Skip to main content

9789401463898

Page 1

Carl Devos

DEMOCRATIE De macht van de massa?


Uitgeverij Academia Press Ampla House Coupure Rechts 88 9000 Gent België www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISBN 978 94 014 6389 8 – D/2019/45/454 – NUR 740/754 Carl Devos Democratie. De macht van de massa? Gent, Academia Press, 2020, 120p. Eerste druk, 2020 Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving en zetwerk binnenwerk: Studio Lannoo © Carl Devos & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


INHOUD

INLEIDING: DE DEMOCRATIE IN CRISIS? 1

7

EEN L ANGE GESCHIEDENIS

15

Athene als geïdealiseerde voorloper

16

2 WAT IS DEMOCRATIE? OP ZOEK NAAR EEN ONMOGELIJKE DEFINITIE

19

Ontelbare omschrijvingen van democratie

25

Geen democratie zonder conflict

27

De democratische paradox

28

3 CENTRALE PRINCIPES VAN LIBERALE PARLEMENTAIRE DEMOCRATIE

31

Niet-democratische systemen

36

4 VOORWAARDEN VOOR DEMOCRATIE

41

Sociaaleconomische ontwikkeling?

44

Belang van sociaal kapitaal

47

Wat met het sociaal kapitaal in Vlaanderen

49

na ‘de kloof met de burgers’?

5


5 CRUCIALE BESTANDDELEN VAN DEMOCRATIE?

53

Democratie is een kwestie van evenwicht

53

Bestuur van het volk

56

Bestuur door het volk

57

Bestuur voor het volk

60

Begrenzing van de volkswil

63

6 PACIFICATIEDEMOCRATIE

67

Consensus- vs. meerderheidsdemocratie

67

Consensus- vs. meerderheidsmodel

68

Kenmerken

69

Specifieke vorm van politiek (conflict)beheer

70

Belangrijke vereisten voor de elite

72

België als pacificatiedemocratie?

76

Een achterhaalde vorm van democratie?

78

7

83

DELIBERATIEVE DEMOCRATIE

Wat is deliberatieve democratie?

87

8 DEMOCRATIE EN VERTEGENWOORDIGING

93

Vertegenwoordiging komt in soorten

95

Vertegenwoordiging omdat we die zo overeenkomen

96

Vertegenwoordigers omdat ze op ons gelijken

97

Vertegenwoordigers omdat ze voor ons handelen

98

De relatie tussen vertegenwoordiger en vertegenwoordigde

99

Nieuwe ‘creatieve’ vertegenwoordiging

104

‘Wat moest gebeuren’, eerder dan ‘de wil van het volk’

106

9 TOT SLOT: DE DEMOCRATIE IS NOOIT PERFECT NOCH AF

109

6


INLEIDING: DE DEMOCRATIE IN CRISIS ? ‘The ignorance of one voter in a democracy impairs the security of all’  — John F. Kennedy

De 20ste eeuw was de eeuw van de democratie. Nooit eerder genoten meer mensen van democratische rechten en vrij­ heden. Democratie is, in essentie, een bestuursvorm waarbij het volk de macht heeft. In de vorige eeuw leefden steeds meer mensen in een systeem waarin ze zelf, meestal via vertegenwoordigers die zij verkozen, de voor een samenleving bindende beslissingen konden nemen. Met alle daarbij horende rechten en vrijheden, om die macht van het volk mogelijk te maken. Bovendien is de rol van de overheid in de 20ste eeuw enorm toegenomen: de reikwijdte van democratie is daardoor fors uitgebreid. Omdat de overheid zo groot werd en zoveel domeinen regelt, is de invloed van de democratie tot in de nerven van de samenleving voelbaar. Maar volgens sommigen lijkt zich in de 21ste eeuw een omgekeerde beweging voor te doen. Zij spreken van een democratische recessie, waarin er meer landen naar minder democratie evolueren. Bijgevolg neemt de macht van de mensen om over de samenleving te beslissen af. Die algemene bezorgdheid klinkt uit populaire boeken als How Democracies Die (2018) 7


of The End of Democracy (2014), waarin de auteurs waarschuwen voor de teloorgang van de democratie – vaak na de verkiezing van de Amerikaanse president Donald Trump in 2016 en het referendum over de Brexit in datzelfde jaar. Er is dus nogal wat ongerustheid over de gezondheid van de democratie. De democratie zelf krijgt veel verschillende kritiek, uit verschillende hoeken, die deze bestuursvorm ondermijnt. Volgens sommigen hebben burgers wel ‘vote, but no voice and no choice’: we kunnen stemmen, maar ze luisteren niet naar die stem, of we hebben finaal weinig keuze omdat partijen eenheidsworst voorstellen. Volgens deze kritiek is er sprake van de zogenaamde ‘postdemocratie’, waarin er geen conflict meer is door eenheidsdenken. Kiezers hebben geen macht meer, omdat er geen keuze meer is tussen alternatieve visies. Traditionele partijen stellen politieke kwesties voor als complexe bestuurlijke problemen, zonder grote maatschappelijke keuzes. Politiek lijkt zo een technisch vak. En gewone burgers krijgen geen grote, uitgewerkte maatschappijvisies meer voorgeschoteld, maar eerder technische kwesties waarover ze moeilijker kunnen oordelen. Voor Harvard-professor Yasha Mounk, auteur van het populaire The People vs Democracy (2018), is het ‘ondemocratisch liberalisme’ het hoofdprobleem. Dat fenomeen staat voor een evolutie waarin steeds meer politieke kwesties aan de democratie ontsnappen. Ze worden beslist in allerlei technocratische en vaak internationale elites, ver verwijderd van de burgers. Dat geeft die burgers het gevoel dat ze geen controle meer hebben over hun eigen leven, maar door allerlei internationale regels gevangen zitten. Die regels worden gemaakt door instellingen zoals de Europese Commissie en de Europese Centrale 8


Bank, of door verdragen die allerlei discussies naar het juridische niveau tillen. Burgers vinden democratische participatie daarom minder nuttig. Zeker als de nationale democratie een beperkte slagkracht blijkt te hebben als ze voor wereldwijde uitdagingen staat zoals migratie, klimaatopwarming, de strijd tegen terreur of ongelijkheid. Die domeinen worden dan in hoge mate bepaald door verschillende internationale afspraken, waarin allerlei rechten – bijv. sociale rechten voor migranten – worden voorzien. Verkozen politici moeten beleid voeren binnen een kader waaraan ze weinig kunnen doen. Dat maakt dat mensen zich vragen stellen bij het nut van de democratie. Vandaar ontstaat soms de roep om sterke politieke leiders die de controle over het eigen lot moeten herstellen, binnen de eigen grenzen. Volgens een radicaal en populistisch discours, dat vaak via sociale media verspreid wordt en zich bedient van ‘alternatieve feiten’, moet de stem van het volk primeren op de rechtstaat. Zo komen we tot de ‘onliberale democratie’, de tegenhanger van ‘ondemocratisch liberalisme’. Het gevaar hiervan is dat onze vrijheden en rechten op democratische wijze worden afgebouwd. Via verkiezingen worden sterke en autoritaire leiders aangesteld. Macht wordt steeds meer geconcentreerd, bijvoorbeeld door vertrouwelingen te benoemen of door de oppositie, wetenschappers, media of justitie uit te schakelen of te verzwakken. Persoonlijke, liberale vrijheden, en democratische inspraak, zeker van bepaalde minderheden, staan onder druk. De verontwaardiging over het ‘systeem’ of de ‘elite’ neemt toe. Landen als Hongarije, Polen, Turkije, Rusland, Brazilië, Venezuela, of de Filipijnen dienen als voorbeeld. In andere landen zijn radicaal-rechtse partijen aan de macht of 9


winnen ze verkiezingen. Niet zelden bedienen ze zich daarbij van populistische technieken. Hun tegenstanders delen ze in bij het volksvijandige, gecorrumpeerde systeem dat bestreden moet worden. Ze jutten hun achterban op tot politiek tribalisme. Ze construeren hun eigen parallelle universum via fake news en alternatieve feiten die ze langs eigen of sociale media verspreiden, terwijl ze anderen net daarvan beschuldigen. Ze hanteren het primaat van de politiek en verheerlijken het meerderheidsdenken. De democratie wordt er niet luidruchtig beÍindigd via een staatsgreep of revolutie, maar geleidelijk uitgehold. Politicoloog David Runciman verzet zich in How Democracy Ends (2018) tegen de gedachte dat de crisis van de democratie ons terugbrengt naar de jaren 1930, naar het fascisme en politieke geweld. Maar het is niet omdat we de jaren 1930 niet zullen herbeleven, dat er geen probleem is. Hij stelt dat we te veel zoeken naar klassieke tekenen van verval, terwijl democratieÍn de verkeerde richting uitgaan op een manier die ons niet vertrouwd is. Zo vormt bijv. de inmenging, onder andere via sociale media, van buitenlandse inlichtingendiensten in de verkiezingen, waarbij ze proberen om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten en het land zo te verzwakken of een bepaalde kandidaat te steunen, een risico. Het is dus niet omdat de democratie niet instort, dat ze niet in gevaar is: democratie kan falen en toch intact blijven. Waarnaar democratie zal evolueren is een open vraag, maar niet per se naar de jaren ’30: de toekomst zal anders zijn dan het verleden.

10


De kans dat Rusland de Belgische parlementsverkiezingen zal beïnvloeden is klein. Maar ook in ons land heeft de democratie het vaak moeilijk. Denk aan de vele blanco’s, ongeldige stemmen of afwezigen bij verkiezingen maar ook aan het gebrek van vertrouwen in de politiek. Het parlement wordt hier niet vaak gezien als het ‘paleis van de natie’, een sacrale tempel waarin zich als het ware de eucharistieviering van het geloof in de democratie voltrekt. Tijdens de consecratie, de parlementaire stemmingen, wordt het volk van miljoenen kiezers belichaamd in 124 (Vlaams) of 150 (Kamer­leden) van hun gelijken. In een democratie zijn verkiezingen eigenlijk een heilig moment. Maar ook in eigen land voelen veel burgers dat niet zo aan. Voor velen is het parlement een praatbarak en zijn verkiezingen nutteloos. Ook in eigen land valt dikwijls te horen dat meer autoritaire bestuursvormen toch allerlei voordelen hebben: ze kunnen sneller beslissen met minder geklets, omdat er minder rechten en checks and balances zijn die verdelen en vertragen. Ook in eigen land zijn er politici die democratie willen zonder al de democratische instellingen. Toch zijn er ook andere stemmen, die stellen dat er niets mis is met de democratie, maar dat sommigen het blijkbaar moeilijk hebben om democratische uitkomsten en keuzes die hen niet zinnen te accepteren. Zij stellen dat de keuze voor Trump na Obama, bijvoorbeeld, een typisch voorbeeld is van een correctie, een evenwicht, wat heel normaal is in een gezonde democratie. Die ‘optimisten’ vinden ook dat het populisme niet per se een teken is dat democratie in verval is. Het populisme is een indicatie dat er problemen zijn met democratie, maar door het populimse kunnen die naar boven komen en 11


tot aanpassing en verbetering leiden. Volgens sommige van die auteurs die stellen dat het niet zo slecht gesteld is met democratie, moet alle paniek rond democratie ook bepaalde belangen en visies, vooral linkse, dienen. ­Terwijl anderen zeggen dat het net rechtse stemmen zijn die de democratie onder vuur nemen, om zo tot sterkere leiders te komen. Hoe dan ook, de kritiek op de democratie klinkt luid, uit verschillende richtingen en op verschillende punten. Anderen vinden al die paniek overbodig, merken op dat democratie altijd imperfect is geweest en het altijd zal zijn en dat we daar gewoon moeten mee leren leven, zonder democratie te idealiseren. Dit kort, inleidend overzicht van een deel van het huidig debat over democratie leert dat er nog altijd veel te doen is om die bestuursvorm die meer dan tweeduizend jaar oud is. Er passeren veel dure woorden om de problemen van democratie vandaag te omschrijven. We laten die in wat volgt achter­wege. We concentreren ons hierna op een heel eenvoudige vraag: ‘Wat is democratie?’. Die bestuursvorm waarover blijkbaar nog altijd zoveel discussie en ongerustheid is. Uitmaken of die ongerustheid al dan niet terecht is, is niet het opzet van dit boekje. Ik wil uitleggen wat democratie is, zodat de complexiteit ervan beter kan begrepen worden en mensen zelf beter kunnen uitmaken wat er al dan niet mee aan de hand is. Het gaat er vooral om democratie vanuit verschillende invalshoeken te benaderen, alsof je op verschillende stoelen in de kamer gaat zitten om een centraal gelegen onderwerp op allerlei manieren te bekijken.

12


De bedoeling van dit boekje is dus om voldoende achtergrond en bouwstenen mee te geven. We proberen zo eenvoudig mogelijk enkele kernaspecten van democratie te verduidelijken – volledigheid is onmogelijk. Wat volgt is dus een bescheiden kennismaking met een rijk en uiterst boeiend, maar ook heel complex onderwerp. Eerst bekijken we wat voor velen de start van democratie is en proberen we democratie te definiëren, al zijn definities eigenlijk niet belangrijk. Daarna hebben we het over de centrale principes, voorwaarden en cruciale onderdelen van democratie. Dat is een interessante manier om de complexiteit van democratie te verduidelijken. Het gaat er daarbij zelfs niet eens om wat nu precies principe, bestanddeel of voorwaarde is: dat zijn maar etiketten om ons verhaal wat te structureren. Nadat we de democratie stevig ontleed hebben, concentreren we ons op pacificatiedemocratie: zo leren we meer over een democratie in werking, en over België. Pacificatiedemocratie is immers een vorm van conflictmanagement die bij ons heel dominant is. In het voorlaatste hoofdstuk bekijken we dan weer een andere vorm van democratie, die ook in ons land sterk opkomt, en die deels uit de kritiek op de pacificiatie­democratie groeit. Maar die deliberatieve of participatieve democratie is niet voor iedereen weggelegd. De belangen­verdediging van wie er niet aan kan meedoen, hangt dan van de volksvertegenwoordiging af. Daarom hebben we het in het laatste hoofdstuk over het moeilijke concept van vertegenwoordiging. In ons systeem worden de meeste beslissingen immers nog altijd vanuit de vertegenwoordigende democratie genomen. Dat alles samen, dit boekje, is niet de meest traditionele manier om democratie te benaderen. We 13


willen niet zozeer een klassiek tekstboekje of een praktische gids samenstellen, maar vooral fundamentele inzichten aanreiken die burgers kunnen helpen om kritisch en creatief hun rol op te nemen.

14


1 EEN L ANGE GESCHIEDENIS

‘Onze staatsvorm heet een democratie, omdat ze in handen is van velen en niet van enkelen’  — Pericles’ grafrede, zoals opgetekend door Thucydides1

De populariteit van de democratie is vandaag, ondanks alle kritiek en bezorgdheid, nog steeds bijzonder groot. Iedereen wil democraat zijn: zelfs autoritaire leiders stellen zichzelf als democraten voor. Democratie is een aantrekkelijk ideaal voor wie vrijheid en gelijkheid wil promoten. Omdat iedereen er een eigen invulling kan aan geven en er zijn eigen ideologie aan kan koppelen, kent democratie veel aanhangers. Als iets in naam van democratie wordt beslist, lijkt het daarmee ook een morele goedkeuring te hebben. ‘Democratisch beslist’ klinkt dan als ‘juist beslist’, of toch iets waar je je moet bij neerleggen. Zoals een democratisch verkozen leider er een is die daarom legitiem is, die je dus moet aanvaarden. Alleen al daarom is democratie populair. Maar dus ook omdat het de kernwaarden van vrijheid en gelijkheid met elkaar verzoent, zoals verderop duidelijk zal worden. Dat verklaart het succes van democratie. Ongeveer iedereen is het erover eens: we hebben democratie nodig. Om de samenleving te besturen, hebben we een overheid nodig. Want anders, aldus de Schotse historicus James Mill (1806-1873), ‘streven mensen alleen hun eigenbelang na’. Mocht er geen overheid zijn, zouden de sterken de zwakken 15


onder de voet lopen. Hij bouwt daarmee verder op ideeën van filosofen als Locke, Rousseau en Hobbes, die stellen dat mensen via een sociaal contract macht uit handen geven aan de overheid in ruil voor bescherming. Maar hoe kun je vermijden dat die overheid haar macht misbruikt, en enkel het eigenbelang van de heersers dient, ten koste van de rest van het volk? Dat kan door ervoor te zorgen dat de belangen van de overheid samenvallen met die van het volk. Dat kan via democratie. We hebben een overheid nodig, en om er voor te zorgen dat die werkt voor het algemeen belang, hebben we democratie nodig. Dat werd al lang geleden geconcludeerd. Democratie is dus verre van nieuw.

Athene als geïdealiseerde voorloper Voor de meesten start de lange geschiedenis van de democratie in het klassieke Griekenland, in het bijzonder in Athene. Al hadden ook heel wat andere Griekse stadstaten vergelijkbare politieke stelsels, sommige al voor die in Athene gebruikt werden. En wellicht waren die op hun beurt geïnspireerd op nog oudere vormen van democratie in het Midden-Oosten, die mogelijk tot 2000 jaar voor Christus teruggaan.2 In elk geval is de woelige geschiedenis van democratie een verhaal dat zich over duizenden jaar spreidt, een verhaal dat we in dit boekje niet volledig kunnen vertellen. De vroege bloeitijd van de democratie ligt ongetwijfeld in het Athene van de vijfde eeuw v.C. Het is dan ook niet toevallig dat ‘democratie’ een Grieks woord is: dèmokratia staat voor het heersen (kratein) van het volk (dèmos). In de praktijk kwa16


men in Athene de vrije mannen, ouder dan twintig jaar en zelf zonen van vrije burgers, samen in de ekklesia of volksvergadering. Ze vergaderden minstens veertig keer per jaar op de Pnyx-heuvel, op voorwaarde dat er minstens 6000 aan­wezigen waren.3 Hoewel het doorgaans de sterke sprekers waren die het woord namen, kon in principe elke aanwezige zijn mening geven. Stemmen over een bepaald voorstel gebeurde vaak via handopsteking.4 Als er overheidsambtenaren nodig waren, dan werden die voor een zeer korte periode via loting of rotatie gekozen. Een comité van vijftig burgers bereidde beslissingen voor een raad (de boulè) van vijfhonderd burgers (ouder dan dertig jaar) voor. Die fungeerde als het uitvoerend orgaan van de ekklesia. De voorzitter was dat slechts voor één dag en iedereen kon het maximaal twee keer in zijn leven worden. Maar eigenlijk zou je de bestuursvorm van toen vandaag geen democratie meer noemen, betoogt Hans Joachim Störig in zijn Geschiedenis van de filosofie (2000). ‘Als we spreken over de Griekse democratie, mogen we niet uit het oog verliezen dat een groot deel van het volk bestond uit rechteloze slaven – in Athene ging dat over meer dan de helft van de bevolking. De welvaart van de overige inwoners was de vrucht van hun arbeid. Alles wat we bij de Griekse schrijvers lezen over de verschillende staatsvormen, heeft slechts betrekking op deze minderheid van vrije burgers. Niemand kwam op de gedachte het recht van slavernij te betwijfelen.’5

17


Democratie was er enkel voor vrije burgers, niet voor vrouwen, kinderen, slaven en vreemdelingen. Ze was dus zeer exclusief en verschilt in sterke mate van onze huidige opvattingen. Kritiek op de Atheense democratie was er al vanaf het begin, maar doorgaans om andere redenen dan vandaag: Ze zou net te inclusief zijn. Volgens Plato waren niet alle mensen of alle meningen gelijk en is een democratie te kwetsbaar voor demagogen die de massa misleiden. In zijn Politeia gaf hij een omschrijving waarin duidelijk sarcasme weerklonk: ‘Het blijkt een kleurig soort constitutie te zijn, waar een plezierige anarchie heerst en alle mensen als gelijken worden behandeld, of ze nu gelijk zijn of niet.’6 Zelf pleitte hij voor een aristocratie waarin letterlijk ‘de besten’ de touwtjes in handen hadden. Zijn leerling Aristoteles was iets minder kritisch, maar zag democratie ook niet als de ideale staatsvorm. Ideaal was voor hem een combinatie van democratie en aristocratie, die later inspiratie zou beiden voor de Romeinse republiek, maar ook voor onze moderne vertegenwoordigende democratie.7 Zuivere democratie vond hij net als tirannie en oligarchie een geperverteerde vorm van bestuur. Hij wees al vroeg op het probleem dat we later nog zullen tegenkomen: de macht van de meerderheid die botst met individuele rechten en rechtvaardigheid. Blijkbaar is democratie toch ingewikkelder dan op het eerste zicht lijkt.

18


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401463898 by Uitgeverij Lannoo - Issuu