DIRK MUSSCHOOT
Hoe het Vlaamse gezin in honderd jaar helemaal veranderde
Toen geluk nog heel gewoon was. Willy en Mariette Van Hoorickx-Debruyne uit Oedelem met hun kinderen Roos en Norbert in augustus 1955.
Hoe het Vlaamse gezin in honderd jaar helemaal veranderde Honderd jaar geleden, in 1921, stichtten legerkolonel Louis Lemercier en enkele gelijkgezinden de Bond der Talrijke Gezinnen/Ligue des Familles Nombreuses. De Gezinsbond – u zegt wellicht als zovelen gewoon ‘De Bond’ – staat nu dus al een eeuw in de frontlijn voor de rechten van gezinnen. Een eeuw geleden dienden die kroostrijk te zijn en moesten de meeste vaders en moeders alles uit de kast halen om het vol te houden. Kinderziektes konden verwoestend uithalen, betaalde vakantie en kinderbijslag bestonden nog niet en gezinnen wogen helemaal niet op de politieke besluitvorming. Dat ze dat tegenwoordig wel doen, is te danken aan de denkers en doeners, mannen zowel als vrouwen, die daar vooral de voorbije honderd jaar iets aan hebben gedaan. De, al vanaf het begin, pluralistische Gezinsbond speelde in die processen een initiërende, sturende en af en toe zelfs bepalende rol. En hij doet dat nu nog altijd. Nog maar in 1977 definieerde de Leuvense hoogleraar en gezinssocioloog Wilfried Dumon het gezin als volgt in zijn boek Het gezin in Vlaanderen: Het gezin bestaat uit een huwelijk en het is het huwelijk dat de basis is van het gezin. Welnu, dit huwelijk wordt gesloten tussen twee personen die niet enkel van verschillend geslacht zijn maar die ook tot verschillende families behoren. Meer nog zijn de kinderen die buiten gezinnen geboren worden zogenoemd illegitieme, onwettige kinderen. Dit wil zeggen dat, is het huwe-
HOE HET VL AAMSE GEZIN IN HONDERD JAAR HELEMAAL VERANDERDE
5
lijk basis van het gezin, ook het omgekeerde waar is, dat indien men een kind wil hebben men, niet biologisch maar maatschappelijk, daartoe dient gehuwd te zijn. In dit opzicht is het gezin dan ook soms de oorzaak van het huwelijk. Hier spreekt men dan van gedwongen huwelijken. Was die definitie van het gezin geen realiteit, dan was ze toch minstens een ‘streefmodel’, poneerde Dumon. Hij had ook al wel gezien dat het gezin als uiting van een liefdesgemeenschap in veel gevallen ook maar wishful thinking was. Waarom anders zou je in de Vlaamse kranten koppen lezen als Man vermoordt zijn vrouw of Vrouw vergiftigt haar man? Zo eenduidig als het gezin in de jaren 1970 nog was, zo veelkleurig is het vandaag. Het kerngezin, bestaande uit een vader en een moeder die met elkaar zijn getrouwd en samen een stel kinderen hebben, bestaat weliswaar nog, maar kent daarnaast al talrijke varianten: van eenoudergezinnen over stellen die ongehuwd een gezin stichten en nieuwsamengestelde gezinnen tot homostellen met al of niet ‘eigen’ kinderen. De relatie tussen huwelijk en gezin is lang niet zo vanzelfsprekend meer als toen professor Dumon dat stelde. Overigens verscheen zijn boek net om aan te tonen dat het gezin in Vlaanderen sterk was geëvolueerd. Volgens de flaptekst brengt de auteur ‘een nieuwe kijk op het huwelijk, instituut dat door vele jonge gezinnen met totaal andere ogen wordt bekeken en beleefd.’ Net zoals professor Dumon aantoonde hoezeer het gezin in 1977 al was veranderd, doe ik dat in dit boek voor de veranderingen die zich sindsdien hebben voltrokken. En ik blik nog verder terug in de tijd. Geen letter van de ondertitel Hoe het Vlaamse gezin in honderd jaar helemaal veranderde is gelogen of overdreven. Twee jaar voordat de Gezinsbond in 1921 uit zijn ei brak, was in ons land het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (nwk) opgericht. Dat instituut kennen we nu als Kind en Gezin. De voorbije honderd jaar hebben politieke partijen, vakbonden, ziekenfondsen, vrouwenbewegingen, de Kerk en allerlei organisaties, al dan niet ideologisch of religieus geïnspireerd, kleine en grotere stenen verlegd in de rivier waarop de gezinnen voeren. In 1930 werd in dit land voor het eerst kindergeld uitbetaald, in 1936 kregen (de meeste) werknemers de eerste keer betaalde vakantie. In 1961 vond de Kempense arts Nand Peeters de pil uit, een revolutionaire methode die maakte dat van seks niet langer noodzakelijkerwijs kinderen kwamen. Er verschenen wegwerpluiers en kindervoeding in de winkelrekken en Predictor vertelde vrou-
6
H oe het vlaamse gezin in honderd jaar helemaal veranderde
wen in een wip of ze zwanger waren. In 1989 ratificeerde ons land het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties, een jaar later werd bij ons abortus onder bepaalde voorwaarden legaal. 2003 was het jaar waarin hier voor het eerst mensen van hetzelfde geslacht met elkaar mochten trouwen, en drie jaar later kregen ze ook het recht om kinderen te adopteren. Voor de titel van dit boek haalde ik de inspiratie bij het van nostalgie druipende liedje 1948, gebracht door de Nederlandse zanger Gerard Cox. In Toen geluk nog heel gewoon was vertel ik hoe er in de voorbije honderd jaar nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid zo veel is veranderd voor gezinnen, het meeste ten goede. Niets van wat we vandaag hebben, is er vanzelf gekomen. In die zin was de voorbije eeuw een gelukkige tijd waarin hard werd gewerkt aan een almaar rooskleuriger toekomst. Maar dat geluk in die voorbije eeuw niet altijd en niet voor iedereen heel gewoon was, is natuurlijk ook een feit. De Tweede Wereldoorlog bracht voor veel mensen niets dan ellende en niet op elk vlak werd een tot tevredenheid stemmende vooruitgang geboekt. Kinderarmoede en kindermisbruik, om er maar twee te noemen, zijn fenomenen waar we nog altijd mee te kampen krijgen, de Witte Mars en de oprichting van het Kinderrechtencommissariaat en Child Focus ten spijt. Meer dan de helft van die honderd jaar gezinsgeschiedenis heb ik zelf meegemaakt. Het is met een warm gevoel en met veel dankbaarheid jegens het gezin waarin ik ben opgegroeid dat ik in dit boek zo nu en dan ook uit mijn eigen herinneringen put. Dirk Musschoot Mariakerke, lockdown 2020
Ik draag dit boek op aan mijn ouders, DaniĂŤl Musschoot (1936-2002) en Kries Van den brande (1936-2008).
H oe het vlaamse gezin in honderd jaar helemaal veranderde  
7
Inhoud Hoe het Vlaamse gezin in honderd jaar helemaal veranderde Wij gaan trouwen 13 Verloofd 13 De hand vragen 14 Voorgelicht 15 Voorhuwelijkse betrekkingen 18 Niet trouwen 19 Eerste huwelijksnacht 20 De mooiste dag 22 Ter voortplanting 22 Van moetens 24 In het wit 25 Suite 25 Rijst 28 Eerst wettelijk, dan kerkelijk 29 Huwelijkslijst 30 Voorhuwelijkssparen 32 Scheiden 33 Scheiden doet lijden 33 Co-ouderschap 34 Birdnesting 35 Nieuwsamengesteld gezin 36 Plusouder 37 Nog even niet 39 Voorbehoedmiddelen 39 De pil 41 Knip 43 Predictor 44 Miskraam 45 Abortus 46
8
I nho u d
8
Kindjes krijgen 49 Bakerpraatjes 49 Moederhuis 51 Roze of blauw? 52 Roze Doos 54 Genderrevealparty 55 Het een of het ander 56 De truc met de trouwring 57 Flauwvallende vaders 57 Het kind moet een naam hebben 58 Annemieke en Rozemieke 61 Koningswens 62 Een koninklijke peter 62 Anton Pieck 63 Babyborrel 64 Kindjeskak 65 Anders wordt gewoon 67 Bom 67 Homohuwelijk 69 Kinderwens bij homokoppels 71 Twee papa’s of mama’s 72 Proefbuisbaby 73 Adoptie 74 Ziek en gezond 75 De weging 75 Wiegendood 77 Sterrenkind 78 Amandelen 78 Pokken en tbc 80 Gepokt en gemazeld 81 Kinderverlamming 81
Vijfde en zesde ziekte 82 Het nut van vaccins 83 Softenonkinderen 84 adhd 85 Slepende ziekte 86 Niet voor kinderen 87 Verkeersongevallen en dodelijke ziektes 88
Hoe meer kinderzielen… 91 Kroostrijk 91 Eentje is geentje 92 Kakkernestje 94 Nakomertje 95 Kinderloos 96 In het begin 98 Borstvoeding 98 Fruitpap 101 Potjesvoeding 102 Wegwerpluiers 104 Kinderwagens 105 Crèche 107 Eet smakelijk 110 Cornflakes 110 Ons dagelijks brood 112 ’s Middags warm 114 Vlees 116 De wereld op je bord 117 Ossentong 119 Vieruurtje 120 Op kamp 121 Lekker vet 122 Aan tafel 124 Restjes 124 Tupperware 126 Oorlogskost 127 Rantsoen 128 Ons kookboek 129
Kruidenier 130 Kijk en kook 132 Op restaurant 134
Wonen 135 Sociale woonwijk 135 Comfortabel wonen 137 Groot of klein? 140 Goedkoop lenen 141 Co-housing en zo 143 Bed opmaken 144 Boerenkinderen 145 Vader 146 Vaderdag 146 Huisman? 148 Papa’s vele taken 149 Het is geen man die niet roken kan 151 Moeder 153 Huishoudschool 153 Gaan dienen 156 Reclame voor huismoeders 157 Comfortabeler koken 159 Kindergeld 160 Zonder beroep 161 Dolle Mina’s 162 Gehoorzame echtgenotes 164 Trouwen is baan verliezen 165 Combinatie gezin-werken 166 Moederhulde 167 Handwerk 169 Opvoeden 171 Pedagogische tik 171 Verbeteringsgesticht 172 Vrije opvoeding 173 Professionals 174 Dokter Spock 175
I nho u d
9
Schaamte 176 De jeugdbeweging 178
Naar school 181 Fröbelklas 181 Goede punten 182 Woensdagnamiddag 183 Schoolsparen 184 Internaat 186 Onderwijsveranderingen 188 Het gelijk van de leerkracht 190 ‘Goede hand’ 191 Gemengde klassen 192 Op kot 193 Erasmusbaby’s 195 Eén grote familie 196 Framily 196 Babyboomers 198 Generatieconflict? 199 Welkom in de zuil 200 Vier generaties 202 Helpdesk 203 Ze worden groot 205 Niet opendoen 205 Zakgeld 206 knt 208 Om één uur thuis 210 Mobieltje 212 Meerderjarig 212 Naar het leger 214 Milac en de Week van de Soldaat 216 Hotel Mama 218 Legenestsyndroom 218 Feesten 220 Doopsel 220 Overgangsfeesten 221
10
I nho u d
Cadeaus 223 Petit-beurretaart 223 Sinterklaas 224
Vakantie 227 Betaalde vakantie 227 Vakantiegeld 228 Waarheen? 229 Op reis met de automobiel(club) 230 De eerste auto 230 Gezinswagen 232 Is het nog ver? 234 Op kolonie 235 Naar Heer-sur-Meuse en Zwitserland 237 Kartonnen dozen 239 Sociaal toerisme 240 Benidorm 242 Kamperen is de mooiste zomersport 243 In mijn caravan ben ik superman 245 Expo ’58 246 Televisie 249 Venster op de wereld 249 Nonkel Bob en Tante Terry 252 Spannende jeugdseries 254 Naar Nederland kijken 255 Melkbrigade 257 Schooltelevisie 258 Tik Tak 259 Samson en Gert 261 Spelen 263 Speelgoed 263 Gezelschapsspellen 265 Borduurtje 266 Ravotten 267 De Rode Ridder 268
Belaagd 270 Kinderrechten 270 Geplaatst 271 Kom eens naar mijn kamer 272 Incest 273 Witte Mars 274 Kinderarmoede 276 Pesten 278 Sexting 279 Sleutelkind 279 Iedereen Zo blank als wat Politiek correct Lege cel Uit de kast komen
281
281 283 284 284
Gezinnen centraal 287 Gezinsbond 287 Zegeltjes en punten 289 Prijzen drukken 290 Gezinszegels 291 Reductiekaart 292 Huishoudboekje 294 Gezinshulp 296 Dankwoord 297 Geraadpleegde publicaties
298
Fotoverantwoording 302
I nho u d  
11
a
Mijn ouders zijn getrouwd in 1960. Deze foto dateert uit hun verlovingstijd.
Wij gaan trouwen Verliefd, verloofd, getrouwd is een liedje waarmee het zangduo Frank en Mirella in 1973 vijf weken in de Nederlandse Top 40 stond. Avro’s Toppop, de hitparade gepresenteerd door de legendarische Ad Visser, was in die tijd ook bij ons een druk bekeken televisieprogramma en zo leerde ik in november 1973 dat liedje kennen. Verliefd, verloofd, getrouwd is geen grote kunst, maar geeft perfect de volgorde aan waarin de dingen destijds dienden te gebeuren: eerst werd je op iemand verliefd, daarna moest je je verloven en ten slotte kwam daar een huwelijk van.
Verloofd Koppels die wilden trouwen, moesten zich eerst verloven. In romantische films (en tegenwoordig ook weer in honderden filmpjes op het internet) zakte de jongen op één knie, haalde een doosje met een ring uit zijn zak en vroeg dan zijn meisje ten huwelijk. Er was en is niets officieels aan een verloving. Het was voor een stel gewoon de manier om aan zichzelf en hun omgeving kenbaar te maken dat ze zouden trouwen. Vroeger maakten de (schoon)ouders wel graag de verloving wereldkundig en werd er weleens een verlovingsfeest gehouden, dat in sommige gevallen als de generale repetitie voor het huwelijksfeest gold. Tijdens de verlovingsperiode moest er van alles gebeuren: een trouwdatum prikken en de details van de huwelijksplechtigheid en het -feest bespreken. In
WIJ GAAN TROUWEN
13
die periode ging het koppel ook in ondertrouw: op het gemeentehuis moest je je voornemen om te trouwen officieel laten vastleggen. De gemeente maakte dat voornemen vervolgens publiek. De bedoeling daarvan was andere mensen de kans te geven tegen het nakende huwelijk te protesteren, mocht er een ernstig bezwaar zijn (bijvoorbeeld omdat een van de partners al gehuwd was en niemand dat eigenlijk wist). Als het koppel van plan was om voor de Kerk te trouwen, moest het ook bij de pastoor in ondertrouw gaan. Die stuurde hen vervolgens op verloofdencursus. Dergelijke cursussen werden georganiseerd door de parochie en door onder meer de (Vrouwelijke) Katholieke Arbeidersjeugd ((v)kaj) en de Boer(inn)enjeugdbond (bjb). In doorgaans drie bijeenkomsten tijdens het weekend kregen aanstaande trouwers veel goede raad van onder anderen de pastoor, een arts en enkele al getrouwde koppels. Veel koppeltjes kwamen daar met rode oren buiten, zo ook Christiane (°1938): Daar werd gepraat over dingen die thuis en op school absoluut taboe waren. En er werd ons op het hart gedrukt dat we voor onze trouw geen gemeenschap mochten hebben. Mijn verloofde, later mijn man, was minder gechoqueerd dan ik. Hij had al ‘een boekje’ gelezen. Het begrip ‘verloving’ raakte vanaf de jaren 1970 stilaan in onbruik. Intussen wordt er niet alleen al minder getrouwd, veel koppels wonen zelfs al een hele tijd samen wanneer ze de stap naar het huwelijk zetten. Cursussen voor verloofde stelletjes bestaan nog altijd, al verschillen ze grondig van die van vroeger.
De hand vragen Om je te kunnen verloven, had je de toestemming nodig van je ouders, zelfs al was je meerderjarig. Niet dat de wet dat bepaalde, maar het hoorde gewoon zo. En het was een teken van respect. In de praktijk vroeg de jongen met knikkende knieën aan de vader van zijn meisje om haar hand. Dat gebruik ging terug op de tijd toen vrouwen niets te zeggen hadden en vaders konden beslissen of en tegen welke prijs ze hun dochter aan een jongeman wilden meegeven. Vaak was de verlovingstijd de tijd die nodig was om daarover te onderhandelen. Uit een bevraging van vierhonderd vrouwen, in 2019 georganiseerd door de website van Kadonation, een bedrijfje dat handelt in cadeaubonnen, blijkt
14
W ij gaan tro u wen
dat ook nu nog in 53 procent van de gevallen de partner om de hand van zijn geliefde vraagt. De tijd dat hij dat alleen aan de vader vroeg, is al lang voorbij. Ook de moeder van de aanstaande krijgt die vraag voorgeschoteld. Het is bovendien niet langer om de toestemming te krijgen om te huwen, maar veeleer om de ‘zegen’ van de toekomstige schoonouders te vragen. Om de hand vragen… Sommigen doen het nog ‘voor de lol’ of voor de romantiek, anderen willen het absoluut niet (meer) doen, omdat ze het seksistisch en achterhaald vinden. Wie tegenwoordig wil trouwen met een meisje of jongen uit een andere cultuur, gaat toch maar best even na wat daar de geplogenheden zijn.
Voorgelicht Toen ik het huis van mijn ouders moest leeghalen – een pijnlijke bezigheid die zowat alle kinderen vroeg of laat te wachten staat – vond ik op zolder een doos met oude boeken. Een boekje van amper 23 pagina’s dik, bijna een brochure, en geschreven door ene Pierre Dufoyer trok mijn aandacht: Op den drempel van het huwelijk. Dufoyer was het pseudoniem van de Waalse jezuïet René Boigelot (1889-1959), die zich de geschiedenis inschreef met talloze boeken en brochures over (seksuele) voorlichting, die allemaal werden uitgegeven door de katholieke beweging Gezinsactie/Action Familiale. Het boekje uit 1944 moet hebben toebehoord aan mijn moeder, want de ondertitel luidt Luister, meisje… Van dat boekje bestaat namelijk ook een versie met als ondertitel Luister, jongen… Wat wisten mijn ouders, geboren in de jaren 1930, vóór hun huwelijk (in 1960) van seksualiteit? Volgens Pierre Dufoyer alvast niets: Hetgeen de meeste meisjes (…) afschrikt, is de vereeniging der lichamen. Over deze gemeenschap heeft men u tot nog toe waarschijnlijk het minst gesproken (…). Deze gemeenschap is nochtans duidelijk door God gewild, wanneer hij de menschen geschapen heeft in twee geslachten die lichamelijk van elkaar verschillen en juist in dit verschil op elkaar zijn aangewezen. De pater wist dat de geslachtelijke vereeniging, zoals hij seksuele handelingen noemde, het meisje ‘eerder afkeerig’ maakte, en dat seksuele handelingen haar ‘wellicht weinig’ aanlokten, maar dat ze door God waren voorzien om
W ij gaan tro u wen
15
In de nalatenschap van mijn ouders vond ik dit boek, omwille van de discretie gekaft in bruin papier.
16 
W ij gaan tro u wen
kindjes te laten geboren worden en de liefde voor haar man te laten toe nemen. Volgens Dufoyer had de vrouw in het huwelijk twee plichten: 1. Er gansch uw leven naar streven de persoonlijkheid van uw echtgenoot te volmaken. 2. Kinderen baren en hen opvoeden tot schoone menschen en goede kristenen. Georgette, een goede vriendin van mijn ouders, vertelde mij in welke mate zij op de hoogte was van seksualiteit voordat ze in 1951 trouwde: Ik wist daar helemaal niets van en afgaand op de zeldzame verhalen die ik daarover van vriendinnen had gehoord, dacht ik dat het iets was om schrik van te hebben. Ik denk trouwens dat mijn man er destijds veel meer van wist dan ik. Maar dat zal bij jongens altijd en overal wel zo geweest zijn, zeker? In 1926 publiceerde de Nederlandse gynaecoloog Theodoor Hendrik van de Velde (1873-1937) Het volkomen geluk, een boek dat in talloze vertalingen en in miljoenen exemplaren werd gedrukt, maar enkel in ‘andere’ kringen werd gelezen, want het stond op de lijst van verboden boeken van de katholieke kerk. Het boek werd als pornografisch bestempeld, omdat Van de Velde de dingen bij hun naam noemde en omdat er een paar tekeningetjes in stonden. In katholieke middens kregen jonge trouwers of koppels die van plan waren in het huwelijksbootje te stappen, een veel kuiser boek aanbevolen, namelijk Liefde. Huwelijk. Geluk van dokter Hervé Picard. De dokter en het katholieke Gezinsactie/Action Familiale dat zijn boek had uitgegeven, waren er klaarblijkelijk als de dood voor dat hun publicatie in verkeerde handen zou vallen, te oordelen aan de noot in grote letters op de eerste pagina: Dit boek is niet bestemd voor de opkomende jeugd noch voor meisjes die in pensionaat of Atheneum hun studies voltooien – zij zouden verkeerd handelen met het te lezen – maar voor hen die volop in het gewoel van het werkelijk leven staan, of op het punt staan er binnen te treden. (De schrijvers en de uitgevers verzoeken de boekhandelaars dit boek niet te verkopen aan mensen voor wie het niet geschreven werd.)
W ij gaan tro u wen
17
Voorhuwelijkse betrekkingen Van mijn schoonouders had ik misschien wel bij hun dochter mogen blijven slapen, maar dat zij ooit bij mij thuis zou hebben overnacht, had nooit op de goedkeuring van mijn ouders kunnen rekenen. Dus is het nooit gebeurd: niet bij haar thuis en niet bij mij. Wij namen, net als veel andere verliefde stellen, onze toevlucht tot wandelingen in de natuur. Seks voor het huwelijk? Het gebeurde, maar niemand wilde dat met zoveel woorden hebben gezegd. In zijn boek Vrijen en trouwen van de Middeleeuwen tot heden zegt Chris Vandenbroecke dat in het begin van de 20ste eeuw ongeveer de helft van de jongeren uit de ‘lagere sociale geledingen’ zijn seksueel talent al voor het huwelijk even had uitgetest: In middenklassen en in de rijkere families was men braver, althans voor wat de meisjes betreft. Maagdelijkheid was in die middens immers een kostbare schat. In zijn baanbrekende studies The sexual behaviour of the human male (1948) en The sexual behaviour of the human female (1953) schreef de Amerikaanse seksuoloog Alfred Kinsey al dat voorhuwelijkse seks meer regel dan uitzondering was. Talrijke auteurs van hoofdzakelijk katholieke kunne kropen daarop in hun pen en publiceerden tal van voorlichtingsboekjes voor koppels. Begrippen als ‘reinheid’ en ‘discipline’ waren daarin de sleutelwoorden. Een van die boekjes was het hierboven al vermelde Liefde. Huwelijk. Geluk van dokter Picard. ‘Blijf rein en gij zult elkaar meer beminnen’, schreef hij. En tegen het verliefde meisje: ‘Hij zal u dieper beminnen wanneer gij kranig over uzelf waakt.’ In 1956 gaf de Gezinsbond het boekje Opstellen over gezinsopvoeding uit van de Leuvense professor Albert Kriekemans. Wat stond daarin te lezen met betrekking tot voorhuwelijkse ‘betrekkingen’? Jongelui vragen of er richtlijnen kunnen gegeven worden in verband met het betuigen [vóór het huwelijk] van hun wederzijdse tederheid. Ziehier het antwoord: […] In de lijn van de sexualiteit: niks! Wij weten dat dit streng klinkt. Meer nog, wij zijn ervan op de hoogte dat de praktijk veelal heel anders is.
18
W ij gaan tro u wen
Maar wij geven een richtlijn over wat behoorlijk en geestelijk gezond is. Daarom geen spel op dat gebied! Tijden veranderen. Een vijftiental jaar later ging de Gezinsbond als eerste de boer op met een koffertje vol voorbehoedmiddelen, wat de organisatie in het bisdom Gent een bisschoppelijke banbliksem opleverde en het verbod om in parochiezalen vormingsbijeenkomsten te organiseren. Van de Vlaamse 15- en 16-jarigen heeft vandaag 16,4 procent van de jongens en 15,50 procent van de meisjes al geslachtsgemeenschap gehad, en bij de 17- en 18-jarigen is dat al respectievelijk 46,50 procent en 41,30 procent, weten ze bij Sensoa, het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid. Het Strafwetboek bepaalt sinds 2018 dat jongeren seks mogen hebben vanaf 14 jaar, op voorwaarde dat er geen sprake is van een machtsrelatie (bijvoorbeeld tussen een jongere en een leerkracht, sportcoach of leider/leidster in een jeugdbeweging) en dat het leeftijdsverschil tussen de twee partners niet groter is dan vijf jaar. Tot vóór 2018 moesten jongeren nog 16 jaar zijn voordat ze seks mochten hebben. ‘Die wet dateerde van 1900’, zegt Erika Frans van Sensoa. ‘De realiteit was intussen wel wat veranderd.’
Niet trouwen Voor zover ik weet, hadden in de jaren 1960 en 1970 alle jongens in mijn klas ouders die netjes met elkaar waren getrouwd. Ongehuwd samenwonen was iets waar wij nooit van hadden gehoord en dat wij beslist als buitengewoon zouden hebben beschouwd. Het gebeurde natuurlijk wel, ‘maar niet in onze middens’. Vanaf de jaren 1970 namen steeds meer koppels de beslissing om ongehuwd samen te wonen. ‘Samenhokken’ heette dat in conservatieve kringen, met een duidelijk afkeurende ondertoon. Sommige koppels trouwden na enige tijd toch, meestal wanneer er kinderen kwamen. Het is niet bekend hoeveel koppels samenwoonden in de ruime eerste helft van de 20ste eeuw. Officieel bestonden ze niet, dus werden ze ook niet geteld. Zoals zo vaak, haalde ook hier de praktijk de wetgever in. Vanaf de jaren 1990 werd ongehuwd samenwonen steeds gewoner en rees de vraag naar een wettelijke bescherming van de partners in die leefvorm. Hoe huur je met zijn tweeën een huis? Hoe verdeel je de inboedel als je uit elkaar gaat? Kun je van elkaar erven bij overlijden? En wat als er kinderen komen? In België pas-
W ij gaan tro u wen
19
ten we daar in 1998 een mouw aan met ‘de wet tot invoering van de wettelijke samenwoning’. In ons land kunnen mensen die samenwonen – dat hoeven dus niet uitsluitend liefdesparen te zijn – een samenlevingscontract sluiten. Het verschil tussen al die vormen van officieel samenwonen heeft te maken met de rechten en plichten van de partners: in de ene vorm zijn er wat meer, in de andere wat minder (van elk). Niet zonder reden heet wettelijk samenwonen daarom ‘de lightversie van het huwelijk’. ‘Wij hebben geen trouwboekje nodig om te tonen dat we van elkaar houden’, hoor je een koppel weleens zeggen, en toch leggen ze hun samenwonen wettelijk vast. Waarom? Daar is voor zover bekend nog niet echt onderzoek naar verricht. Vooral damesbladen helpen ons hier een stukje in de richting van een antwoord: het geld voor een trouwfeest kun je beter aan een huis besteden, er is bindingsangst, scheiden is makkelijker als wettelijk samenwonend koppel dan als gehuwd paar, er is geen kinderwens en samenwonen is fiscaal interessanter dan trouwen – aan die onrechtvaardigheid jegens gehuwden is intussen een eind gemaakt. Ik had 35 jaar geleden met al die argumenten niet moeten komen aanzetten thuis, dat weet ik zeker. En ook nu is ongehuwd samenwonen nog in veel families en gemeenschappen ongepast. Intussen gaan in Vlaanderen elk jaar ongeveer evenveel koppels wettelijk samenwonen als er trouwen, ongeveer 25.000. Eén op de drie huwelijken betreft partners die voordien al wettelijk samenwoonden.
Eerste huwelijksnacht Zouden mijn ouders met elkaar naar bed gegaan zijn vóór hun huwelijk? Ik zou het wel willen weten, maar ik kan het hun helaas niet meer vragen. En mochten ze nog leven, ik weet niet of ik het hun zou durven te vragen. Als eerstgeborene was ik zeker geen ‘ongelukje’, want er liggen precies negen maanden tussen het huwelijk van mijn ouders en mijn geboorte. Meer zelfs, ik heb mijn moeder altijd horen zeggen dat ik een zevenmaander was, een te vroeg geboren baby, maar dat het desondanks toch in orde was gekomen met mij. Later heb ik geleerd dat het begrip ‘zevenmaander’ ook wel werd gebruikt voor een kindje dat zeven maanden na het huwelijk van zijn ouders werd geboren en dus eigenlijk al was verwekt toen de ouders nog niet waren getrouwd.
20
W ij gaan tro u wen
Hoeveel mannen en vrouwen hebben ooit van hun ouders de ongevraagde informatie gekregen dat ze zijn verwekt tijdens de eerste huwelijksnacht? Sommigen hadden dat na wat simpel hoofdrekenen al lang vermoed en het was nu eenmaal zo dat veel stellen pas de eerste keer (echt) het bed deelden nadat ze officieel man en vrouw waren geworden. De drang om in de huwelijksnacht helemaal in elkaar te versmelten moet toen groot zijn geweest, veel groter dan nu. Uit een bevraging in 2019 van 1500 pasgetrouwde Vlamingen door trouwplanner Salino blijkt dat tegenwoordig 65 procent van de pasgetrouwde koppels geen seks (meer) heeft tijdens de (eerste) huwelijksnacht. ‘Daar waren we gewoon te moe voor’, zegt Sonia in een Vlaams vrouwenblad. ‘Bovendien deelden we al bijna twee jaar het bed.’
W ij gaan tro u wen
21
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Vormgeving: Studio Lannoo © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020, en Dirk Musschoot D/2020/45/577 – ISBN 978 90 014 7113 8 – NUR 680 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.