Was opa een Held?
Fabrice Maerten (red.)
Was opa een Held?
Speuren naar mannen en vrouwen in het verzet tijdens WOII
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Redactie: Fabrice Maerten Met bijdragen van: Nico Wouters Coverontwerp: Studio Lannoo (Nele Reyniers) Opmaak: Keppie & Keppie Vertalingen uit het Frans door Doreen Espeel Coverfoto: Sabotageactie van de Gewapende Partizanen op de spoorlijn Leuven-Ottignies, 30 juli 1943 (CegeSoma) © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 en de auteurs d/2020/45/411 – isbn 978 94 014 6423 9 – nur 688 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Inhoud
Dankwoord Lijst van afkortingen Woord vooraf – Nico Wouters
9 13 17
deel I Het verzet: tussen geschiedenis en herinnering 1
2
3
19
Het verzet: vergeten verleden? – Nico Wouters
21 22 25
Na de bevrijding: verweesd verzet Interne verdeeldheid Nog meer verdeeldheid: de Vlaamse en Waalse oorlogsherinnering Over herdenkingsculturen en geschiedenis Populaire herinnering Een herkansing voor de geschiedenis?
29 32 36 39
Het verzet in België: patriotten, communisten en andere antifascisten – Fabrice Maerten
41 41 43 46 67 74 76
Aan de basis van het verzet Een groeiende aantrekkingskracht De netwerken en verzetsbewegingen: samenstelling en acties De verzetsstrijders Epiloog: de teleurstelling na de bevrijding Een genuanceerde balans
De statuten van nationale erkentelijkheid: een nauwkeurig maar soms misleidend beeld – Fabrice Maerten
85 Het statuut van inlichtings- en actieagent 85 Het statuut van gewapend weerstander 89 Het statuut van burgerlijk weerstander (en van werkweigeraars) 95 Het statuut van weerstander door de sluikpers 99 Het statuut van politiek gevangene en zijn rechthebbenden 101 De statuten van weerstander tegen het nazisme in de geannexeerde gebieden en van ‘ontvluchte van de oorlog 1940-1945’ 103 De eervolle onderscheidingen 106
5
deel II Speuren in de archieven – Fabrice Maerten Inleiding
1
Een ambitieus project met beperkingen Concreet aan de slag Gegevens van de voornaamste plaatsen van bewaring
2
109 111 111 119 123
Archieven gevormd tijdens de bezetting 131 In bezet Europa
Door groeperingen of individuen die aanleunen bij het verzet Door traditionele Belgische instellingen die worden gedoogd door de bezetter Door de collaborateurs Door de Duitsers Op geallieerd of neutraal grondgebied Door de Belgische autoriteiten Door de Britse en Zwitserse autoriteiten
3
Archieven gevormd na de bevrijding
133 133
135 139 141 147 147 150 155
4 Met betrekking tot de statuten van nationale erkentelijkheid, de eervolle onderscheidingen en de andere voordelen 157 die samenhangen met de statuten
Door Belgische instellingen Door buitenlandse instellingen
5 Met betrekking tot de andere sporen van activiteiten van verzetsstrijders die werden nagelaten onmiddellijk na de oorlog, zonder historische of herinneringsdoeleinden
Door Belgische instellingen Door buitenlandse en internationale instellingen
6 Met betrekking tot de sporen van activiteiten van verzetsstrijders die werden nagelaten na de oorlog met historische of herinneringsdoeleinden
Memoires, herinneringen van verzetsleden Archieven en collecties
6
was opa een held?
157 249
267 267 289
295 295 318
deel III bijlagen
– Fabrice Maerten
335
Selectieve bibliografie Chronologie Register
337 351 361
Inhoud
7
Dankwoord
Dit werk had nooit tot stand kunnen komen zonder de bijdragen en informatie van talrijke Belgische en buitenlandse archivarissen, bibliothecarissen, ambtenaren en historici. Wij willen hen allen bedanken daarvoor. Hebben bijgedragen tot deze gids door het sturen van teksten die in het algemeen zijn opgenomen in de beschrijving van de bronnen: • N.V. Baburin (Archief van de Russische Federatie), archieven over de repatriëring van Sovjetburgers die zich na de bevrijding in België bevonden, bewaard in het Russisch Rijksarchief. • Pierre Balcaen (ex-folkloremuseum van Moeskroen), archieven die worden bewaard in dit museum. • Ludo Bettens en Micheline Zanatta (IHOES), archieven die worden bewaard in het Institut d’histoire ouvrière, économique et sociale. • Johannes Blum (Sint-Lambrechts-Woluwe), persoonlijke collectie interviews met overlevenden van de nazikampen en verzetsleden, bewaard bij de Stichting Auschwitz en in Kazerne Dossin. • Paul Brown (National Archives, Washington), archieven die worden bewaard in het Amerikaanse nationale archief. • Nicolas Bruaux (archiefdienst van de stad Namen), archieven die worden bewaard door deze dienst. • Jonas Campion (Université du Québec à Trois-Rivières), archieven van de rijkswacht en de politiediensten. • Marcelle Cinq-Mars (Library and Archives Canada), archieven die worden bewaard in het nationale archief van Canada. • Neil Cobbett (The National Archives of the United Kingdom), archieven die worden bewaard in het Britse nationale archief. • Alain Colignon (Rijksarchief/CegeSoma), eerste versie van de chronologie. • Sophie Collette (Joods Museum van België), archieven die worden bewaard in dit museum. • Virginie Coumans en Christian Vreugde (Archief van de Stad Brussel), archieven die worden bewaard in dit archiefcentrum.
9
• Pierre Dehove (Archives de la Diocèse de Tournai), archieven die worden bewaard in het bisdom Doornik. • Thierry Delplancq (Archives de la ville et du CPAS de La Louvière), archieven die worden bewaard door deze dienst. • Luc Demoulin (Bibliothèque Ulysse Capitaine), collecties die worden bewaard in deze bibliotheek. • Gert De Prins (Rijksarchief/Dienst Archief Oorlogsslachtoffers), archieven die worden bewaard door deze dienst. • Kim Descheemaeker (Liberas), archieven die worden bewaard door dit archiefcentrum. • Gertjan Desmet (Rijksarchief/CegeSoma), archieven van de nationale erkenningscommissie, van het ‘Kruis der Ontsnapten’ en van het militaire gerecht. • Paul Dostert (Luxemburg), archieven die worden bewaard in de Archives Nationales de Luxembourg. • Justine Frigo (Territoires de la mémoire), archieven die worden bewaard door deze instelling. • Patricia Gillet (Archives nationales de France), archieven die worden bewaard in het nationale archief van Frankrijk. • James Gilmore (United States Holocaust Memorial Museum), archieven die worden bewaard in dit museum. • José Gotovitch (CARCOB), archieven die worden bewaard in het Centre des archives du communisme en Belgique. • Carine Gouvienne (Archives de la ville et du CPAS de Charleroi), archieven die worden bewaard door deze dienst. • Els Herrebout (Rijksarchief Eupen), archieven die worden bewaard in dit depot. • Erik Janssen (Documentatiecentrum van het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis), archieven die worden bewaard in dit centrum. • Madeleine Jacquemin (Rijksarchief), archieven van de NMBS in verband met de bezetting. • Chantal Kesteloot (Rijksarchief/CegeSoma), archieven over de Mouvement wallon. • Guido Koller (Archives fédérales suisses), archieven die worden bewaard in het nationale archief van de Zwitserse Confederatie. • Godfried Kwanten (KADOC), archieven die worden bewaard in katholieke instellingen.
10
was opa een held?
• Pieter-Jan Lachaert (Stadsarchief Gent), archieven die worden bewaard in het Gentse stadsarchief. • Frank Langenaken (MADOC), archieven die worden bewaard in het Maçonniek Studie- en Documentatiecentrum van het Grootoosten van België. • Thomas Menzel (Bundesarchiv Freiburg), militaire archieven die worden bewaard in het nationaal archief van Duitsland. • Daniel Meynen (Archives de l’évêché de Namur), archieven die worden bewaard in het bisdom Namen. • Emmanuelle Moscovitz (Yad Vashem), archieven die worden bewaard in dit instituut. • Sophie Milquet (Stichting voor de Eigentijdse Herinnering), archieven die worden bewaard in deze stichting. • Arlette Musick (Instituut Emile Vandervelde), archieven die worden bewaard in dit instituut. • Jan Naert (Stadsarchief Antwerpen-Felixarchief), archieven die worden bewaard in het Antwerpse stadsarchief. • Solveig Nestler (Bundesarchiv Berlin), archieven van de Stiftung Archiv der Parteien und Massenorganisationen der DDR die worden bewaard in het Bondsarchief in Berlin. • Guillaume Rimbaud (ALPHAS), archieven die worden bewaard in het Atelier liégeois pour la promotion de l’histoire et des archives sociales. • Dimitri Roden (Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk), Duitse archieven in België en archieven van Otto Gramann, die worden bewaard in dit memoriaal. • Laurence Schram (Kazerne Dossin), interviews die worden bewaard in deze instelling. • Antony Smal (Bibliothèque universitaire Moretus Plantin), de archieven van Camille en Camille-Jean Joset die worden bewaard in deze bibliotheek. • Sarah Timperman (Stichting Auschwitz), archieven die worden bewaard in deze instelling. • Amandine Thiry (UCL/UGent) en Jan-Julia Zurné (Radboud Universiteit), archieven van de parketten. • Mathieu Triffaux (Belgisch Weerstanders Museum), archieven van het Onafhankelijkheidsfront die worden bewaard in het documentatiecentrum van het museum. • Gerrit Vanden Bosch (Aartsbisschoppelijk Archief Mechelen-Brussel), archieven die worden bewaard in het Aartsbisdom Mechelen-Brussel.
Dankwoord
11
• Veerle Vanden Daelen (Kazerne Dossin), archieven die worden bewaard in het documentatiecentrum van deze instelling. • Frans van Domburg (Stichting 1940-1945), archieven van de Stichting 1940-1945 die worden bewaard in het Nederlandse rijksarchief. • Lawrence Van Haecke (NMBS), archieven van het Onafhankelijkheidsfront die worden bewaard in het Belgisch Weerstanders Museum en in het CegeSoma. • Etienne Verhoeyen (ex-VRT), archieven van de inlichtingendienst Clarence en van het SOE in België, informatie over Franse en Nederlandse netwerken die actief waren in België. • Marc Verschooris (Gent), archieven van Raphaël Schotte en van de gerechtelijke politie. • Sofie Vrielynck (Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis), archieven die worden bewaard in dit archiefcentrum. • François Welter (CARHOP), archieven die worden bewaard in dit archiefcentrum. • Ronny Wierinckx (Centrum voor Historische Documentatie van de Krijgsmacht), archieven die worden bewaard bij Landsverdediging. • Bart Willems (Rijksarchief Antwerpen-Beveren), archieven van de Duitse afdelingen van Belgische gevangenissen en van de provinciale comités van de nationale erkenningscommissie. • Torsten Zarwel (Bundesarchiv Berlin), archieven van het Duitse gerecht in het Duitse nationale archief. Hebben bijgedragen tot deze gids door het verstrekken van nuttige informatie: • Michaël Amara (ARA), François Antoine (Rijksarchief Brussel), Fred Cammaert (Nederland), Emmanuel Debruyne (UCLouvain), Baudouin D’Hoore (Rijksarchief/Archief van het Koninklijk Paleis), France Dubois (onderafdeling Notariaat op Defensie), Muriel Dubois (Dienst Adel en Ridderorden, Buitenlandse Zaken), Christian Dury (Archief van het bisdom Luik), Marie-France Hanon (CARCOB), Marie Marchand (Verbroedering van de Agenten-Parachutisten), Eva Muys (Centrum voor Historische Documentatie van de Krijgsmacht), Frédéric Quégineur (Service historique de la Défense, Vincennes), Corine Schroeder (Archives nationales de Luxembourg), Heidi Van Peer (VRT).
12
was opa een held?
Lijst van afkortingen
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
ADAIA: Algemene Dienst van de Agenten van de Inlichtingen en Actie AIVG: Aide aux Israélites de la guerre ALL: Allgemeine Liste AL: Armée de la libération ALPHAS: Atelier liégeois pour la promotion de l’histoire et des archives sociales ARA: Algemeen Rijksarchief BAL: Liste über Bestätigung und Aufhebung von Urteilen BCRA: Bureau central de renseignements et d’action BL: Bevrijdingsleger BMWO: Belgische Militaire Weerstandsorganisatie BNB: Belgische Nationale Beweging BRAREA: Bureau de recherche sur l’aide rendue aux aviateurs alliés BS: Belgisch Staatsblad BWM: Belgische Weerstanders Museum CABR: Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging CARCOB: Centre des archives du communisme en Belgique CARHOB: Centre d’animation et de recherche en histoire ouvrière et populaire CDDR: Centre de documentation et de recherche sur la Résistance (Luxemburg) CegeSoma: Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij CHD: Centrum voor Historische Documentatie van de Krijgsmacht CNR: Conseil national de la Résistance (Luxemburg) CPAS: Centre Public d’Action Sociale CVP: Christelijke Volkspartij DACOB: Documentatie- en Archiefcentrum van de Communistische Beweging DAOS: Dienst Archief Oorlogsslachtoffers DDO: Dienst Documentatie en Opzoekingen DGER: Direction générale des études et recherches (Frankrijk) DIR: Déportés-internés de la Résistance (Frankrijk)
13
• FARREFC: Fédération des amicales de réseaux Renseignements et Évasion de la France combattante • FDF: Front démocratique des francophones • FFC: Forces françaises combattantes • FFI: Forces françaises de l’intérieur • FFL: Forces Française libres • FO: Foreign Office • FOD: Federale Overheidsdienst • Fonprispol: Fonds des Prisonniers Politiques • GFP: Geheime Feldpolizei • GL: Geheim Leger • GP: Gewapende Partizanen • IAD: Inlichtings- en Actiediensten • IHOES: Institut d’histoire ouvrière, économique et sociale • JGSU: Jeune Garde Socialiste Unifiée • JMDV: Joods Museum van Deportatie en Verzet • JVC: Joodsch Verdedigingscomiteit • KMLK: Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis • KP(B): Kommunistische Partij (van België) • MADOC: Maçonniek Studie- en Documentatiecentrum (van het Grootoosten van België) • MI9: Military Intelligence Section 9 • NCPGR: Nationale Confederatie der Politieke Gevangenen en Rechthebbenden • NJF: Nationaal Jeugdfront • NKB: Nationale Koninklijke Beweging • NSB: Nationale Strijdersbond • NSDAP: Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei • NSGWO: Navorsings- en Studiecentrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog • NUSP: Nationale Unie der Sluikpers • ONAGVG: Office national des anciens combattants et victimes de guerre (Frankrijk) • OF: Onafhankelijkheidsfront • PCC: Politieke Controlecommmissie (van de KPB) • PM: Patriottische Milities • POWN: Poolse Organisatie van Strijd voor de Onafhankelijkheid • PWE: Political Warfare Executive • SHD: Service historique de la Défense (Frankrijk)
14
was opa een held?
• • • • • • • • • • • •
Sipo-SD: Sicherheitspolizei und Sicherheitsdienst SIS: Secret Intelligence Service s.m.: strekkende meters SOE: Special Operations Executive SSK: Syndicale Strijdkomitees UIAD: Unie der Inlichtings- en Actiediensten ULB: Université Libre de Bruxelles UPB: Union des patriotes belges USHMM: United States Holocaust Memorial Museum UVGL: Unie der Verbroederingen van het Geheim Leger VU: Volksunie WO: War Office
Lijst van afkortingen
15
Woord vooraf – Nico Wouters
In 2017 publiceerden Koen Aerts (UGent), Pieter Lagrou (ULB), Dirk Luyten, Bart Willems en Paul Drossens (alle drie Rijksarchief) een bronnengids over de collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog (WOII) en de naoorlogse repressie. Het boek viel op door zijn provocatieve titel: Was opa een nazi?1. Het beantwoordde aan een maatschappelijke vraag en werd snel een onmisbaar werkinstrument. Vrijwel meteen klonk ook de roep om een soortgelijk boek over het verzet, met andere woorden, over de mensen die zich tijdens WOII clandestien organiseerden om de Duitse bezetter te bestrijden. Het Studiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (Rijksarchief) en Lannoo Uitgeverij bleven niet doof voor die vraag. Naar een titel voor dat boek moesten we alvast niet lang zoeken: Was opa een held? Met deze publicatie is het tweeluik dus een feit. De maatschappelijke aandacht voor de Tweede Wereldoorlog lijkt tegenwoordig – 75 jaar na de bevrijding – alleen maar te groeien. Het aantal vragen over WOII dat archivarissen en historici ontvangen, blijft stijgen. Maar de aard van de vragen verandert geleidelijk aan. De toegang tot informatie en kennis is tegenwoordig gedemocratiseerd. De digitalisering heeft geleid tot een grotere verspreiding van steeds meer informatie. Voorbij is de tijd dat één expert de feiten kende en ‘de waarheid’ kon meedelen. Kritische burgers willen zelf actief hun oordeel vormen en stellen terecht steeds hogere kwaliteitseisen. Dat is een goede zaak, maar het plaatst professionelen – in dit geval archivarissen en historici – wel voor uitdagingen. Steeds meer mensen ondernemen een gespecialiseerd onderzoeksproject, bijvoorbeeld met een boek over de eigen familiegeschiedenis. Voor een individuele begeleiding van al die projecten ontbreekt het ons vaak aan mensen en middelen. Daarom moeten wij op zoek naar nieuwe instrumenten om mensen op een betere manier naar historische informatie en bronnen te leiden. Deze gids wil daarvoor de wegwijzers plaatsen. Dat betekent antwoorden op vra1
Koen Aerts, Dirk Luyten, Bart Willems, Paul Drossens en Pieter Lagrou (eds.), Was opa een nazi? Speuren naar het oorlogsverleden, Tielt, 2017. Het boek verscheen in het Frans onder de titel Papy était-il un nazi? Sur les traces d’un passé de guerre.
17
gen als: bestaat er nog informatie, over welk soort informatie gaat het, waar vind ik die informatie, hoe krijg ik toegang tot die informatie, wat kan ik wel of niet met die informatie doen? Met deze bronnengids willen we dus de geschiedenis geven aan iedereen die op speurtocht wil gaan: familieleden en nabestaanden, maar ook professionele onderzoekers en amateurhistorici, journalisten, leraren en beleidsmakers. Er is nood aan dergelijke instrumenten. Het internet is meestal de eerste bron van informatie, maar het is moeilijk daar door het bos de bomen nog te zien. We merken dat ondanks – of net vanwege – de overvloed aan informatie mensen soms gewoon fout geïnformeerd zijn. Welke informatiebron is nog betrouwbaar? We leven in een tijdperk van ‘alternatieve feiten’. Al dan niet doelbewuste desinformatie is een bron van maatschappelijke polarisatie. Er is dus meer dan ooit nood aan ‘wegwijzers’, maar die zijn op zich ook niet voldoende. Kennis over de bredere historische context is eveneens belangrijk. Daarom bevat deze gids ook hoofdstukken over historische context en beeldvorming. Dat kan helpen om straks aan de slag te gaan met de informatie die in de bronnen wordt gevonden. Ik wil graag alle medewerkers en hun instellingen bedanken voor de tijd die ze investeerden in dit belangrijke boek. In het bijzonder dank ik Fabrice Maerten, een van Belgiës grootste verzetsexperten, die dit project enthousiast heeft getrokken met de hem kenmerkende grondigheid. Ik richt ook een oprecht woord van dank aan Lannoo Uitgeverij en Éditions Racine voor de vanzelfsprekendheid en het professionalisme waarmee ze dit project ondersteunden.
18
was opa een held?
dee l I
Het verzet: tussen geschiedenis en herinnering
1 Het verzet: vergeten verleden?2 – Nico Wouters
Het populairste cliché over het Belgische bezettingsverleden is dat het ‘onverwerkt’ zou zijn. Wat het verzet betreft, lijkt veeleer de term ‘vergeten’ van toepassing te zijn. Terwijl in Frankrijk en Nederland elk schoolkind de nationale verzetsiconen Jean Moulin of Hannie Schaft kent, is het verzet in België zo goed als afwezig in het collectieve geheugen. Het is er niet in geslaagd om na 1944 zijn politieke gewicht, zijn morele legitimiteit en zijn hoge ledenaantallen te verzilveren in een sterke herinneringscultuur. De kennis over het verzet in België blijft vaak beperkt tot stereotiepe beeldvorming. Die is doorgaans eerder negatief. Dat is toch wel opvallend voor een groep die aan de ‘goede kant’ van de geschiedenis stond. Het populairste stereotype is wellicht dat Vlaanderen collaboreerde en Franstalig België in het verzet zat. Een tweede hardnekkig beeld is dat veel verzetslui pas op het laatste moment op de kar sprongen – de zogenaamde ‘septemberweerstanders’ – aangezien de ‘echte’ verzetsmensen meestal de oorlog niet hadden overleefd. Volgens een derde dominant beeld had het verzet geen nut en bracht het alleen nodeloos mensenlevens in gevaar. Een vierde karakterisering schetst verzetsmensen als roekeloze avonturiers (in het beste geval) of criminelen (in het slechtste geval). Die criminalisering van het verzet is vooral in Vlaanderen sterk. Maar ook in Franstalig België is dat negatieve beeld, zeker in bepaalde landelijke regio’s, ruimer verspreid dan je zou denken. Toch bestaat er ook positieve beeldvorming over het verzet. Eén voorbeeld is het beeld van verzetsleden als zuivere idealisten die voor een apolitiek ideaal streden (en na de bevrijding ruw aan de kant werden geschoven 2
Deze inleiding is gebaseerd op het onderzoek en de conclusies van (alfabetisch) Koen Aerts, Bruno Benvindo, Marnix Beyen, Bruno De Wever, José Gotovitch, Chantal Kesteloot, Pieter Lagrou, Fabrice Maerten en Evert Peeters. Ik ben ook veel dank verschuldigd aan Fabrice Maerten en Chantal Kesteloot voor hun opmerkingen bij de eerste versie van deze tekst.
21
door de machtspolitiek van de traditionele partijen). Een ander voorbeeld is het beeld dat het verzet de pluralistische parlementaire liberale democratie verdedigde en zo de directe erflater van onze rechtstaat is. Deze bronnengids wil al die beelden van het verzet niet vervangen door één waarheid. Het wil wel de blik opnieuw op de geschiedenis ervan richten, in al haar complexiteit en diversiteit. Daarom is, bij wijze van introductie, een beknopte geschiedenis van die beeldvorming geen overbodige luxe.
Na de bevrijding: verweesd verzet Wat er tijdens de bevrijdingsweken is gebeurd, heeft vaak een basis gelegd voor de latere beeldvorming. Hier loopt het al meteen mis voor het Belgische verzet. Na de geallieerde landing op 6 juni 1944 schakelt het verzet een versnelling hoger. Het doel is om mee het grondgebied te bevrijden. Maar door de snelle bevrijding kan het Belgische verzet geen grote militaire verdiensten claimen. Zo blijft het wat verweesd achter en moet het eensklaps een nieuwe positie zoeken in het bevrijde België. De uit Londen teruggekeerde regering-Pierlot is in september 1944 vooral bezorgd om haar eigen wankele positie. Ze wantrouwt zowel de sterk communistische als de koningsgezinde invloeden in het verzet. De eerste reflex van de regering is het gewapende verzet te controleren. Dat kan het best door het te integreren in de staatsstructuren. Op 8 september 1944 krijgen acht gewapende verzetsorganisaties een wettelijke erkenning. Tienduizenden clandestiene vrijwilligers zullen zo plots in overheidsdienst treden. De regering spiegelt hun voor dat ze de ruggengraat zullen vormen van een soort hernieuwd Belgisch leger. Het verzet lijkt een belangrijke rol te zullen krijgen in de institutionele en morele heropbouw van het land. Dat sluit perfect aan bij hoe een groot deel van het verzet zichzelf ziet. Maar in werkelijkheid weet de regering-Pierlot niet wat ze met het verzet aan moet. Bovendien stijgt de druk van de geallieerden. Ook zij wantrouwen de communisten en de leopoldisten. De regering gooit daarom het roer al snel om. Op 13 november 1944 beveelt ze de demobilisatie van het verzet. Dat betekent dat de verzetslui hun wapens moeten inleveren en zo is meteen ook het idee van een groot, nieuw ‘verzetsleger’ begraven. Het verzet wordt bedankt voor de bewezen diensten en mag naar huis. De leden kunnen wel nog op individuele basis dienst nemen in het leger, zoals iedereen. Dat gebeurt ook: tegen mei 1945 zijn circa 25.000 verzetsleden op individuele basis in het leger geïntegreerd.
22
Het verzet: tussen geschiedenis en herinnering
De leden van het OF en van organisaties die aanleunen bij de KPB, zoals hier de JGSU (Jeune Garde Socialiste Unifiée), betogen op 25 november 1944 tevergeefs in Brussel tegen de ontwapening van het verzet en voor het ontslag van de regering-Pierlot. (CegeSoma)
De Belgische communistische partij (KPB) ruikt een politieke opportuniteit. Ze heeft een grote legitimiteit op basis van haar brede verzetsorganisatie, het Onafhankelijkheidsfront. Ze organiseert op 25 november 1944 een nationale protestmars tegen de ‘antiverzetspolitiek’ van de regering, maar die mislukt. De bevolking ligt namelijk van heel andere dingen wakker en er komt maar weinig volk opdagen. De mars eindigt ook in geweld. De communisten hebben dus fout gegokt. Meteen is het ook duidelijk dat het Onafhankelijkheidsfront wel werkte als verzetsfront tijdens de bezetting, maar niet als politieke beweging in het bevrijde België. Het komt dus eigenlijk meteen tot een ‘breuk’ tussen de regering en het verzet. Een integratie in de staat, die de basis zou kunnen leggen voor een duurzame politieke macht van het verzet in het naoorlogse België, mislukt. De onderliggende oorzaak is dat de traditionele machtsnetwerken in België
het verzet: vergeten verleden?
23
– de politieke partijen, de vakbonden, de overheidsinstellingen – vooral het vooroorlogse bestel willen herstellen. Zij hebben niet georganiseerd in het verzet gestaan en komen relatief intact uit de bezetting. Een nieuwe machtsgroep zoals het verzet vormt een gevaarlijke concurrent (letterlijk zelfs, want het is gewapend). De meerderheid van de (dodelijke) slachtoffers tijdens WOII in België bestaat bovendien uit (buitenlandse) Joden en communisten. Die kunnen moeilijk de basis vormen van een nieuwe nationale Belgische identiteit. De associatie van het verzet met geweld tijdens de bevrijdingsperiode zal later ook meespelen in de beeldvorming. Verzetsmensen presenteren zich in veel steden en gemeenten als een alternatief voor de wettelijke overheden, zeker wanneer de ordediensten of lokale besturen afwezig zijn. Soms nemen ze (meestal zeer kortstondig) de gemeentehuizen over, met de wapens in de hand. Ze houden zich vooral bezig met al dan niet vermeende collaborateurs aanhouden en bewaken. Eind 1944 zijn er zo circa 170 interneringscentra met ongeveer 80.000 geïnterneerden. Dat werkt als een tweesnijdend zwaard. Enerzijds kun je argumenteren dat het verzet zich hiermee verantwoordelijk opstelt door een ordentelijke bestuurlijke overgang te steunen en collaborateurs te beschermen tegen de wraak van de bevolking, anderzijds kun je aanvoeren dat het verzet hier zijn boekje te buiten gaat en een bedreiging vormt voor de democratische staatsmacht. Dat laatste element zal uiteindelijk doorwegen in de beeldvorming. Het beeld van een mogelijke staatsgreep door communisten of royalistische militairen wordt in 1944-1945 bewust door een deel van de politieke elite gecultiveerd om het verzet te delegitimeren en zich van de geallieerde steun te verzekeren. Achteraf blijkt dat allemaal fel overroepen te zijn, maar de perceptie zal blijven bestaan. Een soortgelijk punt is de rol van het verzet in wraakacties tegen collaborateurs. Tijdens, maar ook na de zomer van 1944 worden politieke moorden gepleegd op al dan niet vermeende collaborateurs. De daders blijven vaak onbekend of onbestraft (vooral dankzij de zogenaamde ‘amnestiewet’ uit de zomer van 1945, die de spons veegt over bepaalde ‘patriottische misdaden’). Georganiseerde misdaadbendes profiteren van die context om puur gemeenrechtelijke feiten te plegen. Het Belgische gerecht balanceert op een slap koord: het moet een onderscheid maken tussen politieke misdaden (gepleegd door het verzet tegen collaborateurs) en ‘gewone’ criminaliteit. Het moet ook rekening houden met de publieke opinie, die na de bevrijding wraak wil en vaak begrip heeft voor geweld tegen collaborateurs. En uiteraard is er ook de straatrepressie. Verzetsmensen nemen na de be-
24
Het verzet: tussen geschiedenis en herinnering
In maart 1946 wordt de IJzertoren opgeblazen en volledig vernield. De aanslag wakkert de wrok van Vlaams-nationalisten tegen verzetsleden aan. (CegeSoma)
vrijding deel aan al dan niet spontane, lokale acties tegen (vermeende) collaborateurs – en doen dat opnieuw in mei 1945. Dat blijft tot op heden een moeilijk onderwerp. Er bestaan tal van mythes over, maar eigenlijk is er nog altijd geen diepteonderzoek uitgevoerd dat de rol van het verzet in die straatrepressie goed evalueert. In Vlaanderen is het meest emblematische incident de aanslag op de IJzertoren. In de nacht van 15 op 16 maart 1946 wordt de toren in Diksmuide met dynamiet tot ontploffing gebracht. De daders van de aanslag worden nooit berecht. De Vlaamse Beweging schrijft die daad aan het ‘anti-Vlaamse’ verzet toe. Later zal het heropgebouwde monument uitgroeien tot het ankerpunt van een anti-Belgische herdenkingscultuur. Er zijn met andere woorden in die vroege overgangsperiode al diverse bouwstenen aanwezig voor de ‘criminalisering’ van het verzet in de latere beeldvorming.
Interne verdeeldheid Tijdens de bezetting is het verzetslandschap pluralistisch, maar wel verenigd in de strijd tegen de Duitsers. Maar als na de bevrijding de gemeenschappelijke vijand wegvalt, wordt dat pluralisme al snel verdeeldheid. Die wordt voor het eerst duidelijk bij de erkenningspolitiek. De Belgische regering heeft geen duidelijk plan voor de integratie van de verzetsgemeenschap in de staat. Als een soort compensatie ontwikkelt ze wel snel een erkenningspolitiek die in morele en materiële tegemoetkomin-
het verzet: vergeten verleden?
25