Skip to main content

9789401465816

Page 1

Docentenfiche

Waarom leer jij Nederlands? Stappen: -

Stap 1:

Waarom leer ik Nederlands? De studenten kunnen zelf nog hun tabel aanvullen indien nodig.

-

Stap 2:

Waarom leren zij Nederlands? Fragment 1:

Situering:

-

Context:

-

Starttaak 4 Persoonlijk domein Student

Waarom leer jij Nederlands? Waar en met wie wil jij Nederlands spreken?

Hallo, ik ben Jérôme. Ik heb twee kleine kinderen. Mijn zoontje is 2 jaar en hij gaat naar de crèche. Ik wil Nederlands spreken met het personeel van de crèche. Mijn dochter is 4 jaar en zij gaat al naar school. Ik breng haar elke dag naar school. Ik spreek een beetje met de papa’s en mama’s van de kinderen van de school. Ik wil ook spreken met de lerares van mijn dochter. Ik wil ook brieven van de crèche en van de school begrijpen. En ik wil natuurlijk ook Nederlands spreken met mijn kinderen.

Fragment 2: Woordenboekje:

-

Activiteiten

Bijlagen:

-

/

Materiaal:

A1 – Docent

-

Luisterfragmenten online

Hallo, ik ben Zofia. Ik ben getrouwd met Johan. Mijn man Johan spreekt Nederlands. Nederlands is zijn moedertaal. Soms spreek ik Nederlands met mijn man. De familie van Johan spreekt ook Nederlands. Ik wil graag beter communiceren met de mama en papa van Johan.

Fragment 3:

Hallo, ik ben Dushik. Ik zoek werk. Ik leer Nederlands om een goede job te vinden. Ik spreek Nederlands in het interimkantoor. Ik wil ook een cursus volgen voor een nieuw beroep. Ik zoek werk in een boetiek. Ik wil Nederlands spreken met de klanten van de boetiek.

61


Fragment 4:

Hallo, ik ben Moussa. Thuis doe ik de administratie. Ik moet de facturen van gas, elektriciteit en water goed begrijpen. Ik ga ook naar het gemeentehuis voor officiële documenten en voor mijn identiteitskaart. Dat is niet gemakkelijk. Gelukkig heb ik een sociaal assistent. Mijn sociaal assistent helpt mij als ik een probleem heb. Zij spreekt Nederlands.

Fragment 5:

Dag, ik ben Fabio. Ik woon nog maar drie maanden in België. Ik woon in een klein appartement. Ik woon alleen, maar ik heb veel buren. Mijn buren zijn heel sympathiek. Zij spreken Nederlands. Ik wil graag beter spreken met mijn buren. Zij helpen mij als ik een praktisch probleem heb. -

Stap 3:

Mijn motivatie: een top 3 /

-

Stap 4:

Daarom leren wij Nederlands! Op het einde van de stap kan er nog klassikaal een top 3 van de klas gemaakt worden. De studenten kunnen ook een kleine voorstelling doen van een andere student. De rest van de klas moet dan raden over wie het gaat.

-

Stap 5:

Portfolio invullen De studenten nemen de informatie over in hun portfolio op p. 3.

A1 – Docent

62


Observatie

Waarom leer jij Nederlands? (Starttaak 4) Persoonlijk domein - Student

Vaardigheden Stap 1:

Observaties Waarom leer ik Nederlands? /

Stap 2:

Kan informatie in formulieren en documenten begrijpen.

Daarom leren wij Nederlands! PF 4

Stap 5:

Kan het onderwerp begrijpen als anderen spreken over wat ze willen, denken of voelen.

Mijn motivatie: een top 3 PF 31

Stap 4:

Noteer hier de namen van de studenten die redelijk tot veel ondersteuning nodig hebben. Noteer ook kort waarmee de student problemen heeft (vaardigheden, kennis, leerstrategieën, communicatiestrategieën, attitudes).

Waarom leren zij Nederlands? PF 13

Stap 3:

Datum:

Kan zeggen wat hij wil, denkt of voelt. Kan vragen wat anderen willen, denken of voelen.

Portfolio invullen /

Kennis Leerstrategieën Communicatiestrategieën Attitudes

Vul nu de evaluatiefiche van de studenten in.

A1 – Docent

63


Docentenfiche

Wat doe jij graag? Stappen:

-

Situering:

-

Woordenboekje:

-

Starttaak 5 Persoonlijk domein Vrijetijdsbesteder

-

Bijlagen:

-

/

Materiaal:

-

/

-

A1 – Docent

Stap 2:

Ken je patati patata? Dat is een initiatief van het Huis van het Nederlands. Op de website www.patati.be kan je studenten Nederlands contacteren om samen een hobby te doen. Activiteiten E-mails Persoonlijke informatie

-

Vrije tijd De studenten spreken kort over hun vrije tijd. Moedig hen aan om de tabel aan te vullen. Ze kunnen hiervoor de pagina’s met activiteiten uit het woordenboekje gebruiken.

-

Context:

Stap 1:

Mijn profiel In werkelijkheid kan men pas vanaf instapniveau 2.2 lid worden. Leg dit uit aan jouw studenten.

-

Stap 3:

Reacties op mijn profiel /

-

Stap 4:

Een antwoord schrijven /

65


Observatie

Wat doe jij graag? (Starttaak 5)

Persoonlijk domein – Vrijetijdsbesteder

Vaardigheden Stap 1:

Observaties Vrije tijd /

Stap 2:

Kan een formulier en document invullen.

Reacties op mijn profiel PF 32

Stap 4:

Noteer hier de namen van de studenten die redelijk tot veel ondersteuning nodig hebben. Noteer ook kort waarmee de student problemen heeft (vaardigheden, kennis, leerstrategieën, communicatiestrategieën, attitudes).

Mijn profiel PF 23

Stap 3:

Datum:

Kan relevante gegevens uit informatieve teksten selecteren.

Een antwoord schrijven PF 24

Kan een korte informatieve tekst schrijven.

Kennis Leerstrategieën Communicatiestrategieën Attitudes

Vul nu de evaluatiefiche van de studenten in.

A1 – Docent

67


Docentenfiche

België en mijn geboorteland Stappen: -

Stap 1:

Wat weten wij over België? /

-

Situering:

-

Context:

-

Vrij te kiezen taak Persoonlijk domein Vrijetijdsbesteder Je woont in België. Wat weet je van dit land? We brengen alle informatie samen. Daarna stel je jouw geboorteland voor.

Woordenboekje:

-

Land

Bijlagen:

-

/

Materiaal:

-

/

A1 – Docent

Stap 2:

Dit is België Met de info die de studenten verzamelden in stap 1, kunnen ze nu een gatentekst aanvullen over België. Dit is de tekst vóór de gaten: Politiek • Dit is België. De hoofdstad is Brussel. • België heeft een koning, maar ook veel ministers en parlementen. • De Belgische vlag heeft drie kleuren: zwart, rood en geel. Inwoners • In België wonen bijna 11 miljoen mensen. • Ze spreken officieel drie talen: Nederlands, Frans en Duits. • De meeste Belgen zijn katholiek, maar er zijn ook protestanten en moslims. Geografie • België heeft vier buurlanden: Nederland, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. • België heeft ook drie regio’s: Vlaanderen, Wallonië en Brussel. • In het noorden ligt de (Noord)zee, in het zuiden liggen de Ardennen. • Toeristen bezoeken Brussel, Brugge, Gent, Antwerpen, Namen en Luik. En ze proeven de lekkere chocolade (wafels, …) natuurlijk.

69


Economie • Veel Belgen werken in de administratieve sector. De meeste kantoren zijn in Brussel. Onderwijs • De Belgen moeten naar school gaan van 6 tot 18 jaar. Vrije tijd • In hun vrije tijd kijken de Belgen graag naar de televisie. De Vlamingen kijken naar programma’s op tv “Eén”, VTM of Canvas. • Ze lezen ook graag een krant. In Vlaanderen lezen ze De Standaard, De Morgen of Het Laatste Nieuws. • Veel Belgen houden ook van sport. Voetbal en fietsen (wielrennen) zijn populaire sporten in België. • Op zondag slapen en ontbijten Belgen lang. Daarna bezoeken ze hun familie. Eten en drinken • De Belgen eten graag mosselen, frieten en brood. Ze drinken graag koffie en bier. -

Stap 3:

Wat wil ik vertellen over mijn land? Maak de studenten duidelijk dat het niet de bedoeling is om informatie op internet te zoeken. De andere studenten moeten immers de inhoud kunnen begrijpen. De woordenschat van het voorbeeld uit stap 2 is voldoende. De studenten kunnen die wel aanvullen met specifieke woordenschat voor bepaalde thema’s van hun land (vb. de woestijn, de republiek, …).

-

Stap 4:

Dit is mijn land De presentaties kunnen voor de hele klas gegeven worden of voor een kleiner groepje.

-

Stap 5:

Dat is jouw land /

A1 – Docent

70


Observatie

België en mijn geboorteland

Persoonlijk domein – Vrijetijdsbesteder

Vaardigheden Stap 1:

Observaties Wat weten wij over België? PF 26

Stap 2:

Kan eenvoudige notities maken bij het luisteren.

Noteer hier de namen van de studenten die redelijk tot veel ondersteuning nodig hebben. Noteer ook kort waarmee de student problemen heeft (vaardigheden, kennis, leerstrategieën, communicatiestrategieën, attitudes).

Dit is België PF 32

Stap 3:

Datum:

Kan relevante gegevens uit informatieve teksten selecteren.

Wat wil ik vertellen over mijn land? /

Stap 4:

Stap 5:

Dit is mijn land PF 1

Kan informatie vragen en geven.

PF 4

Kan zeggen wat hij wil, denkt of voelt. Kan vragen wat anderen willen, denken of voelen.

Dat is jouw land PF 12

Kan het onderwerp van informatieve teksten begrijpen.

PF 13

Kan het onderwerp begrijpen als anderen spreken over wat ze willen, denken of voelen.

Kennis Leerstrategieën Communicatiestrategieën Attitudes Vul nu de evaluatiefiche van de studenten in.

A1 – Docent

71


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401465816 by Uitgeverij Lannoo - Issuu