Skip to main content

9789401470124

Page 1

Ruimte voor initiatief in het basisonderwijs met kleuters

ego praktijkboek

Ludo Heylen en Marieke Holvoet


D/2020/45/311 – ISBN 978 94 014 7012 4 – NUR 840, 847 Vormgeving omslag: Gert Degrande | De Witlofcompagnie Vormgeving binnenwerk: Crius © Ludo Heylen, Marieke Holvoet, CEGO & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 bus 01.02 Postbus 23202 CEGO 3000 Leuven 1100 DS Amsterdam Schapenstraat 34 bus 3776 België Nederland 3000 Leuven www.lannoocampus.be www.lannoocampus.nl www.cego.be


INHOUD WOORD VOORAF

7

INLEIDING: BEGELEIDEN VANUIT VERSCHILLENDE ROLLEN

11

1.

15

HET BELANG VAN VRIJHEID

1.1 Waarom is ruimte voor initiatief zo belangrijk voor kinderen? 1.2 Randvoorwaarden

15 21

2. MEER RUIMTE VOOR KLEUTER­INITIATIEF: DE PRAKTIJK

27

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

28 46 56 67 78 86 107

Afstappen van controle, maar met houvast en structuur Autonomie verlenen met de ‘nabijheidszones’ Frustraties beperken door het invoeren van een klasraad Een flexibel kiesbord als hulpmiddel Wanneer plannen onderzoekjes worden Samen met kleuters een thema of project uitwerken Kleuters zien als expert van zichzelf

3. KINDEREN ALS VOLWAARDIGE PARTNERS

119

3.1 3.2

119 123

Open framework-model Kinderinspraak en kinderparticipatie

TOT SLOT

127

EINDNOTEN 131


WOORD VOORAF

INLEIDING

1. HET BELANG VAN VRIJHEID

2. MEER RUIMTE VOOR KLEUTERINITIATIEF: DE PRAKTIJK 3. KINDEREN ALS VOLWAARDIGE PARTNERS

TOT SLOT


7

WOORD VOORAF Respectvol omgaan met kinderen nemen we bij Ervaringsgericht Werken (E.G.O.) heel ernstig. Echt luisteren naar kinderen is de basis voor een kwaliteitsvolle ontwikkeling. We trachten met het begrippenpaar ‘welbevinden’ en ‘betrokkenheid’ maximaal aan te sluiten bij de ervaringsstroom van kinderen, bij hoe ze de leeromgeving beleven (welbevinden) en hoe deze leeromgeving hen uitdaagt (betrokkenheid). Hun beleving staat centraal. Betrokkenheid ontstaat wanneer kinderen met thema’s, onderwerpen of activiteiten bezig zijn die aansluiten bij hun behoeftepatroon. Om te weten wat hen echt bezighoudt, is de inbreng van de kinderen zelf onontbeerlijk. Alleen zo komen reële en individuele belangstellingspunten aan het licht. Het gaat immers over hun leerproces, over hun motivatie, over wat hen bezighoudt. Kinderen zijn daarbij de experten van hun eigen leven. Het leven is zo complex, dat we de aansluiting bij hun exploratiedrang niet kunnen realiseren zonder werkelijke participatie van kinderen. In deel 1 van deze publicatie wordt stilgestaan bij het belang van kleuterinitiatief. Vrij kleuterinitiatief geeft kleuters de kans om hun activiteiten in de loop van de dag zelf te bepalen. Het is een manier van werken die vertrekt vanuit de afstemming met wat er bij kinderen leeft: Wat boeit hen? Wat hebben ze nodig? Waar gaat hun energie nu naartoe? Wat drijft hen tot acties? Vrij kleuterinitiatief is een aanpak die inspeelt op de exploratiedrang van kinderen. Dat negeren is een belangrijke energieleverancier afsnijden en kan heel wat ontwikkelingsmogelijkheden afremmen. Vrij initiatief is kinderen de ruimte geven om gedreven door hun exploratiedrang op ontdekking te gaan en de wereld te verkennen en vorm te geven. Met een leerkracht die zorgt voor een duidelijke structuur maar hen niet afremt met een standaardprogramma als ze ten volle in ontwikkeling zijn in zelfgekozen hoeken. De kleuter bepaalt samen met de leerkracht hoe het dagverloop concreet vorm krijgt. De kleuter kiest op basis van eigen interesses en behoeften en de leerkracht speelt in op de kansen tot ontwikkeling die zich in deze activiteiten voordoen. Dat vraagt een open organisatievorm met duidelijke afspraken, een overzichtelijke klasinrichting, een herkenbaar dagschema, een keuzeondersteunende aanpak, een open houding en veel vertrouwen in kinderen. Vrij kleuterinitiatief prikkelt kinderen om hun zelfsturing en ondernemingszin aan te spreken. Ze leren kiezen, gefocust werken, strategieën bedenken en uitvoeren en kritisch terugblikken op wat ze hebben gedaan. Ze kunnen hun creativiteit kwijt en mogen ondernemend zijn, want hun initiatieven worden sterk aangemoedigd.


8

RUIMTE VOOR INITIATIEF IN HET BASISONDERWIJS MET KLEUTERS

Deel 2 geeft een inkijk in hoe je de ruimte voor kleuterinitiatief geleidelijk kunt uit­ breiden. In zeven punten word je meegenomen om diverse aspecten van het klas­ gebeuren vanuit kleuterperspectief kritisch te bekijken. • Hoe breng je structuur in een open organisatie? Hoe kun je de controle wat loslaten? Hoe ver kun je daarin gaan? Welke basisafspraken kun je het best maken? • Binnen welke context kun je kinderen autonomie geven? Hoe kun je dat organiseren? Hoe werken die nabijheidszones? • Hoe zorg je ervoor dat conflicten beperkt blijven? Hoe werk je met een klasraad van kleuters? • Kinderen kunnen vrij kiezen, maar hoe behoud je overzicht? Hoe werkt een flexibel kiesbord? • Hoe werk je met een onderzoeksblad? • Welke stappen kun je zetten om samen met kleuters een thema uit te bouwen tot een project? Hoe doe je dat? • Hoe leer je kinderen reflecteren over hun eigen functioneren? Hoe maak je kinderen expert van hun eigen leven? Hoe werk je met de tactiek van foto’s? In deel 3 word je uitgenodigd je eigen praktijk onder de loep te nemen. Waar sta je nu en waar wil je naartoe? Dit boek kwam tot stand vanuit inspiratie die aangeleverd werd door talrijke kleuters en kleuterleerkrachten die ons pad kruisten. Veel leesplezier!


WOORD VOORAF

INLEIDING

1. HET BELANG VAN VRIJHEID

2. MEER RUIMTE VOOR KLEUTERINITIATIEF: DE PRAKTIJK 3. KINDEREN ALS VOLWAARDIGE PARTNERS

TOT SLOT


11

INLEIDING: BEGELEIDEN VANUIT VERSCHILLENDE ROLLEN Lesgeven in het kleuteronderwijs is een boeiende taak. Je kunt kleuters begeleiden in hun ontdekkingstocht van de wereld rondom hen; je kunt zien hoe ze verwonderd zijn, hoe ze met vallen en opstaan oefenen om grip te krijgen op hun eigen handelen, hoe ze op elkaar inspelen, hoe ze hun woordenschat geleidelijk verrijken. Je neemt graag de verantwoordelijkheid om alle kleuters in hun ontwikkelingsproces te ondersteunen zodat ze maximaal tot ontplooiing kunnen komen. Dat vraagt dat je gepast reageert op wat zich aandient. Je ziet dat de ene kleuter meer uitdaging nodig heeft terwijl een andere kleuter vooral jouw nabijheid vraagt. In die begeleiding stap je in verschillende rollen als leerkracht. Je bent afwisselend en in willekeurige volgorde creator, organisator, observator en oplaadpunt in je klas. • Als creator voorzie je in een rijke leeromgeving met boeiende hoeken, uitdagende activiteiten of verrijkende thema’s om de ontwikkeling van de kinderen te stimuleren. Je wilt vooral dat alle kleuters die nu bij jou in de groep zitten, in dit rijke milieu geprikkeld worden en stappen zetten in een of ander ontwikkelingsgebied. Dat is een permanente uitdaging. • Als organisator zorg je ervoor dat alles vlot en netjes verloopt, dat er niet nodeloos tijd wordt verloren aan nutteloze zaken en dat kleuters met hun ding kunnen bezig zijn. Je zorgt ervoor dat alles draait zodat leven en leren in je klas mogelijk wordt. • Wellicht je belangrijkste taak is je kinderen kennen: Wie zijn ze? Wat willen ze? Wat kunnen ze? Wat hebben ze nodig? Om je kinderen te leren kennen, kruip je in de rol van observator. Alleen wanneer je je kinderen op alle vlakken goed kent, kun je je rijke leeromgeving en de nodige organisatie die daarbij komt, daarop afstemmen. Zo ondersteun je hun ontwikkeling zo breed mogelijk en zijn je interventies als leerkracht efficiënt. • Kleuters (en volwassenen) hebben graag bevestiging en steun van iemand die ze vertrouwen en die hen vertrouwen kan geven. Je bent als leerkracht heel vaak een pedagogisch oplaadpunt waar kleuters heel even komen opladen, energie krijgen om nadien weer verder te kunnen. Maak tijd om kinderen vertrouwen te geven en respect zodat ze voelen wat het is om aanvaard te worden met al je sterktes en beperkingen. Je rol als oplaadpunt is een katalysator in een rijke leeromgeving.


12

RUIMTE VOOR INITIATIEF IN HET BASISONDERWIJS MET KLEUTERS

Het goed uitoefenen van deze verschillende rollen is de essentie van je opdracht als leerkracht, want zo kun je kleuters maximaal tot ontwikkeling brengen. Dat vergt heel wat van je. Maar, wanneer kinderen je partners worden in de klas, hoef je deze rollen niet helemaal alleen op te nemen. Je kunt samen met de kleuters werken aan een rijke leeromgeving; je kunt samen met hen de organisatie opzetten; je kunt samen met de kinderen spelletjes spelen zodat zij ook jou beter leren kennen; je kunt samen werken aan een sfeer waar het normaal is dat kleuters elkaar ondersteunen als iemand het moeilijk heeft, waar ze elkaars oplaadpunt kunnen zijn. Met een open organisatie waar veel ruimte is voor initiatief van je kleuters kun je deze samenwerking vormgeven. Je begint met kleine stappen en je bouwt die geleidelijk uit. In deel 2 vind je zeven aandachtspunten die heel concreet maken hóé je deze stappen kunt zetten. Voor deze hoe-vraag wordt aangepakt, kun je in deel 1 lezen over (1) de waarom-vraag: waarom is ruimte voor initiatief zo belangrijk voor kinderen in de kleuterklas en over (2) de randvoorwaarden die dit traject succesvol kunnen maken.


WOORD VOORAF

INLEIDING

1. HET BELANG VAN VRIJHEID

Waarom is ruimte voor initiatief zo belangrijk voor kinderen? 15 Randvoorwaarden 21

2. MEER RUIMTE VOOR KLEUTERINITIATIEF: DE PRAKTIJK 3. KINDEREN ALS VOLWAARDIGE PARTNERS

TOT SLOT


15

1. HET BELANG VAN VRIJHEID Bij Ervaringsgericht Onderwijs (E.G.O.) wordt duidelijk gepleit voor ‘vrij kleuterinitiatief’. Geef kleuters de ruimte! Perk ze niet in, maar laat hen gedreven door hun exploratiedrang en zin voor initiatief tot actie overgaan.1 Betrek hen waar het kan, maar vrij kleuter­ initiatief is natuurlijk niet gelijk aan een machtsovername door de kleuters.2 Initiatief van kleuters kan maar met duidelijke afspraken omdat kleuters soms het hele klasgebeuren nog niet kunnen overzien. Anders kan er een onevenwicht ontstaan waar de wet van de sterkste geldt. Afspraken rond grenzen kunnen ervoor zorgen dat iedereen zich optimaal kan ontwikkelen, dat elke kleuter tot zijn recht kan komen. Concreet be­tekent het dat kinderen ruim de kans krijgen om in de loop van de dag heel wat activiteiten zelf te bepalen en in te plannen afhankelijk van hun interesse. De leerkracht bewaakt dat de ontwikkeling niet eenzijdig verloopt en biedt op geregelde tijdstippen prikkels aan maar de betrokkenheid van de kleuter bepaalt wat er dan verder gebeurt. Soms zal een kleuter enthousiast aansluiten bij de voorstellen van de leerkracht, soms ook niet.

1.1 Waarom is ruimte voor initiatief zo belangrijk voor kinderen? De piratenboot van Jean In de klas zijn we volop bezig met het inrichten van onze vierkante meter moestuin. We hebben overal kleinere zaaibakken staan en her en der hangen schetsen van hoe de kleine moestuin eruit zal zien. De kinderen werden helemaal ondergedompeld in het moestuinieren en het ontwikkelen van groene vingers. Jean komt echter zwaaiend met een zwarte lap stof binnen in de klas. Hij is op zijn eentje bezig met het timmeren van een piratenboot aan de timmerbank. Gisteren liet hij me die zien. Prachtig, hij dacht zelfs aan rechtopstaande masten. Het viel op omdat ik Jean vooral ken als een enthousiaste, beweeglijke kerel die alles regel­ matig met een korreltje zout neemt, weinig precies te werk gaat en nogal snel opgeeft. Maar nu slaagde hij er zelfs in om deze mast rechtop vast te maken op de planken van zijn boot. Iets wat absoluut niet gemakkelijk was en doorzettingsvermogen vergt. Ik merkte op dat die masten ook wel zeilen konden gebruiken. Dat heeft hij blijkbaar in zijn oren geknoopt, want hij vroeg zijn mama om een stuk zwarte stof. ‘Toe mama, die zwarte T-shirt is toch te klein.’ En vol enthousiasme in de klas zei hij me: ‘Ik wil er eerst een doodskop op schilderen,


16

RUIMTE VOOR INITIATIEF IN HET BASISONDERWIJS MET KLEUTERS

juf!’ Jean die meestal te vinden is in de bouwhoek, aan de timmertafel of bij de beweeghoek, zie ik nu ingespannen bezig aan de knutseltafel. Gedurende twee dagen is Jean volledig, zelfstandig betrokken bezig met zijn zelfbedachte activiteit. Hij toont trots zijn eigen piratenboot, mét naam én zeilen, in de afsluitkring. Nu geen moestuinieren voor Jean. Voor hem ben ik voorlopig ook een beetje overbodig. Daardoor kan ik ondersteuning blijven bieden bij het zaaien, planten en tuinieren met de andere kinderen.

De kern van je taak als leerkracht is het kind begeleiden in zijn groei tot een emotioneel gezonde persoon, die zich maximaal in de diepte en in de breedte ontwikkelt, die zich verbonden voelt met de wereld om zich heen en die voldoende geëmancipeerd is om eigen keuzes te maken en verantwoordelijkheden op te nemen in zijn leven.3 Dat begint natuurlijk al in de kindertijd en vindt zijn logische plek in de kleuterklas. Kleuters kunnen eigen keuzes maken en hun verantwoordelijkheid opnemen als ze daartoe de ruimte krijgen. Dat is ook goed voor hun totale ontwikkeling en voor hun persoonlijke vorming. De wereld van vandaag en morgen heeft meer dan ooit nood aan mensen die verantwoording willen, kunnen en durven afleggen. Ruimte voor initiatief nodigt kinderen uit te groeien in zelfsturing en ondernemingszin en prikkelt hen tot verantwoordelijkheidszin.

Ontwikkelen van zelfsturing en ondernemingszin Pedro De Bruyckere en Bert Smits4 beschrijven de meest eigentijdse competentie die moet worden ontwikkeld als het ‘leren omgaan met de overvloed aan keuzes en de schaarste aan tijd en middelen’: ‘In de grenzeloos complexe wereld waarin we vandaag leven, moeten we voortdurend keuzes maken. Niemand ontsnapt aan de opdracht om zijn eigen leven op de best mogelijke manier vorm te geven: beslissingen nemen, zich organiseren, honderden zaken regelen en niet bij de pakken blijven zitten, berekende risico’s nemen, out of the box denken, het hoort er allemaal bij.’5 Dat vraagt mensen die creatief en flexibel zijn, die oplossingen kunnen vinden voor onverwachte problemen, die doelgericht kunnen werken. Mensen die zelfsturend en zelfstandig aan de slag kunnen. De kleuterschool kan hierin het voortouw nemen door kleuters te betrekken bij alle aspecten van het klasgebeuren, door de zelfsturing en ondernemingszin van kleuters aan te spreken, door initiatieven van kinderen alle kansen te geven zodat ze kunnen oefenen met vallen en opstaan.


Het belang van vrijheid

17

Zelfsturing ontwikkelen is erg belangrijk, omdat het een rol speelt bij alles wat iemand doet. Het is een voorwaarde om dingen te kunnen leren. ‘Goed ontwikkelde zelfsturing op jonge leeftijd leidt bijvoorbeeld tot meer succes op school. Kinderen kunnen beter vriendjes maken, omgaan met teleurstellingen, plannetjes die ze hebben gemaakt ook goed uitvoeren, langere tijd geconcentreerd de aandacht vasthouden. En er zijn ook effecten op de lange termijn: als kinderen deze vaardigheden goed leren op jonge leeftijd, kunnen ze later beter met anderen samenwerken, goede relaties opbouwen, beter op hun gezondheid letten, zelf kinderen opvoeden, een bijdrage leveren aan de economie. Kortom, hun leven lang hebben kinderen er baat bij wanneer zij al vanaf jonge leeftijd kunnen werken aan zelfsturing.’6 Zelfsturing heeft te maken met het kunnen plannen, met aanpassingsvermogen en met zelfcontrole. Dat leer je alleen maar als er ruimte voor is, als een kind initiatief kan nemen. Dat betekent geenszins dat het kind maar moet aanmodderen en het zelf uitzoeken. Neen. De leerkracht is aanwezig, geeft feedback, is rolmodel als het moet en ondersteunt dit proces met gepaste verwoordingen van wat er gebeurt. Kleuters met lage zelfsturing maken op school moeilijker keuzes en werken minder scenario’s uit in hun spel. Het is dan aan de leerkracht om leerkansen te bieden die deze zelfsturende vaardigheden helpen ontwikkelen. Heel vaak bestaan die leerkansen erin de kleuter te prikkelen om initiatieven te nemen, om met andere materialen nieuwe ideeën op te wekken. Maar ook door samen te bespreken hoe een ander scenario tot stand kan komen. ‘Zowel in het leren als in het leven is ook ondernemingszin een belangrijke eigenschap. Ondernemen gaat om nieuwe paden bewandelen, om het leven in handen nemen en er iets aan toe te voegen. In het lijstje van “21st century skills” mogen ze bovenaan staan.’7 De basis voor een samenleving met hoge levenskwaliteit wordt gevormd door ondernemende mensen, die kansen zien en benutten, nieuwe paden durven te bewandelen, het leven in eigen handen durven te nemen en er iets aan durven toe te voegen. De sleutelcompetentie initiatief en ondernemerszin wordt omschreven als ‘iemands vermogen om ideeën in daden om te zetten’.8 Belangrijk om te zien is dat ondernemingszin onmiddellijk gelinkt is met initiatief nemen. Ruimte geven aan de plannen van kleuters bouwt immers een stevige basis om te werken aan ondernemingszin.9


18

RUIMTE VOOR INITIATIEF IN HET BASISONDERWIJS MET KLEUTERS

Aansluiten bij de exploratieve ingesteldheid van kleuters Kinderen zijn van binnenuit gedreven om de wereld te verkennen, op prikkels in te spelen en betekenis te geven aan wat ze tegenkomen. Ze willen zaken ontdekken, zelf ervaren, doen! Ze nemen zaken niet aan zonder het zelf ervaren te hebben, ook al kan het even pijn doen. Ze tonen zich daarbij vaak bijzonder energiek en leergierig. Ze willen hun wereld verkennen, materialen manipuleren, testjes uitvoeren en dan kijken wat er gebeurt. Om aan deze impulsen toe te geven, hebben kleuters ruimte nodig. Letterlijk en figuurlijk. Letterlijke ruimte om te bewegen, te experimenteren en te exploreren. Figuurlijke ruimte van de leerkrachten in de vorm van vertrouwen, geduld en enthousiasme voor hun plannen. Maak je niet te snel zorgen, maar geef juist vertrouwen.10 Gebruik een open organisatievorm waarin kinderen binnen een veilige context ruimte krijgen en ervaren dat ze in hoge mate zelf initiatief kunnen nemen. Daardoor kunnen ze met jouw hulp zichzelf naar activiteiten loodsen die hen het meest doen groeien. Ruimte bieden om zelf initiatief te nemen, sluit het best aan bij de manier waarop kinderen leren en ontwikkelen. De vrijheid om hun wereld te ontdekken, zal de exploratiedrang alleen maar aanwakkeren en hun zelfsturing en ondernemingszin versterken. Het is tegelijkertijd een voorwaarde om hun betrokkenheid te verhogen.11


Het belang van vrijheid

19

De voordelen voor kleuter en leerkracht Wanneer je insteekt op ruimte voor initiatief resulteert dat in heel wat voordelen. Zowel voor de kleuter al voor de leerkracht. Meerwaarde voor de kleuter De motivatie van

Je sluit aan bij een innerlijke drive, namelijk de exploratieve inge-

kinderen stijgt

steldheid van het kind. Je geeft kinderen de ruimte die ze vanuit zichzelf nodig hebben om te kunnen doen wat ze willen doen. Jean is twee dagen heel intensief bezig met het uitvoeren van zijn zelfbedachte activiteit. Door kinderen een hoge mate van ruimte voor initiatief te geven, verleen je hen autonomie. Volgens de motivatietheorie van Deci en Ryan is dat een van de drie psychologische basisbehoeften. Die worden als voorwaarden beschouwd om mensen te motiveren zodat ze tot optimaal functioneren en tot groei kunnen komen. Met andere woorden: ruimte voor initiatief verhoogt de intrinsieke motivatie waardoor het leren gedurende die zelfgekozen activiteit duurzamer is. Terwijl de knutseltafel niet Jean zijn favoriete hoek is, is hij hier nu heel betrokken bezig omdat hij er zelf voor heeft gekozen. Ruimte geven aan initiatief is een factor die de betrokkenheid verhoogt. Als kinderen zelf invulling kunnen geven aan hun activiteit, stijgt hun betrokkenheid. Hoge betrokkenheid is een sterke voorspeller van groei en ontwikkeling.

Groei in zelfsturing

Doordat de kleuter vanuit vertrouwen van de leerkracht ruimte

en ondernemingszin

krijgt om eigen plannen naar voren te schuiven en uit te voeren, groeit hij in zelfsturing en ondernemingszin. Jean brengt zelf een zwart T-shirt mee van thuis en wil er nog eerst op schilderen. ‘…the fact is that kids learn to make good decisions by making decisions, not by following directions.’ Alfie Kohn

Sterke, evenwichtige

Doordat de kleuter ruimte krijgt om andere keuzes te maken dan

relatie met de

wat de leerkracht aanbiedt, is de relatie meer evenwaardig. Er is een

­leerkracht

soort van wederkerigheid waardoor het kind een eigen identiteit kan ontwikkelen. Jean krijgt de mogelijkheid om een piratenboot te maken terwijl anderen aan het moestuinieren zijn.


20

RUIMTE VOOR INITIATIEF IN HET BASISONDERWIJS MET KLEUTERS

Meerwaarde voor de leerkracht Scherper beeld van

Doordat de kleuter vanuit eigen initiatief aan de slag gaat, krijgt de

wie het kind is

leerkracht een correcter beeld van wie de kleuter is, wat zijn interesses zijn, wat zijn mogelijkheden zijn. Jean slaagt erin om de mast rechtop vast te zetten terwijl de leerkracht dat bij hem niet zo had ingeschat.

Een aanbod op maat;

Doordat de kleuter vanuit eigen initiatief aan de slag gaat, krijgt

een gedifferentieerde

hij een aanbod op zijn maat. De kleuter kan vanuit eigen interesse

aanpak

en moeilijkheidsgraad aan de slag gaan waarbij de leerkracht kan ondersteunen om op zoek te gaan naar de zone van de naaste ontwikkeling. Dat is differentiatie ten voeten uit. Jean daagt zichzelf uit door de mast rechtop vast te maken en door te zetten hierin.

Meer tijd voor de

Doordat de kleuter vanuit eigen initiatief aan de slag gaat, krijgt

essentie

de leerkracht meer mogelijkheden om de eigen tijd efficiënter in te zetten, bijvoorbeeld met gepersonaliseerde doelen (bv. ondersteuning bieden bij individuele kinderen die die ondersteuning nodig hebben). De leerkracht moet Jean alleen emotioneel ondersteunen. Voor de rest kan zijn aandacht gaan naar de anderen die het nodig hebben.

Grotere voldoening

Kinderen die de ruimte krijgen om op een prettige manier bezig te zijn met het verkennen van hun grenzen, zijn vaak helemaal opgeslorpt door de activiteit. Het is prettig om te zien hoe betrokken kinderen kunnen zijn en wat ze er allemaal uit leren. Het is prettig om te zien hoe ze groeien. Het geeft veel voldoening en bevestigt de zinvolheid van wat een leerkracht doet. Jean creëert een piratenboot met mast én naam. Een zeer mooie prestatie die hij neerzette.


Het belang van vrijheid

1.2 Randvoorwaarden De zandbak wordt een zalfjesfabriek Net voor we gaan kiezen in de hoeken haal ik de zeefjes boven die ik zonet bij mijn collega haalde. Ik had opgemerkt dat de kleuters gisteren heel geboeid waren door de ene zeef in onze zandbak. Maar zoals zo vaak, ging dat gepaard met regelmatig getrek en gediscussieer over wie, wanneer, wat mocht doen met die ene zeef. Een signaal aan mij dat ik mijn basismilieu moest aanpassen. Met name: ik moest in meer zeven voorzien. Ik bood hen intussen ook stukken tule aan. De oude lapjes vuilwitte gordijn die ik in het rommelhok van school vond, konden wat mij betrof ook wel als zeef gebruikt worden. Maar die lieten de kinderen in eerste instantie links liggen. Ik had voor het thema ‘dokter’ verbandjes in de huishoek gelegd. Tiemen was er heel geduldig de arm van Axana mee aan het verbinden. Nore was echter bezig het uiteinde van een van de verbanden aan het ‘knopen’ aan de riem van Sefs broek. ‘Braaf hondje, braaf! We gaan wandelen!’ Misschien is het een idee om een echte leiband in de klas binnen te brengen? Een hondenleiband met een echte gesp die ze dan kunnen klikken aan de broeksband van hun ‘hond’. Intussen zijn de kinderen in de zandbak volop aan het zeven. Ik zie Finn bezig met de tule. Hij legt heel voorzichtig zand op zijn arm en omwindt die dan met de tule. Ik zie dat Jitte nieuwsgierig meekijkt en dan met een trechter ook voorzichtig zand op haar arm doet. Ze laat Finn die ‘verbinden’ met tule. Wanneer ik hen vraag wat ze doen, vertelt Finn dat hij dokter is en zalf op ‘de pijn’ doet. Het is alleen vervelend dat ‘de zalf’ steeds van zijn arm glijdt. ‘Misschien moet je wel een plakkerig zalfje maken?’ opper ik. ‘Hoe zouden we het zand kunnen laten plakken?’ Jitte wipt van enthousiasme van haar ene op haar andere voet: ‘Mogen we water?’ Ik geef hen een kannetje water en ze zijn al heel snel bezig met ‘zalfjes’ maken in enkele kleine potjes. Enkele kinderen waren een verplegerskapje aan het versieren. De ‘rode kruisjes’ die ze er oorspronkelijk op wilden zetten, varieerden in allerlei kleuren. Er waren ook gele kruisjes, verschillende roze kruisjes, een groen kruisje en een blauw. Dat vormde voor de kinderen geen probleem, en voor mij ook niet. Wie zijn verplegerskapje had, zette dat op zijn hoofd om in de klas te spelen. Even later hoorde ik Siel vol overtuiging vertellen aan zijn patiënt. ‘Ik kan alleen maar siroopjes geven, want ik heb een blauw kruis. Als je plakkers wilt, dan moet je bij Elle zijn, zij heeft een roze kruis. Dat hebben we zo afgesproken.’ Wat een fijn idee die organisatie… misschien moet ik dat straks na het spelen nog even ter sprake brengen en verder luisteren naar hun verhaal. Bij de zandtafel is er intussen een reorganisatie. Er is een zalfjesfabriek ontstaan. Sommige kinderen zeven het zand. Dat zachte zand mag dan naar de ‘mengers’ die het met water mengen tot het zalfje precies goed is voor de volgende patiënt. Merk ik daar een apotheek op? Wie weet kan ik wel recepten en doktersvoorschriften introduceren?

21


22

RUIMTE VOOR INITIATIEF IN HET BASISONDERWIJS MET KLEUTERS

Heel jonge kinderen nemen vaak heel spontaan initiatief. Denk maar aan een baby die vol overgave grijpt naar de kleurige mobile die boven zijn wiegje hangt, of de dreumes die geniet van het geluid dat hij kan maken wanneer hij met zijn lepel op zijn bord tikt, of de peuter die heel creatief uit de hoek komt om toch aan de koekendoos te kunnen. Of de tweejarige die (voor een volwassene) eindeloos kan blijven doorvragen. Elk antwoord roept opnieuw een andere vraag op: waarom? Of hoe komt dat? Om horendol van te worden maar het toont hoe groot de leerhonger is. De honger om te weten en te ontdekken. Het zijn allemaal aanwijzingen dat jonge kinderen heel spontaan initiatief kunnen en willen nemen. Gedreven door hun behoeften en verlangens. Met een drive om de touwtjes in handen te nemen. Toch kun je merken dat dit spontaan en ongeremd initiatief nemen geleidelijk lijkt af te nemen bij kinderen. Dat heeft alles te maken met hoe de omgeving reageert op het kind. Ouders en leerkrachten perken de ruimte van kinderen steeds meer in vanuit veiligheidsoverwegingen, gebrek aan tijd of om het haalbaar te houden. Van een wat ouder kind mag je immers verwachten dat het niet zomaar ingaat op alle prikkels rondom zich maar zijn aandacht wat kanaliseert. In een onderwijscontext zie je dat, naarmate het kind ouder wordt, de omgeving steeds meer gaat bepalen waarmee het kind bezig moet zijn. Voor de kleuterschool liggen hier unieke kansen om in te spelen op die spontane drive van kinderen om die boeiende, onbekende wereld te verkennen. Maar het is vooral zoeken naar een mooi evenwicht tussen het kind alle ruimte geven tot initiatief en als leerkracht op het juiste moment de juiste impulsen geven om het kind een stap verder te laten zetten in zijn ontwikkeling. Het is een heel gevoelig evenwicht waarbij je wikt en weegt. Wanneer grijp je in? Waar trek je een grens? Wanneer geef je het kind alle vertrouwen en alle ruimte tot initiatief? Wanneer stuur je bij? Of waar beknot je het jeugdig initiatief?

Basishouding van vertrouwen Je kunt kinderen maar ruimte tot initiatief geven als je vertrouwt dat het goed komt. Vertrouwen is een fundamentele basishouding. Vertrouwen is een conditio sine qua non. Vertrouw erop dat het kind groeit als het eigen keuzes kan maken. Ontwikkeling is immers breed, het gaat om het ontwikkelen van de totale persoon met het oog op het mens worden van het kind. Daarvoor vraagt het kind vertrouwen van de leerkracht. Want enkel als het kind vertrouwen krijgt, zal het zelfvertrouwen ontwikkelen. Respect en vertrouwen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat toont zich in alles wat je doet. Ieder kind heeft recht op zijn eigen ontwikkeling en daarbij is het niet van belang hoe dit kind presteert ten opzichte van anderen. Juist door ze met elkaar te vergelijken, kun je veel kinderen verliezen omdat ze niet zichzelf mogen zijn. Wat er wĂŠl toe doet,


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401470124 by Uitgeverij Lannoo - Issuu