Skip to main content

9789401471961

Page 1

Fien Jansens & Nina Geuens

VAN MELK NAAR MEER De complete keuzegids Ondertitel? Nosaperf bij het starten erchitatus met vasteestrumet. voeding


INHOUD INLEIDING   9

SERVEERTIPS   101

H O O FDS T U K 1 Woordje van de chefs  11

HOOFDSTUK 11 Zet de stemming  103

H O O FDS T U K 2 Oma's keuken  15

HOOFDSTUK 12 Aangepaste dranken  109

HOOFDSTUK 13 Over honger en verzadiging  115

INGREDIËNTEN   21

H O O FDS T U K 3 Drie macronutriënten en een handjevol micronutriënten  23

H O O FDS T U K 4 De ideale rijpingstijd  37

HOOFDSTUK 5 Een lepeltje pap of twee stukjes fruit  51

SOS EAT   121

HOOFDSTUK 14 Soms gaat het gewoon wat minder  123

HOOFDSTUK 15 Verslikken en verstikken  131

HOOFDSTUK 16 Mijn mama zegt , mijn oma adviseert , mijn vriendin vertelt… een aantal mythes doorbroken  137

HOOFDSTUK 6 Ingrediënten naar smaak toe te voegen  59

TAKE AWAY   143

BEREIDINGSWIJZE   79

HOOFDSTUK 17 Vaste voeding buitenshuis  145

HOOFDSTUK 18 Het voedingspaspoort  151

HOOFDSTUK 7 Schillen, koken en bewaren  81

HOOFDSTUK 8 Maak een pureetje  85

HOOFDSTUK 9 Prepareer de stukjes  89

BRONVERMELDING  153

HOOFDSTUK 10 Veggie alternatieven  93

REGISTER   155

7


INLEIDING


HOOFDSTUK 1 WOORDJE VAN DE CHEFS Vanaf de bevruchting tot aan zijn tweede verjaardag groeit je kindje razendsnel. Deze periode wordt ook wel ‘de eerste duizend dagen’ genoemd en is misschien wel de meest cruciale fase in een mensenleven. Tijdens die duizend dagen groeit een kind namelijk sneller dan in eender welke levensperiode. Ga maar eens na: van een met het oog onzichtbare cel tot een peuter die kan stappen en lopen. Gezonde voeding speelt een cruciale rol tijdens die duizend dagen. Het is namelijk dé periode om de basis te leggen voor gezonde eetgewoonten (al die verantwoordelijkheid!). Het begint allemaal al in de baarmoeder. Gezonde voeding tijdens de zwangerschap heeft bewezen positieve effecten op je kindje nog voor het geboren is. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je niet af en toe mag zondigen of mag toegeven aan je pregnancy cravings. De eerste maanden na de geboorte groeit je kindje vervolgens volledig op basis van melkvoeding. Je hebt ervoor gekozen om je kindje borst- of flesvoeding te geven, of misschien combineer je wel. Op een bepaald moment is enkel melk echter niet meer genoeg en heeft je kindje behoefte aan andere voedingsstoffen en -texturen. Dat is het moment dat je van start gaat met de introductie van vaste voeding. Vaste voeding vervangt de melkvoeding niet meteen volledig. Het eerste levensjaar van je baby blijft melkvoeding de hoofd­ voeding, maar leert je kindje wel al vaste voeding ontdekken. Geleidelijk aan neemt

vaste voeding meer en meer de hoofdrol en vermindert de hoeveelheid melkvoeding. Maar hoe begin je daar dan aan? Je leest wat brochures, krijgt misschien wel advies van je vroedvrouw of het consultatiebureau, je gaat te rade bij je eigen ouders of vriendinnen… Ongetwijfeld krijg je heel wat goedbedoelde adviezen, die elkaar dan in veel gevallen ook nog eens tegenspreken. Het blijft uiteindelijk vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Daardoor is voor veel ouders het starten met die eerste hapjes een hele uitdaging waarin ze zich soms alleen voelen en weinig begeleid worden. Het is vaak onduidelijk bij wie ze hierover correcte en uitgebreide informatie kunnen krijgen, waardoor deze periode gepaard gaat met onzekerheden en vragen. Met dit boek willen we alle informatie bundelen die jou als ouder of verzorgende kan helpen tijdens dit proces. Hopelijk helpt het je vol vertrouwen je baby van de wereld te laten proeven. Letterlijk.

11

Fien: Ik vertelde onlangs mijn grootmoeder over dit boek, ze heeft zelf drie dochters. Over waarom het nodig is om een boek over dit topic te schrijven. ‘Vroeger ging dat allemaal vanzelf, wij dachten daar zo niet bij na’ is haar bedenking, en ook: ‘waarom maken ze dat tegenwoordig allemaal zo ingewikkeld?’.


En dat vat zowat de essentie van dit hele boek samen. Het is ingewikkeld. Met de opkomst van onderzoek, richtlijnen en literatuur raken we soms een beetje ons instinct kwijt. Gooi daar nog eens wat goedbedoelde adviezen van ouders, grootouders, vrienden, kennissen, collega’s en andere ervaringsdeskundigen bij en het wordt haast een onmogelijke taak om je buikgevoel nog te volgen (dat geldt trouwens voor heel veel geboorte-­ gerelateerde topics). Laat dat dan ook de belangrijkste boodschap uit dit boek zijn: volg bovenal je gevoel. Leer erop vertrouwen. We hebben allemaal het beste voor met onze kinderen, het komt meestal ook helemaal goed. Met een flinke portie gezond verstand kom je al heel ver. En als je het even niet meer weet, is er dit boek voor jou.

En onthoud dat elk kind uniek is (gelukkig maar) en jullie als ouders ook. Daarom is misschien niet alles dat in dit boek geschreven staat op jullie van toepassing, en dat is oké. Dit boek staat vol met praktische tips, het is haast onmogelijk om deze allemaal perfect waar te maken. Gun jezelf en je kind de tijd om te groeien en te ontdekken en probeer gerust de dingen eens op jullie eigen manier. Perfectie bestaat niet.

Weet wel, dit boek is bedoeld voor wanneer alles (relatief) ‘goed’ gaat. Wanneer je twijfels hebt of problemen opmerkt, neem dan steeds contact op met een erkend kinder­ diëtist, je kinderarts of vroedvrouw. Blijf steeds je instinct volgen, wees aandachtig voor de signalen van je kind en schakel hulp in wanneer je denkt dat dat nodig is.

12

Wist-je-dat: In het Engels er een specifiek woord bestaat voor de introductie van vaste voeding? De Engelsen noemen dit ‘weaning’, letterlijk vertaald betekent dit ‘spenen’. Klinkt niet even vlot, toch? Hiermee wordt de introductie van nietmelkvoeding bij baby’s of andere zoogdieren en het tegelijkertijd minderen van de melkvoeding bedoeld. Wij houden het toch maar op ‘starten met vaste voeding’.


Dit boek is in eerste plaats bedoeld om de stress die bij het starten met vaste voeding komt kijken, weg te nemen. Ons motto? Go with the flow (en ook een beetje let it go). Toch weten we dat dit niet voor iedereen even makkelijk gaat. De één leest namelijk graag veel wetenschappelijke info, terwijl de ander liever een beknopte samenvatting ziet. Daarom zullen doorheen dit boek de verschillende leden van onze familie Lekkerbeck je begeleiden.

TANTE SAMIRA wordt ook weleens ‘Science Samira’ genoemd omdat ze als echte wijsneus verzot is op allerhande wetenswaardigheden. Zij brengt ieder die dat wenst op de hoogte van de meest recente of belangrijke wetenschappelijke feiten. Wie dit niet graag leest, kan haar extra informatie gerust overslaan, de essentie is steeds in de hoofdtekst omvat. PAPA HENDRIK leest niet zo graag, maar wil wel op de hoogte zijn en kunnen meepraten over alle onder­werpen. Hij is altijd druk in de weer, zijn bijnaam is dan ook niet voor niets ‘Haastige Hendrik’. Het liefst ziet hij daarom alle informatie efficiënt samengevat. Ideaal voor lezers die graag een kort overzichtje willen of voor wanneer je dit boek even uit de kast neemt om iets op te zoeken.

Vriendin van de familie, PATRICIA, is immer doelgericht ingesteld. Ze weet je precies te zeggen hoe je de informatie uit het boek toepast in je dagelijks leven. ‘Praktische Patricia’ goochelt met de meest interessante weetjes, praktische tips en lekkere, makkelijke receptjes en deelt deze graag met jou. En last but definitely not least, de baby van de familie: KAMIEL. Ondanks dat mama en papa soms haarfijn uitgestippeld hebben hoe zij iets willen aanpakken, is hij het er niet altijd mee eens en doet hij ook gewoon graag wat hij wil. Hierdoor gooit hij weleens roet in het eten. Gelukkig niet letterlijk dit keer. Hij wordt door de familie en vrienden soms ‘knorrige Kamiel’ genoemd omdat-ie de andere leden van het gezin altijd gauw back to reality brengt. Waarom makkelijk als het moeilijk ook kan, toch?

HI J/ZI J Doorheen het boek zul je merken dat we ‘de baby’ steeds aanspreken in mannelijke vorm. Dit is een keuze om alles schrijf- en leesbaar te houden. Natuurlijk is dit boek wel geschreven voor en toepasbaar op baby’s van alle geslachten. Hetzelfde geldt voor de verwijzing naar ouders. Uiteraard bedoelen we hiermee ook alle meeouders, plusouders, adoptieouders en andere verzorgenden en partners.

13


HOOFDSTUK 2 OM A' S KEUKEN Om een goed idee te krijgen van het hoe en wat van het starten met vaste voeding, is het interessant om eens even terug te reizen in de tijd, helemaal tot in de klassieke Oudheid. Onze voorouders hadden namelijk nog geen staafmixer of babycook, hoe deden zij het dan?

OUDHEID: BORS T VOEDING AL S BA SIS , M A AR DA AROM G EEN MOEDERMELK

melk van een ander zoogdier, zoals dat van een koe, geit, schaap of ezel.

Al sinds de mensheid bestaat, is borstvoeding de norm geweest. Denk maar aan het beeld van Jezus aan moeder Maria’s borst. Dat het kind met borstmelk grootgebracht werd, stond buiten kijf. Dat moeders dit noodzakelijk zelf deden daarentegen, minder. Wie voldoende geld en macht bezat, kon immers beroep doen op een min. De min, ook wel zoogster genoemd, was een vrouw die de borstvoeding van het kind overnam. Het was een soort statussymbool als je een min kon veroorloven. In de geschiedenis zijn heel wat gekende personen grootgebracht met minnenmelk, denk maar aan de Islamitische profeet Mohammed of Napoleon. Eeuwenlang dronken kinderen gedurende de eerste jaren van hun leven van de borst en was de moedermelk van een andere vrouw de enige mogelijke vervanging indien een moeder zelf geen borstvoeding wilde of kon geven. Bij een absoluut gebrek aan borstmelk werd beroep gedaan op de

15

200 NC – G R ANEN , B RO OD, MELK , G ROENTEN EN WI J N (!) VANAF DAG 40 Pas in de eerste tweehonderd jaar na Christus verschenen de eerste teksten over kinderverzorging, geschreven door Griekse geleerden. In die tijd werd colostrum, de eerste melk, gewoonlijk weggegooid. Er werd namelijk geloofd dat colostrum slechte eigenschappen had. Tegenwoordig weten we gelukkig beter en koesteren we de heilzame werking van dit vloeibare goud. Destijds kregen kinderen de eerste dagen honing (ja, dat lees je goed) toegediend, soms aangevuld met koemelk. Vaste voeding werd op zijn vroegst aangeboden vanaf de veertigste dag en meestal pas wanneer tandjes begonnen door te komen. De voeding bestond gewoonlijk uit granen, brood, dierlijke melk en soms groenten. Het was in die tijd een gangbare praktijk om kinderen ook wijn te geven, al dan niet verdund (ook dat lees je goed). Eeuwenlang bleef dat de gang van


16de EEUW – VA S TE VOEDING VANAF 4 M A ANDEN

zaken: colostrum werd vervangen door honing en borstvoeding (al dan niet door de min) was de norm. Vaste voeding werd pas na 2-3 levensjaren prioritair. Tegenwoordig weten we gelukkig dat honing niet veilig is voor kindjes onder de één jaar. Het kan infantiel botulisme veroorzaken (meer hierover in het hoofdstuk 6).

Ik werd heel blij van colostrum! Deze melk zit boordevol antistoffen, witte bloedcellen, eiwitten, nodige suikers en is licht verteerbaar. Het hielp mij te beschermen tegen infecties en bovendien hielp het mij om meco­ nium (de eerste stoelgang) te lozen!

MIDDELEEUWEN – PAPJ ES EN B RO ODSOPJ ES VANAF 6 M A ANDEN De waarde van colostrum begon men pas in te zien na de middeleeuwen. Rond die tijd werd door invloedrijke schrijvers aangeraden vaste voeding pas vanaf zes maanden te introduceren. Geleidelijk aan werd de min minder belangrijk en staken andere alternatieven de kop op. Moeders die geen borstvoeding wilden of konden geven, begonnen te experimenteren met papjes en broodsopjes. Recepten uit de middeleeuwse keuken bestonden uit broodgranen gemengd met vloeistof (waaronder dierlijke melk en wijn) en toevoegingen zoals suiker, honing en kruiden.

Tot de zestiende eeuw werd vaste voeding geïntroduceerd tussen de zevende en de negende levensmaand. In de eeuwen daarna schoof dit echter steeds meer naar voren, tot ongeveer de vierde maand. Meer en meer werd het welzijn van de moeder ook prioritair. Het gevolg daarvan was dat borstvoeding steeds meer op tijd en stond werd gegeven en vaak beperkt werd tot een maximum van zes keer per dag. Bijgevolg nam aanvullende voeding steeds vroeger een belangrijke plaats in.

18de EEUW – MEER DIERLI J KE MELK EN MEER ONDERVOEDING Tijdens de industriële revolutie, in de achttiende eeuw, was het steeds slechter gesteld met de voeding van baby’s. Vrouwen trokken naar de stad en waren genoodzaakt om te gaan werken. De baby’s bleven achter. Tegelijkertijd was er minder mogelijkheid tot het geven van dierlijke melk in de stad bij gebrek aan vee en bovendien waren er nog geen methodes voor het bewaren van moedermelk. Steeds minder kinderen kregen borstvoeding en steeds meer kinderen waren ondervoed of stierven ten gevolge van malnutritie. Teksten uit die tijd beschrijven hoge sterftecijfers ten gevolge van de consumptie van dierlijke melk in de eerste levensweek. Toch bleef dierlijke melk gedurende lange tijd het enige alternatief voor moedermelk. Bovendien ontdekte een Duitse chemicus in 1838 dat koemelk meer proteïnen (eiwitten) en minder koolhydraten bevat dan moedermelk, wat nog een argument was pro koemelk.

16


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook