BW.indd 3
13/05/2020 11:18
BW.indd 4
13/05/2020 11:18
Inhoud Ten geleide Jan De Groof
9
I Inleiding 1 Woord van waardering Geert Bourgeois Samen sterk in Europa en de wereld 2 Woord vooraf Thomas Leysen 3 Luister naar de Spreuken (11:14): ‘Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder’. Beleid, gebed in Wetenschap Jan De Groof
15 19
21
II Veertien werven 4 Duurzaamheid en Diversiteit Steven Van Passel Duurzame milieutechnologie: een economisch wondermiddel? Noel Clycq Het belang van identiteit in veranderende samenlevingen: een nieuwe rol voor Europese identiteit
35 47
5 Taal en cultuur in beweging Quirine van der Hoeven Van Bruegel tot Tiësto: cultuur in de Lage Landen 53 Annick Schramme De Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking 61 Frits van Oostrom Een korte reflectie 71 6 Onderwijs, ontwikkeling en scholing Dirk Van Damme Onderwijs: de toekomst verkennen, voorbereiden en vormgeven Jan De Groof Toekomstscenario’s voor Beleid en Recht Luna Janssen De 2030 Agenda: welk toekomstperspectief voor het hoger onderwijs?
75 85 97
Inhoud 5
BW.indd 5
13/05/2020 11:18
7 Verzorgingsstaat Bea Cantillon De sociale zekerheid: een werkzame utopie Kim Putters In de versnelling: over de overgang naar een ander type samenleving richting 2030 Jan De Maeseneer De gezondheidszorg in België 2030-2050: ‘Anders, of meer van hetzelfde?’ 8 Innovatie Dirk Fransaer Utopie voor realisten Koenraad Debackere Innovatie: wat is ‘echt’ nieuw? Een korte reflectie 9 Digitalisering en het nieuw technologisch tijdperk. Saskia Van Uffelen Slimme Technologie, slimme Toekomst voor België en Nederland Corien Prins Kunstmatige intelligentie & Humans First
107 115 129 147 157
167 173
10 Bestuur en grensoverschrijdende samenwerking Wim Moesen De kern van het begrotingsverhaal is civiel kapitaal 185 Léonce Bekemans Een toekomstgericht Europees waardenperspectief voor Vlaanderen en Nederland 201 11 Sociale economie en arbeidsmarkt Fons Leroy Worden ze virtual reality coach, levenseindeplanner, 3D-print expert of urban landbouwer: 2030-2050? Alexander Rinnooy Kan Verschillen in Verhoudingen Carl Malbrain Naar een heropbouw van ons sociaal, cultureel en ecologisch kapitaal tegen 2030
217 225 231
12 Mobiliteit Karel Van den Berghe, Evert Meijers en Frank Witlox Infrastructuur, ruimte en grenzen: havenontwikkeling en de strijd om de Schelde
247
13 Wonen Joost Kingma Thuis in 2050: utopie of realisme?
255
14 Migratie en Europese islam Brahim Laytouss Utopie voor realisten?
273
15 Europa Hendrik Vos Vlaanderen en Nederland: opnieuw meer een front in de Europese Unie
289
6 Utopie voor realisten
BW.indd 6
13/05/2020 11:18
16 Klimaat en Energie in Europese Context Hans Bruynickx Klimaatbeleid vergt wetenschappelijk toekomstdenken Manon Janssen en Paul Maertens Energieperspectieven en -beleid: van verschillen naar een gemeenschappelijke toekomst?
297
17 Globalisering en de internationale gemeenschap Jan Wouters en Maarten Vidal Vlaanderen, Nederland, Europa en de wereld: samenwerking in woelige tijden Loïc De Cannière Ontwikkelingssamenwerking: tijd voor een Africa Deal
317
307
325
III Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad? 18 Naar een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad Jan De Groof en Guy Tegenbos
343
19 Naar een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad? Overwegingen vanuit de Vlaamse Bestuurskunde Filip De Rynck, Peter Van Humbeeck en Wouter Van Dooren
347
20 Nood aan een Vlaamse WWR? Koen Algoed
359
21 Cijfers, data en onderzoek: de bredere context voor een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad Roeland Beerten
363
22 Blauwdruk voor een Wetenschappelijke Toekomstraad Vlaanderen Willy Verstraete
367
23 Bijlagen Jan De Groof en Guy Tegenbos Vlaanderen heeft een verrekijker nodig Het venijn van de korte termijn
377 379
24 Epiloog Herman Van Rompuy
387
Literatuur Auteurs Gedetailleerde inhoudstafel
389 395 399
Inhoud 7
BW.indd 7
13/05/2020 11:18
BW.indd 8
13/05/2020 11:18
Ten geleide Jan De Groof
De toekomst is onbekend. Zij valt onder het ‘VUCA’-principe: de toekomst in elk maatschappelijk domein oogt ‘volatiel, onzeker, complex en ambigu’ (volatile, uncertain, complex and ambiguous). Men kan er nog de onderlinge wisselwerking van onzekerheden aan toevoegen. Meerdere op elkaar inwerkende ontwikkelingen plaatsen het regeringsbeleid voor aanzienlijke uitdagingen. Bovendien werkt innovatie via voortdurend grensverleggende technologie en wetenschap ook door op het maatschappelijk bestel, naast de voortdurend wijzigende wegen van informatie en kennis. Een strategisch maatschappelijke toekomstvisie wordt onontbeerlijk als een Gemeenschap zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van de komende generaties ernstig wil nemen. Een visie die complexe, weerbarstige en heikele problemen niet schuwt, de verkokering overstijgt, en kan dwarsliggen op al bekende bakens in de gevoerde en vertrouwde politiek. De onvoorspelbaarheid bekampen via onderzoek en resultaten doen doorwerken in beleid op lange termijn. Het waren de Vlaamse culturele verenigingen die het initiatief namen om gedurende vijf jaar een ‘Toekomstverkenning Vlaanderen-Nederland-Europa 2030/2050’ te organiseren over heikele thema’s en daarover te discussiëren met wetenschappers uit de Lage Landen.1 Meestal lopen de standpunten in de schoot van de wijdvertakte en gedifferentieerde Vlaamse beweging sterk uit elkaar, zeker als het om de actualiteit gaat, maar eenmaal de vraag werd gesteld: ‘Welke gemeenschap willen we verzekerd weten voor de kinderen van onze kinderen?’, tekende zich een wens af om een overeenkomst te bereiken over de grote beleidslijnen voor de lange termijn. De vijf conferenties focusten op de uitdagingen: De Nederlandse cultuur en taal in een zich integrerend Europa (2012), Op weg naar 2020. Welk sociaal beleid voor en door Vlaanderen? (2013), Op weg naar 2020. Welk ondernemend Vlaanderen wensen wij? (2014), Op weg naar 2030. Welke toekomstvisie op migratie en integratie voor Vlaanderen en de Lage Landen? (2015) en Op weg naar 2030. De Lage Landen in Europa. Welke toekomstvisie? (2016). Deze reflecties – bewust beperkt tot vijf jaar – mondden spontaan uit in een pleidooi voor een stelselmatiger onderzoek en debat, geïnitieerd en geïnspireerd door wetenschappers uit alle relevante disciplines. Als toonaangevend voorbeeld gold de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR), het gezags- en impactvol forum van onafhankelijke prominente
Ten geleide 9
BW.indd 9
13/05/2020 11:18
onderzoekers ten dienste van de Nederlandse overheid en gemeenschap. Een Symposium, het ‘Verrekijkerssymposium’, besloot – als verlengstuk van enkele opiniestukken in De Standaard – een warme oproep te formuleren tot de Vlaamse regering voor de oprichting van een ‘Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad’.2 De regering, onder leiding van minister-president Geert Bourgeois, ging hier enthousiast op in en nam daarvoor de eerste formele maatregelen.3 Met dit boek weergalmt luidop de roep naar onderzoeksmatig onderbouwde trajecten om het ontwerpen van een duidelijke toekomstvisie op ‘Mens en Maatschappij’ mogelijk en verantwoord te maken. Dit boek is het resultaat van al deze inspanningen en engagementen. De wetenschappers en deskundigen die bijdragen tot dit initiatief, zijn verenigd door dezelfde overtuiging: hun verantwoordelijkheid opnemen voor het uittekenen van de contouren van een zorgzame samenleving, mee vanuit internationaal perspectief. Hun bereidheid om standpunten gemotiveerd in perspectief te plaatsen, stemt hoopvol. ––– Het Tweede Deel bevat essays over vele maatschappelijke domeinen waar de kritische behoefte aan visionair denken het meest uitgesproken blijkt. Per definitie streefden de auteurs geen volledigheid na. Ook binnen elk hoofdstuk kunnen slechts een beperkt aantal onderwerpen aangesneden worden. Als richtlijn gold zelfs dat de auteurs hun tekst in omvang moesten begrenzen, maar tegelijk is er de hoop dat hun visie als ‘grensverleggend’ beschouwd kan worden. De diverse pool van auteurs veroorlooft ook een zekere verscheidenheid in de opmaak van de bijdragen. Ze tonen alleszins een verbetenheid om de toekomstige contouren op te zoeken. Vanzelfsprekend kreeg elke auteur de nodige academische vrijheid. Het doel was geen bundel van omstandige analyses samenstellen – daarvoor dienen de vaktijdschriften – maar wel op wetenschap gestoelde ontledingen, die telkens puzzelstukken uitmaken voor een langetermijnstrategie. Tegelijk klinkt in meerdere bijdragen aarzeling of vertwijfeling door, en zo wordt verder nadenken uitgelokt. Dat hopen we althans. Deel Drie toont de noodzaak om verdere toekomstverkenningen wetenschappelijk te doorgronden en structuurmatig in te bedden in het Vlaamse maatschappelijk en beleidsmatig weefsel. Naar aanleiding van mijn conclusies bij het bovenvermeld Verrekijkerssymposium greep ik de kans om de meerdere voorwaarden te omschrijven waaraan een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad (WTR) moet beantwoorden, met name interdisciplinair, onafhankelijk, en steeds in overleg met de overheid (‘het geïnstitutionaliseerd wantrouwen voorbij’), met oog voor de lange termijn
10 Utopie voor realisten
BW.indd 10
13/05/2020 11:18
(‘de voorspelbaarheid voorbij’), complementair aan de (meeste) adviesraden en steunpunten (een meta-Raad, ‘de spin in het web’) en ten slotte beleidsrelevant, maar wel geïntegreerd in een totaalvisie (‘de samenleving in haar geheel’). Dit alles maakt dat de WTR zich behoorlijk dwars, disruptief en durvend moet opstellen. Dat zijn exact de karakteristieken waar de WRR tot nu toe soms tekortschoot.4 In deze VUCA-periode geldt bij uitstek de nood aan een oriëntatie op langere termijn, wat onontbeerlijk is voor een volwassen democratie, de bestuurlijke bijziendheid overschrijdend. ––– Er loopt alvast een rode draad doorheen dit hele project. Dit boek is immers ingebed in een Vlaams-Nederlandse samenspraak. De Toekomstverkenningen brachten inmiddels een rijke oogst voort aan werknota’s van de Nederlandse collega’s en coryfeeën. De WTR is grotendeels afgestemd op en doorgesproken met de WRR. Een concrete onderlinge wisselwerking en samenwerking behoort overigens tot de afgesproken agenda. Enige tijd geleden gaven we al een voorzet voor een gemeenschappelijk beleidsvisie van de Lage Landen in het boek Gedrag na Verdrag. Balans en toekomst van de samenwerking Nederland-Vlaanderen.5 De verder doorgedreven staatshervorming moet leiden tot nieuwe institutionele samenwerkingspatronen.6 ––– We willen niet enkel de auteurs prijzen omwille van hun enthousiaste en deskundige bijdragen. Ook uitgeverij LannooCampus verdient alle lof voor de fraaie en professioneel opgezette publicatie. Het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) danken we voor hun aanhoudende belangstelling. Dank gaat ook uit naar Herman Van Rompuy, Emeritus Voorzitter van de Europese Raad: hij schreef de epiloog. Thomas Leysen, reeds lang begaan met het thema duurzaamheid, schreef het ‘Woord vooraf’ en minister-president Geert Bourgeois, mee de morele vader van het WTR-concept, drukt zijn waardering uit voor de totstandkoming van dit boek. Deze publicatie is een bescheiden bijdrage om het denken over langetermijndenken en het ontwerpen van een Toekomstvisie vorm te geven. Een Gemeenschap die hieraan geen aandacht schenkt, faalt. Eén van de conclusies die kunnen getrokken worden uit de coronavirus(COVID-19)-crisis lijkt wel het geloof dat beleidsmakers hechten aan wetenschap-
Ten geleide 11
BW.indd 11
13/05/2020 11:18
pers. ‘Onderzoekers als het baken van vertrouwen’. Het kan verhoopt worden dat de betrokkenheid van wetenschappers ook gewaardeerd zal worden bij het uitrollen van de politieke scenario’s t.a.v. de volgende fases in deze crisis, met name achtereenvolgens het sociaal-economisch en het begrotingsbeleid. Deze betrokkenheid vergt ook een engagement van de zijde der academici. Maar ook indien er meerdere interpretaties en standpunten van de zijde van wetenschappers opdoemen, dan nog blijft de inbreng van het wetenschappelijk onderzoek een noodzakelijk gegeven. Dit alles versterkt nog het prangend karakter van een langetermijnvisie.
Noten 1
De volgende culturele verenigingen waren co-organisator: Beweging Vlaanderen-Europa, Marnixring Internationale Serviceclub, VOS-Vlaamse Vredesvereniging, VVB-Vlaamse Volksbeweging. Met de steun van Pro Vives vzw. Het project genoot ook de medewerking van vtbKultuur, Pro Flandria, Davidsfonds, Rodenbachfonds, Vlaamse Actieve Senioren, Algemeen Nederlands Verbond, Verbond der Vlaamse Academici, Overlegcentrum Vlaamse Verenigingen.
2
Zie deel III in dit boek.
3
Visienota van de Vlaamse regering: https://www.ewi-vlaanderen.be/sites/default/files/visienota_aan_ de_vlaamse_regering_-_investeren_in_strategische_toekomstverkenningen_binnen_vlaanderen.pdf
4
Zie evaluatie van de WRR: Commissie Bijker, Meer dan ooit nodig. Raad voor het Regeringsbeleid 20132017, januari 2018, 73 p.
5
De Groof J., Hagen T. & Schramme A. (eds.), Gedrag na Verdrag. Balans en toekomst van de samenwerking Nederland-Vlaanderen, Davidsfonds, Leuven, 2004, 301 p.
6
Gevolgen ook te lezen in de toenmalige Lentemanifesten: Beter door meer Vlaanderen: Lentemanifest, Een beter Vlaanderen door meer Vlaanderen (Lentemanifest II), Er is nog een kans. Is het einde van de winter in zicht? (Lentemanifest III), Er is nog een kans (Lentemanifest IV). Zie ook mijn visie op Vlaams-Nederlandse gemeenschappelijke Onderzoeks- en Onderwijsruimte: De Groof J., Recht en beleid ten behoeve van een gemeenschappelijke (hoger) onderwijsruimte der Lage Landen?, in Zoontjens P. en Peters H. (eds.), Getuigend Staatsrecht; Liber amicorum A.K. Koekkoek, Nijmegen, Wolf Legal Publishers, 2005.
12 Utopie voor realisten
BW.indd 12
13/05/2020 11:18
DEEL I Inleiding
BW.indd 13
13/05/2020 11:18
BW.indd 14
13/05/2020 11:18
1. Woord van waardering – Samen sterk in Europa en de wereld Geert Bourgeois
Toen Spaanse en Staatse gezanten op 15 mei 1648 de Vrede van Münster ondertekenden, kwam niet alleen een einde aan de Tachtigjarige Oorlog – de Opstand van de Nederlanden tegen hun Spaanse landsheer – maar ook en voorgoed aan de Zeventien Provinciën van de Nederlanden, het confederale staatsverband dat voor het begin van de oorlog op weg was een toonaangevende, soevereine natie te worden. De Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden gingen hun eigen wegen. Wanneer de grootmachten in 1815 beslisten beide gebieden te herenigen, waren ze in de tussenliggende eeuwen zodanig uit elkaar gegroeid, dat het voor koning Willem een onmogelijke opdracht was de twee delen van zijn koninkrijk te versmelten tot een ‘union intime et complète’. In de late zomer en vroege herfst van 1830 ging het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden ten onder in schermutselingen en wapengekletter, gestuurd door een Fransgezinde elite die door Parijs gesteund werd. Een tijdlang zag het ernaar uit dat de taal en de cultuur van de Vlamingen zouden verstikken in het unitair-francofone keurslijf van het nieuwe koninkrijk België. Dat de eerste generatie flaminganten de blik op het Noorden gericht hield, heeft er onmiskenbaar aan bijgedragen dat dit niet is gebeurd en dat zich het wonder van de Vlaamse Beweging – de geweldloze emancipatie van de Vlamingen – heeft kunnen voltrekken. Op de schokgolven van de Franse Februarirevolutie (1848) groeide schuchtere toenadering tussen de Belgische en de Nederlandse koning, én het besef dat ‘de streep die de slak der staatskunst, kruipende van de Zeeuwsche wateren naar de Duitsche grenzen, tussen Holland en België heeft achtergelaten’ (Jozef A. Alberdingk Thijm) geen ijzeren gordijn hoefde te zijn. Het moedigde de Vlamingen aan de oude band met het Noorden te herstellen, wat zich manifesteerde in onder meer de Nederlandsche Congressen (1849-1912) en de oprichting van het Algemeen Nederlands Verbond (1895), maar het resultaat van de samenwerking, uitsluitend in de particuliere sfeer, was bescheiden. Na de Eerste Wereldoorlog bleef de politieke verhouding tussen Brussel en Den Haag kil. De oplopende internationale spanning en de oorlogsdreiging in de tweede helft van de jaren 1930 luidden de dooi in. Een wederzijds staatsbezoek – koning Leopold II was in november 1938 te gast in Nederland, zes maanden later reisde koningin Wilhelmina naar Brussel – vormde de opmaat voor
Woord van waardering 15
BW.indd 15
13/05/2020 11:18
duurzame bilaterale coöperatie. Nog tijdens de Tweede Wereldoorlog sloten België en Nederland een monetair akkoord (1943) en een douaneovereenkomst (Benelux, 1944). In 1946 kwam een Cultureel Verdrag tot stand. Tien jaar later werd de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren ingesteld. Ondanks deze inspanningen bleef de culturele integratie in die jaren hoofdzakelijk het werk van particuliere initiatieven en verenigingen. Vanaf 1970 trad, met de verbouwing van België van een unitaire tot een (con) federale staat en de staatkundige verzelfstandiging van Vlaanderen, de verhouding met Nederland in een nieuwe fase. Vlaanderen maakte gebruik van zijn politieke autonomie, sinds 1993 inclusief het ius tractatis en het ius legationis, om de samenwerking met Nederland te verruimen en te verdiepen. Dat we in Den Haag onze eerste Algemene Afvaardiging van de Vlaamse Regering installeerden (1994), toont aan dat we Nederland beschouwen als onze prioritaire partner en beste bondgenoot. Taal, cultuur en onderwijs vormen vanzelfsprekend het eerste domein waarin onze samenwerking vorm kreeg: het Taalunieverdrag van 1980, de opening van De Brakke Grond in 1981, het Verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn van 1995 en de oprichting van de Transnationale Universiteit Limburg (2001) en de binationale Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (2005). Al in 1995, bij de ondertekening van het Cultureel Verdrag in Antwerpen, formuleerden de regeringen van Vlaanderen en Nederland de wens om ook in andere domeinen naar samenwerking te streven: milieu, ruimtelijke ordening, openbare werken, zeehavens, vervoer, economie en werkgelegenheid, technologie en wetenschappelijk onderzoek. Tien jaar later legde de Vlaamse regering (waarin ik bevoegd was voor Buitenlands Beleid) in een nota de strategische en operationele doelstellingen vast van haar beleid ten aanzien van en haar samenwerking met Nederland. We formuleerden daarin de intentie om, door intensieve bilaterale samenwerking in de domeinen waar complementaire relaties en/of gezamenlijke belangen bestaan, de slagkracht van Vlaanderen en Nederland als één kerngebied in Europa te versterken. Verwikkelingen in Nederland over de ratificatie van de Scheldeverdragen (2005) en over de ontpoldering van de Hedwigepolder bemoeilijkten de uitvoering ervan. Vanaf 2011 klaarde de lucht op. Topontmoetingen tussen de beide minister-presidenten (2011, 2013, 2016 en 2018) en geregeld overleg tussen vakministers respectievelijk hoge ambtenaren, toonden én tonen aan dat het Vlaanderen en Nederland ernst is om de strategische samenwerking te versterken in alle beleidsdomeinen waarvoor Vlaanderen constitutioneel bevoegd is. Het verdrag van 5 februari 2015 over de aanleg van de Nieuwe Sluis Terneuzen is daar een betekenisvolle illustratie van.
16 Inleiding
BW.indd 16
13/05/2020 11:18
Op 7 juli 2017 keurde de Vlaamse regering een tweede Strategienota Vlaanderen-Nederland goed. De titel Steunen op de concurrentiekracht van de Delta bevestigt dat onze samenwerking niet enkel op de ‘traditionele’ taal- en cultuurverbondenheid gebaseerd is, maar dat we elkaar willen vinden in de vervlechting van onze economieën en in onze gunstige geostrategische ligging aan de Gouden Delta, waar de drie Grote Rivieren – Schelde, Maas en Waal – in de Noordzee uitmonden, op het snijvlak van het Noordelijke en het Latijnse Europa, tussen de Angelsaksische wereld en Duitsland met zijn Midden-Europees hinterland. Vlaanderen heeft de ambitie de Lage Landen te laten uitgroeien tot één geïntegreerde logistieke ruimte. Met de overeenkomst over de fusie van het Havenbedrijf Gent en Zeeland Seaports tot North Sea Port (8 december 2017) is een belangrijke stap gezet. Slimme en nuttige samenwerking tussen andere havens kan een volgende stap zijn. In elk geval moeten we de resterende flessenhalzen en drempels in onze zuidnoord- en west-oost-corridors weghalen. De doelstelling één economische ruimte te creëren sluit daar bij aan. Werken en ondernemen mogen op termijn geen hinder ondervinden van een grens die teruggaat op een militaire demarcatielijn uit 1648. Door schaalvergroting en samenwerking kunnen Vlaanderen en Nederland de economische belangen van hun inwoners krachtiger beschermen en bevorderen. Internationaal moeten Vlaanderen en Nederland zoveel mogelijk optrekken met elkaar en zo nauw mogelijk samenwerken in de Benelux, de Europese Unie en multilaterale instellingen. Verder zien wij, op basis van onze gemeenschappelijke taal en gedeelde cultuur, de Lage Landen doorgroeien tot één culturele ruimte in de breedste zin van het woord, met één standaardtaal, intense culturele uitwisseling en verregaande samenwerking in het onderwijsbeleid. Door nauw en steeds nauwer samen te werken, staan wij sterker in Europa en in de wereld. Sterker om, op basis van welbegrepen, gedeeld eigenbelang, welvaart en welzijn te creëren voor de bevolking van de Lage Landen. Parallel aan de groeiende bestuurlijke samenwerking heeft, zonder of met beperkte overheidssturing, de particuliere samenwerking zich verder geïntensifieerd. Het aantal grensoverschrijdende projecten is even veelvormig als veelvoudig. Ze brengen Vlamingen en Nederlanders dichter dan ooit voorheen. Het boek Utopie voor realisten. De (Europese) toekomst van Vlaanderen en Nederland is daar een mooi voorbeeld en een voldragen vrucht van. Meer dan veertig experts uit het noorden en het zuiden van de Lage Landen tasten in evenveel essays af hoe Vlaanderen en Nederland er over tien, twintig en dertig jaar zullen – of kunnen – uitzien, en hoe Vlamingen en Nederlanders samen vorm en gestalte kunnen geven aan die toekomst.
Woord van waardering 17
BW.indd 17
13/05/2020 11:18
De auteurs, en niet het minst de redacteur Jan De Groof, verdienen hiervoor onze dank en onze waardering. Hun inzichten en vooruitzichten zijn niet alleen boeiende en leerrijke lectuur, zowel voor wie verkozen is om het beleid te bepalen, als voor wie in beleidsvorming en beleidsvoering geïnteresseerd is. Het zijn voortaan ook hoekstenen van het beleid voor de bijna 25 miljoen mensen van hier en aan de overkant.
18 Inleiding
BW.indd 18
13/05/2020 11:18
2. Woord vooraf Thomas Leysen
De wereldwijde coronacrisis heeft onze levens in de voorbije maanden totaal omgegooid en de langetermijnimpact van de pandemie kan nog niet goed worden ingeschat. Wel kan al vastgesteld worden dat deskundigen al lang voor het risico van een dergelijke epidemie waarschuwden, maar dat onze maatschappij er desondanks niet voldoende op voorbereid was. Het werd dus een wrede en brutale wake-upcall. Nu politicologen van het scherm verdrongen zijn door de virologen, dringt het besef gelukkig door dat in een crisis de kennis en het inzicht van wetenschappers ons ankerpunt moet zijn, ook al hebben zij niet op alles een pasklaar en eensluidend antwoord. ‘People are tired of experts’, zoals een leidende brexiteer het drie jaar geleden nog stelde. Het was een inzicht dat populisten overal in de wereld naar ongekende successen stuwde. Als deze afwijzing van deskundigheid ook een slachtoffer wordt van COVID-19, zal deze crisis tenminste iets positiefs teweegbrengen. Eens we de sanitaire crisis bedwongen zullen hebben, en de economische schade enigszins ingedijkt is, staan we als maatschappij immers nog steeds voor de immense uitdaging onze samenleving en onze economie te verduurzamen, met als meest dringende opdracht de aanpak van de klimaatverandering. Anders dan de huidige pandemie, is de klimaatcrisis een veel sluipender en geleidelijker proces, waarvan de slachtoffers niet zozeer dit jaar maar wel in de komende generaties zullen vallen. Dat impliceert een complexe en langdurige transformatie, waaraan alle maatschappelijk actoren – overheid, burgers, bedrijven en de academische wereld – samen moeten werken. In een begrensde biosfeer, zoals onze planeet, kent ook de materiële groei beperkingen. In de laatste eeuwen was de mens voortdurend in staat deze beperkingen te overstijgen. Niet alleen door toenemend technologisch vernuft, maar ook door een steeds groter beslag te leggen op natuurlijke grondstoffen waarvan het einde niet in zicht was. Door de exponentiële aard van de demografische en economische groei komt het einde nu echter wel in zicht. Niet voor morgen, niet voor overmorgen, maar wel voor de komende generaties. Het streven om een begrensde biosfeer te blijven verzoenen met méér materiële welvaart, zal dus moeizamer worden. De zoektocht om beide te verzoenen – een zoektocht dus naar een grotere eco-efficiëntie – heeft een naam: duurzame ontwikkeling. Duurzame ontwikkeling is dan ook geen modewoord, maar een noodzaak. Het is vooral een proces dat ons geleidelijk maar tijdig moet leiden naar een duurzamere samenleving. De uitdaging is groot omdat ze globaal van aard is, en dus
Woord vooraf 19
BW.indd 19
13/05/2020 11:18
een belangrijke graad van internationale samenwerking en convergentie vereist. Ze is groot omdat ze een zeer belangrijke technologische innovatie zal vereisen op relatief korte termijn. Ze is ten slotte ook groot omdat het erom gaat bepaalde beperkingen te aanvaarden ten voordele van toekomstige generaties. Duurzame ontwikkeling is immers een uiting van solidariteit tussen generaties, en die ligt moeilijk in de meeste hedendaagse samenlevingen. Ze vergt moedige politici, die verder durven denken en handelen dan de volgende verkiezingen, en bewuste burgers die dergelijke politici ook belonen. We kunnen hoop vinden in de wil van de Europese Commissie om een versnelling hoger te schakelen en de klimaatdoelstellingen voor 2050 in een wet te verankeren. Dat zal een dynamiek creëren. Europa kan een voorbeeld zijn voor de wereld én meteen een voorsprong uitbouwen die haar ook economisch ten goede zal komen. Ik geloof echt dat, als Europa nu resoluut handelt, dit ook een aansporing en inspiratie zal zijn voor de rest van de wereld om een versnelling hoger te schakelen. De Agenda voor 2030 voor duurzame ontwikkeling benadrukt de fundamentele rol die de wetenschap moet spelen bij de creatie van kennis die nodig is om deze visie op duurzaamheid te realiseren. Deze oproep betekent een fundamentele verschuiving in de dialoog tussen wetenschap en beleid: tot voor kort was het duidelijk dat wetenschappers de processen en de dynamiek van het aardsysteem analyseerden en er bij beleidsmakers op aandrongen om met antwoorden te komen. De agenda voor 2030 kent een nieuwe rol toe aan de wetenschap, als antwoord op een langetermijnverklaring van wetenschappers die zich bezighouden met duurzame ontwikkeling: het genereren van kennis die de mensheid helpt de duurzaamheidsvisie te verwezenlijken die is vastgelegd in de zeventien Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Volgens de Policy Brief van de Scientifc Advisory Board van de Secretaris-Generaal van de VN ‘zal de wetenschap een van de meest kritische middelen zijn voor de uitvoering van de Agenda 2030’, en ‘is de wetenschap een aanjager en motor van inclusieve en mensgerichte duurzame ontwikkeling’. Deze omslag zal tijd en volharding vergen, met andere woorden een langetermijnvisie. Het is de rol van de wetenschap om alle maatschappelijke actoren de elementen aan te reiken om zo een visie uit te bouwen en deze dan ook te implementeren. De publicatie van Utopie voor realisten. De verrekijker voor Toekomstdenkers is dan ook bijzonder welkom en relevant, en de talrijke bijdragen zullen ons verder op de goede weg helpen.
20 Inleiding
BW.indd 20
13/05/2020 11:18
3. Luister naar de Spreuken (11:14): ‘Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder’ 1
Beleid, gebed in Wetenschap Jan De Groof
‘Een nieuw verbond’? Vaststellingen en uitgangspunten 1. Hoe verhouden Beleid en Wetenschap zich onderling? Mogen we hopen op een vernieuwd vertrouwen, in het bijzonder met het oog op de lange termijn? We formuleren meteen drie vaststellingen. Het lijkt wel verrassend: hoe wankeler het sturend vermogen van de overheid en hoe hachelijker de voorspelbaarheid van de toekomst, des te prangender de noodzaak wordt aan kennis over ontwikkelingen en de impact van toekomstscenario’s en -opties. We moeten de verschillende scenario’s kunnen overzien en onderzoeken op de gevolgen, en dit tot ver in de toekomst en in de volle breedte. Geen maatschappelijk domein ontsnapt hieraan en ze blijken allemaal onderling met elkaar verweven. Een recent rapport verduidelijkt dit treffend: ‘Our needs as a society are constantly evolving and are largely influenced by a set of powerful, long-lasting and intertwined social, economic, technological and environmental forces. These forces, once they start to kick in, have deep and long-lasting effects on our societies, largely shaping our needs and influencing the role, nature and impact that R&I have in addressing those societal needs: from ensuring broadbase prosperity, to improving health outcomes, mitigating climate change and achieving macroeconomic stability.’2 Verder is het verrassend hoe vaag de term ‘lange termijn’ gedefinieerd wordt en tot wanneer deze termijn dan wel strekt. Een eenduidige definitie van ‘lange termijn’ is alleszins niet onmiddellijk voorhanden. Cambridge Dictionary gebruikt de volgende omschrijving: ‘[…] continuing for many years or far into the future’ .3 Impliciet verwijst ‘lange termijn’ meestal naar de periode tot 2030 of 2050. Een alomvattende definitie van ‘lange termijn’ blijkt overigens zo goed als onmogelijk: elk beleidsdomein heeft een eigen tijdsschaal.4
Luister naar de Spreuken 21
BW.indd 21
13/05/2020 11:18
De ‘lange termijn’ omschrijven per beleidsdomein en binnen de nationale en regionale context wordt dus een uitdaging, met bovendien de interconnectiviteit van maatschappelijke velden als bijkomend oogmerk. Derde vaststelling: het wegstappen van een kortetermijnbenadering is nog om een ander ‘helend’ argument wezenlijk. Met name: het democratisch bestel zelf, gebaseerd op de kennismaatschappij, en de zorg om duurzaamheid van en in de samenleving vergen een langetermijndenken dat een toekomstgerichtheid in het vooruitzicht moet stellen. ‘(…) we are convinced that the use of scientific evidence and advice in policy is necessary for the functioning of democracies, and for our societies to thrive and face the challenges of the coming decades. Among other legitimate inputs into decision-making, science has a special role due to the rigorous and comprehensive nature of knowledge that it offers. Defending this role of scientific evidence and advice as a core value is particularly urgent and important now that scientific uncertainty is often exploited to manufacture a general distrust of science or to pursue narrow interests and agendas that ignore evidence.’5 Wars van ‘bestuurlijke bijziendheid’. We noemden het al eerder: ‘het venijn zit in de korte termijn’.6 Wetenschappelijk inzicht (research based evidence) draagt bij tot de responsabilisering van de overheidsaanpak. Dit geldt niet in het minst voor de langetermijnvisie en politiek. Maar hiervoor is wel een cultuurschok nodig. 2. En zo kom ik tot mijn tweede stelling: het ontwerpen van een toekomstperspectief vormt een bindteken tussen Politiek en Academia. De ruimte voor en de kans op een vernieuwd vertrouwen tussen beide zijn beschikbaar: de wetenschap heeft het kleed van de arrogantie (toekomstverkennen in plaats van -voorspellen) afgelegd. Het beleid ervaart de behoefte aan kennis. Toekomst werkt verbindend. Uiteindelijk delen wetenschappers en beleidsmakers immers eenzelfde maatschappelijke missie. Enkel een samenspel en onderlinge luisterbereidheid bieden perspectief. Politici worden uitgedaagd tot openheid, zelfkritisch vermogen en leervermogen, terwijl wetenschappers bekennen dat het maatschappelijk welzijn een belangstelling voor het uit te stippelen beleid suggereert. Voorbij de grenzen van een wederzijds wantrouwen en van een traditiegetrouw wederzijds afkerige opstelling. ‘Durven denken over het denken.’ Worden wetenschappers uitgedaagd om ook de lange termijn te benaderen? We moeten beseffen dat dit een subtiel evenwicht is. Er zijn immers wel wat verschillen te bedenken tussen het gezichtspunt van enerzijds het beleid en anderzijds de wetenschap. Ik noem alvast een viertal karakteristieken die even zovele uitdagingen oproepen:
22 Inleiding
BW.indd 22
13/05/2020 11:18