Skip to main content

9789401471886

Page 1

Hugo Luijten —T H R I L L E R —

U N D E R C OV E R ALLES O F N I KS


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp: Studio Lannoo Omslagbeeld: Jo Voets Stramien en zetwerk: Studio Lannoo Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op louter toeval. Als u opmerkingen of vragen hebt, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: redactiefictie@lannoo.com Š Hugo Luijten, Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 D/2020/45/559 – NUR 330-332 ISBN: 978 94 014 7188 6 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


- Voor Maria -


Episode 1: Alle begin is moeilijk

Zwembad Elshout, Brasschaat De benauwde chloordamp sloeg hem nu al op de keel. Kinderen krioelden krijsend rond, ouders kregen zelfs met overslaande stem nauwelijks vat op het grut. Een paar opgeschoten scouts probeerden de snoepautomaat te saboteren door er klappen op te geven. ‘Betaal jij even? Hier is cash geld.’ Met bezweet voorhoofd keek Bob Lemmens naar de lange rij voor de kassa in de entreehal van het zwembad. ‘En wat ga jij ondertussen doen?’ vroeg Liesbeth en ze streek de verfrommelde briefjes recht. ‘Zijn we hier eindelijk een keer met ons vieren samen en…’ ‘Papa! Ik wil straks op je nek en dan gaan we kapiteinen!’ onderbrak David, zijn jongste, hun discussie enthousiast.

7


Bob wreef hem door het haar. ‘Mama gaat nu eerst betalen en daarna gaan wij natuurlijk kapseizen’, verbeterde hij zijn zoon glimlachend. ‘Mij mag je niet soppen!’ kwam zijn dochter op haar beurt ertussen. Bob ging op zijn hurken voor zijn kinderen zitten en wees naar het tourniquet voor de badhokjes. ‘Ga daar vast wachten, mama komt zo met de kaartjes.’ Hij kwam omhoog en draaide zich naar Liesbeth. ‘Heel even buiten lucht happen of ik word gek. Ik ben direct terug.’ Liesbeth verwrong haar mond tot een streep, maar toen hij haar een handkus toewierp vanuit de draaideur glimlachte ze toch, zij het moeizaam. De frisse lucht trok als een wervelwind door zijn lijf en de extra zuurstof leek tot in het puntje van zijn kleine teen door te dringen. Bob leunde met zijn rug tegen de muur en sloot zijn ogen. ‘Ah, gelukkig! Je bent nog niet naar binnen.’ Bob opende zijn ogen en keek verbaasd op. Nick Janssens kwam op hem af. Nick was groot, breed, kaal en als coördinator van undercoveroperaties vooral zijn baas. ‘Fuck’, vloekte Bob. ‘Is dat een welkom?’ vroeg Nick terwijl hij naast hem ging staan. Ondanks de bewolking hield hij zijn zonnebril op. Met zijn afhangende snor die doorliep tot op zijn kin en de tatoeages die onder de mouw van zijn leren jack uitpiepten, leek Nick meer op een biker dan op een commissaris van de federale politie. Bob keek hem wantrouwend aan. ‘Hoe wist je dat ik hier was?’ ‘Een beetje detective ben ik nog wel’, antwoordde Nick. ‘De buren zeiden dat ze jullie met zwemspullen hadden zien vertrekken en dit zwembad ligt het dichtste bij.’ ‘Nee.’ Nick keek hem over de rand van zijn bril aan. ‘Waar is er nog een dan? Google gaf alleen maar aan dat…’ ‘Zwijg over dat stomme zwembad, ik heb het over iets anders. Wat je vraag ook is: "nee" is het antwoord.’ Hij trok één been op en kruiste zijn armen. 8


‘Ik heb geen keus’, zei Nick. Hij schoof zijn bril met een tikje omhoog. ‘Er is niemand vrij op dit moment.’ Bob bleef roerloos tegen de muur leunen. ‘En ik ben net vrij. Stel het maar uit.’ ‘De procureur geeft dit project absolute prioriteit en… ’ ‘Vanderkerckhove?’ ‘Eh… ja?’ ‘Strekenwijf’, zuchtte Bob. ‘Nu doe ik het al helemaal niet.’ ‘Het is niet zo gevaarlijk als anders Bob, echt niet. En geen drugs deze keer.’ Hij knikte vriendelijk naar een familie die luid kwetterend passeerde en zweeg. Bob keek Nick aan. ‘Geen drugs en ongevaarlijk. Waarom moet er dan überhaupt iemand undercover?’ Bob zuchtte. ‘Niet liegen, Nick.’ ‘Heb ik ooit tegen je gelogen? Het gaat om witwassen deze keer, misschien stelt het uiteindelijk zelfs niets voor.’ ‘Zwart geld? Dat hebben alle aannemers en cafébazen. Ik begrijp nog altijd niet wat ik daar moet gaan doen.’ ‘Dit is van een andere categorie, Bob. Je hebt kleine zelfstandigen die kwaad zijn dat ze belasting moeten betalen. Hun geld blijft zwart en ze betalen er een bontjas voor madam of een vakantie van. De anderen zijn criminelen die blij zijn dat ze alleen maar belasting hoeven te betalen. Hun geld wordt wit en ze kopen er bedrijfs­ panden mee op.’ ‘Ik hoef geen college fiscale economie. Stuur er de Bijzondere Belastinginspectie op af. Of die club met die belachelijk lange afkorting, de dinges… eh… GC…’ ‘CDGEFID’, hielp Nick hem. ‘Centrale Dienst voor de bestrijding van de Georganiseerde Economische en Financiële Delinquentie.’ Hij klapte zijn zonnebril gedecideerd dicht en stopte hem in de binnenzak van zijn leren jack. ‘De BBI heeft niks kunnen vinden, de CDGEFID is overbelast. Op deze manier gaat het sneller. Je hoeft alleen wat kleinigheden boven water te krijgen.’ Bob grinnikte. ‘Kleinigheden…’

9


‘Ja, een paar aanwijzingen zijn genoeg voor hen om eraan te beginnen. Wat namen, een bankrekening, dat soort dingen.’ ‘Om hoeveel gaat het?’ vroeg Bob. ‘Het gaat om een bedrijf in Limburg, Griffe BVBA. Ooit zijn ze begonnen met grijpers op de kermis, later zijn ze ook gokmachines gaan uitbaten en nu hebben ze zelfs horecavastgoed.’ ‘Dat is wel een antwoord, maar niet op de vraag’, zei Bob. Hij kwam naar voren en sloeg het steenstof van zijn jeans. ‘Hoeveel doen ze?’ Nick schudde zijn hoofd. ‘Onbekend, dat is een van die dingen die jij moet uitzoeken. Griffe BVBA dook ineens in twee andere zaken op, allebei drugsgerelateerd.' ‘Dat lijkt mij toch louche genoeg, zaken doen met drugscriminelen. De inspectie valt al voor minder ergens binnen.’ ‘Als dat zo was, konden we het halve land oppakken, hè Bob. Criminelen kopen ook auto’s, huizen, matrassen en broodroosters.’ ‘Dus de BBI heeft ze daar in Limbabwe niet binnenstebuiten gekeerd?’ ‘Als je er straks tussen die gasten zoiets uitflapt, draaien ze je onder het stoofvlees.’ ‘Wie zegt dat ik ga?’ Bob keek verbaasd rond, alsof er nog meer mensen aan het gesprek deelnamen. ‘Stop nu eens met die flauwekul. Waar was ik… Ah ja, Griffe BVBA. De firma die in die drugszaken opdook, was een dochter­ onderneming van Griffe BVBA, feestaannemer MikMak. Toen ze er na een tijdje bij uitkwamen, was de club nét failliet gegaan. Geen administratie, geen personeel, zelfs geen schuldeisers, vreemd genoeg. In hun bedrijfspand zat al iemand anders.’ ‘Toevallig allemaal.’ ‘Je zegt het… ’ ‘Maar administratie moet je toch zoveel jaar bewaren? Staat zelfs gevangenisstraf op, als ik me niet vergis.’

10


Nick kuchte. ‘Toen ze hem wilden oppakken wegens negeren van de bewaartermijn, bleek de eigenaar-directeur en enige werknemer in een verzorgingstehuis te zitten. Zo dement als een deur.’ ‘Fuck…’ ‘Ik bedoel maar. We hebben hier niet te maken met amateurs.’ ‘En de rechtbank dan? Die benoemt een curator die een faillissement moet afhandelen, kon die niks meer voorleggen?’ ‘De enige schuldeiser ging er direct mee akkoord dat hij nooit meer een cent te zien kreeg en verdween spoorloos.’ ‘Die zit dus ook in het complot.’ Bob keek naar Nick. ‘En dat was het, meer heb je niet?’ ‘Allez Bob, moet ik er een tekening bij maken? Als de paar facturen die ze vonden inderdaad over witwassen gaan, dan spreken we over een miljoen of twee.’ ‘Ik kruip niet zo kort na mijn vorige job wéér maandenlang onder een steen. En dan nog voor wat kleingeld. Twee miljoen… we hebben wel grotere bedragen gezien hè Nick.’ ‘Per maand’, zei Nick afgemeten. ‘Twee miljoen per maand. Dat is vierentwintig miljoen per jaar. Daar kun je een stuk autoweg van aanleggen.’ Bob floot. ‘Geen kattenpis’, gaf hij toe. ‘Geen kattenpis?’ Nick blies verontwaardigd. ‘Ze moeten er dik 65.000 euro per dag witten. Per dag! Dat is verdomme de straatwaarde van een kilo coke, telkens opnieuw, elke…’ ‘Jajaja… rustig maar.’ Bob hield zijn handen afwerend omhoog. ‘Maar als het Vanderkerckhove zoveel waard is, waarom zet ze er dan niet vijftig van die centenfuckers op? Zij is toch procureur? Ik begrijp niet goed waarom ik hiervoor mijn huwelijk moet riskeren.’ ‘Omdat jou naar binnen sturen het snelste is. Jij moet materiaal verzamelen waar de BBI mee verder kan.’ Nick pakte zijn telefoon uit zijn binnenzak en wees ermee naar Bob. ‘Die twee miljoen is vermoedelijk niet alles. Onze eigen rekenwonders lieten hun algoritmes los op een paar verdachte facturen, het topje van de ijsberg.

11


Als zij gelijk hebben, dan gaat het over hele grote jongens. Misschien wel de grootste.’ ‘Wie? Zij of hun klanten?’ ‘Dit soort bedragen worden niet voor straatdealers witgewassen. Bij die mannen komt een absolute topper ocharme aan vijfentwintigduizend per maand, maar die moet daar dan wel zo hard voor draven dat het al bijna werken is. Hier moeten dus grotere vissen rondzwemmen, dat kan niet anders.’ ‘Die pakken we dan dus ook ineens.’ ‘Daarom is de procureur zo enthousiast. Het tweede deel van je job is in kaart brengen wie daar allemaal in die wasserij over de vloer komt.’ ‘Ik heb nog altijd niet gezegd dat ik ga.’ ‘Dat is werkweigering.’ ‘Dan ontsla je me maar.’ ‘Komaan Bob, laat me op zijn minst even uitpraten.’ Nick tikte met zijn dikke vingers vol zilveren ringen op zijn telefoon. ‘Hier, dit zijn ze.’ ‘Moet dat hier Nick? Aan de ingang van een fucking zwembad?’ ‘Openbare plaats, veel lawaai, twee vaders die rustig vakantieprentjes staan te bekijken, kan toch?’ Zuchtend nam Bob de telefoon over. ‘Wat is dit voor een portret? Die kon in een frituur staan, of achter de toog van “Café De Sport”. Hij wees op een foto met een rijzige vrouw van onbestemde leeftijd, met zwarte mascara, een hoog opgestoken blondwit kapsel en lange zwarte oorbellen. ‘Maria Robertina Elisabeth Johanna Deponti-Lutgens, "Tante Mie" voor zowat iedereen, zelfs voor haar kleinkinderen.' Bob veegde door en zag Tante Mie met twee kinderen op schoot, die ze breed lachend tegen haar boezem drukte. ‘Het is de weduwe van Chris Deponti, de stichter van de zaak.’ Nick keek naar Bob. ‘Heeft er waarschijnlijk niks mee te maken, al zal ze het verdiende geld er wel door jagen.’ Bob staarde even naar de foto. ‘Ze lijkt goedlachs’, zei hij ten slotte.

12


‘Hoe dan ook, ze heeft amper de lagere school afgemaakt, dus zij kan onmogelijk het genie achter de bende zijn.’ ‘Als er al een bende is’, bromde Bob. Nick antwoordde niet en wees naar een volgende foto. Daarop stond een magere slungel, die met een pafferig gezicht mistroostig achter een pint zat in een rommelig café. ‘Dit hier is een ander paar mouwen: Randy Deponti, oudste zoon van Tante Mie.’ ‘Dragen ze dat nog tegenwoordig?’ Bob wees naar het matje in de nek van Randy. ‘Dit is de moderne variant, het is aan de zijkant opgeschoren. Soit, hij is de oudste zoon, maar hij stond niet vooraan toen het verstand werd uitgedeeld. Alles bij elkaar een twee jaar vastgezeten en hij heeft inmiddels een ellenlang strafblad: van rijden onder invloed tot openbare geweldpleging en zelfs huiselijk geweld.’ ‘Getrouwd dus?’ ‘Met Patsy Deponti-Balendonck. Twee kindjes, Shanaya en ­Kevin.’ Nick keek op. ‘Je moet ze anders eens uitnodigen bij jullie thuis. Vinden de kinderen ook vast leuk.’ Bob deed alsof hij Nick wilde slaan en die deinsde glimlachend achteruit. ‘Randy heeft dus losse handjes, maar hij is nooit gepakt voor zwendelpraktijken?’ vroeg Bob. ‘Voor zover bekend niet. Daar heeft hij ook de hersens niet voor, als je het mij vraagt.’ ‘Als hij er ook al niets mee te maken heeft, wie dan wel?’ mompelde Bob. Hij keek naar Nick. ‘Die Patsy misschien?’ ‘Dat mag jij uitzoeken!’ zei Nick vrolijk en hij sloeg Bob op de schouder. ‘Ik zeg nog niks. Heb je nog meer van die galeiboeven?’ ‘Nog eentje: Dylano Deponti, de jongere broer van Randy.’ Nick veegde weer over het scherm. Een zongebruind gezicht verscheen, met een getrimd baardje en twee priemende ogen onder een kort, opgeschoren kapsel. Bob floot. ‘Op de tattoo in zijn nek na de ideale schoonzoon’, zei Nick.

13


‘Jij bent toch ook getrouwd?’ Bob wees op Nicks mistige slangenkop die zijn pols naderde. ‘Moet je mijn schoonmoeder eens horen’, zei hij met zijn ogen draaiend. ‘Laat me raden, Dylano is de hoofdverdachte?’ vroeg Bob. Nick knikte. ‘Ook dat behoort tot je onderzoeksopdracht, maar ik zou denken van wel. Geen strafblad, is wel al gesignaleerd in criminele milieus. Niks waar we hem op kunnen pakken natuurlijk, maar nu is hij een keer te veel opgedoken.’ ‘Hij heeft iets brutaals over zich’, vond Bob. ‘Dat is hij ook. Dure sportwagens, champagne in exclusieve clubs, meneer laat ze flink rollen.’ ‘Waarvan?’ vroeg Bob en hij gaf de telefoon terug. ‘De Bijzondere Belastinginspectie vond niet meteen iets illegaals. Wel vult hij het ene gat met het andere, leent tegen de klippen van de hel op en huurt weleens dure auto’s. Het kan dus ook show zijn.’ ‘Of hij wast miljoenen wit.’ ‘Misschien’, beaamde Nick, terwijl hij zijn telefoon terug in zijn binnenzak stopte. Bob kreunde zacht, liet zich weer tegen de muur vallen en sloot zijn ogen. ‘Liesbeth vermoordt me.’ ‘Je kunt ’s avonds naar huis, als je wilt.’ Met een schok kwam Bob overeind. ‘Dat meen je niet? Hoe kan dat dan?’ ‘Ze zitten met z’n allen op een grote boerderij aan de rand van het dorp. Geen oude hoeve, meer zo’n moderne varkensfokkerij, maar dan zonder varkens. Allez, zonder… De schuren en stallen zijn omgebouwd tot wooneenheden, een soort cohousing zeg maar. Het ligt in... kom, hoe heet het…’ Hij nam zijn telefoon nog eens en tokkelde er wat op. ‘Kinrooi, dat is het. Zij zitten op hun erf, jij in een café midden in het dorp. Het valt dus niet meteen op als jij een keertje niet boven de zaak slaapt. Bovendien… ’ ‘Wachtwacht… café, zaak?’ Bob tilde zijn hand omhoog. ‘Help me even?’

14


Nick zuchtte en borg zijn telefoon weer op. ‘Ze bezitten flink wat horecavastgoed. In het dorp stond een café te koop en dat wilden ze graag hebben.’ Hij kuchte en keek Bob aan. ‘De procureur vond het een uitgelezen kans. Ze heeft de verkoop door de brouwerij verboden en het pand voorlopig geconfisqueerd. Jij neemt dat café onder de naam Bob Peynen over en begint van daaruit.’ Bob sloeg met zijn vuist tegen de muur achter hem. ‘Jij denkt dat ik onnozel ben of wat? Ik ken niks van cafés, ik heb nog nooit een pint getapt!’ Twee meisjes die met natte haren naar de fietsenstalling liepen, keken achterom en Bob wierp hen een kwaaie blik toe, waarop ze hun pas versnelden. ‘Het zal er ook niet direct stormlopen hè’, suste Nick. ‘Dat ding is niet van pure weelde op de fles gegaan. Aan de andere kant van de bar heb je trouwens al die jaren genoeg kunnen zien. Een pint tappen moet nog wel lukken, toch?’ Overrompeld keek Bob rond over het plein voor het zwembad. Ouders zeulden met sporttassen, terwijl dreinende kinderen om hen heen sprongen. ‘Fuck, Nick… ’ Hij keek weer naar zijn chef. ‘En hoe leg ik dan contact met de Peaky Blinders van Kinrooi? Heeft meneer de commissaris daar ook al over nagedacht? Ik kan toch moeilijk bij die Tante Mie pats-boem een fris getapt pintje gaan langsbrengen.’ ‘Wat ze ermee willen, mag jij uit zien te vogelen, maar ze hebben zich in alle bochten gewrongen om die kroeg te kopen.’ Nick zette zijn zonnebril weer op. ‘Jij hoeft ze dus niet te zoeken, zij zullen jou wel vinden.’ Hij draaide zich om en liep weg. ‘Check vanavond je mail’, riep hij bij wijze van afscheid met opgeheven hand. Bob keek hem even na. ‘Bob Peynen…’, mompelde hij. ‘Was dat Nick?’ zei Liesbeth achter hem. Bob keek achterom en zag zijn vrouw staan met een magneetkaartje in haar hand. ‘Het was eh… het is… ’

15


‘Lieg niet tegen me!’ zei Liesbeth met stemverheffing, zodat de mensen die passeerden, opkeken. ‘Rustig, schat’, zei Bob en hij liep naar haar toe. ‘We hebben het er straks nog over, eerst zwemmen nu.’ Hij keek om zich heen. ‘Waar zijn de kinderen?’ Liesbeths ogen schoten vuur. ‘Waar jij ook hoort te zijn: in het zwembad!’ siste ze. Ze keek naar het magneetkaartje en toen weer naar Bob. ‘Heb je ja gezegd?’ ‘Je bent nu eenmaal met een flik getrouwd, je weet hoe het werkt. Hoelang maak je dit nu al mee?’ ‘Precies, veel te lang! Ik hoor niet anders dan dat iedereen bij jullie wordt overgeplaatst, behalve jij.’ ‘Zo simpel is het allemaal niet’, probeerde Bob. ‘Jawel, het is zelfs nog simpeler: jij vraagt nu direct om overplaatsing, zoals je al een halfjaar aan het beloven bent. Steeds hetzelfde liedje: “Nog één klus schat, en dan is het over en uit.”’ Bob draaide zich om in de richting van waar Nick verdwenen was. ‘Kijk me aan! Ik vraag het nog eens: heb jij ja gezegd?’ ‘Ik eh… ’ ‘Ja dus.’ Ze scheurde het magneetkaartje doormidden, verfrommelde het met een woest gebaar en smeet het in de lage struiken die een eindje verderop stonden. ‘Liesbeth, allez, wat doe je nu?’ ‘We zouden samen gaan zwemmen, maar ik heb er al geen zin meer in.’ Liesbeth viste een sleutel aan een armbandje uit haar strakke jeans. ‘Hier, locker nummer 037. Kijk uit dat David zijn zwembrilletje niet verliest en Polly wil met geen geweld in hetzelfde kleedhokje als David.’ Ze stopte de sleutel in zijn borstzakje en liep met een giftig tikken van haar hakken weg.

16


Opening sportvelden FC Maasland ­Noord-Oost, Kinrooi ‘Kijk Tante Mie, daar loopt ons Shanaya’, zei Patsy. Tante Mie stond als in beton gegoten en hield haar telefoon in haar gestrekte armen om haar kleindochter te kunnen filmen. Ze ging gekleed in beige, met een blouse met tijgerprint en een crèmekleurige, brede shawl die losjes over haar schouder gedrapeerd was. Shanaya speelde klarinet in de harmonie en deed haar uiterste best om in de maat te komen en te blijven. Als ze kon, had ze van ijver vast haar tong uit haar mond gestoken, maar daar zat haar klarinet al. Het instrument leek bijna groter dan zijzelf en haar uniformpet was al helemaal op de groei gekocht. Eigenlijk was ze nog wat jong om in de 'Koninklijke Harmonie De Vrijheidszonen' mee te lopen. Maar het feit dat Tante Mie de nieuwe uniformen betaald had, zou in de beslissing van het bestuur om haar toch toe te laten, zeker een rol hebben gespeeld. De muziek marcheerde over het terrein van kersvers kunstgras en Tante Mie bleef in haar filmende pose staan. Achter de vrolijke klanken kwamen namelijk de jongste spelertjes het veld opgedribbeld, in hun fonkelnieuwe outfit. Het logo van de nieuwe shirtsponsor Griffer BVBA prijkte op hun rug: drie gestileerde klavertjes van een gokautomaat. De helft van de vlaggen die het terrein versierden, droeg hetzelfde logo. ‘Daar is hij, ons Kevin!’ riep Patsy weer en ze zwaaide naar haar zoon, die stoer voor zich uit kijkend voorbijliep. Patsy draaide zich naar Tante Mie. ‘Staan ze er allebei op?’ ‘Jao deer. Mijn scheetjes staan er allebei op’, zei Tante Mie tevreden en ze stopte haar telefoon in haar nep-Louis-Vuittonhandtas. ‘Zijn er eieren in huis? Dan maak ik vanavond een lekkere pot choco­mousse om het te vieren.’ ‘Jaja, eieren voor een heel weeshuis’, antwoordde Patsy. Ze keek om zich heen. ‘Dan ga ik in de kantine even zoeken waar Randy uithangt, hij zal wel weer aan de Duvel zitten. Maar Shanaya en Kevin samen op het veld, dat gebeurt nooit meer!’

17


‘Heb je daarvoor die korte frul aangetrokken?’ vroeg Tante Mie, wijzend naar het zalmroze, nauwsluitende rokje dat zowel van boven als van onderen nauwelijks korter kon. ‘Het is een feestdag’, vond Patsy en ze trok het jurkje bij haar decolleté wat omhoog. ‘Ik moet opschieten, zo meteen begint het.’ Tante Mie knikte kort en keek Patsy na, terwijl die zich heupwiegend een weg door het publiek baande. Op het veld werden de hoogwaardigheidsbekleders aangekondigd die vanwege de opening zouden spreken. De burgemeester, de gouverneur en zelfs de Vlaamse minister van Sport. Niet slecht, dacht Tante Mie, voor een familie waarvoor diezelfde sprekers nog niet zo heel lang geleden de neus zouden hebben opgehaald alleen maar omdat ze op de kermis stonden. Maar vroeg of laat valt iedereen voor geld. En als ze geen geld willen, dan koop je iets wat ze wel willen. Zoals een sportpark. Of een fanfare, who cares. Terwijl op de achtergrond het gemurmel van de burgemeester door de luidsprekers klonk, kwam iemand naast Tante Mie staan. Een tanige, oudere man met doorgroefd gezicht en een klein, wit hoedje keek naar haar, tikte tegen de rand van de hoed en haalde adem om iets te zeggen. ‘Laat de formaliteiten maar zitten, Besnik’, onderbrak Tante Mie hem, terwijl ze vooroverleunde op het hekwerk dat rond het veld stond. ‘Kunnen we hier…?’ vroeg de man en hij keek om zich heen. ‘Alle boeren uit de verre omtrek staan hier te zuipen, jij valt dus niet op. Je bent ook niet de enige met een achterlijke hoed.’ Ze wees naar een man met een grote panama, die een eindje verderop stond. ‘Gaan we zo beginnen?’ Zuchtend leunde hij naast haar. ‘Jij wilde mij met alle geweld spreken. Ik heb klanten genoeg.’ Hij zweeg even, nam ten slotte een roestvrijstalen sigarenkoker uit zijn broekzak en haalde de dikke sigaar eruit, waar hij even aan snuffelde. Hij knipte de achterkant eraf en stak haar in zijn mond. ‘Hoeveel kun je?’ vroeg hij. Met een zippo liet hij een stokje sandelhout vlam vatten, om daarmee vervolgens de sigaar aan te steken.

18


Aan zijn sigaar puffend, maakte hij aanstalten om het stokje weg te gooien. ‘Niet op het kunstgras’, zei Tante Mie. ‘Het heeft me een fortuin gekost.’ Besnik keek achter zich en gooide het stokje in een bloemperk. ‘Hoeveel kun je?’ vroeg hij nog eens. ‘Wassen, bedoel ik dan.’ Tante Mie grinnikte. ‘Hoeveel wil je?’ ‘Alles’, bromde de man. ‘Dat wil bijna niemand’, zei Tante Mie. ‘Maar jij bent er misschien stom genoeg voor.’ Even leek het erop of Besnik zich naar haar toe wilde draaien, maar hij bedacht zich en bleef voor zich uit kijken, naar het veld waar de harmonie het volkslied ten gehore bracht. ‘Stom zijn is een luxe die maar weinigen zich kunnen permitteren’, antwoordde hij uiteindelijk. ‘Maar wat moet ik met al die centen als ik ze niet kan gebruiken? Koop maar genoeg latex en witten die handel.’ Hij keek naar haar. ‘Ik wil het dus wel, niks stoms aan.’ ‘Nee, dat wil je niet’, bromde Tante Mie. ‘Een deel moet zwart blijven. Hoe wil je anders in de haven vijftig kilo sneeuw betalen. Met een cheque? Via PayPal?’ Besnik trok aan zijn sigaar en liet de rook langzaam uit zijn mond ontsnappen. ‘En je runners, je straatdealers, de dokwerkers die je omkoopt, de politie die je wat toestopt, laat je die een factuur sturen? Of krijgen ze boekenbonnen? Ik weet het niet hè, zeg het maar.’ ‘Ik weet niet of ik dit nog wel wil’, zei Besnik. Hij draaide zich naar haar toe en glimlachte mysterieus. ‘Dat is te zeggen: met jou dan.’ Tante Mie ging rechtop staan en zuchtte. ‘Jao deer.’ ‘Ik versta geen Limburgs.’ ‘Het betekent zowel “goed, mijn lieve jongen”, als “flikker maar een eind op met je zooitje”.’ Ze keek hem aan. ‘Je mag zelf kiezen wat ik bedoel. Zo gemakkelijk is Limburgs.’ Besniks lachje veranderde in een grijns en hij kwam ook overeind. ‘Je hebt ballen, ik mag jou wel.’

19


‘Ik mag vooral je geld’, zei Tante Mie. Ze rommelde in haar tas, viste een sigaret uit een lichtgroen pakje en stak die op. ‘In jip-en-janneketaal: jij brengt mij de monneten en ik was die wit. Dinsdagmorgen bij mij op kantoor krijg je de details.’ Ze stak haar hand uit. Besnik negeerde de hand en draaide zich weer naar het voetbalveld. ‘Ik denk er nog even over na.’ ‘Wat jij wil’, vond Tante Mie, zonder een spoor van teleurstelling in haar stem. Ze zag achter Besnik haar vertrouweling Stuf komen aanlopen. ‘Ik hoor net dat je moet gaan’, zei ze tegen Besnik. Besnik verroerde zich niet. ‘Zo meteen begint de openingsmatch. Ik hou wel van een stevig potje.’ ‘Liveverslag op Radio Monza, de Ridders van de Ether – Drink Ridderbier’, mompelde Tante Mie. ‘Opzouten dus.’ Langzaam kwam Besnik toch overeind en hij tilde zijn hoed een klein stukje op, met weer die geheimzinnige glimlach. Tante Mie liep Stuf alvast tegemoet en klopte Besnik in het voorbijgaan op de schouders. Stuf was de duistere schaduw die haar overal volgde. Hij had zware wenkbrauwen boven twee priemende ogen. Zijn gitzwarte haren waren achterovergekamd en eindigden met iets van een Italiaanse zwier net boven zijn schouders. Hij ging gekleed in modieus zwart met een nylon jack met zilverkleurige ritsen. Alleen de rimpeltjes rond zijn ogen verraadden dat hij geen twintig meer was. ‘Je gezicht staat op problemen’, zei Tante Mie. ‘Laat maar komen, ik kan het inmiddels wel hebben.’ Ze keek hoe Besnik traag het sportpark uitliep. ‘Randy’, zei Stuf. Spreken deed hij in losse woorden of staccatozinnen, en dan nog alleen als het niet anders kon. ‘Ik hoorde al dat hij aan de Duvel zit. Precies zijn vader, daar was ook geen huis mee te houden als hij er een paar op had.’ Tante Mie ging weer bij het hekwerk staan en blies rook uit. ‘Ze staan te bekvechten.’

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401471886 by Uitgeverij Lannoo - Issuu