Het geheim van Gargantis
Thomas Taylor Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 ISBN 978 94 014 6657 8 D/2021/45/114 NUR 282/283 Oorspronkelijke titel: Gargantis Oorspronkelijke gepubliceerd door Walker Books Limited, London SE11 5HJ www.walker.co.uk © Tekst en illustraties: Thomas Taylor, 2020 © Omslagillustratie: George Ermos, 2020 © Nederlandse editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2021 Vertaling: Aleid van Eekelen-Benders Vormgeving binnenwerk: Mieke Smalle Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor Max – T.T.
s
De
ru
&
ijn Do
n
Ca
ei
fé
De
Wu
lk
e
ba
a
Bo
Bal
sti
ls
tb
ocht
tje ge
la van
a
un
ik r o n d e
Ca
bl e
Ze
f
es
ch
g ijtingwe
BO
UL
m
st
ee
gje
RD
lw
er
k
n
m eu us ee M Ow
t
A
Bo
N
D
Ka
st
e
VA
el
Viss
e
hu rssc
K
ur
z ie
tje
s
st
r
el
d an
je
S
er
N O WEE
He
i’s va ass hal T ter tijk Dok prak
EV
ui
m
T
al
GR A NA HOTEND UT L IL US
rr
y
d
pg ee an
ba
Aa
Se
w F oss iels oeldewa renhuis
rou Mev
Ve
Aangesp
rk
telooske os
dree
n
ein
ge
tj
o
W
je
G
Dobber
al
pl ni
an
n
in
a nl
aa
V
Tr
rm s t e e g
W
lf
en nn
Bi
Sint
to
eese Leesapotheek
-
lan
d
S
Ow
R
A
Kr
ak
en
r uu
m n
AAN
E
E
M
I
é
T
S r
Pie
s
de
ng
er a an Ein het d va n
wi
eat
M
u ee
PI
MUILR O
Het W r
DE
ak
va
ER
TS
E
LE
AT
n
de
HAN
Th
Z
OWEE ZEE af
VAN
PLATTEGROND
tc
ve
Ee
Ha
V
I
N
Diepe Kap Als er iets is wat hotels in overvloed hebben, dan is het wel vreemdelingen. Daar draait het tenslotte om in de hotel wereld, om vreemdelingen. Maar nergens komt het vreemde in vreemdeling zo duidelijk tot uiting als in het Grand Hotel Nautilus. Neem deze figuur bijvoorbeeld. Die net binnenkomt uit de regen. Die over de lege marmeren vloer van de lobby loopt. Zie je hem? Die man van wie het gezicht schuilgaat in de reusachtige capuchon van een lange oliejas die druipt van het regenwater? Hij trekt die capuchon niet eens naar achteren als hij met de receptioniste praat, en laat zijn bagage – een houten kistje met metaalbeslag, dat hij in zijn ene hand houdt – geen moment los. Wie is hij? Wat is zijn verhaal? Wat zit er in dat kistje?
9
Oké, daar zullen we wel nooit achter komen. En dat geeft niet. Mensen hebben recht op hun privacy. Privacy is ook iets wat hotels in overvloed hebben. Bovendien heeft deze man iets onheilspellends, iets dreigends, waardoor ik het eerlijk gezegd ook liever niet wil weten. Van mij mag hij zo gauw mogelijk boven in zijn kamer zitten, en daar de duistere en geheime dingen doen waarvoor hij is gekomen, ver bij mij vandaan. Hij pakt zijn sleutel, loopt bij de receptie weg... ... en komt mijn kant op! Ik veer overeind en zet mijn pet recht. ‘Kan ik u helpen, meneer?’ vraag ik als de man in de superlange jas voor mijn loket blijft staan. Ik kijk op, maar zie alleen maar duisternis in die druipende capuchon. Mijn pet glijdt langs mijn achterhoofd omlaag, en ik zet hem weer goed. ‘Herbert Citroen.’ Er komt een stem uit de capuchon, en ik krimp in elkaar. Er zit een onnatuurlijk kantje aan die stem waarvan ik kippenvel krijg. ‘D-dat klopt, meneer’, antwoord ik. ‘Ik ben Herbie C itroen, gevonden-voorwerper van het Grand Hotel N autilus, tot uw dienst. Heeft u iets verloren?’ Opeens een krak-krak-boem buiten als er een donder slag door het stadje dendert. De bliksemflits die ermee samengaat, zorgt er alleen maar voor dat het donker in de capuchon van de man nog dieper lijkt. De wind smijt regen tegen de ruiten en de hotellampen knipperen.
10
De man blijft roerloos regenwater op mijn balie staan druppen. ‘Pa-paraplu misschien?’ vraag ik. Ik kijk even naar het kistje met metaalbeslag in zijn hand. In zo’n ding past maar net een schone onderbroek. ‘Of een koffer soms?’ Nog even en ik kan alleen nog maar piepen. De man leunt over de balie, zijn capuchon zakt zowat om mijn hoofd. De stank van natte jas en vissige adem vult mijn neusgaten. ‘Vraag niet wat ik heb verloren, Herbert Citroen.’ Zijn stem klinkt alsof elk woord met enorme inspanning wordt gevormd. ‘Vraag wat ik heb gevonden.’ En dan klinkt er weer een donderslag en gaan de lampen in het hotel uit. En ik weet best wat jij nu denkt. Ja, jij, die daar veilig thuis zit en met grote ogen in je boek tuurt, je zit te wachten tot mij iets gruwelijks overkomt. Je denkt dat ik nu elk moment kan flippen. En ik geef toe: dat komt wel in me op. Maar je wordt geen gevonden-voorwerper in het Grand Hotel Nautilus zonder te leren hoe je je professioneel moet gedragen. Dus ja, oké, ik ben dan wel niet de dapperste muis in het holletje, maar ik zit wel op mijn plaats, achter mijn glanzend gepoetste balie, heer en meester in mijn eigen wereldje van gevonden voorwerpen en glimmende knopen. En zo komt het dat ik, als de lampen weer aangaan, nog steeds op precies
11
dezelfde plek zit, mijn gevonden-voorwerperspet met twee handen vastklem en knipperend naar de lege ruimte kijk. Want de man met de diepe capuchon is natuurlijk verdwenen.
12