Skip to main content

9789401469531

Page 1

Het Leander Verdievel volgend jaar volgend jaar volgend jaar volgend jaar volgend jaar volgend jaar gezin paOfpahotee hewtorpldeann eeomn

tragikomische processie van tien jaar werd


The birds they sang At the break of day Start again I heard them say Leonard Cohen


Proloog

Ik kon de wereld aan. Nog maar net had ik mijn drieëntwintigste verjaardag gevierd. Eindelijk stond ik op eigen benen, met een job waar ik altijd van had gedroomd en vooral: met het onbereikbare lief van wie ik niet kon geloven dat ze toch voor mij had gekozen. En toen was het me zo domweg absurd overkomen. Ik kon moeilijk ademhalen. Er was iets met mijn neus. Van een eerste dokter kreeg ik een fronsende blik en een doorverwijzing naar een andere gang van het ziekenhuis. Zonder besef van wat zou komen, omdat ‘het’ zo onmetelijk ver van je af ligt als je drieëntwintig bent. In een paar verwarrende weken tijd verloor ik de regie van m’n leven. Er kwamen nieuwe dokters, vervolgens de eerste scans, puncties en biopsies, tot ik in het krappe bureau van een hematoloog zat. ‘Het’ kreeg een naam. In mijn neus zat een non-hodgkin-lymfoma in de maxillaire sinussen veroorzaakt door het epsteinbarr­virus. In mensentaal: er groeide een agressieve tumor in m’n neus.

7


Kanker. Een clusterbom aan connotaties spatte uiteen in m’n hoofd. Dat kan toch niet? Dat moet een verkeerde diagnose zijn. Wat met mijn werk? Is het erg? Ga ik… dood? Er was geen tijd om na te denken. Meteen werden de grote middelen ingezet. Een batterij bestralingen en een bomtapijt chemo. Napalm. Er zat één petieterig tumorbolletje in mijn neus en ze overspoelden mijn hele lijf met een vloedgolf van dat allesvernietigend vergif. Ik ben genezen en hervallen, heb gehuild maar even vaak gelachen, heb afgezien en leren graag zien. Maar vooral heb ik geluk gehad. Ik ben er nog. Die periode was mijn Gevoel voor tumor, een twee jaar durend gevoel voor tumor dat voor altijd een deel van mij zal blijven. Maar over mijn kanker heb ik alles al verteld. Het is genoeg geweest. Het is tijd voor dat andere verhaal. Een verhaal dat weliswaar verstrengeld is met het vergif uit het vorige. Of nee, het begon er zelfs nog voor, toen ik Karen leerde kennen en meteen tot over mijn oren op haar verliefd werd. Alles begon toen.

8


DEEL 1

Alles begon toen


Chersonissos

Al een tijdje waren we als satellieten om elkaar heen aan het zweven, maar altijd hield een van ons op het laatste nippertje de boot af. Enfin, Karen vooral. En als er al eens een opening was, slaagde ik erin om het op grandioze wijze te verknoeien. Zoals toen Karen een feestje gaf toen haar ouders op reis waren. Haast achteloos liet ze zich ontvallen dat ik kon blijven slapen, waarna ze glimlachend verder liep en me vol vurige verwachting achterliet. Ik was zo nerveus dat ik mezelf te enthousiast moed indronk en snurkend als een beschonken grizzlybeer in slaap viel lang voor ze bij me in bed kroop. Diezelfde nacht verkocht ik haar ook nog eens – per ongeluk, maar wel degelijk welgemikt – een zijwaartse mep tijdens mijn Duveldiepe slaap. Zo eindigde een avond vol begeerte in een fikse kater en een crush met een blauwe plek. Ik kon mezelf wel vervloeken. Godzijdank kwam er een herkansing. In ons stamcafé De Keet, de living van onze jeugd, belandden we samen aan de toog. Het was zo’n avond waarop je niet naar de klok durfde te kijken omdat je niet wou dat hij ooit zou eindigen. Plots stonden we buiten, onder de stenen boog tegenover de kledingwinkel op een paar meter van het café, en gaven we elkaar eindelijk onze eerste kus. 11


Een handvol maanden later beslisten we volkomen impulsief om op reis te gaan. Zomaar, omdat het kon en omdat we er goesting in hadden. Het vatte perfect de essentie van onze relatie toen samen: pril, onbezonnen en met een hoog we-zienwel-gehalte. Nu we, misschien zelfs tot onze eigen verbazing, toch een koppel waren geworden, wilden we profiteren van iedere seconde. Ik had de taak van reisleider op mij genomen, maar er eerlijk gezegd niet al te veel energie aan verkwist. Toen de bus van de luchthaven ons in een zonnig, postkaartpittoresk Kretenzisch vissersdorpje afzette, leek alles wonderwel mee te vallen. Als in een zeemzoeterige Disneyfilm flaneerden we ineengestrengeld langs de promenade terwijl we vriendelijk en zelfs een tikje verlegen de idyllische, in traditionele kledij gehulde oudjes toeknikten die ons vanop hun bankje bij de zee achternariepen. Maar toen we op het einde van de sprookjespromenade de hoek omdraaiden, barstte de hel los. Helverlichte neonborden kletsten ons op het ritme van pompende beats leuzen als Free shots, Everyday happy hour en – de gruwelijkste – Echte Hollandse bamibollen in het gezicht. Terwijl we ons door de partydreef heen een weg naar het hotel baanden, werden we voortdurend aangeklampt door proppers en moesten we om de zoveel meter een kotsende Engelse tiener ontwijken. Eenmaal aangekomen in het hotel, bleek het een all-inbunker die al jaren niet meer deftig onderhouden was. Bij het dampende ontbijtbuffet gingen mensen net niet op de vuist voor de slappe saucissen.

12


Door mijn gebrekkige research en inspanning had ik een week geboekt in het ultieme Sodom & Gomorra van Europa: Chersonissos. De meest gruwelijke plaats van heel Kreta. De lokale dienst voor toerisme propte er oudjes in traditionele kledij om klanten te werven voor een aftandse plezierboot. DĂĄt hadden ze ons dus een klein uur geleden, in het toenmalige schijnparadijs, toegeroepen. Chersonissos bleek de perfecte arena te zijn om een mijnenveld aan potentiĂŤle menings- en karakterverschillen tussen ons beiden bloot te leggen. Terwijl ik knettergek werd omdat onze buren elke nacht loeihard muziek draaiden en al in mijn boxershort klaarstond om hun hotelkamer binnen te vallen, bleef Karen verzoenend zeggen dat ze zo meteen wel zouden stoppen. Op een zonovergoten terras vond ik het grappig om Karen voor een gratis fles wijn ten huwelijk te vragen, waarna zij kwaad werd en tierde dat ik moest rechtstaan en een onvolwassen klein kind was. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Opeens werden we ons ervan bewust dat we misschien wel een beetje heel veel van elkaar verschilden, dat we elkaar niet zo goed kenden als we dachten en dat de houdbaarheidsdatum van onze relatie mogelijk een stuk korter zou uitvallen dan voorzien. Karen stond toen al veel volwassener in het leven dan ik. Op een slapeloze avond die door de buren gratis van een pompende soundtrack werd voorzien, gaf ze toe dat mijn nazinderende puberteit haar soms ergerde. Wat ik vervolgens benadrukte door kwaad weg te lopen om ergens onder een palmboom te zitten mokken.

13


We waren, net als triljoenen geliefden voor ons, met open ogen het ultieme cliché der prille koppels binnengestapt: de reis als relatietest waarmee je elkaars kleine kantjes leert kennen. Het leek de hel op aarde. Wisten wij veel dat er ons de komende twee jaar nog veel erger onheil te wachten stond. *** Toen mijn hematoloog bij de plechtige onthulling van mijn zeldzame tumor geroutineerd de schier oneindige lijst van mogelijke nevenwerkingen opsomde (vermoeidheid, braken, geen eetlust…), aarzelde hij plots. Hij liet een stilte vallen, keek links en rechts van me – naar respectievelijk mijn vader en moeder, die compleet ontredderd naast me zaten – en zei: ‘Door de chemotherapie is er ook een verhoogde kans op infertiliteit of onvruchtbaarheid. Ik wil beklemtonen dat dit niet per definitie zo is, maar er bestaat een verhoogd risico.’ Hij vervolgde met een klein kuchje, om dan de bom te droppen: ‘Dus zou ik mijnheer aanraden om zijn sperma te laten invriezen op de dienst Fertiliteit.’ In tegenstelling tot mijn moeder, die in onbedaarlijk snikken uitbarstte omdat ze haar toekomst vol kleinkinderen in elkaar zag storten, snapte ik de ernst van zijn woorden niet onmiddellijk. Het leek me routine, een standaardprocedure, ja, zelfs een haast overbodige voorzorgsmaatregel die voer zou opleveren voor een sterk verhaal waar we na mijn ziekte hartelijk om zouden lachen. Wat later nam mijn hematoloog me nog even apart, alsof hij wist dat de impact van de op til zijnde chemo14


therapie nog niet volledig bij me was ingedaald. De chemokuren die ik zou krijgen, waren ontzettend zwaar en hij benadrukte nogmaals dat het absoluut nodig was om na te denken over mijn toekomst. Hij raadde me aan om het zekere voor het onzekere te nemen en m’n nu nog gezond rondzwemmende zaadcellen in de diepvries te deponeren. En had ik er al over gepraat met mijn vriendin? Toen ik het diezelfde avond aan Karen vertelde, wisten we geen van beiden wat te zeggen. Na de weinig romantische reis in Kreta was onze relatie verder verwaterd en de voorbije weken leek het er zelfs op dat ze onherroepelijk zou uitdoven. Tot opeens die diagnose kwam die alles op z’n kop zette. Nu moest ik op mijn drieëntwintigste beslissen of ik later kinderen wilde. Iets waar ik werkelijk nog geen nanoseconde van mijn kortstondige bestaan over had nagedacht. Meer zelfs, de gedachte aan kinderen krijgen stond me even veraf als het idee dat ik het wereldrecord hamerslingeren zou verpulveren op de Olympische Spelen van 2028. Het was ronduit surrealistisch. Je bent er gewoonweg nog niet klaar voor en wilt er dus ook niet bij stilstaan. Je gaat ervan uit dat alles weer goed komt en dat je gewoon op de normale, romantische manier kindjes zult kunnen maken en krijgen. *** Het is verdomd moeilijk om niet geconfronteerd te worden met je eigen potentiële nageslacht als je verplicht wordt om in 15


een klein, duister hok je plan te trekken en het resultaat achter te laten in een doorzichtig plastic potje. Zeker als dat hok ook nog eens naast de koffiekamer van de verpleegsters ligt. Het enige lustopwekkende documentatiemateriaal dat mij ten dienste werd gesteld, waren een vervaalde poster en wat aaneengeklitte seksboekjes. Dan is het lachen er snel af‌ Maar ik zette mijn verstand op nul en deed wat van me werd verwacht. Toen de laboresultaten binnenkwamen, slaakte ik vreemd genoeg een zucht van opluchting over iets waar ik tot voor enkele weken nog nooit over had nagedacht. Mijn zwemmers waren gezond. Ze zaten nu ergens in dit gigantische ziekenhuis veilig in een zoemende diepvriezer. Dit alles werd al gauw een onbeduidende voetnoot in het grote geheel toen ze voor het eerst de chemo aankoppelden. Vanaf dat moment had ik andere dingen aan mijn hoofd. Overleven bijvoorbeeld. Wist ik veel dat die ellendige trektochten naar de dienst Fertiliteit tijdens de tien jaren na mijn kanker mijn leven zouden gaan beheersen. Ik leefde nog in de geruststellende illusie dat alles goed zou komen zodra het moment daar zou zijn. Later, als al deze shit achter de rug zou zijn, kon ik nog altijd zoals een echte vent kindjes maken op de gewone manier. En hey, ik had zelfs nog een diepgevroren plan B. Wat een luxe! *** Nadat de niks ontziende kankerstorm eindelijk voorbij was getrokken, merkten Karen en ik, niet het minst tot onze eigen 16


verbazing, dat onze relatie, weliswaar bijzonder wankel en uit al zijn hengsels geslagen, nog altijd overeind stond. Dus deden we aanvankelijk verder alsof we de draad zomaar ongestraft weer konden oppikken. Maar hoe goed we ook probeerden om de schijn op te houden, het was net alsof we slechte acteurs waren in een B-versie van ons leven voor de storm. We leefden in hetzelfde huis, sliepen in hetzelfde bed en aten aan dezelfde tafel. Alles leek bedrieglijk hetzelfde, maar alles was vooral voorgoed veranderd. We hadden twee jaar lang een gevecht geleverd op leven en dood, waarbij Karen veroordeeld werd om in mijn schaduw te staan. Die rolverdeling eindigde abrupt toen ik definitief genezen was. Opeens waren we opnieuw een doodgewoon koppel in het doodgewone leven. Maar dan wel een koppel dat net een orkaan had getrotseerd die ons vol littekens weer had uitgespuwd en ons had beroofd van een fundamenteel onderdeel van onze prille, broze relatie: onze onschuld. In dat eerste kalenderjaar after cancer leefden we vol onbegrip en angst naast elkaar. We wilden zo graag terug naar hoe het vroeger was, maar vroeger was voltooid verleden tijd. Bijna maniakaal probeerde ik die twee verloren jaren die me waren afgenomen in te halen. Ik ging waanzinnig veel uit en dronk nachten door alsof ik een toerist was op, ik zeg maar iets, Chersonissos. Ik kwam ladderzat, tierend en huilend thuis terwijl Karen klaarstond om naar haar werk te vertrekken. Ik was een puinhoop met een verwoest lijf.

17


Het heeft ons bijna verwoest. En toen verplichtte Karen me om te kiezen: mezelf te gronde richten of onszelf heruitvinden. We beseften: als we dit samen wilden overleven, moesten we de nieuwe, net uit de verpakking gehaalde 2.0-versies van onszelf leren begrijpen hoewel de lijvige handleiding alleen beschikbaar was in het Taiwanees. We waren allebei veranderd en vormden bijlange niet meer dat impulsieve, onbekommerde koppel van toen. Dat koppel had mogelijk niet meer bestaan als we die kankerstorm niet hadden meegemaakt. De strijd met diezelfde kankerstorm had ons getekend. Wat we hadden meegemaakt en gedeeld, had ons veranderd en zou voor altijd de keuzes die we maakten beĂŻnvloeden. Die dag koos ik voor een leven met Karen. Voor ons twee samen, en het liefst met een paar koters erbij. Al bleek dat je dat laatste niet zomaar te kiezen hebt.

18


Probleem (1) en oplossing

Ik zou het bijzonder op prijs stellen als mijn familie en vooral die van mijn lief zo vriendelijk zouden willen zijn om dit stuk over te slaan. Ik moet hier namelijk iets intiems bekennen. Mocht het niet essentieel zijn voor de lezer om te begrijpen in welke absurde, noem het maar ronduit krankzinnige fertiliteitsdraaikolk ik werd meegesleurd, ik zou mijn bekentenis gewoon voor mezelf houden. Misschien vat je niet meteen wat het een met het ander te maken heeft, maar dat wordt wel duidelijk.

Lange tijd heb ik niet gesnapt wat er nu precies zo speciaal was aan seks. Uiteraard had dat veel, zo niet alles te maken met het ontegensprekelijke feit dat ik een laatbloeier was. Maar zelfs toen hij daar beneden eindelijk uit zijn verpakking was gehaald, snapte ik niet meteen waarom iedereen zo razend enthousiast deed over iets wat me zo gigantisch tegenviel. Ik luisterde met rode oren naar de verhalen van mijn maten, waarin ze hartstochtelijk en enigszins overdreven de loftrompet staken over hoe ze de avond voordien met hun lief van yapi yapo hadden gedaan. (O ja, om u wat meer uitleg te geven: Gilles Yapi Yapo is een Ivoriaanse voetballer die in 2001 tot zijn eigen verbazing in 19


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Vormgeving Studio Lannoo Auteursfoto Joke Couvreur © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt 2020 en Leander Verdievel D/2020/45/410 – ISBN 978 94 014 6953 1 – NUR 402 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401469531 by Uitgeverij Lannoo - Issuu