Skip to main content

9789401469333

Page 1

Toerismecodex


T o e ri s mecodex Jos Speybrouck & Marianne Van Eetvelt


Uitgeverij Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent BelgiĂŤ www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.

ISBN 978 94 014 6933 3 D/2020/45/243 NUR 820 Jos Speybrouck & Marianne Van Eetvelt Toerismecodex Gent, Academia Press, 2020, vii + 348 p. Eerste editie, 1997 Elfde editie, 2020

Vormgeving cover: Studio Lannoo & Keppie en Keppie Vormgeving binnenwerk: Punctilio

Š Jos Speybrouck, Marianne Van Eetvelt & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


I

VERKORTE INHOUDSOPGAVE

Verkorte inhoudsopgave I.

II.

Publiekrecht. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

1

I.1.

Basiswetgeving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

3

I.2.

Belastingrecht. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

13

I.2.A.

B.T.W.- regelgeving voor reizigers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

13

I.2.B.

B.T.W.- regelgeving voor toeristische ondernemingen . . . . . . .

19

I.3.

Sociaal zekerheidsrecht (jaarlijkse vakantie) . . . . . . . . . . . . . . .

23

I.4.

Vlaams publiekrecht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

27

I.5.

Economisch publiekrecht. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

31

I.5.A.

Toeristische centra . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

31

I.5.B.

Autocarvervoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

35

I.5.C.

Reisbureaus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

38

I.5.D.

Logies. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

40

Privaatrecht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

101

II.1.

Marktpraktijkenrecht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

103

II.2.

Algemene verordening gegevensbescherming . . . . . . . . . . . . . .

161

II.3.

Verordening geoblocking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

163

II.4.

Bijzonder Overeenkomstenrecht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

165

II.4.A.

Reiscontracten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

165

II.4.B.

Timesharing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

252

II.4.C.

Vervoerscontracten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

258

II.4.D.

Verzekeringsrecht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

324

TO E R I SM E C O DE X


VII

Voorwoord

Toerisme bestaat in allerlei vormen: binnenlands en buitenlands toerisme, massatoerisme, duurzaam, avontuurlijk en kleinschalig toerisme, businesstoerisme, recreatief toerisme, ... Toerisme is voor vele landen een belangrijke bron van inkomsten; voor sommige landen of regio’s is het zelfs essentieel voor de economie. De reissector is steeds in evolutie. Zo heeft het internet de laatste decennia een onmiskenbaar grote rol gespeeld in het toerisme, en recent bleek ook de coronapandemie grote gevolgen te hebben. Telkens komt de noodzaak aan wetgeving hier sterk tot uiting. Als gevolg daarvan hebben de verschillende daarvoor bevoegde niveaus (Europees, federaal en regionaal) ervoor gezorgd dat de toeristische wetgeving de laatste jaren sterk is toegenomen. Al deze wetgeving vindt u hier ‘pure brut’ in dit bronnenboek, de Toerismecodex. Elke belangrijke regel neemt ons mee op reis, naar allerhande donkere bestemmingen met annuleringen, vertragingen, overboekingen, gebrekkige accommodatie en ander reismalheur. De regels hebben uiteindelijk de bedoeling om wat zonlicht te brengen in deze ‘Lost Paradise’. Achter elke regel moeten we dan op zoek gaan naar het verhaal: de problemen en de oplossing. De codex is opgebouwd rond het klassieke onderscheid tussen publiek en privaat recht. Enkel de wetgeving die er echt toe doet, wordt weergegeven. Voor de wetteksten die minder relevant zijn, wordt wel steeds de vindplaats op de site van het Belgisch Staatsblad en op andere sites vermeld. Zo kunt u steeds ‘verder klikken’. Het is de bedoeling van deze codex om door het bos de bomen te zien. De codex wil geen nerdy spelbreker zijn die elk initiatief al op voorhand ondermijnt door met allerhande wetteksten te flapperen. De codex wil gewoon een eerlijke spelverdeler zijn voor iedereen die een plaats wil innemen in het toeristisch bedrijf. Enkel door de spelregels te kennen en te respecteren kunt u op een duurzame wijze zelf een toeristische dienstenverstrekker worden. En daar is het om te doen in deze Toerismecodex. Marianne Van Eetvelt & Jos Speybrouck

TO E R I SM E C O DE X


1

I. Publiekrecht

TO E R I SM E C O DE X


3

I.1. Basiswetgeving

• Europees basisverdrag — STATUS IN DE TOERISMECODEX: Verkorte weergave in deze codex; enkel weergave van de belangrijkste artikelen — + voluit: Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, P.B. 26 oktober 2012, verkort ‘Europees basisverdrag’ genoemd EUROPEES BASISVERDRAG – Dit verdrag is de gewijzigde versie van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG). In dit verdrag worden o.m. de bevoegdheden van de Europese Unie opgesomd. Door het Verdrag van Lissabon werd een heus toerismehoofdstuk (Titel XXII, art.195) aan het basisverdrag toegevoegd. Toerisme behoort hierdoor tot de zogenaamde aanvullende bevoegdheden van de Unie. Dit betekent dat de Unie enkel mag optreden om het beleid van lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen. Deze codex bevat de belangrijkste bepalingen voor wat het toerisme betreft uit de geconsolideerde versie van dit Verdrag (met inbegrip van dezelfde bepalingen die ook weergegeven worden in het handvest van de grondrechten van de Europese Unie). Zo voorziet artikel 23 in een ‘Diplomatieke en consulaire bescherming’. Hierdoor kan een Belg die zich in een noodsituatie bevindt in een land waar België geen vertegenwoordiging heeft, zich wenden tot de ambassade (of consulaat) van een andere lidstaat van de Europese Unie.

INHOUD Enkele artikelen over de bevoegdheden van de Unie ........................................................................3 Enkele artikelen over het burgerschap van de Unie...........................................................................5 Enkele afzonderlijke hoofdstukken (titels)............................................................................................5 Enkele artikelen over de bevoegdheden van de Unie Artikel 3 1. De Unie is exclusief bevoegd op de volgende gebieden: a) de douane-unie; b) de vaststelling van mededingingsregels die voor de werking van de interne markt nodig zijn; c) het monetair beleid voor de lidstaten die de euro als munt hebben;

TO E R I SM E C O DE X


4

PUBLIEKRECHT

d) de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid; e) de gemeenschappelijke handelspolitiek. 2. De Unie is tevens exclusief bevoegd een internationale overeenkomst te sluiten indien een wetgevingshandeling van de Unie in die sluiting voorziet, indien die sluiting noodzakelijk is om de Unie in staat te stellen haar interne bevoegdheid uit te oefenen of indien die sluiting gevolgen kan hebben voor gemeenschappelijke regels of de strekking daarvan kan wijzigen. Artikel 4 1. De Unie heeft een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid in de gevallen waarin haar in de Verdragen een bevoegdheid wordt toegedeeld die buiten de in de artikelen 3 en 6 bedoelde gebieden valt. 2. De gedeelde bevoegdheden van de Unie en de lidstaten betreffen in het bijzonder de volgende gebieden: a) interne markt; b) sociaal beleid, voor de in het onderhavige Verdrag genoemde aspecten; c) economische, sociale en territoriale samenhang; d) landbouw en visserij, met uitsluiting van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee; e) milieu; f) consumentenbescherming; g) vervoer; h) trans-Europese netwerken; i) energie j) de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht; k) gemeenschappelijke veiligheidsvraagstukken op het gebied van volksgezondheid, voor de in het onderhavige Verdrag genoemde aspecten. 3. Op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en de ruimte is de Unie bevoegd op te treden, met name door programma’s vast te stellen en uit te voeren, zonder dat de uitoefening van die bevoegdheid lidstaten belet hun eigen bevoegdheid uit te oefenen. 4. Op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp is de Unie bevoegd op te treden en een gemeenschappelijk beleid te voeren; de uitoefening van die bevoegdheid belet de lidstaten niet hun eigen bevoegdheid uit te oefenen. Artikel 5 1. De lidstaten coördineren hun economisch beleid binnen de Unie. Daartoe stelt de Raad maatregelen vast, met name globale richtsnoeren voor dat beleid. Voor de lidstaten die de euro als munt hebben, gelden bijzondere bepalingen. 2. De Unie neemt maatregelen om te zorgen voor de coördinatie van het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, met name door de richtsnoeren voor dat beleid te bepalen. 3. De Unie kan initiatieven nemen ter coördinatie van het sociaal beleid van de lidstaten.

TO E R I SM E C O DE X


5

BASISWETGEVING

Artikel 6 De Unie is bevoegd om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coรถrdineren of aan te vullen. Dit geldt voor de volgende gebieden wat hun Europese dimensie betreft: a) bescherming en verbetering van de volksgezondheid; b) industrie; c) cultuur; d) toerisme; e) onderwijs, beroepsopleiding, jongeren en sport; f) civiele bescherming; g) administratieve samenwerking. Enkele artikelen over het burgerschap van de Unie Artikel 21 1. Iedere burger van de Unie heeft het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. 2. Indien een optreden van de Unie noodzakelijk blijkt om deze doelstelling te verwezenlijken en de Verdragen niet in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet, kunnen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure bepalingen vaststellen die de uitoefening van de in lid 1 bedoelde rechten vergemakkelijken. 3. Ter verwezenlijking van dezelfde doelstellingen als in lid 1 genoemd en tenzij de Verdragen in de daartoe vereiste bevoegdheden voorzien, kan de Raad, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, maatregelen inzake sociale zekerheid en sociale bescherming vaststellen. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement. Artikel 23 Iedere burger van de Unie geniet op het grondgebied van derde landen waar de lidstaat waarvan hij onderdaan is, niet vertegenwoordigd is, de bescherming van de diplomatieke en consulaire instanties van iedere andere lidstaat, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat. De lidstaten treffen de nodige voorzieningen en beginnen de internationale onderhandelingen die met het oog op deze bescherming vereist zijn. De Raad kan, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Europees Parlement, richtlijnen aannemen tot vaststelling van coรถrdinatie- en samenwerkingsmaatregelen die nodig zijn om die bescherming te vergemakkelijken. Enkele afzonderlijke hoofdstukken (titels) Titel VI: Vervoer Artikel 90 De doelstellingen van de Verdragen worden, wat het in deze titel geregelde onderwerp betreft, nagestreefd in het kader van een gemeenschappelijk vervoerbeleid.

TO E R I SM E C O DE X


6

PUBLIEKRECHT

Artikel 91 1. Ter uitvoering van artikel 90 stellen het Europees Parlement en de Raad, met inachtneming van de bijzondere aspecten van het vervoer, volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, vast: a) gemeenschappelijke regels voor internationaal vervoer vanuit of naar het grondgebied van een lidstaat of over het grondgebied van één of meer lidstaten; b) de voorwaarden waaronder vervoerondernemers worden toegelaten tot nationaal vervoer in een lidstaat waarin zij niet woonachtig zijn; c) de maatregelen die de veiligheid van het vervoer kunnen verbeteren; d) alle overige dienstige bepalingen. 2. Bij de vaststelling van de in lid 1 bedoelde maatregelen wordt rekening gehouden met gevallen waarin de toepassing ervan ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de levensstandaard en de werkgelegenheid in bepaalde regio’s, en voor de exploitatie van de vervoersfaciliteiten. Artikel 100 1. De bepalingen van deze titel zijn van toepassing op het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren. 2. Het Europees Parlement en de Raad kunnen, volgens de gewone wetgevingsprocedure, passende bepalingen vaststellen voor de zeevaart en de luchtvaart. Zij besluiten na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s. Titel VII: Gemeenschappelijke regels betreffende de mededinging, de belastingen en de onderlinge aanpassing van de wetgevingen Hoofdstuk 1: Regels betreffende de mededinging Eerste afdeling: Regels voor de ondernemingen Artikel 101 1. Onverenigbaar met de interne markt en verboden zijn alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke de handel tussen lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging binnen de interne markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst en met name die welke bestaan in: a) het rechtstreeks of zijdelings bepalen van de aan- of verkoopprijzen of van andere contractuele voorwaarden; b) het beperken of controleren van de productie, de afzet, de technische ontwikkeling of de investeringen; c) het verdelen van de markten of van de voorzieningsbronnen; d) het ten opzichte van handelspartners toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging;

TO E R I SM E C O DE X


7

BASISWETGEVING

e) het afhankelijk stellen van het sluiten van overeenkomsten van de aanvaarding door de handelspartners van bijkomende prestaties welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten. 2. De krachtens dit artikel verboden overeenkomsten of besluiten zijn van rechtswege nietig. Artikel 102 Onverenigbaar met de interne markt en verboden, voor zover de handel tussen lidstaten daardoor ongunstig kan worden beĂŻnvloed, is het, dat een of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de interne markt of op een wezenlijk deel daarvan. Dit misbruik kan met name bestaan in: a) het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of van andere onbillijke contractuele voorwaarden; b) het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de verbruikers; c) het toepassen ten opzichte van handelspartners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging; d) het feit dat het sluiten van overeenkomsten afhankelijk wordt gesteld van het aanvaarden door de handelspartners van bijkomende prestaties, welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten. Tweede afdeling: Steunmaatregelen van de staten Artikel 107 1. Behoudens de afwijkingen waarin de Verdragen voorzien, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beĂŻnvloedt. Titel XV: Consumentenbescherming Artikel 169 1. Om de belangen van de consumenten te bevorderen en een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, draagt de Unie bij tot de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en de economische belangen van de consumenten alsmede tot de bevordering van hun recht op voorlichting en vorming, en hun recht van vereniging om hun belangen te behartigen. 2. De Unie draagt bij tot de verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstellingen door middel van: a) maatregelen die zij op grond van artikel 114 in het kader van de totstandbrenging van de interne markt neemt; b) maatregelen om het beleid van de lidstaten te ondersteunen, aan te vullen en te controleren.

TO E R I SM E C O DE X


8

PUBLIEKRECHT

3. Het Europees Parlement en de Raad nemen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal ComitĂŠ de maatregelen, bedoeld in lid 2, onder b), aan. 4. De uit hoofde van lid 4 aangenomen maatregelen beletten niet dat een lidstaat maatregelen voor een hogere graad van bescherming treft of handhaaft. Deze maatregelen moeten verenigbaar zijn met dit Verdrag. Zij worden ter kennis van de Commissie gebracht. Titel XXII: Toerisme Artikel 195 1. De Unie zorgt voor aanvulling van het optreden van de lidstaten in de toerismesector, met name door bevordering van het concurrentievermogen van de ondernemingen van de Unie in die sector. In dit verband is het optreden van de Unie gericht op: a) het bevorderen van een klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van bedrijven in deze sector; b) het stimuleren van de samenwerking tussen de lidstaten, met name door uitwisseling van goede praktijken. 2. Het Europees Parlement en de Raad stellen, volgens de gewone wetgevingsprocedure, de bijzondere maatregelen vast ter aanvulling van de acties die in de lidstaten worden ondernomen om de in dit artikel genoemde doelstellingen te verwezenlijken, met uitsluiting van enige harmonisatie van de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten.

TO E R I SM E C O DE X


9

BASISWETGEVING

• Belgische Bijzondere wet van 1980 — STATUS IN DE TOERISMECODEX: Verkorte weergave in deze codex; enkel weergave van de belangrijkste artikelen — + voluit: Bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, B.S. 15 augustus 1980 en navolgende wijzigingen (tot 1 juli 2014) verkort ‘Belgische Bijzondere wet van 1980’ genoemd, gewijzigd door vlinderakkoord 19 december 2013.

BELGISCHE BIJZONDERE WET VAN 1980 – De Bijzondere wet van 1980 regelt in hoofdzaak de bevoegdheidsdelegatie naar de gemeenschappen en de gewesten. Bij de eerste staatshervorming viel toerisme onder de bevoegdheid van de gemeenschappen namelijk bij de culturele aangelegenheden onderdeel van vrijetijdsbesteding. In het akkoord over de zesde staatshervorming (Vlinderakkoord genoemd) werd toerisme in hoofdzaak een aangelegenheid van de gewesten. Al kunnen de gemeenschappen en de federale overheid nog beperkte toeristische initiatieven nemen bijkomstig aan hun hoofdbevoegdheid. Voortaan zijn de gewesten bevoegd voor toerisme en voor de vestigingsvoorwaarden inzake het toerisme. De federale wetgever is bevoegd inzake de bescherming van de consument en voor handelspraktijken.

INHOUD Titel I: Inleidende bepalingen ..................................................................................................................9 Titel II: De bevoegdheden ...................................................................................................................... 10 TITEL I: Inleidende bepalingen Artikel 1. § 1. Het Parlement en de Regering van de Vlaamse Gemeenschap, hierna genoemd "het Vlaams Parlement" en de "Vlaamse Regering", zijn bevoegd voor de aangelegenheden bedoeld in in de artikelen 127 tot 129 van de Grondwet. Zij oefenen in het Vlaamse Gewest de bevoegdheden van de gewestorganen uit voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet, onder de voorwaarden en op de wijze bepaald door deze wet. § 2. Het Parlement en de Regering van de Franse Gemeenschap, hierna genoemd "het Parlement van de Franse Gemeenschap" en de "Franse Gemeenschapsregering", zijn bevoegd voor de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 127 tot 129 van de Grondwet.

TO E R I SM E C O DE X


10

PUBLIEKRECHT

§ 3. Er is voor het Waalse Gewest een Parlement en een Regering, hierna genoemd "het Waals Parlement" en de "Waalse Gewestregering", die in het Waalse Gewest bevoegd zijn voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 39 van de Grondwet. § 4. … Artikel 2. Het grondgebied van het Vlaamse en het Waalse Gewest wordt afgebakend als volgt: Het Vlaamse Gewest omvat het grondgebied van de provincies Antwerpen, Limburg, OostVlaanderen en West-Vlaanderen, alsook het grondgebied van de administratieve arrondissementen Halle-Vilvoorde en Leuven. Het Waalse Gewest omvat het grondgebied van de provincies Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen, alsook het grondgebied van het administratief arrondissement Nijvel. Onder het grondgebied van de hierboven genoemde provincies en arrondissementen wordt verstaan het grondgebied van die provincies en arrondissementen zoals dit bestond op 1 oktober 1979. TITEL II: De bevoegdheden Artikel 4. De culturele aangelegenheden bedoeld in artikel 127, § 1, 1° van de Grondwet zijn: 1° De bescherming en de luister van de taal; 2° De aanmoediging van de vorming van navorsers; 3° De schone kunsten; 4° Het cultureel patrimonium, de musea en de andere wetenschappelijk-culturele instellingen met uitzondering van de monumenten en landschappen; 5° De bibliotheken, discotheken en soortgelijke diensten; 6° De inhoudelijke en technische aspecten van de audiovisuele en de auditieve mediadiensten met uitzondering van het uitzenden van mededelingen van de federale regering; 6°bis De hulp aan de geschreven pers; … 10° De vrijetijdsbesteding; (…) Artikel 4bis. De bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap omvatten de bevoegdheid om Brussel te promoten op nationaal en internationaal niveau. Artikel 6. § 1. De aangelegenheden bedoeld in artikel 39 (gewesten) van de Grondwet zijn: (…) VI. Wat de economie betreft: 1° Het economisch beleid; 2° De gewestelijke aspecten van het kredietbeleid met inbegrip van de oprichting en het beheer van de openbare kredietinstellingen;

TO E R I SM E C O DE X


11

BASISWETGEVING

3° Het afzet- en uitvoerbeleid, onverminderd de federale bevoegdheid: a) om waarborgen te verstrekken tegen uitvoer-, invoer- en investeringsrisico's; de vertegenwoordiging van de gewesten in de federale instellingen en organen die deze waarborgen verstrekken, wordt verzekerd; b) inzake het multilaterale handelsbeleid, onverminderd de toepassing van artikel 92bis, § 4bis; 4° De in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie, en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie evenals van producten en technologieën voor tweerlei gebruik, onverminderd de federale bevoegdheid inzake de in- en uitvoer met betrekking tot het leger en de politie en met naleving van de criteria vastgesteld in de Gedragscode van de Europese Unie op het stuk van de uitvoer van wapens; 5° De natuurlijke rijkdommen; 6° De vestigingsvoorwaarden, met uitzondering van de voorwaarden voor toegang tot gezondheidszorgberoepen en tot dienstverlenende intellectuele beroepen; 7° De specifieke regels betreffende de handelshuur; 8° De activiteiten van het Participatiefonds, met inbegrip van de inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein; 9° Het toerisme. De nationale overheid is met dit doel bevoegd om algemene regels vast te stellen inzake: 1° de overheidsopdrachten; 2° de bescherming van de verbruiker; 3° de organisatie van het bedrijfsleven; 4° de maxima voor hulp aan ondernemingen op het gebied van de economische expansie, die slechts gewijzigd kunnen worden met het akkoord van de Gewesten. Bovendien is alleen de federale overheid bevoegd voor: 1° het muntbeleid, zowel intern als extern; 2° het financieel beleid en de bescherming van het spaarwezen, met inbegrip van de reglementering en de controle op de kredietinstellingen en andere financiële instellingen en op de verzekeringsmaatschappijen en daarmee gelijkgestelde ondernemingen, de holdings en de gemeenschappelijke beleggingsfondsen, het hypothecair krediet, het consumptiekrediet, het bank- en verzekeringsrecht, alsmede de oprichting en het beheer van haar openbare kredietinstellingen; 3° het prijs- en inkomensbeleid, met uitzondering van de regeling van de prijzen in de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de gewesten en de gemeenschappen behoren, onder voorbehoud van hetgeen bepaald is in artikel 6, § 1, VII, tweede lid, d); 4° het mededingingsrecht en het recht inzake de handelspraktijken, met uitzondering van de toekenning van kwaliteitslabels en oorsprongbenamingen van regionale of lokale aard; 5° het handelsrecht en het vennootschapsrecht; 6° …; X. Wat de openbare werken en het vervoer betreft: (Gewestbevoegheid) 1° de wegen en hun aanhorigheden;

TO E R I SM E C O DE X


12

PUBLIEKRECHT

2° de waterwegen en hun aanhorigheden; 2°bis het juridisch stelsel van de land- en waterwegenis, welke ook de beheerder ervan zij, met uitzondering van de spoorwegen beheerd door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen; 3° de havens en hun aanhorigheden; 4° de zeewering; 5° de dijken; 6° de veerdiensten; 7° de uitrusting en de uitbating van de luchthavens en de openbare vliegvelden, met uitzondering van de luchthaven Brussel-Nationaal; 8° het gemeenschappelijk stads- en streekvervoer, met inbegrip van de bijzondere vormen van geregeld vervoer en het taxivervoer en het verhuren van auto's met chauffeur; Artikel 6sexies. De gemeenschapsbevoegdheden omvatten de bevoegdheid om de toeristische infrastructuur te financieren op het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

TO E R I SM E C O DE X


13

I.2. Belastingrecht

I.2.A. B.T.W.- regelgeving voor reizigers • Folder: belastingvrijstelling voor reizigers — STATUS IN DE TOERISMECODEX: Integrale weergave in deze codex — + voluit: Folder federale overheidsdienst financiën, belastingvrijstelling voor reizigers (geactualiseerde weergave 2013), verkort ‘Folder: Belastingvrijstelling voor reizigers’ genoemd FOLDER: BELASTINGVRIJSTELLING VOOR REIZIGERS – Hoe zit het met de douane? ‘Iets aan te geven’? Welke douanevrijstellingen (vrijstelling van vervoersrechten) gelden er voor reizigers? Hoeveel farden sigaretten mag u ‘taxvrij’ aankopen buiten de EU en vervolgens binnenbrengen? De hiernavolgende ‘folder’ voor reizigers geeft u antwoord.

INHOUD 1. Reizigers die komen uit een land dat niet behoort tot de Europese Unie of uit een gebied met een speciaal fiscaal statuut ................................................................................ 13 2. Reizigers komende uit een lidstaat van de EU.............................................................................. 15 3. Inlichtingen.............................................................................................................. ……………………….16 1. Reizigers die komen uit een land dat niet behoort tot de Europese Unie of uit een gebied met een speciaal fiscaal statuut Als u uit een land komt dat niet behoort tot de Europese Unie of uit een gebied met een speciaal fiscaal statuut is een douanecontrole altijd mogelijk. Als u goederen aan te geven hebt, gebruik dan de rode uitgang. Gebruik alleen de groene uitgang als u er zeker van bent dat u geen goederen aan te geven hebt of als u niet meer goederen bij u hebt dan de wettelijk voorziene vrijstellingen. Opmerking Als u door de lucht reist en u komt uit een land dat niet behoort tot de Europese Unie via een luchthaven van de Europese Unie, dan zal u op de transferluchthaven alleen de goederen moeten aangeven die u in uw handbagage vervoert. Op de definitieve bestemming moet u de goederen in uw ruimbagage aangeven.

TO E R I SM E C O DE X


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401469333 by Uitgeverij Lannoo - Issuu