Pim Niesten
EEN JAAR OP STAP DOOR
het
Mijn dagboek uit
Inhoud Een nieuw avontuur
11
Winter december—maart
Uilenkasten fail 17 In het spoor van de wolf 21 Schattige steenlopers 24 Week vol rampspoed (deel 1) 27 Week vol rampspoed (deel 2) 31 Week vol rampspoed (deel 3 – finale) 34 Natuur – mens: 1 – 0 38 Edelhert met nierstenen 41 Een prachtig baltsritueel 47 Kleine draakjes in de nacht 50
Lente maart—juni
De gruwelijke larve van de bronlibel 54 Handigheidjes 58 Dar zkt. vrouw 61 Een drama voor de heikikker 63 De ontdekking van een vogelparadijs 65 Het everkadaver dat niets opleverde 69 Lentebloeiers met stress 74 Eén nieuwe hut, één volgeladen roeiboot en twee ijzig koude nachten 79 Erop of eronder met de lentevuurspin 84 Koppige koninginnenpages 88 Ode aan onze tipgevers uit het veld 91 Onvoorspelbaar en raadselachtig 94 Een leeg hotel voor ons alleen 98 Hoe ik spieren ontdekte waarvan ik het bestaan niet eens kende 100 Vijf eieren, vier uilskuikens 105 Eén sterrenhemel in de lucht en één onder onze voeten 109 De wilde kat in de la (deel 1) 114 De wilde kat in de la (deel 2) 118
Zomer juni—september
Alarm in de meeuwenkolonie 124 Everzwijn in het wild en een portie geluk 127 Jeuk aan de Maas 130 Heeft iemand mijn engelengeduld gezien? 133 In de put zitten is niet altijd erg 136 Bevers (z)onder water 139 Hagedissen en hangjongeren 143 De druppel op mijn bucketlist 147 Wespen bij het ontbijt (deel 1) 152 Wespen bij het ontbijt (deel 2) 156 Catman & Beaver Boy 159 De zeehondenbrigade 164 Een ongelukkig gepositioneerde vos 169 Brandwonden in het Zoniënwoud 172 Veurns vogelverstoppertje 174
Herfst september—december
1, 2, 3 piano met bronstige edelherten 180 Geen geburl op de Hoge Venen 185 Juiste plek, verkeerde tijd 188 Geluksvogels aan de IJzermonding 192 Levende kerstversiering in de boom 195 Valsspelen op de basiliek 198 Yannis blijft gaan 200 Make mushrooms great again 203
Dankwoord 209 Ontdek het wilde België 211
Een jaar op stap door het wilde België
11
Een nieuw avontuur Wat fijn dat je mijn boek in handen hebt. Dat betekent dat we een band hebben: een gelijkaardige interesse, een gedeelde passie, een avontuurlijke geest, wie weet zelfs een bepaalde visie op het leven. Of misschien is het wel puur toeval. Wat het ook is, ik ben blij dat ik je mag meenemen op mijn avontuur doorheen Onze Natuur. Ik ben Pim, geboren in 1980, bioloog en filmmaker en ik heb de mooiste job ter wereld. Is het niet fantastisch om betaald te worden om de wereld rond te trekken, naar de meest afgelegen gebieden nog wel? Van de dichte jungles en uitgestrekte savannes in zuidelijk Afrika tot de hete cactuswoestijnen in het zuiden van Noord-Amerika. Van de tropische eilanden en palmboomstranden van Australië en Zanzibar tot de barkoude, onherbergzame kliffen in IJsland en de hooglanden van Ethiopië. Op die plekken mag ik de waanzinnigste natuur- en dierenverhalen in beeld brengen en – letterlijk én figuurlijk – een heleboel ‘wilde’ avonturen beleven. Zo werkte ik me op tot volwaardig familielid van een troep bavianen, verdronk ik bijna op zoek naar walvishaaien, rende ik voor mijn leven, achternagezeten door een kwade olifant of een verraste neushoorn, worstelde ik met ratelslangen, stelde ik mijn tentje op tussen hyena’s en leeuwen, verdwaalde ik in de Grand Canyon, stortte ik bijna neer in de rimboe… Had ik al gezegd dat avontuur en een beetje gevaar soms dicht bij elkaar liggen tijdens mijn job? Maar die verhalen spaar ik beter op voor een volgend boek. In het voorjaar van 2019 gebeurde er namelijk iets waar ik al lang op hoopte. Vanuit een tentenkamp aan de Masaï Mara in Kenia – bekend van de massale seizoenmigratie van gnoes en zebra’s – kreeg ik een
12
telefoontje van media- en marketinghuis Hotel Hungaria. Of ik wilde meewerken aan Onze Natuur, een ambitieus 360°-project dat van België het decor wil maken van een geheel eigen, hoogkwalitatieve natuurdocumentairereeks? Eindelijk! Al jaren verkondig ik het belang van kennis en appreciatie van de natuur dicht bij huis. En hoe kun je die dichter bij een groot publiek brengen dan via natuurdocumentaires?! Ik kan overal ter wereld de wildste plaatsen en de formidabelste dieren in beeld brengen, uiteindelijk baat dat weinig als mensen de natuur in hun directe omgeving niet kennen, leren waarderen en bereid zijn om ervoor te vechten. Hier schuilde een kans om iets waardevols op te bouwen en wie weet zelfs iets wezenlijks te veranderen. Even moest ik slikken: zou ik het doen en… zou ik het wel kunnen? Maar lang heb ik niet getwijfeld – hier mÓést ik deel van uitmaken. Ambassadeur worden van onze eigen Belgische natuur, zo’n unieke kans mocht ik gewoon niet laten liggen. De rest van de wereld kon wel even wachten. Zo kwam er tijdelijk een eind aan mijn buitenlandse omzwervingen. Er is nog een andere, heel belangrijke reden waarom ik besloot mee te stappen in Onze Natuur: mijn gezin. Al die jaren waarin ik soms voor lange tijd van huis was – vaak totaal onbereikbaar – hield mijn vrouw, Helena, de boel thuis draaiende. Geen evidentie met twee jonge kinderen in huis. Ik toon het misschien niet altijd voldoende, maar mijn appreciatie en respect daarvoor zijn enorm. Zonder Helena had ik nooit kunnen doen wat ik doe. En ook voor onze dochters Bo en Fé is de impact van mijn werk niet min.
Een jaar op stap door het wilde België
13
Ze zijn mijn grootste fans, bruisen van enthousiasme en zijn zo fier op al mijn ondernemingen, ook al moeten ze me vaak missen – en ik hen ook, natuurlijk. Het vooruitzicht om een tijdje dichter bij huis en mijn gezin te kunnen blijven en tegelijk toch mijn ding te doen kwam dus als een geschenk uit de hemel. En zo kwam het dat ik vroegtijdig van een groot filmproject op de Galapagoseilanden terugkeerde en boeiende opdrachten op Antarctica en in de Sonorawoestijn aan mij voorbij liet gaan. Maar ik heb me de beslissing niet beklaagd, wel integendeel. Samen met Dick, Mees, Jeffrey en Yannis zoek ik deze keer de wildernis in België op. We draaien scènes voor de documentaire en de website van Onze Natuur en staan vaak verwonderd te kijken naar de schoonheid van
14
wat zich – soms letterlijk – in onze achtertuin afspeelt. Er verschuilen zich fabelachtige verhalen rondom ons. Ik prijs mezelf ontzettend gelukkig dat ik onze wondermooie en waanzinnig diverse Belgische natuur op deze manier mag (her-) ontdekken. Want ik zei het al: ik heb echt de mooiste job ter wereld. Ik doe exact waar ik van kindsbeen af van droomde en wat toen zo onbereikbaar leek. En dat blijft een geweldig gevoel, of ik dat nu doe in de verste uithoeken van deze aarde of in ons eigen land, in Onze Natuur. In dit boek vind je mijn persoonlijke verslag van het eerste jaar filmen voor Onze Natuur. In woord en beeld neem ik je mee op ontdekkingstocht doorheen de avonturen die ik beleefde tijdens die eerste seizoenen, van de ijzig koude winter over lente en zomer tot een prachtige herfst. Door de QR-codes naast de titel te scannen met een smartphone of tablet kom je meteen op het bijhorende filmpje van www.onzenatuur.be terecht. Zo breng je het boek helemaal tot leven! Ik wens je veel lees- en kijkplezier en hoop dat mijn verhalen je kunnen inspireren om zelf onze natuur te blijven ontdekken en er mee zorg voor te dragen. Wilde groeten Pim
Winter december—maart
Een jaar op stap door het wilde België
17
november en februari
Uilenkasten fail Olafs uilen kappen ermee
Vorige winter hingen we twee uilenkasten op. Daarmee hoopten we één, misschien zelfs twee koppeltjes bosuilen te lokken om ze dan in de kast zelf te kunnen filmen. Om de speciale toegang en aanbouw voor de camera vast te maken aan de uilenkast en het interieur er natuurlijk te laten uitzien, moesten we onze handy man Alexis inschakelen. Hij deed een geweldige job en fixte voor ons een interieur waar de camera in paste. Die kon ik handig op afstand bedienen, zodat we het leggen van de eieren en het broeden perfect zouden kunnen volgen. Zoiets krijg je immers niet altijd voor elkaar in een ‘wild’ nest. Binnenin bekleedden we de kast zoals een natuurlijke boomholte, ik hing er zelfs twee lichtjes in die ik kon dimmen en aan- of uitschakelen. Dagen en dagen werkten we aan de kasten, ze waren helemaal in orde, alles was tot in de puntjes voorbereid. De kasten uiteindelijk ook echt kunnen ophangen voelde aan als een kleine triomf. We voorzagen twee toplocaties voor de kasten. Eén hingen we op bij Olaf, een goeie vriend van mij. Hij werkt als boomverzorger en is het gewoon om te klimmen. Net als ik is hij gefascineerd door de natuur, bovendien heeft hij een bijzondere voorliefde voor roof vogels en uilen. Zijn klimervaring en onbevreesdheid komen van pas bij het ingewikkeldere roofvogelringwerk op grote hoogte of om bijvoorbeeld een reiger in een hoge boom te pakken… In zijn tuin hing een oude bosuilenkast. Die was elk jaar bezet, maar de kast viel half uit elkaar – onze hightech uilenkast met interieurverlichting
18
n ov e mb e r e n f e b rua r i
en camerabewaking kwam dus als geroepen. In de oude kast lag een dikke, oude laag braakballen en vuil, maar toch hadden de bosuilen die erin huisden elk jaar een succesvol broedseizoen. We hingen de nieuwe kast op dezelfde plek, met een nieuwe onderlaag van die oude braakballen. De andere uilenkast kreeg een plaatsje in het bos achter mijn tuin. Net de avond voor ik mijn uilenkast wilde ophangen, zag ik drie bosuilen samen in mijn tuin. Nooit eerder gezien! Yes, dacht ik, dat is een teken, die uilen zoeken een nieuw huis. Ik waagde mijn kans en hing de kast snel op in het bos. Daarna zat er niets anders op dan te wachten – een hele winter lang. Soms gebruiken bosuilen een kast in de winter ook al als schuilplaats, maar pas in de vroege lente beginnen ze te broeden. Begin februari stuurde Olaf me een verlossend bericht: ‘Er is precies wat beweging rond de nestkast!’ En ja, toen we de beelden van de trail cam bekeken, die aanspringt via een sensor, zagen we dat er een bosuil de kast in vloog. Enkele dagen later ging ik checken wat er gaande was. Vreugdedansje! Er lagen drie eieren van een bosuil in het nest. Op een nacht, toen de uilen zelf op jacht waren, hingen we een extra live cam in de kast, zodat we op een monitor konden volgen wat er binnen gebeurde. Ik gaf Olaf een paar instructies om de camera te bedieNet zoals een kat soms een nen, zo kon hij alles verder conhaarbal uitbraakt, geven roof troleren. Jammer genoeg moesten vogels braakballen op. Alleen we in die periode ook een paar vind je in een vogelbraakbal de grote stormen trotseren. Gelukkig onverteerbare restjes van de overleefden de kasten het allebei. prooi die zo’n uil of buizerd opat De kasten wel, maar het leven bin– schedels en botjes van muizen, nenin – daarover hadden we minvogels, keverschildjes… Aan de der goed nieuws. Na die stormen vorm van de bal en de inhoud kregen we geen enkel teken van
herken je zijn ‘eigenaar’.
Een jaar op stap door het wilde België
19
leven meer. Geen kuikens, geen uilen… In een normale broedsituatie leggen uilen ei na ei na ei. Pas als alle eieren gelegd zijn, beginnen ze alle eieren samen uit te broeden. Bij mij is er nooit ook maar één bosuil in de kast gekomen en om de een of andere reden stopten Olafs uilen na die drie eieren met broeden. Waarom? Dat weten we nog altijd niet. Hopelijk hebben we volgende winter beter nieuws.
februari
Schattige steenlopers Mosselen met friet
Steenlopertjes zijn echt toffe vogeltjes. Je ziet ze regelmatig aan de kust. Het zijn ‘zichtjagers’: ze moeten hun prooi zien om ze te kunnen vinden. Daarom foerageren ze vaak bij eb op mosselbanken. Andere steltlopers – vogels op hoge, steltachtige poten – zoeken hun eten op de tast. Ze voelen in het water of het slib met hun snavel of er een lekker hapje is. Voor hen maakt het niet uit of het eb is of vloed, en het mag zelfs wat schemerdonker zijn. Maar dat doen steenlopers niet – zij kijken rond. Om eten te vinden hangen ze dus af van daglicht.
Een jaar op stap door het wilde België
25
In de winter is het minder lang licht, dat betekent ook minder tijd om eten te vinden. Dat is de reden waarom ze zich ’s winters ook sneller onder de mensen wagen. Die winterdag waren we in Oostende. Bij eb, of laagwater, zoeken steenlopers voedsel op de mosselbanken. Dan liggen de mosselen en de kleine diertjes die ertussen leven immers open en bloot voor het grijpen. Bij vloed, als het zeewater hoog staat, vliegen de vogels een stukje de haven binnen en rusten ze uit op de staketsels en de pier of… bezoeken ze de frietkoten tussen het station en de zee. Daar trippelen ze vrolijk rond tussen de meeuwen. Frietje steken! Tenminste, zo ging het gerucht. Iedereen had ‘van horen zeggen’ dat steenlopers frietjes komen zoeken. Maar geruchten en natuur documentaires… die gaan niet samen. Ik ben doorgaans nogal achterdochtig bij dat soort tips. Maar toen ik er was, zag ik vrij snel dat het verhaal klopte. Die bourgondische vogeltjes houden echt van dat op en top Belgische gerecht, mosselen met friet. Er lagen wel wat oude frieten op de grond, maar om een vers pak friet in beeld te krijgen moesten we een frituur zien te vinden. Frituren genoeg, maar een die open was… Dat was een ander paar mouwen, zo hartje winter! Na heel wat rondvragen en heen en weer lopen slaagde ik er uiteindelijk in een frituureigenaar te vinden die ons ‘eentje mét’ wilde verkopen. Dankzij hem kregen we zowel een heerlijk pak frietjes als de steenloper mooi in beeld. Dat blijft altijd een van de spannende dingen van filmen. Kloppen de geruchten? Moeten we ter plaatse nog iets regelen? Is er iemand die een tip voor ons heeft? Heel vaak spreek ik ter plaatse nog mensen aan. Soms hebben we al een contactpersoon dankzij opzoekingswerk van het productieteam. Maar het gebeurt regelmatig dat ik ter plaatse nog research moet doen. Hoe mensen reageren kun je nooit voorspellen: sommigen werken meteen heel graag mee, anderen zijn wantrouwig en willen er niets van weten.
26
f e b rua r i
Met mensen gaat het dus net zo als met dieren. Soms kun je niet filmen wat je had gepland. Soms krijg je veel meer voor je lens dan je had durven hopen. Soms laten de personages zich niet zien. Soms is er te veel licht, of is het licht te slecht. Op andere dagen word je juist getrakteerd op een fantastische avondzon. Het is allemaal heel onvoorspelbaar. Je moet heel flexibel zijn en roeien met de riemen die je op dat moment hebt. ST ORY BOAR D S C HET S EN
Als ik ga filmen, maak ik eerst een visueel scenario. Dat wil zeggen dat ik op voorhand een storyboard uitteken. Zo weet ik wat ik in beeld wil hebben en krijg ik een beter idee van hoe ik wil dat een shot en de hele scène eruit zullen zien. De kans dat je iets cruciaals vergeet te filmen, wordt ook een pak kleiner (handig voor de perfectionist in mij). Dat visuele scenario bestaat uit niet meer dan enkele losse, snelle schetsen, maar is een essentiÍle kapstok waaraan ik ter plaatse het verhaal ophang. En ik weet: als ik deze shots kan afvinken, heb ik het!
Een jaar op stap door het wilde België
februari
Week vol rampspoed (deel 1) Cameraschuwe hazen in Teletubbieland
In de rammeltijd vechten mannetjeshazen, ook rammen of rammelaars, tegen elkaar. Dat doen ze – hoe kan het ook anders – voor de gunsten van een vrouwtje. Als het tot een confrontatie komt, boksen ze rechtopstaand tegen elkaar. Heel indrukwekkend om te zien! Zo’n boksmatch moesten we dus zeker op film zien te krijgen. Daarvoor trokken we richting Bergen (Mons), waar we een windmolenpark uitkozen voor de shoot. Dat zag er een beetje uit als Teletubbieland: glooiende akkers, weidse vergezichten en af en toe een windmolen. Een surrealistisch landschap waar ik meteen aan verknocht was, juist omdat het zo anders was. Die clash tussen
27
mens en natuur, ook dat is België. Ik bracht de windmolens en hun schaduwen heel bewust in beeld. Zelfs het ronddraaien van de wieken hoor je, ontdekte ik achteraf. Dat er in deze streek massa’s hazen zaten was overduidelijk. Nu was het nog een kwestie van er dichtbij te raken, maar dat bleek niet zo eenvoudig. Die beestjes konden immers overal zitten, er was geen plek waar ze altijd verzamelden en ze bleken ook meesters in het zich razendsnel verplaatsen. In een mum van tijd waren ze weg en dan doken ze een heel eind verder weer op. Toen wij er aankwamen, was er nog niet veel actie. Veel meer dan wat grazen, rusten en huppelen deden ze niet. We reden een hele tijd rond en zochten naar geschikte uitvalsbasissen om ons verdoken te kunnen opstellen en te filmen. Niet eenvoudig in zo’n open landschap.
29
Een jaar op stap door het wilde België
En dan begon het… the waiting game. Een spelletje dat heel lang kan duren. We hoopten alleen maar dat we op het juiste moment op de juiste plek zouden zijn wanneer de actie zou losbarsten. Wanneer dat precies gebeurt, valt heel moeilijk te voorspellen. Plots gebeurde het… Eerst zagen we enkele mannetjes zich verzamelen rond een bronstig vrouwtje. Ze zaten wat verderop, keken rustig rond en deden hun ding. Stilaan kwamen ze steeds dichter bij elkaar en vormden ze een cirkel rond het vrouwtje. Het leek wel alsof er een vergadering begonnen was – en wij waren duidelijk niet uitgenodigd. Niet veel later begonnen de mannetjes aan het vrouwtje te ruiken om te checken of ze al bronstig was. Dat aftasten is het begin van de actie. In een vingerknip begonnen die hazen me daar te boksen! Het startte in een fractie van een seconde en het ging echt heel snel. Er gebeurde veel in korte tijd, het was een uitdaging om alles goed op beeld te krijgen. Soms begon dat langverwachte gevecht nét terwijl we met de auto op weg waren naar een andere locatie, omdat er op de eerste plek te weinig actie was. Frustrerend! ‘Sto-o-op! Daar!’ – en dan zo gauw we konden alles uit de auto halen. Maar tegen de tijd dat we onze spullen bij elkaar hadden, waren de hazen natuurlijk allang gestopt met rennen en boksen. Je kunt ook niet als een gek over de akkers banjeren, want dan ruiken die mannetjes meteen onraad en zijn ze weg. Hazen kunnen supersnel rennen. Het tofste vond ik de ochtenden Als ze moe zijn, rusten ze uit tijdens die filmdagen, nog heel koud, in een ondiepe kuil in de grond, met een mistige, bevroren onderhet hazenleger. Het vrouwtje grond en een wit laagje rijm op de noemen we de voedster of akkers… Heel mooi. Je voelde echt moerhaas, mannetjes zijn ram de overgang tussen winter en lente. melaars. Hazen herken je goed Als bonus kregen we er soms zelfs aan hun lange oren, die zwart de zon bij: een grote, rode, rijzende
zijn aan de bovenkant.