Martin Van Steenbrugge
MO S T WA NTE D 20Â jaar lang jagen op voortvluchtige criminelen Opgetekend door Erik Raspoet
Ik heb tijdens mijn beroepsloopbaan altijd ten volle rekening gehouden met de rechten van de personen die ik diende op te sporen. Hun rechten en fundamentele vrijheden zijn ook voor een flik zeer belangrijk. Tijdens de redactie van het boek werd hiermee rekening gehouden. Uit respect voor de privacy en het recht op vergetelheid werden sommige namen in dit boek door pseudoniemen vervangen. —Martin Van Steenbrugge
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. omsl ag on t w er p Studio Lannoo (Nele Reyniers) vor mgeving Armée de Verre Bookdesign r edactie Erik Raspoet © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 en Martin Van Steenbrugge d/2020/45/613 – isbn 978 94 014 7260 9 – nur 339/740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
INHOUD Voorwoord – Het fast vergeet nooit Proloog – Brussel – Abidjan
7 11
De vervalser van het Vossenplein Bij de undercovers Martin Bloemperk Een ongeplande geboorte Jansen en Janssen De gangster en de schoonheidskoningin Race tegen de tijd enfast Cherchez la femme Belgium’s Most Wanted Aangeslagen
25 37 52 64 80 99 120 133 149 167 177
Epiloog – Abidjan – Brussel Lexicon
197 208
VOORWOORD HET FAST VERGEET NOOIT Criminelen oppakken is zowat de kerntaak van de politie. Het is wat de bevolking verwacht van een politieman en het is wat elke voortvluchtige crimineel vreest: dat op een dag de politie aan zijn deur of aan zijn schuilhol staat. Laat dat nu net de job zijn die Martin Van Steenbrugge twintig jaar gedaan heeft. Als hoofd van het Fugitive Active Search Team heeft hij de voorbije twee decennia de jacht geopend op honderden moordenaars, verkrachters, oplichters en ander minder fraai volk. De titel van dit boek had evengoed ‘Wij vergeten nooit’ kunnen zijn. Want dat is iets wat me in al die jaren is opgevallen tijdens gesprekken met Martin Van Steenbrugge. Noem de naam van een voortvluchtige crimineel en Martin geeft je voor de vuist weg wat hij allemaal uitgespookt heeft, tot hoeveel jaar cel hij veroordeeld is en waar hij zich het laatst heeft laten zien. Hij hoeft daar zelfs geen dossier voor open te slaan. Hij kent zijn pappenheimers door en door. Nog zoiets waarmee Martin je weet te verbazen. Vaak weet hij exact te zeggen waar zijn voortvluchtige zich bevindt. Meestal het thuisland van de crimineel, die er zich veilig waant en soms zelfs
7
terecht. Niet alle landen zijn van plan om onderdanen uit te leveren, hoe zwaar de feiten ook zijn. Maar ze zelf berechten is dan ook weer een stap te ver. Een aantal criminelen van de Most Wanted-lijst zit gewoon in Marokko, in Rusland of op de Filipijnen, waar ze een nieuw leven zijn begonnen. Soms zelfs onder hun eigen naam. Dan bots je als politieman meteen op diplomatieke en juridische grenzen. Het liefst van al zou Martin ze zelf gaan ophalen en ze persoonlijk voor de rechtbank brengen. Maar dan bots je al snel op uitleveringswetten en praktische juridische bezwaren. Het moet een serieuze frustratie zijn als politieman dat je weet waar je target zich bevindt, maar dat je er niet aan kunt. Ik heb Martin bijna dertig jaar geleden leren kennen als gerechtsjournalist. Ik maakte voor vtmnieuws een reportage over de handel in gestolen kunst. Dat was toen de specialiteit van Martin bij de gerechtelijke politie. De beelden van het interview heb ik onlangs herbekeken. Hij is niets veranderd, weliswaar witter van haar, maar even gedreven als altijd. En met dat onmiskenbaar Gentse accent. Daarna verdween hij letterlijk van de radar, want hij ging voor de federale politie undercover. Wat hij in die tussenperiode heeft gedaan, kunt u zoals ik zelf vernemen in dit boek. Pas bij de oprichting van het fast in 2000 duikt hij weer op en loop ik Martin weer tegen het lijf. Het team is net boven het doopvont gehouden en hij mag de opsporingsdienst leiden. Een opdracht die hij tot aan zijn pensionering heeft uitgevoerd.
8
Ik ben enkele jaren geleden op reportage geweest in Washington, waar ik de us Marshalls heb gevolgd. Zij doen al sinds jaar en dag wat het fast doet: jagen op voortvluchtigen. Elke dag werden er vijf tot tien invallen gepland. ’s Ochtends kreeg de ploeg van tien Marshalls, allen tot de tanden gewapend en met kogelwerend vest, een briefing en dan trokken ze eropuit. Hun cliënteel waren zware jongens, die ze geen kans laten om iets terug te doen. Tijdens de huiszoekingen en invallen sneuvelde menig deur, werd er geroepen en gedreigd met wapengeweld, werden de verdachten op gespierde wijze op de grond gewerkt en geboeid afgevoerd. Toen ik voor mijn opsporingsprogramma Faroek een uitgebreide reportage mocht maken over het fast-team, had ik de us Marshalls in mijn achterhoofd. Wat een verschil met de Amerikanen. Wat me trof was hoe discreet de teamleden van het fast werken. Als ze ergens binnenvielen, was dat eerder met een vastberaden klop op de deur dan met de voet vooruit. Maar even efficiënt. Een gesprek met de buren, een discrete observatie… en als de voortvluchtige positief was herkend, volgde de arrestatie. De politiemensen van het fast-team zijn stuk voor stuk gewapend en zijn ook getraind om te schieten als het moet. Maar een schot heb ik nog niet horen vallen. Het belangrijkste wapen van het fast is geduld. Wachten op de juiste omstandigheden, niets aan het toeval overlaten en als alles goed zit, snel en daadkrachtig toeslaan. Maar ook wachten tot een ondergedoken crimineel een fout maakt. De uitdrukking ‘cherchez
9
la femme’ is het fast op het lijf geschreven. Het telefoontje naar het liefje om te laten weten hoezeer hij haar mist. Of het berichtje voor de verjaardag van mama. Het wordt voortvluchtigen telkens weer fataal. Een zaak die Martin nooit heeft losgelaten, is het zogenaamde Duivelskoppel Jean-Claude Lacote en Hilde Van Acker. Beiden zijn door het hof van assisen veroordeeld voor de moord in 1996 op de Brit Marcus Mitchell. Bij verstek, want beiden waren het land al lang ontvlucht. Bij elk gesprek, bij elk interview dat Martin gaf, viel hun naam. Het liet hem niet los. Hij droomde er ’s nachts zelfs van. Het was zijn levenswerk om hen ooit achter de tralies te steken. De kroon op zijn carrière, de arrestatie van Lacote en Van Acker eind 2019 in Ivoorkust, heeft Martin niet meer mogen meemaken, behalve vanaf de zijlijn. Al was het geen geheim voor hem waar ze al die tijd verbleven. Dit boek geeft de lezer een inkijk in de intrigerende wereld van het politieteam dat elke dag jaagt op voortvluchtigen. Ook al zijn die vergeten bij de publieke opinie, het fast vergeet nooit! —faroek özgünes
10
PROLOOG BRUSSEL – ABIDJAN
Het is vrijdagmiddag en verschroeiend heet. De cameraman moppert. Wat een idee om in januari, midden in het droge seizoen, een repo te draaien in Ivoorkust. Ik doe alsof ik het niet hoor, de loden hitte neem ik er graag bij. Jarenlang heb ik bij fast naar deze dag uitgekeken: straks sta ik oog in oog met Hilde Van Acker, in België bekend als de vrouwelijke helft van het Duivelskoppel. ‘Straks’ wil zeggen ‘vrijdag halfzes’, het tijdstip waarop ze naar wekelijkse gewoonte haar elfjarige dochter ophaalt bij het Lycée Français Blaise Pascal in Abidjan. We zien het complex, de beste school van Ivoorkust, aan de overkant van de boulevard liggen. Het plan is Van Acker koud te pakken, terwijl ze bij de poort staat te wachten. Alleszins voor de school uit is, want ik wil haar dochter deze scène besparen. Ooit zal ze nochtans de waarheid onder ogen moeten zien: haar moeder werd in België door het assisenhof tot levenslange opsluiting veroordeeld wegens moord met voorbedachten rade. ‘Hilde,’ zal ik haar aanspreken terwijl de camera achter mijn rug alles registreert, ‘wat ben ik blij dat ik je eindelijk heb gevonden. Vertel eens: hoe voelt het om al vierentwintig jaar op de vlucht te zijn voor justitie en voor je verleden? En denk je nog weleens aan wat er op 23 mei 1996 in de duinen van De Haan is gebeurd?
11
Hoe je Marcus Mitchell hebt meegelokt naar de plaats waar je man hem koudweg met twee pistoolschoten in het hoofd heeft geliquideerd?’ Ook het verdere verloop van de dag staat me helder voor ogen. Na de confrontatie met Hilde Van Acker zullen we haar ex-man opzoeken. Zijn precieze adres ken ik niet, maar via mijn informanten weet ik dat hij vlak bij zijn ex woont en volgens een beurt rol de hoede over hun dochter waarneemt. Ik zou hem kunnen aanspreken als Jean-Alain Aubray, Mike Roberts, John Couderc, Pierre Baudry, Roger Baudry, Roger Wilcox of Warren Taylor, allemaal aliassen die hij in zijn lange carrière als oplichter heeft gebruikt. Maar uiteraard verkies ik de naam die ik zelf op de website Belgium’s Most Wanted heb geplaatst: Jean-Claude Lacote, geboren op 4 september 1966 in Abidjan uit een Ivoriaanse moeder en een Franse vader. Ik weet uit het psychiatrisch verslag, opgemaakt in de aanloop naar het assisenproces van 2011, dat hij zijn moeder veracht. Lacote is net als zijn vijf broers en zussen opgegroeid in Frankrijk, eerst bij zijn grootmoeder van vaderskant, na haar dood in een pleeggezin. In het psychiatrisch verslag is sprake van een complexe hechtingsproblematiek. Feit is dat hij als adolescent ieder contact met zijn moeder weigert en zijn Afrikaanse roots later consequent verloochent. Vrouwen bezwijken bij bosjes voor de charmes van deze rijzige atleet met zijn mondaine praat jes. Zelf koestert hij een uitgesproken voorkeur voor blond en blauwogig. Zo’n vrouw is de drie jaar oudere Hilde Van Acker, die hij leert kennen in Madagaskar, waar ze met haar eerste man lang heeft gewoond. Ze vallen als een blok voor elkaar. Zij keert terug
12
naar Sint-Niklaas en vraagt de echtscheiding aan, hij reist haar achterna en sleurt haar mee op zijn avontuurlijke levenspad.
CESSNA CITATION Lacote trekt op zijn vijftiende de deur van zijn pleegouders achter zich dicht om een nomadisch bestaan te gaan leiden in Frankrijk, Spanje, Portugal en Latijns-Amerika. Een toekomst als straatcrimineel of banale drugstrafikant wenkt, maar daar is hij veel te slim voor. Hij maakt alsnog zijn middelbare school af in Duitsland en behaalt een vliegbrevet voor de commerciële luchtvaart. Wanneer hij Van Acker ontmoet, kan hij zich voorstellen als privépiloot die met een geleasete Cessna Citation steenrijke cliënten rondvliegt. In werkelijkheid dient de peperdure privéjet niet alleen als luchttaxi. Lacote gebruikt de Cessna om zichzelf als een belangrijk zakenman voor te doen, zo iemand die geen tijd te verliezen heeft aan incheckbalies op luchthavens. Grootheidswaanzin is een van de eigenschappen waarvan het psychiatrisch verslag melding maakt. Bij Lacote, begiftigd met een bovengemiddelde intelligentie, uit dat zich niet alleen in grootspraak. Hij verdeelt zijn tijd over luxeappartementen in Frankrijk en Duitsland, naast optrekjes in Londen, Antwerpen en Knokke. Voor verplaatsingen op de begane grond kan hij kiezen uit een Ferrari Testarossa, een Porsche Carrera en een Jaguar. Als wapenfreak is hij erg trots op een collectie peperduur, exclusief schietgerei. Werken doet hij niet, hij staat nergens officieel geregistreerd en betaalt nooit belastingen. Nu eens doet hij zich voor als de erfgenaam van een Amerikaanse miljardair, dan weer als een informant voor de politie of geheime diensten.
13
In feite is hij een geniale oplichter die tussen 1989 en 1998 ruim 200 miljoen Belgische frank, hetzij 5 miljoen euro, wist af te troggelen. Favoriete slachtoffers zijn goedgelovige zakenlui en andere geldschieters die hij warm maakt met veelbelovende investeringen of lucratieve deals. Vooraleer ze in het snotje krijgen dat ze hun geld in een luchtkasteel hebben belegd, zijn de vette voorschotten op Zwitserse of Luxemburgse rekeningen al lang cash afgehaald. Lacote, de man die sneller van alias en gsm-nummer wisselt dan een gewone sterveling van ondergoed, blijft zelf zo veel mogelijk onzichtbaar. Onderhandelen doet hij per telefoon, het masseren van de partners laat hij over aan Hilde Van Acker, die zich vol overgave op haar criminele luxeleven heeft gestort. Helemaal perfect is het niet. Lacote loopt veroordelingen op in Duitsland, Frankrijk en België. In Londen zit hij samen met Van Acker een tijdlang in de gevangenis. Desondanks spendeert hij verrassend weinig tijd in de cel, onder meer door het betalen van hoge borgsommen die hij door nieuwe slachtoffers laat financieren. Zo’n slachtoffer is Marcus Mitchell, een Britse zakenman die met zijn moordenaars een grote passie voor luchtvaart deelt. Zijn initiële geloof in de Libische deal met vliegtuigonderdelen is zo groot dat hij bij twee Britse vrienden geld leent om extra zwaar in te zetten. Na een poosje echter begint hij onraad te ruiken en eist hij zijn 600.000 pond terug. Geen probleem, zegt Lacote, we spreken af in De Haan. Het is Hilde Van Acker die Mitchell in Knokke onthaalt als hij op de terugweg van Tunesië naar Engeland een Belgische tussenstop maakt. Samen begeven ze zich naar het wandelpad in het Staatsbos in De Haan, waar Lacote zogezegd staat te wachten met het geld… 14
Misschien verwacht ik te veel van deze ontmoeting. De kans is groot dat Lacote dichtklapt. Toch zou ik hem enkele brandende vragen willen stellen. Na 35 jaar omgaan met criminelen van allerlei kaliber blijf ik erdoor gefascineerd: hoe rationaliseren ze hun daden die de buitenwereld met afschuw vervullen? Lacote kreeg twee dagen na de moord telefoon van Mitchells vrouw, die erg ongerust was over haar vermiste man. Hij viel geloofwaardig uit de lucht, vertelde sussend dat ze zich geen zorgen hoefde te maken, dat Marcus wellicht met een deal bezig was. Een dag later belde hij haar als bezorgde vriend op om te horen of ze al nieuws had. Die koelbloedigheid, daar wil ik hem over uithoren. En ik wil weten of zijn gedachten de voorbije 24 jaar weleens uitgingen naar Lucy W., de weduwe van Marcus Mitchell. Of naar haar twee kinderen, die vaderloos zijn opgegroeid.
DUTY CALLS Veertien jaar al ligt het dossier-Lacote-Van Acker op mijn bureau. Ik heb Lucy W. in al die jaren nooit ontmoet maar vaak gemaild. Als fast-chef zag ik het als mijn plicht om haar op de hoogte te houden, ook al was het nieuws altijd teleurstellend. De vermoedelijke moordenaars van haar man blijven ongrijpbaar, nadat ze door de Gentse Kamer van Inbeschuldigingstelling (ki) enkele maanden na de feiten in voorlopige vrijheid worden gesteld. Het onderzoek vordert moeizaam en door een gebrek aan bewijzen valt een verdere vrijheidsberoving niet langer te verantwoorden. Lacote neemt meteen de benen. Na een ommetje via Canada en Brazilië vestigt hij zich in 1999 in Zuid-Afrika. Van Acker blijft achter in België en wordt op basis van nieuwe aanwijzingen 15
een tweede keer aangehouden. Niet voor lang echter, want de ki laat haar in augustus 1999 andermaal vrij. Dit keer op voorwaarde dat ze 125.000 euro betaalt, een forse borgsom, die binnen de kortste keren vanuit Zuid-Afrika wordt overgemaakt. Niet veel later zit Hilde Van Acker op een enkele vlucht naar Johannesburg. Tegen Lacote en Van Acker wordt een aanhoudingsbevel met internationale signalering uitgevaardigd, maar dat maakt weinig indruk op de Zuid-Afrikaanse justitie. Rogatoire commissies keren met lege handen terug, het dossier zit muurvast. Intussen hervat het koppel in Johannesburg zijn faraonische levenswandel. Villa met zwembad in een chique wijk, Ferrari, privé jet, ze pakken ermee uit op het nog jonge internet. Lacote is in Zuid-Afrika een mediafiguur geworden, als producer van het populaire televisieprogramma Duty Calls. Zijn expertise staat buiten discussie. Duty Calls, een realityreeks die loopt van 2001 tot 2003, toont het wel en wee van de Zuid-Afrikaanse politie, inbegrepen sporenonderzoek, huiszoekingen en arrestaties. Het moet zowat de enige keer in zijn leven zijn geweest dat hij effectief geleverde diensten factureerde. Legale inkomsten volstaan echter niet om zijn spilzucht te bevredigen. Lacote herneemt van lieverlee zijn activiteiten als oplichter, maar overspeelt zijn hand. Op 3 maart 2007 wordt de gewezen producer van Duty Calls zelf door de Zuid- Afrikaanse politie gearresteerd. Beschuldiging: de ontvoering van de zoon van een rijke zakenman beramen. Het nieuws zorgt op het fast-hoofdkwartier in Brussel meteen voor hoogspanning. Normaal achtervolgen we voortvluchtige
16
veroordeelde criminelen, maar uitzonderlijk wordt onze expertise tijdens een lopend gerechtelijk onderzoek gevraagd. Het is de Brugse procureur Yves Segaert die het dossier in 2006 in ons mandje deponeert. Omdat het zo’n bijzondere zaak is, bijt ik me er persoonlijk in vast. Maar ook fast botst in Zuid-Afrika op een barrière van juridische en bureaucratische onwil. Daarom komt Lacotes arrestatie in de ontvoeringszaak als een geschenk uit de hemel vallen. Gotcha, denken we bij fast, deze kans laten we niet liggen. Dat is evenwel buiten Hilde Van Acker gerekend. Wat er ook over haar gezegd en geschreven zal worden tijdens haar definitieve assisenproces, één bewonderingswaardige eigenschap kan niemand haar ontzeggen. Je moet verdomd veel lef hebben om met een handlanger naar een van de strengst bewaakte gevangenissen van Zuid-Afrika te gaan en je bij de griffie voor te doen als agent in burger. Het vervalste mandaat van de onderzoeksrechter om de verdachte Jean-Claude Lacote mee te geven voor verder verhoor wordt met gefronste wenkbrauwen gelezen. De griffier besluit voor de zekerheid toch maar de onderzoeksrechter te bellen. ‘Ik heb dat mandaat afgeleverd’, klinkt het bevestigend. ‘U mag de verdachte meegeven.’ Dat de telefoon door een tweede medeplichtige vanuit een hotelkamer wordt beantwoord, kan de arme griffier niet weten. En zo wandelt Lacote op 28 maart 2008 de gevangenis van Johannesburg uit, geflankeerd door twee nepagenten in burger. Zuid-Afrikaanse collega’s hebben me de camerabeelden getoond. Hilde Van Acker, duidelijk herkenbaar, geeft geen krimp.
17
LEXICON — bob: Bewakings- en Opsporingsbrigade, de nationale recherchedienst van de rijkswacht, die ook bekendstond als Bijzondere Opsporingsbrigade. Opdracht vergelijkbaar met die van de gpp — bts-officier: coördineert bij de fgp de inzet van bijzondere politietechnieken — dgf: Directie Financiële en Economische Criminaliteit, ook Ecofin genoemd. Afdeling van de fgp — dgj/djb: Dienst Bestrijding Criminaliteit tegen de goederen, afdeling van de fgp — djsoc: Centrale Directie van de fgp, coördineert de bestrijding van zware en georganiseerde misdaad — eab: Europees aanhoudingsbevel — enfast: European Network of Fugitive Active Search Teams — fast: Fugitive Active Search Team — fgp: Federale gerechtelijke politie — gid: Gerechtelijke Identificatie (dienst van de fgp die onder meer vingerafdrukken verzamelt) — gpp: Gerechtelijke politie bij de parketten — grb: Groep voor Repressie van het Banditisme, afdeling gpp — gso: Groep Schaduwing en Observatie, gespecialiseerde eenheid Nationale Brigade gpp — ki: kamer van inbeschuldigingstelling — maca: Maison d’arrêt et de correction d’Abidjan — oa Terro: Opsporingsafdeling Terrorisme van de fgp Brussel — posa: gedecentraliseerd onderdeel speciale eenheden, staat voor ‘Protectie, Observatie, Steun en Arrestatie’ — sie: Speciaal Interventie-Eskadron. Ontstaan uit de Groep Diane van de rijkswacht. Hoort bij de Centrale Eenheden van de fgp in Brussel die instaan voor observatie, interventie en speciale technieken. Formeel bestaat het sie niet meer, maar de naam wordt nog veel gebruikt.
208