Skip to main content

9789401471534

Page 1

KARAKTERS Filosofie en literatuur in zakformaat

WARDA EL-KADDOURI DOMINANTIE Waarom we denken wat we denken


D/2020/45/422 – ISBN 978 94 014 7153 4 – NUR 740 Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Studio Lannoo Zetwerk binnenwerk: Studio Lannoo © De auteurs en Uitgeverij Lannoo nv Tielt, 2020. Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent – België www.academiapress.com


Voorwoord

Als ik voor een lezingenreeks een thema mocht kiezen dat de huidige tijdsgeest belichaamt – breed genoeg, maar toch specifiek – welk zou dat dan zijn? Dat was de vraag die Marjan Meganck, voormalig coördinator van Studium Generale, me stelde en die uiteindelijk zou leiden tot dit essay. In mijn enthousiasme zegde ik toe om een Karakter over het onderwerp te schrijven, zonder enig besef dat een Karakter een op zichzelf staand boek is en geen hoofdstuk in een boek. Ik vergat ook te vragen naar een deadline. Nogal cruciale informatie bij een schrijfopdracht. Ik leg de schuld bij zwangerschapsdementie. En zo bevond ik me plots in een situatie waarbij ik drie weken voor mijn uitgerekende datum tijdens de lockdown van de eerste COVID-19-golf mijn eerste boek schreef. Herwerken en afwerken deed ik tijdens de zeldzame dutjes van mijn paar weken oude kleintje in de zomerse hitte. Makkelijk was anders. Ondertussen keek de wereld toe hoe een zwarte man, George Floyd, tijdens zijn arrestatie gedood werd door een witte politieagent. Overal ter wereld kwamen mensen op straat. De Black Lives Matter-beweging kende een

5


uniek momentum. Dominantie werd in vraag gesteld. En ik wist dat wat ik schreef relevant en dringend was. Ik keek tijdens het tikken achter mijn laptop af en toe naar mijn zoontje, Idris. Onschuldig in zijn wiegje. En ik wist dat wat ik schreef ook persoonlijk was. Uiteindelijk willen we allemaal slechts een betere wereld voor onze kinderen. Veel leesplezier.

6


Inleiding

Dominantie. De kans is groot dat het woord negatieve connotaties of weerstand oproept. We associëren het met onevenwichtige menselijke relaties waarbij één persoon de andere domineert. We denken aan landen met grote politieke en economische macht, die de wereldorde bepalen. Of misschien aan bedrijven die een quasimonopolie hebben op de markt. Dat is niet onbegrijpelijk. Etymologisch gezien stamt het woord dominantie van het Latijnse werkwoord dominari af. Het werd voor het eerst opgetekend in 1804 en betekende toen al ‘heersen, macht uitoefenen’, ‘meester zijn’. Volgens het Van Dale-woordenboek betekent ‘domineren’ – het werkwoord waarvan dominantie is afgeleid – ‘op de voorgrond treden’ of ‘de baas spelen’. Om dat laatste moest ik hardop lachen. Het bracht me terug naar mijn kindertijd. Als oudste in een gezin met vijf kinderen kreeg ik vaak te horen dat ik ‘dominant’ was, omdat ik ‘de baas wilde spelen’. Tot groot ongenoegen van mijn zusjes en broertje. In principe kan dominantie alleen bestaan in verhouding tot iets anders. Het is per definitie een relationeel begrip. De ene domineert, de ander wordt gedomineerd. Denk maar aan de biologielessen over erfelijk-

7


heidsleer: het dominante allel voor bruine ogen is bijvoorbeeld sterker dan het recessieve allel voor blauwe ogen. Het resultaat? De ogen zijn bruin. Dominantie is dan ook hiĂŤrarchisch: het dominante staat bovenaan in de piramide, de rest staat eronder. In de natuurwetenschappen staan die posities min of meer vast. Evolutie kan dat veranderen, maar dat proces verloopt relatief traag. In de sociale wereld waarin wij als mensen dagelijks bewegen, leven en met elkaar interageren, zijn die posities een stuk gevoeliger voor verandering. Ooit waren het bijvoorbeeld de Egyptenaren, de Grieken, de Romeinen en de Ottomanen die aanspraak maakten op werelddominantie. Vandaag zijn het grootmachten zoals de Verenigde Staten, Rusland en China. Nog niet zo lang geleden liepen we allemaal rond met een mobiele telefoon van Nokia, vandaag is in de verste uithoeken van de wereld het leven zonder smartphone van Apple, Samsung of Huawei bijna ondenkbaar. Soms is dominantie expliciet aanwezig en roept het automatisch een gevoel van afkeer op. Laten we eerlijk zijn. We krijgen niet meteen sympathieke of warme gevoelens wanneer we denken aan het gedrag van die ene dominante persoon in onze vriendenkring of op de werkvloer, of aan de Amazons en Googles van deze wereld. Wanneer mijn zusjes en broertje me dominant noemden, was dat

8


niet als compliment bedoeld, maar was dat om een gevoel van ontevredenheid over de disproportionele macht te uiten. Het zit in onze natuurlijke aard om weerstand te voelen tegenover ‘de overheerser’. Maar soms is dominantie ook minder duidelijk zichtbaar. Het zit in de grote en kleine verhalen die we elkaar vertellen over onszelf en de wereld. Het zit in het perspectief dat we innemen wanneer we die verhalen vertellen. Het zit bijgevolg ook in de beelden en ideeën die we over onszelf en de wereld vormen. En ironisch genoeg laten we die impliciete vorm van dominantie een stuk makkelijker toe. Dat is het type dominantie waar dit boek over gaat. Het gaat over dominantie in een maatschappij en over de dominante verhalen, die bepalen waarom we denken wat we denken. Maar wat zijn dominante verhalen en hoe komen ze tot stand? Dominante verhalen of narratieven ontstaan doordat een dominante cultuur de geschiedenis, het heden en de toekomst vertelt vanuit een bepaald perspectief. Denk maar aan ‘de ontdekking van Amerika’ door Christoffel Columbus in 1492, waarbij we een eurocentrisch perspectief innemen. Het continent bestond natuurlijk al langer en werd bewoond door miljoenen mensen voor een Europese ontdekkingsreiziger ook maar een voet op Amerikaanse bodem zette. Over die beschavingen en volkeren worden we weinig tot niet

9


onderwezen. En waar de datum 1492 op de Europese schoolbanken wordt aangeleerd als een van de belangrijkste in de wereldgeschiedenis, betekende het voor de oorspronkelijke bevolking het begin van een catastrofaal einde. Het dominante verhaal is de lens waardoor iets verteld wordt. En die lens wordt ingenomen door de dominante cultuur. In dit geval de westerse. Welke verhalen dominant zijn, is afhankelijk van verschillende factoren zoals de tijd, de plaats en de cultuur waarin ze verteld worden. Ondanks die variabelen is er ook een constante: we worden dagelijks blootgesteld aan dominante verhalen. Over genderrollen, familiewaarden, schoonheidsidealen, werkethiek, nationale helden, politieke systemen, economische modellen, wetenschappelijke doctrines. Zelfs al worden we ons op een of andere manier bewust van hun bestaan en hun invloed op ons denken, en zelfs al proberen we er soms tegen in te gaan, de wereld rondom ons blijft ze aan ons herhalen. Sommigen verdedigen de dominante verhalen en houden ze in stand, anderen proberen ze net uit te dagen en te veranderen. Over die dynamiek vertel ik later meer. Waarom zouden we hier aandacht aan moeten besteden? Dominante verhalen werken vaker onbewust dan

10


bewust op ons in. Daardoor denken we dat het dominante perspectief het ‘enige’ en het ‘neutrale’ perspectief is. Dat is een menselijke reactie van informatieverwerking. Het is an sich niet verkeerd of kwaadaardig, maar de uitwerking ervan kan vooral voor kwetsbare groepen in een samenleving wel kwalijke gevolgen hebben. Kwaadaardig wordt het pas als het bewustzijn er is en de status quo in stand wordt gehouden ten bate van jezelf en ten koste van de ander. Bovendien onthouden we onszelf van een enorme hoeveelheid aan kennis en inzichten, die niet alleen voor ons, maar ook voor anderen, die hun verhalen niet gehoord krijgen, bijzonder waardevol kunnen zijn. Het loont daarom om onze eigen verhalen, onze eigen manier van denken, onze eigen perspectieven kritisch tegen het licht te houden en te ontleden waar ze vandaan komen. Wat vertellen we elkaar? Hoe vertellen we het elkaar? Wat brengt het ons? En wat kost het ons? Waarom denken we wat we denken? Die kritische zelfreflectie heb ik altijd als een van de waardevolste kenmerken van een samenleving beschouwd. Ze is noodzakelijk om inzicht te verwerven over jezelf en over anderen, en om op basis daarvan vooruit te kijken, te vernieuwen, te verbeteren. De Duitse auteur en denker Navid Kermani ziet de verlichting in de Duitse traditie als een filosofie die de eigen wereldbeschou-

11


wing relativeert en dus in het eigen denken en handelen altijd rekening houdt met het feit dat anderen de wereld weleens helemaal anders kunnen zien. Hier zit veel waarde in. Duitse schrijvers zoals Lessing en Goethe lieten met hun werken Nathan der Weise (1779) en West-östlicher Divan (1814-1819) een grote nieuwsgierigheid naar en een fascinatie voor andere culturele en religieuze perspectieven zien. ‘Aufklärung ist nicht nur die Herrschaft der Vernunft, sondern zugleich das Einsehen in deren Begrenztheit [verlichting is niet alleen de overheersing van verstand, maar tegelijk het inzien van de eigen beperking]’, schrijft Kermani en ik kan het niet méér met hem eens zijn. Immanuel Kant sprak ook al van ‘selbstkritische Reflexion’ en Theodor Adorno en Max Horkheimer waarschuwden later in hun Dialektik der Aufklärung (1947) voor het gevaar van een nieuwe totalitaire heerschappij van het verlichtingsdenken – een dominant verhaal. Dominantie hoeft niet per se ongedaan gemaakt te worden – dat is bijna onmogelijk – maar ze kan wel onder controle gehouden worden. Kritische zelfreflectie over de eigen dominante verhalen kan daarin een eerste stap zijn. In wat volgt, ga ik dieper in op dominantie in de zin van dominante verhalen en dominant denken. In het eerste deel stel ik de volgende vragen: Hoe verhoudt domi-

12


nantie zich tot macht, autoriteit en waarheid? Waarom hebben we dominantie nodig? Waar is ze goed voor en waarom kan het gevaarlijk zijn? Wie zijn degenen die dominantie in stand houden en degenen die dominantie uitdagen? In het tweede, kortere deel wordt dominantie gekoppeld aan culturele dominantie met een specifieke casus: de literaire canon. Wat is de zin en de onzin van zo’n canon? En hoe kunnen we de canon anno 2020 het beste inrichten met de inzichten die we nu hebben?

13


DEEL 1: DOMINANTIE, MACHT EN AUTORITEIT Wanneer we het hebben over dominantie en dominante verhalen, dan hebben we het automatisch ook over macht en machtsstructuren. Dominantie wordt beschouwd als een onevenwichtige machtsverhouding, waarbij een persoon of een groep meer macht heeft dan de andere(n) of over de andere(n). In de wereld van de dieren kunnen we dat duidelijk waarnemen. Bij leeuwen zijn de alfamannetjes de dominante leiders van de troep. Olifanten hebben een matriarchische structuur gebaseerd op ervaring. Daar zijn het de oudere, vrouwelijke olifanten, die de kudde leiden en beschermen. Wolvenroedels kennen dan weer alfaparen van zowel een mannetje als een vrouwtje, en bij apen bestaat een complexere hiërarchie waarbij er verschillende rangen zijn. Ze functioneren allemaal volgens hun eigen regels, maar wat ze gemeenschappelijk hebben, is dat hun sociale systemen gebaseerd zijn op de grootst mogelijke kans op overleving en dat de alfa’s privileges genieten waarvan de andere alleen maar kunnen dromen. Ook mensen zijn groepsdieren en kennen sociale structuren met hiërarchie waarbij we bepaalde groepen in de

15


samenleving al dan niet vrijwillig macht toekennen, waardoor ze dominant kunnen worden. Maar wat is macht eigenlijk? En hoe verhoudt die zich tot dominantie? Sinds de antieke filosofie hebben we ontelbare pogingen gedaan om het begrip macht te doorgronden en te definiëren. Een van de meest gangbare definities van macht in een sociale context komt van de Duitse socioloog Max Weber. Hij formuleerde aan het begin van de twintigste eeuw in zijn postuum uitgegeven werk Wirtschaft und Gesellschaft (1922) een onderscheid tussen Macht en Herrschaft. Macht was volgens hem de mogelijkheid om je wil op te leggen aan anderen, terwijl Herrschaft een door de mensen geaccepteerde macht is. Weber koppelde Herrschaft dus aan legitimiteit. De letterlijke Nederlandse vertaling van Herrschaft is ‘overheersing’, maar inhoudelijk is het woord in deze context eerder vergelijkbaar met ‘autoriteit’ of ‘gezag’: de macht waarvan mensen overeengekomen zijn dat ze die willen. Het verschil tussen macht en autoriteit zit in de graad van legitimiteit die ontleend wordt aan de vrijheid die als voorwaarde geldt. Waar macht een element van dwang bevat (X legt op aan Y), houdt autoriteit een element van welwillendheid in (Y kiest ervoor om X de macht te geven). De Duits-Amerikaanse filosofe Hannah

16


Arendt verfijnde het verschil tussen macht en autoriteit in haar essay What is Authority? (1954). Volgens haar is er nog een derde, externe instantie (Z) aan wie de machthebbende de legitimiteit van zijn of haar autoriteit kan ontlenen, omdat ze erkend wordt door degene waarover de autoriteit wordt uitgevoerd (Y geeft macht aan X omdat ze allebei Z erkennen). In een representatieve democratie kunnen burgers hun volksvertegenwoordigers voor het parlement kiezen. De macht die de verkozenen krijgen, is via die verkiezingen dus gelegitimeerd, waardoor het parlement als wetgevende macht autoriteit en gezag krijgt. Ook in ons dagelijks leven onderwerpen we ons gewillig aan de autoriteit van bepaalde figuren en instanties: de conducteur aan wie we ons vervoersbewijs laten zien, de leraar wiens opdrachten we uitvoeren, de ouder naar wie we (meestal) braaf luisteren of de politieagent die we gehoorzamen tijdens een alcoholcontrole. In de lijn van Arendts gedachtegang is deze houding alleen maar mogelijk omdat we gezamenlijk zijn overeengekomen dat er bepaalde wetten en regels gelden – de derde instantie. Het zijn slechts enkele simpele voorbeelden, die laten zien dat autoriteit onderdeel is van de manier waarop we onze samenleving structuur en orde geven.

17


Hoe is dat alles nu verbonden aan dominantie en dominante verhalen? Hoe ideaal het bovenstaande ook klinkt, macht en autoriteit zijn niet altijd even duidelijk van elkaar te onderscheiden. De Franse filosoof Michel Foucault schreef uitvoerig over de relatie tussen kennis en macht in onder andere Histoire de la folie à l’âge classique (1961) en Surveiller et punir: Naissance de la prison (1975). Voor Foucault bestaat ‘dé waarheid’ niet. De waarheid is slechts een van de vele constructies die dominant is geworden dankzij de macht van een selecte groep geprivilegieerden in de samenleving. Dat betekent niet dat wij in een ideologische dictatuur leven, maar wel dat wat wij als ‘waar’ beschouwen en de manier waarop wij ‘kennis’ betekenis geven, afhankelijk is van de bestaande machtsstructuren hier en nu. Zoals dominante verhalen dat zijn. Waarom we denken wat we denken, wordt dus deels bepaald door de dominante groep, degene die macht én autoriteit hebben. De verhalen, die zij vormgeven en verspreiden, worden dominant en bieden de mogelijkheid om de eigen machtsstructuren en privileges te reproduceren. Dominantie gaat hand in hand met belangen. Het patriarchaat is hier een perfect voorbeeld van: een bijna cultureel universele sociale hiërarchie, waarbij mannen de primaire macht hebben over politieke, eco-

18


nomische, culturele instellingen. Het patriarchaat wordt dus gekenmerkt door mannelijke dominantie. Mannen hebben er dan ook baat bij dat die dominantie – met alle macht en privileges die ermee gepaard gaan – behouden blijft. Het resultaat is een van de hardnekkigste dominante verhalen over mannelijke superioriteit, waarbij de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen overdreven worden om genderstereotypering en dus -ongelijkheid in stand te houden. Dat alles is mogelijk omdat de dominante, geprivilegieerde groepen zeggenschap hebben over belangrijke kennisinstituten in de samenleving zoals onderwijs, media en wetenschap. Zij kunnen bijgevolg de dominante verhalen – en dus ook de culturele normen en waarden – grotendeels bepalen, verspreiden én in stand houden. De Italiaanse neomarxistische denker Antoni Gramsci noemde dat in zijn werk Quaderni del carcere (Gevangenisschriften) de ‘culturele hegemonie’. Volgens hem was dit type cultureel leiderschap een ‘soft power’ met een enorme impact. Die kon immers de perceptie van de werkelijkheid naar haar hand zetten.

19


Waarheid en perspectief

Even terug naar Foucault en het einde van ‘de absolute waarheid’. Foucault werd beïnvloed door de invloedrijke Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. In zijn essay Über Wahrheit und Lüge im außermoralischen Sinn (1873) schreef Nietzsche al dat er niet zoiets bestaat als ‘de absolute waarheid’ omdat ze altijd onderhevig is aan een menselijk perspectief. Ze is bijgevolg slechts een waarneming van de werkelijkheid omdat onze interpretaties niet absoluut kunnen zijn. Interpretaties veranderen nu eenmaal in de loop der tijd, afhankelijk van welke opvattingen dan dominant zijn. Een eeuw later gaat Foucault nog een stapje verder, waarmee hij een stevige stempel drukte op het postmoderne denken, dat sinds het einde van de twintigste eeuw dominant is geworden. Het postmodernisme – een term ontleend aan La Condition Postmoderne (1979) van Jean-François Lyotard, die ‘het einde van de grote verhalen’ aankondigde – wordt gekenmerkt door een houding waarbij twijfel en relativering centraal staan. Er bestaat niet langer één absolute waarheid, maar meerdere constructies van de waarheid. Zelf verkies ik het begrip ‘werkelijkheid’ boven ‘waarheid’ omdat ik dat laatste te abstract vind. Uiteindelijk

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook