Skip to main content

9789401466134

Page 1

Het grote

Els Hoebrechts & Inge Voets

Ketnet moppenboek


TOCHT DOOR HET OERWOUD Een muis en een olifant joggen door het oerwoud. De muis is niet gewend om zo snel te rennen en is al vlug buiten adem. ‘Als je wilt,’ zegt de olifant, ‘mag je op mijn rug zitten om uit te rusten.’ ‘Goed,’ zegt de muis, ‘maar daarna wisselen we.’

2


NAAR HET STRAND Twee huisjesslakken gaan naar het strand. Plots zien ze een naaktslak in de zon liggen. Zegt de ene huisjesslak tegen de andere:

Wegwezen hier! Dit is een naaktstrand!

3


DE TAPIJTENLEGGER Na een dag zweten is de tapijtenlegger eindelijk klaar in het huis van mevrouw Versluis. Hongerig besluit hij een koekje te eten. Dan bemerkt hij dat hij zijn pakje koekjes niet kan vinden. Na wat zoeken ziet hij plots een bobbel onder het nieuw gelegde tapijt. Omdat hij niet veel zin heeft om het tapijt terug los te maken en opnieuw te leggen, besluit hij om het pakje met de grond gelijk te maken. Met de grootste hamer die hij bij zich heeft, slaat hij de bobbel plat. Terwijl hij zijn spullen inpakt, komt mevrouw Versluis binnen en zegt: ‘Ik heb uw pakje koekjes gevonden in de keuken, maar hebt u misschien mijn cavia gezien?’ 4


5


SLANGENBEET Baby slang vraagt aan haar mama: ‘Mama, mama, is onze beet giftig?’ ‘Maar nee, meisje, helemaal niet. Waarom?’ ‘Omdat ik net in mijn eigen tong heb gebeten…’

6


COMPUTERPROBLEMEN Een klant kan maar geen verbinding maken met het internet. Helpdesk: ‘Weet u zeker dat u het juiste wachtwoord gebruikt?’ Klant: ‘Ja, dat weet ik zeker. Ik heb het een collega zien doen.’ Helpdesk: ‘Kunt u mij zeggen welk wachtwoord dat was?’ Klant: ‘Acht sterretjes.’

7


MOEILIJKE VRAAG De meester stelt een moeilijke vraag in de klas: ‘Hoeveel kanten heeft een cirkel?’ Het blijft even stil, maar dan zegt Arno: ‘Ik weet het, ik weet het! Twee: een binnen- en een buitenkant.’

8


PONY GEWENST Saar is dol op pony’s. Ze vraagt aan haar moeder of ze een pony krijgt, maar haar moeder zegt nee. ‘Alsjeblieft, alsjeblieft’, zeurt Saar. Uiteindelijk geeft moeder toe: ‘Oké goed, dan gaan we morgen naar de kapper.’

9


ONDERBROEKEN Wim en Willem gaan samen winkelen. Wim koopt zeven onderbroeken, Willem twaalf. ‘Waarom koop jij zeven onderbroeken?’ vraagt Willem. ‘Ah, eentje voor elke dag van de week…’ antwoordt Wim. ‘Maar waarom heb jij er twaalf gekocht?’ vraagt Willem. ‘Ah, eentje voor elke maand…’ zegt Wim.

10


RAADSEL Hoe noem je een worm met pootjes? Een duizendpoot.

Hoe noem je een schaap zonder pootjes? Een wolkje.

Wat is wit, vierkant en heeft geen pootjes? Een pingpongblokje.

11


BUS Twee tandenstokers wandelen samen naar het station. Plots komt er een egel voorbij. ‘Kijk,’ zegt de ene tandenstoker, ‘die bus zit overvol.’

12


EIFFELTOREN Kan een kangoeroe volgens jou hoger springen dan de Eiffeltoren in Parijs?’ vraagt Ali. Waarop Lilou antwoordt: ‘Tuurlijk niet!’ ‘Tuurlijk wel’, zegt Ali. ‘De Eiffeltoren kan helemaal niet springen.’

13


RAADSEL Je gooit het op je brood en het giechelt. Hahahagelslag.

Het is groen en komt van de berg. Een skiwi.

Het is rood en het lacht. Een aardblij.

14


APOTHEEK Noor moet voor haar moeder naar de apotheek een zalfje halen tegen de jeuk. ‘Waarmee kan ik je helpen?’ vraagt de apothekeres. ‘Ik moet een zalfje hebben tegen de jeuk, maar ik ben de naam vergeten’, zegt Noor. ‘Maar er zit vaselinecetomacrogol in.’

15


GAME De moeder van Mats komt de keuken binnen met tranen in haar ogen. ‘Jongen, ik moet je iets droevigs vertellen. Tante Lieve is overleden.’ ‘O, nee…’ roept Mats met een zucht. ‘In welk level?’

16


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook