Skip to main content

9789401463300

Page 1

HITLERS GEHEIME ARDENNENCOMMANDO


HITLERS GEHEIME ARDENNENCOMMANDO


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp: DPS Design & Prepress Studio Auteursportret: Koen Broos Stramien: Studio Lannoo Zetwerk: Mediactief Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op louter toeval. Als u opmerkingen of vragen hebt, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: redactiefictie@lannoo.com Š Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 D/2019/45/602 – NUR 330-337 ISBN: 978 94 014 6330 0 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Voor mijn ouders, die de oorlog als kind hebben meegemaakt.

Het uur van de waarheid heeft geslagen. Tegenover de geallieerden staan machtige Duitse aanvalslegers gereed. Alles staat nu op het spel. Van u allen worden onsterfelijke daden verwacht als een heilige plicht aan het vaderland. - Bericht van veldmaarschalk Gerd von Rundstedt aan de Duitse legereenheden, uitgezonden op 16 december 1944 om 0.01 uur

5


1 Donderdag 14 december 1944 – de Duitse Eifel Het weer is guur in de Noord-Eifel. Een Amerikaanse Willys mb Jeep met gi’s rijdt westwaarts, naar de Duits-Belgische grens. De koude luchtstroom zorgt ervoor dat de vier inzittenden hun ogen toeknijpen. Hun kaken malen van de kauwgom. De man achter het stuur rookt een sigaret. Een van de Amerikaanse soldaten op de achterbank buigt zich naar de bestuurder en tikt hem op de schouder. ‘He Günther, wie lange noch bis zur Grenze?’ De vier dragen geen helm. Niet omdat ze gewend zijn aan de Duitse Stahlhelm en de Amerikaanse M1-helm vervelend vinden, maar omdat ze vrezen dat anders eigen troepen op hen zullen schieten. Zonder helm rijden door eigen gebied is een van de afspraken die vooraf gemaakt zijn. De blauwe shawl om hun nek en de gele driehoek achter op de jeep maken ook deel uit van die afspraak. Om het risico van eigen vuur verder te verkleinen rijdt er een Duitse Kübelwagen voor hen uit. Günther, de bestuurder van de jeep, zegt met een sigaret tussen zijn lippen: ‘Minder dan een kwartier.’ Naast hem zit Heinrich, achter hen zitten Dieter en Bastian. Günther is de meest ervaren militair van het viertal. Terwijl zijn

7


drie kameraden grappen maken over hun Amerikaanse outfit en proberen zo relaxed mogelijk over te komen, denkt hij terug aan hun start deze ochtend. Want die verliep chaotisch. Kapitein Erich Stielau liep vloekend rond. Hem was toegezegd dat zijn teams het beste materieel zouden krijgen: de beste uniformen, wapens en jeeps. Hij had zijn mannen geselecteerd op hun kennis van het Engels, hun fysieke gesteldheid en hun ervaring. En gedurende het hele opleidingstraject had hij steeds meer moeten schipperen. Günther had gehoord dat ervaren soldaten niet meer dan twee woorden Engels spraken. En hij zag hoe soldaten van de Kriegsmarine die wél Engels spraken, totaal onbekend waren met wapengebruik en door het ijs zakten bij man-tegen-mangevechten. Als een van de vertrouwelingen van Stielau behoorde Günther tot de groep van 44 commando’s die in jeeps eropuit gestuurd werden. Ze maken deel uit van Operatie Greif. De eerste teams van drie of vier vertrokken op 12 december. Toen hij vanochtend met Bastian in de aan hen toegewezen jeep stapte, bleek de versnellingsbak defect. Snel werd een tweede jeep voorgereden, maar na vijftig meter begaf die het ook. Voor de derde keer werd hun bagage overgeheveld. Stielau was razend. Hij foeterde op de Duitse monteurs die de jeeps hadden moeten nakijken. Er zat niets anders op, Günther en Bastian stapten over in de jeep van Heinrich en Dieter. Ze waren nu team 5 geworden. Günther had de hoogste rang, hij eiste het stuurwiel op. Kapitein Stielau wenste hun persoonlijk ‘Hals- und Beinbruch’. Nadat uit meerdere kelen ‘Sieg Heil!’ had geklonken, reden ze weg. Ze volgen nog steeds de Kübelwagen en ze passeren het gemeentebord van Schleiden. Hier staan tanks en 88mm-kanonnen opgesteld. De soldaten die erbij staan zijn opvallend jong of oud. Ze kijken verwonderd naar de jeep met vier Amerikaanse soldaten aan boord. Heinrich brengt de Hitlergroet. ‘Volkssturm’, zegt hij. ‘De laatste hoop voor het Vaterland.’

8


Iets verderop zien ze aan weerszijden van de weg rijen vol met drakentanden liggen. De betonnen obstakels, die deel uitmaken van de Siegfriedlinie, hebben de vorm van halfhoge, afgetopte piramides en moeten de doorgang van vijandige tanks belemmeren. De controlepost, opgetrokken uit zandzakken en prikkeldraad, is de laatste op Duitse grond. De soldaten die hier gestationeerd zijn, kijken pas om wanneer de bestuurder van de hoekige commandowagen naar de kant van de weg stuurt. De chauffeur van de Kübelwagen remt af en zwaait. De jeep rijdt door. Er wordt geclaxonneerd als afscheidsgroet. Günther spreekt zijn mede-inzittenden toe. ‘Kameraden, ab jetzt sprechen wir englisch. Understood?’ ‘Yes sir’, klinkt het uit drie kelen. Nu ze de gidsauto voor hen kwijt zijn, slaat de stemming om. De aanwezigheid van het vijandelijke front komt dichterbij. Hoewel er geen kanongebulder of de inslag van een explosie te horen is, hangt er toch dreiging in de lucht. Niemand weet precies wat ze moeten verwachten. Worden ze straks beschoten, aangehouden of kunnen ze gewoon doorrijden? Günther speurt de horizon af. Het landschap glooit. Er staan verspreid boerderijen, waarvan sommige beschadigd zijn door inslagen van artillerie of bombardementen. In de verte hangen donkere wolken. Ze rijden over een smalle weg tussen hoge naaldbomen. Twee boerenjongens in korte broek lopen hen tegemoet. Wanneer de jeep nadert, steken de twee aarzelend de rechterarm omhoog, maar zodra ze ontdekken dat het voertuig niet Duits is, laten ze hun armen weer zakken. Het volgende dorp waar de vier doorheen komen, is Harperscheid. Op enkele kippen na lijkt het verlaten. De weg slingert in de richting van de grens. Het is opvallend stil. ‘No man’s land’, zegt Günther. Niemand reageert. De spanning is van de gezichten af te lezen. De weg maakt een flauwe bocht. ‘Was ist… Check that out!’ Heinrich wijst in de verte.

9


Een jeep staat schuin op de weg geparkeerd. Günther remt af en schakelt terug. ‘Let op, die draad!’ roept Bastian vanaf de achterbank. Nu ziet Günther het ook. Hij was afgeleid door een glimmend rotsblok links van de weg. Meteen trapt hij hard op de rem. De jeep komt slippend tot stilstand. De afstand tot de stalen draad is minder dan twee meter. Strak als een vioolsnaar is hij over de weg gespannen. ‘Holy shit!’ roept Heinrich. In de jeep verderop hangt een man voorover. Zijn hoofd is niet te zien. Ze begrijpen allemaal wat er gebeurd is. Hij is onthoofd toen hij onder de draad door reed. Met het blote oog is de draad amper te zien, laat staan bij een snelheid van zestig kilometer per uur. Ze stappen uit en lopen gebukt onder de draad door naar het lijk in de jeep. Misschien is het een valstrik. De levenloze romp hangt over het stuur. De nek is kaarsrecht doorgesneden, alsof het door een guillotine is gedaan. De onthoofde man draagt een vaalbruine combatbroek, met daarboven een grijze trenchcoat. De halfhoge schoenen doen Duits aan. Een vreemde combinatie. De jeep kan ook gestolen zijn. Duitse officieren zijn gek op het voertuig omdat het veel sneller en praktischer is dan een Kübelwagen. Was de man zonder hoofd een Amerikaan of een Duitser? Of misschien wel een deserteur die de verkeerde afslag had genomen? Heinrich staat bij de voorbumper. ‘Nou snap ik waarom sommige Amerikaanse jeeps zo’n verticale staaf aan de bumper gemonteerd hebben.’ ‘Dat heet een wire cutter’, zegt Günther. ‘Onze jeep heeft die ook niet.’ Hoe gruwelijk de aanblik van de scheef hangende romp ook is, het biedt wel een kans. Heinrich en Dieter hijsen het stoffelijk overschot uit de jeep en leggen het aan de kant van de weg. Bastian doet wat juist voelt, haalt het hoofd van de linkerkant van de weg op en legt het erbij. ‘Het minste wat ik kan doen…’

10


Günther stapt in de lege jeep, trekt de choke iets uit en drukt de startknop in. De jeep slaat meteen aan. ‘Die yanks hebben supermaterieel’, sneert hij. Ze besluiten in twee teams verder te gaan. ‘Het zal onze kansen vergroten’, zegt Günther. Bastian en hij zullen bij Küchelscheid de grens over gaan. Heinrich en Dieter bij Monschau. Ze zijn op zichzelf aangewezen als ze aangehouden worden. Heinrich en Dieter vertrekken als eersten. ‘Wie het eerst bij de Maas is!’ roept Heinrich naar hen. Dan stuiven ze weg.

11


2 Vrijdag 15 december 1944 – 36 Quai des Orfèvres, Parijs Vloekend loopt luitenant-kolonel Moore door zijn kantoor. Hij klopt op zijn broekzakken en de zakken in zijn uniformjasje. Waar heeft hij die krengen gelaten? Zijn ogen speuren over de twee bureaus die in de kamer staan. Ze staan tegen elkaar aan. Het ene ligt vol met dossiers, losse papieren, een holster met daarin zijn M1911-pistool en een bord met een half genuttigde baguette brie. De kaas druipt bijna over de rand van het bord. Het andere bureau is leeg. De stoel is aangeschoven en behalve een bakelieten telefoon en een ijzeren stempelrek is het bureau schoon. Alhoewel de rotzooi op zijn bureau een poging doet om langzaam terrein te winnen op het andere bureau. ‘Waar heb ik die verdomde sigaretten… Ah!’ De ogen van Moore vallen op een pakje Lucky Strike onder het bureau. Ongetwijfeld gevallen toen hij opstond om naar het toilet te gaan. Normaal gesproken loopt hij dan naar het dichtstbijzijnde toilet op de gang, maar dit keer wil hij niet gestoord worden. Met een Stars and Stripes onder de arm gaat hij naar de derde etage, waar het archief is gevestigd. De toiletten daar worden minder intensief gebruikt en zijn schoner. Hij kan in alle rust de krant lezen over de ontwikkelingen in Europa en de Pacific.

12


Terug in het kantoor steekt hij een nieuwe sigaret op en vraagt hij zich af wat voor figuur zijn nieuwe assistent is, die vandaag zal arriveren. Hopelijk een beetje een vlotte kerel die zowel slim is als gevoel voor humor heeft. Hij kan wel wat leven in de brouwerij gebruiken. Dit politiegebouw op 36 Quai des Orfèvres, vaak aangeduid als ‘Le 36’, is een Frans mannenbolwerk waar chauvinisme hoogtij viert. Sinds de bevrijding van Parijs, nu enkele maanden terug, draait het politiehoofdkwartier weer overuren. De ene na de andere collaborateur, heler, prostituee en Vichysympathisant wordt binnengebracht. Ze moeten allemaal verhoord worden, er moet een rapport opgesteld worden, ze worden opgesloten of verplaatst, en daarna begint het hele circus weer opnieuw. Niet zijn werk, maar het zorgt voor een hoop onrust op de vloer. Onrust, die hij als hoofd van het United States Counter Intelligence Corps in Europa kan missen als kiespijn. shaef wees het cic deze locatie toe. Er werden twee kamers ontruimd, een voor hem en zijn assistent en een voor de ondersteuning. Die ondersteuning bestaat uit Virgenie, een oudere dame die vlot tweetalig is, maar ook zo stijf als een stokbrood van twee dagen oud. Ze typt, ze archiveert en ze neemt de telefoon op als de beste, maar je hoeft geen glimlach van haar te verwachten. Dat stond blijkbaar niet in haar taakomschrijving. Toen het cic zich hier installeerde, kreeg hij als assistent een jongeman uit Oregon. Timothy was zo groen als gras, maar hij was een pientere en wakkere knaap. Twee dagen geleden gleed hij uit op de trappen van metrostation Abbesses en brak zijn enkel op drie plaatsen. Nu ligt hij in het militaire hospitaal. Wat Moore zou willen, is een assistent die zijn mannetje kan staan. Die af en toe die arrogante Fransen op zijn nummer kan zetten. En als het niet verbaal is, dan wel met zijn vuisten. Gewoon een potige cowboy uit Texas of zo. Iemand die niet bang is voor een beetje bloed aan zijn handen. Moore rookt zijn sigaret en staart uit het raam. Het uitzicht is fantastisch. Quai des Orfèvres ligt in het eerste arrondissement op het Île de la Cité, het grootste eiland in de Seine. Hij kijkt naar de

13


gevels aan de overkant. Wat een wonder dat deze stad ongeschonden uit de oorlog is gekomen. Hij las dat Hitler opdracht had gegeven om haar plat te branden, maar dat generaal Von Choltitz, de Duitse bevelhebber in Parijs, weigerde daar gehoor aan te geven. ‘Bloody hell!’ Nu pas schiet hem te binnen dat hij het potlood dat hem overhandigd werd, kwijt is. Het afgekloven, gele stompje dat amper de naam potlood mag dragen, is wel potentieel bewijsmateriaal in de zaak tegen de Amerikaanse gi die verdacht wordt van spionagepraktijken. De vingerafdrukken van de soldaat staan erop. Waarschijnlijk dezelfde vingerafdrukken als degene die teruggevonden zijn op de brief, met gedetailleerde informatie over Amerikaanse legereenheden in de Elzas, die hij aan zijn nicht in Berlijn wilde versturen. De anonieme brief werd onderschept en de bezittingen van de gi werden doorzocht. Het potloodje kwam uit zijn plunjezak tevoorschijn. Met het Henry Classificatie Systeem zal een match tussen de brief en het potlood aangetoond kunnen worden. Moore vermoedt dat enige psychologische druk voldoende is om de gi te laten doorslaan. Normaal gesproken een fluitje van een cent. Als hij nu maar niet dat ellendige potloodje kwijt was! Hij kan zichzelf wel voor zijn kop slaan. Zo loopt hij de hele dag door naar spullen te zoeken. Zuchtend denkt hij: het wordt tijd voor een potige én een goed georganiseerde assistent. Er wordt op de deur geklopt. Moore draait zich om. In de deuropening staat een slanke us Armyofficier. Een kapitein, kan Moore aan de kraagspiegel zien. Zijn haar zit alsof hij rechtstreeks van de kapper komt, de vouwen in zijn broek lijken uit graniet gehouwen, zijn schoenen glimmen alsof ze gelakt zijn. De kapitein salueert. Wat opvalt is dat zijn handschoenen niet wit maar zwart zijn. ‘Luitenant-kolonel Moore?’ Moore salueert vluchtig. ‘Dat ben ik.’ ‘Kapitein Darren Cameron. Ik ben aangewezen als uw nieuwe assistent.’

14


Moore steekt zijn hand uit. Hij krijgt geen hand terug. ‘Ik schud geen handen, sir. Dat is niet onbeleefd bedoeld. Bent u bekend met mysofobie?’ ‘Mysowat?’ Moore haalt een nieuwe Lucky uit het pakje. Hij biedt een sigaret aan. ‘Dank u wel. Ik rook niet, sir.’ Hij schudt geen handen, hij rookt niet, dan zal hij ook wel niet van knokken houden, denkt Moore. ‘Mysofobie is een aandoening waarbij…’ ‘Mister Moore!’ Een Franse gendarmeofficier komt briesend aanlopen. ‘Mister Moore! Zo kan het niet langer. Uw jeep staat half op mijn parkeerplaats. Ik heb al vaker tegen u gezegd dat dat…’ Moore vraagt vriendelijk aan Cameron om even opzij te stappen. Die doet wat hem gevraagd wordt. Moore zet zijn vinger voor zijn mond, gebaart de Fransman om te zwijgen en dan smijt hij met een harde klap de deur van zijn kantoor dicht. ‘Zo, waar waren we gebleven? O ja, welkom bij het cic.’ Moore wijst. ‘Dat is je bureau.’ Cameron vermoedde al zoiets, maar de aanblik van het aangrenzende bureau verontrust hem meer. ‘U heeft geen assistentie op dit moment?’ ‘O jawel, hoor. Er is ook nog…’ Er wordt opnieuw op de deur geklopt. Moore ademt diep in en stapt vastberaden op de deur af. Opgeladen om die Franse officier opnieuw de volle laag te geven. Wanneer hij de deur opent, staat daar… ‘Virgenie! Kom binnen, wat zie je er weer stralend uit!’ Moore gebaart hoffelijk dat zijn secretaresse binnen mag komen in zijn kantoor. De dame met opgestoken, grijs haar vertrekt geen spier. Ze overhandigt hem een telex en draait zich om naar Darren Cameron. ‘Wie is dit?’ vraagt ze. Haar stem krast als een pick-upnaald.

15


‘Virgenie, mag ik je voorstellen aan kapitein Cameron, mijn nieuwe assistent.’ Ze werpt vanachter haar brillenglazen een kritische blik op hem. Ze snoeft en loopt weg. Moore knipoogt naar Cameron. ‘Ze is een schat’, grinnikt hij. Hij leest de telex en vloekt binnensmonds. ‘Ik moet weg. Installeer je even. Ik kom zo terug.’ Een halfuur later keert Moore terug. Hij blijft enkele tellen in de deuropening staan. Deze keer is hij degene die van zijn stuk gebracht is. Zijn bureau heeft een metamorfose ondergaan. De dossiers liggen gerangschikt, de papieren zijn gestapeld, de holster hangt aan de kapstok en het bord met baguette brie is verdwenen. Cameron zit achter zijn bureau en slijpt potloden in een planeetwielpuntenslijper. ‘Wat… Waar…’ stamelt Moore. Hij loopt naar zijn bureau, neemt plaats, bekijkt de orde die de chaos vervangen heeft, en knikt tevreden. Uit zijn borstzak vist hij een pakje sigaretten. Leeg. Hij verfrommelt het pakje en laat het zuchtend op het bureaublad vallen. Cameron zucht iets te luid. Moore kijkt naar hem en ziet dat zijn assistent subtiel met zijn wenkbrauw duidelijk maakt dat er ook een prullenbak is. ‘Uw half geopende pakjes liggen in de bovenste la.’ Moore trekt de bureaulade open en ziet vier geopende pakjes Lucky Strike liggen. ‘Ah, mooi!’ Tevreden steekt hij een nieuwe sigaret op en ontdekt dat zelfs de geëmailleerde asbak schoongemaakt is. Cameron glimlacht. Hij slijpt nog steeds potloden. ‘Waar stond die puntenslijper?’ ‘Boven op de kast.’ Cameron knikt naar de stalen archiefkast tegen de wand. ‘Ik moet u teleurstellen. Die is nog niet gedaan.’ ‘Hahaha, je hebt je punt gemaakt. Bravo! Je bent aangenomen.’ ‘Dank u, sir.’ ‘Bloody hell! Mijn potlood!’

16


‘Maakt u zich geen zorgen. Ik heb genoeg potloden voor u gevonden.’ ‘Nee! Nee! Ik zoek een afgekloven, klein, geel potloodje. Vanochtend had ik het nog. Nu ben ik het kwijt. Er staan vingerafdrukken op van een verdachte.’ Cameron trekt een vies gezicht. ‘Een afgekloven, klein, geel potloodje, jakkes.’ ‘Heb je het gezien? Je hebt het toch niet weggegooid?’ ‘Nee, niet gezien.’ De rest van de dag laat Moore zijn assistent zien aan welke dossiers hij werkt en hoe de procedures verlopen. Cameron knikt, maakt aantekeningen en analyseert Moores handelingen. Zijn chef is een wandelende chaoot, maar heeft wel verstand van zaken is zijn conclusie. Virgenie wenst de heren een fijne avond en vertrekt. Het is zes uur wanneer Moore voorstelt om een borrel te gaan drinken. ‘Of drink je niet?’ Cameron schudt zijn hoofd. ‘Geen alcohol, maar ik drink mineraalwater. Is dat ook goed?’ ‘Het moet maar’, mompelt Moore met een sigaret tussen zijn lippen. ‘Waarom draag je geen wapen?’ ‘Ik ben daar principieel tegen.’ ‘Tegen wapens? Hahaha, je beseft toch wel dat je deel uitmaakt van de us Army?’ ‘Yes sir. Ik heb wel een wapen. Een Colt M1911, net als u. Die van mij ligt op mijn kamer, onder mijn bed.’ ‘Onder je bed? Gebruik je hem wel?’ ‘Sinds de basistraining niet meer.’ ‘Wanneer was je basistraining?’ ‘In 1938, sir.’ Moore staart langs Cameron uit het raam. Zacht mompelt hij: ‘Niet te geloven. Al zes jaar geen wapen meer aangeraakt.’

17


‘Voordat we iets gaan drinken,’ zegt Cameron, ‘wil ik nog heel even het toilet bezoeken.’ ‘Neem de toiletten op de derde verdieping, die zijn schoner.’ ‘Dank u. Dat waardeer ik’, zegt Cameron en hij verlaat de kamer. ‘Een vreemde vogel’, mompelt Moore. Vijf minuten later is Cameron terug. Hij heeft een krant in handen. ‘Is deze van u?’ In zijn zwarte handschoenen houdt hij de dubbelgevouwen Stars and Stripes. ‘Ja! Waar lag die?’ ‘Naast dit potloodje.’ Hij vouwt de krant open en een geel, afgekloven stompje ligt in het midden. ‘Thank God!’ verzucht Moore. ‘Je hebt het toch niet aangeraakt?’ ‘Jawel, ik moest het oppakken. Maar volgens mij is dat niet erg.’ Hij glundert en toont zijn in een handschoen gestoken hand. Enkele minuten later lopen ze de brede trappen af naar de Quai des Orfèvres. Cameron hoort dat Moore een deuntje van de Andrew Sisters neuriet.

18


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401463300 by Uitgeverij Lannoo - Issuu