LC - Economie - Achtste proef.indd 3
18/12/19 16:45
Inhoud
LC - Economie - Achtste proef.indd 4
18/12/19 16:45
Voorwoord 6
Over Economie 10
Inleiding 14
Dankwoord 32
1 Economische groei: een noodzakelijk kwaad? 34 2 Van economische groei naar recessies en depressies 92 3 Inflatie: extremen zijn nooit goed 118 4 Geld: meer dan munten en biljetten 142 5 Rente: de prijs van geld 168 6 Arbeidsmarkt: grote uitdagingen 182 7 OverheidsfinanciĂŤn: het eeuwige zorgenkind 194 8 Betalingsbalans en internationale handel: hoog op de agenda 214
Nawoord 242
Verklarende woordenlijst 246
Eindnoten 266
Index 282
INHOUD
LC - Economie - Achtste proef.indd 5
5
18/12/19 16:45
Voorwoord
LC - Economie - Achtste proef.indd 6
18/12/19 16:45
Anno 2020 zijn economische en financiĂŤle basiskennis, maar ook veelzijdige competenties essentieel om volwaardig deel te kunnen nemen aan onze maatschappij. Toch is dit in internationaal onderzoek steevast een thema waar jongeren (en veel volwassenen) mee worstelen. Daarom hebben we deze competenties een belangrijke plaats gegeven in de nieuwe eindtermen die sinds 1Â september 2019 van kracht zijn in het secundair onderwijs. Het gaat dan niet alleen over budgetbeheer, koopgedrag of ondernemen, maar evenzeer over grotere vraagstukken, bijvoorbeeld de rol en de plaats van de overheid in een vrijemarkteconomie. Politiek en economie zijn twee omvattende domeinen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en waar burgers op elk moment van hun leven of loopbaan mee te maken krijgen. Toch blijft de afstand tot de burger vaak groot. In tijden waarin populisme en ideologische verharding hoogtij vieren, zijn het nochtans vaak politieke en economische antwoorden die voor duurzame oplossingen kunnen zorgen. Om kritisch mee te kunnen denken en praten over de grote politieke en economische keuzes waar we vandaag voor staan, is een degelijke kennis van onze economische geschiedenis en van het politiek-economisch jargon noodzakelijk.
VOORWOORD
LC - Economie - Achtste proef.indd 7
7
18/12/19 16:45
Dat is precies wat professor Johan Lambrecht in dit boek met veel overgave en toewijding doet. Met zijn ruime expertise als hoogleraar en tal van publicaties op zijn naam is hij zonder meer de geknipte man om deze interessante materie uit de doeken te doen. In een toegankelijke en heldere stijl die ook zijn studenten aan de KU Leuven Campus Brussel appreciëren, gidst hij de lezer in acht ‘bedrijven’ door de boeiende wereld van de politieke economie. Economie. De essentie zonder formules is een bijzonder lezenswaardig boek dat voor elke nieuwkomer of geïnteresseerde een grondige introductie en handig naslagwerk vormt en voor elke homo economicus een nuttige spiegel en een leerzame herinnering aan de vele economen die hem voorgingen. – Hilde Crevits , Viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw
8
LC - Economie - Achtste proef.indd 8
ECONOMIE
18/12/19 16:45
LC - Economie - Achtste proef.indd 9
18/12/19 16:45
Over Economie
LC - Economie - Achtste proef.indd 10
18/12/19 16:45
‘In dit boek rafelt de gewaardeerde professor Johan Lambrecht de huidige economische problematieken uiteen en bespreekt hij met open vizier de verschillende standpunten en visies. Al in de inleiding maakt hij keuzes en opteert hij duidelijk voor een kritische blik, in klare taal gericht op de realiteit, op de praktijk en op het heden, het verleden en de toekomst. Een boek schrijven van zo’n driehonderd pagina’s waarin diverse items zeer grondig worden weergegeven, is op zijn minst een zeer puike prestatie. Het boek is een absolute aanrader voor iedereen die zich meer bewust wil worden van de beperkingen van een economisch bestel, van de genomen maatregelen en de praktische gevolgen ervan.’ – Annick Haerens, Directeur CBP Quilvest Belgium
‘Precies zoals we professor Johan Lambrecht kennen, verduidelijkt hij in dit boek zeer helder en kritisch acht economische concepten. Een must-read voor al wie de politiek-economische berichtgeving (nog) beter wil begrijpen.’ – Peter Moyaert, CFO Laroy Group
OVER ECONOMIE
LC - Economie - Achtste proef.indd 11
11
18/12/19 16:45
‘Dit boek gaat over gevoelige materie, want het heeft betrekking op de welvaart van iedereen. Maar hoe leg je dat uit? Vaak verstoppen ook zogenaamde experts zich achter een mistgordijn van onbegrijpelijk jargon. Johan Lambrecht bewijst dat het ook anders kan. Dankzij zijn jarenlange ervaring in universitair onderwijs en onderzoek beheerst hij de kunst om de thematieken helder en verstaanbaar uiteen te zetten. En zoals wij van hem gewoon zijn, is elke zin inhoudelijk correct. Zelfs bij “essentie zonder formules” is factchecken voor hem gewoon routine.’ – Jan Degadt, Prof. dr. em.
‘Net zoals zijn studenten aan de KU Leuven van hem gewend zijn, geeft professor Lambrecht ook in dit boek een klare en duidelijke kijk op de economische wereld in al zijn facetten. Professor Lambrecht heeft de kracht om je te boeien van begin tot eind zonder zich te verliezen in eindeloze formules. Dit boek is daar opnieuw een uitstekend voorbeeld van.’ – Anne-Katrien Van Hoeymissen, Oud-studente
12
LC - Economie - Achtste proef.indd 12
ECONOMIE
18/12/19 16:45
‘In mijn meer dan vijfentwintigjarige ervaring als vertegenwoordiger van economische actoren heb ik mij vaak geërgerd aan het gebrek aan economische en financiële basiskennis bij een deel van de beleidsmakers en een groot deel van de burgers. Gebrek aan kennis is vaak een voedingsbodem voor populisme en kortetermijnoplossingen die de oorzaak van een probleem niet aanpakken. Er is dus behoefte aan economen en economische geschriften die op een eenvoudige manier en dicht bij de realiteit van elke dag economische basiskennis aan de burgers bijbrengen. Johan is, zoals altijd al, een toonbeeld van verstaanbare economische communicatie. Met dit boek levert hij een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de economische en financiële geletterdheid van onze medeburgers. Ik hoop dat het ruim gelezen wordt. Het zal ons allen helpen om op een meer doordachte manier duurzame oplossingen voor de uitdagingen van vandaag en morgen te zoeken.’ – Karel Van Eetvelt, CEO Febelfin
OVER ECONOMIE
LC - Economie - Achtste proef.indd 13
13
18/12/19 16:45
Inleiding
LC - Economie - Achtste proef.indd 14
18/12/19 16:45
BLINDE EN SCHULDIGE ECONOMEN ‘Waarom heeft niemand het zien aankomen?’, vroeg koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk toen ze in november 2008 een nieuw gebouw van de vermaarde London School of Economics inhuldigde. Ze had het over de financieel-economische crisis die toen in alle hevigheid woedde. Haar netelige vraag bracht de aanwezige economen in verlegenheid. Later wees een groepje economen in een brief aan haar op een totale mislukking van collectieve verbeelding van veel bollebozen en op een psychologie van ontkenning.1
Die ontkenning bleek uit het feit dat vooraanstaande instellingen en economen blind waren gebleven voor het naderend economisch onheil. Volgens hen was er geen vuiltje aan de lucht. Zo schreef het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in 2007 dat de economische vooruitzichten in de eurozone de beste in jaren waren. Een welwillende omgeving, voordelige financieringsvoorwaarden en een algemeen gezond beleid hadden het pad geëffend voor een aanhoudende economische expansie.2 Ook
de Europese Centrale Bank (ECB) zag in 2007 alleen maar gunstige tekenen voor de economische activiteit op middellange termijn. De voorwaarden waren zogezegd aanwezig voor een duurzame economische groei in de eurozone. In de Verenigde
INLEIDING
LC - Economie - Achtste proef.indd 15
15
18/12/19 16:45
Staten klonken dezelfde optimistische geluiden. De toenmalige Amerikaanse minister van Financiën, Henry Paulson, liet zich bijvoorbeeld in 2007 ontvallen: ‘Ik denk niet dat het geknoei met de rommelhypotheken enige bedreiging vormt voor de economie.’3 Ben Bernanke, voorzitter van de Amerikaanse Centrale
Bank (Federal Reserve, afgekort Fed) van 2006 tot 2014, was het volmondig met hem eens: ‘De problemen in de markt van de rommelhypotheken zijn zo beperkt dat er geen besmettingsgevaar is.’4
Er heerste groepsdenken en wat de Indiase econoom Ashoka Mody een ‘mentale luchtbel’ (cognitive bubble) noemt. Ook André Bergen, ex-CEO van KBC Groep, zinspeelde daarop in een interview naar aanleiding van de tiende verjaardag van de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers: ‘Een van de lessen die ik heb geleerd is dat je snel wordt meegezogen in de conventionele wijsheid die heerst in een omgeving. Nu weet ik dat je meer afstand moet houden, dat je meer je eigen ding moet doen.’5 Volgens de Franse econoom Jacques Généreux werden
we vóór de crisis bestuurd door blinden: zij hadden de crisis niet zien aankomen, terwijl die onvermijdelijk was. Généreux oordeelt dat de blinden ook tijdens en na de crisis regeerden: ‘In plaats van de crisis te bestrijden, hebben ze die verergerd. Na de crisis hebben de blinden de kiemen voor een volgende financiële catastrofe gelegd, die ongetwijfeld dramatischer zal zijn dan de vorige.’6 De ontkenning en het groepsdenken gingen onder
economen bovendien gepaard met hoogmoed. De Amerikaanse econoom Robert Lucas (Nobelprijswinnaar Economie in 1995) had namelijk verklaard dat het verhinderen van economische
16
LC - Economie - Achtste proef.indd 16
ECONOMIE
18/12/19 16:45
depressies, een belangrijk macro-economisch vraagstuk, voorgoed was opgelost.7
Het groepje economen dat wel tijdig aan de alarmbel trok, kreeg de wind van voren. Een veelzeggend voorval vond plaats
in augustus 2005 in het Amerikaanse Jackson Hole, Wyoming.8 Daar vindt de jaarlijkse hoogmis van de centraal bankiers plaats, waar papers worden gepresenteerd. De editie van 2005 stond in het teken van het vertrek van Alan Greenspan als voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank (van 1987 tot 2006). De presentatie van de Indiase econoom Raghuram G. Rajan, gouverneur van de Indiase Centrale Bank van 2013 tot 2016, sprong in het oog. Zijn paper Heeft de financiële ontwikkeling de wereld risicovoller gemaakt? (Has financial development made the world riskier?) waarschuwde immers voor een gevaarlijke toename van de risico’s en voor economische rampspoed. Cassandra Rajan sloeg de spijker op de kop, maar kreeg onmiddellijk de banbliksems over zich heen van Lawrence Summers, minister van Financiën onder de Amerikaanse president Bill Clinton. Summers was een van de architecten van de grootscheepse financiële deregulering in de Verenigde Staten in de jaren 1990, die leidde tot een casino-kapitalisme. Hij hekelde Rajan als een onheilsprofeet, die zich kantte tegen financiële innovatie en een zeer misleidende boodschap bracht. Het was dan ook merkwaardig dat president Barack Obama tijdens zijn eerste ambtstermijn Summers aanstelde als directeur van zijn Nationale Economische Raad. Summers had beter lering getrokken uit het werk van de Amerikaanse econoom Hyman Minsky. In de twintigste eeuw had Minsky
haarfijn uitgelegd hoe crises ontstaan.9 Volgens Minsky wordt
INLEIDING
LC - Economie - Achtste proef.indd 17
17
18/12/19 16:45
het kapitalisme onstabiel naarmate het zich ontwikkelt. Eerst zijn banken heel voorzichtig aan wie ze lenen. Vervolgens maakt dat voorzichtige kapitalisme plaats voor een gedurfd kapitalisme: meer mensen vragen leningen aan en meer banken verstrekken ze omdat het winstgevend is. Er groeit speculatieve kredietverlening: hypothecaire leningen worden bijvoorbeeld aangegaan in de hoop dat de woningprijzen niet zullen dalen en de rente niet zal stijgen. Ten slotte ontaardt het gedurfde kapitalisme in roekeloos kapitalisme. De economie zit in een rotvaart en nog meer mensen willen geld lenen. Banken geven kredieten aan mensen die weinig mogelijkheden tot terugbetaling hebben. Uitleners en leners creëren een luchtbel, zeepbel of bubbel (bubble). Er is sprake van een bubble wanneer de prijzen van activa, zoals aandelen en vastgoed, naar een onhoudbaar niveau stijgen. Op een bepaald moment barst de zeepbel natuurlijk en dan komen leners in financiële nood. Volgens Minsky dragen innovaties in financiële markten bij tot speculatieve en Ponzi-financieringen. Ponzi verwijst naar de Italiaanse oplichter Charles Ponzi, die investeerders bedroog door bubbles te blazen. Summers is een ‘mooi’ voorbeeld van een econoom die de naderende crisis niet alleen genadeloos ontkende, maar er medeverantwoordelijk voor was. Voor veel economen blijft het een ongemakkelijke waarheid dat hun discipline mede aan de basis lag van de zwaarste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Ik was daar onlangs getuige van als jurylid van de verdediging van een eindwerk over de rol van de economische wetenschap bij de crisis. In dat eindwerk had een studente aangetoond hoe de economische discipline mede de crisis had veroorzaakt. Mijn
18
LC - Economie - Achtste proef.indd 18
ECONOMIE
18/12/19 16:45
collega-verslaggever kon weliswaar aanvaarden dat economen de crisis niet hadden voorspeld, maar trok fel van leer tegen de thesis dat zij er medeschuldig aan zijn. Voor hem staan de economische theorieën van de voorbije decennia nog steeds als een huis en hebben zij hun nut ruimschoots bewezen.
L’HISTOIRE SE RÉPÈTE Economen en beleidsmakers hadden beter moeten en kunnen weten. De vader van de economie, de Schot Adam Smith, had reeds in 1776 de oorzaken van een financieel-economische crisis blootgelegd en de te nemen preventieve acties aangeduid. In dat jaar verscheen zijn bekende boek An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations. Daarin analyseerde Smith de teloorgang van de Ayr Bank in 1772. Hij vermeldde onder meer: de behoefte aan reserves die voorzichtigheidshalve worden aangelegd ten opzichte van risicoleningen, het belang van degelijke klantenkennis voor de beoordeling van hun kredietwaardigheid, de gevolgen van marktoverdrijving op het sentiment, de onthechting van een boomende markt aan werkelijke en productieve investeringen, het lobbyen tegen beperkende maatregelen, het effect van het hoogtepunt op het vergroten van de latere instorting enzovoort.10 Smith onderstreepte het nut van politieke economie: een combinatie van filosofie, geschiedenis, economische theorie en praktisch economisch beleidsadvies.11 Ook de Brit John Maynard Keynes, die als de grootste econoom van de twintigste eeuw wordt beschouwd, wees op het belang van historische kennis. In 1924 gaf hij de volgende omschrijving
INLEIDING
LC - Economie - Achtste proef.indd 19
19
18/12/19 16:45
van economie en van een econoom: ‘Goede, of zelfs bekwame, economen zijn evenwel de zeldzaamste vogels. Een gemakkelijk onderwerp, waarin zeer weinigen uitblinken! De paradox vindt misschien zijn verklaring in het feit dat de meester-econoom een zeldzame combinatie van talenten moet bezitten (…). Hij moet in zekere mate wiskundige, historicus, staatsman, filosoof zijn (…). Hij moet het heden bestuderen in het licht van het verle-
den met het oog op de toekomst.’12 Volgens Andrew Haldane, hoofdeconoom bij de Bank of England, is het begrijpen van het verleden nodig om de beleidsvragen van de toekomst doeltreffend te kunnen beantwoorden.13
Hadden economen en beleidsmakers Smith, Minsky, Keynes … in gedachten gehouden, dan was de financieel-economische crisis van 2007-2009 er nooit geweest. In 2009 raadde de Amerikaanse econoom Paul Samuelson, Nobelprijswinnaar Economie in 1970, economiestudenten dan ook aan om een zeer gezond respect
te hebben voor de studie van economische geschiedenis.14 Te veel economen slaan evenwel de geschiedenis van het economisch denken en het gedachtegoed van vroegere economen in de wind. Ze denken ten onrechte dat het nu anders is, waardoor ze de geschiedenis herhalen. ‘Crisissen gebeuren evenwel keer op keer. We kunnen de mechaniek begrijpen als we willen. Maar
kunnen we leren?’15 Zo waren er van 1819 tot 1893 niet minder
dan tien financieel-economische crises.16 Het IMF berekende
dat de wereld 147 bankcrises heeft gekend tussen 1970 en 2011.17
Journalist Rik Van Cauwelaert stelt dan ook onomwonden dat de ezel zich wel degelijk tweemaal aan dezelfde steen kan stoten in financiële kwesties.18 Généreux vraagt zich zelfs af of we
20
LC - Economie - Achtste proef.indd 20
ECONOMIE
18/12/19 16:45
worden bestuurd door dwazen die alle geschiedenislessen onder
het tapijt vegen.19 De Amerikaanse econoom Thomas Schelling, Nobelprijswinnaar Economie in 2005, schreef dat het in de aard van de mens ligt om te vergeten dat we blijven vergeten.20
Doordat kennis van de economische geschiedenis zo waardevol is, voer ik in dit boek geregeld economische denkers ten tonele.
GEBREKKIGE REALITEITSZIN EN BEPERKTE PRAKTIJKGERICHTHEID Een andere tekortkoming in het economisch vakgebied is de gebrekkige realiteitszin en beperkte praktijkgerichtheid bij economen. Zo beweerde de Amerikaan George Stigler, Nobelprijswinnaar Economie in 1982, zonder een spier te vertrekken dat niet de economische wetenschap, maar de realiteit fout zit als economische modellen door de feiten worden
weersproken.21 De bewering van Stigler doet denken aan het ideologisch motto van de meeste vroegere Sovjetleiders: ‘Als de
feiten de theorie tegenspreken, dan is dat spijtig voor de feiten.’22 Ook de Fransman Gérard Debreu, Nobelprijswinnaar Economie in 1983, liet zich niet onbetuigd. Hij gaf volgend ontluisterend antwoord op een vraag van journalisten over het toen prangende inflatieprobleem: ‘Het soort economie dat ik bedrijf, laat niet toe om me over zo’n praktische kwesties uit te spreken.’23 Debreu was een wiskundige die economie was gaan bedrijven. Ook bij voorname beleidsinstellingen is de realiteit soms zoek. De centrale banken van de eurozone, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten gebruikten vóór de financieel-economische
INLEIDING
LC - Economie - Achtste proef.indd 21
21
18/12/19 16:45
crisis economische modellen waarin de commerciële banken geen enkele rol speelden. Dat verzuim was een fatale vergissing. ‘Kapitalisme proberen te analyseren zonder de betrokkenheid van banken, schuld en geld is zoals het analyseren van vogels en ontkennen dat ze vleugels hebben.’24
IRREALISTISCHE VERONDERSTELLINGEN De wereldvreemde uitspraken van Nobelprijswinnaars Economie vloeien voort uit enkele centrale veronderstellingen binnen de dominante economische stroming. Er wordt verondersteld dat een individu zich gedraagt als de rationele economische man, ook bekend als de homo economicus. Uit puur eigenbelang wil hij zijn nut maximaliseren. Bedrijven zijn dan weer uit op winstmaximalisatie. Individuen en bedrijven optimaliseren die doelstellingen. Zij maken op de beste of meest efficiënte manier gebruik van een situatie of middel. Door die veronderstelde perfecte beslissingen van individuen en bedrijven brengen economieën een situatie voort die stabiel of in evenwicht is. Debreu en zijn Amerikaanse collega Kenneth Arrow (Nobelprijswinnaar Economie in 1972) bewezen dat alle markten in een economie in rust kunnen zijn als de voorkeuren van de mensen rationeel zijn.25 Economen maken dan gewag van een situatie van algemeen evenwicht. De drie veronderstellingen – rationeel individualisme, optimalisering en evenwicht – maken het dominante neoklassieke model uit. Economen hebben uit dat neoklassieke model geput
22
LC - Economie - Achtste proef.indd 22
ECONOMIE
18/12/19 16:45