HERBOREN
HERBOREN Nidhi Chaphekar
Hoe ik terugvocht na de terroristische aanslag in Brussel
Ik draag dit boek op aan: Mama en papa, omdat ze me op deze wereld hebben gezet. Gods zegen, die ervoor heeft gezorgd dat ik met Rupesh ben getrouwd, die alle stormen in mijn leven heeft doorstaan met een glimlach. Gods liefde, die ons twee kostbare schatten schonk, Vardaan en Vriddhi, die me in alles steunen en die mijn grootste bronnen van motivatie zijn.
Inleiding
22 maart 2016. Wat een gewone werkdag had moeten worden, werd de gruwelijkste dag van mijn leven. Een dubbele zelfmoordaanslag deed Brussels Airport in Zaventem op zijn grondvesten daveren en kort daarop vond nog een andere ontploffing plaats, in het metrostation Maalbeek in het centrum van Brussel. Het was een van de bloedigste terreuraanslagen ooit in België. Ik was een van de driehonderd mensen die gewond raakten bij die ontploffingen. Een foto die van mij werd genomen kort na de explosie zorgde ervoor dat ik onwillekeurig het gezicht van de aanslag werd over de hele wereld. Ik kwam bijna om het leven bij de ontploffing, maar na veel moeite werd ik herboren, zoals een feniks uit de as oprijst. In dit boek vertel ik hoe ik de aanslag heb beleefd en hoe mijn lange weg naar herstel eruitzag, met de hulp van mijn lieve familie en vrienden. Hoewel ik dit dagboek pas begon te schrijven drie maanden na de aanslag, heb ik geprobeerd zo gedetailleerd mogelijk te zijn. Meteen na de explosie werd ik in een kunstmatige coma gehouden, dus ik moest vertrouwen op de verklaringen van mijn familieleden, het ziekenhuispersoneel en de vrienden en collega’s die me bezochten om te reconstrueren wat er is gebeurd tijdens die eerste maanden dat ik in het ziekenhuis lag. Ik begon met korte notities op mijn kalender te schrijven, om te onthouden wat men mij vertelde. Daarna schreef ik korte stukjes over wat er elke dag gebeurde. Toen ik begon te schrijven, maakten de wonden op mijn vingers en de pas getransplanteerde stukjes huid het lastig om een pen vast te houden. Het deed ook veel pijn. Toch wilde ik mijn verhaal neerschrijven. Mijn kroniek volgt echter niet de gebruikelijke opzet van een dagboek. Een heleboel dingen die gebeurden schreef ik pas dagen of maanden later op, wanneer de tijd er rijp voor was en
7
mijn gezondheid het toeliet. En niet alleen dat, ik was ook bang om te schrijven. Ik ben immers geen auteur. Wat als ik iets verkeerds schreef over een bepaalde gebeurtenis, of een belangrijk detail over het hoofd zag? Er waren veel dagen waarop ik met de pen in mijn hand zat, niet goed wetend hoe ik moest beginnen en wat ik moest schrijven. Maar net zoals ik andere hindernissen in mijn leven heb overwonnen, besloot ik ook deze aan te pakken. Ik zei tegen mezelf: laat je niet tegenhouden door negatieve gedachten over wat al dan niet zou kunnen gebeuren. Hoe kun je weten hoe iets zal aflopen als je het niet eens een kans geeft? In de loop van dit boek zul je merken hoe belangrijk mijn positieve instelling is geweest in mijn herstelproces. Mijn parcours was absoluut niet eenvoudig, maar de niet-aflatende steun en liefde van de mensen om me heen gaf me moed. Hun geloof in mij, en vooral het geloof in mezelf en mijn mogelijkheden, heeft ervoor gezorgd dat ik hier vandaag als een overwinnaar sta. Ik heb gaandeweg een heleboel geleerd, maar de grootste les van al was hoe belangrijk het is om positief in het leven te staan. Je straalt uit wat je je geest aanreikt, dus kun je die maar beter voeden met geluk en vertrouwen. Als je jezelf omringt met liefde en optimisme, kun je elke situatie ten goede keren. De weg die je voor je ziet mag lang en donker zijn, de stappen die je zet traag, maar als je blijft wandelen, zul je op een dag je doel bereiken. De kunst is nooit op te geven. De aanslag bezorgde mij en mijn familie onnoemelijk veel pijn. Maar in plaats van te huilen ‘Waarom ik?’ leerde ik mezelf om andere vragen te stellen: ‘Wat kan ik doen in deze situatie? Hoe kom ik dit te boven?’ Onthoud dat niemand anders dat voor jou kan doen. Klem je tanden stevig op elkaar en blijf vooruitgaan. Hou van jezelf, want je bent je eigen grootste steun. Je hebt het voorrecht te leven en de tijd staat aan jouw kant. Die tijd is echt een kostbaar geschenk. Hoewel ik graag elk detail had vermeld en elke persoon die me geholpen heeft bij mijn herstel, laat het bestek van dit boek dat niet toe. Ik wil me oprecht verontschuldigen als je jouw naam of een bepaalde
8
gebeurtenis niet terugvindt in dit boek. Het is niet met opzet, maar ik heb zo veel liefde en genegenheid ervaren dat ik niet alles kon bijhouden. Sommige mensen kwamen pas in mijn leven nadat het manuscript al naar de uitgever was, dus kon ik hun inspanningen niet meer in het boek opnemen. Daarnaast heb ik de namen van sommige personen aangepast om hun privacy te beschermen. Ik heb dit alles opgeschreven naar mijn beste vermogen en ik verontschuldig me bij voorbaat als bepaalde passages kwetsend zouden zijn. Mijn gebed voor de wereld is eenvoudig: doe je uiterste best voor jezelf en de mensen om je heen. Als je zaadjes van mededogen en liefde zaait en die voedt met geloof en menselijkheid, zul je vrede en voorspoed oogsten.
 
9
Deel I ‘ D e we r eld b reek t ied eree n , e n daa rna zijn so mmig en s t e r ke r op de g eb ro ken p la a t sen.’ — ERNEST HEMINGWAY
Februari 2016 Ik ging aan de slag bij Jet Airways op 1 augustus 1996. In de loop van mijn carrière kreeg ik meermaals de kans om voor andere luchtvaartmaatschappijen te gaan werken, maar ik hield van het bedrijf en was vastbesloten om het het beste van mezelf te geven. Op 26 maart 2016 zou Jet Airways zijn laatste vlucht naar de Verenigde Staten uitvoeren. Het was dus mijn laatste kans om op die bestemming te vliegen, en die kans wilde ik niet missen. Toen ik op 29 februari mijn dienstrooster kreeg – ik kwam net terug uit Brussel – stelde ik verbijsterd vast dat er de hele maand maart geen enkele vlucht naar de VS op stond. Ik vroeg de volgende dag meteen aan het planningsteam om me alsnog een vlucht naar de VS te geven, maar tevergeefs. Ik gaf echter niet op. Ik zag dat drie collega-pursers twee vluchten naar de VS op hun planning hadden staan voor maart, en na lang aandringen ging een van hen akkoord om met mij te ruilen. Ik liet dat per e-mail weten aan het planningsteam en de verantwoordelijken voor de dienstroosters, maar die gingen niet akkoord. Ik bleef hen bestoken met e-mails, in de hoop dat ik alsnog op die vlucht naar de VS zou belanden.
18 maart 2016 Rond 21.30 uur IST (Indian Standard Time) werd ik gebeld door Sofia, de purser die verantwoordelijk was voor de vlucht naar de VS op 20 maart die ik zo graag wilde. Normaal gezien moest ze vandaag een opleiding noodevacuatie volgen (al het cabinepersoneel moet die minstens één keer om de drie jaar herhalen), maar de opleiding was geannuleerd. Daardoor was haar SEP-kaart (Safety & Emergency Procedures) niet langer geldig en mocht ze niet vliegen. Ik wist meteen dat het planningsteam zo last minute niet snel een andere purser zou vinden
11
en dat ze de vlucht nu wel aan mij zouden willen toewijzen, want ik voldeed aan alle vereisten in verband met vlieguren en rust.
19 maart 2016 Ik belde en mailde meermaals naar mijn base manager en de verantwoordelijken voor de dienstroosters, met de vraag om mij op de planning te zetten voor de vlucht van 20 maart nu er plotseling een plaats vrijgekomen was, maar ik kreeg geen reactie. ’s Avonds was ik op het schoolfeest van mijn kinderen. Om 20.00 uur probeerde ik het roosterteam nogmaals te bellen en dit keer kreeg ik Nandu aan de lijn. Toen hij bevestigde dat hij me op de planning had gezet voor die bewuste vlucht naar de VS, sprong ik een gat in de lucht. Ik vertelde mijn echtgenoot Rupesh dat het me eindelijk was gelukt om de vlucht te krijgen die ik wilde. Hij zei dat hij het om de een of andere reden niet zag zitten, maar ik stelde hem gerust. Het zou mijn laatste vlucht naar de VS zijn, die kon hij me toch niet ontzeggen?
20 maart 2016 Het vluchtschema was Mumbai-Brussel-Newark-Brussel-Mumbai. Ik maakte volop plannen en begon na te denken over hoe ik mijn dagen in Brussel en New Jersey zou doorbrengen. Het was tijd om mijn koffers te pakken. Ik besteedde bijna een uur aan het uitkiezen van mijn beste jurken en bijpassende accessoires, want ik was van plan elke dag uit te gaan. Ik pakte mijn favoriete handtas van Louis Vuitton in, mijn handgemaakte zonnebril en een handgemaakt zwart leren jasje dat ik negen jaar geleden in Brussel had gekocht. Ik nam ook een paar schoenen mee dat ik vorige maand voor mijn zoon Vardaan had gekocht in de VS. Ze waren te groot dus ik wilde ze omruilen.
12 
Het was algauw tijd om me klaar te maken voor de vlucht. Ik deed de nieuwe lippenstift van Sephora op die ik in Parijs gekocht had; het zag er prachtig uit. Ik dreigde te laat te komen dus ik haastte me, en voor de allereerste keer in mijn hele carrière kuste ik mijn kinderen niet vaarwel. Al die jaren had ik dat nauwgezet gedaan, ook al sliepen ze meestal al wanneer ik rond middernacht vertrok voor een vlucht in de vroege ochtend. Die dag besefte ik pas toen ik op de luchthaven kwam dat ik hen geen afscheidskus had gegeven. Ik voelde me vreselijk, maar dacht bij mezelf: ik zal hen vanavond wel bellen en me verontschuldigen. Ik nam me ook voor hun een heleboel cadeautjes te kopen. Ik belde naar huis en vroeg Rupesh om hen in mijn plaats te kussen. Omdat ik oorspronkelijk niet op de planning stond voor deze vlucht, was het cabinepersoneel blij verrast me te zien. Na de briefing begonnen we te brainstormen over alle dingen die we wilden doen in Brussel en New Jersey. We waren allemaal zo enthousiast over deze trip! Meestal speelde ik één of twee populaire liedjes voor de passagiers aan boord kwamen, gewoon om de sfeer erin te brengen. Ik geloof dat levendige muziek je energie geeft en dat je dan meer van je werk geniet. Tot mijn vreugde hadden we twee vrouwelijke piloten vandaag, gezagvoerders Sangeeta Joshi en Hazel Vakaria. Zij zouden ons naar de VS vliegen en terug. Ze waren allebei blij me te zien en vroegen me om na mijn dienst naar de cockpit te komen zodat we plannen konden maken om samen uit te gaan. We trokken één dag uit voor Manhattan en een andere om te gaan shoppen in Jersey Gardens, een bekend winkelcentrum in New Jersey. Op de laatste dag zouden we Brusselcentrum verkennen, wafels gaan eten en genieten van de lokale keuken. We hadden er zin in!
21 maart 2016 Zoals altijd gingen we tot het uiterste om onze passagiers een aangename vlucht te bezorgen. Toen we landden, wervelden allerlei emoties
13
door me heen. Ik besefte dat dit de laatste keer was dat ik in Brussel landde na een vlucht vanuit mijn thuisland India. Ik verwelkomde de passagiers in België en zodra de deuren werden geopend, kreeg ik tranen in mijn ogen. Ik zag datzelfde gevoel in de ogen van het grondpersoneel. Velen van hen waren er al bij sinds de allereerste vlucht van Jet Airways op Brussel, die plaatsvond op 5 augustus 2007. De passagiers begonnen uit te stappen. Wij maakten intussen plannen om te gaan feesten op onze laatste dag op de terugweg van de VS. We hadden een tussenstop van 24 uur in Brussel en nog eens 30 uur in Newark. Na aankomst in ons hotel in Brussel besloten we eerst Mini-Europa te bezoeken aan de voet van het Atomium, en daarna af te zakken naar Brussel-centrum. Plotseling vroeg een van de crewleden of iemand gekleurd poeder had meegebracht om Holi te vieren, het Indiase kleurenfestival dat zou plaatsvinden op 24 maart. Ik herinnerde me dat ik Holi vorig jaar ook in Brussel had gevierd. Maar niemand had kleuren bij zich. Ik keek onmiddellijk in het systeem en zag dat mijn vriendin Jerri op 23 maart naar Brussel zou vliegen vanuit Mumbai. Ik belde haar en vroeg haar om rood en geel mee te brengen, mijn favoriete kleuren. Voor onze uitstap naar het centrum deelden we ons op in twee groepen. De eerste groep vertrok al eerder, en wij reden om 15.00 uur mee met mijn Brusselse vriend Shabir. Ik had al ongeveer negen jaar een bijzonder warme band met hem en zijn familie. We leken wel broer en zus. (Dat is trouwens nog steeds zo.) Ik ontmoette Shabir voor het eerst op 6 augustus 2007 in zijn winkel. Ik was die dag voor het eerst naar Brussel gevlogen en het was ook de eerste keer dat ik mijn kinderen zes dagen achterliet. Ik maakte me vooral zorgen om mijn dochter Vriddhi, die op dat moment nog geen twee jaar oud was en heel erg aan mij gehecht was. Recht tegenover ons hotel was Shabirs winkel, The Top Shop. Er stond een telefooncel vanwaaruit ik naar huis had gebeld om te horen hoe het met mijn kinderen ging. Ik was al huilend naar buiten gekomen nadat ik mijn dochter had gehoord. Toen Shabir me zag wenen, vroeg hij: ‘Gaat het
14
wel met je?’ Hij gaf me een glas water en een kop thee. Ik voelde me op slag wat beter. Vanaf toen spraken we elke keer af voor thee en koekjes als ik in Brussel was. Zijn echtgenote Fozia, een ontzettend lieve vrouw, had mij en mijn crew al vaak uitgenodigd. Dan bracht ik cadeautjes en Indiase snoepjes mee voor Shabirs familie, en hij stuurde me chocolade voor mijn kinderen. Toen we in 2009 op reis waren in Europa, ontmoette hij mijn man en de rest van mijn familie voor het eerst. Shabir en Fozia nodigden ons uit in hun huis. Onze kinderen hebben dezelfde leeftijd, dus ze konden goed met elkaar opschieten. En nadat onze families elkaar hadden ontmoet, werd onze band nog hechter. Ik noem hem altijd ‘mijn grote broer’. Aan de vooravond van die noodlottige dag kwam Shabir ons met de auto ophalen aan het hotel om samen naar het Atomium en Mini-Europa te gaan. We genoten van de mooie natuur rond het Atomium en reden tegen 19.30 uur naar Sultan of Kebabs, mijn favoriete eetplek in Brussel, waar we hadden afgesproken met de rest van de crew. We aten doner kebabs. Daarna genoten we van mijn favoriete Brusselse delicatesse: verse wafels met slagroom, chocolade en aardbeien. Lekker! Vervolgens trokken we naar de Grote Markt. We bezochten Manneken Pis en het monument van de stervende Everaard ’t Serclaes naast de Grote Markt. Er wordt gezegd dat het geluk brengt om dit monument even aan te raken. Toen ik dat had gedaan bij mijn eerdere bezoeken aan Brussel, had mijn hart ook zwaar aangevoeld, maar deze keer kon ik mijn tranen niet tegenhouden. Misschien was dit wel de laatste keer dat ik het zou aanraken. In gedachten zei ik: ‘Zorg alsjeblieft voor me.’ Daarna nam Shabir ons nog mee naar Hot Spot, een nieuw restaurant dat hij had geopend, en zette ons weer af bij het hotel. Ik ontving een bericht van mijn vriendin Jerri, die zei dat ze een heleboel kleuren had gekocht voor mij, ook rood. We besloten elkaar te ontmoeten op de luchthaven. ’s Avonds laat pakte ik mijn koffers, streek mijn uniform voor de volgende ochtend en ging naar bed.
15
22 maart 2016 Ik werd gewekt om 5.40 uur. Ik was een beetje van mijn stuk omdat ik me mijn dromen normaal gezien niet herinner, maar vandaag wist ik nog dat ik had gedroomd van mijn goeroe, wijlen Premvir Singh, die me nog steeds inspireert op spiritueel vlak. In mijn droom vroeg ik hem waar hij naartoe ging en hij antwoordde: ‘Ik ben hierheen gekomen om een belangrijke taak te verrichten.’ Dat verraste me, want hij is in de hemel. Ik vroeg me af met welk doel hij was teruggekeerd naar de aarde. Ik realiseerde me ineens dat ik helemaal bezweet was. Ik waste mijn gezicht, maakte koffie en belde naar huis. Ik was nog steeds wat van streek omdat ik mijn kinderen gisteren niet meer gesproken had. Ik vroeg mijn man om me nogmaals bij hen te verontschuldigen en hen te verzekeren dat ik zeker zou bellen zodra ik in Newark landde. Ze waren al naar school, zei Rupesh. Hij vertelde dat Vriddhi me gisteren had willen spreken, maar dat het niet was gelukt omdat mijn nummer niet beschikbaar was. En toen ik zelf had proberen te bellen eerder die dag, waren de kinderen buiten aan het spelen. Ik voelde me rot. Terwijl ik me klaarmaakte, luisterde ik naar mijn ochtendgebeden. Het lijkt in onze drukke levens soms moeilijk om even de tijd te vinden om God te bedanken, maar ik vind het belangrijk om dat regelmatig te doen, op welke manier dan ook, voor alle kracht en het mooie leven dat Hij ons schenkt. Dat geldt des te meer voor mensen die mijn beroep uitoefenen: we veranderen elke dag van tijdszone, we stellen ons lichaam op de proef door een onregelmatig slaappatroon, en toch schenkt God ons elke ochtend weer een prachtige zonsopgang. Om 6.50 uur was ik eindelijk klaar en ging ik ontbijten. Daar liep ik Melvin tegen het lijf, een in Mumbai gestationeerde reserveringsmedewerker die een paar dagen eerder hierheen was gevlogen om de laatste procedures af te handelen voor de sluiting van de Brusselse basis. Ik was blij hem te zien, maar de reden waarom hij hier was maakte me verdrietig. Ik zei hem dat we samen Holi zouden vieren als ik terugkwam van deze vlucht.
16
Na het ontbijt sprak ik mijn crew kort toe – dat is gebruikelijk voor aanvang van elke vlucht. ‘Vandaag zullen we wellicht verdriet voelen’, zei ik. ‘Er zullen misschien tranen vloeien. Dit is onze laatste werkdag met vertrek uit Brussel, en meteen ook onze laatste vlucht naar New York. Ook bij mij maakt deze plek veel gevoelens los. Ik heb niet zoveel zin om te vertrekken.’ Amit, mijn cabinesupervisor, zei: ‘Ach, maak je maar geen zorgen, we gaan gewoon knallen vandaag!’ Ik antwoordde: ‘Ja, dat gaan we doen. We zullen deze vlucht zo memorabel en speciaal maken dat hij voor altijd in ons geheugen gegrift staat.’ We namen de bus en kwamen aan bij de luchthaven om 7.55 uur. Ik kom graag een beetje vroeger aan dan voorzien, dus ik haastte me naar de tweede verdieping. De meeste bemanningsleden zetten hun tassen op een karretje en namen de lift, maar ik nam altijd de roltrap. Ik droeg drie tassen. Amit liep achter me. We kwamen aan op de tweede verdieping en hadden amper een paar passen gezet toen er plots een hevige explosie plaatsvond enkele meters bij ons vandaan. Het gebeurde vlak voor onze neus, aan de zijkant van de balie waar we naartoe liepen. Ik zag ineens overal stof ronddwarrelen en er vielen pluizige, papierachtige stukjes naar beneden, alsof er zonet een stuk vuurwerk was ontploft. Aanvankelijk ging ik ervan uit dat een deel van het plafond was ingestort. Toen dacht ik dat er misschien een leiding van de airco was gesprongen. Of misschien was het de lithiumbatterij van een rolstoel die was ontploft? Eergisteren hadden we nog een nieuwe veiligheidsprocedure ontvangen waarin stond dat we geen rolstoelen met niet-afneembare lithiumbatterijen meer mochten vervoeren, omdat die blijkbaar kunnen ontploffen als de batterijen niet afzonderlijk en op de juiste manier worden opgeborgen. Ik zei tegen Amit: ‘Kom, laten we gaan helpen.’ Hij antwoordde: ‘We zijn in een ander land en we kennen de regels hier niet… Bovendien moeten we zo meteen onze vlucht halen. Wacht
17
gewoon even af.’ Hij voegde eraan toe dat dit volgens hem geen gewone ontploffing was. Ik vroeg me luidop af waarom er nergens vuur te zien was. Wat kon de oorzaak dan zijn? Op dat moment leek de tijd even stil te staan. Er hing niet echt veel rook en terwijl we nog stonden te praten, een paar seconden na die eerste knal, begonnen mensen te gillen en naar rechts te lopen, in de richting van de uitgang. Er brak paniek uit en we wisten niet wat te doen. We konden niet terug naar waar we vandaan kwamen, want daar stond inmiddels een grote massa. Aan de andere kant kwam eveneens een massa op ons af lopen. Ik was bang dat er een heuse stormloop zou ontstaan. Overal om ons heen weerklonk het angstige geschreeuw van mensen. Plotseling hoorde ik de luide stem van een man, amper een paar stappen bij me vandaan. Hij riep iets, misschien een smeekbede tot zijn god, en ik dacht: dit is het einde. Ik riep naar Amit: ‘Lopen!’ Ik dacht dat we doorzeefd zouden worden met kogels. Ik zag alleen een beetje vrije ruimte aan mijn linkerkant, dus ik dook naar links. Wanneer ik voel dat er onraad dreigt, heb ik de gewoonte om automatisch ‘Jai Mata Di’ (‘Gegroet, Moeder Godin’, n.v.d.r.) te zeggen, en op dat moment zei mijn hart het luid en duidelijk. Toen hoorde ik opnieuw een luide knal en ik zag een vuurbol: er was een tweede bom ontploft. Het vuur, het licht en de hitte van de explosie waren buitengewoon krachtig. Het was alsof ik tegelijkertijd werd getroffen door de zon en de bliksem. Het geluid was oorverdovend en het leek alsof ik in het midden van een felle bliksemschicht stond. De impact was zo groot dat ik naar het uiteinde van de muur werd geslingerd; ik vloog door de lucht als een voetbal. Ik dacht even dat ik zou smelten door de enorme hitte die vrijkwam bij de ontploffing. Ik vermoed dat ik zo’n vier tot zes meter door de lucht was geworpen, op mijn voeten was geland en dan op mijn rug was gevallen. Terwijl ik neerkwam, zei ik tegen mezelf: ‘O nee! Het was een bom!’
18
Daarna was ik een tijdje bewusteloos. In mijn achterhoofd hoorde ik een alarmerend stemmetje, dat me aanmaande om wakker te worden en op te staan. Ik was in shock, maar het stemmetje bleef herhalen: Nidhi, sta op, word wakker, je moet het thuisfront laten weten dat alles oké is. Je kinderen hebben examens, het nieuws zal hen razendsnel bereiken. Hoe moeten zij weten dat alles oké is? Sta op, voor je kinderen! Toen opende ik mijn ogen, maar ik kon niets zien door alle rook. Ik wilde opstaan, maar was bang. Wat als er zich nog ergens terroristen schuilhielden? Wat als mijn bewegingen zouden verraden dat ik nog leefde? Ik ademde zwaar, bijna snakkend naar adem. Ik wilde hoesten maar deed het niet, want ook dat zou me kunnen verraden. Ik hield mijn adem in en dacht: nu gaan ze me doodschieten. Ik sloot mijn ogen opnieuw en deed alsof ik dood was, maar nog geen seconde later dacht ik: wat als er zo meteen nog een bom ontploft, misschien nog krachtiger dan de vorige? Hoe moet ik dat overleven? Ik besloot op te staan en andere mensen te helpen om ook zo snel mogelijk weg te komen van deze plek. Dat was het moment waarop ik besefte dat ik geen gevoel meer had in mijn benen; het was alsof ze niet langer vastzaten aan mijn lichaam. Ik voelde zelfs geen pijn. Ik probeerde mijn been te heffen, maar dat lukte niet. Ik vroeg me af: is het omdat ik mijn benen kwijt ben dat ik ze niet meer kan voelen? Ik was bang. Ik keek om me heen en zag een man in een plas bloed liggen. Ik dacht dat hij dood was. Aan de andere kant lag een vrouw met ernstige verwondingen, maar ik kon niet zien of ze dood of levend was, want ze lag met haar gezicht naar beneden. Ik probeerde haar te roepen, maar ze reageerde niet. Ik deed mijn best om te gaan zitten. Er was overal rook. Ik raapte al mijn moed bij elkaar om te kijken of mijn benen er nog waren. Oef, gelukkig wel! Maar ze waren ernstig gewond; er staken op verschillende plekken stukken metaal doorheen en het leek wel alsof iemand het vlees eruit had geschept. Ik zag ook een groot stuk glas uit mijn voet steken. Mijn benen bloedden verschrikkelijk. Ik maakte me zorgen, maar ik liet de hoop niet varen. Ik bedankte God omdat hij me in leven had gehouden. Ik overtuigde mezelf dat ik het zou overleven,
19
aangezien ik de explosie ook had overleefd. Ik keek achter me en besefte dat ik het geluk had gehad om op een vlakke ondergrond te belanden, want ik zag overal brokstukken en puin. Ik had het gevoel dat ik helemaal alleen in een grote plas bloed zat. Niemand bewoog en de vloer lag bezaaid met verscheurde lichamen en restanten van de massale vernietiging die zopas had plaatsgevonden. Ik probeerde op te staan, maar ik kreeg mijn benen niet in beweging. Ik probeerde mezelf voort te slepen, maar stukken metaal hadden mijn hele lichaam doorboord. Ik hief mijn arm, in de hoop dat iemand me zou helpen, maar ik zag niemand die daartoe in staat zou zijn. Door de dikke rook was mijn zicht ook beperkt. Ik besefte dat ik de enige was die rechtop zat tussen al het puin, terwijl alle andere mensen neerlagen. Mijn hart klopte razendsnel. Ik keek naar mijn horloge. Het was gestopt om 8.08 uur Brusselse tijd en er zat geen glas meer over de wijzerplaat. Ik denk dat het bijna acht minuten had stilgestaan, want normaal gezien meldde ik me aan bij de balie om 8.00 uur. Ik had een horloge met tweevoudig display en de klok met de Indiase tijd liep wel nog. Eigenlijk was het bijna 8.00 uur, maar iets had de wijzers geraakt en ze waren een beetje naar voren geschoven. De secondewijzer was verdwenen. De eerste gedachte die bij me opkwam was: God, mijn kinderen zijn nog zo klein en ze hebben mij nodig. Red me, alstublieft. De volgende gedachte was dat ik hen moest bellen, want ze hadden examens. Maar hoe zou ik hen bellen? De tas waar mijn gsm in zat was nergens te zien. Nu de rook weg begon te trekken, voelde ik me duizelig. Ik zat als enige overeind in een grote plas bloed tussen het puin en de doden. Ik werd misselijk bij het aanzicht van de afgerukte lichaamsdelen en andere menselijke resten om me heen. Ik sloot mijn ogen en begon te chanten. Mijn ademhaling werd erg zwaar. Ik probeerde nogmaals om mezelf overeind te trekken of om weg te rollen, maar de stukken glas en metaal die overal verspreid lagen doorboorden mijn lichaam. Het deed te veel pijn. Aangezien mijn armen bedekt waren, dacht ik dat het zou lukken om mijn ellebogen te gebruiken, maar zelfs dat ging niet. Ik kon het niet meer aan en ging liggen. Ik wist dat er snel hulp zou komen nu.
20 
Plotseling hoorde ik een geluid weerkaatsen, alsof iemand mijn richting uit kwam. Ik hief mijn hoofd op en zag de schaduw van een man die naar me toe kwam gelopen. Ik zwaaide naar hem en riep: ‘Help! Alsjeblieft, help me!’ Binnen de kortste keren was hij bij me. Het was een jonge commando, volledig bewapend. Hij zei: ‘U moet hier weg, mevrouw. Ga naar buiten.’ ‘Ik kan niet lopen, antwoordde ik. ‘Help me.’ ‘Ik moet op post blijven,’ zei de militair, ‘maar ik stuur zo snel mogelijk iemand naar u toe. Maakt u zich maar geen zorgen, mevrouw.’ Even later kwam een andere commando bij me. Hij vroeg me om op te staan. Ik zei dat ik niet kon lopen en vroeg hem om hulp. Hij was volledig bewapend, net als zijn collega. Ik stelde voor hem vast te nemen met beide armen zodat hij me kon voortslepen en me op een stoel wat verderop kon zetten. Ik wilde gaan zitten met wat steun, om het bloeden te stelpen. Terwijl hij me naar de stoel sleepte, stak er een groot stuk glas uit mijn voet. De stoel stond dicht bij de liften, wat verder weg van het getroffen gebied. Ik zag mensen kinderen helpen, gewonden wegbrengen, en naar beneden lopen langs de roltrap die was stilgevallen. Sommige mensen lagen op de grond, huilend van de pijn. Ik probeerde hen gerust te stellen; ik zei dat we nu allemaal veilig waren. Terwijl ik op die stoel zat, wilde ik het bloeden op de een of andere manier stelpen, maar ik was uitgeput en het lukte me niet. Ik was me er op dat moment niet van bewust, maar iemand nam een foto van me. Het was die foto die daarna de hele wereld rondging en die de media gebruikten om het nieuws over de aanslag op de Brusselse luchthaven te verspreiden, alsof het om een reclamecampagne ging. Als ze vooraf mijn toestemming of die van mijn familie hadden gevraagd, zouden we hen verzocht hebben het beeld bij te snijden of te blurren. Het was een kwestie van fundamentele menselijke ethiek en fatsoen om de waardigheid van anderen te respecteren.
21
De bewuste foto werd genomen terwijl ik mijn rechterbeen probeerde te heffen. Ik probeerde druk te zetten op mijn linkerbeen en mijn voet in een schoen te wurmen om op die manier het bloeden te stelpen. Ik probeerde ook de bloedcirculatie tegen te houden door mijn been tegen de armleuning van de stoel te duwen, maar tevergeefs. Door mijn verbrande handen kon ik niet hard genoeg drukken. Als bemanningsleden van een vliegtuig doorlopen we elk jaar de noodhulpprocedure. Godzijdank slaagde ik erin om zelfs in die vreselijke situatie mijn training toe te passen en mijn vaardigheden te gebruiken. Ik denk dat mijn hersenen op dat moment goed functioneerden omdat ik wilde blijven leven voor mijn kinderen. Ik wilde nog steeds het bloeden stelpen. Druk zetten was niet genoeg, en de schoen paste niet aangezien mijn voet letterlijk open lag, dus besloot ik mijn been te proberen af te binden. Ik zocht een stuk touw of een riem, maar ik vond niks bruikbaars; ik zag alleen maar stukken puin. Toen kreeg ik het idee de lanyard te gebruiken waar mijn badge aan hing. En dat was het moment waarop ik me realiseerde dat ik halfnaakt was. Mijn kleren waren verbrand en mijn ondergoed was zichtbaar. Het was geen fijn gevoel daar zo bloot te zitten met al die mensen om me heen, maar ik stond er niet langer dan een paar seconden bij stil. Op dat moment was mijn leven belangrijker. Ik wist dat ik het bloeden zo snel mogelijk moest stelpen, want dat ik anders het bewustzijn zou verliezen. Overmatig bloedverlies kan leiden tot shock, en zelfs tot de dood. Ik droeg normaal gezien altijd een gouden kettinkje en een gewijd stukje touw om mijn beide enkels om het boze oog af te weren, en ik besefte ineens dat ook die verdwenen waren door de explosie. Ik stond op mijn werk bekend als een grote liefhebber van diamanten, want ik droeg altijd twee diamanten armbanden, twee ringen en oorbellen met een diamant. Om mijn nek droeg ik een ketting met een hangertje. Het verraste me dat die wel nog allemaal intact waren. Ik begon me intussen erg duizelig te voelen en mijn energie vloeide weg. Ik wilde gaan liggen om de bloedtoevoer naar mijn benen af te snijden, maar er lagen overal stukken metaal. Ik was hulpeloos. Het
22 
werd ook steeds moeilijker om adem te halen vanwege het gebrek aan zuurstof. De vrouw die links van me zat (degene die op de foto staat met haar telefoon in de hand) raadde me aan om diep adem te halen. Ze was verpleegster, ontdekte ik later. Ik vroeg aan een heleboel mensen die me voorbijliepen om me op de grond te leggen, maar iedereen liep heen en weer. Een paar mensen zeiden me dat er een ambulance onderweg was. Dat gaf me wat hoop. Uiteindelijk kon ik op de grond gaan zitten met hulp van de vrouw naast me. Ik vroeg haar om mijn benen omhoog te leggen zodat mijn hart en hersenen meer bloed zouden krijgen om iets langer te kunnen blijven werken. Maar ik had nog een andere reden om te gaan liggen: ik kon het niet meer aan te kijken naar de wanhopige toestand van de mensen die me voorbijliepen, de mensen die in plassen bloed op de grond lagen, alsof ze uiteengerukt waren. Mijn hart zonk me in de schoenen omdat ik niets voor hen kon doen. De vrouw die me geholpen had kon niet bij me blijven. Het veiligheidspersoneel vroeg iedereen die kon lopen om naar buiten te gaan. Intussen had het nieuws van de aanslag het hoofdbureau van de politie bereikt en de special forces waren opgeroepen om de leiding van de luchthaven over te nemen. Ik maakte me zorgen dat ik alsnog zou sterven als het nog lang duurde voor ik in een ziekenhuis was. Ik wist dat mijn tijd beperkt was, maar ik bleef hopen dat ik het zou overleven. Ik zei tegen mezelf: ik zal het halen, alles komt goed. Ik zei hetzelfde tegen anderen: we zijn veilig nu, dus maak je geen zorgen, vertrouw op God. Ik bad tot God om ons te helpen en na ongeveer een kwartier zag ik twee mannen met een brancard op me af komen. Ze legden mij erop en brachten me naar buiten. De brancard slingerde heen en weer omdat ze een heleboel hindernissen moesten ontwijken. Ze bleven de hele tijd tegen me praten en me geruststellen. Buiten zetten ze mijn brancard op de grond, net tegenover het Sheraton, het hotel waar mijn twee kapiteins verbleven. Ik kreeg weer hoop. Mijn kapiteins zouden me vast naar het ziekenhuis brengen en het thuisfront inlichten dat ik nog leefde. Ik zou gauw met mijn familie kunnen praten.
 
23
Ik bleef de hele tijd de kant van het hotel op kijken, maar er kwam niemand. Het was koud en het waaide, dus ik begon te rillen. Ik had nauwelijks kleren aan en de koude grond deed me geen deugd. Het leek wel alsof ik op een blok ijs lag; mijn handen waren helemaal stijf geworden. Toen ik twee maanden later beide kapiteins sprak, legden ze uit dat ze wel bij mij hadden willen komen, maar dat ze van de militairen hun hotel niet mochten verlaten. Sangeeta zei dat ze op het moment van de ontploffing in haar kamer was, die uitkeek op de luchthaven. De knal deed de ruiten trillen en een paar voorwerpen in haar kamer vielen omver. Ze besefte dat er een bom was ontploft en raakte in paniek. Ze riep Hazel, de kapitein met wie ze samen zou vliegen. Ze griste haar paspoort mee en liep naar beneden, waar de militairen haar vroegen om in de lobby te blijven. Ze maakte zich zorgen om haar bemanning, want ze wist dat wij op dat moment in de luchthaven waren. Ze probeerde me te bellen, maar kon me niet bereiken. De bemanningsleden die samen met mij waren vertrokken bevonden zich nog steeds op het gelijkvloers, behalve Shrungal. Zij was net op de tweede verdieping aangekomen, maar stond nog met een passagier te praten toen de explosie plaatsvond. De explosie was zo krachtig dat haar beide tassen in de lucht vlogen en nadien niet meer terug te vinden waren, maar zijzelf was ongedeerd. De rest van de bemanning had de grond voelen trillen, zoals bij een aardbeving, en degenen die naast de lift stonden, zagen gebroken stukjes glas vallen. Een andere groep collega’s die net waren geland, wilde net de bus nemen naar het hotel. Zij zeiden dat de hele bus schudde en dat de chauffeur daarna snel wegreed. Om je een idee te geven van de enorme impact van de explosie: die bus stond op een parking op het gelijkvloers, in een open ruimte redelijk ver weg van het luchthavengebouw. Een halfuur na de knal lag ik nog steeds op de grond. Ik dacht dat ik zou bevriezen, dus ik begon te spreken. Roepen lukte niet, maar ik probeerde zo duidelijk mogelijk te praten: ‘Help. Kan iemand me alsjeblieft helpen?’ Het was op dat moment dat een politieman – hij heette Alain, vernam ik achteraf – mij hoorde. Hij vertelde me nadien dat de intensiteit in
24
mijn stem ervoor had gezorgd dat hij zich omdraaide, ook al had ik niet geroepen. Hij zag me op de grond liggen, bedekt met flarden van kleren, en kreeg medelijden toen hij me zag rillen. Hij kwam naar me toe en begroette me, maar hij sprak Frans dus ik verstond niks van wat hij zei. Ik vertelde dat ik mijn benen niet meer voelde en vroeg hem om te controleren of ze intact waren, maar op zijn beurt verstond hij mij niet. Hij vroeg aan een collega, die bezig was met een ander slachtoffer: ‘Hé Pascal, wat wil “legs” zeggen?’ ‘Jambes’, antwoordde Pascal. Alain draaide zich om en zei tegen mij: ‘Ja!’ Oef, mijn benen waren er nog! Ik was intussen oncontroleerbaar aan het rillen, dus hij haalde een grote deken voor me en bedekte me. Mijn gezicht was verbrand en bloedde. Hij kon mijn tranen niet wegvegen, die de hele tijd bleven komen, maar hij probeerde me moed in te spreken opdat ik het zou overleven. Hij begon me allerlei vragen te stellen. ‘Hoe heet je?’, ‘Waar kom je vandaan?’, ‘Welk werk doe je?’, ‘Ben je getrouwd?’, ‘Reisde je alleen?’, ‘Heb je kinderen?’, ‘Hoe oud zijn ze?’, ‘Hoe heten ze?’, enzovoort. Ik antwoordde telkens met een paar woorden. Ik bleef ook herhalen dat ik mijn familie moest laten weten dat ik nog leefde. ‘Breng hen alsjeblieft op de hoogte, anders zullen mijn kinderen in shock raken.’ Rond me heen zag ik mensen schreeuwen en huilen, op zoek naar hun geliefden. Anderen waren gewond en huilden van de pijn. Het was de gruwelijkste scène die ik ooit heb gezien. Alain was bang dat ik het niet zou halen en bleef mijn naam maar herhalen om me bij bewustzijn te houden. ‘Nidhi! Nidhi! Hallo, word wakker!’ Zijn Engels was niet zo goed, maar hij deed zijn best. Ik vroeg hem of hij mijn collega in het blauwe uniform gezien had, of andere leden van de bemanning met een geel jasje, maar hij zei: ‘Ik heb niemand gezien, maar maak je geen zorgen, jij bent gered. Alles komt goed.’ Ik herhaalde dat ik mijn benen niet voelde en vroeg hem om me naar het ziekenhuis te brengen. ‘Dokter… Ambulance…’ Ik mompelde af en toe een woord. Ik had geen energie meer om te roepen, te huilen
25
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp: Studio Lannoo Vormgeving: Studio Lannoo i.s.m. Keppie & Keppie Foto’s: privébezit Nidhi Chaphekar tenzij anders vermeld Coverbeelden: © Belga Image (voor), © Kris Van Exel (achter) Vertaald uit het Engels door Annemiek Seeuws Met dank aan Qatar Airways Oorspronkelijke uitgever: Manjul Publishing House Pvt Ltd., India © Nidhi Chaphekar, 2020 © Nederlandse editie: Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 d/2020/45/340 – ISBN 978 94 014 6899 2 – NUR 740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.