ALS MUZIEK SPREEKT
Als muziek
MA RC ERK ENS
(…spreekt…) Wat Bach en de anderen met ons doen
Inhoud 7 11
Inleiding een Inleiding twee
24 EEN. Beethoven 46 TWEE. Chopin 62 DRIE. Te vroeg sterfelijk 80 VIER. Nog vroeger sterfelijk (Mozart) 100 VIJF. Gyรถrgy Ligeti 116 ZES. Veel te vroeg sterfelijk (Schubert) 140 ZEVEN. Hoop 152 ACHT. All you need is love 196 NEGEN. Moderne kunst 210 TIEN. Berg en Webern 230 ELF. Bach dus 246 TWA ALF. Muziek verzacht de zeden 253
5
Nawoord
Inleiding een met een non-fictieonderwerp heeft een inleiding. Dat hoort zo. Soms schrijft de auteur die inleiding zelf. Dat gebeurt vooral als er geen persoon met een grotere reputatie, lees naambekendheid, binnen het domein van het onderwerp bereid gevonden kan worden om de pen even vast te houden. In dit geval is de inleiding dus van de auteur zelf. Ik heb er zelfs twee geschreven. Eentje voor diehards en taaie volhouders, die is voor straks. En eentje voor mensen die dit boek cadeau hebben gekregen en eigenlijk niet van plan zijn om er echt in te lezen. Als u zo iemand bent: sla ‘Inleiding twee’ gewoon over. Ze is niet voor u bestemd en u mist niets. Ik meen het. Voor u heb ik ‘Inleiding een’ geschreven. En hier en daar nog wat korte passages die in een notendop samenvatten wat ik in het corpus van mijn boek met uitweiding en duiding heb proberen te schetsen. U herkent die tekstgedeeltes aan het andersoortig lettertype. Dan hebt u het boek zo uit en kunt u nog altijd beweren dat u de kern ervan begrepen heeft. ELK ZICHZELF RESPECTEREND BOEK
HIER GA AN WE:
Een vreemd gevoel is dat. Het gevoel dat u me in uw handen houdt. Want zo is dat met een boek. De schrijver schrijft zichzelf met zwarte woorden op blanke pagina’s neer en zal uiteindelijk in zijn boek wonen. Niet dat dit het boek bijzonder
7
waardevol of zo zou maken, want noch de schrijver noch zijn woorden zijn belangrijk. Maar waar die woorden het over willen hebben, dat is wel degelijk onbetaalbaar. Ook in uw leven heeft muziek wellicht een plaats. En dan heb ik het niet over de alomtegenwoordigheid van muziek in ons dagelijks leven, alsof we met z’n allen bang zijn voor een beetje rust en stilte op zijn tijd. Dan heb ik het over de momenten waarop muziek ons echt bereikt, de momenten waarop we luisteren, waarop muziek ons even verandert. Ik denk dat maar weinig mensen een dergelijke ervaring nog nooit hebben gehad. Je bent ergens en je hoort muziek uit je verleden die je meeneemt naar vroeger, naar wie je was toen die muziek, zonder dat je je daarvan bewust was, stiekem maar stevig in je hoofd kroop. Op de tonen van die muziek schieten je dan ineens andere herinneringen te binnen. Zo levendig zelfs dat je heel even opnieuw wordt wie je destijds was en mensen en dingen van toen weer bijna haarscherp voor je geestesoog verschijnen. Muziek als tijdmachine voor je brein. Ook mensen met dementie kennen die ervaring en kunnen zo soms weer heel even vanuit hun verre wereld in de onze terechtkomen. Misschien speelt muziek in uw leven een rol van betekenis omdat ze u soms iets zegt dat u dierbaar is. En u merkt dan dat niets of niemand dat kan zoals die muziek dat kan, zonder omwegen recht naar uw hart. Heel persoonlijk en intiem wordt muziek dan.
Als muziek spreekt | 8
Mijn boek zal daar niet over gaan. Ik heb het over muziek die in staat is ons te zeggen wat ons bindt. Muzikanten die iets te vertellen hebben, spreken via hun muziek over zichzelf. Als ze dat met kennis van zaken doen en oprecht alles geven wat ze te bieden hebben, wordt hun muziek fris, opvallend, scherp en misschien zelfs tijdloos. Dat laatste gebeurt als wij ons in het zelfportret, hoe oud of hoe gedurfd niet-conformistisch het ook mag zijn, kunnen herkennen. Dan vertellen wij het verhaal, als luisteraar en als deelgenoot, in ons binnenste mee, omdat we ervaren dat de muziek het ook over ons heeft. Dat kan heel confronterend zijn, maar wie het eenmaal heeft meegemaakt, gaat deze muziek niet meer loslaten. Dat beloof ik u.
9 | Inleiding een
Inleiding twee Eindelijk is het zover. Mijn uitgever zit al weken aan te dringen op een eerste voorzet, maar door een combinatie van tijdsgebrek en iets dat ik alleen maar als koudwatervrees kan omschrijven, heb ik mijn schrijfsels voortdurend zitten uitstellen. Tot nu dus. En het eerste dat in mij opkomt is een uitdrukking. Uit vervlogen tijden, zo lijkt het wel, want ik hoor ze niemand vandaag nog in de mond nemen. Bovendien heeft ze ogenschijnlijk helemaal niets te maken met hetgeen ik voor u ga schrijven. En toch wil ze vooralsnog even niet meer uit mijn hoofd. U kent dat gevoel misschien. Iets dat u vanuit een van de diepere regionen van uw herinnering te binnen schiet en niet meer weg wil. Alsof het ertoe doet, ook al weet u niet waarom. In een van de lades van een van de breinkastjes in mijn hoofd, onder een laag stof van jaren oud, zat ze, die uitdrukking. En ze bungelt nu fris en fluks voor mijn ogen in een kordaat lettertype en is behept met een zilveren kleurtje als was ze een krasse oude dame die met een knokig speels wijsvingertje een levenswijsheid te debiteren heeft. DAG LEZER.
‘Muziek verzacht de zeden.’
11
Ik heb ze voor mezelf altijd begrepen als een bewering dat muziek mensen kalmer en rustiger zou (kunnen) maken, zachtaardiger vooral, in staat tot empathisch meeleven met elkaar. Ik maak me sterk dat u ze wellicht ook zo hebt geïnterpreteerd. En dan stel ik me daar meteen een pianoconcerto van Mozart bij voor, of een triosonate van Händel, of een Brandenburgs Concert van Bach. Kortom, muziek waar koeien ook smakelijker melk van produceren als ze ze mogen horen. Want u beseft net als ik meteen dat de uitdrukking niet kan opgaan voor om het even welke muziek. Voorbeelden te over immers van muziek die met verve en de nodige decibels precies het omgekeerde beoogt en ook bereikt. Zo schiet me dan het ‘Dies Irae’ uit het Requiem van Verdi te binnen. Of heb ik het nu mis en gaat het eigenlijk niet om de hoeveelheid kabaal of de schijnbare toegankelijkheid die bepalen wat muziek met ons doet? Ik heb het inderdaad mis en ga de uitdrukking even uit mijn RAM-geheugen proberen te wissen. Waar slaat het begrip ‘zeden’ in deze context tenslotte op? Maar ik houd wel dat ‘empathisch meeleven’ van hierboven nog even vast. Daar kan ik mee verder. Muziek hoort bij ons. Bij ons, mensen. Wij zijn de enige wezens op aarde die muziek maken en we maken ze blijkbaar allemaal. Iedere cultuur op deze wereld kent haar muziek. Die lijkt op het eerste gehoor vaak ingrijpend anders te klinken dan die van een andere cultuur maar dat is maar schijn. In wezen zijn er veel
Als muziek spreekt | 12
meer overeenkomsten dan verschillen. Elke muziek die vanuit de spontaniteit van ons mens-zijn is ontstaan, is ritmisch, op zo’n manier dat ze vertrekt vanuit een natuurlijke lichamelijke puls, zeg maar een corporele motoriek, en van de prosodie, het samenspel van ritme, klemtoon en intonatie in de gesproken taal. Tegelijkertijd is ze ook melodisch in die zin dat de klanken die ze gebruikt, zich hiërarchisch verhouden tot een tooncentrum waar alles mee begint en ophoudt en waar alles rond draait. Zo ongeveer als een ster in het midden van een zonnestelsel. Het tooncentrum geeft alle andere klanken plaats en betekenis. Het zorgt ervoor dat een melodie zich quasi vanzelf als een zin organiseert met een opbouw, een afbouw en een rustpunt aan het eind. En dat is iets dat we met z’n allen intuïtief begrijpen. Zing maar eens een liedje dat u goed kent, iets als ‘Altijd is Kortjakje ziek’ of ‘Klein, klein kleutertje’ en u merkt meteen hoe onnatuurlijk het zou zijn als u zou stoppen met zingen vóór de laatste toon en het laatste woord van zelfs maar de eerste zin. U merkt meteen hoezeer een tooncentrum de muziek vasthoudt als een magneet en hoezeer wij die magneet nodig hebben om de muziek te kunnen verstaan. In elke muziek van elke cultuur zijn ritme en melodie partners van elkaar. En tezelfdertijd ook concurrenten, omdat slechts een van hen een dominerende rol in het verhaal kan spelen. In een dans is het ritme baas en in een lied de melodie. En dat zijn meteen de oergenres die in elke muziekcultuur naast elkaar voorkomen en waaruit ook in elke cultuur andere subgenres zijn gegroeid.
13 | Inleiding twee
EEN .
Beethoven
‘Inleiding een’ heeft gelezen en geen enkele boodschap heeft aan duiding, muzikale analyse en ander gepalaver: sla de eerstvolgende bladzijden gewoon over en lees alleen het slot van dit hoofdstuk, dat in een ander lettertype staat. U krijgt meteen de kern van de zaak op uw bord geserveerd en de rest, ach, dat komt later nog weleens. Ik zal dat ook in de volgende hoofdstukken proberen vol te houden, die inlassingen. Dat bladert lekker weg en zo hebt u toch een idee van waar dit boek over wil gaan. Niet boos zijn als ik mijn belofte niet altijd weet te houden. Ik ben tenslotte maar een amateur die zomaar zijn gang mag gaan, omdat ‘schrijver van boeken’ nu eenmaal geen beschermd beroep is. VOOR WIE ENKEL
VOOR DE ANDEREN:
Het met voorsprong bekendste werk uit de hele canon van de zogenaamde klassieke muziek is wellicht de symfonie in c kleine terts, opus 67, van Ludwig van Beethoven. Jawel, de vijfde, met dat iconische begin van drie snelle, korte tonen, gevolgd door een langere, lagere toon: po-po-po-póóm. Een bijzonder krachtig en overtuigend ritmisch begin dat meteen klinkt alsof er met brio en overtuiging aan de deur wordt geklopt. Dat dit het noodlot zou zijn, is een romantische notie die pas geruime tijd na Beethovens dood werd geopperd, met name door Adolph Bernhard Marx (1795–1866), een Duits musicus, muziektheoreticus en criticus die tegen het eind van zijn leven een biografie over Beethoven schreef en daarin deze connotatie lanceerde. Het is er nooit meer uitgegaan. Ik herinner me deze
25 | Beethoven
muziek van in mijn jeugd als de soundtrack van documentaires over de concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog of over de moord op president Kennedy. Geen wonder dat het noodlot ook mij niet meer losliet, zeker niet toen ik ergens las dat Beethoven zijn symfonie schreef nadat hij merkte dat zijn progressieve doofheid ongeneeslijk was en hij alleen nog maar kon uitkijken naar het verschrikkelijkste lot dat een muzikant kan overkomen, om nog maar te zwijgen van het sociale isolement en de erbij horende eenzaamheid die een dove mens bijna vanzelfsprekend ten deel vallen. En hij had al zo’n moeilijk karakter waarmee men amper vriendjes kan maken. Meer heeft muziek toch niet nodig om legendarisch te worden, zeg nu zelf. Zowel het idee van het noodlot als Beethovens ziekte spreekt enorm tot de verbeelding en de muziek lijkt er ook perfect in te passen. Ik heb thuis nog steeds een koperkleurige gipsen buste van de componist op een muurtje in mijn living staan, waarbij hij nors, met wilde haardos en hoog opgezette kraag po-po-po-póóm voor zich uit lijkt te briesen. Mijn moeder vond het destijds een goed idee, zo’n beeldje van een groot musicus voor haar twaalfjarige zoon, de would-be muzikant. Bij wijze van voorbeeld wellicht. En ik heb nooit het hart gehad om het een plaatsje op zolder of in de kelder te geven. Maar wat zijn de feiten? Beethoven heeft jaren aan de symfonie gewerkt, zo ongeveer van 1804 tot 1808, terwijl hij ook aan zijn vierde en zesde symfonie, zijn vierde pianoconcerto en een eerste versie van
Als muziek spreekt | 26
zijn enige opera, Fidelio, bezig was. Uiteindelijk kende de muziek een moeilijke geboorte tijdens een concert in het Theater an der Wien op 22 december 1808. Het concert was volledig aan Beethovens muziek gewijd, maar het vond niet bepaald plaats onder een gunstig gesternte. Het was steenkoud in de zaal en toch duurde de voorstelling, naar gewoonte in die tijd, meer dan vier uur. Beethoven speelde zelf de première van zijn vierde pianoconcerto en dirigeerde de rest van het programma, geen sinecure voor een man die nauwelijks nog hoge tonen hoorde. De avond begon met de zesde symfonie, opus 68, omdat Beethoven aanvankelijk van plan was om die het nummer vijf te geven. Hij heeft zich later toch bedacht. De muziek die we nu als de vijfde symfonie kennen was het eerste werk na de pauze, waarna Beethoven nog een improvisatie speelde aan het klavier, ook nog een gewoonte in die tijd. Ademt de zesde symfonie overduidelijk de geest uit van een nog prille maar opvallend snel volwassen geworden romantiek, dan moet de vijfde symfonie bij die eerste beluistering toch een stuk traditioneler overgekomen zijn. Herkenbaar en meteen begrijpelijk voor een klassiek publiek, ook al hoorde dat publiek ongetwijfeld toch heel wat merkwaardige, ronduit nieuw klinkende passages. De zesde symfonie is misschien wel het eerste symfonische gedicht uit de muziekgeschiedenis. Ze neemt ons mee naar een concrete wereld die buiten het domein van de muziek ligt en beschrijft die wereld op een bijzonder persoonlijke manier. Zelfs tot in de karakteraanduidingen van de verschillende delen
27 | Beethoven
krachtige melodieën, met een ritmische stuwing waar je niet onderuit kunt en die recht op haar doel afgaat. Zoals de vijfde symfonie opus 67 in c klein. Muziek die meteen begint met op de deur te bonken. En er ook mee eindigt. En er tussenin voortdurend mee doorgaat, waardoor ze zo herkenbaar is en zo uniek klinkt. En herkenbaarheid helpt nu eenmaal om beroemd te worden. Beroemde muziek die het vermeende karakter van de componist perfect bevestigt. Het soort duidelijkheid die een publiek graag heeft. Maar ze staat in de toonaard van c klein, die extravert roepende muziek. Destijds de toonaard van het verdriet om een liefde die niet wordt beantwoord, affectie waar tevergeefs om wordt gevraagd. Een kind dat wild schoppend om liefdevolle aandacht schreeuwt en zich daar alleen maar onmogelijk mee maakt. De hele tijd door staat het ons uit te dagen. Het doet dat zo overtuigend dat we vergeten dat het een kind is. Tot we het ineens zonder kleertjes zien en alles op zijn plaats valt, de hele muziek, op één plaats in de symfonie, het wezen van de auteur, ons werkelijke ik: naakt en… kwetsbaar.
Als muziek spreekt | 42
Intermezzo Uitgerust met een nogal uit de kluiten gewassen boodschap pentasje en met de beste voornemens om een verantwoord stel inkopen te doen, stapte de klant de winkel binnen met de etalageruit waarop in zwierige letters, type Shelley volante, het woord ‘Toonslagerij’ prijkte. Hij had geluk, de klant, want hij werd binnen vriendelijk begroet door de toonslager zelf en niet door een of andere parttime winkeljuffrouw, een exemplaar van het mensengeslacht dat door de bank genomen eerder opvalt door vakkundige bodystyling dan door vakkennis. De toonslager in kwestie, een iets te vroegtijdig grijzende vijfenveertiger met een postuur dat over de betekenis van dat woord geen twijfel liet bestaan, verleende, alleen al door zijn in een smetteloze witte voorschoot gestoken aanwezigheid, een onmiskenbare betrouwbaarheid aan de producten in de hygiënisch verlichte vitrine van waarachter hij zijn klanten bediende. Hij deed dat trouwens met de vanzelfsprekende flair van iemand die alles dat je in de etalage ziet inderdaad zelf heeft gemaakt. ‘Goeiemorgen, meneer, nogal een weertje vandaag, hè’, sprak hij, met in zijn stem het warme timbre dat, indien gekruid met de juiste dosis jovialiteit, bij de klant van dezelfde kunne precies het soort vertrouwen opwekt dat hij ‘onder kameraden’ is en hem bijgevolg iets meer doet kopen dan hij oorspronkelijk van plan was geweest. ‘En wat mag het zijn?’
43
De klant diepte uit de boodschappentas een zorgzaam bekrab beld lijstje op en opende met: ‘Een twintigtal minuten Chopin, alstublieft.’ ‘Met of zonder melancholie?’ wilde de toonslager daarop weten, waarmee hij de klant gelijk in verwarring bracht omdat zijn echtgenote daarover met geen woord had gerept. ‘Oei, ja, wat neemt men doorgaans zoal?’ vroeg die dan maar. ‘Oh, mét, zonder twijfel,’ sprak de toonslager wijs, ‘échte Chopin is altijd met. Ik verkoop die zonder melancholie ook wel, maar daar is lang niet zoveel vraag naar, want de ware liefheb ber wil zonder uitzondering altijd mét hebben.’ ‘Dan mét natuurlijk’, zei de klant gespeeld enthousiast, stel lig hopend dat zijn vrouw die beslissing straks ook zou beamen. De toonslager mat de 20 minuten nogal nonchalant af, wierp een blik op de geijkte klok en vroeg met de zekerheid van iemand die instemming verwacht: ‘Mag het ook iets meer zijn?’ Dat mocht. En daarna wilde de klant nog een kwartiertje Händel en even zoveel Bach, Vivaldi, Mozart, Beethoven. Kort om: van alles wat eigenlijk, kwestie van wat variatie in huis te hebben. Hij eindigde met een vijftal minuutjes Arvo Pärt, omdat hij van een vriend had gehoord dat dit wel kon meevallen. Waar om zou hij het dan ook niet eens proberen, nietwaar? ‘Dat is spijtig, dat kan ik u vandaag niet vers leveren,’ loog de toonslager, die nog nooit van Pärt had gehoord, omdat hij zich als nog ambachtelijk gevormde vakman niet met die nieuwer wetse rommel had willen inlaten, ‘maar tegen overmorgen kan ik u dat wel voor u bestellen’, beloofde hij als een volleerd politicus.
44
Maar dat hoefde niet. De klant bedacht namelijk ineens hoe duur dat blijkbaar speciale product wel niet zou kunnen gaan uitvallen en hield het dus maar wijselijk bij het officieel door zijn wederhelft goedgekeurde lijstje, dat ondertussen trou wens was afgehandeld. Hij rekende af en wilde, begeleid door een opgewekt ‘tot ziens’, de zaak verlaten, met zijn gedach ten ondertussen al bij de letterkruidenier, waar hij een pond Dostojewski, voor de kinderen een 200 gram Enzensberger en voor de grap een sneetje Brusselmans wilde gaan inslaan, toen hem de weg werd versperd door een meer dan volks uitzien de, zeer gezette dame op leeftijd, die precies op dat moment binnenkwam en zonder een ‘goeiemorgen’ af te wachten met bazige stem trompetterde: ‘Een grote doos smartlappen! En schone dit keer alstemblieft want van de vorige heb ik veel moe ten weggooien!’
45
In de afspeellijst ‘Als muziek spreekt’ op Spotify verzamelde ik een handvol betekenisvolle en doorleefde interpretaties van sprekende muziek, voor mocht u zich afvragen waar ik naar
(…luister…)
W W W.L ANNOO.COM
Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. VORMGEVING Armée de Verre (Thijs Kestens & Steven Theunis) OMSL AGONT WERP Studio Lannoo (Nele Reyniers) i.s.m. Armée de Verre OMSL AGFOTO’S Trevillion Images (voor), Dieter Telemans (achter) REDACTIE Jeroen Bert
© Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 en Marc Erkens D/2019/45/597 – ISBN 978 94 014 6436 9 – NUR 665 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.