen met wolven omgingen. Enkele auteurs plozen met engelengeduld die archieven uit. Zo publiceerde dr. Bart Minnen een lijvig artikel over de historische wolvenvervolging in het ruime Hageland (het oostelijke deel van de huidige provincie VlaamsBrabant) en de aanpalende Zuiderkempen. Daarin verwijst hij ook regelmatig naar het boek Over vryaerts en resoelen van Gie Luyts, een referentie als het gaat over de uitroeiing van de wolf in België en Zuid-Nederland.

15


Door de permanente oorlog was de situatie ronduit catastrofaal in het laatste decennium van de zestiende eeuw. Het bevolkingsaantal bereikte een dramatisch dieptepunt, overal nam de natuur weer bezit van akkers en weiden die jarenlang onbewerkt bleven liggen. Samen met de oprukkende wildernis drongen wilde zwijnen en wolven door tot in de dorpen. In het boek Postele op ter Heyden (1946) blikt E. Van den Bergh, een van de vroegere pastoors van Mol-Postel, terug op de geschiedenis van de streek waarin ik zelf ben opgegroeid. Volgens de auteur krioelden de Kempen in de zestiende en zeventiende eeuw van wolven: ‘Er waren in de kwartieren van Antwerpen en byzonderlyk in de Kempen, alstoen zooveel wolven, dat niet alleenlijk de beesten, maar ook de menschen gedurig door deze dieren werden aengerand.’ Met zin voor overdrijving verhaalt Van den Bergh hoe wolven brullend enkele paarden aanvielen. Ook de mensen zelf waren er niet meer gerust op: ‘De wolvenplaag werd zo erg, dat mensen al bellende langs eenzame wegen gingen, of op een hoorn schetterden, om de wolf af te schrikken.’ In zijn monumentale Nederlandsche Historien beschrijft P.C. Hooft dat gedurende de opstand tegen Spanje, in de tweede helft van de zestiende eeuw, hele dorpen leegliepen, waarop wolven de huizen innamen. Ze wierpen hun jongen zelfs in de bedsteden. ‘Toen deze gruwelijke beesten derwijze vermenighvuldigden in Brabant en Vlaandre, dat zij bij schaarsheit van aas, niet alleenlijk het vee, maar wyven en mannen aanranzden; de kinderen uit de wiegh oft der ouderen armen schaakten, en op een jaar – zo bereekent werd – omtrent Gent, binnen twee mijlen in ’t ronde, wel honderd menschen verslonden.’ Yeah, right.

16


Het hoogtepunt van de wolvenjachten zou zich situeren tussen 1580 en 1625, met een heropflakkering in het midden van de zeventiende eeuw. Over de jachtmethodes vermelden de archieven niet altijd details. Soms werden wolven geschoten. Solitaire jagers maakten gebruik van wolvenklemmen. In veel gevallen werden wolven via drijfjachten naar netten gedreven, om vervolgens op niet al te zachtzinnige wijze te worden afgemaakt. De jachtordonnantie van de aartshertogen Albrecht en lsabella uit 1612 bevestigde het uitzonderlijk karakter van de jacht op wolven en vossen. Zij viel buiten het gewone jachtrecht en bleef als vanouds toegestaan in elk seizoen. Elk dorp moest een wolvenjager aanstellen en verplicht wolvennetten laten maken. Waar nodig moesten drijfjachten de wolvenplaag indijken. Vanaf de late zestiende eeuw kreeg iedereen die kon bewijzen dat hij een wolf had gedood ook een premie. Al die maatregelen maakten dat de wolf in de zeventiende eeuw uitgroeide tot een permanent jachtobject. Werkelijk iedereen zat achter het dier aan.

Met de wolf de boer op Wanneer iemand een wolf had gedood of gevangen, ging hij zijn buit van dorp tot dorp presenteren en telkens kreeg hij een premie toegestopt van het dorpsbestuur. Uit de boekhouding van abdijen blijkt dat de jagers hun vangst ook daar kwamen tonen om ‘drinkgeld’ op te strijken. Die wolvenjagers of wolvenvangers noemde men soms ook ‘wolvers’, alsof het een volwaardig ambacht betrof. ln 1620 betaalden de nonnen van de abdij Vrouwenpark in Rotselaar drinkgeld aan drie verschillende mannen die – naar eigen zeggen – een razende wolf hadden doodgeslagen.

17


Soms toonden de jagers niet het hele kadaver, maar alleen de vacht. Zeker in de warme zomermaanden ging een dode wolf al snel ontbinden – het was vast geen pretje om er dan lang mee rond te trekken. Met een vacht, een stel poten of een staart lukte dat wel: daar kon je maandelang de boer mee op gaan. Zo kwamen in juni 1735 twee mannen uit Rillaar (bij Aarschot) aan in Oostmalle met de vacht van een wolf die ze al hadden gedood op 5 april. In de tussentijd hadden ze al de hele Kempen afgedweild met hun wolf. In bepaalde periodes was de wolf zo algemeen dat sommige lieden zich specialiseerden in de wolvenvangst. De wolven hoefden niet eens dood te zijn om ermee rond te trekken: soms voerden de jagers een of meerdere levende dieren mee. In 1768 en 1769 kwamen in Nieuw-Ginniken (bij Breda, in de huidige provincie Noord-Brabant) drie personen wolven tonen die ze hadden gevangen in het huidige Vlaams-Brabant. De tarieven van wolvenpremies varieerden naargelang van de leeftijd, het geslacht en de omvang van de wolf. Een drachtige wolvin – een potentiële bron van nog meer wolven – leverde het meeste geld op, gevolgd door een wolvin, een volwassen mannetjeswolf, een jonge wolf en een welpje. Sommige steden of dorpen betaalden een hogere premie als het dier op hun grondgebied was gevangen. Er speelde ook een kwestie van vraag en aanbod: bij een toename van de aanvoer daalden de premies. Overigens betaalden dorpen, steden en abdijen niet alleen premies voor wolven, maar ook voor andere ‘schadelijke’ dieren, zoals vossen, otters, dassen, fluwijnen (marters) en spechten. Ja, spechten! ln 1736 stond de portierster van de abdij Vrouwenpark in Rotselaar zeer uitzonderlijk oog in oog met een arend. Voor die zeldzame en keizerlijke roofvogel betaalde de abdij

18


niet minder dan vijftien gulden en vijftien stuivers, in die tijd een klein fortuin voor een simpele jager.

Schoot de eerste koning der Belgen de laatste wolf? Leopold I, die in 1831 tot eerste koning der Belgen werd gekroond, was een fervent jager. Op zijn domeinen in de Ardennen en de Kempen organiseerde hij klopjachten met drijvers en tussen 1836 en 1855 schoot de koning van het nog jonge België meer dan tweeduizend stuks grootwild. Vooral in de streek van Houyet, in de provincie Namen, verwierf de koning meteen na zijn aanstelling enorme bosgebieden om te jagen. Het is daar dat hij op 14 februari 1845 het laatste wolvenpaar zou hebben gedood met zijn favoriete Engelse jachtgeweer. Wat een toeval! Als politiek compromis tussen de Europese grootmachten was Leopold, een Beierse prins die leefde aan het Engelse hof, naar het prille België gehaald om er te fungeren als staatshoofd. Terwijl het land nog in opbouw was, schoot de eerste koning der Belgen toch wel niet de allerlaatste wolven, zeker. De volgende dagen deelden de kranten mee dat de wolf definitief was uitgeroeid in België. De overwinning op de wolf paste wonderwel in de propaganda van de nieuwe monarchie en werd gulzig verspreid. Officieel heette het een stap in de beschaving voor het nieuwe koninkrijk. Want de wolf was nog nooit zo onpopulair geweest. Voor de oprukkende landbouw en de groeiende veestapel was de wolf een echte lastpost geworden. Voor de adel was de wolf een concurrent bij de prestigieuze jacht op groot wild.

19


Op de plek van de fatale schoten, diep in de bossen van Custinne (Houyet), ligt vandaag nog altijd een gedenksteen als blijvende herinnering aan de succesvolle uitroeiing van de wolf. La tombe du loup, oftewel het graf van de wolf, herdenkt het heldhaftige afschot met de woorden: ‘S.M. Léopold I roi des Belges étant à la chasse sur la terre de Custinne abattit en cet endroit un énorme loup.’ Op deze plek heeft Zijne Majesteit Leopold I, Koning der Belgen, op jacht in de bossen van Custinne, een enorme wolf geschoten. Meteen verwierf wolvenjager Leopold I een heldenstatus in de Ardennen. De jachtscène zou er nog decennialang worden nagespeeld in het lokale volkstheater. Als kroon op het werk van de koning werden de twee wolven opgezet in het Koninklijk Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel. Ze werden er tentoongesteld tussen de prehistorische dieren.

In de kelder Minstens één wolf van Custinne is tot vandaag bewaard in de collectie van het museum. Het dier staat ergens in de kelder. Over de tweede opgezette wolf twijfelt het museum zelf of hij daadwerkelijk door de koning werd neergeschoten. De wolven worden op dit moment niet meer tentoongesteld. Ze zien er ook niet uit: de taxidermisten van toen hadden er alles aan gedaan om de wolven zo bloeddorstig mogelijk voor te stellen.

20


Fake news Ik was er niet bij, maar heb toch mijn reserves bij de verheerlijking van de koninklijke jachtpartij uit 1845. Het lijkt er sterk op dat de koning en zijn entourage dit verhaal handig hebben geclaimd en gerecupereerd. Het zou toch wel héél erg moeten lukken dat de koning in eigen persoon de laatste twee wolven zou hebben neergelegd, niet? Als je met een bende jagers achter de laatste twee wolven aan gaat in de onmetelijke bossen van de Ardennen, hoe groot is dan de kans dat die dieren allebei het pad van de koning kruisen? Het is zeer de vraag of er in 1845, toen de Belgische wolvenpopulatie al letterlijk aan flarden was geschoten, überhaupt nog wolvenparen voorkwamen in de Ardennen. Er zullen wel occasionele zwervers door Europa zijn getrokken, maar zwervende wolven gaan altijd in hun eentje op pad. Dat is vandaag zo en dat was in 1845 niet anders. De kans dat Leopold effectief een koppel wolven heeft geschoten, lijkt me zo goed als onbestaande. Dat de vorst een vruchtbaar koppel wolven – de bron van veel potentieel onheil – had omgelegd, paste wel perfect in het kraam van het toenmalige hof. Je mag gerust veronderstellen dat het hele verhaal zwaar geromantiseerd is. Ik wil wel geloven dat Leopold in eigen persoon aanwezig was op de bewuste jachtpartij en vooral op de braspartij achteraf. Dat is een stuk plausibeler. Intussen is overigens zeker dat niet Leopold I de allerlaatste wolven in België heeft gedood. In Merksplas, in de Noorderkempen, werd in 1868 nog een wolf gedood en in 1895 droegen de inwoners van Virton een gedode wolf door de straten. Volgens andere bronnen zou de allerlaatste wolf pas in 1923 geschoten zijn nabij Evelette, ten oosten van Namen.

21


WWW.LANNOO.COM Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagfoto’s: © Pieter-Jan D’Hondt (voorkant), © Pieter-Jan Vanstockstraeten (achterkant) Fotokatern: © Jan Loos tenzij anders vermeld Omslagontwerp: Studio Lannoo (Nele Reyniers) Vormgeving: Studio Lannoo i.s.m. Keppie & Keppie © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 en Jan Loos D/2020/45/620 – ISBN 978 94 014 7263 0 – NUR 410/740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook