SOLDAAT VAN HITLER
BenoĂŽt Rondeau
SOLDAAT VAN HITLER Het dagelijks leven in het Duitse leger van 1939 tot 1945
Voor Pascale Goyceta, mijn overleden vriend, een andere liefhebber van de Tweede Wereldoorlog
Inhoud
Proloog
11
Inleiding
13 13
De soldaten van Hitler: een zeer diverse realiteit Het specifieke karakter van een leger dat de gewapende arm van een dictatuur vormde Een vroegtijdig verbond en eensgezindheid tussen Hitler en zijn leger Het dagelijks leven van de soldaat en vraagtekens bij de voortreffelijkheid van de Wehrmacht Waarom nog een boek over het Duitse leger in de jaren 1939-1945?
14 16 17 18
23 Toekomstige soldaten, al van jongs af aan 23 De Wehrkreis: een territoriaal fundament onder het leger 24 De kazerne: de start van het militaire leven 26 De Wehrmacht: een leger met een ijzeren discipline 31 De training van de soldaten van het Heer 40 De onderofficieren: de ruggengraat van Hitlers krijgsmacht 50 De Duitse officieren, symbolen voor de voortreffelijkheid van de Wehrmacht 52 De Luftwaffe: de opleiding van de soldaten van Hermann Göring 59 De rekruten van de Kriegsmarine 62 Vrouwen in het leger van Hitler 65 De ideologie in het leger van Hitler 66 De Waffen-ss 71 Van het Ersatzheer naar het Feldheer: van de kazerne naar het front 74 De training in het kader van het opnieuw samenstellen van eenheden 77
1
Opleiding en discipline: van de kazerne naar het front
2
De grondoorlog: de fysieke omstandigheden en het dagelijks leven aan het front
81 81
De voeding van de Duitse soldaten
5
De grondoorlog: het dagelijks leven aan het front Waren de troepen van Hitler verslaafd? Persoonlijke uitrusting en uniformen De gezondheidszorg in het leger De doden begraven Het moreel van de Duitse soldaten Het dagelijks leven aan het oostfront Oorlog in het Middellandse Zeegebied: woestijn en bergen Sneeuw, ijs en rotsen Moerassen, bossen en coulisselandschap De vrijetijdsbesteding van de soldaten De soldaten van Hitler: commando’s of elitetroepen? Het belang van decoraties De relaties met de bondgenoten De Waffen-ss en hun kameraden van de Wehrmacht Het beeld van de vijand
83 85 86 90 94 96 99 106 111 113 116 119 122 124 128 130
135 De gelukkige jaren van de Blitzkrieg 1939-1942 135 De overgang naar de stellingenoorlog van 1942-1945 140 De Wehrmacht achter linies van beton 144 Twee nieuwe, verbijsterende ervaringen: de aftocht en de insluiting 147 De soldaten van Hitler: de strijd als numerieke minderheid 150 De oorlog aan meerdere fronten 153 De tanks: een sterk punt van de Wehrmacht 156 1943-1945: eersteklas tanks… maar nog steeds te weinig 160 De beste tanks van de oorlog? 162 De antitankwapens: nog een troef van de Wehrmacht 166 De soldaten van Hitler hadden wapens van goede kwaliteit 169 Vaak was de bewapening niettemin een samenraapsel 172 Wonderwapens: geen enkel belangrijk effect voor de Duitse soldaten 174 Communicatie: een hiaat binnen de Wehrmacht 175 De uitrusting van de Pioniere, op bijna elk gebied verouderd 176 De Wehrmacht: een zwak gemotoriseerd leger 178 De bonte samenstelling van het gemotoriseerde wagenpark 180 Voertuigen van Duitse makelij waren van goede kwaliteit 182 De consequenties van een te lage mechaniseringsgraad 183
3
De grondoorlog: de gevechtsomstandigheden
6
SOLDAAT VAN HITLER
Een falende logistiek Een soepele organisatie en tactische superioriteit Wat maakte de soldaat van Hitler zo strijdbaar? Werden uitzonderlijke leiders door Hitler gemuilkorfd? 4
185 188 191 194 201 201
De luchtoorlog van de soldaten van Hitler
De mannen van Hermann Göring Een luchtmacht die geknipt was voor een Blitzkrieg, kwam in een wereldoorlog terecht 203 Jachtvliegtuigen op alle fronten 207 Bombarderen: van de Stuka naar de V1 212 De transportmissies: een onderbelichte rol van de Luftwaffe 217 De bases van de Luftwaffe: het dagelijks leven van de mannen van Göring 221 De Flak, het meest gevreesde wapen van de Luftwaffe 224 De Luftwaffe onder beton en de radar 227 De grondstrijdkrachten van de Luftwaffe 228 5
De oorlog ter zee
Het achtergestelde krijgsmachtdeel van de Wehrmacht De onmogelijke zeeoorlog De onmogelijke samenwerking met de Luftwaffe Een vergeefse wapenwedloop De matrozen van Hitler Een beperkte oppervlaktevloot U-Boote: de grijze wolven De kapers, een vergeten onderdeel van de oppervlaktevloot De amfibische aanval Ondersteunende missies, onbekend, maar essentieel Mariniers onder beton Marinemensen aan het front: ondersteuningsschepen en gelegenheidsinfanteristen 6
De soldaten van Hitler en de burgers
Post van thuis: het langverwachte ogenblik De familie moet vooral worden ontzien Plichtsbesef, maar het Vaterland is een andere wereld geworden Verlof
Inhoud
233 233 234 237 238 240 242 245 253 255 257 262 263 267 267 270 274 276
7
De soldaten van Hitler en de burgers van bezette landen De bezetting in het westen De dagelijkse omgang met burgers Parijs, ‘Lichtstad’ voor de soldaten van Hitler Toenemende spanningen met de bezette volken in het westen In het Middellandse Zeegebied en in de Balkan In het oosten: toppunt van racisme Idyllisch Rusland Relaties met Slavische vrouwen doortrokken van geweld
281 282 286 289 290 293 294 298 300
303 Een geolied militair apparaat in dienst van onzegbare misdaden 303 Misdaden in het westen, aan het begin van de Westfeldzug van 1940 307 De bezettingstijd in het westen, 1940-1944 309 Misdaden in het westen jegens geallieerde soldaten in 1944-1945 314 De Poolse veldtocht: het laboratorium van een oorlog onder de vlag van een racistische ideologie 316 De massamoord op Russische krijgsgevangenen: de grootste misdaad van de soldaten van Hitler 319 Sovjetburgers: slachtoffers van geweld door Duitse soldaten 322 Soldaten van Hitler: medeplichtig aan de Shoah in de Sovjet-Unie 326 Misdaden van de Wehrmacht en de Waffen-ss op de Balkan 330 Een oorlog zonder haat in Afrika? 333 Italië: het toneel van vergeten misdrijven van de Wehrmacht 334 1945: een reeks misdaden in het Vaterland 336 Verzet tegen Hitler: oppositie binnen het leger 338 Generaals in het verzet? 340 Oppositie in het zicht van de nederlaag 342 Moordpogingen 344 De aanslag van 20 juli 1944 347 Het raadsel Canaris 351 Het Nationaal Comité Vrij Duitsland 352
7
Misdaden
8
Na Hitler: de erfenis van een omstreden leger
355 De nederlaag 355 De beproeving van de gevangenschap 356 De verdringing van het verleden en de ontkenning van schuld 359 Een internationaal gunstig klimaat voor de voormalige Wehrmacht 368
8
SOLDAAT VAN HITLER
De Wehrmacht en de mythe van voortreffelijkheid De vele gedaanten van de belangstelling voor de Wehrmacht Herinneren en herdenken De erfenis van het Duitse uniform en materieel Een kritischere benadering in Duitsland zelf Een nieuwe geschiedschrijving buiten Duitsland De Wehrmacht op het witte doek: de erfenis samengevat in beelden
371 375 379 382 383 388 390
Epiloog 397
De tijd van de verzoening
397
Noten 401 Bibliografie 441 Register 451 Woord van dank 453
Inhoud  
9
Proloog
‘Ik zweer dat ik Adolf Hitler, Führer van het Duitse Rijk en volk, opperbevelhebber van de Wehrmacht, onvoorwaardelijk zal gehoorzamen en altijd bereid zal zijn, als dapper soldaat, mijn leven voor deze eed te geven, zo helpe mij God almachtig.’ Dit zijn de beladen, vérstrekkende woorden die een Duitse soldaat uitsprak als hij tot de krijgsmacht toetrad, woorden waarmee hij absolute trouw aan de Führer zwoer en een soldaat van Hitler werd. Die verbondenheid met de nazidictator uitte zich ook in zijn uniform, door middel van een gestileerde adelaar met uitgespreide vleugels en de kop naar rechts gekeerd, van voren gezien, en in zijn klauwen een lauwerkrans rondom een swastika. Het hakenkruis zelf, dat alomtegenwoordige symbool van het Derde Rijk, droegen militairen van de Wehrmacht rechts op de borst en Waffen-ss’ers om hun arm, maar kwam ook terug op petten, Stahlhelmen en gespen van riemen. Het zweren van de plechtige eed was omgeven met symboliek: de rekruten stonden in groepjes van zes voor een officier die een zwaard in zijn hand hield1 en de jonge soldaten moesten met de linkerhand de vlag aanraken (die van het geliefde Vaterland of van hun eenheid) terwijl ze, naar Germaans-middeleeuwse traditie, met de rechterhand een zegenend gebaar maakten.2 Zo beloofde de soldaat voor Adolf Hitler te zullen strijden, de man voor wie hij bereid moest zijn het ultieme offer te brengen. ‘Wie op de Duitse vlag heeft gezworen, bezit niets meer,’ verklaarde Unteroffizier (sergeant) Lange tegenover Otto Henning, die net tot de rangen van het Afrikakorps was toegetreden.3 Henning was soldaat van Hitler geworden. De implicaties van die verbintenis wogen niet voor iedereen zo zwaar, zoals blijkt uit de aantekening die Andreas Bucher, een jonge Elzasser die gedwongen was in het leger te gaan, op 29 november 1943 in zijn logboek maakte: ‘Eed van trouw gezworen. De grootste komedie die ik ooit heb gezien. En ze durfden na de ceremonie ook nog Großer Gott, wir loben dich te spelen.’4 Dat kerklied, die typisch christelijke lofzang, stoorde Andreas Bucher, die er niets anders in kon zien dan hypocriet gedrag van militairen die een bij uitstek wreed en ongevoelig leger dienden. De belofte van trouw was ingevoerd op initiatief van minister van Defensie generaal von Blomberg, die de krijgsmacht in augustus 1934 onder gezag van de nieuwe Führer bracht (Hitler verenigde de functies van rijkskanselier en staats-
11
hoofd) en bij die gelegenheid alle militairen een eed van trouw aan de dictator liet zweren, een eed die hen tot het bittere einde verbond. In februari 1945, toen de apocalyps naderde, schreef een soldaat aan zijn vrouw: ‘Jij hebt in deze tijden nog je geloof in God en de zegening van je kerk. Ikzelf heb geen geloof of hoop meer, maar wel een onverzettelijke vastberadenheid om fier rechtop te blijven onder onze vlag en mijn eed zonder enig compromis gestand te doen.’5 Het was de wijdverbreide houding binnen een krijgsmacht die onderworpen was aan een dictator, het leger van Hitler (de Wehrmacht en de Waffen-ss), dat tot het uiterste heeft standgehouden, in dienst van de Führer, die vaak als een godheid werd bewierookt, en het nazisme. Voor de officieren, die beroepsmilitair waren, stond deze eed, gezworen aan de opperbevelhebber, in een lange traditie van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan het hoogste gezag: de trouw die ze Adolf Hitler beloofden, was in rechte lijn verbonden met de trouw die militairen tot aan het eind van de Eerste Wereldoorlog aan de Kaiser zwoeren. Maar in tegenstelling tot de omwenteling die op de wapenstilstand van 1918 volgde, vond er in 1945 in het Reich geen opstand plaats, noch onder militairen, noch onder burgers. De dienstplichtigen, die de opdracht hadden zich tot de laatste man te verdedigen, aanvaardden hun lot en deden wat ze meenden dat hun plicht was, datgene waar ze zich door hun eed aan hadden verbonden. Net als generaal Blumentritt, en ondanks het feit dat het de meest totale en absolute nederlaag was die het Duitse leger ooit had geleden, vonden ze de onvoorwaardelijke overgave van 1945 gemakkelijker te accepteren dan de wapenstilstand van 1918, gevolgd door de vrede van 1919.6 Duitse oudstrijders die na de oorlog wilden benadrukken dat ze zich van de controversiële en zelfs compromitterende houding van de Wehrmacht en de Waffen-ss distantieerden, hebben zich op hun (ontspoorde) eed beroepen. Soldaat van Hitler zijn betekende dat ze zich in dienst moesten stellen van een misdadige ideologie en een misdadige staat.
12
S OLDAAT VAN HITLER
Inleiding
De soldaten van Hitler: een zeer diverse realiteit Rommel, Wehrmacht, Panzer, Luftwaffe, Blitzkrieg, U-Boot, Afrikakorps, Waffen-ss... stuk voor stuk namen en militaire termen die naar Hitlers krijgsmacht verwijzen. En evenzovele synoniemen die militaire voortreffelijkheid suggereren. De krijgsmacht van Hitler werd gezien als het toonbeeld van macht en moderniteit. Was die reputatie terecht? Wat lag eraan ten grondslag? Wat betekende het om in dit Duitse leger te dienen, dat wil zeggen een soldaat van Hitler te zijn? Op deze en andere vragen zal ik proberen een antwoord te geven. Wie voor het gemak in algemene termen over het Duitse leger of de soldaten van Hitler spreekt, doet geen recht aan een zeer diverse realiteit. Meer dan twintig miljoen mannen hebben onder het Derde Rijk het uniform van de Wehrmacht of de Waffen-ss gedragen. De meesten van hen waren dienstplichtig en hadden dus geen andere keus dan naar het front te gaan. Een dergelijk groot aantal soldaten impliceert automatisch een enorme verscheidenheid aan achtergronden, een compleet spectrum van alle mogelijke opvattingen en karakters: van apolitieke soldaten tot socialisten, liberalen en conservatieven, van strenggelovigen tot atheïsten, van pacifisten tot fanatieke nazi’s... De manier waarop een soldaat de oorlog ervoer was ook afhankelijk van andere vragen: aan welk front diende hij en in welke fase van de oorlog, welke rang en functie had hij, behoorde hij al dan niet tot een goed uitgerust elitekorps, enzovoort. Niet alleen maakten de soldaten verschillende dingen mee, ze reageerden ook verschillend op de situaties waarmee ze werden geconfronteerd, afhankelijk van hun opvoeding en milieu, algemene ontwikkeling en ideologie. Toch is het mogelijk op basis van individuele achtergronden en lotgevallen tot een meer algemene typering te komen, want bepaalde elementen zien we opvallend vaak terugkomen.
 
13
Het specifieke karakter van een leger dat de gewapende arm van een dictatuur vormde Om één vraag kunnen we in een studie als deze absoluut niet heen: vocht de Duitse soldaat in een gewoon leger? Anders gezegd, maakte het voor een soldaat wel of niet uit dat de staat die hij diende racistisch en totalitair was? Dit boek gaat uit van het standpunt dat dat wel degelijk een belangrijke rol speelde. Het doel van dit werk is het specifieke karakter van de Duitse krijgsmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog te belichten door een beeld van Hitlers soldaten te schetsen: waardoor onderscheidden Duitse soldaten zich van andere? Tot op welke hoogte was deze krijgsmacht inderdaad het leger van Hitler? Welke concrete implicaties had dat politiek en ethisch gezien, op het slagveld en elders? Waren de soldaten in de eerste plaats slachtoffer of instrument van het regime? Heeft de nazi-ideologie hun strijd zin gegeven? Het draait in dit boek ook om vragen over het geweld waarmee de ideologische indoctrinatie gepaard ging. Voor het waanbeeld van het nieuwe, ideale Duitsland, de nieuwe samenleving, die moderner en (voor Ariërs) rechtvaardiger zou worden, ook al was het concept totalitair en doortrokken van een extreem chauvinisme, waren de soldaten van het Duitse leger bereid hun ziel aan de duivel te verkopen, trouw te zweren aan een misdadig staatshoofd en de vreselijkste misdaden te plegen. Het is dus van belang de mythe van een ‘schone’, correcte Wehrmacht, een jarenlang overeind gebleven imago, onder de loep te nemen. Logischerwijs is een heel hoofdstuk gewijd aan de oorlogsmisdaden van de gewapende strijdkrachten en hun betrokkenheid bij de Holocaust. Bij de legitimiteit van de oorlog – reparatie van de onrechtvaardige situatie die door het Verdrag van Versailles in Polen was ontstaan, antwoord op de oorlogsverklaring van Frankrijk, preventieve oorlog tegen de Sovjet-Unie – leken de mannen geen vraagtekens te zetten. Soldaat Wilhelm Prüller was opgetogen na de overwinning op Polen. In zijn beleving was geen plaats voor twijfel: ‘De anderen strijden voor een slechte zaak. [...] Vandaag zijn we een ander Duitsland dan we waren. Een nationaalsocialistisch Duitsland!’1 Veel soldaten vergisten zich in de werkelijke bedoelingen van de man in wie ze een blind vertrouwen stelden, een vertrouwen dat hen in tegenspoed overigens ook geruststelde. ‘’s Heren wegen zijn ondoorgrondelijk,’ had Lincoln opgemerkt en met diezelfde gelatenheid lieten sommige soldaten het aan Hitler over om te begrijpen waarom ze zich opofferden: ‘De Führer zal wel weten waarom dit nodig is,’2 schreef een soldaat in het heetst van de bloedige Slag om Stalingrad. Hitler had de bevolking vóór de oorlog al gewaarschuwd: de Duitse soldaat moet bereid zijn zich voor het Duitse volk op te offeren.
14
SOLDAAT VAN HITLER
Een leger is feitelijk een afspiegeling van de samenleving die het op de been heeft gebracht. De autoriteiten hadden bepaald dat de Duitse soldaat gepolitiseerd moest worden. Dat hield in dat hij zich de nazistische visie op de wereld eigen moest maken en dat hij aan het front en tegenover bezette volken dienovereenkomstig moest handelen. Een leger is niet apolitiek: de houding van de Wehrmacht ten opzichte van het naziregime had een sterk politieke lading. Hitler zelf deed ooit de uitspraak dat hij ‘een reactionair leger, een nationaalsocialistische Luftwaffe en een christelijke marine’ had, maar de werkelijkheid is minder genuanceerd: bij welke tak ze ook hoorden, Wehrmacht of Waffen-ss, de soldaten van Hitler werden geïndoctrineerd. De mate van nazificatie was aanzienlijk en bleef ook niet zonder gevolgen. ‘Het is werkelijk onzin dat een soldaat of officier apolitiek zou moeten zijn,’ schreef admiraal Dönitz, die Hitler opvolgde als staatshoofd van nazi-Duitsland. ‘De soldaat belichaamt en vertegenwoordigt zijn staat, hij is de protagonist bij uitstek.’3 Een apolitiek leger? Hans Apel, die in 1980 minister van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland was, had daar een heel andere opvatting over. Hij verzette zich ertegen dat officieren de begrafenis van Dönitz in uniform zouden bijwonen: ‘Iemands militaire kwaliteiten kunnen niet los worden gezien van de politieke doelen die daarmee worden gediend. Een commandant van een deel van de Wehrmacht moet worden beoordeeld op zijn politieke onderscheidingsvermogen en de politieke verantwoordelijkheid die daarmee samenhangt.’4 Dit boek richt zich dus ook op de mate van nazificatie van het leger. Het leger van Hitler was meedogenloos en ik zal aandacht besteden aan de verschillende uitingen daarvan, van de wettelijk toegestane moord op burgers tot de executie van eigen soldaten. Maar het was ook het leger waarin Hellmuth Frey, een soldaat van het Afrikakorps, bij het inrichten van zijn onderkomen in de woestijn, in juli 1941, een uit de Völkischer Beobachter gescheurde foto van de Führer naast zijn spiegel hing in plaats van een portretje van zijn vrouw of een schaars geklede pin-up…5 Tijdens de val van Stalingrad verzond Oberst (kolonel) Rosenfeld een laatste, veelzeggend bericht waaruit blijkt hoe loyaal veel Duitse soldaten nog aan Hitler waren: ‘De vlag met het hakenkruis wappert boven ons hoofd. We zullen de orders van onze opperbevelhebber tot het eind toe opvolgen. Heil Hitler!’6 Deze militair trok de rechtmatigheid van de strijd niet in twijfel en uit de woorden van een man die wist dat hij ten dode was opgeschreven, blijkt zelfs trots: ‘Ik ben trots dat ik mezelf tot de verdedigers van Stalingrad mag rekenen. Wanneer voor mij het moment van sterven daar is, zal ik de bevrediging voelen dat ik in de grote slag aan de oevers van de Wolga in de voorste linies heb gestreden om mijn vaderland te verdedigen en dat ik mijn leven heb gegeven voor onze Führer en de vrijheid van onze natie.’7 Deze man was
Inleiding
15
zonder enige twijfel een soldaat van Hitler. Maar een andere militair werd door het dienen van de Führer voor een gewetensvraag gesteld, waaruit blijkt hoezeer de situaties konden verschillen. ‘Vroeg of laat crepeert iedereen,’ zei Feldwebel (sergeant) Anton Schmid tegen een Jood die hij verborgen hield. ‘Maar als ik de keus heb, creperen in de huid van een moordenaar of van een man die anderen helpt, dan kies ik voor het laatste.’8
Een vroegtijdig verbond en eensgezindheid tussen Hitler en zijn leger Het leger ontwikkelde al snel sterke banden met het nieuwe regime, want het was een onmisbaar instrument in de strijd om de door Hitler geambieerde Duitse hegemonie. Omgekeerd gaf dat de krijgsmacht, die zijn verantwoordelijkheid voor de capitulatie in 1918 nooit had erkend, iets van zijn prestige terug. De machtsovername door Hitler betekende het herstel van een sterke nationale staat, waar de legerleiding altijd naar had gestreefd, en een opwaardering van de status en het prestige van de militairen. Zodra hij aan de macht was, paaide Hitler de Pruisische officieren, die zichzelf als een klasse apart beschouwden en zich een prominente plaats in de samenleving toedichtten. Hij hield hun voor dat dienen in het leger voor de Duitsers geen ‘dienstplicht’ was, integendeel, soldaat zijn was ‘een buitengewone eer’.9 Wie daarvoor bedankte was een verrader, een laakbare pacifist, iemand die het niet waard was Duitser te zijn, want Duitsers werden immers gedreven door een krijgshaftige, oorlogszuchtige geest. De nazi-ideologie, die het Führerprinzip (het leidersbeginsel met parallel daaraan het respect voor gezag) op de voorgrond stelde, was gebaseerd op racisme, antisemitisme, anticommunisme en het concept van een territoriale expansie ten gunste van Duitsland die zou moeten leiden tot de hegemonie over Europa. Het waren thema’s die veel van de officieren onderschreven. En ook al verkondigden de nazi’s een paar revolutionaire ideeën die Pruisische officieren als generaal von Rundstedt en generaal von Bock afkeurden, op alle andere punten waren ze het roerend met elkaar eens. Het leger was bereid zich in dienst van het regime te stellen, maar zonder door de nsdap te worden ingelijfd en met behoud van de eigen identiteit. De politieke successen van de jaren dertig en de verstevigde greep op de legertop vergrootten die bereidheid alleen maar. Weliswaar zou de politieke invloed van het leger afnemen, maar zolang er uitzicht op herbewapening en een overwinning bleef, leek het opperbevel dat voor lief te nemen. Het leger werd de facto gerustgesteld door de Nacht van de Lange Messen, 30 juni 1934, waarin Ernst Röhm en de belangrijkste andere leiders van de sa op bevel van Hitler werden
16
Soldaat van Hitler
geliquideerd. Röhm, die de intentie had de Reichswehr in de sa te laten opgaan en zo een nieuw Duits leger te creëren, werd opgeofferd voor de politieke zaak van de Führer, die zich van de onvoorwaardelijke steun van het Duitse leger wilde vergewissen. Tegenwoordig wordt de Wehrmacht, die niet veel later de Reichswehr zou vervangen, beschouwd als de tweede pijler onder nazi-Duitsland.10 Niettemin ontwikkelde zich binnen de nsdap geleidelijk ook een ander leger, de Waffen-ss, die voortkwam uit de ss, de persoonlijke, uit partijleden samengestelde lijfwacht van Hitler. Het waren politieke soldaten, die door generaal von Blomberg, die sinds 1935 opperbevelhebber van de nieuwe Wehrmacht was, ‘kameraden’ werden genoemd. August von Kageneck vertelde dat zijn ouders, hoewel ze conservatief waren en niet erg gevoelig voor de naziretoriek, hem op een dag in april 1939 aanmoedigden voor een militaire loopbaan te kiezen. ‘Daar mag je je mond tenminste nog opendoen en zeggen wat je wilt en hoef je de Hitlergroet niet te brengen,’ pleitte zijn vader, die zich in de aard van dat nieuwe leger vergiste. Sterker nog, vader Kageneck strooide zichzelf zand in de ogen met het idee van een onafhankelijk leger dat in staat zou zijn tegenwicht te bieden aan de regering en de nsdap. ‘Het leger als een laatste bolwerk tegen de alomtegenwoordigheid van de partij beschouwen, was een soort credo,’11 verklaarde Kageneck naïef. De vraag of het leger een verzetshaard tegen het nazisme en dus een bedreiging voor de macht had kunnen vormen, zal in de loop van dit boek aan de orde komen, want ook die is relevant voor wat het betekent een soldaat van Hitler te zijn.
Het dagelijks leven van de soldaat en vraagtekens bij de voortreffelijkheid van de Wehrmacht Was het Duitse leger zo machtig en perfect als werd gepretendeerd? ‘Voor de Duitse soldaat is niets onmogelijk,’ heeft de Führer ooit gezegd. Inderdaad, niets, zelfs niet het aanrichten van bloedbaden onder burgers... Wie bestudeert wat de soldaten van Hitler karakteriseert, zoekt ook antwoorden op grote vragen: waren de Wehrmacht en de Waffen-ss voldoende bewapend en uitgerust en werden ze goed geleid? Heeft de legertop zich de inmenging moeten laten welgevallen van een dictator die achteraf als enige verantwoordelijk werd gehouden voor alle mislukkingen en beoordelingsfouten? De Britse maarschalk Wavell schreef dat de principes van tactiek en strategie ‘belachelijk’ eenvoudig waren en dat de oorlog alleen ingewikkeld was vanwege de ‘harde werkelijkheid’, zoals hij het noemde, te weten ‘de effecten van vermoeidheid, honger, angst, slaapgebrek en het weer’.12 Dat gezichtspunt is overgenomen in deze studie over de Duitse soldaat, van de zandhaas tot de maar-
Inleiding
17
schalk, in welk deel van de krijgsmacht hij ook diende (Heer, Luftwaffe, Kriegsmarine, Waffen-ss), of hij nu als Volksdeutsche voor het Reich vocht of als buitenlander. Het doel van dit boek is alle aspecten van het soldatenleven in oorlogstijd in kaart te brengen: de opleiding in de kazerne, de gevechtshandelingen, de tactieken, de materiĂŤle levensomstandigheden aan het front in verschillende delen van de wereld, de gezondheidszorg, de vrije tijd, de verloven, de omgang met burgers in bezet gebied, enzovoort. Om te bestuderen wat de Duitse soldaat heeft beleefd en doorstaan, is het dus nodig alle aspecten van zijn dagelijks leven in ogenschouw te nemen, met als rode draad de eeuwige strijd om het bestaan in een complexe, op hol geslagen wereld, te midden van verwarring en lijden. De soldaat is een mens die probeert te overleven, die in zeer korte tijd een heel scala aan sterk uiteenlopende gevoelens moet verwerken: verveling, angst, haat, paniek, moed, lafheid... Aan het front werden nieuwe waarden gevormd en oude geherdefinieerd, in het contact met en onder commando van andere militairen, met wie alles werd gedeeld: de vrije tijd, de uren in de vuurlinie, momenten van ontspanning en plezier. De menselijke facetten zullen in dit boek dus zeker niet worden veronachtzaamd. Welke relaties bestonden er tussen de mannen van een eenheid? Hoe lagen de verhoudingen tussen officieren en gewone soldaten? Welke relaties waren er met de bondgenoten van Duitsland? Hoe werd er naar de vijand gekeken? Ook op die vragen zal ik proberen een antwoord te geven. Daarvoor maak ik in deze studie gebruik van ooggetuigenverslagen (met inachtneming van de vereiste objectiviteit) en anekdotes, die tot een beter begrip van de feiten moeten leiden en het verhaal voor de lezer levendiger en prettiger leesbaar maken. Soldaat van Hitler zijn betekende ook contact hebben met burgers: Duitsers, familieleden die in het Vaterland waren achtergebleven, maar ook, en vooral, mensen in bezet gebied. Aan de verhoudingen tussen die twee groepen, die sterk uiteenliepen in de verschillende zones en fasen van de oorlog, zal een apart hoofdstuk worden gewijd.
Waarom nog een boek over het Duitse leger in de jaren 1939-1945? Over de Tweede Wereldoorlog is heel veel gepubliceerd en van al die werken vormen studies over de Wehrmacht het leeuwendeel. Er bestaan ontelbaar veel boeken met beschrijvingen van campagnes en veldslagen, met gedetailleerde informatie over materieel, uniformen, bewapening of onderscheidingen, of over specifieke eenheden. Sinds het eind van de vijandelijkheden zijn er talloze getuigenissen op schrift gesteld, verhalen van eenvoudige soldaten en onderof-
18 
Soldaat van Hitler
ficieren als August von Kageneck en Hans-Otto Behrendt, maar ook memoires en notities van de hoogst verantwoordelijken van de krijgsmacht, die inmiddels van passend commentaar zijn voorzien (zoals Krieg ohne Hass van Erwin Rommel, bezorgd door Berna Günen). Van al die publicaties heb ik dankbaar gebruikgemaakt om een duidelijk beeld te krijgen van het dagelijks leven van de soldaten van Hitler. Toch moet ik aantekenen dat het jammer is dat de meeste boeken die veldslagen behandelen, deze als geïsoleerde gebeurtenissen zien, zonder aandacht te besteden aan de andere fronten, terwijl bijvoorbeeld het verloop van de strijd aan het zuidelijke front in de Sovjet-Unie essentieel was voor de situatie aan het westelijke front – en vice versa. En ook een ander belangrijk aspect wordt vaak veronachtzaamd: het nazisme en de kwestie van de ideologie binnen het Duitse leger. Veel auteurs zien over het hoofd hoe uitzonderlijk het was om in het leger van Hitler te dienen en hun tekst ontstijgt nooit het technische, tactische en strategische niveau, snijdt nooit morele of ethische vraagstukken aan. Erger nog, de misdaden van het Duitse leger worden vaak verzwegen of gepresenteerd als tegenhanger van de wandaden waaraan de geallieerde troepen zich schuldig hebben gemaakt, wat een geschiedkundige leugen is (voortkomend uit politieke motieven). Des te meer springen de gunstige uitzonderingen in het oog. Ik noem Hitler’s Army van Omer Bartov (Oxford Paperbacks, 1992) en Die Wehrmacht van Wolfram Wette (S. Fischer, 2002). Er zijn vooral veel Duits- en Engelstalige boeken over Hitlers leger verschenen en ook enkele Franse uitgevers hebben uitstekende publicaties op de markt gebracht. Toch vertonen sommige werken een satanische welwillendheid ten opzichte van hun onderwerp, terwijl andere zich beperken tot een opeenstapeling van iconografische documenten, wat zonder meer interessant is, maar geen antwoord op essentiële vragen geeft. In sommige boeken wordt aandacht besteed aan de contacten tussen soldaten en burgers, en die heb ik dan ook met veel belangstelling bestudeerd. Twee zeer geslaagde voorbeelden zijn Brieven van de Wehrmacht van Marie Moutier (De Arbeiderspers, 2015) en Comme un Allemand en France van Aurélie Luneau, Jeanne Guérout en Stefan Martens (L’Iconoclaste, 2016). Slechts weinig Franse historiografische studies bieden een synthese als het gaat om het Duitse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het boek van Philippe Masson, Histoire de l’armée allemande, 1939-1945 (Perrin, 1993) is in de eerste plaats een verslag van de oorlog vanuit Duits perspectief. Hitler, ses généraux et ses armées (Economica, 2008) van Philippe Richardot is wel een redelijk geslaagde synthese, zij het van een geheel andere orde, omdat dit werk geen chronologisch verslag is, maar de vorm van een soort thematisch woordenboek
Inleiding
19
heeft, van de organisatie van de legerleiding tot de tanks en straaljagers. Een werk vol informatie en cijfers, dat echter niet ingaat op de menselijke kwesties binnen dit leger. Mijn boek L’Armée d’Hitler (Ouest-France, 2017), dat een heel ander uitgangspunt heeft dan het voorliggende werk, schetst de verhouding tussen de sterke en zwakke punten van datzelfde leger, beschrijft de kenmerken daarvan en geeft een beeld van de gebeurtenissen aan de verschillende fronten, vanuit Duits gezichtspunt. Die benadering is dus chronologisch, zoals in het boek van Philippe Masson, maar geschreven op basis van nieuwe inzichten. Naast Angelsaksische boeken die het verhaal van de oorlog willen vertellen zoals de Duitse soldaten die hebben beleefd, bijvoorbeeld Hitler’s Soldiers: The German Army in the Third Reich van Ben Shepherd (Yale University Press, 2016) of Frontsoldaten: The German Soldier in World War II van Stephen Fritz (The University Press of Kentucky, 1997), zijn er ook werken die de misdaden van de Duitse krijgsmacht openlijk en gedetailleerd aan de kaak stellen, evenals de problematische situaties in bezet gebied, maar er bestond dus nog geen boek over de soldaten van Hitler waarin, behalve aan het verhaal van de inmiddels overbekende militaire operaties, ook aandacht aan alle andere aspecten van hun bestaan wordt besteed. En er bestonden ook nog geen Franse boeken die het dagelijks leven van de soldaten en hun voorbereidingen op de oorlog beschrijven. Mijn boek vult dus een geschiedkundige lacune. Daarbij heb ik de twee grote valkuilen willen vermijden: buitensporige verheerlijking en de vooronderstelling dat de Wehrmacht al vanaf het begin van de jaren dertig een integraal genazificeerd leger was. Deze studie behandelt niet de grote strategieën en u zult er geen gedetailleerde verslagen van belangrijke veldslagen in vinden. Hoewel ik het eens ben met de opmerking van Wilhelm Prüller, een oud-strijder van de Wehrmacht, dat ‘degenen die niet aan het front hebben gevochten niet weten wat oorlog is’,13 heb ik met dit boek toch de ambitie zo goed mogelijk onder woorden te brengen wat het heeft betekend om tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Duitse leger te dienen. Overigens is er nog een andere riskante invalshoek, die soms naïef of valselijk wordt geschraagd door argumenten die geen argumenten zijn en bestaat uit het toekennen van een teleologische zin aan de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog: deze mannen, deze soldaten van Hitler over wie we hier spreken, konden de oorlog winnen.14 Een perspectief dat met terugwerkende kracht angst inboezemt. De nalatenschap van dit leger, en dientengevolge van de Duitse soldaat, is ongekend. Voor een volledig begrip van wat het betekende soldaat van Hitler te zijn, is het ook van belang die nalatenschap zorgvuldig te bestuderen, wat in
20
Soldaat van Hitler