DE MOORD OP LUMUMBA
‘De Goden zijn niet oppermachtig, want ze kunnen het verleden niet uitwissen.’ AGATHOON
www.kritak.be
Kritak maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, en Ludo De Witte, 2020 Vormgeving: Tinxz (Filip Coopman) Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en /of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. d/2020/45/413 isbn 978 94 014 7146 6 nur 695
INHOUD
INLEIDING BIJ DE UITGAVE VAN 2020............................................9 INLEIDING.................................................................................... 21 PROLOOG: EEN ACADEMISCHE DOOFPOTOPERATIE................... 27 HOOFDSTUK 1: HET SCHAVOT WORDT OPGETROKKEN................ 37
Een ‘neger’ bestormt de hemel (30 juni 1960).......................... 37 Belgische troepen en blauwhelmen voor Tshombe (juli-augustus 1960)................................................................. 42 De vernietiging van de regering-Lumumba (augustus-september 1960)...................................................... 56 De CIA achterna: ‘plan-Barracuda’............................................66
HOOFDSTUK 2: WAPENBROEDERS TEGEN ‘SATAN’...................... 73
Kolonel Mobutu verschijnt op het politieke toneel................. 73 De koperstaat, ‘een oase van vrede’.......................................... 78 In Laken mokt een gekrenkte koning.....................................84 Het trio Eyskens, Wigny en d’Aspremont Lynden................. 95 Majoor Loos, de spin in het web........................................... 104
HOOFDSTUK 3: IN DE DODENCEL............................................... 113
d’Aspremont Lynden en Loos op missie in Afrika................ 113 De VN levert Lumumba aan Mobutu uit (2 december 1960)................................................................... 119 In kamp Hardy, in Thysstad....................................................127 In Katanga wachten Belgische militairen …...........................136 …en het Bureau-conseil du Katanga.......................................141 De VN redt nogmaals Tshombe. Maar hoelang nog?............. 149
HOOFDSTUK 4: BRUSSEL ZET HET LICHT OP GROEN................. 153
Een nieuwe opdracht voor kolonel Vandewalle...................... 153 Moeilijke uren voor Katanga (eind 1960, begin 1961).............161 Patrice Lumumba moet sterven.............................................167
- 5 -
Muiterij in Thysstad, paniek in Leopoldstad en Brussel (12-14 januari).........................................................................174 Bakwanga of Elisabethstad?.................................................. 190 Minister d’Aspremont Lynden beveelt de uitlevering aan Katanga (16 januari)........................................................ 198 HOOFDSTUK 5: DE LAATSTE DAG VAN LUMUMBA..................... 205
Van Thysstad naar Lukala, en daarna naar Moanda............... 205 Per DC-4 van Moanda naar Elisabethstad..............................210 Aankomst in Katanga.............................................................217 In la maison Brouwez.............................................................222 Geen bloed aan de handen.................................................... 228 Tshombe bouwt een feestje....................................................237 Opnieuw in la maison Brouwez............................................ 243 Het laatste uur van Lumumba............................................... 247
HOOFDSTUK 6: OPERATIE-DOOFPOT..........................................255
Zorgen voor de enen, champagne voor de anderen................255 Maskerade in Katanga............................................................258 Geen bloed aan de handen (bis)............................................ 262 Maskerade in Brussel en New York....................................... 269 Tot op de bodem van de hel.................................................. 278 De wereld wordt ingelicht..................................................... 283
HOOFDSTUK 7: EEN ZEE VAN BLOED......................................... 295
De marteldood van Finant in Bakwanga (9 februari 1961).... 295 New York en Brussel dekken de zaak toe.............................. 299 Bloedgeld en koninklijke waardering.................................... 305 Kolonel Vandewalle en het tweede leven van Leopold II...... 308
HOOFDSTUK 8: DANSE MACABRE IN GBADOLITE....................... 317
De bekentenis van Guy Weber............................................... 317 Danse macabre in Gbadolite (1985)........................................322 Lumumba’s nationalisme: een voorlopig oordeel.................... 331
- 6 -
UITLEIDING 1: HET POLITIEKE TESTAMENT VAN PATRICE LUMUMBA.............................................................345 UITLEIDING 2: ETIENNE DAVIGNON EN DE CONGOCRISIS..........347 DANKWOORD............................................................................ 363 BIBLIOGRAFIE............................................................................ 364 PERSONENREGISTER..................................................................371
- 7 -
INLEIDING BIJ DE UITGAVE VAN 2020
Op 17 januari 1961, bijna zestig jaar geleden, werd Patrice Lumumba, de eerste premier van het onafhankelijke Congo, vermoord. Zestig jaar: dat is de tijdruimte waarin drie of vier politieke generaties komen en gaan. Wie kent de politieke leiders uit die tijd nog, mannen als Christian Herter, Joseph Luns, Gaston Eyskens … behalve een select kransje van historici en enkele intellectuelen? Het zijn politici die verstoft zijn tot voetnoten in geschiedenisboeken. Maar op enkelen heeft de tand des tijds geen vat. Ze blijven in het collectieve geheugen verankerd, omdat ze op een snijpunt van grote seculaire evoluties het verleden wisten te overstijgen en een inspirerend voorbeeld of een na te volgen vlag verpersoonlijkten. Afrika leverde in de twintigste eeuw enkele figuren van dat formaat op, zoals een Nelson Mandela of een Thomas Sankara. Een Zuid-Afrikaan en een Burkinees naar hun geboortegrond, maar Afrikanen in de volle betekenis van het woord: mannen wier politieke erfenis op het hele continent wordt gekoesterd. Patrice Lumumba hoort in dat pantheon thuis. Dat kan op het eerste gezicht verbazing wekken. Lumumba was een onervaren politiek leider van een jonge, onvaste onafhankelijkheidsbeweging. Zijn politieke carrière was ook bijzonder kort: hij was amper 2,5 maand eerste minister van Congo, van Onafhankelijkheidsdag (30 juni 1960) tot zijn wederrechtelijke afzetting in september. Tot aan zijn dood, vier maand later, was hij veroordeeld tot politieke inactiviteit, eerst onder feitelijk huisarrest, nadien in een gevangeniscel. En toch fascineert deze meteoor aan het Afrikaanse politieke firmament. De beelden van zijn speech op Onafhankelijkheidsdag gingen de wereld rond. Hij hield de Belgische oud-kolonisator, met koning Boudewijn op kop, de spiegel voor waarin le tout Bruxelles zichzelf voor het eerst zag zoals het werkelijk was: zelfvoldaan, geborneerd, paternalistisch, autoritair, hebzuchtig. En dan zijn er ook die andere beelden, het pendant van de eerste: van een inmiddels afgezette, geknevelde Lumumba in de laadruimte van een vrachtwagen, die waardig de mishandelingen van Mobutu’s soldateska ondergaat. Het zijn beelden die de fantasie kleuren wanneer we denken aan wat volgde: zijn gevangenschap in een vuile cel, terwijl VN-officieren, door hem naar Congo uitgenodigd om wet en orde te verdedigen, een eind verderop met Mobutu en de zijnen complotteren, - 9 -
en ten slotte, de martelingen, de moord en de vernietiging van zijn lichaam, in het door Belgen beheerste Katanga. Zijn ondergang is evenwel veel meer dan stof voor een shakespeareaanse tragedie. Lumumba’s dood heeft een dieperliggende betekenis die ook vandaag nog een gevoelige snaar raakt. De nationalistische leider blijft in de derde wereld tot de verbeelding spreken omdat hij de overheersing van Congo en Afrika door Brussel en zijn bondgenoten consequent afwees, en dat met een martelaarsdood moest bekopen. Het Westen richtte Lumumba ten gronde omdat hij vasthield aan het ongeschreven maar ondubbelzinnige contract dat hij met de Congolese bevolking had afgesloten: de onafhankelijkheid moest meer opleveren dan wat voordelen voor een kleine zwarte elite, maar tastbaar zijn voor brede lagen van de bevolking. In het nieuwe Congo zou het koloniale bouwwerk grondig worden verbouwd. Echt dekoloniseren, en dat vereiste de afbouw van de privileges van de koloniale machten — de trusts, de koloniale ambtenarij en de katholieke kerk. Kortom, geen neokoloniale recuperatie van de onafhankelijkheid, maar een echt soeverein Congo, ten dienste van de Congolese volkeren. Brussel en Washington waren als de dood voor dit project, want als Lumumba in zijn opzet zou slagen en Afrika de weg zou wijzen, lag de weg open voor een bredere emancipatiebeweging die de westerse grip op de andere, pas onafhankelijk geworden landen, de Portugese kolonies of het Zuid-Afrika van de apartheid zou bedreigen. *** Eind 1999 verscheen de eerste uitgave van dit boek. De publicatie deed nogal wat stof opwaaien, en leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie die zich over de moord op de Congolese premier boog. Het resultaat was dat de Belgische regering zich begin 2002 verontschuldigde bij Congo voor het aandeel van België in de misdaad. De media-aandacht voor de zaak zorgde voor een kritischer collectief bewustzijn van veel Vlamingen en Belgen over het koloniale tijdvak, de dekolonisatie en de geaborteerde onafhankelijkheid van Congo, en de negatieve rol van België en zijn bondgenoten daarin. Maar het officiële België legde zich niet voetstoots bij die evolutie neer. Het zou te ver leiden om in te gaan op alle pogingen die de afgelopen twee decennia werden ondernomen om het koloniale en neokoloniale blazoen van de machten rond het Brusselse Warandepark op te - 10 -
Inleiding bij de uitgave van 2020
poetsen en de misdaden te vergoelijken of koud te negeren. Toch enkele voorbeelden: – Het rapport van de Lumumbacommissie zelf vertoont grove lacunes. Alleen al de conclusie doet de wenkbrauwen fronsen: ‘met de normen inzake publieke moraal van vandaag (…) komt de commissie tot de conclusie dat sommige Belgische regeringsleden en andere Belgische actoren een morele verantwoordelijkheid dragen in de omstandigheden die tot de dood van Lumumba hebben geleid.’ Bizar, want stonden ‘de normen inzake publieke moraal’ van toen wél de moord op een buitenlandse premier toe? En wat is in godsnaam een morele verantwoordelijkheid? Ondanks herhaaldelijk aandringen van journalisten kon ook commissievoorzitter Geert Versnick het op een persconferentie niet uitleggen. Een journalist grapte in de titel boven zijn verslag: ‘België heeft een moord op zijn geweten’ … Het rapport schiet op veel punten te kort. De individuele verantwoordelijkheden van Belgen worden niet geanalyseerd, hoewel dat in de opdracht stond die het parlement de commissie had gegeven. De samenwerking van België met de VS in de strijd tegen de Congolese regering blijft buiten het onderzoeksvizier: Brussel wou duidelijk zijn NAVO-partner ontzien. Het rapport lijdt aan ‘tekstfetisjisme’: enkel documenten worden geanalyseerd, en bezwarende verklaringen van direct betrokkenen worden niet ernstig genomen. Documenten worden ‘op zich’ gelezen, niet in hun context. Verhullend taalgebruik (codetaal) dat geheime operaties moet maskeren en ingeval ontdekking moet toestaan dat de operaties op een geloofwaardige manier kunnen ontkend worden (‘plausible deniability’) wordt niet als dusdanig gelezen. Voor meer over de lacunes van het rapport: zie ook de tweede uitleiding in dit boek.1 (Het commissieverslag bevat één spectaculair document. Het is een brief van de Belgische majoor Guy Weber aan koning Boudewijn, van 19 oktober 1960. Weber is de sterke man achter de Katangese ‘president’ Tshombe. In de brief
1
Over de lacunes in het werk van de Lumumbacommissie publiceerde ik verschillende artikels op de websites van Apache, DeWereldMorgen en Uitpers. Zie bv. L. De Witte, ‘Lumumba in het Belgisch parlement: Brussel kijkt in een besmeurde spiegel’, Uitpers, januari 2002, en L. De Witte, ‘De moord op Lumumba: academici tussen waarheid en raison d’état’, Uitpers, nr. 60, 6de jg., januari 2005.
- 11 -
meldt hij dat Tshombe, Mobutu en hun entourage Lumumba willen ‘neutraliseren’. ‘Indien mogelijk fysiek’, zo schrijft hij. Boudewijn antwoordt met een brief aan Tshombe die ik ook al in dit boek had afgedrukt (in deze editie, pp. 89-90) en waarin de koning in ongemeen scherpe bewoordingen Lumumba neerhaalt en Tshombe prijst. De brief kan moeilijk anders worden gelezen dan als een impliciete goedkeuring van het moordplan. In de woorden van de experts van de commissie: een ‘bezwarende’ reactie. Brief van G. Weber, bezorgd aan Boudewijn op 26/10, in ‘Parlementair onderzoek met het oog op het vaststellen van de precieze omstandigheden waarin Patrice Lumumba werd vermoord en van de eventuele betrokkenheid daarbij van Belgische politici. Verslag’, pp. 471-473, 476.) – Het Belgische gerecht en de Lumumbacommissie ondernamen niets toen politiecommissaris Gerard Soete aan journalisten twee tanden van de ex-premier toonde die hij als een trofee bij hem thuis bewaarde. Waarom is niet onmiddellijk overgegaan tot een huiszoeking om de resten van Lumumba te recupereren? De commissie verrichtte die pas toen de man al was overleden. De huiszoeking leverde niets op. Logisch: nabestaanden hadden de nalatenschap al grotendeels weggenomen, zoals later zou blijken (zie verder). Waarom zijn die mensen niet gecontacteerd? – Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel, die de Lumumbacommissie op de sporen zette, verbood kort na de publicatie van mijn boek nieuw archiefonderzoek over de dekolonisatieperiode van Congo, Rwanda en Burundi (Zijn opvolger, Karel De Gucht, stelde de archieven van het departement opnieuw open voor onderzoek.) – Louis Michel hield pleidooien ter verdediging van Leopold II, naar aanleiding van een kritische documentaire van Peter Bate (‘White King, Red Rubber, Black Death’, 2003) over koning Leopold II en zijn Congo Vrijstaat. – Op de grote (tijdelijke) Congotentoonstelling van het Afrikamuseum in Tervuren (Het geheugen van Congo, 2005), werd de schuld voor ‘chaos en geweld’ na de onafhankelijkheid gelegd bij Lumumba, terwijl Mobutu voor zijn staatsgreep van 1965 lof kreeg toegezwaaid. Mobutu, zo vernam de bezoeker, ‘geeft de staat een nieuwe vorm’ en ‘zorgt voor een hechte samenhang tussen elites en volk’. Dat de initiële stabiliteit van het Mobuturegime was gevestigd op het neerslaan van opstanden die in 1964 en 1965 honderdduizenden Congo-
- 12 -
Inleiding bij de uitgave van 2020
lezen het leven hebben gekost, werd voor het gemak vergeten.2 – In media-interviews met Luc De Vos (Koninklijke Militaire School) en reportages van Peter Verlinden (VRT) worden de Congolese nationalisten rond Lumumba in een kwaad daglicht geplaatst. Tot aan zijn vertrek bij de openbare omroep, in 2019, monopoliseerde Verlinden, wiens geschriften oud-koloniale milieus bedienen, de berichtgeving van de openbare zender over Congo.3 – Charles Huyghe, die mee verantwoordelijk was voor de gevangenhouding van Lumumba tijdens de laatste uren voor zijn dood, werd benoemd tot ridder in de Leopoldsorde. Zijn rol is beschreven in dit boek en komt zelfs voor in een (zwak) VN-rapport over de gebeurtenissen. Huyghe, die tot aan zijn dood in Zuid-Afrika woonde, kreeg de onderscheiding uit handen van de Belgische ambassadeur in diens residentie in Pretoria, op 15 mei 2009.4 – In het boek Leopold ii, ongegeneerd genie? (Lannoo, 2009) schetst een twintigtal professoren en onderzoekers van vooral de Université Catholique de Louvain (UCL) een zéér welwillend beeld van Leopold s koloniale onderneming. Rik Van Cauwelaert omschreef in Knack het boek als ‘een schuchtere poging tot rehabilitatie, waarbij heel wat verpletterende bewijslast werd vergeten.’ Een van de auteurs van het boek, Pierre-Luc Plasman, bestond het nog om in 2019 te stellen dat Leopold II voor de Congogruwel ‘verantwoordelijk, maar niet schuldig’ was. Jean-Luc Vellut, Michel Dumoulin en Pierre-Luc Plasman vormen een academisch trio met groot gewicht in de Franstalige publieke opinie als het over de kolonisatie gaat. Hun gezamenlijk standpunt wordt door Plasman zo verwoord: ‘Leopold II is de zondebok van het slechte geweten van Europa’.5 – La Libre, ooit de spreekbuis van koloniale milieus, leent zich graag voor een negationistische kijk op het koloniale verleden. Toen eind 2017 de Franstalige editie van mijn boek over de opkomst van Mobutu
2 Zie hierover L. De Witte, ‘De geesten van Leopold II en Lumumba dwalen nog steeds door dit land’, Apache, 12/4/2010. 3 Zie bv. L. De Witte, ‘De koloniale sehnsucht van Peter Verlinden’, Apache, 2/2/2010, of L. De Witte, ‘Dekoloniseer de VRT — begin met de Congo-desk’, Apache, 20/12/2018. 4 Over de onderscheiding voor C. Huyghe, zie http://staatsbladclip.zita.be/staatsblad/ wetten/2009/02/27/wet-2008015205.html en http://www.saafa.co.za/copy/newsletters/jhb/ Johannesburg%20200907.pdf 5 R. Van Cauwelaert, Knack, 29/6/2010; P-L. Plasman, in ‘Le rapport des Nations unies sur la colonisation belge en Afrique est victimaire et idéologisé’, La Libre, 13/2/2019.
- 13 -
verscheen, schreef Marie-France Cros in La libre dat de bloedige heroveringsoperatie van rebellengebied in Oost-Congo in 1964-1965 niet door Belgische officieren en in opdracht van de Belgische regering was georganiseerd, zoals ik stelde op basis van honderden archiefdocumenten, maar wel door Mobutu, die daarvoor huurlingen aanwierf …6 – Het departement Buitenlandse Zaken probeerde in de aanloop naar de vieringen van vijftig jaar Congolese onafhankelijkheid (30 juni 2010) te verhinderen dat op filmfestivals in Namen, Brussel en Leuven ‘gevoelige’ films als Lumumba (Raoul Peck) en Mobutu (Thierry Michel) werden geafficheerd.7 – De besluiten van de Lumumbacommissie en de regering zijn dode letter gebleven. Het vergemakkelijken van archiefonderzoek ten behoeve van historische waarheidsvinding is nog steeds niet gerealiseerd — zoals ik zelf ervoer, tijdens de research voor een nieuw boek over de rol van België in de moord op de Burundese eerste minister Louis Rwagasore (1961), dat in 2021 moet verschijnen. Voorts kondigde minister Louis Michel de oprichting van een Fonds Patrice Lumumba aan om projecten inzake conflictpreventie, de versterking van de rechtsstaat en de opleiding van Congolese jongeren te financieren. Dat fonds is er niet gekomen. – Maandag 18 januari 2016: Humo-journalist Jan Antonissen belt me met de mededeling dat hij ’s anderendaags een interview met de dochter van Gerard Soete in het weekblad publiceert. Tijdens het gesprek had ze hem, bijna naïef weg, uit de nalatenschap van haar vader … een tand getoond. Allicht een tand van Patrice Lumumba. Het was zaak snel te reageren vooraleer die nalatenschap zou verdwijnen. Dezelfde avond nog diende ik bij de politie een klacht in wegens heling van de resten van een menselijk lichaam. Met succes, want het federale parket (dat bevoegd is voor het behandelen van ‘ernstige inbreuken op het internationaal humanitair recht’) organiseerde prompt een huiszoeking. De nalatenschap werd in beslag genomen en overgedragen aan de onderzoeksrechter belast met het onderzoek van de klacht van de familie-Lumumba tegen Belgen betrokken bij de moord. Wat precies in beslag is genomen, is niet 6 Over La Libre, zie L. De Witte, ‘L’ascension de Mobutu’: un livre toujours pas digéré par certains milieux nostalgiques?’ Investig’Action, 20/2/2018. 7 Zie hierover L. De Witte, ‘De geesten van Leopold II en Lumumba dwalen nog steeds door dit land’, Apache, 12/4/2010.
- 14 -
Inleiding bij de uitgave van 2020
duidelijk, want Jan Antonissen zag wellicht niet alles. We weten dat Soete ooit twee tanden en een vingerkootje van Patrice Lumumba als trofee mee naar België bracht. De inbeslaggenomen menselijke resten liggen nu al meer dan 4 jaar ergens in een doos op het Justitiepaleis in Brussel. En niets beweegt in dat dossier. Het verbaast niet dat de Congolese regimes de andere kant opkijken — eerst het corrupte regime van Kabila, vandaag dat van Felix Tshisekedi, wiens vader in de frontlijn stond van de strijd tegen de regering-Lumumba. Wat hen betreft, liefst geen terugkeer van Lumumba’s resten naar Congo, want dat zou uitlopen op de oprichting van een memoriaal, als symbool voor een hernieuwd, progressief Afrikaans nationalisme. Ook België kijkt weg, wég van het materiële bewijs van zijn betrokkenheid bij het om de nek draaien van de democratie in het onafhankelijk geworden Congo. In een aflevering van het Canvas-programma ‘Kinderen van de kolonie’ zei een geëmotioneerde Juliana Lumumba, dochter van de vermoorde premier: ‘Ik wacht nog altijd op een gepaste reactie. Een moord zonder moordenaar. Een moord zonder beklaagde. Een moord zonder lichaam. Maar een Belg heeft wel een tand van dat lichaam. We hebben het recht om gerechtigheid te eisen voor wat mijn vader is aangedaan.’ (december 2018) – Afgezien van een Square Patrice Lumumba, op een onopvallende plaats aan de Naamsepoort in Brussel, een rue Lumumba in Charleroi en een gedenkplaats in Mons, is tot vandaag geen enkele straat of plein in dit land naar Patrice Lumumba genoemd — zelfs niet in Oostende en Antwerpen, waar het koloniale verleden toch een grote stempel drukt op de publieke ruimte. In Elsene, waar veel Belgo-Congolezen in de Matongewijk wonen, stemde de gemeenteraad (liberalen en PS) in 2013 een voorstel weg, met het argument dat Patrice Lumumba als personage ‘niet verzoenend genoeg’ is. In de gemeenteraad van Antwerpen gaf burgemeester Bart De Wever twee argumenten om het voorstel af te wijzen. Er is volgens hem geen band tussen Lumumba en Antwerpen, wat volgens het Vlaamse decreet over de naamgeving van wegen en pleinen een vereiste is. Nochtans speelt de stad een grote rol in de handelsrelaties met Afrika en met Matadi in het bijzonder. Bovendien is van die regel in het verleden geregeld afgeweken, wat De Wever trouwens erkende. Zijn tweede argument is zo mogelijk nog bedenkelijker: het is niet de - 15 -
bedoeling van het Antwerps gemeentebestuur om het geven van straatnamen ‘te politiseren’.8 Is het niet veelzeggend dat die enkele bescheiden overwinningen er pas kwamen dankzij de onvermoeibare, jarenlange inzet van enkele Belgisch-Congolese verenigingen? En dat tezelfdertijd de standbeelden van Leopold II en de straatnamen genoemd naar de man wiens schrikbewind volgens gerenommeerde demografen een derde tot twee derden van de Congolese bevolking heeft weggevaagd, alsook monumenten die de kolonisatie in het algemeen verheerlijken, ongestoord de publieke ruimte blijven infecteren? Het illustreert het dedain voor de burgers van Congolese en Afrikaanse afkomst, wier ouders en voorouders met bloed, zweet en tranen de financieel-economische trusts van dit land superwinsten en het land imperiale grootheid bezorgden.9 En het demonstreert de onverschilligheid of de aversie van officiële instanties om een genuanceerd beeld van het koloniale verleden in ons collectieve bewustzijn te integreren. – Eind 2018 werd het vernieuwde AfricaMuseum in Tervuren feestelijk heropend. Een museum betaald met de opbrengst van Congolese dwangarbeid en een van de kroonjuwelen uit de nalatenschap van Leopold II. Tot voor de renovatie was het museum een van de laatste echte koloniale musea ter wereld: een rijke vergaarbak van opgezette dieren, gereconstrueerde vegetatie en etnografische voorwerpen. In dit bastion van koloniale propaganda kregen de Congolezen hetzelfde statuut als de fauna en flora van het land: wezens zonder naam of gezicht, zonder geschiedenis, als passieve materie die de kolonisator naar believen kon modelleren. Zorgde de renovatie voor een museale revolutie? Een ongemakkelijk gevoel bekroop me al aan de ticketbalie. Union Minière/Umicore, het mijnbouwbedrijf dat als geen ander Congo plunderde en in 1960-63 de Congolese democratie om zeep hielp, staat er fier geafficheerd als een hoofdsponsor van het museum. Geen wonder dat in de afdelingen over de bodemrijkdommen van Congo de bezoeker niets verneemt over de geschiedenis 8 Antwerpen, ‘Gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn’, februari 2019’. 9 Zie bv. L. De Witte, ‘Congolese oorlogstranen: Deportatie en dwangarbeid voor de geallieerde oorlogsindustrie (1940-1945)’, DeWereldMorgen, 9/1/2016. Hét basiswerk over de exploitatie van Congo, een echt naslagwerk, is F. Buelens, Congo 1885-1960. Een financieel-economische geschiedenis, , Berchem, 2007. Voor een bespreking, zie L. De Witte, ‘De maatpakken in de schaduw. Een boek over de economische exploitatie van Congo (18851960)’, Uitpers, juni 2007.
- 16 -
Inleiding bij de uitgave van 2020
van de grondstoffenroof en hoe die in stand werd gehouden, zoals met de massaslachting die het koloniale leger in 1941 aanrichtte onder stakende arbeiders van de mijngigant.10 De koloniale roofzucht nam velerlei vormen aan, en dat weerspiegelt zich in het museum. In de toonzalen en de kelders van het museum liggen etnisch-culturele voorwerpen, fetisjen waarin menselijke resten zitten verwerkt en zelfs twee mummies van herders uit Kivu. Cultuurhistorici met een westerse blik mogen het kunst noemen, het is dan wel dikwijls roofkunst, en vrijwel altijd van dubieuze oorsprong. Er wordt schaamteloos met gestolen goed gepronkt. Een Luba-masker, door de kunsthistoricus van het AfricaMuseum geroemd als ‘het equivalent’ voor zijn museum van wat de Mona Lisa voor het Louvre is, blijkt ten tijde van Leopold II te zijn weggeroofd uit een Congolees dorp dat door de troepen van de monarch was geplunderd. Tervuren was officieel al sinds 2001 van de diefstal op de hoogte, want een antropoloog van het museum had dat jaar ‘zijn moed samengeraapt’ (zijn woorden) om de feiten op papier te zetten. Het geneerde het museum niet om eind 2018 het masker nog prominent op een nieuwe publicatie (‘Art sans pareil’) te plaatsen.11 Men zou mogen verwachten dat de verbeelding van de dekolonisatie van Congo, Rwanda en Burundi (1958-1965) veel doordachte aandacht zou krijgen. In die periode werden de kolonies omgebouwd tot neokoloniale regimes, met als ijkpunten de ‘Huturevolutie’ in Rwanda, de liquidatie van de regering-Lumumba, de moord op de Burundese premier Rwagasore en de staatsgreep van Mobutu. Het resultaat is evenwel ontgoochelend. De periode neemt slechts een klein gedeelte in van de (kleine) zaal die de geschiedenis van Centraal-Afrika evoceert. Op een muur is een rommelige collage van tijdschriftcovers geplakt die bij de doorsnee bezoeker niet veel meer dan onbegrijpelijke chaos zal oproepen. De gebeurtenissen worden slechts met een kranten- of tijdschriftkop geëvoceerd. ‘Manifestations anti-Lumumba’, is er zo eentje. Andere krantentitels zeggen dat Rwanda een pogrom kende en dat in Burundi Rwagasore is vermoord, punt. Er staat een kunstwerk dat de vorm heeft van een fau10 L. De Witte, ‘AfricaMuseum heropent exact 77 jaar na bloedbad van Lubumbashi’, DeWereldMorgen, 7/12/2018. 11 M. Bouffioux, ‘Musée royal de l’Afrique centrale: un masque tellement « emblématique »’, Paris Match, 3/9/2019.
- 17 -
teuil, met daarop de beeltenis van Lumumba en de woorden ‘Lumumba assassinato’. Geen duiding of analyse, impressies moeten blijkbaar volstaan. Men kan op een aanraakscherm wel doorklikken naar enkele markante gebeurtenissen, maar ook dat levert niets op waar men wijzer van wordt. Of het moet dit zijn: de staatsgreep van Mobutu van 24 november 1965 wordt ‘een heilzame ingreep’ genoemd (met de woorden ‘een heilzame ingreep’ tussen aanhalingstekens). Het aanraakscherm leert de bezoeker ook nog dat Mobutu een generaal is wiens ster sinds de onafhankelijkheid gerezen is … – In 2010 dienden de nabestaanden van Patrice Lumumba bij het Brusselse gerecht een klacht in tegen een tiental Belgen voor hun betrokkenheid bij de moord. De klacht is ontvankelijk verklaard, want oorlogsmisdaden verjaren niet, en voor betrokken Belgen zijn Belgische rechtbanken bevoegd. Tien jaar later wachten we nog altijd op de resultaten van het onderzoek, en of er al dan niet een proces wordt georganiseerd. Waarom sleept het onderzoek aan? Is het de bedoeling om het onderzoek te rekken tot alle aangeklaagde personen zijn overleden, en de klacht zonder voorwerp wordt? – Een van de mensen die een plaatsje op de beklaagdenbank verdient, is burggraaf Etienne Davignon. (zie voor een grondige analyse van zijn rol, de tweede uitleiding van dit boek) De man publiceerde in 2019 zijn memoires. Naar aanleiding van die publicatie stond Davignon een interview toe aan Le Soir. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om België en zichzelf wit te wassen van elk aandeel in de politieke val van Lumumba en zijn dood. De muiterij van het Congolese leger? De wederrechtelijke afzetting van Lumumba als premier? De sluiting van het parlement? De (geaborteerde) moordcomplotten? De transfer van Lumumba naar Katanga? De martelingen en de moord? Zonder ook maar even met de ogen te knipperen zei Davignon dat het allemaal een zaak van ‘Bantoes’ was, niet van Belgen.12 Is het schaamteloze negationisme van Davignon een voorbode van de sisser waarmee het strafonderzoek zal aflopen?
12 E. Davignon, Mes trois vies, Racine, vertaald als Mijn drie levens, Lannoo. Voor het interview in Le Soir, 5/3/2019, zie L. De Witte, ‘Wanneer Etienne Davignon de geschiedenis van Congo herschrijft’, DeWereldMorgen, 20/4/2020.
- 18 -
Inleiding bij de uitgave van 2020
*** Bovenstaande voorbeelden tonen genoegzaam aan dat van een ondubbelzinnige erkenning van de verantwoordelijkheden van België in de ontsporing van de dekolonisatie van Congo (en Rwanda en Burundi) nog steeds geen sprake is. Historische waarheidsvinding kent nooit rechtlijnige progressie. Geschiedenis is steeds het voorwerp van een gevecht tussen contradictorische krachten, want wie het verleden ‘controleert’ zit in een goede uitgangspositie om ook zijn of haar kijk op het heden op te leggen. Belangrijke sectoren van het politieke en diplomatieke establishment — en hun academische en journalistieke spreekbuizen — proberen terrein terug te winnen. Terrein dat ze in de jaren ’90 verloren, toen het stabiele neokoloniale bouwwerk dat in de jaren ’60 het licht zag, instortte. Jaren waarin de regimes van Mobutu (Congo) en Habyarimana (Rwanda) implodeerden, sleutelfiguren als koning Boudewijn en Mobutu verdwenen, de Rwandese genocide (1994) schokgolven door de wereld joeg en het boek van Adam Hochschild over Leopold II, mijn boek over de moord op Lumumba en de bekentenissen van politiecommissaris Gerard Soete de geloofwaardigheid van de onschuld van België compleet erodeerden. Hoe is het mogelijk dat anno 2020 officieel België de historische waarheid nog steeds niet voluit omarmt? Een land dat pretendeert de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ter harte te nemen? Een land dat beweert zich te laten leiden door principes als het bevorderen van vrede, rechtvaardigheid, democratie? Het antwoord ligt in de vraagstelling zelf besloten: precies omdat Brussel zich laat voorstaan op het nastreven van vrede, rechtvaardigheid en democratie, weigert het zijn nefaste rol in het dekolonisatieproces van Centraal-Afrika te erkennen. Want hoe zou Brussel de rol kunnen spelen die het als klein imperialistisch land voor zichzelf op het internationale diplomatieke schaakbord heeft gereserveerd — promotor van democratie en mensenrechten, en bemiddelaar en vredesstichter, in een regio waar de bevoorrading van strategische grondstoffen voor de wereldmarkt moet worden gegarandeerd —, als het terzelfdertijd zou erkennen dat het op dat vlak zelf geen voorbeeldfunctie vervult? Als het zou erkennen dat het zelf mee aan de basis ligt van een neokoloniale wereldorde die elk jaar (2012 als voorbeeld) 1.300 miljard dollar in de ontwikkelingslanden pompt, maar datzelfde jaar 3.300 miljard dollar uit de periferie zuigt, dankzij interesttransferten, kapitaalvlucht en ongelijke ruil? Een wereldorde die - 19 -
zo nodig wordt afgedwongen met corruptie, staatsgrepen, militaire interventies, oorlogen? En dat BelgiĂŤ dus eerder deel van het probleem dan van de oplossing is? (Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor de andere imperialistische machten: ook zij slagen er niet in om met hun koloniale verleden in het reine te komen, om dezelfde redenen.) Ludo De Witte, 3 mei 2020