‘Dit boek is zo indrukwekkend, omdat het op een vanzelfsprekende manier radicaal is.’ — Prof. Erik Borgman
HENRI NOUWEN JEZUS VOLGEN Thuiskomen in tijden van angst Samengesteld door Gabrielle Earnshaw
Het werk en gedachtegoed van Henri Nouwen wordt bevorderd door de Henri Nouwen Stichting. Avenue Concordia 117, 3062 LG Rotterdam www.nouwen.org www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatieve over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp Studio Lannoo Omslagillustratie iStock Oorspronkelijke titel Following Jesus Oorspronkelijke uitgever Convergent Books, New York, 2019 Copyright © 2019 by The Henri Nouwen Legacy Trust © Nederlandse vertaling Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 , Vertaling Fred Hendriks D/2020/45/489 – ISBN 978 94 014 6878 7 – NUR 707 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Inhoud Woord vooraf door Erik Borgman
7
Henri Nouwen, mijn vriend en leraar, Richard Rohr
Inleiding
15
De uitnodiging: ‘Kom en zie’ De oproep: ‘Kom, volg mij’
19 31
De uitdaging: ‘Heb je vijanden lief’ De kosten: ‘Neem je kruis op’ De beloning
63
77
De belofte: ‘Ik zal altijd bij jullie zijn’
Redactioneel nawoord Dankwoord
45
113
111
95
11
Woord vooraf
Erik Borgman, hoogleraar Publieke Theologie Tilburg University en lekendominicaan In dit bescheiden boekje wordt in vertaling een serie lezingen afgedrukt die de Nederlandse priester Henri Nouwen (19321996) in 1985 hield als vastenretraite op de Harvard Divinity School, waar hij toen werkte. Nog werkte, want zo’n vier maanden later zou Nouwen zijn succesvolle academische carrière afbreken. Hij verhuisde naar een gemeenschap van l’Arche in Toronto, waar de verlangens en noden van verstandelijk beperkten centraal stonden. De titel van dit boekje is Jezus volgen en uit alles blijkt dat de vraag wat het betekent Jezus te volgen Nouwen zelf heel sterk bezighield.
Volgen als blijven De eerste meditatie gaat over twee leerlingen van Johannes de Doper die Jezus volgen en op diens vraag wat zij zoeken, informeren waar hij verblijf houdt. Jezus nodigt hen uit: ‘Kom en zie’ (Joh. 1,39). Nouwen verbindt deze uitnodiging met Jezus’ aansporing later in het Johannesevangelie, in de zogenoemde afscheidsrede, om in zijn liefde te blijven en in hem te blijven zoals Hij in hen blijft (Joh. 15,9-10). Uiteindelijk, zo concludeert Nouwen vermengen al deze beelden zich en wij realiseren ons dat wij Gods huis zijn en worden uitgenodigd thuis te zijn waar God Gods huis heeft gevestigd. Wij realiseren ons dat precies waar wij zijn, in dit lichaam, met dit gezicht, deze handen en dit hart, wij de plaats kunnen zijn waar God kan verblijven. 7
Wij zijn uitgenodigd bij God thuis te zijn middenin deze angstige en onherbergzame wereld. Dat is wat Nouwen zijn toehoorders en nu ook zijn lezers wil laten ontdekken. De manier om inderdaad thuis te komen is zelf uit het centrum van je wereld te stappen en Jezus in het centrum te zetten. Zoals Nouwen Jezus parafraseert: Verlaat de plaats van het zelf. Verlaat moeder en vader, broer en zus, huis en familiebezit. Verlaat je ‘ik’-wereld – mijn moeder, mijn broer, mijn zus, mijn bezit – en volg Mij. Dat doet Nouwen concreet door naar een gemeenschap te gaan waar het niet draait om academisch prestige en academische geleerdheid, maar om kwetsbaarheid en verlangen naar betrokkenheid en nabijheid. Maar Nouwen is zich ervan bewust dat het nooit vanzelf gaat of gemakkelijk wordt. Bij hem niet en bij ons niet. Steeds opnieuw moet je de plaats van het zelf verlaten door elke dag bij Jezus te verblijven, met hem te verkeren, in de ruimte van zijn blik te gaan zitten en te leren ademen met zijn adem, zijn Geest.
Liefde die in ons tot vreugde wordt Dit boek is zo indrukwekkend, omdat het op een vanzelfsprekende manier radicaal is. Jezus volgen betekent elke dag opnieuw kijken waar Hij verblijf houdt. Wat mij in dit boekje bovendien aanspreekt, is dat het duidelijk maakt dat dit niet alleen vreugde betekent, maar pijn en moeite kost. Beide zijn onlosmakelijk verbonden. Er is, zegt Nouwen, geen pijn of angst of woede of uitsluiting die niet door God wordt gedragen en geleden. Dat impliceert dat wij in God met alle pijn en lijden van de wereld zijn verbonden. Maar het impliceert andersom ook dat wij met al onze woede, met al onze pijn en met al onze
8
strijd in God zijn en zijn opgenomen in Jezus’ beweging van dood naar verrijzenis. ‘De Verrezene is de Heer in wiens lichaam we verzameld zijn’, zegt Nouwen. ‘De hele mensheid’. De liefde van God voor ons is volgens Nouwen onze vreugde, een vreugde die het lijden en het verdriet in zich opneemt. ‘Het mysterie van het leven is dat Jezus kwam om ons lijden te delen,’ zegt hij, ‘zodat wij vol vreugde konden zijn.’ Dit is waar het spirituele leven in zijn visie om draait: in alles wat wij zijn en doen en wat er met ons gebeurt, in contact zijn met de liefde die in onze vreugde wordt. Wij kunnen Jezus’ Geest ademen en als Verrezene ademt Hij zijn leven in ons: dat is voor Nouwen de volle bloei van het spirituele leven in christelijke zin. Dit is wat mij betreft niet alleen scherp gezien, maar Nouwen biedt ook aanknopingspunten om tot deze bloei te komen. Daarom is dit boekje het lezen en herlezen meer dan waard.
9
Henri Nouwen, mijn vriend en leraar
Fr. Richard Rohr, O.F.M. Center for Action and Contemplation Albuquerque, New Mexico (VS) Ik heb voor het eerst over Henri Nouwens horen spreken toen ik eind jaren zestig van de vorige eeuw op het seminarie in Ohio zat. Mijn moeder schreef me vanuit Kansas dat er een nieuwe Nederlandse priester in onze parochie werkte en dat ze zo graag naar zijn missen ging. ‘Door zijn accent is hij moeilijk te verstaan, maar hij leest de mis met zoveel eerbied en devotie’, vertelde ze. Ik had er uiteraard geen idee van over wie ze het had. Henri was indertijd doctoraal student psychologie aan het Menninger Institute, vlak bij mijn ouderlijk huis in Topeka. Maar even daarna stapte hij mijn leven binnen. Vanaf halverwege de jaren zeventig kwamen we elkaar vaak tegen als spreker op congressen. Spoedig bezocht hij me enkele keren in de New Jerusalem-gemeente in Cincinnati, waar hij me vertelde hoezeer hij verlangde naar nauw contact en intieme relaties. Ik merkte aan hem dat het een hartstochtelijke behoefte was. We gingen af en toe wandelen in de arbeiderswijk waar de gemeente gevestigd was. Hij wist me steevast te onderhouden (ik weet niet welk ander woord ik moet gebruiken) met zijn eindeloze spirituele nieuwsgierigheid, zijn extreme kwetsbaarheid en zijn nederige bekommernis om mensen. Henri verlangde naar diepgaande relaties, en ik denk dat daarin ook zijn werkelijke talent lag. Hij kon het verschil zien tussen het authentieke en het niet-authentieke en wilde graag die inauthenticiteit genezen. Juist op die manier heeft hij ons zo goed gediend!
11
Toen ik in 1986 naar New Mexico verhuisde om het Center for Action and Contemplation op te richten, schreef Henri me een bemoedigende brief waarin hij me aanspoorde ‘uitsluitend contemplatie te doceren’! Hij raadde me zelfs aan de geschriften van Eknath Easwaran te bestuderen. Dit toonde mij de diepte van zijn christelijke geloof, dat zich niet liet bedreigen door een van oorsprong hindoeïstische leraar uit India. Het toonde me ook dat hij, ook al was hij katholiek, oog had voor authentiek contemplatief onderwijs, uit welke bron dan ook. Omdat ik tegen hem opkeek als een wijze heilige ouderling, probeerde ik vaak wat gratis spirituele begeleiding van hem te krijgen. Al na een paar minuten realiseerde ik me echter dat hij nooit echt antwoord gaf op mijn vragen, maar dat hij ze op een of andere manier omkeerde, zodat ik zíjn spirituele leidsman werd! Ik wist nooit zeker of dat kwam door zijn nederigheid of door zijn onbewuste behoefte aan wederkerigheid. Uiteindelijk kwam ik tot de slotsom dat het een volkomen oprechte spirituele zoektocht was en dat hij mijn inzichten evenzeer waardeerde als zijn eigen. Ik wist dat hij een spiritueel schrijver was, maar in het werkelijke leven was hij net zo goed een spiritueel zoeker en gelovige, altijd verlangend naar meer wijsheid en een groter vermogen tot liefhebben. Toen hij hoorde dat ik me wilde toeleggen op het onderwijzen van spiritualiteit voor mannen, schreef hij me een brief waarin hij me van harte aanmoedigde. Hij vroeg ook enkele kunstenaars om schilderijen te maken die een helende invloed konden hebben op de zo vaak beschadigde vader-zoonrelatie. Hij wist dat visuele beelden dikwijls het begin vormden van een helingsproces. Ten minste één icoonschilder, de franciscaan Robert Lentz, nam zijn advies ter harte en schilderde Johannes de Geliefde met zijn hoofd op de borst van Jezus. Henri vond het geweldig en was heel eerlijk tegenover mij en anderen over zijn complexe relatie met zijn eigen vader.
12
Vanuit mijn eenvoudige perspectief zijn dit de belangrijkste geschenken die Henri Nouwen heeft nagelaten: menselijke kwetsbaarheid en de helende kracht die hij uit dergelijke rauwe eerlijkheid putte. Voor de meesten van ons was hij degene die de term ‘de gewonde heler’ heeft gemunt, en zijn leven was de belichaming van deze idee. Hij genoot van zijn bekendheid, maar zag daar ook de ironie van in. Ik kan me herinneren dat hij me een keer oprecht gekwetst vertelde: ‘Mijn eigen familie in Nederland leest mijn boeken niet of weet zelfs niet eens dat ze bestaan!’ Maar dan moest hij om zijn eigen woorden lachen. Misschien zouden we kunnen zeggen dat Henri de menselijke schaduw heeft uitgenodigd in de hele conversatie over spiritualiteit, net als Franciscus van Assisi of Thérèse van Lisieux, maar met meer psychologische chochme. Hierdoor verwierf hij veel praktische inzichten in de aard van de liefde en relaties, in het bijzonder de liefde van God. Wij christenen waren eraan gewend geraakt de schaduw zelf ‘zonde’ te noemen en die misschien snel als zodanig op te biechten; maar we waren vervolgens niet in staat ervan te leren. Henri heeft zijn zonden en gebreken zonder meer ‘opgebiecht’ aan zijn naasten, maar alleen nadat hij eerst hun pijn, hun wezen, hun waarheid en hun altijd beschikbare wijsheid had gevoeld. Deze oprechte erkenning leek hem te hebben geïnspireerd tot mededogen voor anderen. Met dit alles, en vanwege dit alles, heeft Henri zich ontpopt tot een uitmuntende christelijke leraar, die zonder meer de toets des tijds zal doorstaan. U staat op het punt in dit boek kennis te maken met enkele van zijn zo moeizaam verworven wijsheden. Hij zal spoedig uw vriend zijn, als hij dat niet al is.
13
Inleiding
Volg jij Jezus? Ik wil dat je eens goed in de spiegel kijkt en jezelf die vraag stelt. Ben je een volgeling? Ben ik er een? Vaak zijn we meer zwerver dan volgeling. Ik heb het net zozeer over mezelf als over jou. We zijn mensen die veel rondrennen, veel dingen doen, veel mensen ontmoeten, veel evenementen bijwonen, veel boeken lezen. We zijn heel betrokken. We ervaren het leven als vele, vele dingen. We gaan hierheen, we gaan daarheen, we doen dit, we doen dat, we spreken met hem, we spreken met haar, we hebben dit te doen en dat te doen. Soms vragen we ons af hoe we het allemaal voor elkaar krijgen. Welbeschouwd rennen we vaak van het ene noodgeval naar het andere. We zijn zo druk bezig en zo betrokken. Maar als iemand ons vraagt waarom we het zo druk hebben, weten we dat eigenlijk niet. Mensen die van het ene naar het andere zwerven en het gevoel hebben dat ze meer geleefd worden dan dat ze leven, zijn erg moe. Doodmoe. Het is voor veel mensen een probleem. Het is niet zozeer dat we veel dingen doen, maar dat we veel dingen doen terwijl we ons afvragen of er iets gebeurt. Soms lijkt het alsof we al die ballen in de lucht houden en we ons afvragen hoe we dat volhouden. Het is erg vermoeiend. Uitputtend zelfs. Sommige mensen zetten er uiteindelijk een punt achter en geven alles op. Ze zeggen: ‘Ik ben vijf jaar bezig geweest en desondanks is er niets gebeurd.’ Ze zitten daar en doen niets. Niets kan hen nog opwinden. Ze hebben geen werkelijke belangstelling in het leven. Ze kijken maar wat televisie, lezen strips en slapen de hele tijd. Er is geen ritme, geen beweging, geen span-
15
ning. Soms is er een ontsnapping via alcohol, drugs of seks, maar niets fascineert hen. Niets geeft hun energie. ‘Wat wil je doen?’ ‘Maakt niet uit.’ ‘Wil je naar de bioscoop?’ ‘Maakt niet uit.’ In plaats van te zwerven zitten ze daar alleen nog maar. Deze mensen zijn ook erg moe. Er is sprake van echte vermoeidheid. Beide soorten mensen, zowel de rondrenners als de bankklevers, gaan nergens heen. In ieder van ons zit iets van de zwerver en iets van de bankklever. Als je naar onze wereld kijkt, denk je misschien: ik ben zo moe; ik ervaar zoveel vermoeidheid, zoveel zwaarte in deze wereld dat ik me soms een zwerver voel en soms een bankklever. En in deze dodelijk vermoeide wereld stuurt God Jezus om de stem van liefde te laten weerklinken. Jezus zegt: ‘Volg mij. Blijf niet rondrennen. Volg mij. Blijf daar niet zitten. Volg mij.’ De stem van liefde is de stem die ons leven volkomen kan omvormen van dat van een zwerver of bankklever tot dat van iemand met een richting en een doel. ‘Volg mij.’ Sommigen van ons hebben deze stem misschien al gehoord. Anderen niet. Horen we eenmaal de stem die ons oproept om te volgen, dan vallen dingen vaak op hun plek. We lopen niet meer van hot naar her, maar hebben opeens een duidelijke richting. We weten waar we heen gaan. Er is nog maar één ding dat we belangrijk vinden. Plotseling verdwijnt de enorme verveling in ons leven omdat we de stem van liefde hebben gehoord. Als we geen focus hebben, als we niemand hebben om te volgen, zijn we lege mensen. Jazeker! Maar als we ontdekken dat er een stem van liefde is die ons roept en zegt ‘Volg mij’, wordt alles anders. Het leven dat zo afgestompt, zo saai, zo afmattend leek, is plotseling een leven dat een richting heeft. Misschien zeggen we wel tegen onszelf: ‘Nu weet ik waarom ik leef!’
16
Dit boek is geschreven om jou en mij te helpen die stem van liefde te horen, die stem die in je oor fluistert: ‘Volg mij.’ Ik hoop ons te kunnen leiden van een rusteloos zwerven naar een opgewekt volgen; van een situatie waarin we verveelde mensen zijn die maar niets zitten te doen naar een situatie waarin we geprikkeld worden omdat we een stem hebben gehoord. De stem is geen stem die zich aan ons opdringt. Het is een stem van liefde, en liefde duwt of trekt niet. Liefde is zeer gevoelig. In het Oude Testament staat een prachtig verhaal waarin de profeet bij de ingang van een grot staat en de Heer voorbijkomt. Er steekt een storm op, maar de Heer is niet in de storm. Daarna volgt een aardbeving, maar de Heer is niet in de aardbeving. Dan is er vuur, maar de Heer is niet in het vuur. Dan klinkt er een zachte, fluisterende stem, en de Heer is in die stem. (Cf. 1 Kon. 19:11-13.) De stem is zeer gevoelig. Hij kan heel zacht zijn. Hij is soms moeilijk te horen. Maar de stem van liefde is altijd in je. Misschien heb je hem al gehoord. Probeer eerst eens die stem te horen. Kom tot rust en probeer een tijd lang die stem te horen. Luister. Hij zegt: ‘Ik heb je lief’; en dan roept hij je bij je naam. Hij zegt: ‘Kom, kom. Volg mij.’ Lieve Heer, Wees vandaag bij mij. Luister naar mijn verwarring en leer mij daarin te leven. Ik ken de woorden niet. Ik ken de weg niet. Toon mij de weg. U bent een stille God. Help mij te luisteren naar uw stem in een wereld vol lawaai. Ik wil bij u zijn. Ik weet dat u vrede bent. Ik weet dat u vreugdevol bent. Help mij een vreedzaam en vreugdevol persoon te zijn. Dat zijn de vruchten van een leven dicht bij u. Breng mij dicht bij u, lieve Heer. amen 17
De uitnodiging ‘Kom en zie’
De volgende dag stond Johannes er weer met twee van zijn leerlingen. Toen hij Jezus zag voorbijkomen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen hoorden wat hij zei en gingen met Jezus mee. Jezus draaide zich om en toen hij zag dat ze hem volgden, zei hij: ‘Wat zoeken jullie?’ ‘Rabbi,’ zeiden ze tegen hem (dat is onze taal ‘meester’), ‘waar logeert u?’ Hij zei: ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’ Ze gingen met hem mee en zagen waar hij onderdak had gevonden; het was ongeveer twee uur voor zonsondergang en ze bleven die dag bij hem. — Joh. 1:35-38* Stel je even voor dat je meespeelt in dit verhaal. Stel je voor dat je erbij bent, met Johannes de Doper. Hij was een taaie vent. Zie hem voor je in zijn mantel van kamelenhaar. Hij zondert zich af van anderen. Met een strenge stem zegt hij: ‘Kom tot inkeer! Kom tot inkeer! Jullie zijn zondige mensen. Kom tot inkeer, kom tot inkeer, kom tot inkeer!’ Er staan mensen te luisteren. Op een of andere manier voelen ze dat ze iets missen in hun leven. Op een of andere manier voelen ze dat ze druk met van alles bezig zijn en afgemat, of dat ze gewoon neerzitten en er nooit iets zal gebeuren. Ze gaan naar deze vreemde man – deze woeste man – en luisteren. Johannes en Andreas, twee leerlingen van Johannes, zijn bij hem. Op een dag komt Jezus voorbij. Johannes kijkt hem indringend aan en zegt: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.’ Noot van de vertaler: de vertaling van de Bijbelcitaten is genomen uit De Nieuwe Bijbelvertaling. Sommige Bijbelteksten zijn in meerdere of mindere mate geparafraseerd. Deze zijn in de vertaling voorzien van de afkorting ‘cf.’ (‘vergelijk’).
19
Johannes wist dat zijn mensen zondaars waren en tot inkeer moesten komen, maar hij wist ook dat hij de zonden van die mensen niet kon wegnemen; dat een mens geen zonden kán wegnemen. Hij zei: ‘Kom tot inkeer, kom tot inkeer, kom tot inkeer!’ Maar toen Jezus langs liep, keek Johannes hem indringend aan en zei tegen Johannes en Andreas: ‘Kijk, daar is het lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt. Daar is de dienaar van God. Hij kwam om te lijden. Daar is de Ene die gezonden is om het offer te worden, het lam van God, zodat hij jullie zonden kan wegnemen.’ Wees gewoon aanwezig in dit tafereel. Wees gewoon aanwezig samen met Johannes en Andreas, die erop gebrand zijn een nieuw leven te beginnen, met een nieuwe richting, een nieuw begin, een nieuw hart, een nieuwe ziel. Die twee jongemannen begonnen Jezus te volgen en Jezus draaide zich om, zag hen volgen en zei: ‘Wat zoeken jullie?’ En wat zeiden ze? Zeiden ze: ‘Heer, wij willen uw volgelingen zijn’, ‘Heer, wij willen uw wil doen’, ‘Heer, wij willen dat u onze zonden wegneemt’? Ze zeggen niets van dat alles! Nee, ze vragen: ‘Waar logeert u?’ Op een of andere manier horen we hier in het begin van het verhaal een zeer belangrijke vraag: ‘Waar logeert u?’ Waar verblijft u? Waar woont u? Wat is uw plek? Wat is uw weg? Hoe is het om bij u te zijn? Jezus zegt: ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’ Kom en zie. Hij zegt niet: ‘Kom in mijn wereld.’ Hij zegt niet: ‘Kom, ik zal jullie veranderen.’ Hij zegt niet: ‘Word mijn leerling’, ‘Luister naar mij’, ‘Doe wat ik jullie zeg’, ‘Neem je kruis op.’ Nee. Hij zegt: ‘Kom en zie. Kijk om je heen. Leer mij kennen.’ Dat is de uitnodiging. Ze bleven bij hem. Ze gingen met hem mee, zagen waar hij onderdak had gevonden en bleven de rest van de dag bij hem. Johannes zegt dat het ongeveer twee uur voor zonsondergang was, oftewel vier uur ’s middags.
20
Jezus nodigde hen uit en zij gingen naar hem toe en verbleven bij hem. Ze gingen vrijwillig naar zijn plek. Zij zagen een man die sterk verschilde van Johannes de Doper, die immers schreeuwde: ‘Kom tot inkeer, kom tot inkeer, kom tot inkeer! De tijd is gekomen.’ Nee, Jezus zei: ‘Kom kijken waar ik woon.’ Zij zagen Jezus, het lam van God. De nederige dienaar. Arm, goedaardig, warm, vredestichter, zuiver van hart. Zij zagen hem. Toen al. Ze zagen het lam van God. Er is een tederheid. Er is een goedaardigheid. Er is een nederigheid. ‘Kom en zie.’ ‘Ze bleven die dag bij hem.’ Jezus nodigt hen uit om gewoon om zich heen te kijken. Wees aanwezig. Kijk met de ogen van het hart naar het verhaal dat je hebt gehoord.
Wij zijn uitgenodigd Jezus nodigt uit om naar het huis van God te komen. Het is een uitnodiging om Gods woonplaats te betreden. Het is geen uitnodiging met keiharde eisen. Het is het verhaal van het lam van God dat tegen ons zegt: ‘Kom. Kom naar mijn huis. Kijk om je heen. Wees niet bang.’ Lang voor Jezus’ radicale oproep om alles achter te laten, zegt Jezus: ‘Kom en kijk waar ik ben.’ Jezus is een gastheer die ons om zich heen wil. Jezus is de goede herder van het Oude Testament, die zijn mensen uitnodigt aan zijn tafel waar de beker van het leven overloopt. Dit beeld van God die ons in zijn huis uitnodigt, komt in heel de Bijbel voor. De Heer is mijn huis. De Heer is mijn schuilplaats. De Heer is mijn luifel. De Heer is mijn vrijplaats. De Heer is mijn tent. De Heer is mijn tempel. De Heer is mijn woning. De Heer is de plek waar ik alle dagen van mijn leven wil verblijven.
21