Skip to main content

9789401471268

Page 1

LISE LAMBERT naar de verhalen van

HUGO MATTHYSEN met illustraties van

MARK BORGIONS

FIETSEN OP DE DAKEN en andere verhalen


fietsen op de daken Het is nacht. De wereld is in een diepe slaap. Op een verdwaald snurkje na is het muisstil. Sinterklaas en Zwarte Piet zijn op de daken. Ze halen tekeningen op. Dan weerklinkt er een zacht gerinkel. Zwarte Piet stopt bruusk en kijkt om zich heen. ‘Sinterklaas, hoort u dat? Dat klinkt als de bel van een héél klein schooltje.’ ‘Ja, ik hoor het ook. Een heel klein schooltje, zeg je? Midden in de nacht?’ Sinterklaas vindt het een gek idee. Dan rinkelt het belletje opnieuw. Met een ruk draait Sinterklaas zijn hoofd en spitst zijn oren. ‘Wacht eens, het geluid komt van daar!’ Hij wijst en fronst zijn grijze wenkbrauwen. ‘Toch een beetje raar.’ Zwarte Piet knikt instemmend. ‘Ja, want wij zijn ’s nachts altijd helemaal alleen, hè Sinterklaas?’ Ze kijken achter schoorstenen, muurtjes en dakgoten, maar er is niets te zien. Sinterklaas geeft het niet op. ‘Ssst’, fluistert hij en legt een vinger op zijn mond. ‘Hoor jij nog iets?’ Het blijft stil. ‘Hmm, voor de rest is het hier rustig’, mompelt Sinterklaas en hij wenkt Piet met zijn arm. ‘Kom, op naar de volgende schoorsteen. We moeten nog meer brieven ophalen.’ De vrienden zetten hun tocht voort. Ze zien niet dat er in de verte een donkere schaduw over de daken flitst.


Zwarte Piet loopt voorop en springt van schoorsteen naar schoorsteen. Daar komt hij weer. ‘Kijk eens, Sinterklaas, een mooie brief, en wat een prachtige tekening.’ Hij is erg trots. Sinterklaas kijkt bewonderend naar de tekening. ‘Zo’n prachtige tekening verdient een beloning. Neem maar een chocoladepopje uit de zak, Zwarte Piet.’ Piet knikt. ‘Zeker, Sinterklaas.’ Hij laat zijn hand diep in de zak glijden en… haalt er een zilveren kandelaar uit! ‘Oei, is een kandelaar ook goed?’ vraagt hij. De Sint kijkt verbaasd op. Zwarte Piet haalt nog meer vreemde dingen uit de zak. ‘Of een koevoet? Of een schroevendraaier?’ Nu pakt Piet een lange ketting met parels. ‘Of deze mooie, dure ketting met parels en een hangertje misschien?’ ‘Een halsketting...?’ Sinterklaas begrijpt er niks van. Hij speurt het dak af. ‘Piet, dit is onze zak niet. Kijk, onze zak staat daar!’ En hij wijst naar een andere rode zak, die tegen een schoorsteen staat. ‘En dit… is de zak van een inbreker! Dit zijn gestolen spulletjes. En daar rinkelt die bel ook weer. Kom, we verstoppen ons.’

8


Snel verschuilen Sinterklaas en Zwarte Piet zich achter een grote schoorsteen. Ze zijn heel stil. Het belletje klinkt nu luider. ‘Hij is hier vlakbij! Ssst’, fluistert de Sint. Sinterklaas houdt zijn adem in, Zwarte Piet bijt op zijn lip. Vanaf een van de andere daken komt een fietser met een zwart masker voor zijn ogen aangefietst. Hij stopt op het dak waar Sinterklaas en Zwarte Piet zich hebben verstopt en zet zijn fiets neer… vlak bij de zak van Sinterklaas! ‘Eens kijken wat ik vandaag zoal gestolen heb.’ Hij neemt de zak en doet hem open. ‘Hè? Brieven? Tekeningen? Een mandarijntje? Dat kan toch niet.’ Zijn ogen worden groot. ‘Maar dit is… oei! Dit is de zak van Sinterklaas!’

9


‘Dat heb je goed gezien, schurk!’ roept de Sint, terwijl hij uit zijn schuilplaats tevoorschijn komt. Hij is heel kwaad. Zwarte Piet komt nu achter de Sint vandaan. ‘Handen omhoog, of ik laat mijn paard los!’ De Sint kijkt heel streng. ‘Zo, jij loopt ’s nachts zomaar over onze daken!’ ‘Jullie daken? De daken zijn toch niet van jullie?’ zegt de boef. ‘Eigenlijk wel’, zegt de Sint. ‘De mensen plaatsen daken op hun huizen, zodat wij erop kunnen lopen. Jij bent dus een inbreker?!’ De inbreker doet zijn mond open om iets te zeggen, maar Sinterklaas onderbreekt hem. ‘Ik ken je wel, hoor. Jij bent Rudolf Steel! Jij kon zo mooi zingen toen je nog een kleine jongen was, en zo mooi tekenen. Je doet me wel een beetje verdriet, Rudolf.’


Zwarte Piet kan zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. ‘En die koevoet? En die schroevendraaier? Heb je die ook gestolen?’ Rudolf schudt zijn hoofd. ‘Nee, die gebruik ik om ramen en deuren open te breken, en om sloten los te schroeven.’ ‘Maar Rudolf toch!’ lacht Zwarte Piet. ‘In een huis binnendringen kan veel eenvoudiger, hoor. Kijk maar.’ Zwarte Piet springt in een schoorsteen. Rudolf kijkt hem vol bewondering na. ‘Dat wil niet zeggen dat jij dat ook moet doen, hè Rudolf!’ zegt de Sint streng. ‘Ja Sinterklaas. Eh… nee Sinterklaas!’ zegt Rudolf snel. De Sint is nog steeds boos. ‘Kom jij maar eens even met ons mee!’ Rudolf staat bedremmeld naast Zwarte Piet in de werkkamer van Sinterklaas. De Sint legt een Sintboek op de grote tafel en slaat het open. ‘Zo, Rudolf! Ik heb hier een boek van lang geleden, toen jij nog een kleine jongen was. En daar staat in: Rudolf is een flinke, lieve jongen, maar hij pakt wel eens knikkers of kleurpotloodjes af van zijn vriendjes. We moeten die jongen in de gaten houden. Hij is toch een beetje een kleine deugniet.’ Sint kijkt Rudolf streng aan. ‘Je bent dus inbreker geworden. Waarom toch, Rudolf?’ ‘Ja...’ aarzelt Rudolf. ‘Ik wist niet dat inbreken eigenlijk stout is.’ ‘O, wist je dat niet?’ zegt de Sint vol ongeloof. ‘Dan zal ik het je wel vertellen: inbreken is heel stout!’ ‘Ja, als u dat zegt, zal dat zeker zo zijn. Ik heb er veel spijt van, Sinterklaas. Ik zal het nooit meer doen’, belooft Rudolf. Sinterklaas slaakt een diepe zucht. ‘Dat hoor ik graag, Rudolf. Maar meen je dat echt?’


Rudolf knikt ijverig. ‘Echt waar, Sinterklaas, ik zal nooit of nooit meer inbreken. Inbreken is keistom. En niet eerlijk. Ik ga straks alle gestolen spullen netjes terugbrengen. Trouwens, dat inbreken wordt met de dag moeilijker. De daken zijn tegenwoordig zo slecht onderhouden.’ Daar is Zwarte Piet het helemaal mee eens. ‘Ja, dat is wel waar.’ Rudolf knikt. ‘Je hebt overal van die losliggende dakpannen, en slechte dakgoten, en glibberige schoorstenen vol mos.’ Ook Sinterklaas is het met Rudolf eens. ‘O ja, Rudolf! Hoe sommige daken erbij liggen! Verschrikkelijk.’ Dan springt Rudolf in paniek op. ‘Sinterklaas, mijn fiets staat nog op de daken. En ik ben vergeten die op slot te doen.’ Gelukkig staat de fiets nog netjes op de plek waar Rudolf hem heeft achtergelaten. Sinterklaas kijkt om zich heen, naar het dak dat wel betere dagen heeft gekend. ‘Zie je dat? Losliggende dakbedekking, levensgevaarlijk. Ach, de mensen hebben zo weinig aandacht voor hun dak. Ze geven geld uit aan de domste dingen, maar nooit aan hun dak. Je moest eens weten hoeveel onveilige, versleten daken er zijn!’ Rudolf wil de Sint helpen. ‘Sinterklaas, u bent heel lief voor mij geweest. U hebt mij niet naar de politie gebracht, ik hoef niet naar de gevangenis. Daarom wil ik u bedanken. Ik zal, speciaal voor u, alle slechte daken gaan herstellen!’ Er verschijnt een glimlach op het gezicht van de Sint. ‘Dat is een uitstekend idee. Maar doe dat dan wel overdag, alsjeblieft.’ ‘Dat zal ik doen, Sinterklaas’, belooft Rudolf. ‘Maar eerst even die gestolen spulletjes terugbrengen.’ Hij neemt zijn zak en stapt op zijn fiets. ‘Tot ziens, en nog eens bedankt. En ik zal het nooit, maar dan ook nooit meer doen.’ ‘Heel goed, Rudolf. Hier is nog een mandarijntje voor onderweg’, zegt de Sint. Rudolf springt op zijn fiets en weg is hij. Sinterklaas en Zwarte Piet kijken Rudolf na. Het is weer stil op de daken en zo hoort het ook. Dan klinkt er plots weer een belletje. ‘Is dat de bel van Rudolf?’ vraagt Sinterklaas. ‘Die klonk toch een beetje anders?’ ‘Misschien is dat wel het belletje van een nachtvlinderschool. Dan is de speeltijd misschien begonnen.’ Zwarte Piet wijst naar de hemel. ‘O ja, kijk, daar vliegen de kleine nachtvlindertjes.’ Sinterklaas kijkt naar boven. Hij ziet enkel de maan en de fonkelende sterren. ‘Ik zie ze niet.’ Zwarte Piet schudt zijn hoofd. ‘Ik ook niet, Sinterklaas. Maar soms, in zo’n wonderlijke nacht, zie je dingen... die je niet kunt zien! Geheimzinnig, hè?’ Sinterklaas knikt. ‘Ja, heel geheimzinnig! En je hebt gelijk, Zwarte Piet, het is een wonderlijke nacht. Kom, we gaan verder kijken.’

12


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Š Uitgeverij Lannoo nv/Sylvester/Ketnet, 2020 Tekst: Lise Lambert naar een idee van Hugo Matthysen Illustraties: Mark Borgions Grafische vormgeving: Studio Lannoo ISBN 978 94 014 7126 8 D/2020/45/521 NUR 227, 273


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401471268 by Uitgeverij Lannoo - Issuu