Skip to main content

9789401465533

Page 1

Kate DiCamillo

oNMogeliJk

blauw Vertaald door Harry Pallemans


Voor Andrea Tompa


Een

Flappy ging dood. Billie begroef hem en toen ging ze naar het Clarameer. Ze nam de weg achterom, tussen de sinaasappelbomen door. Toen ze de Palmettolaan inliep, zag ze haar neef Joe Travis Joy voor het huis van zijn moeder staan. Joe Travis was negentien. Hij had rood haar, een heel klein, rood baardje en een rode Chevrolet Camaro, en hij werkte als dakdekker in Tamaray Beach. Billie vond hem niet zo aardig. ‘Hoi’, zei Joe Travis toen hij Billie zag. ‘Ik dacht dat je naar Tamaray was verhuisd’, zei Billie. ‘Dat is ook zo. Ik ben alleen even op bezoek.’ ‘Wanneer ga je terug?’ vroeg ze.

5


‘Nu’, zei Joe Travis. Billie dacht: Flappy is dood. Mijn hond is dood. Ze kunnen me niet dwingen om te blijven. Ik blijf niet. Niemand kan me dwingen om te blijven. Dus ging ze weg. ‘Waarom ga je naar Tamaray?’ vroeg Joe Travis. ‘Heb je daar vrienden of zo?’ Ze zaten in de rode Camaro en reden op de snelweg. Billie gaf Joe Travis geen antwoord. Ze keek naar de trol met groen haar die aan de achteruitkijkspiegel hing. Ze vond dat de trol heel veel op Joe Travis leek, alleen was zijn haar de verkeerde kleur en had hij geen baard. En hij leek vriendelijker. Joe Travis vroeg: ‘Vind je ZZ Top goed?’ Billie haalde haar schouders op. ‘Wil je een sigaret?’ vroeg Joe Travis. ‘Nee’, zei Billie. ‘Dan niet.’ Joe Travis stak een sigaret op en Billie draaide het raampje omlaag. ‘Hé’, zei Joe Travis. ‘De airco staat aan.’

6


Billie hield haar gezicht in de warme lucht die door het open raampje kwam. Ze zei niets. Ze reden de hele weg naar Tamaray Beach met één raampje omlaag en de airconditioning op volle kracht. Joe Travis rookte zes sigaretten en at één bierworstje. Tussen de sigaretten en het bierworstje door trommelde hij met zijn vingers op het stuur. De kleine trol slingerde heen en weer, alle kanten op geblazen door vlagen airconditioning en wind, met een onnozele glimlach op zijn gezicht. Waarom glimlachten trollen trouwens altijd? Elke trol die Billie ooit had gezien, had een gezicht waar zonder enige reden een vette smile op geplakt zat. Toen ze bij de rand van de stad kwamen, zei Billie: ‘Zet me hier maar ergens af.’ ‘Waar ga je heen dan?’ vroeg Joe Travis. ‘Ik breng je wel even.’ ‘Ik ga nergens heen’, zei Billie. ‘Laat me er maar uit.’

7


‘Je hoeft niet zo geheimzinnig te doen. Zeg nou gewoon waar je heen gaat, dan zet ik je daar af.’ ‘Nee’, zei Billie. ‘Verdorie!’ zei Joe Travis. Hij sloeg met zijn hand op het stuur. ‘Jij vindt jezelf altijd beter dan alle andere mensen op deze planeet.’ ‘Niet waar’, zei Billie. ‘Net als je moeder’, zei Joe Travis. ‘Ha’, zei Billie. ‘Maar dat ben je niet’, zei Joe Travis. ‘Jullie zijn geen van tweeën beter. Jullie zijn helemaal niet beter, hoeveel missverkiezingen je moeder vroeger ook heeft gewonnen.’ Hij trapte hard op de rem. Hij stopte langs de kant van de weg. ‘Uitstappen’, zei Joe Travis. ‘Bedankt voor de lift’, zei Billie. ‘Hou je dank maar voor je’, zei Joe Travis. ‘Oké’, zei Billie. ‘Nou, toch bedankt.’ Ze stapte de Camaro uit en gooide het portier dicht en begon in de tegenovergestelde richting van Joe Travis Joy de A1A af te lopen. Het was warm.

8


Het was augustus. Het was 1979. Billie Tapinski was veertien jaar oud.

9


Twee

Ze was al zo vaak van huis weggelopen, maar toen was ze nog een kind. Deze keer was het niet weglopen, dacht ze. Het was vertrekken. Ze was vertrokken. Billie liep langs de kant van de A1A. Ze droeg een paar oude teenslippers en het duurde niet lang of haar voeten begonnen pijn te doen. Auto’s zoefden voorbij en veroorzaakten warme vlagen metalige lucht. Ze zag een bord waar een roze zeepaardje op geschilderd stond. Ze bleef staan. Ze keek naar het zeepaardje. Het had een glimlach op zijn gezicht en bolle wangen. Er kwamen allemaal belletjes uit

10


zijn bek en één grote bel met daarin de woorden CARAVANPARK HET ZEEPAARDJE. Voorbij het bord lag een schelpenpad dat naar een stel stacaravans leidde. Voor een roze caravan stond een vrouw met een tuinslang een treurig plukje bloemen te besproeien. De vrouw stak haar hand op en zwaaide. ‘Hoi, hoi!’ riep ze. ‘Oké’, zei Billie. ‘Hoi.’ Ze begon weer te lopen. Ze keek naar haar voeten. ‘Hoi’, zei ze tegen ze. ‘Hoi.’ Ze ging werk zoeken. Dat ging ze doen. Hoe moeilijk kon het zijn om werk te vinden? Joe Travis kon het ook. Na Caravanpark Het Zeepaardje kwam een motel dat Strandlust heette en daarna kwam restaurant Meneer C. KOM LUNCHEN BIJ MENEER C! stond er op hun uithangbord. WIJ HEBBEN ALLE VIS UIT DE C! Billie hield absoluut niet van vis.

11


Ze liep over het asfalt van het parkeerterrein. De parking was bijna helemaal leeg. Ze ging naar het restaurant en deed de deur open. Binnen was het koel en donker. Het rook er naar vet. En naar vis. ‘Tafel voor één?’ vroeg een meisje met een hoop blond haar. Ze droeg een naamkaartje met daarop: Welkom bij Meneer C! Ik ben Freddie. Ergens links uit het donker kwamen de pingpanggeluiden van een videospelletje. ‘Ik zoek werk’, zei Billie. ‘Hier?’ vroeg Freddie. ‘Is er werk hier?’ ‘Meneer Denby!’ riep Freddie. ‘Hé, er is iemand die hier wil werken. Geen idee waarom.’ Billie keek naar rechts, langs Freddie. Ze zag een eetzaal met blauwe stoelen en blauwe tafelkleden, en een groot raam met uitzicht op de oceaan. De felle kleur, de blauwheid, deed pijn aan haar ogen. Ineens herinnerde ze zich dat Flappy dood was. En toen wou ze dat ze zich dat niet had herinnerd.

12


‘Vergeet het’, zei ze hardop. ‘Vergeet wat?’ vroeg Freddie. ‘We gaan toch bijna sluiten. Dit is alleen een lunchrestaurant.’ En toen riep ze nog eens: ‘Meneer Denby! Hé, meneer Denby!’ Ze rolde met haar ogen. ‘Ik moet hier ook alles doen.’ Ze verdween de donkere gang in. Even later was ze terug. Achter haar liep een man met een snor. Hij had een rode rimpel in zijn voorhoofd en droeg een reusachtige stropdas waar gele visjes op stonden. ‘Dit is meneer Denby’, zei Freddie. ‘Hij sliep. Dat geloof je toch niet?’ Meneer Denby knipperde met zijn ogen. ‘Hij lag gewoon met zijn hoofd op zijn bureau’, zei Freddie. ‘Te snurken.’ ‘Ik snurkte niet’, zei meneer Denby. ‘Ik sliep niet. Ik gaf m’n ogen rust. Papierwerk is zwaar voor de ogen. Freddie zegt dat je werk zoekt.’ ‘Ja’, zei Billie. ‘Nou, we zoeken iemand om tafels af te ruimen. Ik zal je wel een paar vragen moeten stellen.’ ‘Hoe heet je?’ vroeg Freddie.

13


‘Billie’, zei Billie. ‘Ik regel het meteen, meneer Denby’, zei Freddie. ‘Wat regel je meteen?’ vroeg meneer Denby. Hij wreef over de rode plek op zijn voorhoofd. ‘Billie is met een B, toch?’ vroeg Freddie. ‘Klopt’, zei Billie. ‘Loop maar even mee’, zei meneer Denby. Het videospel rinkelde en ratelde. Meneer Denby liep de donkere gang in. Billie was niet zo’n meeloper. Maar Flappy was dood. Wat deed er nu nog toe? Niet veel. Niets eigenlijk. Ze liep met meneer Denby mee.

14


Drie

In het kantoortje rook het naar vis en sigarettenrook. Er was een groot bureau en er stonden drie metalen dossierkasten. Op het bureau lagen dikke stapels papieren. Op een van de stapels balanceerde een ventilator. ‘Er is hier een hoop werk te doen’, zei meneer Denby. Hij wuifde in de richting van het bureau. ‘Zoals je ziet.’ Billie knikte. ‘Dus ik zoek iemand met de juiste instelling’, zei meneer Denby. ‘Ik zoek iemand die van aanpakken weet.’ Hij stak zijn hand uit en zette de ventilator aan. De bovenste papieren werden van de stapels op het bureau af geblazen.

15


‘Verdomme’, zei meneer Denby. ‘Zie je wat ik bedoel?’ Hij zette de ventilator uit en verplaatste hem naar de grond. De papieren dwarrelden en zuchtten. Meneer Denby ging aan het bureau zitten. Hij vouwde zijn handen. ‘Ga zitten’, zei hij. Hij knikte in de richting van een oranje plastic stoel. Billie ging zitten. Meneer Denby keek haar aan. ‘Eens even zien’, zei hij. ‘Heb je weleens in een restaurant gewerkt?’ ‘Nee’, zei Billie. ‘Hou je van vis?’ ‘Niet zo’, zei Billie. Meneer Denby zuchtte. ‘Ik heb drie kinderen’, zei hij. ‘Drie meiden. Ze zijn in Pennsylvania. Bij hun moeder.’ Billie knikte. ‘Het is een tragedie, kinderen hebben’, zei meneer Denby. ‘Laat je niets anders wijsmaken.’ Hij staarde naar zijn handen. ‘Wat er met kinderen gebeurt, is dat je ze wilt beschermen, maar je komt er niet achter hoe dat moet, en daar word je

16


gek van. Je wordt er compleet gestoord van. Je ligt er ’s nachts wakker van.’ ‘Mm-mm’, zei Billie. Ze betwijfelde of haar moeder ooit een nacht wakker had gelegen om te bedenken hoe ze iemand moest beschermen. ‘Hoe oud ben jij?’ vroeg meneer Denby. ‘Zestien’, zei Billie. Meneer Denby legde zijn hoofd op het bureau. En toen hief hij het weer op en keek haar aan. ‘Zestien’, zei hij. ‘Ik kan er niet tegen.’ Hij liet zijn hoofd weer zakken. Freddie kwam het kantoor in. Meneer Denby hief zijn hoofd weer op. ‘Freddie,’ zei hij, ‘hoe oud ben jij?’ ‘Waarom moeten we het hier steeds over hebben?’ vroeg Freddie. ‘Ik heb de middelbare school afgemaakt. Ik heb m’n diploma gekregen en alles. Bovendien mag je dames niet naar hun leeftijd vragen. Dat is onbeleefd. Hier’, zei ze.

17


www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 ISBN 978 94 014 6553 3 D/2020/45/39 NUR 283/284 Oorspronkelijke titel: Beverly, Right Here © Tekst Kate DiCamillo, 2019 © Oorspronkelijke uitgever Walker Books Limited, London SE11 5HJ, 2019 © Nederlandstalige editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 © Vertaling: Harry Pallemans, 2020 Vormgeving omslag: Studio Lannoo (Mieke Verloigne) Omslagbeeld: © Krasimira Petrova Shishkova / Trevillion Images Opmaak binnenwerk: Studio Lannoo


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook