Skip to main content

9789401465199

Page 1

J. VAN HOE  C. LAMMENS  S. VANDERHAEGEN

Financieel management DE ESSENTIE


Zesde, herziene druk: augustus 2019 Vijfde, herziene druk: augustus 2017 Vierde druk: februari 2017 Derde, herziene druk: augustus 2016 Tweede druk: februari 2016 Eerste druk: september 2013 D/2019/45/522 – ISBN 978 94 014 6519 9 – NUR 782 Vormgeving omslag: Keppie & Keppie Vormgeving binnenwerk: Crius Group © De auteurs & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 bus 01.02 Postbus 23202 3000 Leuven 1100 DS Amsterdam België Nederland www.lannoocampus.be www.lannoocampus.nl


5

Inhoud

Voorwoord Lijst van figuren inleiding

11 13 15

Hoofdstuk 1  de jaarrekening

17

1.1 Inleiding 1.2 De onderdelen van de jaarrekening 1.2.1 De balans 1.2.2 De resultatenrekening 1.2.3 De toelichting 1.3 Bespreking van de balans 1.3.1 Bespreking van de activa 1.3.1.1 De oprichtingskosten en de vaste activa 1.3.1.2 De vlottende activa 1.3.2 Bespreking van de passiva 1.3.2.1 Het eigen vermogen 1.3.2.2 Voorzieningen en uitgestelde belastingen 1.3.2.3 Vreemd vermogen 1.4 De resultatenrekening 1.4.1 Inhoud van de resultatenrekening 1.4.2 Analyse van de opbrengsten en de kosten 1.4.2.1 Bedrijfsopbrengsten 1.4.2.2 Bedrijfskosten 1.4.2.3 FinanciĂŤle opbrengsten (75/76B) 1.4.2.4 FinanciĂŤle kosten (65/66B) 1.4.2.5 Belastingen (67) 1.4.2.6 Belastingvrije reserves 1.5 De resultaatverwerking 1.6 Opdrachten

17 20 21 22 24 25 25 26 35 43 44 50 51 56 56 58 58 60 65 66 66 66 67 68


6

Financieel management

Hoofdstuk 2  financiële analyse 2.1 Inleiding 2.2 Voorbeeld: nv xyz 2.3 De horizontale en verticale analyse 2.3.1 Verticale analyse 2.3.1.1 Berekening structuurpercentages 2.3.1.2 Toepassing berekening structuurpercentages 2.3.2 Horizontale analyse 2.3.2.1 Berekening 2.3.2.2 Toepassing jaarlijkse verandering 2.3.2.3 Interpretatie van de bekomen resultaten 2.4 Liquiditeit 2.4.1 De cash ratio 2.4.2 De current ratio (CR) 2.4.3 De acid test (AT) of quick ratio (QR) 2.4.4 Netto bedrijfskapitaal (NBK) – Net working capital (NWC) 2.4.5 Operationele periode en financieringsperiode 2.4.5.1 De operationele periode 2.4.5.2 De financieringsperiode 2.4.5.3 Voorraadperiode, periode klanten- en leverancierskrediet 2.4.5.4 Berekeningen voor XYZ nv 2.5 Rendabiliteit 2.5.1 Rendabiliteit van het eigen vermogen (REV) – Return on equity (ROE) 2.5.2 Verkoopmarge – Sales or profit margin 2.5.3 Rendabiliteit totaal vermogen (RTV) – Return on assets (ROA) 2.6 Solvabiliteit 2.6.1 Algemene financiële onafhankelijkheid (AFO) – Equity ratio (ER) 2.6.2 De gearing ratio: schuld op eigen vermogen (S/EV) 2.6.3 Algemene schuldgraad (ASG) – Debt ratio (DR) 2.6.4 De financiële hefboom – Financial leverage 2.7 Marktwaarde-ratio’s 2.7.1 Winst per aandeel (WPA) – Earnings per share (EPS) 2.7.2 De prijs/winst ratio (P/W) – Price/earnings ratio (P/E) 2.7.3 Dividend rendement (DR) – Dividend yield (DY) 2.8 De nettoactieftest, de liquiditeitstest en de alarmbelprocedure 2.8.1 De nettoactieftest 2.8.2 De liquiditeitstest 2.8.3 De alarmbelprocedure 2.9 Opdrachten

73 73 74 78 78 79 79 83 83 84 89 90 90 91 96 97 99 99 101 101 108 110 111 113 113 114 114 116 116 117 118 119 119 121 122 122 124 124 125


Inhoud 7

Hoofdstuk 3  analyse van de kasstromen

131

3.1 3.2 3.3 3.4

Inleiding 131 Analyse van de liquiditeiten 132 Het kasstroomoverzicht 133 Classificatie van de kasstromen 134 3.4.1 Operationele activiteiten 134 3.4.2 Investeringsactiviteiten 138 3.4.3 Financieringsactiviteiten 139 3.5 Verschillende cashflowsituaties 139 3.6 VOORBEELD: BARI NV 140 3.7 OPDRACHT: VISI BV 146

Hoofdstuk 4  Budgettering en financieel plan

148

4.1 Budgetteren 4.1.1 Budgetteren: wat? 4.1.2 Doelstelling en voordelen van budgetteren 4.2 Het kasbudget 4.2.1 Inhoud en doel 4.2.2 Acties in functie van het kasbudget 4.2.2.1 Een kasoverschot 4.2.2.2 Een kastekort 4.2.3 Case kasbudget 4.3 Het financieel plan 4.3.1 De wettelijke regeling 4.3.2 De inhoud van het financieel plan 4.3.3 De case Inhome: interieur@home 4.4 De verschillende deelbudgetten 4.5 Case Plastix nv 4.5.1 De opgave: case Plastix 4.5.2 De oplossing: het budget ‘case Plastix’ 4.5.2.1 Het verkoopbudget 4.5.2.2 Het budget marketing- en verkoopkosten 4.5.2.3 Het productie- en aankoopbudget 4.5.2.4 Kosten, opbrengsten en resultatenrekening 4.5.2.5 Het kas- of liquiditeitenbudget

148 148 148 149 149 150 151 151 151 155 155 155 156 166 166 166 169 169 170 171 176 177

Hoofdstuk 5 Rendements- en investeringsanalyse

180

5.1 Evalueren van investeringsprojecten 5.2 Basisprincipes bij rendements- en investeringsanalyse 5.3 Stappen bij de investeringsanalyse

180 181 182


8

Financieel management

5.4 Analyse van de rendabiliteit van een project 5.4.1 De methode van de netto actuele waarde (NAW) 5.4.1.1 De toekomstige waarde 5.4.1.2 De huidige of actuele waarde 5.4.1.3 De netto actuele waarde (NAW) 5.4.2 De Pay Back periode (PB) 5.4.2.1 Voorbeeld: Dakraam nv 5.4.2.2 Voor- en nadelen bij de methode van pay back 5.4.3 De Internal Rate of Return (IRR) 5.5 Opdrachten

Hoofdstuk 6  handelsdocumenten en Btw 6.1 Handelsdocumenten 6.1.1 Het belang van handelsdocumenten 6.1.2 De offerte 6.1.3 De bestelbon 6.1.4 De leveringsbon 6.1.5 De factuur 6.1.5.1 Wat? 6.1.5.2 Verplichte vermeldingen op de factuur 6.1.5.3 Algemene verkoopsvoorwaarden 6.1.5.4 Berekening van het te betalen factuurbedrag 6.1.6 Creditnota 6.1.7 Oefeningen 6.2 Belasting op de toegevoegde waarde (btw) 6.2.1 Btw 6.2.2 Btw-plichtigen 6.2.3 Btw-stromen van bedrijf tot particulier 6.2.4 Btw-tarieven 6.2.4.1 Het basistarief: 21% 6.2.4.2 Het verlaagde btw-tarief van 6% 6.2.4.3 Het verlaagde btw-tarief van 12% 6.2.4.4 Verschillend tarief voor zelfde producten 6.2.5 Btw en kostprijs 6.2.5.1 Btw en kostprijs 6.2.5.2 Niet-recupereerbare btw 6.2.6 Verplichtingen btw-plichtige 6.2.6.1 De periodieke btw-aangifte 6.2.6.2 Boekhouding en facturatie

183 183 184 185 185 190 191 191 192 194

197 197 197 198 200 200 203 203 203 205 205 208 209 210 210 211 212 213 214 214 215 215 216 216 216 218 218 219


Inhoud 9

6.2.7

Btw en buitenland 6.2.7.1 Intracommunautaire verwerving en levering 6.2.7.2 Import en export

219 219 220

Bibliografie

221

Bijlage 1  de jaarrekening

223

A. B. C. D. E. F. G. H.

Het voorblad De balans De resultatenrekening De resultaatverwerking De toelichting. Voorbeeld: de immateriële vaste activa De toelichting. Voorbeeld: de materiële vaste activa De toelichting. Voorbeeld: financiële vaste activa De toelichting. Voorbeeld: belastingen en taksen

223 224 228 230 231 235 241 245

Bijlage 2  het minimum algemeen rekeningstelsel (mar)

246

Bijlage 3  het financieel plan

260

auteurs

272

eindnoten

273


11

Voorwoord

Financiële kennis en informatie spelen een steeds belangrijkere rol in de huidige snel veranderende wereld, vol sociale en economische onzekerheid. Het is dan ook voor iedereen belangrijk, ook voor niet-financieel geschoolden, om een basisinzicht te hebben in de werking van de financiële processen van een organisatie. Een dergelijke gefundeerde basiskennis stelt de lezer in staat om de gebruikte financiële terminologie en rapportering binnen organisaties te begrijpen. Financiële informatie zegt iets over het verleden, maar geeft ons ook de kans om naar de toekomst te kijken. Kennis van financieel beleid en budgettering helpt de geïnteresseerde om mee de strategische richting van een organisatie te bepalen en leidt ongetwijfeld tot meer inzicht in de besluitvorming, waardoor medewerkers binnen een organisatie ook meer gemotiveerd worden om samen met het beleid de strategische doelstellingen van een organisatie te bereiken. Er zijn reeds heel wat handboeken verschenen over diverse financiële topics. De meeste van die boeken zijn heel specifiek en uitgebreid. In dit boek trachten de auteurs echter een overzicht te geven van de belangrijkste elementen van financieel beleid, aan de hand van voorbeelden en cases. Zij hopen op die manier tegemoet te komen aan de verwachtingen van de lezers die op zoek zijn naar een basiswerk financieel management.


13

Lijst van figuren

Figuur 1.1: De balans Figuur 1.2: Schematische voorstelling van de resultatenrekening (in staffelvorm) Figuur 1.3: Overzicht van de activa (balans na winstverdeling) Figuur 1.4: De exploitatiecyclus van een onderneming Figuur 1.5: Overzicht van de passiva (balans na winstverdeling) Figuur 1.6: De verschillende componenten van de loonkosten Figuur 1.7: Overzicht van de resultatenrekening Figuur 1.7: Vervolg Figuur 1.8: Balans van de onderneming Lardon nv Figuur 1.9: Resultatenrekening van Alfa nv Figuur 2.1: De activa van XYZ nv Figuur 2.2: De passiva van XYZ nv Figuur 2.3: De resultatenrekening van XYZ nv Figuur 2.3: Vervolg Figuur 2.4: Verticale analyse van de activa Figuur 2.5: Verticale analyse van de passiva Figuur 2.6: Verticale analyse van de resultatenrekening Figuur 2.6: Vervolg Figuur 2.7: Horizontale analyse van de activa Figuur 2.8: Horizontale analyse van de passiva Figuur 2.9: Horizontale analyse van de resultatenrekening Figuur 2.10: Balans van BEST nv Figuur 2.11: Current ratio en quick ratio per activiteitensector in 2017 Figuur 2.12: Schematische voorstelling van een positief NBK Figuur 2.13: Schematische voorstelling van een negatief NBK Figuur 2.14: De operationele periode en de financieringsperiode Figuur 2.15: Rados nv Figuur 2.16: Klantenkrediet (KK) en leverancierskrediet (LK) in 2017 per activiteitensector Figuur 2.17: Belasting op de toegevoegde waarde en belastingen ten laste van derden Figuur 2.18: REV per activiteitensector, België 2017 Figuur 2.19: AFO en verkoopmarge per activiteitensector, België 2017

21 23 27 36 45 54 57 58 68 69 75 76 77 78 80 81 82 83 85 86 88 94 95 97 98 100 102 107 109 112 115


14

Financieel management

Figuur 2.20: Balans en resultaten van Boxtael nv op 31 december, uitgedrukt in 1000 EUR. Figuur 3.1: Bedrijf A en B, met en zonder financiering Figuur 3.2: Kasontvangsten uit verkoop aan klanten Figuur 3.3: Kasstromen ten gevolge van aankoop goederen en betaling lonen Figuur 3.4: De verschillende cashflowsituaties Figuur 3.5: De balans en resultatenrekening bij BARI nv voor 20X1 en 20X2 Figuur 4.1: Voorbeeld van een kasbudget bij SELDO nv (in EUR) Figuur 4.2: Advise-X: raming van het aantal gewerkte uren Figuur 4.3: Het kasbudget van Advise-X per kwartaal Figuur 4.4: Geraamde verkoopaantallen Plastix nv Figuur 4.5: Berekende omzet en kortingen bij Plastix nv Figuur 4.6: Het budget marketing- en verkoopkosten bij Plastix nv Figuur 4.7: Productiebudget op basis van verkoop, begin- en eindvoorraad Figuur 4.8: De kost van productie Figuur 4.9: De gebudgetteerde aankopen in aantal en kostprijs Figuur 4.10: Algemene kosten Figuur 4.11: De gebudgetteerde resultatenrekening voor 01/20X2-03/20X2 Figuur 4.12: Kasbudget bij Plastix nv Figuur 5.1: Jaarlijkse uitgaven en inkomsten van Dakraam nv Figuur 5.2: Uitgaven en inkomsten Dakraam nv, rekening houdend met actualisatievoet van 2% Figuur 5.3: Uitgaven en inkomsten Dakraam nv, rekening houdend met actualisatievoet van 5% Figuur 5.4: Uitgaven en inkomsten Imation nv Figuur 5.5: Return on investment bij Imation nv Figuur 5.6: Uitgaven en inkomsten Dakraam nv Figuur 5.7: Actuele waarde van de kasontvangsten bij Dakraam nv (bij 6 en 7%) Figuur 5.8: Actuele waarde van de kasontvangsten bij Dakraam nv (bij 6,759%) Figuur 5.9: Verwachte opbrengsten per investeringsproject Figuur 6.1: De stromen van handelsdocumenten in de bedrijfsvoering Figuur 6.2: Voorbeeld van een offerte Figuur 6.3: Voorbeeld van een bestelbon Figuur 6.4: Voorbeeld van een leveringsbon Figuur 6.5: Voorbeeld van een factuur Figuur 6.6: De berekening van het factuurbedrag Figuur 6.7: Btw-stroom bij aan- en verkoop Figuur 6.8: Btw-stromen en toegevoegde waarde in de bedrijfscyclus Figuur 6.9: De periodieke btw-aangifte

126 132 136 137 140 142 149 152 154 166 169 170 172 174 175 176 177 178 186 187 188 189 190 191 193 193 195 197 199 201 202 204 206 210 213 218


15

inleiding

In het boek Financieel Management. De essentie bespreken de auteurs de belangrijkste elementen van het financieel beleid van een onderneming. Belangrijke topics hierbij zijn de jaarrekening, de financiële analyse, de analyse van de kasstromen, het opstellen van een budget, de investeringsanalyse en de verschillende handelsdocumenten. De verschillende onderdelen worden telkens besproken aan de hand van voorbeelden en indien mogelijk gelinkt met de praktijk of met recente financiële gegevens. Bij wijze van inleiding wordt in een eerste deel de inhoud en de werking van de jaarrekening toegelicht. Een goed begrip van de jaarrekening is essentieel om de werking van een organisatie te begrijpen en om nadien de financiële gegevens te kunnen analyseren. In dit hoofdstuk zijn de wijzigingen voortvloeiend uit het K.B. van 18/12/2015 opgenomen. In een tweede deel wordt dieper ingegaan op de analyse van de jaarrekening. Klassieke ratio’s zoals liquiditeit, rendabiliteit en solvabiliteit worden hier besproken. Er wordt ook ingegaan op de horizontale en verticale analyse en verder leggen de auteurs de link tussen de financiële gegevens en de belangrijkste marktgegevens. De analyse van inkomende en uitgaande kasstromen en de mate waarin een bedrijf in staat is om cash te genereren, wordt besproken in deel drie. Hierbij wordt de IAS-7 norm als standaard gebruikt. De opvolging van de kasbewegingen komt ook terug in het deel budgetteren. In topic vier wordt dieper ingegaan op het budgetteringsproces. Hierbij wordt beschreven hoe een organisatie een budget kan opstellen, inclusief de verschillende deelbudgetten. Verder wordt aangetoond dat de output van een budget onmisbaar blijft als beleidstool binnen elke onderneming.


16

Financieel management

In een voorlaatste deel worden basistechnieken van rendements- en investeringsanalyse besproken, samen met de berekening en interpretatie van de return on investment (ROI). Hierbij geven de auteurs aan hoe de rendabiliteit van een investering of project berekend kan worden. Ten slotte worden de belangrijkste handelsdocumenten zoals de factuur en de creditnota besproken. Binnen de bedrijfswereld is het essentieel te weten welke elementen moeten worden vermeld op handelsdocumenten en hoe die verschillende documenten worden opgesteld. De auteurs trachten regelmatig links te leggen tussen de verschillende deel­ domeinen van financieel beleid, zoals bijvoorbeeld het verband tussen het budget en de kasstroomanalyse of de link tussen de kasstroomanalyse en de investeringsanalyse. Dit boek richt zich in eerste instantie tot studenten hoger onderwijs die inzicht willen verwerven in de verschillende financiÍle processen van een bedrijf. Het kan echter ook een nuttig studie- of naslagwerk zijn voor beleidsvoerders in bedrijven of andere geïnteresseerden in financieel beleid.


17

Hoofdstuk 1

de jaarrekening

1.1 INLEIDING Particulieren of organisaties die geïnteresseerd zijn in de financiële toestand van een bedrijf maken heel vaak gebruik van de neergelegde jaarrekening van een onderneming, aangezien een jaarrekening de belangrijkste financiële informatie van bedrijven of verenigingen bevat. De jaarrekening is een wettelijk document dat informatie bevat over de finan­ ciële situatie van de laatste twee boekjaren. De jaarrekening vloeit rechtstreeks voort uit de boekhouding en ze bestaat officieel uit een balans, een resultatenrekening en een toelichting.1 De neergelegde jaarrekeningen bevatten in de praktijk vaak extra informatie, zoals een verslag aan de algemene vergadering, het verslag van de commissaris en eventueel een kasstroomoverzicht.2 Veel bedrijven maken naast de jaarrekening ook een jaarverslag op.3 Het jaarverslag bevat onder andere een overzicht van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf, de beschrijving van de voornaamste risico’s waarmee het bedrijf geconfronteerd wordt en inlichtingen over omstandigheden die de ontwikkeling van de vennootschap aanmerkelijk kunnen beïnvloeden.4 In de praktijk gaat het hier veelal over samenvattende financiële gegevens, de bedrijfsstrategie, geplande toekomstige activiteiten, klantenevolutie … De wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening en zijn verschillende uitvoeringsbesluiten5 en het wetboek vennootschappen, verplichten elke onderneming een boekhouding te voeren en een jaarrekening op te stellen. In functie van een aantal criteria zoals de aard en de grootte van de onderneming, krijgen organisaties richtlijnen opgelegd.


18

Financieel management

Het voeren van een volledige of vereenvoudigde boekhouding Bij een volledige dubbele boekhouding is het bedrijf verplicht om de principes van het dubbel boekhouden toe te passen en gebruik te maken van het minimum algemeen rekeningstelsel (MAR).6 De bedrijven die een vereenvoudigde boekhouding mogen voeren, hoeven alleen een financieel dagboek en een aan- en verkoopboek bij te houden en tevens een inventaris op te stellen. Alleen natuurlijke personen en bepaalde vennootschappen met een beperkte omzet mogen een vereenvoudigde boekhouding voeren.7

De boekhouding: chronologisch gevoerd en gebaseerd op bewijsstukken Bij het voeren van de boekhouding moeten alle verrichtingen chronologisch opgenomen worden in (hulp)dagboeken en zijn de boekingen gebaseerd op bewijsstukken (facturen, onkostennota’s …).8

De jaarrekening opstellen volgens een bepaald model/schema9 De meeste bedrijven maken hun jaarrekening op volgens een standaardmodel (volledig, verkort, micro). Andere ondernemingen volgen een specifiek opgelegd schema in functie van de wetgeving en eigenheid binnen de sector (bv. banken). In functie van o.a. de grootte van de onderneming zal het bedrijf één van de drie standaardmodellen moeten gebruiken (zie bijlage 1): • het volledige model voor de grote vennootschappen en al de beursgenoteerde vennootschappen (VOL), • het verkorte model voor de kleine vennootschappen (VKT), • het micromodel voor microvennootschappen (MIC). In tegenstelling tot het volledige model, hoeft het bedrijf bij het verkorte schema de bedragen van de omzet (70), de handelsgoederen, grond- en hulpstoffen (60) en de diensten en diverse goederen (61) niet te vermelden.10 Het volstaat in dat geval dat het bedrijf in de resultatenrekening alleen de brutomarge vermeldt (het verschil tussen de rekeningen 70 en 60+61). Een tweede verschil is dat bij het verkorte schema de toelichting beknopter is. Niet-beursgenoteerde kleine ondernemingen mogen het verkort schema gebruiken.11


de jaarrekening 19

Bij verenigingen en stichtingen zijn volgende standaardmodellen van toepassing: • het volledige model voor zeer grote verenigingen en stichtingen, • het verkorte model voor grote verenigingen en stichtingen.

De verplichting om de jaarrekening openbaar te maken en neer te leggen Een groot aantal organisaties moet jaarlijks de jaarrekening (digitaal) neerleggen bij de balanscentrale van de Nationale Bank van België. Deze verplichting geldt echter niet voor:12 • natuurlijke personen die handelaar zijn; • kleine vennootschappen waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn; • grote vennootschappen waarvan de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn, indien geen enkele vennoot een rechtspersoon is; • landbouwvennootschappen; • ziekenhuizen, ziekenfondsen, beroepsfederaties, scholen en instellingen voor hoger onderwijs (indien geen handelsvennootschap met beperkte aansprakelijkheid of grote of zeer grote vzw). • Merk op: de grote en zeer grote verenigingen en stichtingen dienen hun jaarrekening bij de Nationale Bank neer te leggen. Door de publicatie van de jaarrekening worden belanghebbenden op geregelde tijdstippen geïnformeerd over de financiële toestand van het bedrijf. Alle geïnteresseerden kunnen deze jaarrekeningen raadplegen bij de balanscentrale: www.nbb.be.

De geconsolideerde jaarrekening Het doel van een geconsolideerde jaarrekening is het leveren van een overzicht van de economische activiteit en de resultaten van het globale bedrijf, waarbij elke deelentiteit afhankelijk is van hetzelfde beslissingscentrum (de moedervennootschap). Elke vennootschap waarop de consolidatie van toepassing is, moet een geconsolideerde jaarrekening en een geconsolideerd jaarverslag opstellen indien zij een of meerdere dochterondernemingen controleert.


20

Financieel management

Een externe controle laten uitvoeren door een commissaris De commissaris oordeelt over het getrouw beeld van het vermogen, de finan­ ciële toestand en de resultaten van de vennootschap.13 Ondernemingen, vzw’s en stichtingen die een commissaris aanstellen, moeten het verslag van de commissaris samen met de jaarrekening neerleggen. De verklaring van de commissaris kan de vorm aannemen van een verklaring zonder voorbehoud, een verklaring met voorbehoud, een afkeurende verklaring, of, indien de commissarissen geen oordeel kunnen uitspreken, een onthoudende verklaring.14

Strengere verplichtingen bij beursgenoteerde bedrijven Beursgenoteerde bedrijven zijn verplicht een jaarlijks financieel verslag op te maken.15 In dit verslag worden de volgende zaken opgenomen: • de gecontroleerde jaarrekeningen; • het jaarverslag; • een verklaring door de verantwoordelijken dat: > de jaarrekening een getrouw beeld geeft van het vermogen, de finan­ ciële toestand en de resultaten, > het jaarverslag een getrouw overzicht geeft van de ontwikkeling en de resultaten van het bedrijf; • het ondertekende verslag van de commissaris.

1.2 DE ONDERDELEN VAN DE JAARREKENING De jaarrekening bestaat uit drie onderdelen. • De balans: de balans geeft het vermogen van de onderneming weer op een bepaalde datum (bijvoorbeeld 31/12). Het vermogen omvat enerzijds alle bezittingen (activa) en anderzijds het eigen vermogen en de schulden (passiva). • De resultatenrekening: de resultatenrekening geeft een overzicht van alle opbrengsten en kosten van een onderneming gedurende het voorbije boekjaar. Het totaal van alle opbrengsten en kosten leidt finaal tot het resultaat van het boekjaar. • De toelichting.


de jaarrekening 21

1.2.1 De balans De balans geeft het vermogen van de onderneming weer. De term vermogen verwijst ofwel naar de bezittingen (activa) ofwel de financiering van de bezittingen (passiva). In de linkerhelft van de balans vinden we de activa terug. De activa zijn de bezittingen van een onderneming en ze bestaan uit oprichtingskosten, vaste activa (grond, gebouwen, machines, auto’s …) en vlottende activa (voorraden, geldbeleggingen …). De rechterhelft van de balans bevat de passiva. De passiva geven de oorsprong van de middelen weer. Het eigen vermogen bestaat bij de opstart van een onderneming uit de ingebrachte middelen door de aandeelhouders. Het vreemd vermogen omvat schulden of middelen die van derden werden verkregen, zoals ontleende bedragen bij financiële instellingen, schulden aan leveranciers en schulden ten opzichte van de overheid. Bij de balans na resultaatverwerking zien wij dat de activa altijd gelijk zijn aan de passiva, of anders gezegd: dat de gebruikte middelen (activa) gelijk zijn aan de oorsprong van de middelen (passiva). Het totaal van de activa (of de passiva) is gelijk aan het balanstotaal. ACTIVA = BEZITTINGEN

PASSIVA = FINANCIERING

Oprichtingskosten

Eigen vermogen

Vaste activa

Voorzieningen en uitgestelde belastingen

Vlottende activa

Vreemd vermogen (of schulden)

Figuur 1.1 De balans

De verkregen balans op het einde van een boekjaar is een momentopname op die dag. Het is perfect mogelijk dat het bedrijf de dag erna bijvoorbeeld een terugbetaling doet van een investeringskrediet, waardoor de liquide middelen en de schulden dalen en daardoor het balanstotaal aanzienlijk vermindert. Zowel de activa als de passiva zijn op een bepaalde manier geordend.


22

Financieel management

De activa worden gerangschikt in omgekeerde graad van liquiditeit of beschikbaarheid. Bovenaan staan de minst liquide activa (vaste activa) en onderaan de meest liquide activa (liquide middelen, geldbeleggingen). De passiva zijn geordend volgens omgekeerde graad van opeisbaarheid van de middelen. Eigen vermogen of kapitaal zijn niet opeisbaar door derden en schulden bij financiële instellingen moeten vaak relatief snel worden terugbetaald. Bij alle rubrieken en subrubrieken uit de balans en de resultatenrekening staan de codes vermeld uit het minimum algemeen rekeningstelsel (MAR). De balans in de jaarrekening wordt weergegeven na de resultaatverwerking (zie 1.5 De resultaatverwerking).

1.2.2 De resultatenrekening De resultatenrekening geeft een overzicht van alle opbrengsten en kosten van een onderneming gedurende het voorbije boekjaar. Deze opbrengsten en kosten leiden tot het resultaat van het boekjaar, namelijk winst of verlies. Binnen de resultatenrekening onderscheiden wij twee types van resultaten. • Het bedrijfsresultaat: dit is het resultaat dat voortvloeit uit de dagelijkse operationele bedrijfsactiviteit. • Het financieel resultaat: ontstaat ten gevolge van financiële verrichtingen of transacties. Merk op dat het uitzonderlijk resultaat verdwenen is uit de jaarrekening sinds de omzetting van de Europese boekhoudrichtlijn in het K.B. van 18/12/2015. Het uitzonderlijk resultaat was een resultaat dat uitzonderlijke gerealiseerd werd en normaal gezien niet direct gelinkt was aan de operationele of financiële bedrijfsactiviteiten. De bedragen in de resultatenrekening hebben betrekking op het volledige boekjaar en het gaat hier dus niet over een momentopname op de laatste dag van het boekjaar, wat wel het geval is bij de balans. De resultatenrekening geeft het resultaat weer van het volledige boekjaar, gebaseerd op alle kosten en opbrengsten die voortvloeien uit de activiteiten van het bedrijf.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401465199 by Uitgeverij Lannoo - Issuu