Filosofie
JuNior CoLLege
Antoon Braeckman
Vrijheid
1:: Voorplat ≤ 135mm breed -> logotype is 15mm breed
2:: Voorplat >135mm en ≤ 170mm -> logotype is 20mm breed
3:: Voorplat >170mm -> logotype is 25mm breed
Vrijheid.indd 3
6/09/19 10:56
d/2019/45/319
– isbn 978 94 014 6229 7 – nur 730
Vormgeving omslag: Compagnie Paul Verrept Vormgeving binnenwerk: theSWitch © Antoon Braeckman & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus
Vrijheid.indd 4
Vaartkom 41
Postbus 23202
3000 Leuven
1100 DS Amsterdam
België
Nederland
www.lannoocampus.be
www.lannoocampus.nl
6/09/19 10:56
I nhoud
Vrijheid.indd 5
Een verhaal
7
1 Wat is vrijheid?
11
2 Een korte geschiedenis van de vrijheid
21
3 Vanwaar de vele vormen van onvrijheid?
85
4 Wat nu te denken?
149
Bibliografie
157
6/09/19 10:56
Vrijheid.indd 6
6/09/19 10:56
E en
verhaal
Felix is een jongeman van om en bij de achttien jaar, afkomstig uit een zeer welgestelde familie. Hij is een talentvol pianist, maar als hij de keuze moet maken omtrent zijn verdere studies, laat hij zijn aanvankelijke droom om conservatorium te volgen varen en opteert hij om rechten te gaan studeren. Dat ligt perfect in de lijn van de familie, zowel aan vaders als aan moeders kant. Bovendien biedt dat ook meer zekerheid op het vlak van werk. Indien nodig kan hij altijd in het kantoor van zijn ouders aan de slag. Felix gaat met zijn boezemvriend Jannes ‘op kot’. Jannes studeert architectuur en regelmatig inviteert hij vrienden en vriendinnen uit de architectuurrichting op een gezellige avond bij hen op kot. Laura is een van hen. Zij is een sociaalbewogen architectuurstudente die zeer begaan is met het milieu en de klimaatproblematiek. Om die reden is ze ook militant veganiste die elke gelegenheid te baat neemt om te pleiten voor het bannen van alle dierlijk voedsel uit hun voedingspatroon. Met haar vurige pleidooien slaagt ze erin de anderen te overtuigen om alvast vegetariër te worden. Felix voelt zich meteen sterk aangetrokken tot Laura. Tot zijn vreugde is dat ook wederzijds. Steeds vaker trekken ze met elkaar op. Zo komt hij ook in contact met de mensen uit haar milieu. Vaak zijn dat jonge mensen die, net als Laura, intensief bezig zijn met het zoeken naar andere 7
Vrijheid.indd 7
6/09/19 10:56
samenlevingsvormen, andere manieren van reizen, zich kleden, zich voeden enzovoort. Hoewel Felix uit een klassiek burgerlijk gezin komt, waar sociaal engagement en een klimaatbewuste levensstijl helemaal niet bovenaan de agenda staan, doen de contacten met Laura’s vriendenkring, de felle discussies die daar worden gevoerd en Laura’s hoogsteigen consequente ‘alternatieve’ levensstijl Felix al snel overstag gaan. Tot grote verrassing van zijn ouders wordt hij veganist en keert hij het comfortabele en onbezorgde leven van het zondagskind dat hij ooit was, de rug toe. Samen met Laura en haar vrienden zet hij zich in voor asielzoekers en migranten, geeft hij bijscholing aan kinderen uit kansarme gezinnen, ontdekt hij de mogelijkheden van de deeleconomie en probeert hij dag na dag zijn ecologische voetafdruk verder te verkleinen. Bovendien is Felix een geboren organisator. Maar waar hij dit talent vroeger vooral inzette bij de jeugdbeweging, neemt hij nu vaak het voortouw in het opzetten van allerlei acties ten voordele van het klimaat of ter ondersteuning van asielaanvragers. Felix is een activist geworden. Hij overweegt zelfs even om zijn rechtenstudies stop te zetten of toch minstens te onderbreken. Niet alleen wegens zijn vele ‘buitenschoolse’ activiteiten, maar ook omdat die studies en het daarbij horende beroepsleven als dat van zijn ouders steeds verder af lijken te staan van wat hij eigenlijk meent te moeten doen. Bovendien is hij in de ogen van zijn militante medestanders ook niet zonder meer geloofwaardig. Net als zijn ouders zijn ze van oordeel dat hij zich alleen maar laat meeslepen door zijn liefde voor Laura, maar onderliggend niet echt de 8
Vrijheid.indd 8
6/09/19 10:56
‘militant’ is voor wie hij zich uitgeeft. Het stopzetten van zijn studies zou in dat opzicht meer duidelijkheid verschaffen. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de anderen. Uiteindelijk doet hij het niet. Hij vreest namelijk voor de gevolgen: voor de onzekere toekomst die hem wacht en voor het onvermijdelijke conflict met zijn ouders. Met vallen en opstaan zoekt hij daarom een weg om zijn studies en engagementen met elkaar te verzoenen. In dit verhaal zien we Felix diverse keuzes maken en beslissingen nemen. Maar welke keuzes zijn hier vrij en welke niet? Waarom is dat zo? Bovendien beschouwen we Felix spontaan als een vrij individu. Maar waar toont zich die vrijheid? Waar is die vrijheid het duidelijkst zichtbaar? Waar het minst? Is er een handeling, een beslissing of een keuze waarin Felix echt vrij blijkt te zijn? En omgekeerd: is er een handeling, een beslissing of een keuze waarin Felix alleen maar vrij lijkt, maar het in realiteit niet is?
9
Vrijheid.indd 9
6/09/19 10:56
Vrijheid.indd 10
6/09/19 10:56
1 W at
is vrijheid ?
Er zijn allicht weinig begrippen die méér tot de verbeelding spreken, die sterker het lot hebben bepaald van volkeren, of het voorwerp zijn geweest van een intens verlangen bij individuen en gemeenschappen dan de notie ‘vrijheid’. Omwille van de vrijheid zijn oorlogen gevoerd, hebben mensen het uiterste van zichzelf gegeven, zijn vriendschappen gesmeed of teloorgegaan. Vrijheid, zo lijkt het wel, is een hoogste goed waarvoor mensen bereid zijn immense offers te brengen en waarnaar ze, waar ook ter wereld en ten koste ook waarvan, steeds weer blijven streven. Vrijheid lijkt in die zin wel samen te vallen met wie of wat de mens is of althans beoogt te zijn. Waardig menszijn lijkt op een of andere manier vrijheid te onderstellen, want waar die vrijheid afwezig is, daar ontbreekt ook de waardigheid.
Een filosofische vraag Vanuit dat perspectief is de vraag naar wat vrijheid nu precies is, een wat vreemde vraag. Hoe zou iets dat de mens op zo’n fundamentele manier raakt, drijft en bezighoudt nog nader gedefinieerd en toegelicht moeten worden? Iedereen wéét toch wat vrijheid is? 11
Vrijheid.indd 11
6/09/19 10:56
Wie gevangenzit of met tegenzin gedwongen wordt bepaalde handelingen te stellen, wéét toch wat vrijheid is? Wie onder het juk van anderen leeft en steeds weer beperkt wordt in zijn of haar doen en laten, beseft toch wat vrijheid is? Wie gediscrimineerd en uitgesloten wordt en zich niet erkend weet door de anderen, begrijpt toch wat vrijheid is? En dat klopt ook. We weten allemaal intuïtief wat vrijheid betekent. Zeker in de concrete situaties waarin we ons bevinden, kunnen we moeiteloos en trefzeker het onderscheid maken tussen vrijheid en onvrijheid. Dat neemt echter niet weg dat het moeilijk is om exact te bepalen wat vrijheid is, waarin vrijheid bestaat en wat vrijheid nu eigenlijk betekent. In dat opzicht is de vraag naar wat vrijheid is, een typisch filosofische vraag. Eigen aan de filosofie is namelijk dat ze het vertrouwde bevraagt, dat ze vragen stelt bij wat voor de hand liggend en vanzelfsprekend is. Filosofie, zo leerde Plato al, ontstaat door de verwondering. Door afstand te nemen van wat ons vertrouwd is, door ons te verwonderen over wat ons bekend is, komen we tot filosofisch inzicht. Maar dat klinkt behoorlijk abstract. Laat ik daarom een voorbeeld geven. We weten allemaal wat het betekent iets te kennen. Stel dat iemand je vraagt of je de weg naar het station kent, dan zul je, naargelang het geval, bevestigend of ontkennend antwoorden. De kans is zeer klein dat je reageert met de tegenvraag naar wat de ander precies met ‘kennen’ bedoelt? We weten immers allemaal wat ‘kennen’ is; wat het betekent ‘iets te kennen’. Maar is 12
Vrijheid.indd 12
6/09/19 10:56
dat ook zo? Wannéér kennen we iets en waarin bestaat dat ‘kennen’ dan? Stel dat we een viervoeter zien en zeggen: ‘Dit is een hond.’ Op dat ogenblik ‘kennen’ we die viervoeter, want ‘weten’ we dat die viervoeter een hond is. Maar wat houdt die kennis in? Waarin bestaat die kennis dan precies? In dit concrete geval kunnen we zeggen dat de kennis bestaat in het feit dat we dit concrete dier, die individuele viervoeter herkennen als een hond. Bekijken we dit voorbeeld meer vanaf een afstand, dan lijkt kennis te bestaan in het ‘vatten’ van een individueel iets (in ons voorbeeld: die concrete viervoeter) als iets algemeens (in ons voorbeeld: als een hond). Of nog: kennen lijkt hier te bestaan in het verbinden van individualiteit met algemeenheid: ‘Dit (individuele ding hier) is een hond.’ Maar dan rijst meteen de vraag: hoe doen we dat? Hoe slagen we erin om wat in de ervaring gegeven is als iets individueels (deze viervoeter) te verbinden met een algemeen begrip (hond)? En vooral: waar komen die algemene begrippen vandaan? Vanwaar halen we het algemene begrip ‘hond’, dat we moeiteloos lijken te kunnen verbinden met – of is het toepassen op? – het concrete, individuele ding dat zich in de ervaring aan ons aandient? Die laatste vraag is des te pregnanter aangezien in de ervaring uitsluitend concrete, individuele dingen gegeven zijn; nooit algemene begrippen. We zien namelijk altijd deze of gene individuele hond; nooit de hond in het algemeen. Maar als dat klopt, hoe komen we dan aan die algemene begrippen? Want dát 13
Vrijheid.indd 13
6/09/19 10:56
we beschikken over algemene begrippen lijdt geen twijfel. We zijn immers steeds weer in staat om wat in de ervaring als individualiteit gegeven is, probleemloos te vatten als een algemeen begrip. Dat gebeurt precies in het kennen. Maar nogmaals: hoe doen we dat? Dit voorbeeld toont goed aan wat filosofie is en vooral wat ze doet: het vertrouwde vanuit de verwondering te bevragen. Wat ik zonet heb geĂŻllustreerd ten aanzien van het kennen, is natuurlijk ook mogelijk ten opzichte van begrippen zoals waarheid, geluk, vriendschap, politiek, recht of ... vrijheid. Telkens gaat het om noties die ons vertrouwd zijn, waarvan we ogenschijnlijk probleemloos de betekenis vatten. Tot wanneer we vanuit de verwondering op die begrippen terugblikken en hun vanzelfsprekendheid openbarst om plaats te maken voor een ongeziene en nagenoeg ondoorgrondelijke complexiteit. Hiermee arriveren we overigens meteen ook bij het doel van de filosofie: het laten zien van de complexiteit van het vertrouwde en het vanzelfsprekende. De filosofie is er telkens weer op uit om duidelijk te maken dat onder het rimpelloze oppervlak van de dagelijkse vanzelfsprekendheden betekenisvolle complexiteiten schuilgaan, waaraan we doorgaans al te achteloos voorbijgaan en waarop we ons dus bijzonder gemakkelijk verkijken. Zoals uit het voorbeeld blijkt, brengt de filosofie die complexiteit voor het voetlicht door het aanwenden van onderscheidingen, zoals die tussen individualiteit 14
Vrijheid.indd 14
6/09/19 10:56
en algemeenheid in het geval van de vraag naar de kennis. Maar dat is niet de enige techniek om complexiteit te genereren. De filosofie kan eenzelfde complexiteit ook creëren door de historische gelaagdheid, door de diverse betekenislagen van het vertrouwde bloot te leggen. Dan duikt de filosofie de geschiedenis in en laat ze zien hoe noties die vandaag voor ons voor de hand liggen, geleidelijk aan gegroeid en tot stand gekomen zijn en stukje bij beetje de betekenissen hebben gekregen die we er nu spontaan mee verbinden. Het doel van die historiserende benadering is ook ditmaal de ogenschijnlijke eenvoud van vertrouwde concepten te doorbreken en de onderliggende (historische) complexiteit ervan aan het licht te brengen. Diezelfde filosofische manier van vragen stellen leent zich nu ook perfect ten aanzien van de vraag die ons hier in het bijzonder aanbelangt: wat is vrijheid? Een spontaan en daarom herkenbaar antwoord op die vraag zou kunnen zijn: ‘Vrijheid is over de mogelijkheid beschikken om te doen wat je wilt.’ Zodra we echter dit vanzelfsprekende antwoord wat nader beschouwen en onderwerpen aan een filosofische blik, rijzen er meteen tal van vragen die allesbehalve eenvoudig te beantwoorden zijn. Vrijheid zou volgens die definitie ‘de mogelijkheid zijn om te doen wat ik wil’. Maar wat wil ik eigenlijk? Weet ik wel wat ik wil? En wie of wat is dat ‘ik’ dat wil? Laat ik opnieuw een voorbeeld geven. Stel, je bent eerstejaarsstudent aan de universiteit of hogeschool 15
Vrijheid.indd 15
6/09/19 10:56
en je bent ingeschreven voor de studierichting waar je al van kindsbeen af van droomt. Het academiejaar is net gestart en je gaat ijverig naar de les. Maar vandaag is het vrijdag en een prachtige, warme oktoberdag. Bovendien is de leerstof saai en lijkt de prof weinig geïnspireerd. Je houdt het nauwelijks vol en je wilt naar buiten. Je wilt nog voor het laatst genieten van de zon en samen met vrienden een terrasje doen. Wie of wat wil dan het leslokaal uit? Wie is het ‘ik’ dat ernaar verlangt de les vroegtijdig te verlaten? Want heb je destijds niet zelf die studierichting gekozen omdat ze jou nu eenmaal op het lijf geschreven is en je absoluut het diploma wilde halen? Wat wil je nu eigenlijk? Is het ‘ik’ dat resoluut voor die studierichting wilde gaan hetzelfde ‘ik’ dat nu zo snel mogelijk het leslokaal wil verlaten? Of zijn hier twee ‘ikken’ in het spel? En als dat zo zou zijn, hoe kun je dan weten wat ‘jij’ wilt, want dan is het niet langer duidelijk wie precies bedoeld wordt? Op eenzelfde manier kan ook het andere deel van de uitspraak ‘vrijheid bestaat in het beschikken over de mogelijkheid te doen wat men wil’ geproblematiseerd worden. Stel, je wilt voor een langere tijd op reis naar een verre bestemming. Voor een dergelijke onderneming ben je vanzelfsprekend aangewezen op vervoermiddelen (bussen, treinen, vliegtuigen etc.) die op hun beurt de aanwezigheid vooronderstellen van een uitgebreide mobiliteitsinfrastructuur (wegen, sporen, luchthavens). Verder moet je ook een beroep kunnen doen op plaatsen waar je kunt logeren (AirBnB, B&B, hotels) enzovoort. Stuk voor stuk zijn dat diensten en faciliteiten die broodnodig zijn om te kunnen reizen, 16
Vrijheid.indd 16
6/09/19 10:56
maar waar jij vanzelfsprekend niet zelf voor zorgt en die er slechts zijn en ook slechts kunnen zijn dankzij de vele inspanningen van onnoemelijk veel anderen. Op die manier blijkt dat ‘de mogelijkheid hebben om te doen wat je wilt’ in hoge mate kan samengaan met het afhankelijk zijn van anderen en wat zij aan mogelijkheden hebben gecreëerd. Dat betekent dat vrijheid en afhankelijkheid kunnen samengaan. Maar hoe valt zoiets te rijmen met de idee van vrijheid? Wat betekent het in die context ‘over de mogelijkheid te beschikken om te doen wat je wilt’? Wat betekent ‘beschikken’ hier? ‘Beschikken’ we wel ooit over de mogelijkheden om te doen wat we willen – vooral als dat ‘beschikken’ uiteindelijk bestaat in het ‘aangewezen zijn op anderen’? Zoals je merkt vallen er moeiteloos tal van intrigerende filosofische vragen te formuleren bij zo een vanzelfsprekende omschrijving van vrijheid als ‘over de mogelijkheid beschikken om te doen wat je wilt’. Die vragen willen die vanzelfsprekende definitie niet zozeer van de hand wijzen, maar hebben de bedoeling de onderliggende complexiteit van zo’n ogenschijnlijk eenvoudige definitie aan het licht te brengen.
Aanpak Om een duidelijker inzicht te krijgen in wat vrijheid is, benader ik de vrijheid vanuit twee verschillende perspectieven.
17
Vrijheid.indd 17
6/09/19 10:56
In een eerste benadering wil ik het gangbare concept van vrijheid, zoals we dat vandaag gebruiken, complexer maken, niet in de eerste plaats door het formuleren van een reeks kritische vragen of door het introduceren van een reeks begrippelijke distincties, maar door te peilen naar de diverse, onderliggende betekenislagen ervan. Dat onderstelt dat ik een duik neem in de geschiedenis van het vrijheidsbegrip. De uiteenlopende betekenissen die we vandaag met ‘vrijheid’ verbinden, zijn immers in belangrijke mate het resultaat – in de zin van het sediment, de neerslag – van historische ontwikkelingen. Concreet begint mijn verhaal over de vrijheid met enkele historische snapshots die elk een grondig verschillend concept van vrijheid aan de orde stellen, maar toch stuk voor stuk deel uitmaken van het vrijheidsbegrip zoals we dat vandaag hanteren. Ik vertrek daarbij van het vrijheidsbegrip in het oude Griekenland, en via een tussenstop in de vroege middeleeuwen (Augustinus), arriveer ik bij twee dominante visies op de vrijheid in de moderniteit (determinisme en autonomie). Vervolgens zoom ik in op twee markante hedendaagse visies op vrijheid (Hegel, Sartre) die elk een paradoxaal en tegelijk tegengesteld kenmerk van de vrijheid in het licht stellen. Zo beweert Hegel dat onze vrijheid pas mogelijk is dankzij de anderen, terwijl Sartre precies beweert dat de anderen onze vrijheid onmogelijk maken. Ik sluit het eerste deel af met een presentatie van de vrijheidsopvatting bij Hannah Arendt, die ongetwijfeld behoort tot de rijkste en meest
18
Vrijheid.indd 18
6/09/19 10:56
gelaagde hedendaagse benaderingen van de menselijke vrijheid. In het tweede deel verander ik het geweer radicaal van schouder. Dan stel ik de vraag waarom er zoveel onvrijheid is, ondanks het feit dat vrijheid een hoogste goed is voor de mens en in hoge mate bepalend voor de menselijke waardigheid. Die vraag onderzoek ik in drie stappen. Eerst probeer ik duidelijkheid te krijgen over de diverse soorten oorzaken van onvrijheid. Vervolgens focus ik op auteurs (zoals Kant, Nietzsche, Heidegger en De la BoĂŠtie) die elk op een merkwaardige wijze beargumenteerd hebben dat een belangrijke oorzaak van de onvrijheid gelegen is in het uitdagende en veeleisende karakter van de vrijheid zelf. Tot slot richt ik de aandacht op een aantal klassieke (politieke) vrijheidstheorieĂŤn die de oorzaken van de menselijke onvrijheid op scherp hebben gesteld: het liberalisme, het republicanisme en het socialisme. Door in het tweede deel voornamelijk aandacht te besteden aan de oorzaken van de onvrijheid en de filosofische duiding ervan, is het de bedoeling om vanuit dit veeleer ongewone perspectief de notie van de vrijheid nog met meer dieptezicht in het vizier te krijgen.
19
Vrijheid.indd 19
6/09/19 10:56
Vrijheid.indd 20
6/09/19 10:56
2 E en
korte geschiedenis van de vrijheid
Vrije ‘heren van stand’ De burgers van Athene De eerste van de reeks historische snapshots brengt ons naar de Griekse oudheid, meer bepaald naar de vijfde eeuw voor Christus, tijdens de bloeitijd van de Atheense democratie onder Perikles (494-429 v.C.). De Atheense polis, die bestond uit de stad Athene en het omliggende gebied Attica, stond toen sinds kort (508 v.C.) onder democratisch bestuur en zou dat, enkele onderbrekingen niet te na gesproken, ook blijven tot 322 v.C. toen Athene in handen viel van de Macedoniërs. Kenmerkend voor de democratie, zoals die in Athene voor het eerst gestalte kreeg, is dat alle vrije en gelijke (mannelijke) burgers vanaf dertig jaar konden participeren aan de volksvergadering (of ekklèsia), die het eigenlijke bestuur van de stad vormde. Bovendien konden die burgers ook allerlei ambten en bestuursfuncties opnemen en zetelen in de rechtbanken. Maar wie waren die vrije en gelijke burgers? En vooral: waarom
21
Vrijheid.indd 21
6/09/19 10:56
werden ze als ‘vrij’ en ‘gelijk’ bestempeld? Wat betekent ‘vrijheid’ en ‘gelijkheid’ hier? Om dat goed te begrijpen moeten we even terugkeren naar de Atheense samenleving van toen. Die bestond uit een veelheid van families, of beter gezegd: van huishoudens. Zo een huishouden (Gr.: oikos) verschilde immers nogal van wat we vandaag een familie zouden noemen. De oikos was veeleer een domein of een landgoed, dat geleid werd door een ‘heer des huizes’ en voor de rest bestond uit diens vrouw en kinderen, de huisdienaren en de slaven. Het landgoed omvatte meestal een huis in de stad en akkers en velden buiten de muren, die bewerkt werden door de slaven. Dergelijke huishoudens waren dus een stuk uitgebreider dan onze hedendaagse gezinnen. Het waren veeleer kleine, strikt hiërarchisch gestructureerde leef-gemeenschappen die in hoge mate konden voorzien in de eigen behoeften, deels door de opbrengsten van het eigen land, deels door de verkoop van die opbrengsten op de markt. Van de ‘heren’ die aan het hoofd stonden van zo’n huishouden, werd gezegd dat ze ‘vrij’ waren. ‘Vrijheid’ had hier echter een heel specifieke betekenis. Daarmee werd namelijk bedoeld dat die heren niet hoefden te werken of te arbeiden. Ze waren vrij van werk en arbeid, om de eenvoudige reden dat ze de nodige dienaren en slaven hadden om in hun plaats arbeid te verrichten.
22
Vrijheid.indd 22
6/09/19 10:56