Serafina en de zeven sterren
Robert beatty
en de
Z
e v e
e R r stE
Vertaald door Mireille Vroege
www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 ISBN 978 94 014 6377 5 D/2020/45/14 NUR 283 Oorspronkelijke titel: Serafina and the seven stars Oorspronkelijke uitgever: Disney Hyperion, 2019 © Copyright tekst © Robert Beatty, 2019 In overleg met de auteur. Alle rechten voorbehouden. © Nederlandstalige editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 Vertaling: Mireille Vroege Omslagillustratie: © Alexander Jansson Vormgeving cover: Maria Elias & Studio Lannoo Opmaak binnenwerk: Mieke Smalle
Huize Biltmore Asheville, North Carolina 1900
1 Serafina rende door het bos, haar scherpe panterklauwen groeven zich in de met herfstbladeren bezaaide grond en dreven haar lange, zwartbehaarde lichaam voort door het kreupelhout. Ze klauterde met mos begroeide rotshellingen op en vloog over een veld met in de schaduw wiegende varens, in volle vaart op weg naar huis. Achter haar kwam het geluid van rennende voetstappen snel dichterbij. Ze stortte zich met nog meer vaart naar voren, sprong over de stam van een omgevallen boom en sprintte een open veld over. Maar nu zaten ze haar met z’n tweeën achterna, en ze probeerden zich grauwend op haar flanken te storten. De eerste bergleeuw gooide zich met een woeste grom op haar rug, zodat ze op de grond viel. De tweede knalde tegen haar kop aan. Ze draaide zich met een sissend geluid naar ze om. Ze wilde ze bijten, ze duwde ze met haar poten van zich af en sloeg een paar keer met ingetrokken klauwen naar ze. Toen wist ze zich aan hen te ontworstelen en ging ze ervandoor. Stomme katten, jullie moeten maken dat jullie hier wegkomen, dacht ze, terwijl ze over het beekje sprong aan de achterkant 7
van Diana Hill. We komen te dicht bij het huis. Jullie moeten terug. Ze schoot naar voren en probeerde zoveel voorsprong op haar jongere halfzus en halfbroer te krijgen dat ze het eindelijk zouden opgeven en zich diep in het bos zouden terugtrekken. Maar die twee kregen juist meer kracht dan ooit toen ze zagen dat zij hen te snel af probeerde te zijn. Haar zus sprong nu voor haar uit en keek speels grommend om, in de hoop dat Serafina achter haar aan zou gaan. Rustig aan, dacht Serafina toen ze de top van de heuvel bereikten. Hier moet je voorzichtig zijn. Maar precies op dat moment hoorde ze een luide knal, het knarsende geluid van metaal dat uit elkaar getrokken werd, van verbuigende draad, en een bergleeuw die brulde van de pijn. Haar zus rende zo hard dat ze helemaal niet had gezien dat er een hek stond – ze wist niet eens wat een hek wás – en ze was ertegenaan geknald. De doodsbange leeuw schopte en klauwde en probeerde zich uit alle macht tegen deze vreemde, kronkelende aanvaller te verzetten. De andere bergleeuw liep gejaagd om het spartelende, in het draad verstrikte lichaam van zijn zus heen, maar kon helemaal niets doen om haar te helpen. De paniek sloeg Serafina om het hart. Ze nam snel haar mensengedaante aan en liep naar haar spartelende zus. Hoe heviger de jonge bergleeuwin zich tegen het draad verzette, hoe meer ze erin verstrikt raakte. Serafina greep het metalen kluwen met haar blote handen vast en probeerde het weg te trekken. Maar de leeuwin bleef 8
zich verzetten, ze duwde tegen het draad, ze krabde, beet en gromde. ‘Blijf even stilstaan, kat! Ik probeer je te helpen’, zei Serafina geërgerd tegen haar zus, maar toen de leeuwin met haar goudkleurige ogen naar haar opkeek, wist Serafina dat haar zus niet begreep wat ze zei. ‘Ik zei toch dat we genoeg gespeeld hadden voor vandaag’, zei ze, terwijl ze aan het draad trok en wrong. ‘Je had niet achter me aan moeten komen. Nu zijn we te dicht bij het huis.’ Terwijl ze haar zus probeerde te bevrijden, keek ze om zich heen om te zien waar ze precies was. Even verderop stond het Romeinse beeld van Diana, de godin van de jacht, omgeven door de met ranken begroeide stenen zuilen van een prieeltje. Diana hield in haar ene hand een boog, ze droeg op haar rug een pijlenkoker, en naast haar stond een hert. We zijn veel te dicht bij het huis, dacht Serafina weer, terwijl ze worstelde met een stuk draad waarin de poten van haar zus verstrikt waren geraakt. Haar broer en zus konden vreselijk in de problemen raken als ze op het landgoed zouden komen. Als ze ergens niet op zat te wachten, was het wel dat iemand een bergleeuw over het gazon van Biltmore zag rennen. Vanaf deze hoge plek boven op Diana Hill kon Serafina Huize Biltmore in het dal zien liggen. De lichtgrijze kalkstenen muren, de glas-in-loodramen die fonkelden in het licht van de ondergaande zon, de steile leien daken die hoog de lucht in staken, en daarachter, in de verte, de mistige toppen van de Blue Ridge-bergen. Het huis lag er mooi bij, rustig en sereen. Maar dat fijne 9
gevoel vertrouwde ze niet. De schoonheid ook niet. En ze kon al helemaal niet tegen de zenuwslopende rust en stilte die de afgelopen paar maanden over het landgoed hadden geheerst. Behalve dit ongeluk van haar zus was er al heel lang niets onheilspellends meer op Biltmore gebeurd, maar ze kon het gevoel niet van zich afzetten dat dat niet lang meer zou duren. Het lukte eindelijk om haar zus van het draad te bevrijden, alleen om haar voorpoot zat nog een gemeen stuk. De leeuwin trok haar poot steeds op het verkeerde moment weg, omdat ze snel los wilde komen, maar daarmee hinderde ze Serafina wel bij haar pogingen. ‘Nog even volhouden, meisje’, zei Serafina, terwijl ze over de kop van de leeuwin aaide. ‘Ik ben bijna klaar.’ Haar zus had kleine snijwondjes in haar schouders en poten, maar Serafina wist niet hoe ze haar moest helpen. Ze had geen verband, en al had ze dat wel, ze kon het toch niet vastzetten. Braeden moet erbij komen, dacht ze geprikkeld. Hij zou de leeuwin wel weten te kalmeren en haar wonden kunnen genezen. Maar Braeden was weg, en van die schrik was Serafina nog niet helemaal bekomen. Al hun verwoede pogingen om bij elkaar te blijven en om in leven te blijven waren tenietgedaan door een paar woorden op een stom stuk papier, geschreven in een stad ver weg. Ze had gehoopt dat hij zijn stem zou laten horen, dat hij in verzet zou komen, dat hij boos zou worden om de woorden van zijn oom. Maar hij kon er niet tegenin gaan. Hij wist dat hij er niet tegenin mócht gaan. 10
En nu was ze dus weer alleen. Ze wrikte het laatste stuk draad van de poot van haar zus. De leeuwin stond op en wreef met haar besnorde kop dankbaar langs Serafina’s wang. Hun broertje kwam naar hen toe en duwde op zijn beurt zijn schouder tegen hen aan. Het leek wel alsof ze een beetje spijt hadden van hun onbesuisde gedrag, en zelf had ze er ook spijt van. Ze had veel eerder moeten ophouden met rennen en hen moeten waarschuwen voor de gevaren van de mensenwereld. De opzichters van Biltmore hadden het hek waarschijnlijk neergezet om het bosje met jonge esdoorns te beschermen dat ze boven op Diana Hill hadden aangeplant. De welpen waren volgroeid nu, maar nog steeds jong en onervaren. Maar toen ze haar broer en zus omhelsde, voelde ze in haar nek dat de wind veranderde. Er liep een rilling over haar rug. Ze draaide zich geschrokken om en tuurde naar de bomen die rond het huis in de verte stonden. Ze keek of er gevaar dreigde, wat voor gevaar dan ook. Een mysterieuze figuur of een loerende vijand, ze lette op alles wat erop kon duiden dat er iets akeligs stond te gebeuren. Ze keek of ze ergens op de balkons of de torens van het huis een verdachte beweging zag, en daarna keek ze naar de toegangsÂpoort, de weg en de paden die naar de tuinen liepen. De afgelopen maanden had ze dag en nacht over het terrein gepatrouilleerd. Ze had alleen geslapen als het echt niet anders kon, want de herinneringen aan de gevechten die ze in het verleden had moeten leveren, waren er ook in haar slaap. Nee, sprak ze zichzelf toe, terwijl ze naar het huis in het dal 11
keek en naar de bergen erachter, ik laat me niet om de tuin leiden door deze schoonheid en aangename aanblik. Er was iets niet in de haak. Er was op Biltmore altíjd iets niet in de haak. Een zwarte mantel en een kronkelstaf, een schimmige tove naar in de donkere nacht – ze wist niet in wat voor vorm het zich zou aandienen, maar zíj was de wachter van Huize Biltmore, en zíj wist dat ze waakzaam moest blijven, want dat er anders mensen zouden sterven. Toen ze vanuit het noorden een geluid door het bos hoorde trekken, kreeg ze kippenvel. Ze hield haar hoofd schuin en luisterde. Het gefluister van de wind bewoog zich tussen de boom takken door. Ze vertrouwde de wind niet en ook de bomen niet. In de maanden na de laatste gevechten die ze had geleverd, had het minste gekraak van een takje ergens ver weg of heel zacht geritsel van bladeren haar al de stuipen op het lijf gejaagd. Nu ze op de heuvel stond en het gefluister van de wind naar zich toe hoorde komen, wist ze niet of het de waarheid of een leugen was, maar ze voelde hoe een kriebelend gevoel langs haar lichaam omhoogtrok. Ze haalde diep adem door haar neus en rook iets in de wind – een vleugje zwavel en houtskool, geuren die ze al heel lang niet meer had geroken. Ze deden haar denken aan de dood. Toen werd het geluid duidelijker, het was het geklepper van dravende hoeven. Er reed een rijtuig over de toegangsweg naar Biltmore. 12
Het logisch denkende deel van haar mensenbrein vertelde haar dat niet alle rijtuigen vol zaten met demonen en moordenaars. Maar haar longen zogen zich al vol met lucht, alsof ze wisten dat ze zo meteen aan het werk moesten. Misschien was het wel niets, probeerde ze zichzelf nog voor te houden. Misschien zaten er wel allemaal aardige, elegante en deftige mensen in het rijtuig, die een gezellig bezoekje kwamen afleggen. Maar haar hart klopte in haar keel. De schoonheid. Het bos. De wind. Ze draaide zich snel om naar haar broer en zus. ‘Luister goed, jullie moeten maken dat jullie wegkomen. Nu meteen! Rennen!’ Voor de verandering deden de twee grote katten precies wat ze zei. Ze vlogen ervandoor, de beschutting van het bos in. Serafina rende naar Huize Biltmore, maar op het moment dat ze bij de grote poort aankwam, denderde een rijtuig met een span paarden ervoor de binnenplaats op. Nog voor ze kon zien wie erin zaten, kwam er nog een rijtuig achteraan, en daarna nog een, tot er in totaal dertien rijtuigen binnen waren gereden, en de koetsiers reden allemaal in een rechte lijn naar de voordeuren van het huis.
13