Skip to main content

9789401463645

Page 1

T I NA DE G ENDT K A R EL VA N KEY M EUL EN

h c o l B

Het verhailalievan de fam

een joodse patissier op de vlucht tijdens de tweede wereldoorlog


— inhoud —

7

proloog

13

hoofdstuk 1 — De koffer

35

hoofdstuk 2 — De mens wikt, God beschikt

57

hoofdstuk 3 — Raven jagen

85

hoofdstuk 4 — Het vlooienhotel

117

hoofdstuk 5 — Lincoln

157

hoofdstuk 6 — De laatste brief

175

hoofdstuk 7 — Op de tast

209

hoofdstuk 8 — Nummer 347

231

nawoord door Alain Bloch

235

originele brieven

257

literatuur

261

register


‘Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar onverschillig­ heid. En dat betekent dat het tegenovergestelde van kennis niet onwetendheid is, maar onverschilligheid. Het tegenovergestelde van hoop is niet zonder hoop, maar onverschilligheid. Het tegen­over­ gestelde van leven is niet dood, maar onverschilligheid voor leven en dood. En daarom geloof ik dat literatuur of kunst of schrijven of onderwijzen of werken voor de mensheid maar één doel heeft: vechten tegen de onverschilligheid.’ — Elie Wiesel, Holocaustoverlevende, auteur en Nobelprijswinnaar voor de Vrede


— proloog —

In een parkje aan de Leie in Gent staat een herdenkingsmonument verscholen tussen de struiken. Een roodkoperen tol van ongeveer een meter hoog lijkt er te draaien over een granieten tegelvloer. Het monument is een eerbetoon aan de slachtoffers van genocide en extreem racisme wereldwijd. De tol, gebaseerd op de Joodse dreidel, verwijst naar de willekeurigheid van het lot. Op een drietal meter van de tol staat een granieten kubus, met daarop de namen van de 67 Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit Gent werden gedeporteerd. Onder hen Sophie Loeb, Margot Bloch en Marcel Levy: de grootmoeder, tante en oom van Jacques en Nicole Bloch, uitbaters van de gelijknamige Gentse bakkerij. Het was Jacques die het initiatief nam voor dit Michaël Lustig-monument, dat op 8 mei 1998 werd ingehuldigd en vernoemd is naar de Gentse rabbijn die tijdens de oorlog samen met zijn gezin werd gedeporteerd. Het Lindeleipark waar het monument staat, is een van de kleinste parken van de stad, maar er staan opvallend veel struiken en enkele uitzonderlijk hoge bomen. Daardoor dringt het zonlicht hier, zelfs op klaarlichte dag, amper door het veellagige bladerdek heen en lijkt in het park steeds een vreemd donkergrijs licht te hangen. Ik weet niet of de natuurlijk intieme sfeer van het park een rol heeft gespeeld bij de keuze van de locatie voor het Lustig-monument, maar het maakt de plaats helaas ook erg ge7


voelig voor vandalisme en sluikstort. In enkele jaren tijd had het monument minstens drie keer te lijden onder vandalisme. Midden november 2018 vond de ergste vernieling plaats: de massieve koperen tol werd losgerukt uit de vloer. Dit gebeurde enkele dagen voor de jaarlijkse Kristallnacht-herdenking, die sinds twintig jaar in het park plaatsvindt. In 2018 was het precies tachtig jaar geleden dat in Duitsland duizenden Joodse winkels, synagogen en woningen in de Kristallnacht van 8 op 9 november 1938 werden vernield. Nu stonden diegenen die deze herinnering levend wilden houden zelf voor een door vandalisme getroffen monument. De bezorgdheid daarover was groot. Wie had het monument deze keer beschadigd en waarom? Waren het dronken vandalen die uit onverschilligheid en onwetendheid hadden gehandeld? Of hadden extremisten het herdenkingsmonument doelbewust op dit moment schade toegebracht? Niemand die kon zeggen welk van de twee scenario’s het ergste was: de toegenomen onverschilligheid of de heropleving van haat. Het was naar aanleiding van deze gebeurtenis dat, los van elkaar, twee telefoongesprekken plaatsvonden die dit boek in een stroomversnelling brachten. Het eerste gesprek vond plaats tussen Jacques Bloch en Karel Van Keymeulen. De twee kennen elkaar goed: Karel was niet alleen dertig jaar vaste klant van de bakkerij (tot die sloot in 2008), maar op het moment van het telefoongesprek ook nog maar net afgezwaaid als stadsjournalist voor De Gentenaar, waarvoor hij regelmatig over de Joodse gemeenschap had bericht. Meestal gingen de telefoontjes van Karel uit, maar nu belde Jacques hÊm om erop aan te dringen dat er 8


meer berichtgeving zou komen over het toenemende antisemitisme in Gent. Karel verontschuldigde zich, maar als kersvers gepensioneerde journalist kon hij niet meer beslissen over de inhoud van de krant. Hij beloofde het door te geven aan de redactie en inderdaad: enkele dagen later verscheen een artikel over de vernieling. Het tweede telefoongesprek vond plaats op de dag dat het artikel verscheen. Theatermaker Luk De Bruyker belde me om zijn verontwaardiging te uiten: ‘Heb je het gezien? Het monument is weer beschadigd! We moeten het nu doen.’ Luk had me twee jaar eerder al aangesproken over zijn idee om een theaterstuk te maken over de legendarische bakkerij Bloch. Hij wilde het verhaal correct brengen, maar zag zich niet zelf in de archieven duiken en hij wist dat ik niets liever deed. Sindsdien was ik me beginnen te verdiepen in het verhaal van de familie, onder meer door L’Histoire de Bonne-maman Sophie door te nemen, het minutieuze en prachtig gedocumenteerde werk van voormalig onderzoeksrechter Alain Bloch (zoon van Jacques) over het oorlogsverleden van zijn familie. Ik was samen met Karel ook al enkele keren op bezoek geweest bij Jacques en Nicole Bloch om extra details uit hun fenomenale geheugen te plukken. Het ongelooflijke vluchtverhaal van de familie intrigeerde en leek met elk nieuw bericht over de zich in diezelfde periode ontvouwende ‘vluchtelingencrisis’ actueler te worden. Door de beschadiging van het Lustig-monument, uit haat of onverschilligheid, beseften alle betrokken partijen dat het moment gekomen was. De urgentie was plots groot: dit verhaal moest verteld worden. En wel nu. Er volgden nog meer interviews: met Jacques en zijn zus Nicole Bloch, met bakker François 9


Bloch en zijn vrouw Linda, die de zaak tot het einde runden, en met de familie-chroniqueur Alain Bloch. Ik voel me op geen enkele manier gegeneerd om te zeggen dat het schrijven van dit boek veeleer een coöperatief proces was dan een individueel verhaal. Ik hield de pen vast, begeleid door Karel, aangevuld door Linda en François, gecorrigeerd door Alain Bloch en in voortduDE FAMILIE BLOCH Isaac Bloch

Frederika Adler

(°Neuenkirchen, 1831)

(°Neuleiningen, 1834)

Clara Adler

Clémentine

(°Neuleiningen, 1844)

Charles Bernard Jeanne Frédéric

Moshe Loeb

(°Neuleiningen, 1838)

Alfred

Walter Bloch

Jacob

Max Bloch

Adèle Jenny

(°Neuenkirchen, 1865)

Eugene Sophie Loeb

(°Boppard, 1873)

Julie Rintels

(°Bielefeld, 1875)

Lucie Bloch

(°Brussel, 1898)

Renée White Ardie White

Rodolphe Bloch (°Brussel, 1899)

Nicole Bloch

Evelyne Steinfeld

Jacques Bloch

Christiane Anciaux

(°Gent, 1925)

(°Gent, 1928)

(°Gent, 1955)

(°Gent, 1928)

Alain (°1953) François (°1955) Benjamin (°1958) Jacques (°1961)

10


rend overleg met Luk De Bruyker en uiteraard Jacques en Nicole Bloch. Het is die dynamiek die ervoor gezorgd heeft dat u dit verhaal, nadat het jaren in onze hoofden heeft getold, nu in boekvorm in handen houdt. Omdat dit verhaal moet verteld worden. En wel nu. Tina De Gendt

Lehman Bloch

Judith Levy-Roth

(°Mackenhein, 1831)

(°Hattstatt, 1834)

Fernand Emanuel Henri Mathilde Berthe

Germaine

Jacques Marcus

Ernestine Robertine Benjamin Bloch

(°Mackenhein, 1870)

Margot Bloch (°Gent, 1900)

Marcel Levy

Alice Bloch (°Gent, 1903)

11

Raphaël Natan


— hoofdstuk 1 —

De koffer gent, 15 mei 1940 Het is niet de klotsende paardenkar van de melkboer. Een ander, onbekend geluid wekt Jacques deze ochtend voor dag en dauw. Geschraap van een fiets die onzorgvuldig tegen de gevel wordt gezet. Wijkagent De Caster die binnenkomt in de kleine bakkerij op de hoek van de Veldstraat en vader toefluistert. ‘Het is tijd. Het front is gebroken.’ Vanaf dan gaat het snel. Alsof iemand plots een schakelaar heeft ingeduwd waarop alle radertjes tegelijk zijn gaan draaien. Koffers worden gepakt, een taxi wordt gebeld, de laatste regelingen worden gehaast getroffen. Niets van de rustgevende routine die zo kenmerkend is voor het leven in een bakkerij. Het tikken van de klok, het rinkelen van de kassa, het klokje van de oven: alles wordt deze ochtend overstemd door het kabaal van een familie die zich klaarmaakt om het huis in allerijl te verlaten. Trappen op, trappen af. Deur open, deur dicht. 13


Alleen Rodolphe Bloch, de vader van het gezin, lijkt de kalmte te bewaren. Hij staat waar hij altijd staat, achter de roze marmeren comptoir van de bakkerij. Beheerst trekt hij de witte hendel van de kassa naar beneden om het laatje te openen en haalt het geld eruit. Daarna geeft hij rustig de laatste instructies aan kassierster Clémentine. Ze snikt onophoudelijk, hij blijft stoïcijns. Na maandenlang heen en weer slingeren tussen angst en hoop komt het moment waarvoor hij vreesde bijna als een opluchting. Zoals de aangekondigde dood van een langdurig zieke, zo is vanmorgen de hoop heengegaan. De spelers op het internationale toneel hebben hun maskers laten vallen: in woorden verzetten de staatshoofden zich stellig tegen het oprukkende nazi-Duitsland, in daden hebben ze amper gereageerd op de bezettingen van Oostenrijk, Polen en Noorwegen. Dat Hitler zich niet zou houden aan zijn belofte om de neutraliteit van België te respecteren, was voor Rodolphe al van meet af aan duidelijk. Dat het Belgische leger niet in staat zou zijn de Duitse troepenmacht tegen te houden als ze beslisten te komen, was voor hem een vaststaand feit. En inderdaad: op 10 mei 1940 zijn de Duitse troepen in het holst van de nacht de grenzen van Nederland en België overgestoken en hebben het ‘onneembare fort’ van Eben-Emael tussen Luik en Maastricht ingenomen. Voorlopig worden ze daar opgehouden door de toegesnelde Franse, Belgische en Britse troepen. Maar als de Duitsers doorbreken, dan maakt Rodolphe dat hij weg is. Dat staat vast: deze keer zal Bloch niet openblijven onder Duits bewind. Rodolphe zal de winkel sluiten, zijn recepten meenemen en met zijn gezin emigreren. Dat is geen lichte beslissing voor een man die zijn zaak koestert als zijn bloedeigen kind en wiens 14


identiteit door de jaren onlosmakelijk verstrengeld is geraakt met zijn ambacht. De bakkerij is dan ook al veertig jaar in de familie. In 1898 hebben Rodolphes schoonouders (ook Bloch) ze op deze plaats uit de grond gestampt en na zijn huwelijk met Alice Bloch in 1925 heeft hij de zaak overgenomen. Maar als de Duitsers komen, dan is Rodolphe bereid om het allemaal achter te laten. De bakkerij, de Veldstraat, zijn geliefde Gent. Geheel tegen zijn eigen twijfelende natuur in, is hij vastberaden in zijn beslissing. In het grootste geheim heeft hij de afgelopen maanden voorbereidingen getroffen: het gros van het personeel en de bakkers heeft hij al laten gaan. Sindsdien houdt hij de zaak vrijwel in zijn eentje draaiende en werkt hij dag en nacht. Alleen hoofdkassierster ClÊmentine is op haar post gebleven. Hij heeft zijn auto verkocht en het geld laten overzetten op buitenlandse rekeningen, de nodige paspoorten bijeengezocht. Van zijn vader Max in Brussel, die weduwnaar is geworden, heeft hij al afscheid genomen en sinds enkele weken neemt hij vertrouwelingen van de familie apart om zijn plannen kenbaar te maken: de familie Michaud van de lederwarenwinkel aan de overkant van de straat en de pianolerares mademoiselle De Nobele. Hij heeft hen doen zweren niets tegen de kinderen te zeggen. Toen hij wijkagent Gaston De Caster aansprak, had die een zucht van opluchting geslaakt. Iedereen was het erover eens dat dit het beste was. Ieder­ een, behalve zijn vrouw Alice. Alice Bloch deelt de vastberadenheid van haar man om te vertrekken hoegenaamd niet. Voor haar is deze bakkerij niet haar kind, maar haar hele leven: ze is er geboren en getogen. Bovendien is ze optimistischer dan haar man. De afgelopen maanden is ze zich blijven vastklampen aan de hoop dat het allemaal wel zal 15


overwaaien. De ‘drôle de guerre’, de waanzin van de gestrekte arm, de valse bomalarmen, de loze oproepen van het leger, de onnodige angst voor ‘de ander’. Zelfs toen in januari een gedetailleerd plan voor een aanval op België en Nederland in een neergestort Duits vliegtuig wordt ontdekt, is ze blijven geloven dat een tweede oorlog hun bespaard zou blijven. Maar als Duitsland op 9 april 1940 het neutrale Noorwegen binnenvalt en dat land in een mum van tijd onder de voet loopt, knapt ook bij haar de laatste snaar. Kort nadien stemt ze in met de plannen van haar man om te vluchten. Niet voorgoed weliswaar. Het plan is om enkele weken in te trekken bij Lucie, de zus van Rodolphe die in Londen woont. Als de oorlog voorbij is, kunnen ze terugkeren naar hun vertrouwde thuis. Londen is niet zo ver en bovendien zijn hun kinderen Nicole en Jacques dol op hun tante Lucie en op haar zeventienjarige dochter Renée. Nicole is slechts twee jaar jonger en de twee meisjes zijn pennenvriendinnen, maar ook de twaalfjarige Jacques kan het best goed met zijn nicht vinden. In Londen zullen ze veilig zijn. En tante Lucie kennende, zal ze haar geliefde broer en zijn gezin met open armen ontvangen. Maar als zij emigreren, wat gebeurt er dan met haar familie? Over haar bejaarde moeder maakt Alice zich nog het minste zorgen: de kranige Sophie Loeb heeft zich al haar hele leven kunnen redden. Zelfs op haar 67ste leeft ze als een ‘vogel op een tak’, elk moment klaar om uit te vliegen. Alle tegenslagen die ze in haar leven heeft gehad, lijken haar alleen maar sterker te hebben gemaakt. De migratie van haar broers en zussen naar Amerika, het overlijden van haar man, zelfs de Eerste Wereldoorlog. Nee, over haar moeder hoeft Alice zich geen zorgen te maken. Zij zal zich snel aan haar nieuwe Londense thuis aanpassen. 16


‘Bonne-maman Sophie’, zoals haar kleinkinderen Jacques en Nicole haar noemen, zal echter niet vertrekken zonder Margot, haar andere dochter. De oudere zus van Alice is het zorgenkindje van de familie sinds haar leven aan een zijden draadje heeft gehangen. Tijdens de Grote Oorlog liep Margot als prille tiener geelzucht op, een ziekte waarvan ze nog altijd de gevolgen draagt. Tot ver in haar twintiger jaren is ze thuis blijven wonen. Ondertussen is ze getrouwd met Marcel Levy, een man van goeden huize, en woont ze in Brussel. Maar de bezorgdheid van bonne-maman blijft en ze spendeert bijna al haar tijd aan het bezoeken van haar dochter in Brussel. Dus worden zowel bonne-maman Sophie als tante Margot naar Gent geroepen om ‘en famille’ naar Londen te reizen. Bonne-­maman Sophie is zoals afgesproken dit weekend gearriveerd, maar tante Margot en haar echtgenoot Marcel zijn nog niet komen opdagen. Alice blijft hopen dat haar geliefde zus op het laatste ogenblik door de deur van de bakkerij zal stappen. Want de tijd dringt. Vannacht hebben pantsers van de Duitse generaal Guderian tussen Dinant en Sedan een bres geslagen in de verdediging en bruggenhoofden geïnstalleerd aan de westelijke kant van de Maas. Het Belgische leger wordt teruggedreven via de grote rivieren van het land. De volgende rivier is de Schelde. Er wordt een nieuwe verdediging opgezet rond Gent, maar de toestand is niet hoopgevend. Niemand heeft zo’n doorbraak zo vroeg verwacht, waardoor het Franse en Britse leger halsoverkop beslist hebben de troepen van de vuurlinie weg te trekken.

17


Voor Luk

www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Vormgeving

Studio Lannoo (Mieke Verloigne) Foto’s

privécollectie familie Bloch Cartografie

Tatjana Matysik Vertalingen brieven en citaten

Henk van Bakel Front cover: Nicole, Alice en Rodolphe Bloch flaneren door de Gentse straten. Enkele jaren na de oorlog lijken de lange vlucht en de ontberingen vergeten. Back cover: Patisserie Bloch begin jaren 1920. De rijkgevulde etalages in de Veldstraat lonken naar de passanten. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019, Tina De Gendt en Karel Van Keymeulen D/2019/45/577 – ISBN 978 94 014 6364 5 – NUR 688 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401463645 by Uitgeverij Lannoo - Issuu