Skip to main content

9789401462815

Page 1

FRIS JE GRAMMATICA OP Danielle De Smet & Liesbet De Vuyst


Uitgeverij Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent BelgiÍ www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISBN 9789401462815 D/2020/45/1 NUR 623 Danielle De Smet & Liesbet De Vuyst Fris je grammatica op Gent, Academia Press, 2020, 80 p. Eerste druk, 2020 Vormgeving: Davine Peleman Š Danielle De Smet, Liesbet De Vuyst & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud Inleiding 9 DEEL 1: WOORDSOORTEN

11

HOOFDSTUK 1: Grondwoord, samenstelling en afleiding

12

HOOFDSTUK 2: Het lidwoord

14

HOOFDSTUK 3: Het zelfstandig naamwoord of substantief

17

HOOFDSTUK 4: Het werkwoord 4.1 4.2 4.3 4.4

Scheidbare en niet-scheidbare werkwoorden Zelfstandige werkwoorden, koppelwerkwoorden en hulpwerkwoorden Wederkerende en niet-wederkerende werkwoorden De vervoeging van het werkwoord

18 18 18 19 19

HOOFDSTUK 5: Het bijvoeglijk naamwoord of adjectief

21

HOOFDSTUK 6: Het bijwoord

23

HOOFDSTUK 7: Het voornaamwoord

25

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8

Het persoonlijk voornaamwoord Het wederkerend voornaamwoord Het wederkerig voornaamwoord Het bezittelijk voornaamwoord Het aanwijzend voornaamwoord Het betrekkelijk voornaamwoord Het vragend voornaamwoord Het onbepaald voornaamwoord

25 26 26 27 27 27 28 28

HOOFDSTUK 8: Het telwoord

31

HOOFDSTUK 9: Het voorzetsel

32

HOOFDSTUK 10: Het voegwoord

34

Herhalingsoefeningen woordsoorten

36


DEEL 2: ZINSDELEN

43

HOOFDSTUK 1: Splitsen in zinsdelen

44

HOOFDSTUK 2: De zin

45

2.1 2.2 2.3

Enkelvoudige en samengestelde zinnen Hoofdzinnen en bijzinnen Passieve en actieve zinnen

HOOFDSTUK 3: De persoonsvorm HOOFDSTUK 4: Het gezegde 4.1 4.2

Het werkwoordelijk gezegde Het naamwoordelijk gezegde

45 45 47

48 49 49 49

HOOFDSTUK 5: Het onderwerp

51

HOOFDSTUK 6: Het lijdend voorwerp

52

HOOFDSTUK 7: Het meewerkend voorwerp

53

HOOFDSTUK 8: Het handelend voorwerp

54

HOOFDSTUK 9: Het voorzetselvoorwerp

55

HOOFDSTUK 10: De bijwoordelijke bepaling

57

10.1 10.2 10.3 10.4 10.5 10.6 10.7 10.8 10.9 10.10 10.11

De bepaling van plaats De bepaling van tijd De bepaling van frequentie De bepaling van graad De bepaling van kwantiteit De bepaling van wijze De bepaling van modaliteit De bepaling van ontkenning De bepaling van middel De bepaling van causaliteit De bepaling van gevolg

57 57 57 57 58 58 58 58 58 59 59

HOOFDSTUK 11: De bepaling van gesteldheid

60

Herhalingsoefeningen zinsdelen

62

HERHALINGSOEFENINGEN WOORDSOORTEN EN ZINSDELEN

67

Bronnenlijst 78


inleiding

9

Inleiding De Nederlandse grammatica of spraakkunst wordt doorgaans in twee delen opgesplitst, woordleer en zinsleer. Het Nederlands bestaat uit tien woordsoorten. In dit handboek worden er negen behandeld. Enkel aan het tussenwerpsel schenken wij geen aandacht, omdat dat niet relevant is. Het deel ‘Woordsoorten’ begint met het verschil tussen een grondwoord, een samenstelling en een afleiding. In het deel Woordsoorten vind je: 01 Het grondwoord, de samenstelling en de afleiding 02 Het lidwoord 03 Het zelfstandig naamwoord of substantief 04 Het werkwoord 05 Het bijvoeglijk naamwoord of adjectief 06 Het bijwoord 07 Het voornaamwoord 08 Het telwoord 09 Het voorzetsel 10 Het voegwoord In het deel Zinsdelen vind je: 01 Splitsen in zinsdelen 02 De zin 03 De persoonsvorm 04 Het gezegde 05 Het onderwerp 06 Het lijdend voorwerp 07 Het meewerkend voorwerp 08 Het handelend voorwerp 09 Het voorzetselvoorwerp 10 De bijwoordelijke bepaling 11 De bepaling van gesteldheid Alle theorie die je in dit hoofdstuk vindt, is gebaseerd op de ANS (Algemene Nederlandse Spraakkunst). De ANS kan je ook online raadplegen op http://www.let.ru.nl/ans/e-ans/


DEEL 1

Woordsoorten


12

deel 1 | hoofdstuk 1: grondwoord, samenstelling en afleiding

HOOFDSTUK 1

Grondwoord, samenstelling en afleiding Een grondwoord is niet meer op te splitsen in delen: school, ziek, student Bij samenstellingen kunnen alle afzonderlijke delen ook zelfstandig voorkomen. zee + honden + opvang + centrum zeehondenopvangcentrum lange + termijn + planning langetermijnplanning derde + wereld + land derdewereldland lezen + bril leesbril A4 + blad A4-blad Soms duikt in samenstellingen een extra tussenklank (tussen-s of tussen-n) of een liggend streepje op of valt er een letter weg. stad + wandeling stadswandeling einde + jaar + student eindejaarsstudent volwassene + onderwijs volwassenenonderwijs spinnen + wiel spinnewiel Afleidingen zijn woorden waarvan niet alle delen zelfstandig kunnen voorkomen; heel vaak gaat het om verkleinwoorden, meervoudsvormen en werkwoordsvervoegingen: huisje (van huis) gsm’etje (van gsm) boeken (van boek) baby’s (van baby) lerares (van leraar) gestudeerd (van studeren)


deel 1 | hoofdstuk 1: grondwoord, samenstelling en afleiding

13

Ook in afleidingen komen tussen-n’en en tussen-s’en voor. Soms lijken samenstellingen en afleidingen op elkaar, de spelling brengt dan meestal duidelijkheid: godendom beroepshalve menselijk (afleiding) ≠ mensenlijk (samenstelling van mens + lijk)

OEFENING Gaat het bij onderstaande woorden om een grondwoord, samenstelling of afleiding? 01 afleiding 02 regelmatig 03 samenstelling 04 grondwoord 05 grammatica 06 testje 07 notitieboek 08 duidelijkheid 09 examenopdracht 10 ingestudeerd


14

deel 1 | hoofdstuk 2: het lidwoord

HOOFDSTUK 2

Het lidwoord Het Nederlands kent drie lidwoorden: twee bepaalde lidwoorden, de en het (‘t) en één onbepaald lidwoord, een (‘n). de student het academiejaar een examen Een lidwoord staat altijd voor een substantief en is een derdegraadsvoorbepaling, d.w.z. dat het uiterst links in een substantiefgroep voorkomt. Op de tweede plaats kan dan een telwoord staan, net voor het substantief staat het adjectief. de eerste zonnige vakantiedag het laatste lange interview een moeilijk examen Lidwoorden zijn onveranderlijk van vorm. Alleen in versteende uitdrukkingen komen er nog naamvalsvormen voor: ’s middags in den beginne ten langen leste In het Nederlands zijn de substantieven mannelijk (m), vrouwelijk (v) of onzijdig (o). De staat altijd voor een vrouwelijk of mannelijk substantief en voor een meervoudsvorm. Het wordt altijd gecombineerd met een onzijdig substantief. Een staat voor een mannelijk, vrouwelijk of onzijdig substantief, maar nooit voor een meervoudsvorm. de directeur (m) / de directrice (v) / het marketingbureau (o) de directeurs / de directrices / de marketingbureaus een directeur / een directrice / een marketingbureau Ter info: het genus van een substantief vind je o.a. in de woordenlijst online (www.woordenlijst.org). Sommige woorden hebben trouwens een dubbel genus (m/v) of (m/o). wol (m/v) commentaar (m/o)


deel 1 | hoofdstuk 2: het lidwoord

15

Ongeveer een derde van alle substantieven zijn onzijdig. Echte regels zijn hier niet, maar volgende woorden zijn het-woorden: • verkleinwoorden: het nieuwe buurmeisje het verwende jongetje • gesubstantiveerde werkwoorden: Na het betalen van het voorschot is uw boeking definitief. Het aanpassen van de nieuwe leerplannen nam heel veel tijd in beslag. • namen van talen, windrichtingen, metalen en de meeste sporttakken: het Engels, het Turks het zuidoosten, het westen het zilver, het brons het tennis, het voetbal • woorden die eindigen op -isme, -ment, -sel en -um het populisme, het idealisme het isolement, het abonnement het beginsel, het kapsel het universum, het referendum (maar: de datum) Een aantal substantieven kunnen zowel met de als met het gebruikt worden. Soms is er geen betekenisverschil: de lesrooster / het lesrooster de parfum / het parfum de cluster / het cluster de commentaar / het commentaar Bij andere substantieven is er wel een betekenisverschil: Hij moest in het stof bijten. Heb je de (leer)stof onder de knie? De portier deed heel galant de deur open voor ons. Het portier van onze auto was erg beschadigd. Ik hou niet van de jacht op everzwijnen. Het jacht van de ondernemer werd na het faillissement verkocht. Wie een hattrick scoort, krijgt de (wedstrijd)voetbal. In het professionele voetbal draait alles om geld.


16

deel 1 | hoofdstuk 2: het lidwoord

OEFENING Vul in: de of het en duid het genus van het substantief aan 01 In --------------- vroegere PerziĂŤ (m/v/o) was --------------- sjah (m/v/o) --------------- hoofd (m/v/o) van --------------- land (m/v/o). 02 Gisteren berichtte --------------- persbureau (m/v/o) dat --------------- premier (m/v/o) moest aftreden naar aanleiding van --------------- bericht (m/v/o) op --------------Facebookpagina (m/v/o) van --------------- partij (m/v/o). 03 Op --------------- website (m/v/o) van --------------- bedrijf (m/v/o) kon je --------------- volledige tekst (m/v/o) vinden van --------------- nieuwe maatregel (m/v/o). 04 Wie is verantwoordelijk voor --------------- belediging (m/v/o) aan --------------- adres (m/v/o) van --------------- voorzitter (m/v/o) van --------------- Congrespartij (m/v/o)? 05 --------------- advocate (m/v/o) betwistte --------------- wetsvoorstel (m/v/o) om --------------- persvrijheid ((m/v/o) aan banden te leggen.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401462815 by Uitgeverij Lannoo - Issuu