blind
getrouwd
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp: Whitespray Omslagbeeld: Shutterstock Stramien en zetwerk: Studio Lannoo Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op louter toeval. Als u opmerkingen of vragen hebt, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: redactiefictie@lannoo.com. Š Laura Van Dyck en Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 d/2019/45/412 – nur 343 isbn: 9789401463294 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
blind
getrouwd Laura Van Dyck
HAPPILY EVER AFTER HErA – Relatiebemiddelingsbureau
vertrouwelijk Cliëntnummer: 1/547 Geslacht: vrouw Leeftijd: 29 Beroep: gitaarlerares Oriëntatie: hetero
intakegesprek Hoe ben je ertoe gekomen om contact met ons op te nemen? ‘Ik kreeg een van jullie mailtjes. Aanvankelijk leek het me een raar idee, maar ik besefte dat ik verandering nodig had in mijn leven.’ (Ze denkt even na. Overweegt zo te zien of ze iets wel of niet kan zeggen. Ik verzeker haar ervan dat er niet één juiste reden is, dat ik haar alleen wil leren kennen. Ze blijft aarzelen. Ik geef wat voorbeelden: sommige mensen zijn al heel lang alleen, anderen weten dat ze zichzelf bij hun partnerkeuze in de weg zitten, weer anderen beseffen dat ze het toevalspel van daten beu zijn, ze zijn door vrienden op het idee gekomen, of ze hebben het gevoel dat ze een teken hebben gekregen dat het er tijd voor is. Raak. Ze gaat wat rechter zitten.) ‘Geloof jij daarin? In tekens? Het leek mij altijd onzin. Maar toen…’ (Ze valt stil. Ik glimlach haar bemoedigend toe.) Toen gebeurde er iets bijzonders? ‘Wel, het begon allemaal vlak na de zomervakantie…’
5
Hoofdstuk 1 er waren van die dagen die aanvoelden alsof alles goed zou gaan. Waarna alles vreselijk misging op een manier die je je niet eens had kunnen voorstellen. De eerste werkdag na de zomervakantie was nog wel zo goed begonnen: genoeg zon voor haar favoriete turquoise sandaaltjes, een boek dat ze precies op tijd had kunnen uitlezen voor ze moest vertrekken en een vrije parkeerplaats, vlakbij de muziekacademie. Een paar uur later zat ze op het toilet met haar voet mee te tikken met het ritme dat uit de slagwerkklas kwam. Ze kon zichzelf niet bedwingen en pakte haar telefoon. Dief: Hoe slaag je erin om elke keer lekkerder te zijn? Ik wil je nog een keer, met slagroom. Mei: Hou op, de zomer wordt zo al veel te lang‌ Nog steeds geen nieuw bericht. Ze hadden afgesproken dat ze pas na de zomervakantie weer contact zouden hebben. Hoe lang moest ze wachten voor ze hem zelf een berichtje kon sturen? Haar vinger zweefde boven het scherm toen ze vanuit haar ooghoek ineens zag dat er iets wits aan de zool van haar sandaal kleefde. Kauwgum? Ze trok haar been op om het van dichterbij te bestuderen, maar vergat haar beperkte manoeuvreerruimte. Haar knie bonkte keihard tegen de wc-rolhouder.
6
Buiten het hokje was het akelig stil. Het drong nu pas tot haar door dat ze vlak daarvoor water had horen stromen. Geritsel van een papieren handdoekje. ‘Mei? Ben jij dat? Alles goed?’ Ze kneep haar ogen dicht. Geen van haar andere collega’s had zo’n talent om aanwezig te zijn op gênante momenten als Jessica. ‘Ja hoor! Ik stootte mijn knie toen ik mijn been wilde optrekken om naar mijn schoen te kijken, omdat ik dacht dat er…’ Hoe meer uitleg ze gaf, hoe erger het zou worden. Waarom liet ze zich altijd zo zenuwachtig maken door Jessica? ‘Niets aan de hand!’ ‘Oké. Vergeet niet dat we vanavond een vergadering hebben, hè?’ Eén keertje. Op twee jaar tijd was ze één keer een vergadering vergeten, maar Jessica zou haar nooit laten vergeten dat ze haar was tegengekomen met haar jas aan, klaar om naar huis te vertrekken en de kerstboom te gaan optuigen. ‘Nee hoor. Tot dan!’ Ze wachtte laf tot ze zeker wist dat Jessica verdwenen was, pulkte haastig de kauwgum van haar zool, waste haar handen en liep naar haar klas. Drie kinderen tussen acht en elf zaten druk op hun telefoon te tikken, hun gitaar op schoot. Hoe ze dat deden zonder hun telefoon ooit te laten vallen, was haar een raadsel. Die van haar was amper een jaar oud, maar had al een barst in het scherm. Natuurlijk was zij niet als enige verantwoordelijk geweest voor het moment waarop hij viel, maar… Oké, dat waren geen ‘geschikt voor kinderen’-gedachten. ‘Dus jullie zijn al helemaal ingespeeld?’ ‘Juffrouw!’ Elias stak zijn arm krampachtig stijf omhoog. De twee meisjes die naast hem zaten, stootten elkaar aan. ‘We zijn toch niet op school!’ hoorde ze Phaedra giechelen. Ze wees hen er maar niet op dat de muziekacademie wel degelijk een school was. Elias kon soms wat apart uit de hoek komen, maar ze had meer dan eens gewenst dat al haar leerlingen net zo aandachtig waren als hij. ‘Ja, Elias?’ ‘Mag ik even naar het toilet?’
7
Op de vorige lerarenvergadering waren rondlopende kinderen zonder toezicht nogal een aandachtspunt geweest. Misschien moest ze hem vragen om weg te duiken als hij Jessica tegenkwam. Nee, dat kon natuurlijk niet. ‘Ga maar. Wel rechtstreeks terugkomen, hè.’ Elias knikte heftig, legde zijn gitaar in zijn koffer, en liep de klas uit. ‘Phaedra, begin jij maar.’ Achtjarige Phaedra zou van muziek nooit haar beroep kunnen maken, daar had ze simpelweg niet genoeg ritmegevoel voor, maar dat compenseerde ze met haar enthousiasme. Ze begon haar stuk in hoog tempo te spelen. Met haar rode haar, brede grijns en neiging om zich dwars door alles heen te blunderen leek ze meer op Pippi Langkous dan op de dramatische Griekse schone naar wie ze genoemd was. ‘Daar komt het legato stukje’, zei Mei. ‘Niet vergeten, de noten goed aan elkaar…’ De deur van het klaslokaal ging weer open en Elias bleef in de deuropening staan. ‘Er z… er z… er…’ ‘Wat is er aan de hand, heb je je bezeerd?’ Ze liet haar ogen snel over hem heen glijden, maar ze zag niets dat op een verwonding wees. ‘Nee! Een v… een v…’ Hij wierp haar een smekende blik toe. ‘Er… er…’ Elias kwam normaal juist heel goed uit zijn woorden. Als ze iemand een herhaling liet overslaan, zodat ze sneller door konden naar het einde van een stuk, tikte hij haar altijd in heel precieze volzinnen op de vingers. Iets moest hem overstuur gemaakt hebben. ‘Rustig maar, je hoeft je niet te haasten. We hebben alle tijd.’ ‘Er…’ Het leek alsof hij alleen maar steeds minder woorden kon vormen. Hij schudde machteloos zijn hoofd. ‘Oh, ik weet wat we moeten doen!’ riep Phaedra. ‘Je kunt het uitbeelden, Elias! Ik weet zeker dat ik het wel kan raden.’ Haar ogen
8
schitterden enthousiast. ‘Met welke letter begint het? Je kunt een vorm maken met je lichaam, kijk, dit is een C!’ Ze sprong overeind, duwde Mei haar gitaar in handen, strekte haar armen boven haar hoofd en boog zichzelf in de vorm van een banaan. Elias zag eruit alsof hij op het punt stond in tranen uit te barsten van frustratie. Phaedra bedoelde het niet slecht, maar ze was een klein stoomwalsje. Als wat hij voelde ook maar enigszins leek op haar eigen plankenkoorts zou het alleen maar erger worden naarmate er meer aandacht aan hem besteed werd. ‘Weet je wat,’ zei ze, ‘kom maar even tot rust en vertel het ons als je eraan toe bent. Wij gaan intussen gewoon verder met de les. Phaedra… hier, je gitaar. Herneem van bij de eerste maat en vergeet niet om je polsen te strekken.’ Zodra Phaedra de eerste noot had gespeeld, barstte Elias zowat uit elkaar. ‘Er zit een vogel!’ Met wat geduld kreeg ze uit Elias losgepeuterd dat er een vogel in de toiletten opgesloten zat. ‘We moeten hem gaan vangen!’ riep Phaedra opgetogen. ‘We maken een vangnet van onze jassen en…’ ‘Dat lijkt me niet nodig’, zei Mei. ‘Phaedra, ga jij het probleem maar even melden bij het secretariaat.’ Onderweg kon ze meteen wat energie kwijtraken. De tweede aanwijzing dat deze dag allesbehalve probleemloos zou verlopen, was dat Phaedra binnen de minuut terugkwam met de mededeling dat er niemand op het secretariaat was. En dat de vogel in het toilet heel wild rondvloog, maar, zo meldde ze met een genotvolle huivering, dat ze de deur gauw weer had dichtgedaan, zodat ze niet aangevallen werd. Mei overwoog heel even om het bestaan van de vogel gewoon te negeren, maar de drie kindergezichten met emoties die varieerden van bezorgdheid via schrik tot opwinding maakten duidelijk dat dat geen optie was. De groep liep sensatiebelust met haar mee voor het tot haar doordrong dat ze hen had moeten opdragen om in de klas te blijven.
9
‘Voorzichtig, juf’, zei Phaedra. ‘Misschien is het een roofvogel.’ ‘Het zal wel een meesje of een mus zijn.’ Ze probeerde vertrouwen uit te stralen en trok de deur open. ‘Snel, voor hij naar buiten komt!’ gilde Phaedra. Mei kreeg een duw in haar rug, de deur klapte achter haar dicht en de grootste duif die ze ooit had gezien, vloog wild op haar af. Ze dook instinctief in elkaar, maar de duif boog net op tijd af en fladderde de andere kant op. ‘Juf, alles goed?’ Tine, de stilste van de groep, klonk bezorgd. Mei deed haar best om normaal te klinken terwijl zij en de duif elkaar vanuit de twee hoeken van de ruimte beloerden. ‘Ja hoor!’ Verdorie, waarom overkwam haar dit soort dingen altijd? Ze durfde te wedden dat kalme en competente Jessica nooit in mannentoiletten werd opgesloten met een dolle duif. Nu ze niet op Mei’s gezicht af vloog, was het eigenlijk wel een mooie vogel, sneeuwwit, met lange staartveren. Mei keek de ruimte rond. Het kleine raampje van de toiletten stond open op de klapstand. Hoe en waarom de duif zich daardoorheen had gewurmd was niet duidelijk, maar ze hoefde het alleen maar helemaal open te zetten om haar weer naar buiten te laten. Heel kalm en competent. Ze deed het deksel van de wc onder het raampje dicht en klom erbovenop. Dat raampje zat wel hóóg. Ze rekte zich uit om de hendel te pakken te krijgen. Erg hoog. Ze ging op haar tenen staan. Nog een paar centimeter… Een geamuseerd lachje vanuit de gang deed haar verstijven. ‘Een vogel? En daarom worden jullie allemaal uit de les gesleept?’ Nee hè. Vooruit. Raam open, vogel naar buiten, zij de gang op, Jessica een klap geven. Dat laatste natuurlijk niet echt. Waarschijnlijk. Ze zou moeten springen, besloot ze haastig. Anders kwam ze nooit bij die hendel, en ze vertikte het om Jessica de voldoening te geven dat de duif hier nog steeds rondvloog wanneer ze naar binnen kwam.
10
Ze zette zich net af toen Phaedra’s hoge stemmetje weer klonk: ‘Dag meneer de directeur!’ Haar hart sloeg over, maar ze kreeg de hendel te pakken. Het raam zwaaide open en ze belandde met een bons weer op het wc-deksel. De duif keek haar verontwaardigd aan, haar veren opgezet en haar kopje scheef. De deur van het toilettenblok ging open. ‘Mei?’ Ze had één moment om de waaier van staartveren te bewonderen voor er een witte, vochtige plets op haar schouder viel en de duif was verdwenen. Ze staarde stom naar de lange man die in de deuropening stond. Hij nam het heft in handen. ‘Jongens, ga maar met Jessica mee, dan lossen wij het hier verder op.’ Jessica wierp een triomfantelijke blik op Mei en dreef de kinderen voor zich uit, haar hakken vinnig tikkend op het parket. Wat had ze dat mens ooit misdaan? Met een vaag schuldgevoel keek ze op naar Dieter, directeur van de kunstacademie, virtuoos saxofonist, belachelijk aantrekkelijk en sinds de eerste dag van zijn aanstelling de hoofdrol in heel wat van haar verhitte fantasieën. ‘Hoi’, zei ze nonchalant. ‘Ik moest even een duif naar buiten laten.’ ‘Dat zag ik, ja.’ Zijn helderblauwe ogen gleden van haar gezicht naar haar besmeurde schouder en weer terug. Elk moment verwachtte ze nu die snelle glimlach van hem, waardoor zijn ogen oplichtten als water waar een zonnestraal doorheen viel. Dezelfde glimlach die hij voor het eerst op het kerstfeest op haar had losgelaten, zijn voorhoofd bezweet, zijn hemd een stukje open geknoopt, vlak voor hij de meest beklijvende saxofoonsolo ooit ten beste gaf. Na zijn optreden hadden ze aan de bar urenlang gepraat, terwijl ze steeds dichter naar elkaar toe schoven. Verder niets. Ze waren aan het eind van de avond elk huns weegs gegaan, alsof ze alleen
11
maar over jazz hadden gepraat. Alsof hun ogen geen eigen gesprek hadden gevoerd. Tóén was er niets gebeurd. Na een late vergadering had hij haar gevraagd om even achter te blijven. Hij had haar het goede nieuws verteld dat ze eindelijk een vaste aanstelling zou krijgen voor een deel van haar uren. Ze was in de wolken geweest. Hij was met haar meegelopen naar haar auto, ze hadden gepraat over het gebrek aan leslokalen en toen passeerden ze een steegje waarin de straatlantaarns het niet deden. Op de een of andere manier was ze in zijn armen beland, en daarna hadden ze twintig minuten staan zoenen. Hij was met de trein, ze had hem een lift aangeboden. In de auto hadden ze niet veel gezegd, alleen vlak voor haar deur had hij één keer gezucht: ‘Ik zou dit niet moeten doen.’ En toen had hij haar nog een keer gekust, en waren ze als een kluwen haar drempel over gestruikeld, de trap op en haar bed in. Hij had haar jurk uitgetrokken, had haar op haar gebloemde Laura Ashley-lakens neergelegd, en had de tekst die bij zijn kerstsolo hoorde, tegen haar huid gezongen: ‘There was a girl… a very strange enchanted girl… they say she wandered very far, over land and sea… a little shy and sad of eye…’ Haar blik gleed naar Dieters mond, naar zijn lippen, die haar hadden laten huiveren. Het drong tot haar door dat hij op ernstige toon tegen haar stond te praten. ‘Sorry, wat zei je?’ Haar schouder voelde vochtig. Ze dook het wc-hokje in en greep een prop toiletpapier om de vlek weg te poetsen. ‘Ik was even afgeleid.’ ‘Dit is belangrijk, Mei.’ Dieter lachte niet en hij gaf haar ook geen van de knipoogjes die hij haar in de gang af en toe toewierp. ‘Ik weet het, sorry! Ik had hen niet alleen moeten laten, maar die duif vloog hier rond en toen duwden ze me naar binnen… Maar ik had hen natuurlijk niet eens mee moeten nemen. Maar er was niemand op het secretariaat!’ Ze was weer eens aan het ratelen. ‘Geef
12
me straks op de vergadering maar een waarschuwing. Dan kun je het later goed met me maken.’ Ze probeerde een verleidelijk glimlachje maar had niet het gevoel dat het aankwam. Als het ging om aantrekkelijke accessoires moest ‘vogelpoep op je schouder’ ook wel ergens helemaal onder aan de lijst staan. Aargh, dit was niet het weerzien dat ze zich had voorgesteld. ‘Dat is net wat ik probeer te zeggen’, zei hij. ‘We hebben een paar grenzen overschreden, maar daar moet een einde aan komen.’ ‘Oh.’ Ze kruiste haar armen. Shit, had ze zonet de vieze, vochtige prop wc-papier tegen haar elleboog gedrukt? Haar innerlijke romantica gilde verontwaardigd dat ze zich niet om zulke kleinigheden moest bekommeren. Waarom huilde ze niet, waarom schreeuwde ze niet, waarom vroeg ze niet waaróm er een eind aan moest komen? Maar dat wist ze immers al. Dieter was niet alleen heel getalenteerd en heel sexy, maar ook heel, heel erg getrouwd. Dat feit had ze op de een of andere manier weten op te frommelen en achter in een denkbeeldige kast te duwen door het er nooit met hem over te hebben. Maar het was er altijd geweest, en dus had ze altijd geweten dat wat er ook tussen hen was, alleen maar tijdelijk kon zijn. Het betekende niet dat het geen pijn deed, want het deed pijn – het was alsof iemand een grote bal in haar keel had gepropt die ze maar niet kon doorslikken. Het betekende alleen dat ze wist dat ze de pijn had verdiend. Ze knikte mechanisch terwijl Dieter praatte, maar ze hoorde helemaal niets van wat hij zei. Alleen het woord ‘zwanger’ drong ineens door de mist. Hij zou vader worden van het kind van een andere vrouw. Nee, zíj was de andere vrouw. Ze keek langs hem heen naar haar spiegelbeeld. Haar donkere ogen leken groot en de sproetjes die anders amper zichtbaar waren, staken ineens scherp af.
13
‘Ja.’ Ze knikte nog een keer. Aan de manier waarop hij zijn mond ineens dichtdeed, zag ze dat ze hem in de rede was gevallen. ‘Ik begrijp het.’ ‘Echt? Mei…’ Hij fronste, sloot zijn ogen en zuchtte. ‘Ik had dit niet zo…’ ‘Gefeliciteerd. Echt. Sorry, ik moet ervandoor, mijn leerlingen zitten te wachten.’ Tegen de tijd dat ze klaar was met lesgeven, was ze doodop van het glimlachen, praten, bemoedigen en doen alsof ze een vrolijke, gemotiveerde leerkracht was. Maar het was tenminste voorbij, ze kon naar huis. Oh god, de vergadering. Op elke andere dag had ze kunnen doen alsof ze die was vergeten, maar dankzij Jessica was dat geen optie. Haar vingers klemden zich krampachtig om het handvat van haar gitaarkoffer alsof die een reddingsboei was. Kom op, hoe erg kon het zijn? Erg, zo bleek. Op sommige vergaderingen kwam Dieter er nauwelijks aan te pas, maar uitgerekend vandaag had hij een hele presentatie voorbereid over nieuwe leerplannen en aanbevelingen van het ministerie. Ze staarde een halfuur lang naar een punt boven zijn hoofd en sloot zich af van zijn stem, tot die stilviel. Eindelijk, ze kon zich onder de dekens gaan verstoppen. Jessica ging staan. ‘Mag ik even? Er was nog iets wat ik wilde aankaarten.’ Ze wierp een triomfantelijke blik op Mei. Ze deed haar best om er niet uit te zien als een konijntje dat verwachtte dat het opgevreten zou worden. Dieter had het niet meer gehad over de episode met de duif, en ze had gedacht dat ze daar tenminste onderuit was gekomen. Dieter schraapte zijn keel. ‘Jessica, misschien kunnen we toch nog even wachten met…’ ‘Ik heb een leuk nieuwtje!’ riep Jessica dwars door hem heen. ‘Nou, eigenlijk is het leuk en minder leuk nieuws. Binnen zes
14
maanden zullen jullie me een poosje moeten missen, dat is het trieste nieuws.’ De vioollerares, Jessica’s trouwe bondgenote, maakte gewillig ontzette geluiden. ‘Wat is er aan de hand, Jess?’ ‘Ik ben zwanger!’ kraaide Jessica, alsof dat de grootst mogelijke verwezenlijking was. Niet nog één, dacht Mei. Was het soms besmettelijk? Ze ving de blik van Jessica naar Dieter op, en een afgrijselijk gevoel bekroop haar bij het zien van zijn gezicht. Nee, ze haalde zich dingen in haar hoofd. Toch? En toen keek Dieter de hele tafel rond met een opgewekte glimlach en negeerde haar als enige zo nadrukkelijk dat ze wist dat het waar was. Midden in het gladde toespraakje waarin hij verklaarde dat Jessica en hij hun relatie geheim hadden gehouden tot ze er zeker van waren dat die blijvend zou zijn, en ja, natuurlijk, dat de vriendschappelijke scheiding van zijn vrouw er al een hele tijd zat aan te komen, dat ze hun zelfs veel geluk toewenste, voelde Mei de boterhammen die ze eerder die avond gegeten had, omhoogkomen. ‘Sorry’, mompelde ze. ‘Ik voel me niet zo…’ Ze spurtte naar buiten en staarde een minuut later voor de derde keer die dag naar de betegelde muren van de toiletten, deze keer terwijl ze haar uiterste best deed om niet over te geven.
15
Hoofdstuk 2 Iris. Wanneer de boodschapster van Hera naar de aarde snelt, dan verschijnt er een regenboog, die ze als brug gebruikt. Iris staat voor onverwacht nieuws dat je zekerheid zal brengen.
het geratel van de pillen in het potje deed het hem. Mei had zich goed weten te houden. Toegegeven, vooral doordat ze Dieter en Jessica op alle mogelijke manieren ontweken had. Maar het belangrijkst was dat ze elke dag was opgestaan en zich had aangekleed, terwijl het veel logischer had gevoeld om in bed te blijven liggen, de dekens over haar hoofd te trekken en al haar verantwoordelijkheden te negeren. Op de gang hing een spinnenweb dat een hangmat was geworden en in de keuken stapelde de vaat zich op (zeker na haar mislukte poging om zichzelf op te vrolijken met het stap voor stap volgen van een ingewikkeld recept voor bananenbloemcurry), maar op haar werk had niemand gemerkt dat er iets aan de hand was. Doel bereikt. Tot nu. Met een theezakje en een lege mok in haar hand keek ze toe hoe Jessica omstandig de overbodige pilletjes die ze in haar hand had geschud, terug in het potje deed. Het etiket hield ze
16