Skip to main content

9789401462822

Page 1

SPIJKER JE SPELLING BIJ Danielle De Smet & Liesbet De Vuyst


Uitgeverij Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent BelgiÍ www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISBN 9789401462822 D/2020/45/20 NUR 623 Danielle De Smet & Liesbet De Vuyst Spijker je spelling bij Gent, Academia Press, 2020, 156 p. Eerste druk, 2020 Vormgeving: Davine Peleman Š Danielle De Smet, Liesbet De Vuyst & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud Inleiding 7 HOOFDSTUK 1: Werkwoorden

11

HOOFDSTUK 2: Aaneenschrijven 28 HOOFDSTUK 3: Het koppelteken of liggend streepje

37

HOOFDSTUK 4: Het trema of deelteken

46

HOOFDSTUK 5: De tussenklank -n

56

HOOFDSTUK 6: De tussenklank -s

62

HOOFDSTUK 7: Accenttekens

67

HOOFDSTUK 8: De apostrof of het weglatingsteken

70

HOOFDSTUK 9: Vreemde woorden of leenwoorden

74

HOOFDSTUK 10: Meervoudsvormen

83

HOOFDSTUK 11: Verkleinvormen 91 HOOFDSTUK 12: Hoofdletters HOOFDSTUK 13: Afkortingen, letter- en initiaalwoorden HOOFDSTUK 14: Splitsen in lettergrepen

96 106 111

HOOFDSTUK 15: Leestekens 116 HOOFDSTUK 16: Honderd moeilijke woorden

122

HOOFDSTUK 17: Zestien twijfelgevallen met ei en ij

124

Herhalingsoefeningen 126 Bronnenlijst 154


inleiding

7

Inleiding Rond 1860 ontwierpen Matthias de Vries en Lammert te Winkel, de eerste redacteuren van het Woordenboek der Nederlandsche Taal, onze spelling. Ze werd in België officieel ingevoerd in 1864, en in Nederland vanaf 1883 gebruikt voor officiële teksten. De spelling-De Vries en te Winkel was tot 1947 de enige aanvaarde spelling in ons taalgebied. In 1934 werd ze – alleen in Nederland – vereenvoudigd voor het onderwijs. Deze vereenvoudiging noemen we de spellingMarchant. De eerste aanpassing voor het algemene gebruik werd in België ingevoerd in 1946 en in Nederland in 1947. In 1954 werd de Woordenlijst van de Nederlandse taal – het Groene Boekje – uitgegeven als uitwerking van die spelling. Dat boekje bevatte voor bastaardwoorden een ‘voorkeurspelling’ en een alternatieve ‘toegelaten spelling’. Maar dat leidde tot heel wat onzekerheid bij veel taalgebruikers, en bovendien was de keuze tussen beide spellingen niet altijd even consequent. In 1990 richtte de Nederlandse Taalunie (het Vlaams-Nederlandse overheidsorgaan dat werd opgericht om de belangen van de Nederlandse taal te behartigen) de commissie-Geerts op. Onder leiding van de Leuvense hoogleraar prof. dr. Guido Geerts kreeg deze commissie de opdracht om de spellingherziening te regelen. In 1995 werden de nieuwe spellingregels ingevoerd: de voorkeurspelling werd afgeschaft en er kwamen nieuwe regels voor de tussenklank -e(n) in samenstellingen. In 1994 (dus nog vÓÓr de verschijning van de nieuwe woordenlijst) besloten de toenmalige ministers van de Nederlandse Taalunie dat er om de tien jaar een actuele editie van het Groene Boekje zou verschijnen, maar met behoud van de spellingregels. In 2005 kwam de eerste nieuwe editie. De spellingaanpassingen die erin werden opgenomen, waren hoofdzakelijk vereenvoudigingen en verbeteringen. Toch werden er ook enkele regels veranderd en nieuwe regels toegevoegd. Zo werd de paardebloemregel geschrapt, zodat er maar vier uitzonderingen meer waren op de hoofdregel van de tussen-n. Verder kwamen er ook nieuwe voorschriften voor het hoofdlettergebruik, voor de schrijfwijze van samenstellingen met letters,


8

inleiding

afkortingen en symbolen en voor Engelse leenwoorden. Dat betekende dat 2,7 procent van alle opgenomen woorden een nieuwe spelling kreeg. Ten slotte werden er ook een aantal nieuwe woorden aan de Woordenlijst toegevoegd. De editie van 2005 telde zo’n 102 000 woorden; dat zijn er 6000 meer dan in de editie 1995. Aan de officiële woordenlijst van 2015 werden alleen nieuwe woorden en uitdrukkingen toegevoegd, waaronder heel wat woorden van Surinaamse en Caribische oorsprong. Ze bevat nu zo’n 180 000 woorden, bijna een verdubbeling van de lijst van 2005. De volledige Woordenlijst Nederlandse Taal kun je online raadplegen op http://woordenlijst.org. De spellingregels bleven in 2015 onveranderd.

.


hoofdstuk 1: werkwoorden

11

HOOFDSTUK 1

Werkwoorden

1.1

TEGENWOORDIGE TIJD Hoofdregel In de tegenwoordige tijd krijgen Nederlandse werkwoorden in de tweede en derde persoon enkelvoud een -t bij de stam: ik studeer

ik vind

ik juich

jij studeert

jij vindt

jij juicht

hij studeert

hij vindt

hij juicht

LET OP: De uitdrukking naar verluidt is een derde persoon enkelvoud (naar het verluidt). MAAR: Als de pv voor het onderwerp je/jij staat (inversie), schrijf je geen -t: je fietst fiets je? je antwoordt antwoord je? je schrijft schrijf je? je leidt leid je? LET OP: De regel geldt niet wanneer je meewerkend voorwerp of bezittelijk voornaamwoord is: Op het examen wordt je gevraagd om het aanwezigheidsblad te tekenen. Wordt je vriendje dan toch piloot?


12

1.2

hoofdstuk 1: werkwoorden

ERLEDEN TIJD EN VOLTOOID DEELWOORD VAN ZWAKKE V WERKWOORDEN Hier geldt de regel van ’t kofschip: • Stam + te (verleden tijd) / (ge) + stam + t (voltooid deelwoord): de laatste klank die je hoort in de infinitief voor -en, is een medeklinker van ‘t kofschip of een sj-klank: missen

miste

gemist

lokken

lokte

gelokt

onderstrepen

onderstreepte

onderstreept

wachten

wachtte

gewacht

De speler miste een heel belangrijke wedstrijd. Zij werd met allerlei valse voorwendsels naar België gelokt. Heb jij alle correcte woorden onderstreept? Hij wachtte geduldig tot iedereen zijn kopij had ingediend. • Stam + de (verleden tijd) / (ge) + stam + d (voltooid deelwoord): de laatste klank die je hoort in de infinitief voor -en, is geen medeklinker van ‘t kofschip of een klinker: branden

brandde

gebrand

huilen

huilde

gehuild

leren

leerde

geleerd

skiën

skiede

geskied

Toen de bom ontplofte, brandde de auto helemaal uit. Tijdens de film heeft ze de hele tijd gehuild. Vorig jaar hebben wij Italiaans geleerd. Ik heb nog nooit op kunstsneeuw geskied.

1.3

HET VOLTOOID DEELWOORD ALS ADJECTIEF Eindigt een voltooid deelwoord op -en, dan verandert er niets aan de schrijfwijze als je het als adjectief gebruikt. Het brood is gebakken. Het gebakken brood ruikt lekker. Eindigt een voltooid deelwoord op -t of op -d, dan voegen we een -e toe als je het als adjectief gebruikt. Het schip dat gisteren gestrand is, moet worden losgetrokken. Het gestrande schip wordt straks losgetrokken.


hoofdstuk 1: werkwoorden

13

LET OP: Bij de laatste groep blijven de algemene spellingregels wel van toepassing. Dat betekent dat je na een korte klank je medeklinker moet verdubbelen en dat je bij een lange klank slechts ĂŠĂŠn klinkerteken nodig hebt: De mannen zijn uitgeput van het werk. De uitgeputte mannen liggen in het gras. Ik heb de foto wat vergroot. De vergrote foto staat echt beeldig op je kast.

1.4

IMPERATIEF De imperatief (gebiedende wijs) drukt een gebod (bevel) of verbod uit. Hij is altijd enkelvoud: Kom hier! Word volwassen! LET OP: Als een imperatief gevolgd wordt door een u die onderwerp is, krijgt het werkwoord een -t: Meldt u zich bij de receptioniste. Denkt u gerust nog wat na. Draait u zich even om. Loopt u door, alstublieft! MAAR: Als u de betekenis heeft van zich (wederkerend voornaamwoord), dan staat er geen -t: Wind u niet zo op. Hoed u voor oplichters. (u kan hier vervangen worden door uzelf ) OPMERKING: Stam + t is de verouderde vorm van de gebiedende wijs, die je alleen nog vindt in (oude) vaste uitdrukkingen (zoals in liedjes en Bijbelteksten): Komt allen tezamen! Bezint eer ge begint!


14

1.5

hoofdstuk 1: werkwoorden

ENKELE TWIJFELGEVALLEN • U + hulpwerkwoorden Gebruik de werkwoordsvorm van de tweede persoon enkelvoud (je) voor de volgende werkwoorden: hebben u hebt kunnen u kunt mogen u mag willen u wilt zijn u bent zullen u zult – u zou • Hij wil of hij wilt? Alleen hij wil is correct! Hij wil altijd zijn eigen zin doen. • Je zal of je zult? Je zult het zelf zien. Je wilt zeggen dat het goed is. Je kunt ook de trein nemen. Alleen wanneer je de algemene betekenis van men heeft, gebruik je je zal, je wil, je kan: Je zal het maar meemaken. Je bent jong en je wil wat. Je kan maar beter goed verzekerd zijn.

1.6

STAMTIJDEN VAN ENKELE ‘PROBLEEMWERKWOORDEN’ inf initief

o.v.t.

voltooid deelwoord

aanzien

zag aan

aangezien

afgelasten

gelastte af

afgelast

bederven

bedierf

bedorven

belijden

beleed

beleden

benijden

benijdde

benijd

bevelen

beval

bevolen

bidden

bad

gebeden

blazen

blies

geblazen


hoofdstuk 1: werkwoorden

15

inf initief

o.v.t.

voltooid deelwoord

breien

breide

gebreid

brouwen

brouwde

gebrouwen

delven

dolf/delfde

gedolven

durven

durfde

gedurfd

eten

at

gegeten

genezen

genas

genezen

graven

groef

gegraven

hangen

hing

gehangen

heffen

hief

geheven

hijsen

hees

gehesen

jagen

jaagde (op jacht)/ joeg (andere betekenis)

gejaagd

kerven

kerfde/korf

gekerfd/gekorven

kijven

keef

gekeven

klagen

klaagde

geklaagd

klieven (door lucht)

kliefde

gekliefd

kloven (bv. diamant)

kloofde

gekloofd

krimpen

kromp

gekrompen

kunnen

kon

gekund

lezen

las

gelezen

malen (graan)

maalde

gemalen

meten

mat

gemeten

melken

molk/melkte

gemolken

mogen

mocht

gemogen

overhalen

haalde over

overgehaald

plegen (moord)

pleegde

gepleegd

pluizen

ploos (uitrafelen) pluisde (pluisjes)

geplozen gepluisd

plukken

plukte

geplukt

prijzen

prees (loven) prijsde (prijs bepalen)

geprezen geprijsd

raden

raadde

geraden

rekken

rekte

gerekt

rijgen

reeg

geregen

rijzen

rees

gerezen


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401462822 by Uitgeverij Lannoo - Issuu