Skip to main content

9789401462709

Page 1

M I J N O M A I S VA N P E P E R KO E K E N M I J N O PA RU I K T N A A R C H O CO L A


Voor oma en batchie, mijn ouders Voor meme, opa Baardje en bobonneke, mijn grootouders Evelien De Vlieger


MIJN OMA I S VA N P E P E R KO E K E N M I J N O PA RU I K T NA A R C H O CO L A Verhalen over oma’s, opa’s, oogappels en oliebollen EVEL IEN D E VL IEGER met i l lus trat ies v an SA B IEN CL EM EN T


Inhoud HET STAMBOMENBOS

6 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 40 42 44 47

Het stambomenbos Oma Fiena, de lenigste oma Opa Frans, de gierigste opa Meme Zoë, de stilste oma Oma Koekebrood, de lekkerste oma Opa Koekebrood, de gekste opa Moeke Maria, de eerlijkste oma Opa Bert, de snelste opa Moeke Madeleine, de harigste oma Patou, de helderziendste opa Oma Bonneke, de vergeetachtigste oma Recept voor melkbroodjes Bob, de boeiendste opa Opa Baardje, de verste opa Het liefste kleinkind van het stambomenbos VERHALEN

52 54 56 59 62 64

Noodgevallen Schaamlied Lina en Judocus spelen huisje Het mooiste geluid Haast en spoed (is voor één keer goed) De oma op de erwt


66 68 70 76 78 80 82 84 88 90 92 100 104 106 108 111 114 118 120 124 126 130 132

Lina en Judocus en het geheim Steenman Kadoezie! Het koekjesalfabet Recept voor gebakken alfabet Lina en Judocus kiezen een beroep Snelkookverdriet Rugnummer Mijn naam is Nikolaas Lina en Judocus trouwen Zonnige groetjes! Mijn oma zingt Molly Malone Modderpraat Lina en Judocus kopen een kindje Ziek voor twee Snakey Duikles Lina en Judocus rijden een eindje Rust zacht, oma Werkwijze voor een sjaal in rijstepapsteek Ondersteboven Mijn opa is een atlas Parels


HET STAMBOMENBOS Ik ben acht jaar, heb bruin haar, ben één meter drieëndertig groot en heb elf oma’s en opa’s. Eerst had ik er maar vier, twee van mijn mama en twee van mijn papa.

7


Dit zijn oma Fiena en opa Bert.

En dat zijn meme ZoĂŤ en opa Frans.

8


Toen gingen mijn mama en papa scheiden. Eerst bleef het bij vier oma’s en opa’s. Maar papa kreeg een nieuwe vriendin. Ze hield veel van papa. En na een tijd zag ik haar ook wel zitten. Daar begon haar buik van te groeien! Ze hadden nog een baby gemaakt. Dus werd haar mama ook mijn oma. En die van mijn babybroertje.

Dit is oma Koekebrood. Opa Koekebrood is al dood. Samen hadden ze een bakkerij.

9


Mijn oma zingt Molly Malone Oma’s die graag zingen gaan niet zo snel dood. Mijn oma zingt van ’s ochtends tot na het avondrood. Soms klinkt ze triest, soms eenzaam of bang, en soms als vrolijk bloemetjesbehang. Dankzij haar ken ik veel oude liedjes, over kleine en grote verdrietjes. In het Engels, het Duits en het Frans. Over een hondje en over een rondedans.


Laatst ging ze mee met de klas op pad, we volgden de poëzieroute in de stad. De juf liep vooraan en oma sloot de rij, geen kind raakte kwijt, geen kind kon er nog bij. Het regende hard, we schuilden onder de daken en lazen versjes terwijl we de straat overstaken. De woorden waren net als wij op de dool, toch ontbrak niemand op de bus terug naar school. Het was duwen en dringen op de overvolle bus. Velen moesten staan, maar ik zat lekker knus. Oma fluisterde: ‘Is er nog plaats voor een lied?’ Maar wachten op een antwoord deed ze niet. Toen ze begon te zingen keek ze me aan, alsof ze in mijn ogen de woorden zag staan. Het refrein is eenvoudig: ‘Alive, alive oh!’ Mijn oma sloot haar ogen, dit stukje wist ze zo. Van het gezang kreeg de hele bus kippenvel. Niemand wilde eruit, niemand drukte op de bel. Eerst wilden ze horen wat er verder zou gebeuren, Met het meisje dat in het lied met mosselen gaat leuren. Alive betekent levend, en daarna komt de dood. En net als in het echt spaart die klein noch groot. Het meisje wordt ziek en niemand redt haar vel. Alleen haar geest leeft verder, in mijn oma nog wel. We stapten uit de bus, duizelig van de rit, en slenterden naar school, alleen oma leek nog fit. Het was al na etenstijd, maar trek hadden we niet, we dachten aan het meisje van dat trieste mossellied.

11


ci-ty,

Ma - lone,

F

��

đ?„€

“Coc - kles! And

��

đ?…&#x; đ?…&#x; Oh!

F

đ?„€

F

đ?…&#x; đ?… đ?…&#x;

C7

Csus

đ?„€

It was

đ?„€

Cockles! And

Mus

đ?…&#x; đ?…&#x; đ?…&#x;

Oh!

A – live,

a-live

sels

a – live,

đ?„€

Oh!

đ?„€

nar-row, Cry-ing

C7

F

–

đ?„€

đ?„€

met my sweet

đ?… đ?…&#x;

streets wide and

đ?… đ?…&#x; đ?…&#x;

đ?„€

đ?…&#x; đ?…&#x; đ?…&#x;

đ?„€

there that I

đ?…ž đ?…&#x; đ?…&#x; đ?… đ?…&#x; đ?…&#x; đ?…&#x; đ?„€ đ?„€ đ?„€

C7

đ?… đ?…&#x; đ?…&#x;

đ?„€

đ?…&#x; đ?…&#x; đ?…&#x;

F

Csus

Mus - sels! A – live, a-live

Cry - ing

pret-ty,

wheeled her wheel – bar-row through the

đ?… đ?…&#x; đ?…&#x;

đ?…&#x; đ?…&#x;

F/C

she

C7

đ?… đ?…&#x; đ?…&#x;

girls are so

C7

đ?…&#x; đ?…&#x; đ?„€đ?…&#x; đ?…&#x; đ?…&#x; đ?„€ đ?…

đ?…&#x; đ?…&#x; đ?…ž đ?„€ đ?„€đ?„ž đ?…&#x; Mol - ly

where the

C

C

đ?…&#x; đ?…&#x; đ?…&#x; đ?… đ?…&#x; đ?„€ đ?„€

đ?„€

đ?…&#x; đ?…&#x;

Dub-lin’s fair

C7

Csus

đ?…&#x; đ?…&#x;

In

đ?…&#x; đ?…&#x;

3 đ?…&#x; đ?…&#x; đ?…&#x; đ?…&#x; đ?… đ?…&#x; 4 đ?„€đ?„ž đ?„€ đ?„€

Dmi7

F

đ?…&#x; đ?…&#x;

F

đ?…&#x; đ?…&#x;

F

A –

đ?…&#x; đ?… đ?…&#x;

đ?…&#x; đ?… đ?…&#x;

đ?„€

live, a-live

đ?„€

đ?…ž

đ?„‚

a – live Oh.

13


Modderpraat Mijn opa praat in zijn slaap. Veel zegt hij niet, hij zegt zelfs maar één woord en het is altijd hetzelfde: modder. Ik zit meestal te lezen als opa dut op de bank. ‘Een halfuurtje maar’, zegt hij, ‘anders gaan je ogen stuk.’ Als hij modder gezegd heeft, schiet hij wakker en gaan we naar buiten. In de tuin maakte hij een schommel van oma’s oude paraplu. Ik ga erin zitten en hij geeft er een zwiep aan. ‘Niet lezen, hoor’, zegt hij. ‘Anders word je nog misselijk!’ Daarna gaat hij pindanoten halen om te doppen. Hij gooit ze in de lucht en probeert ze zo op te happen. Ik vraag of hij er eentje naar mij gooit, maar dat wil hij nooit. ‘Verstikkingsgevaar’, zegt hij, en hij wijst op het pak. ‘En jij dan?’ ‘Opa’s stikken niet’, zegt hij. ‘Wat droomde je daarnet, opa?’ ‘Niets’, is zijn vaste antwoord. Hij droomt nooit, zegt hij. ‘Je zei weer modder, hoor.’ ‘Je oren werken ook al niet’, zegt hij. ‘Of zit er modder in?’ Dus daarna maken we moddertaart, van takjes en aarde en water en soms ook van eikels en blaadjes – als we echt veel honger hebben. ‘In Amerika aten we mud pie’, vertelt mijn opa ondertussen. ‘Dat is Engels voor moddertaart. Als er mud pie was, was het feest en at ik met mijn handen. Van mijn moeder mocht dat voor die ene keer, maar mijn vader mocht het niet weten. Toen hij op een keer vroeger thuiskwam en mij onder de bruine smurrie zag zitten, werd hij woest. “Ik hou het hier voor bekeken”, zei hij, “ik ga de Mississippi afvaren.” En de Mississippi is lang, dus we hebben hem nooit meer teruggezien.’ ‘Hoe lang is de Mississippi?’ ‘6235 km.’ Opa houdt van modder. Maar oma niet. Ze roept dat de koffie klaar is en of we zin hebben in iets lekkers. ‘Eerst handen en armen wassen,’ zegt ze, ‘en jij ook je gezicht’ (tegen opa). Van moddertaart wil ze niet horen, ze bakt het liefste appelflappen.

14


Pas toen ik Engels kreeg op school, snapte ik waar mijn opa over droomde. Taart is pie. Mud is modder. En moeder is mother.


– Lina en Judocus kopen een kindje –

Oma heeft me iets verteld. Over kindjes kopen. Wat bedoel je?

Ik vroeg me af waarom ik nog nooit een kindjeswinkel had gezien. Die zijn er toch? Die saaie winkels waar we kleren kopen.

Dus ik vroeg aan oma waarom ze dat zeiden. Want kindjes komen dan wel uit de buik, maar misschien moet je er eerst iets voor kopen. Denk je dat?

Die koop je dan toch? Tenzij je een kip hebt, voor dat ei, haha.

In de buik van het meisje. Dat kindje groeit en die buik wordt dik.

Nee. Dat bedoel ik niet. Een echte kindjeswinkel. Waar je kindjes kunt kopen. Dat bestaat toch niet?

Zou best kunnen, hè. En weet je wat oma zei? Nee?

Nee, sufkop! Jij hebt zaadjes en ik heb eitjes. Ik? Wat heb ik ermee te maken?

En dan is het meisje mama. Ja, maar wacht eens.

Welja. Hoe het echt gaat. Hoe dan?

Maar ze zeggen toch: die of die heeft een kindje gekocht? Ja, dat is waar.

Ze zei dat je er helemaal niets voor nodig hebt. Alleen een zaadje en een eitje.

Dan worden die samen een kindje.

Hoe komen dat zaadje en dat eitje bij elkaar?


Vroeg ik me ook af. Maar dat wilde oma niet zeggen.

Heb je aangedrongen? Tuurlijk! Maar ze lachte alleen maar.

Het is vast iets met die winkel. Denk je?

Ja. Je koopt iets om dat zaadje in die buik te schieten. Schieten? Echt weer iets voor jou!

Een blaaspijp of zo. En dan door de navel. Ach, je zegt maar wat.

Hoe krijg jĂ­j dat zaadje daar dan? Ik weet het niet.

Nou dan. Oma houdt gewoon niet van schieten. Daarom zei ze dat niet. Denk je?

En trouwens, wat weet oma er eigenlijk van? Tja.

Zie je wel. Je had het aan iemand anders moeten vragen. Aan jou zeker!

Bijvoorbeeld. Ik zie dat wel zitten. Wat?

En dan mikken op je navel. Als je het maar laat!

Maar het kind mag je hebben. Dat hoef ik niet.

Heb jij oma ooit met een dikke buik gezien? Nee.

Naar die winkel gaan.

Ik ga nooit meer met jou in bad, hoor je? Nooit meer!


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Nieuwe editie van Mijn oma is van peperkoek – Verhalen over oma’s, opa’s, oogappels en oliebollen (2012) met 7 kersverse verhalen

verhalen Evelien De Vlieger – www.eveliendevlieger.be illustraties Sabien Clement – www.sabienclement.be vormgeving Leen Depooter – quod. voor de vorm.

Voor de oorspronkelijke editie kregen auteur en illustrator steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

© Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 D/2019/45/365 NUR 274, 277 978 94 014 6270 9

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401462709 by Uitgeverij Lannoo - Issuu