Skip to main content

9789401471909

Page 1

WOUT BEEL MAT THIAS M.R. DECLERCQ ELISE VANHECKE

T H E

WOLFPACK

IS BACK


VOOR WOORD

2020. Wat een wielerjaar. In alle opzichten was het een uniek, emotioneel en uitdagend jaar. Het werd een jaar waarin The Wolfpack nog maar eens strijdbaar, solidair en ijzersterk voor de dag kwam. Een jaar van vallen, opstaan en weer winnen. We kenden een goede start, met overwinningen zowel op eigen bodem als aan de andere kant van de wereld. Het team pakte ritten en rondes in Australië, Nieuw-Zeeland en Argentinië, in Valencia, Burgos en de Algarve, maar evenzeer in Kuurne en Roeselare. Het nieuwe wielerjaar werd sterk ingezet, de klassiekers lonkten. Toen viel de bom. Corona. Ik liet de jongens onderweg naar de Strade Bianche rechtsomkeert maken, terug hun kot in. Dat was geen evidente beslissing en de daaropvolgende lockdown was evenmin gemakkelijk. Zoiets had niemand zien aankomen, niemand had dit ooit al meegemaakt. Maar het team heeft er altijd de moed in gehouden. Het leven zit vol uitdagingen en elke ervaring maakt je sterker. Voor de herstart na de lockdown trokken we naar de Dolomieten. Het voelde als een eerste schooldag, spannend en onzeker. De twijfels over de toekomst bleven rondzweven, maar we bleven hoopvol. De renners, de staf, de partners – iedereen toonde een onverzettelijk doorzettingsvermogen. Hoewel het voor ons allen gepaard ging met het opofferen van een groot stuk van onze vrijheden, nam iedereen zijn verantwoordelijkheid voor een gemeenschappelijk doel. Het wielrennen moest blijven doorgaan! Bij de start van het ‘nieuwe’ seizoen toonde The Wolfpack meteen zijn sterkte en zijn goesting. En toen viel de tweede bom, in Polen. Een vreselijke val, die symbolisch zou blijken voor een jaar vol tegenslagen. Op zo’n momenten heb je een hechte groep nodig, een groep zoals The Wolfpack. We hebben een zware tol betaald met al die pech, maar we hebben er moed uit geput, en we zijn weer doorgegaan. De teamspirit bij Deceuninck – Quick-Step, en de weerbaarheid van de wielersport in het algemeen, heeft aangetoond dat we samen uit elke crisis kunnen geraken, ook uit de coronacrisis. Het is jammer voor het wielerpubliek, dat zich zo graag langs de kant van de weg nestelt om dicht bij de renners te komen, maar de strenge regels respecteren bleek de enige oplossing dit jaar. Zo is het ook op sportief vlak een bijzonder wielerjaar kunnen worden. Met dit boek ronden we een periode af die uniek was en die dat hopelijk ook zal blijven. Ik hoop van harte dat we het wielrennen in 2021 anders gaan kunnen beleven, terug zoals vroeger. Mét publiek. Want dat is de echte brandstof van onze sport. En die brandstof, dat bent ook u, beste lezer. Ik wens u daarom veel kijk- en leesplezier met dit boek, waarmee u na een jaar van afstand houden dichter dan ooit bij The Wolfpack staat. The Wolfpack is back. But we were never really gone.

5

Patrick Lefevere


J AC HT

1 wolf (de (m.); wolven) [1201-1250 ~ Lat. lupus, Gr. lukos] 1 Grauwgeel roofdier uit de familie van de hondachtigen eten, honger hebben als een wolf, zeer veel eten, resp. buitengewone honger hebben; (uitdr.) roedel (het; -s) [na 1950 <Hd. Rudel], troep, kudde van edel wild: een roedel herten, wolven; zij ziet ons als één geheel

Het is voor het eerst dat je ze ziet. En dat is bijzonder. Maandenlang zag je ze niet, niet op de weg, niet op de tv, alleen in foto’s en andere online posts. Niet dat ze schuw zijn, of zich verbergen in de schemer, maar in december is het vroeg donker en grauw is de kleur van de lucht, de grond en al wat is. Renners bestaan niet in de winter. Later, als de blaadjes bomen krijgen, zal het volk ‘Ze zin der!’ roepen, als bracht het peloton het licht en de warmte waar iedereen naar verlangt, het moment dat we de donkerte uit onze vacht schudden en de passage van glimmende fietsen ons het huis uit borstelt: ga kijken, doe maar, de zon schijnt. Ze zin der. In Sanremo is dat ‘Stanno arrivando!’ Ook in Italië zal in het voorjaar met het geluid van de helikopter ook de begeerte naar het peloton aansterken, zal het kind harder in de hand van vader knijpen als de renners passeren, zal het haar opwaaien en zullen we ’s avonds de winter opbergen, op zolder, als een oude jas. In 2020 begint de lente al heel vroeg, op 10 januari. Dan valt het licht op zij die we een winter lang niet zagen. Op de 29ste verdieping van Suitopía, het Sol y Mar Hotel in het Spaanse Calpe, wandelt de volledige équipe van Deceuninck – Quick-Step de skybar binnen. De roedel is klaar, en marcheert in colonne, als een fanfare die het dorp aandoet. Zij ziet ons als één geheel, schrijft Van Dale. Het haar van Bob Jungels glanst in het zonlicht, Remco Evenepoel draagt een korte broek en in de ogen van Zdenek Stybar is de sneeuw gesmolten. Iedereen is er: de renners, de ploegleiders, het management, de mecaniciens, etc. Het is een fanfare van honger en dorst – a hard rain’s gonna fall, we zongen ’t allemaal samen – en vooral van veel goesting, een woord dat geen vertaling kent. Ook niet in het Engels, dat nu de taal is van een wereld die flitst als een lunapark. ‘Enthusiasm’, zegt Google Translate, maar dat is een algoritme, een code die niet vat hoe groot het verlangen is. Enkel in het woord goesting schuilt wat iedereen voelt. Ze zin der.

7

Achtenzeventig journalisten en fotografen, uit meer dan twaalf landen, zitten klaar om het team te keuren. De journalisten komen uit België, Nederland, Frankrijk, Ierland, maar ook uit Tsjechië, Denemarken, Italië, Luxemburg, Spanje, Griekenland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Want deze ploeg wint het meest en iedereen kent Remco.


De oude wereld van rijsttaartjes en plastic tuilen is niet meer. Die leeft verder in de hand van het kind en de geur van choucroute. ‘De jongeren zijn de toekomst’, zegt Patrick Lefevere in de camera. Op de achtergrond glimt de kale rots van Calpe. ‘Het is een uitdaging om ze als eerste te ontdekken.’ Er zijn nieuwe welpen in de roedel. Die krijgen bij aanvang van het seizoen een PowerPoint te zien met alle leden van het team. Er zijn ook welpen die later zullen aansluiten, zoals boerenzoon Mauri Vansevenant. In de namen van de welpen ligt een wereld verscholen die we niet kennen. Shane Archbold is nieuw in het team. Hij heeft een nektapijt en komt uit Timaru. Dat is een havenstadje in Nieuw-Zeeland. Geen plek ligt verder van Kwaremont dan Timaru, eens voorbij de haven ben je al op de terugweg. Andrea Bagioli komt uit de Italiaanse bergen en Ian Garrison uit Decatur in de Amerikaanse staat Georgia. João Almeida uit het Portugese Caldas da Rainha en Jannik Steimle uit Weilheim an der Teck. Jan De Wilde wist het toen al. We kwamen van nergens, gingen nergens naartoe. De wortels van Deceuninck – Quick-Step liggen in de zompige weidegrond van West-Vlaanderen, maar Ricardo Scheidecker is Portugees en is technical & development director, Vasilis Anastopoulos is trainer, Franck Alaphilippe is dat ook, Yankee Germano is masseur, José Ibarguren Taus is doctor en Alexandru Hovco is social media & online content manager. Achter het rookgordijn dat de koers is, waarin Yves plat rijdt en Serry skerp staat, haken radertjes van over de hele wereld in elkaar, en zetten in beweging wat wij zien op de televisie, of langs de kant van de weg. Gaan man, gaan. ‘En in die bijzondere wereld’, zegt Wout Beel, ‘kende ik werkelijk niemand.’ Hij lacht beschroomd. Wout woont in Moorslede, een speldenkop in West-Vlaanderen. Hij is fotograaf en de man kan bij aanvang van zijn opdracht als teamportretteur nog geen drie renners opnoemen. ‘Wielrennen was mij totaal onbekend’, zegt hij. ‘De snelste wint de koers. Dat dacht ik.’ Er passeren trainingsfoto’s. ‘Misschien was die onbevangenheid wel een voordeel: ik zag alles voor de eerste keer.’ De renners zien hem ook voor het eerst, net als de staf, de chauffeurs. Euh, hallo. ‘Deceuninck – Quick-Step is echt een wolfpack. Het is niet simpel om toegang te krijgen tot die familie, maar iedereen krijgt de kans zich te bewijzen, zijn plekje te verdienen. Eens je er deel van uitmaakt, zie je hoe sterk de pack is, hoe alles met elkaar verbonden is, en hoe soepel en solide de machine draait.’ In Calpe zijn Remco en Julian de honing waar de bijen rond zoemen. Het licht flitst eindeloos. Eens de laatste vraag is gesteld en de lens is opgeborgen, gaan foto’s en video’s de wereld rond en klikt het team de schoenen vast voor een seizoen dat niemand ooit zal vergeten. Niemand die in Calpe weet waar Wuhan ligt, hoe diep een ravijn is, of er dranghekkens staan in Polen, en niemand die kan vermoeden dat de regenboogtrui straks te winnen valt op het racecircuit waar Ayrton Senna uit de bocht ging. In Calpe doet de laatste het licht uit, gaat het doek op en is goesting de brandstof, de honger naar winst. Ready? Set. Go. Al bij de allereerste race van het seizoen brandt de lamp. In de Tour Down Under wint Sam Bennett de eerste rit en valt zijn naam voor het eerst. Hij klopt Jasper Philipsen, Elia Viviani en Caleb Ewan in de sprint. De in België geboren Ier is nieuw in de ploeg.

8


‘I’d be lying if I say I didn’t feel the pressure, coming to Deceuninck – Quick-Step, to get that first win’, zegt hij na afloop. Bennett wurmt zich de roedel in. Een week later doet het jongetje dat vorig jaar nog de ‘jonge wolf’ heette in het team, iets wat velen hadden gehoopt, maar niet iedereen had verwacht. Remco Evenepoel rijdt in de derde rit van Argentijnse Vuelta a San Juan Internacional, een tijdrit van 15,5 kilometer van Ullum naar Punta Negra, zodanig hard dat hij Filippo Ganna, de latere wereldkampioen tijdrijden, op meer dan een halve minuut zet. Het is het eerste dominosteentje dat valt, waarna het ene het andere aantikt, iedereen wakker wordt en Vlaanderen, aan de andere kant van de wereld, dan al weet dat de lente vroeg valt dit jaar. De velden zijn nog nat, de nachten lang en zwart, maar in het dorre stof van Argentinië gloort de hoop. In Zuid-Amerika en in Oceanië wint het team, naast Stybars rit in San Juan, ook nog de Race Torquay – weer Bennett –, de Cadel Evans Great Ocean Road Race – Devenyns, voor Sivakov – en komt Evenepoel kapstokken tekort om zijn nieuwe truien aan op te hangen. In de Volta a la Comunitat Valenciana wint Fabio Jakobsen de slotrit, voor Groenewegen. Hij wint ook in de Volta ao Algarve. En Remco, die wakkert het vuur aan tot een uitslaande brand. De jonge wolf wint overal waar hij start. In Portugal wint hij op de Alto da Fóia voor Schachmann en Martin. Hij wint de tijdrit voor Dennis en Küng. En komt weer met een koffer truien thuis, als eindwinnaar. Intussen wint Rémi Cavagna in de Ardèche, en in het Vlaamse openingsweekend heeft fotograaf Wout een probleem. Wout zit in de auto bij Ricardo, de technisch directeur, en die auto staat vast op de ring rond Kortrijk, niet ver van Kuurne. Een steenworp verder lijkt Kasper Asgreen op weg naar de zege. Kuurne-Brussel-Kuurne is een belangrijke koers voor het team. Dat beseft Wout. Hij wil de zege zien, ze vastleggen, je moet je bewijzen. Hij springt uit de auto, grijpt zijn camera en begint buiten het zicht van de camera’s aan een lange, anonieme sprint. ‘De koers is terug, dames en heren’, zal het sportanker ’s avonds op de openbare televisie zeggen, ‘de koers is terug.’ En nog: ‘We konden eindelijk ons Vlaams koershart ophalen. Gisteren moest Deceuninck – Quick-Step tevreden zijn met de tweede plaats in de Omloop Het Nieuwsblad, en dat wilden ze vandaag rechtzetten.’ Op dertig kilometer van de finish in Kuurne versnelt Kasper Asgreen. Hij rolt de kopgroep op. Twee renners kunnen nog volgen. Eentje gaat overboord op zeventien kilometer van de finish, de ander op elf kilometer, en wanneer Asgreen, solo op kop, de zege ruikt op twee kilometer van de streep, hangt het peloton op dertien seconden. ‘Het zal heel nipt worden’, zegt de commentator. Dat weet ook Wout Beel. Hij rent voor zijn leven, op de ring rond Kuurne. De camera stuitert als een jokari om zijn regenjas. Nog anderhalve kilometer voor Asgreen. Nog driehonderd meter voor Wout. ‘Ze gaan er niet komen’, hoor je op de televisie. Asgreen gaat op de trappers staan. Het peloton trekt in de achtergrond de sprint op gang. Wout Beel zweet als een hengst en hoort de speaker: ‘Wordt het Asgreen?! Wordt het Asgreen?!’ De Deen verzuurt. Wout zit tegen de krampen aan. De commentator: ‘En dan gaat hij het toch wel redden, zeker!’ Asgreen gooit zijn armen in de lucht. Wout wringt zich tussen mensen van de organisatie. Hij ziet de armen van Asgreen. Die rijdt hem tegemoet. Hij hijgt uit. Lampaert, Stybar, en Jungels omringen de winnaar. In de volgwagens van het team klinkt gejuich. Ricardo staat nog op de ringweg. De sponsors lachen, wat verderop. De mecaniciens zijn trots. De masseurs voelen straks de benen van de winnaar. De CEO staat voor de camera. En Wout Beel wurmt zich tussen de renners. Hij is er. Hij wint. Hij legt het beeld vast. En niemand die zijn sprint heeft gezien. Maar dat hoeft ook niet. He’s part of The Wolfpack.

Matthias M.R. Declercq


CALPE, JANUARI 2020 De shirts zijn fris gestreken en de wolven blinken in hun vel! De ploegvoorstelling en de start van het nieuwe seizoen hebben altijd iets magisch. Het team bestaat uit 28 renners, waaronder 11 nieuwe gezichten. Journalisten uit alle hoeken van de wereld vuren hun vragen af en er is opvallend veel aandacht voor Remco Evenepoel. De welp voelt zich sterk en heeft dit seizoen maar ĂŠĂŠn doel: The Wolfpack laten schitteren. Heel toepasselijk glinstert de kale rots van Calpe op de achtergrond in de zon.

10


11


CALPE, JANUARI 2020 De laatste avond. De muziek staat luid en de sfeer is fantastisch. Julian Alaphilippe, logistiek verantwoordelijke Julie Verrept, sportdirecteur Davide Bramati, nieuwkomer Davide Ballerini, iedereen is part of the team. De hechte familie die The Wolfpack is, is weer compleet.

14


15


Andrea Bagioli CALPE, JANUARI 2020


18


19


20


21


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401471909 by Uitgeverij Lannoo - Issuu