Wat is TOS?
extra tijd nodig om de juiste woorden te vinden en de juiste zinnen te formuleren. Het is belangrijk om te ontdekken wat dit betekent voor de leerling. Wat belemmert de leerling in vriendschappen aangaan, in deelname in groepjes bij een taak of bij het samenzijn in de pauze? Een groot percentage leerlingen met TOS loopt in de toekomst vast in de maatschappij op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling, in relaties en het vinden en houden van een baan. Inzicht in de ‘eigen’ TOS verbetert de sociale interactie. Het is belangrijk dat leerlingen met TOS inzicht krijgen in hun eigen mogelijkheden en in de communicatieve vaardigheden die zij nog kunnen ontwikkelen. Daarnaast is acceptatie van hun beper kingen essentieel voor een goede sociaal-emotionele ontwikkeling. Het zelfbeeld is bij deze leerlingen in het gedrang en dit is van grote invloed op hun sociaalemotioneel welbevinden. Leerlingen met TOS lopen het risico dat zij alleen denken aan de dingen die zij niet kunnen. Wanneer leerlingen weten hoe hun TOS eruitziet, hoe ze ermee om kunnen gaan, en dit aan anderen kunnen uitleggen, krijgen ze een genuan ceerd beeld van hun eigen vermogen. Ondanks de
Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is een neuro cognitieve ontwikkelingsstoornis. Leerlingen met TOS hebben grote moeite met het spreken en begrijpen van taal, en ondervinden daardoor grote problemen in de communicatieve redzaamheid. Een taalontwikke lingsstoornis is van grote invloed op het gedrag en het sociaal-emotioneel welbevinden.
Waarom deze communicatiekaarten? Leerlingen met TOS hebben moeite met het begrijpen en begrepen worden. Vaak zien wij dat zij zich minder uiten of niet op de juiste manier. Maar dat betekent niet dat ze minder behoefte aan communicatie en contact hebben. Ze weten niet altijd wat een TOS inhoudt, en welke invloed een TOS op het dagelijks functioneren betekent. Leerlingen met een TOS vinden het moeilijk om spontaan een gesprek aan te gaan en om een onderwerp te bedenken om over te praten en om de juiste woorden te vinden. Zij hebben vooral
2
▸▸ De leerling leert zijn problematiek of belemme ring die TOS met zich meebrengt herkennen, en krijgt ondersteuning bij het formuleren van de hulpvraag. ▸▸ De gesprekken vergroten het zelfinzicht en ver beteren het zelfbeeld van de leerling in zijn eigen functioneren op school, in sociale contacten of op stageplekken. De leerling leert verschillen zien in die situaties en leert ontdekken wat hij nodig heeft. ▸▸ De kaarten bieden de juiste handvatten en onder steuning op het gebied van communicatief red zaam zijn.
TOS beschikken ook deze leerlingen over vaardighe den waar zij goed of minder goed in zijn, en zijn er vaardigheden die zij kunnen leren. Bouwen aan het zelfvertrouwen door succeservaringen bij aangeleerde vaardigheden vormt een basis voor het voortgezet onderwijs, maar zeker ook voor de toekomst.
Voor wie? Deze communicatiekaarten zijn te gebruiken door ambulant begeleiders, onderwijsprofessionals, coa ches, logopedisten en eenieder die met leerlingen met TOS werkt. Het is van belang dat je als coach of leerlingbegeleider op de hoogte bent van wat de docenten in de klas en in de praktijk signaleren.
Inhoud ▸▸ 28 vaardigheidskaarten; ▸▸ 28 hinderniskaarten; ▸▸ 1 uitwisbare schalingskaart zonder stelling; ▸▸ 4 doorvraagkaarten; ▸▸ 1 blanco stellingenkaart.
Doel van de communicatiekaarten ▸▸ De kaarten bieden een uitgangspunt voor een gesprek waarbij de hulpvraag van de leerling met TOS verhelderd wordt.
3
Uitleg per kaartsoort Hinderniskaarten
Vaardigheidskaarten
Veel leerlingen met TOS zijn communicatief niet in staat om hun hindernissen of belemmeringen aan te geven, te verwoorden als een hulpvraag of uit te spreken. De hinderniskaarten bieden herkenning en daarmee een ingang tot een gesprek over welke hindernissen leerlingen ervaren op school, in vriend schappen, bij het leren, et cetera.
Wat beheerst de leerling al? Waarin ondervindt de leerling geen belemmering? De vaardigheidskaarten bevatten positieve stellingen waarbij de leerling moet aangeven of deze kloppen. Leerlingen met TOS zijn bij positieve stellingen snel geneigd om die te beamen. Een kritische blik met enige nuancering is dan nodig.
0
GEDRAG, SOCIAAL-EMOTIONEEL
SCHOOL, PRAKTIJK EN LEREN
Het frustreert mij als ik niet word begrepen
Ik kan een goede brief schrijven
1
2
Dit kan ik alleen!
Dat is waar omdat …
3
4
5
6
7
8
9
10
0
Hierbij heb ik hulp nodig!
1
2
Dit kan ik alleen!
Dat is niet waar omdat …
Dat is waar omdat …
4
3
4
5
6
7
8
9
10
Hierbij heb ik hulp nodig!
Dat is niet waar omdat …
De hinderniskaarten en de vaardigheidskaarten zijn voorzien van een gekleurde VAS-schaal (visueel ana loge schaal). Hiermee kan de leerling de ernstmaat van de geboden stelling op het kaartje aangeven met smileys.
Uitwisbare schalingskaart
Categorieën
Doorvraagkaarten
De communicatiekaarten zijn verdeeld in drie cate gorieën, die op de achterkant van het kaartje staan vermeld. Deze categorieën overlappen elkaar en zijn er allemaal op gericht om de communicatieve redzaamheid te ondersteunen. Ze dienen vooral om de gesprekken richting te geven. Zo ontdekken leerlingen in welke situaties ze een grote behoefte ervaren aan ondersteuning en begeleiding. De drie categorieën zijn:
Op de ‘doorvraagkaarten’ staan korte vragen die helpen om het gesprek op gang te houden en/of te verdiepen.
Met deze schalingskaart kan de leerling bij een stel ling die niet op een kaartje staat, maar wel ter sprake komt, een ernstmaat op de VAS-schaal aangeven met een uitwisbare stift.
Overzichtsblad Er is een overzichtsblad met stellingen opgenomen bij de downloads op www.lannoocampus.nl (zie ach terzijde). De stellingen op het blad zijn stellingen en uitspraken die zijn verzameld in de praktijk. Deze kunnen worden gebruikt als een stelling met een hin dernis of als een vaardigheid en kunnen op de blanco kaart toegepast worden.
GEDRAG, SOCIAAL-EMOTIONEEL SPREKEN
Blanco kaartje
Het kan zijn dat het wenselijk is om een bepaalde stelling met een leerling te bespreken die niet op een
SCHOOL, PRAKTIJK EN LEREN
5
vervolgens een wolkje aanwijzen. Door de eerste stap te visualiseren geef je de leerling al ruimte om over de stelling na te denken. De leerling kan een smiley aan wijzen of een wolkje.
kaartje staat of een stelling die tijdens het gesprek als hulpvraag naar voren komt. Met een uitwisbare stift kan op het blanco stellingkaartje, een stelling worden geschreven.
Wanneer de leerling het groene wolkje of vrolijke smiley aanwijst geeft hij aan dat hij de vaardigheid beheerst. Hier kun je doorvragen om zo het zelfbeeld te versterken, of om juist een belemmering te belich ten die de leerling zelf niet herkent. Nodig de leerling uit om toe te lichten: ‘Dat gaat goed omdat …’. De leerling kiest bijvoorbeeld de stelling: ‘Ik kan in de pauze een gesprek voeren met klasgenootjes’. Stel korte en concrete vragen als: Met wie klets jij graag? Wanneer heb jij zomaar een gesprek met iemand? Gebeurt dit in de klas, in de pauzes…? Waar gaat een gesprekje met een andere leerling over? Begin jij zelf met het gesprek? Als dat niet zo is, kun je doorvragen of de leerling het lastig vindt om zelf een gesprek te beginnen. Op de VAS-schaal kun je de leerling laten aangeven wat voor cijfer hij deze vaar digheid van zichzelf geeft (zie hierna).
Hoe te gebruiken? De hinderniskaarten en de vaardigheidskaarten kunnen naast elkaar gebruikt worden. Een vaardig heidskaart kan in relatie tot een hinderniskaart ondersteunend werken. Wanneer de leerling een vaardigheid beheerst kan er gekeken worden hoe deze vaardigheid ingezet kan worden bij iets wat nog lastig is en beschreven staat op een hindernis kaart. Een vaste werkwijze is er niet, mogelijk ontdek je tijdens het gebruik een werkwijze die het best bij jou en de leerling past.
Voorbeeld hoe te gebruiken Leg vijf kaartjes met stellingen op tafel en vraag aan de leerling welke stelling de leerling herkent. Laat
6
0
1
2
3
4
5
6
Dit kan ik alleen!
7
8
9
10
Hierbij heb ik hulp nodig!
Dat is waar omdat …
Dat is niet waar omdat … te kletsen omdat …’. Kijk samen met de leerling wat hierin de hulpvraag is. Werk dit eventueel verder uit met lege wolkjes, een mindmap of met een schaling van wat de lastige momenten zijn. Gebruik hierbij de doorvraagkaartjes om helder te krijgen waar hierin de hulpvraag van de leerling ligt. Bijvoorbeeld bij een stage zou het een belangrijk aandachtspunt kunnen zijn wanneer je niet ongedwongen een gesprek kunt voeren met collega’s. Dit kun je met de leerling oefe nen. Maak altijd voor de leerling helder waarom het belangrijk is om samen aandacht aan de stelling te besteden. Wat zou dit in de praktijk voor de leerling kunnen betekenen? Als de leerling de belemmeringen van een TOS kent, weet hij waar hij aan moet werken om zijn idealen voor de toekomst waar te maken.
Oranje of twijfelachtige smiley: Hiermee geeft de leer ling aan dat het soms nog moeilijk of lastig is. Stel vragen als: Wanneer is het niet moeilijk of wanneer vind je het wel moeilijk om met een klasgenootje te kletsen? In welke situaties is dat? Wanneer de leer ling het lastig vindt om zelf iemand aan te spreken heb je een punt om samen uit te werken en om mee te oefenen. Gebruik ook hier eventueel de scha lingskaart zodat de leerling voor zichzelf visueel kan maken ‘hoe goed’ hij het zelf vindt gaan. Rode wolkje of gefrustreerde smiley: Hiermee geeft de leerling aan dat het nog erg moeilijk is om in de pauze met klasgenootjes een gesprek te voeren. Nodig uit om toe te lichten: ‘Het is moeilijk om met iemand
7
Tips voor een goed gesprek Voorwaarden
Het gesprek op gang houden
▸▸ Zorg voor een vertrouwde omgeving. Een gesprek tijdens een wandeling zou een optie kunnen zijn om makkelijker of vrijer te praten. ▸▸ Zorg voor een rustige omgeving zonder al te veel prikkels zoals veel achtergrondgeluiden, een rom melige omgeving of flikkerende lampen. ▸▸ Zit in een hoek van negentig graden zodat je de leerling niet direct tegenover je hebt, of ga naast de leerling zitten. Vermijd oogcontact wat voor de leerling directe communicatie kan betekenen. ▸▸ Laat de leerling met de juiste ondersteuning van jou als coach (tijd, echt luisteren, samenvatten en doorvragen) verwoorden wat hij in die specifieke situatie nodig heeft.
▸▸ Reageer niet direct of negatief op de lichaams houding van een leerling. Een leerling kan met zijn hoofd op zijn armen liggen om goed na te denken. Informeer wel bij de leerling of er een reden is waarom hij of zij deze houding aanneemt zonder er een oordeel over te geven. Benoem wat je ziet. Het kan een gespreksonderwerp zijn met betrekking tot de lichaamshouding in de klas. ▸▸ Vraag bij de stelling die de leerling opleest of de leerling dit herkent. Als de leerling de geboden stelling op het kaartje niet herkent en jij als bege leider wel, kom dan met voorbeelden uit de dage lijkse praktijk en leg erbij uit dat je deze situaties in de stelling terugziet. Herkent de leerling het dan wel? Wanneer de leerling het nog altijd niet herkent, bespreek dan wat maakt dat het volgens de leerling goed gaat.
8
▸▸ Gebruik tijdens het gesprek met de leerling één probleemstelling tegelijk die herkend wordt door de leerling en werk deze dan samen uit. ▸▸ Geef de leerling voldoende denktijd en tijd om zijn antwoord te formuleren. Vul niet in. Leerlingen met TOS kunnen niet ad hoc reageren op vragen van anderen. ▸▸ Neem een actieve luisterhouding aan, wees betrokken. ▸▸ Heb respect voor het antwoord van de leerling, keur een antwoord niet af, vraag eventueel door wanneer je het antwoord niet begrijpt of een ander antwoord verwacht. ▸▸ Vat samen wat de leerling je verteld heeft en con troleer bij de leerling of het klopt. Vraag eventu eel: ‘Ik zie dat je lang moet nadenken, begrijp je mijn vraag?’ ▸▸ Vraag wat de leerling nodig heeft om een opdracht met succes (lage doelen) uit te voeren. ▸▸ Er zijn kinderen waarbij de woordvindingsproble men en de tijdsdruk kunnen omslaan in spreek angst of een reactie als ‘laat maar’, ‘weet ik niet’.
Gebruik aanvulzinnen of stimuleer de leerling tot het omschrijven van de situatie. ▸▸ Herhaal wat je denkt gehoord, gezien en begre pen te hebben en vraag aan de leerling of dit klopt.
Visualiseren De leerling met TOS heeft behoefte aan visualisatie bij een gesprek en bij het verwerken van veel talige infor matie. De communicatiekaarten zijn om die reden visueel uitgewerkt. Tips voor aanvullende visualisatie: ▸▸ Maak tijdens het gesprek een mindmap, gebruik denkwolkjes, emotiewijzers, emoticons, scha lingsvragen, ... ▸▸ Maak voor de leerling aantekeningen, desnoods in een planner of afsprakenkaart (zie downloads). ▸▸ Teken en schrijf het gesprek (visueel) uit voor de leerling ter ondersteuning. ▸▸ De leerling kan de stellingen met een vaardigheid die hij of zij ruim voldoende beheerst verzamelen op een overzichtslijst. Deze visualisatie is onder steunend voor het zelfbeeld.
9
Eind van het gesprek
Gesprek in een groep Ook hier zijn verschillende werkwijzen mogelijk. Zo kunnen de leerlingen ieder een eigen kaartje kiezen dat zij zouden willen bespreken. Let hierbij op beurt gedrag, anders behaal je niet het door jou gestelde doel: ‘een leerling met TOS aan het woord laten’. Het is de bedoeling dat de leerling zijn hulpvraag naar jou, en anderen, leert verwoorden.
Stel samen een plan van aanpak op met kleine stapjes in een Afsprakenkaart of Planner (zie downloads) en kom daarop terug. Het kan zijn dat er meerdere gesprekken met de leerling nodig zijn voor het beha len van successen omtrent een stelling. Zorg dat de leerling met een positief gevoel het gesprek verlaat en geef de leerling na elk gesprek een invulling van de hulpvraag mee. Vraag of de leerling met de VAS-schaal kan aan geven hoe het gesprek is gegaan. Maak indien gewenst een stappenplan.
Extra vragen die je kunt stellen Hoe-, wat-, waar-, welke-, en wanneer-vragen kunnen de hulpvraag verder verhelderen. Vermijd de waarom-vraag, maar buig het om naar ‘omdat’. Dus niet ‘Waarom vind je het lastig?’, maar: ‘Je vindt het lastig omdat …’. Een waarom-vraag maakt dat de leerling in de verdediging schiet en geen ant woord weet of zegt: ‘Weet ik niet’. Het gevaar van waarom-vragen is dat het de onzekerheid veroorzaakt of vergroot. Zie verder de Doorvraagkaarten.
10
SCHOOL, PRAKTIJK EN LEREN
Opdrachten en taken kan ik moeilijk zelfstandig uitvoeren zonder extra hulp 0
1
2
Dit kan ik alleen!
Dat is waar omdat …
3
4
5
6
7
8
9
10
Hierbij heb ik hulp nodig!
Dat is niet waar omdat …
GEDRAG, SOCIAAL-EMOTIONEEL
Ik kan goed naar een ander luisteren
0
1
2
Dit kan ik alleen!
Dat is waar omdat …
3
4
5
6
7
8
9
10
Hierbij heb ik hulp nodig!
Dat is niet waar omdat …
Welke hulp zou jij willen?