Skip to main content

9789401467773

Page 1

Kristof Van Rossem

Het filosofisch gesprek De basis 1:: Voorplat ≤ 135mm breed -> logotype is 15mm breed

2:: Voorplat >135mm en ≤ 170mm -> logotype is 20mm breed

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 3

3:: Voorplat >170mm ->

14/05/2020 11:09


7 9

Inleiding Hoofdstuk 1

De kenmerken

10 15

Filosoferen is als opruimen Is dat een filosofisch gesprek?

19

De partituur

29 31 37 39

43 45 47 52 55 59

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 4

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

De houding Luisteren Flexibel zijn: vallen en opstaan De vorming van de persoon: introspectie en genieten Hoofdstuk 4

De techniek Het marsmannetje aan de bar Populaire aanvechtbare redeneringen Doorvragen Muizenissen We hebben allemaal vooronderstellingen (en dat is er nog een)

14/05/2020 11:09


Hoofdstuk 5

63

De uitvoering

65 72

De basis De vijf bewegingen

93 94 101 102 104 105 115

123

Hoofdstuk 6

De structuur Vooraf: de doelstellingen kiezen De structuur van het gesprek De impuls De startvraag Het onderzoek De evaluatie Hoofdstuk 7

Het doel

125 130 132 133

De vooroordelen van de filosofen Waarheid zoeken of gelijk krijgen? What shall we do with the drunken Tony? Een nar worden?

135 138 139

Eindnoten Dankwoord Bibliografie

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 5

14/05/2020 11:09


6

Het filosofisch gesprek

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 6

14/05/2020 11:09


7

Inleiding Wat hebben de liefde bedrijven, musiceren en een filosofisch gesprek voeren met elkaar gemeen? Heel goed, het zijn alle drie werkwoorden. Maar geef toe, als het goed zit, voelt het niet als werk aan wanneer je ermee bezig bent. Het zijn immers activiteiten die je in ‘flow’ brengen. Ze verenigen de wil, het gevoel en de geest. Ze laten je voelen dat je leeft. De ‘-ines’ in je hoofd (oxytocine, adrenaline …) beginnen te dansen. De liefde bedrijven was een flinke uitdaging geweest als leidraad voor dit boek. Maar de muziek is toch de voornaamste metafoor geworden. En geen Bach als metafoor voor de wijsheid maar … een zigeunerorkest. De Roemenen spelen snel, overal en zonder partituur. Luister maar eens naar dit fragment (de link vind je in de eindnoot).1 Als je dit boek hebt gelezen, kun je een gesprek voeren zoals zij spelen. Omdat de schrijver er op dit moment niet is om met je mee te spelen en je te laten zien hoe het kan, vind je in dit boek een partituur en uitleg. Een goede muzikant doet het (uiteindelijk) zonder. Waarom zou je nu in godsnaam plots filosofische gesprekken moeten gaan voeren in plaats van iets nuttigers te doen, zoals het klimaatprobleem oplossen? Welnu, het filosofisch gesprek is nuttig én leuk tegelijk, het klimaatprobleem oplossen waarschijnlijk enkel nuttig. Filosoferen is leuk, omdat je voortdurend verrast wordt door de verschillende perspectieven die je hoort. En ook omdat je het onderste uit de kan haalt. Alle evidenties kun je in vraag stellen: dat je kinderen moet opvoeden, dat het gras gemaaid moet worden, dat je een boek moet schrijven. Het is allemaal niet zomaar waar, enkel misschien waarschijnlijk. En zulke zaken met anderen onderzoeken in alle vrijheid, zonder bang te zijn voor je imago of je positie. Is dat niet heerlijk? Filosofische gesprekken zijn ook nuttig. De liefhebbers waren er altijd al vol van. Ook wetenschappers hebben nu laten zien wat een filosofisch gesprek ‘opbrengt’.2 Als je er op school al mee begint, leer je beter nadenken. Je presteert beter op school én daarbuiten. Je kunt beter luisteren én spreken.

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 7

14/05/2020 11:09


8

Het filosofisch gesprek

Je ontwikkelt zelfvertrouwen ĂŠn empathie. Je wordt dus een betere burger, iemand die zorgt voor zichzelf ĂŠn de buren. Wie veel gesprekken voert, wordt bovendien ook een betere politicus: je hebt dan zelfs geen partijen meer nodig om belangen te verdedigen. Die belangen zitten immers al in je eigen hoofd. Dus ben je misschien zo nog de aangewezen persoon om het klimaatprobleem op te lossen! Geen tijd te verliezen dus. Laat je door de zigeuners meevoeren en lees op de volgende pagina hoe je je kamer moet opruimen.

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 8

14/05/2020 11:09


9

Hoofdstuk 1

De kenmerken

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 9

14/05/2020 11:09


10

Het filosofisch gesprek

Op een mooie zomerdag is een dertigtal mensen verzameld in de tuin.3 Ze zijn in het wit gekleed en hebben een folkloristisch vestje aan. Ze spelen viool, cimbalon, bas, accordeon, blazers. Ze zetten een vrolijke ‘Hora’ in, in een snel tempo. Het is opzwepend. We zijn in Roemenië. Het orkest heet Orchestra Lautarii. De lâutarii zijn mensen van het platteland die in het weekend stoppen met werken en zich organiseren in ‘tarafs’, muziekgroepjes die geleid worden door een ‘primas’, een primaire solist. Deze mannen, en ook vrouwelijke zangeressen en solisten, spelen traditionele Roemeense muziek op bruiloften en feesten, meestal verschillende dagen en nachten na elkaar. Het gebruik bestaat al sinds de middeleeuwen. Er wordt gedanst, gezongen, gedronken. Af en toe, om het publiek te amuseren, vertellen de lâutarii ook plaatselijke geschiedenissen. En als Oom Boris op het feest weer eens te veel Tzvika heeft gedronken en ruzie begint te maken, treden ze zelfs op als bemiddelaars. Zoals deze ‘hora’, neemt een goed filosofisch gesprek je mee naar een andere wereld dan die van het dagelijks werk. Je wordt in zo’n gesprek door de ‘primas’ meegenomen naar een swingende wereld van gedachten en concepten die je opzwepen en je buiten jezelf brengen. Maar het is nooit weg van deze wereld. De lâutarii zijn boeren: je blijft in een filosofisch gesprek ‘down to earth’. Het gesprek vindt zijn wortels in het dagelijks leven. Je hebt geen dikke boeken nodig om zo’n gesprek op te starten. Alles wat je nodig hebt, is een vraag of een meningsverschil over een begrip. En waar gaan heel veel dagelijkse meningsverschillen over? Juist, over rommel en opruimen. Meer ‘down to earth’ kun je niet starten: rommel ligt letterlijk op de grond.

Filosoferen is als opruimen 1 2 3

pa: ‘Josefien, je moet je kamer opruimen, want morgen komt de poetsvrouw!’ (Papa hoort Josefien van in haar kamer boven zuchten en ‘jajaaa’ roepen) Na een halfuur gaat papa kijken en treft haar gamend op bed aan.

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 10

14/05/2020 11:09


De kenmerken

4 5 6 7 8 9

11

pa: ‘Ik had toch gezegd dat je je kamer moest opruimen?’ j: ‘Die is toch opgeruimd?’ pa: ‘Helemaal niet! Morgen komt de poetsvrouw en het is al laat, ruim vlug op.’ j: ‘Maar ik heb al opgeruimd!’ pa: ‘Hoezo dan?’ j: ‘Kijk, alles lag door elkaar en nu heb ik alles mooi op stapeltjes gelegd: mijn kleren, mijn boeken, mijn brieven! Ik heb dat nu al klaargelegd. De poetsvrouw moet dat dan gewoon maar in de kas­ ten leggen.’

Ja, ja, die pubers, zo zijn ze: chillen en gamen in plaats van te werken, lekker makkelijk. Je was bijna begonnen aan een boek over ‘hoe omgaan met eigenwijze pubers’. Maar neen, dit is een boek over filosofische gesprekken en daarom juichen we van vreugde. Want er is een meningsverschil! En daar leven filosofen van! En in dit geval zijn we extra blij, want het meningsverschil gaat hier niet over het zijn van het zijnde, maar over het universele probleem van opruimen. Wees gerust. Het filosofisch gesprek gaat ook over zware thema’s als de vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar dus ook over huis-, tuin- en keukenproblemen. Het verschil is: als je een filosofisch gesprek voert, leer je van deze problemen te houden. Lees maar wat er verder gebeurt en hoe dochter vader verleidt tot deze liefde. 10 pa: ‘Maar ze liggen op de grond, ze moeten in de kast!’ 11 j: ‘Waarom?’ 12 pa: ‘Anders kan de poetsvrouw niet poeoeoeoetssen!!’ 13 j: ‘Oké, maar is mijn kamer dan meer opgeruimd als alles in de kasten ligt? Ik heb trouwens geen kast voor mijn brieven en mijn kaartjes!’ 14 pa: ‘Ja natuurlijk. Het moet in de kasten.’ 15 J (blijft rustig): ‘Waarom? Waarom is in de kast meer opgeruimd dan op stapeltjes?’ 16 pa: ‘Doe nu niet moeilijk!’ 17 j: ‘Maar het is elke week hetzelfde probleem, papa. Jij ziet dat anders dan ik. Ga toch even zitten, dan lossen we dat op.’

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 11

14/05/2020 11:09


12

Het filosofisch gesprek

18 Pa gaat naast haar op bed zitten. 19 j: ‘Dus waarom moet alles in de kast om opgeruimd te zijn?’ 20 pa: ‘Dat is wat we toch doorgaans onder ‘opgeruimd’ verstaan: alles mooi in de kasten, geen rommel meer op de vloer.’ 21 j: ‘Wie is “we” dan?’ 22 pa: ‘Wel, hier in onze cultuur, hier in België.’ 23 j: ‘Maar onze poetsvrouw komt uit Polen, is dat daar dan ook zo? Wat verstaat een Pool dan onder “opgeruimd”?’ 24 pa: ‘Dat weet ik niet, dat moet je haar morgen maar eens vragen.’ 25 j: ‘Maar wat denk je? Wat is het waarschijnlijkst?’ 26 pa: ‘Ik denk dat ze ook zegt dat alles in de kasten moet. Ze hebben daar ook kasten hoor (lacht)!’ 27 j: ‘Oké, maar als ik nu alles in de kasten steek en ze gewoon dicht doe, is mijn kamer dan opgeruimd?’ 28 pa: ‘Neen, je moet het eerst op stapeltjes leggen en dan mooi in de kast. Niet zomaar rommel in de kast steken, dat is niet opruimen.’ 29 j: ‘Maar de vloer is dan toch schoon en niemand ziet het!’ 30 pa: ‘Ja, maar er is nog steeds rommel in de kamer en zodra je de kasten opendoet, zie je dat.’ 31 j: ‘Oké, dus het is niet alleen dat er geen rommel mag liggen op de vloer zoals je eerder zei. Er mag helemaal geen rommel meer zijn in een opgeruimde kamer, ook niet in de kasten?’ 32 pa: ‘Ja, inderdaad.’ Dat is de sport en je houdt ervan of niet. Het begint met ervoor te gaan zitten. We begraven de strijdbijl. Wat hier opruimen is, gaan we immers niet meteen oplossen, dat is een ingewikkeld probleem. Dus rustig blijven, geen ruzie, niet vechten. Geen machtsvertoon. Deelnemen is hier belangrijker dan winnen. Pas als we uit liefde ervoor zijn gaan zitten, kunnen we het meningsverschil uitvergroten. Dat gebeurt door te argumenteren. Het gebeurt ook door je even bereid te tonen om een ander te overtuigen als om zelf overtuigd te worden. Overtuigen begrijpen we hier dan niet als het overwinnen van de gesprekspartner, maar als het verleiden van de gesprekspartner tot het innemen van een ander perspectief. Waarom zou inderdaad een gesloten kast vol spullen die door elkaar liggen, Josefiens kamer meer opgeruimd maken dan stapeltjes op de grond?

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 12

14/05/2020 11:09


De kenmerken

13

33 j: ‘Oké, maar wat is rommel dan? Is het voldoende dat iets op sta­ peltjes ligt om geen rommel meer te zijn?’ Josefien haalt een sta­ peltje boeken en strooit ze in het rond. ‘Is dat nu rommel?’ 34 pa: ‘Neen, rommel, dat zijn dingen die niet direct nuttig zijn en die rondslingeren.’ 35 J: ‘Wat bedoel je met “niet direct nuttig”?’ 36 pa: ‘Gewoon spullen die er maar liggen maar die je toch niet gebruikt!’ 37 j: ‘Zoals die oude hoed die daar in de hoek ligt: ik gebruik die niet, die heb ik gekregen. Is dat dan rommel?’ 38 pa: ‘Nee, je hebt die van opa nog gekregen, dat heeft waarde. Rom­ mel heeft geen waarde.’ 39 j: ‘Zijn het nu spullen die niet direct nuttig zijn of die geen waarde hebben? Of allebei? Of zijn het spullen die gewoon rondslingeren, wat ze ook zijn?’ 40 pa denkt na. ‘Nee, ik denk dat het inderdaad gewoon rondslinge­ ren is. Kleren noem ik ook ‘rommel’ als ze op de grond liggen.’ 41 j: ‘Maar die paperclips op mijn bureau die daar liggen, slingeren die ook rond?’ 42 pa: ‘Neen, die liggen daar gewoon.’ 43 j: ‘Wat is dan het verschil tussen er gewoon liggen en rondslinge­ ren? Slingeren mijn kleren nu rond of liggen ze er gewoon?’ Jose­ fien wijst naar haar stapeltje kleren. 44 pa: ‘Nee, dat is geen rommel, het slingert niet rond, het ligt op stapeltjes.’ 45 j: ‘Maar het is pas als de stapeltjes in de kast liggen dat het opge­ ruimd is volgens jou, toch?’ 46 pa: ‘Ja, inderdaad!!’ Papa staat op en stopt de stapels zelf in de kast. 47 pa: ‘Héhé. Zo moeilijk is dat, zie!’ Ja, de dochter toont hier meer geduld dan de vader! We zitten hier niet meer op het niveau van iets wat moet gebeuren – opruimen. We hebben de actie losgelaten en zitten in de contemplatie van een begrip. Dat is ook wat je doet in een filosofisch gesprek. Je contempleert of beschouwt een begrip, hier ‘rommel’.

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 13

14/05/2020 11:09


14

Het filosofisch gesprek

Wat kun je terecht rommel noemen en welk taalgebruik hierover is zelf rommel? Dat doe je door argumenten en tegenargumenten te geven die typisch genoeg zijn om zinvol van onzinnig taalgebruik te onderscheiden. Hier komen ook tegenvoorbeelden langs: het begrip wordt geconcretiseerd, in de werkelijkheid getoetst. Zijn die paperclips dan rommel? Is die hoed dan rommel? Door dat te doen stuiten we op nieuwe problemen natuurlijk, want wat is het verschil tussen ‘er gewoon liggen’ en ‘rondslingeren’? Het wordt steeds ingewikkelder. En ook daar leer je van houden. Toegegeven, het heeft iets pathologisch. Sommige mensen zijn ervoor behandeld, vooralsnog zonder resultaat. 48 j: ‘Ja, maar de onenigheid is nog niet opgelost, hoor! Ik vind opge­ ruimd ook gewoon als het op stapeltjes ligt, ik ben het eens dat er geen rommel meer mag zijn als je het opgeruimd wilt. Maar het is kennelijk moeilijk om het verschil uit te leggen tussen “rondslinge­ ren” en “er zomaar liggen”.’ 49 pa: ‘Ja, dat klopt, het is moeilijker dan ik dacht. Nu moet ik wel verder naar mijn soep gaan kijken.’ 50 j: ‘Haak je nu af? Ben je nu meer op je soep geconcentreerd?’ 51 pa: ‘Ja, anders kookt die over. En het is vissoep, die mag niet overkoken! Ik wil het er op een later moment zeker verder over hebben.’ Ja, dat uitstelgedrag is ook niet echt filosofisch van de vader. De liefde voor de waarheid is immers zo groot dat je je eigen neuroses of uitstelgedrag overstijgt. Als je een filosofisch gesprek voert met iemand, ben je altijd bereid om het onderste uit de kan te halen. In de wereld van de fundamenten, van het waarom we de begrippen zo gebruiken als we ze gebruiken, daar voel je je thuis. Dus waarom uitstellen in plaats van onverschrokken door te gaan? Hier blijkt Josefien weer beter in haar vak dan de vader, want ze doet iets waaraan je een filosoof bij uitstek kunt herkennen: doorvragen. 52 j: ‘Ik heb nog één vraag: je bent nu blij omdat mijn kamer opge­ ruimd is, hè. Maar waarom eigenlijk?’ 53 pa: ‘Wel, omdat de poetsvrouw komt! Dat heb ik toch gezegd?’

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 14

14/05/2020 11:09


De kenmerken

15

54 j: ‘Neen, maar ik bedoel, net als de poetsvrouw vind je een opge­ ruimde, nette kamer van belang, toch?’ 55 pa: ‘Ja, natuurlijk.’ 56 j: ‘Maar waarom is dat? Waarom is proper, opgeruimd zijn zo belangrijk?’ 57 pa: ‘Je kunt toch niet goed functioneren als alles rondslingert?’ 58 j: ‘Er zijn heel wat mensen die dat goed kunnen, hoor. Kijk maar naar mama’s auto, die is nooit opgeruimd, maar dat hindert haar niet. Waarom is dat dan belangrijk voor jou?’ 59 pa: ‘Ik hou van orde. Ordnung muss sein!’ Lacht. 60 j: ‘Waarom? Waarom moet er orde zijn en niet veeleer chaos? Wanneer wordt chaos trouwens orde?’ 61 pa: ‘Dat is interessant. Maar kunnen we dat volgende keer bespre­ ken? Mijn vissoep staat op!’ 62 j: ‘Oké, daar hou ik je aan!’ En ze zal haar vader er ook aan houden. Want de gesprekspartners stuiten hier op fundamentele concepten: orde en chaos. Waar komen die vandaan? Wat is hun verhouding? Hoe beïnvloeden die onze manier van denken en onze cultuur? Hier zijn al vele boeken over geschreven, dat zullen we in een gesprek niet meteen oplossen. Toch is zo’n gesprek over deze fundamenten zinvol. Wie immers eenmaal doordrongen is van de complexiteit van zulke fundamentele begrippen en van de verschillende perspectieven die erover bestaan, kan zijn en andermans eigen waarheden, bijvoorbeeld over opgeruimde kamers, beter begrijpen en relativeren. Daar hoort dus een zorgeloos bestaan bij. Het filosofisch gesprek brengt vreugde. Ook al is de soep ondertussen overgekookt.

Is dat een filosofisch gesprek? Dit gesprekje vindt letterlijk tussen de soep en de patatten plaats. Maar het is een volwaardig filosofisch gesprek. Daar zijn verschillende redenen voor. Het begint met een norm opgelegd door de vader: de kamer moet opgeruimd worden! Maar de norm die gedragsgericht is, wordt door Josefien terug­gebracht naar een interpretatieverschil over een begrip: opruimen. Wat betekent dat

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 15

14/05/2020 11:09


16

Het filosofisch gesprek

begrip in onze taal? Daar zijn de meningen over verdeeld, is de kamer opgeruimd als de spullen op stapeltjes liggen, in de kast liggen of allebei? Je kunt dat probleem als vader negeren en je vaderlijke macht gebruiken om aan te dringen op gedragsverandering. Zo gaan vele filosofische interesses bij kinderen helaas verloren: ‘Doe verder en zwijg!’ Maar hier is het anders. Als Josefien haar vader vraagt om even te gaan zitten, doet ze dat omdat ze weet dat dit toch niet met bekvechten kan worden opgelost. Er komt emotionele afstand van beide partijen om het probleem van verschillende kanten te kunnen bekijken. In een filosofisch gesprek wordt een opvatting immers niet verdedigd, maar onderzocht. Om een filosofisch probleem of een vraag te bespreken, heb je een houding van beschikbaarheid nodig. Je moet aandacht en tijd hebben voor de vraag of het probleem. Zo’n vraag als ‘Wat is rommel?’ is immers niet direct opgelost. In een filosofisch gesprek wijden de gesprekspartners zich samen aan deze moeilijkheid. Niemand moet hierbij geholpen of overtuigd worden. Er is geen haast bij en er is evenmin een specialist naar wie je moet luisteren. De gesprekspartners hebben geen andere agenda dan zichzelf en elkaar te onderzoeken. Die rust is hier niet evident. Josefien slaagt er vrij behoorlijk in om haar vaders interesse te wekken voor het probleem. Hij raakt zelfs op een gegeven moment geboeid door de moeilijkheid die er blijkbaar is om ‘rommel’ te definiëren. Hij schept vreugde in het proces en kan zijn zucht naar een oplossing loslaten. Maar het is tijdelijk. Zijn soep die aan het overkoken is, blijkt toch op een gegeven moment belangrijker te zijn. The show must go on! Josefien vraagt op een gegeven moment in het gesprek of die oude hoed in de hoek van haar kamer ook in het bakje ‘rommel’ thuishoort. Of die paperclips. In het onderzoek naar de betekenis van een concept gaan deelnemers in een filosofisch gesprek na waar iets concreet op slaat, waar het allemaal over gaat. Als je dat immers niet kunt aanwijzen, is de kans groot dat je maar wat aan het lullen bent. Door er voorbeelden bij te halen, wordt het probleem scherper en ontstaan er nieuwe problemen: wat is het verschil tussen spullen die niet direct nuttig zijn en spullen die geen waarde hebben? Om dat allemaal uit te vissen, heb je intellectuele nieuwsgierigheid nodig. In een filosofisch gesprek oefen je dat. Je leert muggenziften leuk te vinden. Je leert te houden van complexiteit.

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 16

14/05/2020 11:09


De kenmerken

17

Zodra vader en Josefien op het bed zitten, verloopt het gesprek onder gelijkwaardige gesprekspartners die samen iets via louter denken willen onderzoeken. En ze doen dat door samen te redeneren. Dat gebeurt door voorbeelden en argumenten te geven voor een opvatting. Zo vraagt Josefien naar een argument waarom alles in de kast moet om van ‘opgeruimd’ te kunnen spreken. Vaders antwoord is niet zo heel overtuigend: ‘omdat we dat hier zo doen’. Bij redeneren hoort ook het aanbrengen van tegenvoorbeelden en tegenargumenten. Dat doet Josefien hier als ze het voorbeeld geeft van mama’s auto bij papa’s opvatting ‘dat je toch niet goed kunt functioneren als alles rondslingert’. Als papa er genoeg van blijkt te hebben en naar beneden wil om zijn vissoep af te zetten, gaat Josefien nog even door: waarom is het eigenlijk überhaupt zo belangrijk dat die kamer is opgeruimd? Ze wil het onderste uit de kan halen. In een filosofisch gesprek zijn deelnemers bereid en vaardig om een probleem zo breed mogelijk te bekijken. Ze zijn niet alleen geïnteresseerd in de oplossing van hun eigen problemen, ze zijn in alles geïnteresseerd. Alle evidenties in het eigen denken of functioneren, in de cultuur, in de wereld, alles wordt in vraag gesteld. En zo’n houding heeft soms ‘destabiliserende’ effecten. Als het gaat om orde of chaos, valt dat misschien nog mee, maar als het om morele kwesties gaat zoals respect voor ieder mens of het recht op een eigen mening, kan dat gevoelig liggen. Dat verhindert een deelnemer aan een gesprek echter niet om hierover door te vragen. In een filosofisch gesprek wordt elke steen omgedraaid en worden de fundamenten blootgelegd, niet meer of niet minder. Die vragen, die eindeloze vragen! Daar kun je de filosoof in Josefien misschien nog het meest aan herkennen: Wat is rommel dan? (33), Wie is ‘we’? (21). Ze neemt niet aan dat ze weet wat haar vader bedoelt, dus stelt ze er een vraag over. Ze is kritisch. Ze heeft een onverschrokken houding. Ze gaat door. Vader kan niet zo gemakkelijk ontsnappen: Haak je nu af? (50). Ook dat past in een filosofisch gesprek. De vragen gaan immers niet alleen over wat deelnemers zeggen en denken. Het gaat ook over de manier waarop ze denken en hoe ze in het gesprek zitten. Filosoferen doe je met je hele hebben en houden. Deelnemers aan een filosofisch gesprek zijn voortdurend bereid zichzelf en hun impact op het probleem in vraag te stellen. Zoals Socrates het zei in zijn verdedigingsrede: ‘Een leven zonder zelfonderzoek is geen leven voor een mens!’

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 17

14/05/2020 11:09


18

Het filosofisch gesprek

 Kenmerken van een filosofisch gesprek 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14

aanwezigheid van tegengestelde opvattingen emotionele afstand aandacht, tijd en beschikbaarheid aanwezigheid van conceptualisering aanwezigheid van concretisering + abstractie interesse in het proces eerder dan in het resultaat intellectuele nieuwsgierigheid bereidheid en vaardigheid om alle evidenties in vraag te stellen bereidheid en vaardigheid om zichzelf in vraag te stellen onderzoek naar de betekenis van een begrip een vragende houding vermogen tot redeneren en argumenteren interesse in het denken op zich concentratie op vorm en inhoud van het denken

Als je dat allemaal bij elkaar ziet, is dat heel wat, nietwaar? Dat gaat helemaal niet vanzelf. Zoals muziek spelen bij de lâutarii, is hier training voor nodig. Passie voor het denken zoals Josefien die hier laat zien, is niet genoeg. Ze is nog te ongeduldig: ze stelt vele vragen tegelijkertijd. Haar talent moet nog door kundigheid worden aangevuld. In de volgende hoofdstukken lees je wat je in de muziekschool van het filosofisch gesprek moet leren om het spel goed te kunnen spelen.

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 18

14/05/2020 11:09


19

Hoofdstuk 2

De partituur

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 19

14/05/2020 11:09


20

Het filosofisch gesprek

Het is 13 februari 1959. In Costesti, een stadje ten westen van Boekarest, wordt Gheorghe geboren, een zoon uit het gezin Ene. Moeder, vader, ooms, het zijn allemaal lâutarii, Roemeense muzikanten. Hij heeft het geluk om geboren te worden in een gezin dat als ‘taraf’ (muziekgroep) alle feesten van het dorp opluistert. Op zijn vierde pakt hij de accordeon van zijn broer vast en speelt op het gehoor een walsje. Sinds die tijd is hij blijven spelen. Toni Iordache, zijn vriend en een van de beste cimbalonspelers in Roemenië, geeft hem drie jaar later zijn artiestennaam ‘Ionica Minune’, vrij vertaald: Johnny het wonder. Ionica Minune veroverde de wereld en is momenteel een van de beste accordeonisten die er bestaan. Ionica leerde muziek spelen door imitatie van wat er in zijn omgeving gebeurde. Hij leerde zichzelf de techniek, op het gehoor. Hij gebruikt nooit een partituur. Op een YouTube-filmpje zie je hem spelen op een prachtig blauw accordeon tijdens een Roemeense bruiloft. En zoals de gewoonte is, steken de mensen veel geld in zijn accordeon terwijl hij speelt. Maar hij laat zich niet afleiden. In het midden van het feestgewoel blijft hij geconcentreerd en virtuoos spelen. 4 Als je Ionica ziet spelen, lijkt dat een fluitje van een cent. Het is licht en snel. Maar vergis je niet: dat is het resultaat van dagelijks oefenen. Net als in de muziek is het voeren en leiden van een goed filosofisch gesprek een combinatie van houding en techniek. Je leert het niet zomaar. Het vergt veel oefening en toewijding, en dan kun je het spel spelen in om het even welke organisatie, met om het even welke groep. Maar hoe leer je spelen als je niet zo’n natuurtalent bent als Ionica en/of geen familie van muzikanten om je heen hebt? Dan gaat dat stapje voor stapje, en dan is een partituur wel handig. De lijst met houdingen en technieken die je hieronder vindt, geeft weer wat je nodig hebt om een goed gesprek te kunnen voeren én leiden. Je leest er ook in wat belangrijk is in zo’n filosofisch gesprek. Qua houding is luisteren het belangrijkste. Wat dat betekent, lees je in het volgende hoofdstuk. De techniek in een gesprek is het kritisch denken. Het is het

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 20

14/05/2020 11:09


De partituur

21

minst zichtbare aspect. Hoe goed een muzikant kan spelen, zie je ook maar indirect. Hij laat niet in elk stuk zijn hele kunnen zien, maar je ziet wel hoe vaardig hij is als hij een noot intoetst of een toonladder speelt. Wat je in een gesprek bij de deelnemers en de begeleider indirect kunt zien, zijn die denkvaardigheden. Wat ze zijn, lees je in het vierde hoofdstuk. De uitvoering van een gesprek gebeurt door de begeleider en de deelnemers samen. Op de oppervlakte zie je alleen mensen die ofwel zwijgen, ofwel iets zeggen ofwel vragen stellen. Het eerste is een houdingsaspect. Het spreken is een uiting van het denken, het derde is het spel zelf: de vragen sturen het gesprek aan. Zij vormen de kern van wat de begeleider doet. In de vragen die hij stelt, de antwoorden die de deelnemers daarop geven en de vragen die ze aan elkaar stellen, toont zich de kundigheid van alle gespreksdeelnemers. Door de vragen te beantwoorden passen ze de techniek toe. Wat ervoor nodig is om goede vragen te stellen en vervolgens zo’n gesprek goed te leiden en uit te voeren, lees je in het vijfde en zesde hoofdstuk. De hoofdstukken waarin de partituur wordt uitgelegd, eindigen telkens met een basisoefening. De doelstellingen voor deze oefeningen vind je ook terug in de partituur. Het zijn de getallen voor de verschillende lijntjes in de notenbalk. De aspecten van houding zijn aangeduid met de letter H gevolgd door het getal waarmee ze overeenkomen in de partituur. Hetzelfde geldt voor de techniek (T) en de uitvoering (U).Â

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 21

14/05/2020 11:09


22

Het filosofisch gesprek

DE PARTITUUR

Houding (H) 1

Je zit stil. Je zit ook letterlijk stil. Je beheerst je directe, soms emotionele of instinctieve reacties of oordelen ten voordele van een grotere bedachtzaamheid.

2

Je hebt vertrouwen in zichzelf. Je bent ervan doordrongen dat je ideeën op zich legitiem zijn en ook de ideeën van alle anderen. Je laat jezelf toe deze ideeën uit te drukken en laat ook anderen toe dit te doen.

3

Je bent authentiek. Je bent bereid te vertellen wat je echt van iets of iemand vindt zonder een rol te spelen of te doen alsof. Je bent bereid dat te doen op gelijk welk moment als iemand je ernaar vraagt.

4

Je hebt een houding van niet-weten. Je bent ervan door­ drongen dat alles wat je weet, mogelijk ook niet waar kan zijn. Je bent bereid om al je opgedane kennis en je opvattin­ gen en oordelen opnieuw te onderzoeken en te herbekijken.

5

Je bent alert: je hebt alles gezien en gehoord.

6

Je bent geïnteresseerd in wat een ander te vertellen heeft. Een meer geavanceerde vorm van interesse tonen is dat je achting toont voor wat iemand zegt en hoe hij dat zegt. Wat iemand zegt en hoe hij dat zegt, is immers elk moment

Het filosofisch gesprek_Layout_AW.indd 22

14/05/2020 11:09


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook