‘RADICALISERING’ DONKERE SPIEGEL VAN EEN KWETSBARE SAMENLEVING
‘RADICALISERING’ DONKERE SPIEGEL VAN EEN KWETSBARE SAMENLEVING Erik Claes Tom Flachet Ali Moustatine Mattias De Backer Collectief Bim
Uitgeverij Academia Press Coupure Rechts 88 9000 Gent België www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. ISBN 978 94 014 6208 2 D/2019/45/303 NUR 740 Erik Claes, Tom Flachet, Ali Moustatine, Mattias De Backer & Collectief Bim ‘Radicalisering’. Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving Gent, Academia Press, 2020, 292 p. Eerste druk, 2020 Illustraties: Erik Claes Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Ann Vande Weghe © Erik Claes, Tom Flachet, Ali Moustatine, Mattias De Backer & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Aan de Brusselse jongeren (en in het bijzonder aan de jongeren van Collectief Bim)
INHOUD Voorwoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .9 Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 Hoofdstuk 1 - State of the art. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 Hoofdstuk 2 - ‘Radicalisering’ revisited . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45 Hoofdstuk 3 - De radicaliseringsmachine . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75 Hoofdstuk 4 - Wie is er dan ‘radicaal’? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 101 Hoofdstuk 5 - Transities . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137 Hoofdstuk 6 - Kwetsbaarheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171 Hoofdstuk 7 - Veerkracht. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .213 Conclusies. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .247 Over de auteurs. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 275 Eindnoten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277 Referentielijst. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .287
‘radicalisering’ – Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving
7
VOORWOORD Dit boek is het resultaat van een tweejarig actieonderzoek (2017-2019) met Brusselse jongeren en jeugdwerkers. Het onderzoek situeerde zich in het kader van twee projecten. Het federaal onderzoeksproject CONRAD (A Constructive Analysis of Policies, Programmes, Attitudes related to Radicalisation) werd gefinancierd door Belspo.1 Dat project beoogde een alternatief discours over radicalisering te construeren. Het project Rise Up, dat over veerkracht gaat, werd gefinancierd door de Europese Commissie.2 Een centraal uitgangspunt van het Brusselse actieonderzoek is dat er sinds de aanslagen van Parijs en Brussel veel over zogenaamde risicojongeren wordt gesproken, maar weinig met hen wordt gedebatteerd over de grote maatschappelijke uitdagingen en kwetsbaarheden die terreurgeweld als een donkere spiegel terugkaatst. Hoe ervaren jongeren een samenleving in transitie vanuit hun grootstedelijke leefwereld? Welke impact heeft de consumptiemaatschappij op de manier waarop jongeren naar zichzelf, anderen en de wereld kijken? Hoe ervaren jongeren hun religie en de beeldvorming errond? Wat betekenen de idealen van een democratie en rechtsstaat vanuit de overbevolkte en diverse Brusselse wijken rond de Kanaalzone waarin ze zijn opgegroeid? Met dit soort van vragen plaatst dit boek het vaak verzwegen perspectief van Brusselse jongeren voor het voetlicht. Het actieonderzoek zag hen immers als volwaardige medeonderzoekers in een lerende gemeenschap. Een andere, centrale gedachte van dit boek is dat de notie ‘radicalisering’ een vage, schrale en dubieuze term is die onrecht doet aan het complexe fenomeen waaraan het verondersteld wordt te verwijzen. Eigenlijk zegt de notie vaak meer over de persoon of groep die het daarover heeft dan over de werkelijkheid waarover die persoon of groep denkt te spreken. Om die reden hebben de auteurs van dit boek er bewust voor gekozen om het woord ‘radicalisering’ consequent tussen aanhalingstekens te plaatsen.
‘radicalisering’ – Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving
9
Nog een belangrijk idee in dit boek is dat het woord ‘radicalisering’ vandaag onderdeel is van een dominant discours en dominante praktijk die gericht zijn op controle, toezicht en waar nodig repressie van wat risicogroepen genoemd worden. Dat zijn tot op heden voornamelijk moslimgemeenschappen en moslimjongeren. Dit dominante discours benoemen en beschrijven we vanuit het beeld van de ‘radicaliseringsmachine’, een samenspel van verschillende actoren (media, beleid, wetenschappers en jeugdwerk), die elk uit de machine hun voordeel (macht, status, geld) halen. Het Brusselse actieonderzoek heeft met de toebedeelde financiering (die uit die machine afkomstig is) enkele handvatten willen aanreiken om die machine stil te leggen. Een laatste essentiële gedachte in dit boek is dat we er als samenleving beter aan doen de invalshoek van radicalisering in te ruilen voor die van veerkracht. Onze samenleving is in transitie en schiet vandaag tekort in haar vermogen om haar vele kwetsbaarheden te herstellen, te temperen en in beheer te nemen. Onze samenleving heeft nood aan veerkracht opdat ze veranderingen niet passief ondergaat, maar er humaan vorm aan geeft. Het tweejarige actieonderzoek in Brussel kreeg om die reden de naam ‘Rise Up’. Het stond in het teken van ‘rechtveren’, ‘heropveren’. Het was een aangehouden oefenruimte voor onderzoekers, jeugdwerkers en jongeren om veerkracht te verbeelden, te leren, te mobiliseren. Dat konden we pas ten volle door op geregelde tijdstippen met de drukte van de grootstad te breken en elkaars kwetsbaarheid en veerkracht concreet te beleven. We kozen bewust voor de winterse Ardennen, met een nachtelijke wandeling, een tentenkamp bij -5° C en een schamele chalet. We kozen bewust voor een drie weken lange trektocht in de Pyreneeën en voor 200 km stappen in de Schotse Highlands. Ten overstaan van de elementen wordt elke persoon wie hij is en vallen de maskers en bolsters weg. Tegenover een vaak grillige natuur ontdekt de groep de noodzaak van respect, tolerantie en solidariteit. Dan ontstaat er gezamenlijke veerkracht. Tot slot kozen we bewust voor een studiereis naar Istanboel. Als gigantische en superdiverse metropool, op het kruispunt van Europa en Azië, was de stad een ideale plek om terug te blikken op grootstad Brussel en op de maatschappelijke transities waaraan ze onderworpen is. Ook als cultuurstad was Istanboel een gedroomde plek van reflectie. Beschavingen uit Oost en West liggen er als laagjes op elkaar gestapeld. Griekse filosofie, Romeinse cultuur, islam en christendom
10
‘radicalisering’ – Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving
hebben er elkaar voortdurend beïnvloed. De stad is een onuitputtelijk reservoir van beelden, verhalen en levenswijsheden. Ze heeft ons erg geholpen om samen te reflecteren over identiteit, kwetsbaarheid, verlangens, diepe menselijke noden, spiritualiteit en religies. Van de zes jongeren die actief hebben meegewerkt aan dit actieonderzoek kunnen we enkel zeggen dat ze wonen in de Brusselse Kanaalzone, dat ze tussen de 18 en 24 jaar oud zijn, dat ze Belgen zijn met een migratieachtergrond, dat ze hun rol als actief medeonderzoeker gedreven en met glans hebben vervuld. Omdat het voor onze medeonderzoekers nog steeds niet veilig is om vrijuit te spreken over een gevoelig thema als ‘radicalisering’ (het oog van de radicaliseringsmachine kijkt mee), hebben we principieel hun quotes, verhalen, inzichten, argumenten, intuïties geanonimiseerd. Op voorstel van de jongeren zelf hebben we gekozen om de diversiteit van grootstad Brussel te weerspiegelen in de keuze van de pseudoniemen. We hebben er tevens voor gekozen om de pseudoniemen hoofdstuk na hoofdstuk te verwisselen. Zo vermijden we elk mogelijk risico van herkenbaarheid. We hebben uiteindelijk vier namen identificeerbaar gehouden, die van onszelf als auteurs. Uit het uitgesproken participatieve karakter van het gevoerde onderzoek vloeit voort dat we geen klassieke, academische publicatie hebben geschreven. Dat de sleutelfiguren uit het actieonderzoek tegelijk de auteurs zijn van het boek, geeft de tekst een biografische dimensie, met veel ruimte voor de stemmen van jongeren en jeugdwerkers. Het emancipatorische en pedagogische karakter van het onderzoek heeft ook de schrijfstijl van het boek bepaald. We hebben er bewust voor gekozen om zo toegankelijk mogelijk te schrijven opdat de inhoud niet enkel academici, maar ook studenten, jongeren, jeugdwerkers en andere sociaal werkers zou kunnen bereiken. De gemaakte afbeeldingen en schema’s kaderen in die keuze. Hoewel dit boek in hoofdzaak één penhouder heeft, hebben we het samen geschreven, elk vanuit zijn eigen rol en expertise in het onderzoek. Mattias De Backer en Erik Claes hebben de insteek van het actieonderzoek gesitueerd in de wetenschappelijke literatuur en het verhaal over de radicaliseringsmachine teruggekoppeld aan beleidsontwikkelingen. Jeugdwerkers Ali Moustatine en Tom Flachet hebben als direct betrokkenen in hun herinneringen gegraven. Welke betekenis kreeg ‘radicalisering’ voor hen, net voor, tussen en na de aanslagen
‘radicalisering’ – Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving
11
in Parijs en Brussel? Beide jeugdwerkers waren tevens de drijvende kracht achter het bedenken van een alternatief denkkader rond ‘radicalisering’. Zij stuurden ook mee de discussies met de jongeren aan, in een chalet in de winterse Ardennen, in een hotel of restaurant in Istanboel, aan een meer in de Spaanse Pyreneeën, of tijdens een bootreis op Loch Lomond in de Schotse Highlands. Tot slot zijn er de inzichten van de jongeren zelf. We hebben ze als puzzelstukjes in elkaar geklikt. Ze maken hen dan ook tot medeauteur van dit boek. Actieonderzoek doe je niet op een eiland. Dit boek schrijven evenmin. We wensen een brede kring van betrokkenen te bedanken: Lena Dominelli voor haar inspirerende inzichten over veerkracht, Marinus Van de Berg voor feedback over rouwen, herinneren en verlies, de collega’s van de werkgroep ‘radicalisering’ van jeugdorganisatie D’Broej, Nina Henckens van Uit de Marge vzw, Aziza El Miamouni en de straatburgers van Wijkacademie voor hun ervaringskennis, de begeleiders en begeleidster van de trektochten in de Ardennen en in de Pyreneeën, de geïnterviewde Brusselse jeugdwerkers en enkele sleutelfiguren uit Molenbeek. We bedanken ook de steeds luister- en leesbereide collega’s van Odisee, en tot slot de leden van de CONRAD-stuurgroep, die het manuscript (op Hoofdstuk 7 na) gelezen hebben en van commentaar voorzien. Tot slot bedanken we Henriette Herkes voor de nauwgezette taalkundige revisie van het boek.
12
‘radicalisering’ – Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving
INLEIDING ‘RADICALISERING’: EEN MOEILIJK DEBAT Wat is ‘radicalisering’? Die vraag zaait verwarring in vele westerse landen, zowel in het maatschappelijke als in het wetenschappelijke debat. En het blijkt bijzonder moeilijk om een heldere en serene discussie over dit thema te voeren. Een eerste moeilijkheid betreft de complexiteit van het fenomeen. Die vloeit deels voort uit de opeenstapeling van feiten die zich vanaf 2011 hebben voorgedaan. Het begon met de Arabische Lente, die uitmondde in de bloedige burgeroorlog in Syrië. Vervolgens vertrokken de eerste Syriëstrijders uit het Westen, maar ook uit andere delen van de wereld. Dan volgde de snelle opkomst van IS/ Daesh. Die bleek bijzonder efficiënt in de uitrol van haar propagandamachine en het mobiliseren van duizenden foreign terrorist fighters uit verschillende westerse landen. In de zomer van 2014 piekte het aantal vertrekkers met de oprichting van het Kalifaat.1 Tegelijk beroerden de gruwelijke onthoofdingsvideo’s de publieke opinie. Ongerustheid binnen het Westen nam toe, vooral omtrent Syriëstrijders die zouden terugkeren. En dan kwamen de aanslagen: eerst die op Charlie Hebdo (7 januari 2015), en vervolgens in Parijs (13 november 2015) en Brussel (22 maart 2016). Sindsdien blijven de aanslagen zich in Europa opvolgen, maar ze zijn minder centraal georganiseerd, en vaak acties van home-grown terrorists. De bloederigste was die van Nice van 14 juli 2016. Een vrachtwagen rijdt in op het publiek en maakt 86 doden. In 2019 namen de feiten een nieuwe wending, ditmaal in Nieuw-Zeeland. Op 15 maart verspreidde een man online zijn rechts-extremistische ideeën door
‘radicalisering’ – Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving
15
zijn aangerichte bloedbad in twee moskeeën te Christchurch live te filmen. Terreurgeweld als visuele communicatie van een gedachtegoed. Op 21 april werden er kort na elkaar acht aanslagen gepleegd op kerken en hotels in Sri Lanka. IS eiste de aanslag op en communiceerde die als een vergelding voor de terreurdaden in Christchurch. Uit de opsomming van al deze feiten blijkt dit: het donkere pad naar terreurgeweld neemt vele, verschillende gedaantes aan en valt erg moeilijk te capteren. Het fenomeen waarnaar ‘radicalisering’ verwijst, is soms verweven met internationale conflicten en geopolitieke belangen. Het zit verstrikt in extreem ideologische bewegingen. Het zet zich verder in een dynamiek van opbod en vergelding. Het voedt zich aan regionale problemen en conflicten, maar verspreidt zich op wereldschaal. Wat na de aanslagen van Parijs en Brussel zo onbevattelijk en ongrijpbaar bleek was dit: hoe komen jongeren die in eigen land zijn opgegroeid ertoe zich met honderden achter IS te scharen?2 En hoe komen sommigen ertoe te willen sterven en doden in naam van een heilige oorlog? Een andere moeilijkheid met de notie ‘radicalisering’ is dat het begrip aanvankelijk ook naar fenomenen verwijst die helemaal niet zo verontrustend zijn, zoals de keuze van een groep of individu om radicaal met het verleden te breken. Radicale ideeën kunnen bijzonder creatief zijn. Ze kunnen ook motor zijn van wenselijke sociale verandering. Een radicaal persoon kan ook iemand zijn die beslist om terug te keren naar de fundamenten van zijn overtuigingen en waarden, zonder toe te geven aan verwaterde compromissen.3 Met deze neutrale en zelfs positieve betekenis van ‘radicalisering’ is op zich niets mis. Ze vermengt zich echter voortdurend met de analyse van het verontrustende fenomeen van gewelddadige ‘radicalisering’. Daardoor wordt de aandacht afgeleid van wat ons echt met verbijstering achterliet na de aanslagen van Parijs en Brussel. Een derde moeilijkheid is dat de notie ‘radicalisering’ al te sterk vereenzelvigd wordt met wat de ‘radicale islam’ wordt genoemd. Deze verbinding belet een serene discussie omtrent het fenomeen. Minderheden in het Westen die de islam belijden, voelen zich hierdoor geviseerd, gecontroleerd en gestigmatiseerd.
16
‘radicalisering’ – Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving
Deze eenzijdige focus op de vanzelfsprekend geachte link tussen ‘radicale islam’ en terreurgeweld wendt de aandacht af van een ander zorgwekkend fenomeen waarop de term ‘radicalisering’ van toepassing is: de opgang van rechts-extremisme dat drijft op islamhaat en xenofobie. Ook daar vinden we ‘radicalisering’, die zeer recent leidde tot het bloedbad in Nieuw-Zeeland.
MEERVOUDIGE INSTEEK In dit boek trachten we anders te denken en te spreken over ‘radicalisering’. We zoeken naar de contouren van een alternatief debat dat deze drie moeilijkheden erkent en poogt daaraan tegemoet te komen. Dat doen we, eerst, symbolisch door de notie ‘radicalisering’ in dit boek consequent tussen aanhalingstekens te plaatsen. Hiermee beklemtonen we het probleemkarakter van het begrip en het gebruik ervan. Dat doen we, vervolgens, door ten volle te verwijzen naar de complexiteit van het fenomeen. We vragen ons in de hoofdstukken af welke gebeurtenissen achter de notie ‘radicalisering’ schuilgaan en er mee betekenis aan verlenen. We proberen ook verschillende betekenislagen van ‘radicalisering’ van elkaar te onderscheiden om zo de verwarring met eventueel positieve invullingen van radicalisme te vermijden. We trachten een genuanceerd verhaal over ‘radicalisering’ te bieden dat stigmatisering van minderheidsgroepen verhindert en oog heeft voor verschillende uitingen van ‘radicalisering’. Om een authentiek en doorleefd verhaal over ‘radicalisering’ te kunnen vertellen, concentreren we ons vooral op het fenomeen ‘radicalisering’ dat kort na de aanslagen van Parijs en Brussel een krater van verbijstering en ontreddering heeft geslagen. We zetten daarbij drie brillen op: een narratieve, een reflexieve en een kritische bril. Met ‘narratieve bril’ bedoelen we dat we kijken naar een complex fenomeen vanuit de doorleefde verhalen van de direct betrokkenen. Dat is op zich een diverse groep: de slachtoffers en nabestaanden, de ouders van Syriëstrijders, de jongeren uit de geviseerde wijken en de hen omringende jeugdwerkers. Binnen deze diverse groep maken we scherpe keuzes. Vooreerst bakenen we de groep geografisch af: we zoomen in op verhalen van direct betrokkenen uit de Brusselse
‘radicalisering’ – Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving
17
Kanaalzone. Ten tweede opteren we bewust voor die betrokkenen waarover in het maatschappelijke debat zo overvloedig veel is gepraat, maar met wie uiteindelijk weinig is gesproken: met name de Brusselse jongeren zelf en hun jeugdwerkers. We verplaatsen ons in hun leefwereld. We keren terug naar een pijnlijke periode, beluisteren hun verhalen en herinneringen, gaan met hen op pad en onderzoeken samen met hen hoe het fenomeen daar bij hen betekenis heeft gekregen. Onder ‘reflexieve bril’ verstaan we het volgende. We reflecteren over wat ‘radicalisering’ ons leert over een aantal, bredere maatschappelijke ontwikkelingen. We gaan daarbij niet op zoek naar de oorzaken van ‘radicaliseringsprocessen’ (we argumenteren trouwens dat die ambitie te hoog gegrepen is). Samen met jeugdwerkers en jongeren uit Brussel onderzoeken we wel wat dit complexe fenomeen terugkaatst over de samenleving in haar geheel.4 Aan deze benadering hebben we de ondertitel van dit boek ontleend: ‘donkere spiegel van een kwetsbare samenleving’. En tot slot kijkt dit boek ook kritisch naar de heersende benadering van ‘radicalisering’. Die maakt deel uit van wat we de ‘radicaliseringsmachine’ noemen: een samenspel van verschillende actoren die rond dit thema werken (overheid, media, jeugdwerkers, wetenschappers, veiligheidsactoren) en in hun samenspel allerlei effecten produceren. Die machine draagt ertoe bij dat ‘radicalisering’ gereduceerd wordt tot een psychologisch probleem bij moslimjongeren, dat religieuze overtuigingen gezien worden als een voorbode van terreurgeweld, en dat moslimjongeren en -gemeenschappen onderworpen worden aan toezicht, controle en repressie. We beschrijven deze radicaliseringsmachine opnieuw vanuit het perspectief van Brusselse jeugdwerkers en jongeren. We hebben oog voor de impact van die machine op hun leefwereld.
VIER AMBITIES De keuze voor de doorleefde werkelijkheid van het Brusselse jeugdwerk vloeit voort uit de concrete context waarin dit boek is tot stand gekomen: een twee jaar durend participatief actieonderzoek.5 Brusselse jeugdwerkers en jongeren waren hierbij niet enkel respondenten van een bevraging of voorwerp van observatie.
18
‘radicalisering’ – Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving
Ze waren volwaardig partner in het onderzoek. Ze duidden en dachten mee. Brusselse jongeren en jeugdwerkers namen ook deel aan gezamenlijke acties, om uit ervaringen te kunnen leren. De onderzoeker was niet enkel observator, maar ook betrokken actor. Gaandeweg het actieonderzoek puurden zich een viertal aspiraties uit. Die bepalen nu de ambities van dit boek. 1. Dit boek heeft, vooreerst, een emancipatorische ambitie. De keuze voor het perspectief van jeugdwerkers en jongeren vertrekt van een ongelijke positie van spreken. Journalisten, onderzoekers en beleidsmakers bepalen voor een groot deel hoe er over ‘radicalisering’ wordt gesproken en geschreven. Jongeren, maar ook jeugdwerkers, zijn sinds de aanslagen het mogelijke object van onderzoek, toezicht en opvolging, maar ze worden niet vaak ernstig genomen als volwaardig gesprekspartner. Jongere Yussef: ‘Radicalisering’? Dat is een etiket dat op ons wordt geplakt. Dat maakt ons boos. Molenbeek is een laboratorium geworden. En wij zijn de proefkonijnen.
Dit boek kiest ervoor om die ongelijkheid van posities te doorbreken. Dat was immers een belangrijke insteek van het actieonderzoek. Respect voor de ervaringskennis van jeugdwerkers en jongeren is dan ook de motor van dit boek. 2. In het andere verhaal dat we over ‘radicalisering’ willen vertellen, zit ook een therapeutische dimensie: de aanslagen in Brussel en Parijs hebben diepe wonden geslagen bij vele bevolkingsgroepen, maar niet het minst bij de direct betrokkenen, de slachtoffers van Maalbeek en Zaventem, hun nabestaanden, de familieleden van de plegers, de geviseerde gemeenschap in Molenbeek. Ook bij jeugdwerkers en jongeren zitten de aanslagen (en de massale wereldaandacht die erop volgde) nog diep. Onderzoeker Erik: Wil je er eigenlijk over praten? Yussef: Wij willen daar niet meer naar terug. Het is te pijnlijk.
‘radicalisering’ – Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving
19
In dit boek gaan we de trauma’s niet geheel uit de weg. We kiezen er bewust voor met jongeren en jeugdwerkers een veilige scène voor dialoog op te bouwen. Daar kunnen we diepe wonden sereen bespreken. Achter dit engagement ligt een overtuiging die we in dit boek verder zullen ontwikkelen: dat een samenleving veerkrachtig wordt wanneer ze de moed toont om haar kwetsuren bespreekbaar te maken en in beheer te nemen. Met dit boek nemen jeugdwerkers en jongeren hun deel van die collectieve verantwoordelijkheid op. 3. De ondertitel van dit boek (donkere spiegel van een kwetsbare samenleving) verraadt tevens een pedagogische ambitie. Immers, zoals reeds gezegd, kiezen we er bewust voor om het debat over ‘radicalisering’ niet te laten domineren door de vraag: wat zijn de oorzaken van ‘radicalisering’ bij jongeren? Of tot de vraag: hoe kunnen we hun risicogedrag taxeren en voorkomen? Onze gezamenlijke aandacht gaat naar wat we samen kunnen leren van het complexe fenomeen dat achter het woord ‘radicalisering’ ligt, voorbij de achterdocht, voorbij de focus op veiligheid. De bedoeling is geenszins om de ernst van de aanslagen te minimaliseren, of de daden van de terreurplegers te excuseren, maar om samen bewust te worden van de bredere, maatschappelijke malaise waarin die aanslagen gesitueerd dienen te worden. 4. En tot slot heeft dit boek een sterk grootstedelijke insteek. We kiezen er bewust voor om te onderzoeken wat het vertrek naar Syrië en de aanslagen in Parijs en Brussel ons terugkaatsen omtrent de grootstedelijke context waarin Brusselse jongeren opgroeien. Wat maakt dat het vertrek naar oorlogsgebied en het vooruitzicht van martelaarschap een reëel alternatief kan bieden voor jongeren die opgroeien in de arme sikkel van de wijken rond de Brusselse Kanaalzone?
LERENDE GEMEENSCHAP Dit boek gaat terug op de inzichten van een lerende gemeenschap gebouwd rond de opleiding sociaal werk van de Brusselse Hogeschool Odisee en twee Brusselse jeugdwerkingen: de boksclub Brussels Boxing Academy (BBA) en de Vereniging voor Marokkaanse Jongeren (VMJ). Beide jeugdwerkingen maken deel uit van koepelorganisatie D’Broej. Beide jeugdwerkingen hebben hun eigen dynamiek, maar onder-
20
‘radicalisering’ – Donkere spiegel van een kwetsbare samenleving