Skip to main content

9789401461962

Page 1

ATLAS VAN HET

WERELD ERFGOED


Pediassincid quibus millanist molut amus simodis vollaut ipidebi taturia dolum volor ma nimi, qui undae veliquatur magnatur min nestrum quodiorenis proribus que cuptaspis sus evenimus et quae ventianis voluptassum ne eostibus et officto odis que porporrum ra De Blauwe Planeet: uit dode materie ontwikkelde quam inihiti tem venimol orestiu zich in ea de sedis loop van vieroffic miljard jaar een uniek ntemporinsedicatia dolorro iume natquod isparadijs het grote universum. sinctur sam etusamus, et eos autemperunt es alis doluptatibus estruptam, in rersper ectur? Undi ullorro rehendis que pa pere minc-

tatibus a nectur, optate laborep ellanis dolorer natem. Ut molupta turiatur assuntist rem simus, am res ex eum rectiisitam, utem fugiae. Officim olorescium assimenimet eos volut estium que et ped eturitio molupti derum eum, quiamene nuscienda volor magnam qui consend itibusam, consedi blant. Ovitatu reptas volupitaque niani dicaectias il explis quat verferum erspeles volecep erferem. Ita ium lab ipiderferro et haris quia volorehene es magniendi voluptatem quibea nus. Assequi

aecaerore nime iduciatenet, totas audictur, si di quam quo velic to eat vit acculpa sum ditamus, quibusam el most quam nusam velibusam volum latur? Ciata non nonest, unt. Solores consequam, quo te doloribea nes ipientia a doloribea dem qui alit, volupiscia De satellietopname toont de Namibwoestijn, ilibusandam aut inti cullupi con non een extreem droge regio. Sindstatiorro 2013 is de pelestio. Utzandvlakte voloria temperis quae cum que di gigantische in NamibiĂŤ natuurlijk dolor aut ducillab in reriae ium numquiam cowerelderfgoed. necus dament voluptate ipsum nimustem quis quunda archite mperfere nat.

Finster wars der Mond schien helle, als ein Wagen blitzeschnelle langsam um. (MaĂ&#x;angabe) xx,x 1 Land (Koordinaten) xx,x 2 Land (Koordinaten) xx,x 3 Land (Koordinaten) xx,x 4 Land (Koordinaten) xx,x 5 Land (Koordinaten) xx,x 6 Land (Koordinaten) xx,x 7 Land (Koordinaten) xx,x 8 Land (Koordinaten)


Dieses Kapitel präsentiert Ihnen eine Auswahl an spektakulären Highlights, die die natur- und kulturgeografischen Rekordlisten unseres Planeten anführen. Dabei reisen wir von den dunkelsten Tiefen der Weltmeere zu den höchsten Gebirgen der Kontinente, entdecken die aktivsten Vulkane, die längsten Flüsse und

ATLAS VAN HET WERELDERFGOED Seditata inctum nobisti squatus dantis rerio.

Seen, Wasserfälle und die tiefsten Canyons. Die grandiosesten MoNam viddie quigrößten dolor ande cusdam, occusant.

Icaessunte der comniat vent plit eum quo ebenso volore auf unserem Weg wie die faszinierenden numente Menschheit liegen pos am ut velenet aribeat eribusa doloreh Skylines der größten Metropolen, die höchsten Bauwerke und die Silhouetten enderum fugia sam, comni con core, simo

der beeindruckendsten Brückenbauwerke der Welt. beatur seque ium hil inctus rae qui temquatem.


DEFINITIE – werelderfgoederen, biosfeerreservaten en geoparken van de Unesco

Prachtige Moorse architectuur in Zuid-Spanje: op de foto de gebedsruimte van de oude moskee van de Omajjaden in Cordoba, nu de belangrijkste ruimte van de kathedraal La Mezquita. Het zomerpaleis met de keizerlijke tuin bij Peking uit 1750 geldt als een schoolvoorbeeld van de cohesie tussen natuurlijke en artificiële landschapselementen.

De Unesco is de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Communicatie. Het is de enige gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties met een wereldwijd netwerk van nationale commissies die de schakel zijn tussen staat, maatschappij en de Unesco.

Criteria voor cultureel werelderfgoed • •

Werelderfgoed van de Unesco Al in 1972 sloot de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur) een ‘overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld’. De organisatie telt 195 lidstaten en heeft zijn hoofdzetel in Parijs. Door de bedreiging van vele ecosystemen en het groeiende gevaar dat belangrijke relicten van verdwenen beschavingen definitief verloren zullen gaan, is het noodzakelijker dan ooit dat ‘objecten van buitengewone en universele waarde’ in stand worden gehouden en toegevoegd aan de jaarlijks uitbreidende lijst. De taak die de Unesco zich heeft gesteld reikt verder dan het zuiver bewaren van culturele erfgoederen en natuurlijke leefomgevingen door jaarlijkse nominaties. De organisatie beschouwt de beschermde patrimonia vooral als een leerplaats voor ons, mensen. In elk plekje op aarde en elke door de mens geschapen structuur zit ‘zonder woorden’ een geschiedenis vervat die gebeurtenissen en processen van miljoenen jaren weerspiegelt. En net die intrinsieke kennis moet de mens in staat stellen om uit het verleden lessen te trekken voor de toekomst. Op de Werelderfgoedlijst worden enkel plaatsen opgenomen die volgens het Werelderfgoedcomité ‘van uitzonderlijke en universele waarde zijn uit historisch, artistiek of wetenschappelijk oogpunt.’ Bij de beslissing of het patrimonium zal worden erkend, gelden de overschrijdende criteria ‘eigenheid, authenticiteit (historische echtheid) en integriteit, samen met een of meerdere van de in totaal tien Unesco-criteria.’ Tot 2005 beoordeelde men de criteria voor de culturele en natuurlijke erfgoederen afzonderlijk. Sindsdien worden ze voor elk patrimonium samen onderzocht. De meerderheid van de werelderfgoedsites wordt als zuiver cultureel of natuurlijk erfgoed beschouwd, hoewel er intussen 38 erfgoederen zijn die voldoen aan criteria uit beide domeinen.

•

•

•

•

Criteria voor natuurlijk werelderfgoed •

•

•

DEFINITIE

•

X

Het goed is een meesterwerk van de menselijke creativiteit. Het goed illustreert, binnen een periode of een cultureel deel van de wereld, een belangrijke interactie van menselijke waarden voor ontwikkelingen in de architectuur of technologie, monumentale kunsten, stadsontwerp of landschapsinrichting. Het goed vertegenwoordigt een unieke of op zijn minst exceptionele getuigenis van een culturele traditie of een samenleving die nog bestaat of verdwenen is. Het goed is een bijzonder voorbeeld van een type gebouw, architectonisch of technologisch ensemble of een landschap dat een of meerdere significante fases in de geschiedenis van de mensheid belichaamt. Het goed is een bijzonder voorbeeld van traditionele menselijke bewoning, bodem- of zeegebruik dat typisch is voor een of meer culturen of voor een wisselwerking tussen mens en omgeving, vooral wanneer die onder druk staat en bedreigd wordt door onomkeerbare veranderingen. Het goed is direct of zijdelings geassocieerd met gebeurtenissen of nog bestaande tradities, met ideeën of geloof, met artistieke en literaire werken van buitengewone universele betekenis (het comité beschouwt dit enkel als een geldig criterium indien er nog andere criteria van toepassing zijn).

Het goed is een door de natuur gevormd monument of gebied van uitzonderlijke natuurlijke schoonheid en esthetische waarde. Het goed illustreert op exceptionele wijze de belangrijkste fases in de geschiedenis van de aarde, waaronder de evolutie van het leven, belangrijke permanente geologische processen in de landschapsvorming of wezenlijke geomorfologische of fysiografische kenmerken. Het goed is een exceptioneel voorbeeld van een permanent ecologisch of biologisch proces in de ontwikkeling en evolutie van land-, water-, kust- en mariene ecosystemen, evenals van groepen planten of dieren. Het goed omvat de belangrijkste en typische leefgebieden die noodzakelijk zijn voor de in-situ-instandhouding (op de oorspronkelijke locatie) van de biologische verscheidenheid op aarde, met inbegrip van deze welke bedreigde soorten herbergen die uit wetenschappelijk oogpunt of omwille van hun voortbestaan van buitengewone universele waarde zijn.


Werelderfgoederen, biosfeerreservaten en geoparken van de Unesco – DEFINITIE Het nationaal park Amboseli in het zuidwesten van Kenia is beroemd voor zijn grote olifantenkuddes en is een Unesco-biosfeerreservaat. Het Unesco Global Geopark AdamelloBrenta ligt in de Zuidelijke Alpen in de Italiaanse provincie Trente.

Biosfeerreservaat van de Unesco

Global Geoparks van de Unesco

Een andere belangrijke kwestie die de Unesco thematiseert en ondersteunt, is de succesvolle en evenwichtige relatie tussen natuur enerzijds en socio-economische ontwikkeling anderzijds. Het is de bedoeling een duurzame ontwikkeling te stimuleren waarbij de relatie tussen mens, milieu en natuur in harmonie is en de daarbij verworven inzichten en verwezenlijkingen continu en wereldwijd te delen.

In november 2015 heeft de Algemene Conferentie van de Unesco naast werelderfgoederen en de biosfeerreservaten nog een derde categorie Unesco-vindplaatsen in het leven geroepen.

Een dergelijk biosfeerreservaat vervult talloze taken: het bevordert duurzame landbouwvormen, natuurbescherming, onderzoek en opleiding voor duurzame ontwikkeling, evenals internationale samenwerking. Een biosfeerreservaat is opgedeeld in verschillende zones waarvoor verschillende regels gelden. Het moet representatief zijn voor een bijzondere natuurlijke omgeving, maar nog belangrijker zijn de mensen in het gebied en hun natuurbeschermende leef- en landbouwvormen. Het actieprogramma van de Unesco ging in 1970 van start onder de naam Mens- en Biosfeerprogramma, de eerste biosfeerreservaten werden in 1978 voorgedragen. Tot nog toe zijn er wereldwijd 686 biosfeerreservaten in 122 landen, die model moeten staan voor duurzame langetermijnprocessen.

Gebieden met belangrijke vindplaatsen van fossielen, grotten, mijnbouw of rotsformaties worden erkend als Unesco Global Geopark. Centraal staat ook hier de zoektocht naar sporen en behoud van kennis over het verleden met als doel de planeet aarde en de levensomstandigheden beter te begrijpen. Als voorbeeldregio’s voor duurzame ontwikkeling werken ze aan duurzame opties voor het lokale landschap en proberen ze een oplossing te vinden voor universele maatschappelijke uitdagingen, zoals de uitputting van de natuurlijke (vooral geologische) hulpbronnen en klimaatverandering. De taken van een geopark zijn divers: ‘Het zijn gebieden waar een geologisch erfgoed van internationaal belang wordt bewaard voor de toekomst. Door educatie, bescherming en duurzame ontwikkeling in het gebied, wordt het geologische erfgoed een bron van trots voor de lokale bevolking en een belevenis voor bezoekers. Geoparken werken nauw samen om ook in andere landen de geologische geschiedenis tot een ervaring te maken en de toekomst daar duurzaam vorm te geven.’ Momenteel zijn er 140 geoparken in 38 staten, waaronder één in België en één in Nederland (maart 2019).

Blz. X foto links: Venetië en zijn lagune zijn sinds 1987 werelderfgoed. De beroemde Rialtobrug maakt deel uit van de beschermde stadskern. Blz. X foto rechts: sinds 1886 verwelkomt het Vrijheidsbeeld in de haven van New York immigranten en toeristen. Sinds 1984 is het beeld cultureel werelderfgoed. Blz. XI foto links: het Galápagos National Park is natuurlijk erfgoed. De Columbusarchipel waarin de eilanden liggen, is tegelijk ook een Unesco-biosfeerreservaat. Blz. XI foto rechts: de An Teallach Mountains in het Unesco-geopark North West Highlands met op de voorgrond het veen van het Fisherfield Forest.

DEFINITIE XI


EUROPA

6


UNESCO-WERELDERFGOED Onder: hoewel het indrukwekkende Romeinse Colosseum, het grootste ooit gebouwde amfitheater ter wereld, in een vervallen toestand verkeert, is het bouwwerk een prachtig voorbeeld van de grandioze bouwkunst van de oude Romeinen. Links: het Loirekasteel van Saumur.

7


EUROPA – ITALIË, VATICAANSTAD

Het historische centrum van Siena Italië | jaar van inschrijving: 1995

Het Piazza del Campo (boven) met het Palazzo Pubblico en de Torre del Mangia vormt het hart van de door de kathedraal (rechts) gedomineerde stad.

De Val d’Orcia

Het historische centrum van Pienza

Italië | jaar van inschrijving: 2004

Italië | jaar van inschrijving: 1996

In de Val d’Orcia vonden de eerste landschapsschilders van de kunstgeschiedenis inspiratie voor hun fresco’s.

De ongeveer 25 kilometer ten zuidoosten van Siena gelegene Val d’Orcia is een door de mens geschapen renaissancelandschap. Afbeeldingen van deze landstreek hebben in de loop van de kunstgeschiedenis de voorstellingen van een volmaakt landschap op doorslaggevende wijze beïnvloed. Ooit behoorde de Val d’Orcia bij Siena. De esthetisch aantrekkelijke vormgeving van de vallei moest een goed bestuur weerspiegelen. Het artistieke voorbeeld van een dergelijk volmaakt renaissancelandschap treft men aan in de frescocyclus van Ambrogio Lorenzetti in het stadhuis van Siena. Omgekeerd werden echter ook schilders van de Siënese school zoals Giovanni di Paolo en Sano di Pietro door de Val d’Orcia geïnspireerd tot het maken van esthetiserende landschapsschilderijen waarop de mens nog in harmonie leeft met de natuur. Behalve agrarische vlakten maken ook de stadjes Pienza, Radicofani, Montalcino, Castiglione d’Orcia, Castiglione del Bosco en Castelnuovo dell’Abate deel uit van het werelderfgoed, net als een stuk van de pelgrimsroute Via Francigena en de bijbehorende abdijen zoals Sant’Antimo, pensions, kapellen en enkele bruggen.

In opdracht van paus Pius II werd Pienza door Bernardo Rossellino volgens humanistische maatstaven ontworpen als ‘volmaakte stad’ van de renaissance. Corsignano in de Val d’Orcia tussen Montepulciano en Montalcino was de geboorteplaats van Pius II (paus van 1458 tot 1464). Hij wilde van Corsignano de zomerresidentie van de curie maken, liet het plaatsje naar hem noemen en liet het ombouwen: naar een ontwerp van Bernardo Rossellino werden vanaf 1459 rondom het nieuwe centrale plein vier kolossale gebouwen opgetrokken. Het belangrijkste bouwwerk is de dom Santa Maria Assunta, met aan zijn linkerkant de twee verdiepingen tellende woonplaats van de paus, het Palazzo Piccolomini (verwijzend naar de familienaam van Pius II), waarvan het dakterras een mooi uitzicht biedt over de Val d’Orcia. Aan de rechterkant van de dom staat het Palazzo Vescovile, de residentie van kardinaal Rodrigo Borgia, de latere paus Alexander VI. Het in 1463 gebouwde Palazzo Civico, het stadhuis, imponeert door de naar het Piazza toe open loggia. Aan de zuidkant strekt zich in de richting van de Monte Amiata een groenvlakte uit. De dood van paus Pius II in 1464 betekende meteen ook het einde van verdere bouwplannen.

De historische gebouwen van Pienza zijn schilderachtig gelegen op een heuvel.

De villa’s en tuinen van de Medici in Toscane

Het historische centrum van Urbino

Italië | jaar van inschrijving: 2013

Italië | jaar van inschrijving: 1998

De Bobolituin (Italiaans ‘Giardino di Boboli’) is een van de grootste (32.000 m²) en elegantste Italiaanse tuinen.

76

Siena belichaamt de Italiaanse gotiek in haar zuiverste vorm. Het schelpvormige Piazza del Campo is het centrum en symbool van de stad. Het middeleeuwse stratenpatroon van Siena met zijn fonteinen en poorten is tot op vandaag haast intact bewaard gebleven. Aan het Piazza del Campo staat het stadhuis, het Palazzo Pubblico. Bij dit paleis hoort de 88 meter hoge Torre del Mangia, die tussen 1325 en 1344 werd opgetrokken. Aan de hoger gelegen kant van het plein bevindt zich de Fonte Gaia met marmeren versieringen van Jacopo della Quercia (sinds 1858 vervangt een replica de originele fontein, die in het Ospedale di Santa Maria della Scala staat). Op het hoogste punt van de stad werd in de 13de eeuw de dom Santa Maria opgericht, een van de prachtigste gotische bouwwerken van Italië. De voorgevel werd onder meer door Giovanni Pisano vormgegeven. Van de belangrijke kunstschatten in de dom zelf is vooral de mozaïekvloer, waaraan van 1369 tot 1547 meer dan veertig kunstenaars werkten, indrukwekkend. Elke zomer wordt op het Piazza del Campo de ‘Palio’ georganiseerd – een paardenrace in een luisterrijk middeleeuws decor.

De villa’s en tuinen van de Medici vormen een voor die tijd volledig nieuw concept. Ze getuigen van de enorme invloed van deze Florentijnse vorstelijke familie op de hele Europese cultuur en vooral op de renaissancekunst. De villa’s, die de Medici van de 15de tot de 17de eeuw lieten bouwen, zijn perfect in het landschap geïntegreerde plattelandsresidenties. Hier kwamen de familieleden samen om op jacht te gaan; men onderhield echter ook veel contacten met kunstenaars en humanisten. Het werelderfgoed omvat twaalf villa’s en twee tuinen. Behalve de Bobolituin vlak naast het Palazzo Pitti in Florence en de tuin van de verwoeste Villa Medici (of beter gezegd Villa Demidoff) in Pratolino ten noorden van Florence horen daarbij de villa’s Cafaggiolo in Barberino di Mugello en Trebbio in San Piero a Sieve. In Florence zelf en in de nabije omgeving bevinden zich de villa’s Careggi, La Petraia, Castello en de Villa Fiesole. Wat verder ten westen van de stad bevinden zich villa’s in Cerreto Guidi, Poggio a Caiano, Quarrata en Carmignano. Het verst van Florence verwijderd ligt de Villa Medici in Seravezza ten noorden van Lucca.

Het op twee heuvels in de Marken gelegen Urbino kende zijn bloeiperiode in de 15de eeuw, toen toonaangevende renaissancekunstenaars en geleerden het stadje tot culturele en wetenschappelijke centrum van Italië maakten. Onder de dynastie van de Montefeltro schiepen de belangrijkste Italiaanse kunstenaars uit die tijd hier een uniek architectonisch harmonisch geheel van renaissancegebouwen. Het belangrijkste bouwwerk van de stad is het Palazzo Ducale, een oud kasteel dat vanaf 1444 werd omgebouwd tot een veelzijdig renaissancepaleis. Vandaag bevindt zich in het kasteel de nationale galerie van de Marken met werk van schilders als Titiaan, Rafaël, Botticelli. Bezienswaardig zijn ook de gotische kloosterkerk San Domenico met haar mooie renaissanceportaal, de als mausoleum van de hertogen van Urbino in 1482 voltooide kerk San Bernardino en de met stijlvolle fresco’s versierde kerk San Giovanni Battista. In de 16de eeuw stagneerde de ontwikkeling van Urbino – zo bleef het uit de vroegrenaissance daterende stadsbeeld in ruime mate bewaard.

Marmer en stuc sieren het interieur van de Cappellina del Perdono (kapel van de vergiffenis) van het Palazzo Ducale.


HET WERELDERFGOED

De basiliek en de gedenkplaatsen van de heilige Franciscus in Assisi

De Etruskische necropolissen van Cerveteri en Tarquinia

Italië | jaar van inschrijving: 2000

Italië | jaar van inschrijving: 2004

De frescocyclus van de bovenkerk van San Francesco is een van de vroegste schilderijen die de legende van Franciscus illustreert.

Het stadje Assisi in Umbrië is onlosmakelijk verbonden met leven en werk van de hier geboren heilige Franciscus, de stichter van de franciscanenorde. Met Franciscus van Assisi (1181/1182 tot 1226) en de franciscanenorde begon voor Assisi in de 13de eeuw een tijdperk waarin het een van de belangrijkste kunstcentra van Italië zou worden. Het jaar van zijn heiligverklaring, 1228, is ook het stichtingsjaar van de Basilica di San Francesco. In 1230 werd het gebeente van de heilige Franciscus naar de crypte van de basiliek overgebracht. Als graftombe en bedevaartsoord werd de in 1253 gewijde abdijkerk versierd met prachtige frescocycli van Cimabue, Giotto, Simone Martini en de gebroeders Lorenzetti. San Francesco geldt als grootste ‘schilderijenkerk’ van Italië. Andere kerken zoals San Rufino, Santa Chiara (grafstee van de heilige Klara), Santa Maria sopra Minerva en de abdij San Pietro beklemtonen het sacrale karakter van Assisi. Buiten de historische stadsmuren maken ook de volgende met de heilige Franciscus geassocieerde plaatsen deel uit van het werelderfgoed: de kerk Santa Maria degli Angeli met de Porziuncola, de kloosters San Damiano en Le Carceri en het heiligdom Rivotorto.

De necropolissen van Cerveteri en Tarquinia, die dateren uit de periode van de 9de tot de 1ste eeuw v. Chr., behoren tot de beroemdste vindplaatsen van Etruskische cultuur. Cerveteri en Tarquinia, gelegen in de huidige provincies Rome en Viterbo, zijn twee steden, waarvan de graven niet alleen getuigen van de zeer verschillende begrafenisrituelen maar ook van de alledaagse cultuur van de vroegste beschaving in het noordelijke Middellandse Zeegebied. Banditaccia, de necropolis van Cerveteri, laat vooral architectonische monumenten zien: verschillende soorten graven, onder meer uit tufsteen gehouwen grafkamers waarover grote aarden of tufstenen heuvels werden opgericht, kamergraven, zuiver ondergrondse graven en rotsgraven. De uitgestrekte begraafplaatsen lijken vaak op een ondergrondse stad met straten en binnenpleinen. In de bloeiperiode van de Etrusken werd vanuit Cerveteri ijzererts geëxporteerd. De Etrusken onderhielden zeer nauwe contacten met Griekenland. Van de Griekse invloed getuigen ook de grotendeels nog in de necropolis Tarquinia te bezichtigen fresco’s, waarop vaak het leven van de Etruskische bovenlaag van de bevolking te zien is.

Het historische centrum van Rome

Vaticaanstad

Italië, Vaticaanstad | jaar van inschrijving: 1980

Vaticaanstad | jaar van inschrijving: 1980

Grote foto: op het Forum Romanum bevinden zich onder meer resten van de gigantische tempel van Saturnus aan de voet van het Capitool. Kleine foto: het stadion van Domitianus.

Eerst werd het historische centrum binnen de Aureliaanse Muur met de belangrijkste monumenten uit de antieke oudheid tot werelderfgoed uitgroepen. Na de uitbreiding met de bezittingen van de Heilige Stoel in 1990 luidt de volledige titel van het erfgoed ‘Historisch centrum van Rome, bezittingen van de Heilige Stoel in die stad met speciale territoriale rechten en Sint-Paulus “buiten de Muren”’. De ‘Eeuwige Stad’ met haar bouwwerken uit de antieke oudheid, de middeleeuwen, de renaissance, de barok en het classicisme is een wereldwijd uniek openluchtmuseum. Van de bloeiperiode van het Romeinse Rijk getuigen antieke monumenten als het Forum Romanum, de keizersfora en de Palatijn, het Colosseum en het Pantheon. Na de ondergang van het rijk werd Rome het centrum van het christendom. De pausen begonnen de stad helemaal opnieuw in te richten. Bij de bezittingen van de Heilige Stoel horen onder meer het Lateraanse paleis, de patriarchale basilieken Santa Maria Maggiore en San Paolo fuori le Mura en de paleizen Palazzo di Propaganda Fide, Palazzo Maffei en Palazzo del Sant’ Uffizio.

Vaticaanstad met de Sint-Pietersbasiliek, het Sint-Pietersplein en het pauselijk paleis vormt een uniek hoogtepunt van religieuze kunst en werd daarom als geheel opgenomen in de lijst van het werelderfgoed. Na de ballingschap van Avignon werd het Vaticaan vanaf 1377 de pauselijke residentie. Vanaf de 15de eeuw werd het complex helemaal verbouwd – tegenwoordig herbergt het met de Sint-Pietersbasiliek, de Vaticaanse musea en het pauselijk paleis een immense hoeveelheid kunstschatten. De Sint-Pietersbasiliek ontstond in 1506 naar een ontwerp van Bramante en ze werd door Rafaël, Michelangelo en andere kunstenaars uit de bloeiperiode van de renaissance op grandioze wijze verder uitgebouwd. Het interieur van de basiliek omvat een groot aantal altaren, mozaïeken en sculpturen. De koepel werd ontworpen door Michelangelo, van wiens hand ook de beroemde fresco’s van de Sixtijnse kapel zijn. In de pauselijke huiskapel, die paus Sixtus IV van 1473 tot 1483 liet bouwen en waar het conclaaf plaatsvindt, de geheime vergadering waar de paus wordt gekozen, beschilderde de kunstenaar het gewelf en de muur achter het altaar. Voor de Sint-Pietersbasiliek strekt zich het Sint-Pietersplein uit, dat tussen 1656 en 1667 werd aangelegd door Bernini.

Er werd naar gestreefd om de verschillende soorten graven in te richten als woonhuizen, met zuilen, tafels, bedden en banken uit tufsteen.

De koepel van de Sint-Pietersbasiliek werd ontworpen door Michelangelo.

77


ZUID-ITALIĂ‹, MALTA, ALBANIĂ‹

Chicago

� ‚‰ � �„ „‹ �

Â?

­‚

Šƒ

Â…

• �

 �

•Œ  Š ƒ  Šƒ

Â? Â Â?

‹ �� � ˆ � ‡ � … ”

Š • ‡

�  � – �

Â

‹ Š �

Š Â?  Â? Š Â? Â? ÂĄ ‰ Â? Â? ¢ Â? ƒ  ƒ • Â? ƒ Â? ‚ ÂĄ † †Â?¢ Š Â?„ Â?„ Â? ‡ Š ƒ ‰ •Š Â˜ÂĄÂžÂ¤

‘’“

‚

Â?

‡ ƒ

‡�‚

‚

¥­‚ ¢

Š

†

ƒ � � ¤ … • ‡ ­   … � ƒ ‰

‰ žÂ&#x; Â…  ­ Â

„Š … Š

Â?  Š   Š Š  Â? žžœ™ žžš¥ Š  Â? ƒ Â?Â? „ ” Â? Â

†

�„‚ƒ

Â?

Â?

œ Â

�„ ‚

Â?

𤥠ƒ ‚ƒ Â?

„

� ƒ �„‡

ƒ

„ ‰ Â˜Â˜Â˜Â˘ ”

Œ �„ ‚ ƒ

�„†

�„

ƒ ‚

�­

… Š

Â?

Â

Š

ƒ ‚

Â

Tunis

“˜

�„ ‚

Œ

­ �

� §

‡

¥¥ž¥

Š

� ” Š

Â… Â

”” Œ

Â… ƒ Â

ÂĄ ƒ ƒ

Â

Š

Â…

ƒ ‚ �

Â…

Â

Š ƒ Â

‚

Â? Â

•’

Â

š–

“–“

˜“––

Â? ÂŁ Â? Â?„ Â?Â… ›žœ Â?Â…

ƒ ‚

Â&#x;

�„

™™¥

�„

�„†

”

�„

Â?„ ‚ Â? Â&#x;Â? ÂŁ Â? ƒ

Sites naturels remarquables  �

ƒ ˆ

� ƒ

ƒ ƒ •

Â? Š Â? Â

„ ‰

Â

˜›™›

Â˜ÂĄÂœÂ™

• … ˜šœ™ … ”

� ”

­  � €

‡ Š

ƒ ‚

Â?

Â&#x;Š ‡ ” ¤ • ”

ƒ‘ Â&#x;  ƒ Š

ItinÊraires cÊlèbres Échelle 1:2 250 000

ˆ

”’•–

ÂĽÂ›Âœ Â?„

ƒ Â&#x;Â?

‰ Â

�„ ‚ �

� � � ”

Š …  �

ƒ ‚ ‚ � �

§

„

‘™“

Â?„ ‚ Â&#x;Â? ÂŁ

� š  �

�„‡

Â? ƒ „ƒ ˜š›š Â

••”–

Â?

… ƒ

… ƒ Š

Š Š

­

ƒ

Â?

‡ ž

 ‡  ‡ ‡ �

Las Vegas

„œ  Š

–

 ƒ †

ƒ ‚� ‚ƒ

”‘“–

EUROPA

• ­ ­† � �

� �� ” Š ¼

­  Š �

Â?

ÂŒ ƒ Š ‰Â&#x; ‰ Â&#x; Â… Â…

” ƒ ‚ ‚ƒ ‘ ‡   Â&#x;Â? †

�  � � ” † � ‡ ¥ ‘ ¢ � † ”

‰ Š Â&#x; Â? Â&#x; ƒ ‚ ‚ ‚ Â… ‡ Š Â… †

•–

‡

ƒ Š

Â&#x;Š † ‡ Â? ” ¤ • ”

 •

• Š • „ ‰ Š  Â? Â… Â… ˜šœ™ Â… ” ˜›™› Â Â˜ÂĄÂœÂ™ ”

Â

Â?

ƒ

ÂŒÂ

ƒ Â&#x;Â?

� ­ ŠŠ

�„ ‚ƒ ƒ —

Â?

Algier

Â?

ƒ ƒ •

Â? • • Â˜ÂœÂœÂĄ ­ ÂŒ ƒ

Š ”

› Â

ƒ ‚‡

ƒ ˆ

Â

ƒ ‚

�  „‡

†

ƒ Â? ‰  ‰ Š  „ ‰ “ Â? Š “ ‚ Â

‚�€

  ‡

˜žš˜ ›‚ Â?„ ‚  Â?„ ˆÂ? Š  † Â&#x;

�„‡

136

Â… Â

„”

New York

� ˆ �„‚‰ ‚� �„‚ ƒ ‚ƒ ‚ƒ

““

” Š

� ƒ

�„‚

 ›™˜

�„‚

� ƒ

Â? Â

†

Š

•‘‘

Â?

˜˜žž

‰

Â? Š ÂžÂ˜Â™ÂĄ

Â?

� ‚

‚ ‚

˜ Â&#x;Â? † Â? €  … † ƒ ­ ¢ Â˜Â™ÂĄÂš Š  ” „ Â? • ­ Š

•’—

„‡ Š ˆ Â˜Â˘Â˜Â› Š Š Š ˆ ƒ žœ™¤ Â? ‚ ˆ Â… ˆ ƒ

  ‡ Š ˆ � ‚ Š ˆ ƒ �

… Š ­ Š ¥ ‰ � � ¢ Š € �

ÂžÂœÂĽÂš Š Â? Š

Œ � �

�‹ ˆ

Â? ” •Š ¢ Â&#x;Š Â? Â

• ” � ‡ ƒ ‚Š Š  ž›˜ž Š � �

� ‚ ‚ ˆ� �„ † ‰

� Šƒ Š � … � …

„” ˆ � ™ †

˜ššš Â&#x;  Â?„ ‚Š

� ‰ � � � ”

Â?

„‡ ‚ ‚ žœš™ † ‰

ƒ � † �

„ Â?  ž™›¥ ƒ ‚ Â… ‰ † Š

‰ € � �

Â?

”

—

‡

Â…

Â˜ÂĄÂ˘Â™

Â

–�

ƒ

ƒ ‚ƒ

ÂĽÂ†ÂˆÂŚÂ§Â¨Â€Â¨Â?

legde westelijke kustvlakten zijn vooral aan voor de westkust liggen veel kleine eilandjes de Golf van Napels en in CalabriĂŤ vulkanen – zijn kilometerslange H zandstranden en de aan te treffen: naast de v werkende Vesuvius fraaiste kliffen te vinden. Bijzonder mooi is de Amalfikust met een ruig rotslandschap en een Etna zijn er tussen Monte Amiata en Sor en weelderige begroeiing. De langste rivier in het rento ook uitgedoofde vulkanen en vulkanisch zuiden van ItaliĂŤ is de Tiber (405 km). gesteente te vinden. In het oosten worden de Aan de overkant van de Straat van Messihoogvlakten doorsneden doorÂ… rivieren, die pa Â

smalle rallel aan elkaar richting de deels zeer na ligt het grootste Italiaanse eiland, het door †

€  kustvlakten van aardbevingen bedreigde, maar dichtbevolkte Â&#x;ÂŒ ƒ de Italiaanse lopen. In de hak  ­ • laars strekken zich vlakke landbouwgebieden G SiciliĂŤ. Het noorden van dit eiland wordt † ƒ uit. Š Langs de afwisselende name gedomineerd door een gebergte, dat richting

kust – met �

In de zuidelijke helft van het Italiaanse schiereiland, dat ver de Middellandse Zee in steekt, lopen de x Apennijnen door tot in het zuidelijkste puntje van de laars. De hoogste toppen rijzen op in de verkarste Abruzzen met de Gran Sasso d’Italia, die niet minder dan 2912 m hoog is. Ten noorden van de­ Italiaanse

hoofdstad Rome ligt rond het hooggebergte � een bekkenrijk heuvelland met verschillen de meren, die op de plek van oude ƒ vulkaan� ‚ ‚ƒ

kraters liggen. Op de grotendeels droogge-

Â?

• …

� ‡ ž –

Â… ƒ ¥¥ž¥ Š ”” ­Â? € Š Â… ƒ ÂŒ Š   Â? ‚


ZUID-ITALIĂ‹, MALTA, ALBANIĂ‹

Œ

†

ÂĽÂ†ÂˆÂŚÂ§Â¨Â€Â¨Â­

‡ Â? Â

† ‡ �ƒ › � �

˜œ›ž

Â˜Â¤Â˘Â˜

Â

� � €

Â? Â? Â?

˜™š›

Â

ÂŒ Â… Â… „ ÂŒ Â

Â?  ‰ ÂŒ Â… Â? ˆ… ‡ ˆ Â&#x;Â˜ÂĄÂ˘Â˘ÂŁ

Â?

Â? Â?

ÂĽÂ†ÂˆÂŚÂ§Â¨Â€Â¨Â­ Â?

­

het zuiden overgaat in een vruchtbaar bergen met slechts enkele zoetwaterbronnen. Op Drievierde van het landoppervlak van AlbaniĂŤ en heuvelland. De hoogste berg op SiciliĂŤ is het hoofdeiland Malta scheidt een vegetais bergachtig. De hoogste toppen verheffen de in het noordoosten gelegen vulkaan de tiezone het karige, heuvelachtige zuidoosten zich in het noorden en noordoosten (Korab, van het vlakkere, door rotskammen en dalen 2764 m). In het westen gaat het Albanese v Etna (3323 m), die met tussenpozen van noordwesten, gelede waar groente wordt berggebied over in dichterbevolkte heuvelzoenkele jaren op spectaculaire wijze uitbarst. verbouwd en fruit wordt Het dichtstTwee andere vulkanen, de eilanden StrĂłmboli nes en kustvlakten en in het oosten strekken geteeld. kleinere en en Vulcano, maken deel uit van de Ă?sole EĂłlie bevolkt is de regio Valletta. Het zich bekkenlandschappen drie grootste ˜œ›ž uit. De ‡  ƒ de Siciliaan Gozo, wordt groten o LĂ­pari, die voor se noordkust vruchtbaardere meren van het land liggen slechts gedeeltelijk eiland, ‚ ‚ Â’ door een hoogplateau  grondgebied. liggen. deels bedekt met ta- Â? op Albanees Adri- De lagunerijke ‡ Â?  Â?

De onbeboste eilanden van de Maltezerarchifelbergen. Het minuscule Comino is een rotsatische kust van AlbaniĂŤ is groten deels moe

‚ ’ achtig 0 eiland met zwemstranden. rassig en vlak, maar in het rotsachtig. Ž pel zijn verkarsteš kalkplateaus zonder rivieren zuiden �

Â? Â? Â? Â?

Â… Â? Â

Â

Â?

Œ

Â?

 � € ­ ‚ �  ‹ � � “

‚ Â Â‚Â‚Â‚Â‚Â˜ÂžÂ¤Â˘  ­ Â? „

Â? Â?

 � � � € �  ‡ „ �

… … ˜™š› ˜›ž¤  †… ­  �

Œ �

 ‚    ‚ € ‚ Â?  … ƒ Â? Â? ÂŽ ‰  ‰ Â… † ƒ žž™¢  Œ  ‘ ‡ „ ÂŒ Â?  … Â… Â?  Â? „ ÂŒ Â? ‚ „ ŠÂ? Â? …  ­

 � �€

Â?  „   € Â? Š ƒ ‚ ­ €‚ „ …ƒ ‰ ­ ‰ ÂŒ Â… Â? ˆ… ƒ  ‡ „ Â? Â? …ƒ ‚ ˆ Â&#x;Â˜ÂĄÂ˘Â˘ÂŁ ÂŒ

  ­ ” Œ  � ƒ‚ ‚

Â? € ­ ‚ Â?  ‹ ÂŽ “ ‚…  ƒ ‚ ” ”•”– Â? Â?„ Â? Â? ‚ ‚ Â Â‚Â‚Â‚Â‚Â˜ÂžÂ¤Â˘ ­ ­ Š „ Â? ­ Š ‹ ¤žž „ Â? ‡ „ ÂŒ  Â? Â? ‚… Â?  Â? Â? Â…

˜›š™ † �  … ž™¤œ

€ ˜›ž¤ ­ �

… Œ

 �

‰ ‡ Â

‹ ‚ … � � †­

†­ “ † ƒ Â? Â? ‰ ‚ ‚Š …ƒ ‰ Š ‰ žÂ&#x; ÂŽ ž¢¥™ ÂŽ   ‰ Â… ‰ žž™¢ † ƒ Â

„ƒ Â?‰  Â? ‘ Â

Â˜Â˘Â¤ÂĽ Â&#x;Š

‚ Â’ ‡ € Â? Â? ‘ ‰ ‡ Â’ ƒ Â’ Â’ Â… Â?  ‚  Â? ÂĄ ‰ Â? Â? ¢ • Â… Â? Â? ˆ€ ‚ ‚ Â… Â? Â? Â?  † ‹   Â? †… Â… ‚  ” Â?€ ÂŽ €‚ Â?

Â?  Â? ƒ‚ ‘ ˆ ‚ ÂŚ Â’ Â… Â?  € Â? Š ƒ ‚ ­ €‚ „ …ƒ Â?  Ž‰  ‹ ÂŒ ‚ ‚‚‚‚‚‚‚˜šžš ­  Š Â? Â? ƒ Â? ‡€ † ‰  ‘  ƒ

‡ ’ Ž � ­ Œ ‚ ­ � €ƒ

Â? Â? …ƒ ‚ ƒ † Â? Â’ ‚ƒÂ

ƒ‚ Â? ‡ Â? †   ­ ‡ ˆ ÂĄÂ? ¢ ‡ Â’ ÂŒ  Â? Â… ƒ‚ ‚   • ­ ‡ ˆ ÂŒ Â

†ƒ

­ Â? ” ÂŽ Â? ˆ ‚… ƒ ‚ ” † Â?  Š Â… † ­ ‚ „ Â? ­ ƒ „ ‰ ÂžÂĄÂĽÂ˜ ­ ‚‰  ƒ Â? ”˜™™ Â? ­ ˆ ‰’ „ „ ‚ ­ Â? ­ Š Â… ­€ Â?

­ Š ‹ ¤žž … � � „ †

­ ‚ ‚ ƒ Œ  � † ­ † ‰ � � ‚…

‘ †

Ž ” � …

˜›š™

€ Š ‹

‹ † �  € ƒ

  �� ƒ Š ˆ € ž™¤œ  ‚ ƒ

� ˜ � … €

„ ˆ Š ƒ ‘

Š  †

† – ­ � � �

Œ ’ Ž € ‚ ‘ ‡ ’ ‰ ‡  Š —

‡ Â?  „ Â… ÂŽ Â’ Â? †­ Š   †­ ‚ ÂžÂ˘Â¤Â˜ “ ƒ ÂŽ „ ‚ ÂƒÂŁÂ‰ ž ‰ Š Â? ‡ ” † † ™ ­ † ˆ ‚ †­ Â?  ‘ ‘ ­ ” ˜ ”­ ƒ Â? Â’ …ƒ ‚ ‚ƒ ­ ˆ ÂŽ ž¢¥™ ÂŽ  Â? Â? ‘ ÂŒ ÂŽ Â?

‰” Â’ †­ —–“ ‡ Žƒ ÂĄÂ? ¢

‚ ‹ Œ ­ ƒ ‰

ˆ ­ – ­

‚ ’ �

� ‹ € ƒ Œƒ †‘ ‡

� ‘ �  � ‡ ’ ‘

ƒ ­ ’ ’ … ‚  ƒ �

‘ � ˆ€ �

ÂŽ ” Â˜ÂšÂĄÂ¤ † Â… „‡ ‘ ˆ

� ‚ ‚

Â?

„‡ “ Œ ƒ Ž

­ �  † � ƒ �

ƒ ‹ ‹ Â

— †  Â&#x;Â˜Â˘ÂĽÂĽÂŁ  ‰Â? Â… ˆ Â? ­ †… Â… ‚ ‘

Â?€ ‡ ÂĄ Â? ‡ Â’ ÂŽ €‚ †‘ Â? Â&#x; ‡ Â?ÂŽ ÂŽ Š • † ‘ Â? ƒ‚

„ ‘ ˆ ‚ ÂŚ Â’ Â… Â? Â… Š † Â?  † ­ Â? ž¢¢¼ Â˜ÂšÂšÂĄ Â? ƒ ‚ ˆ Š ÂŽ މ  ‹ ÂŒ ‚ Â? ‚‚‚‚‚‚‚˜šžš ƒ ÂŒ †‘ †­ ƒ †  Š Â…  ƒ Â? Â? › ‹ ‰ Â?Š Â? ‡€ Â? Â? † ‰  ‘ Â? ˜ ‰ ƒ‰ ÂŽ ‹ ‹

‡ Â’ ƒŽ Â? ‡ Š Â’ ­ Â˜Â™ÂĽÂ›  Â?Š ‰Š Â?

‹

‹ Š ”Ž „‚ � ’ ‚ ­

� €ƒ ƒ ‚ ‚ƒ ‰ Š †

„ €‚ ‰ ƒ‚ Š Š ÂŽ Â? † Š  ‘ ‡ ˆ ÂĄÂ? ¢ žžœš ”—”–

•‘

‹

Â… ‘ƒ  ‡ Â’  Ž ÂžÂ˜ÂĄÂĽ ­

‹ ƒ Â? ” ‡ “ ‡ Â

„ ”–—– Œ  ‰ Ž †ƒ

€ ” Ž ‡

­ ‚

‹  ‹ Â? ”Ž Â?‡ˆ „ Š  • Â? ˆ  ‹ ‚ † ƒ ‰ ” ƒ ‚‰ ­ Â… † ­ ‹ † „ Â? †‘” ˜›™œ Š  Â? ‹ ƒ „ ‰ ÂžÂĄÂĽÂ˜ ­ Â

† Ž ­ ‚‰  ƒ

ˆ ‰’ „

Ž ƒ Ž ’ œ ‚ ­

‰ ‹ �

­ � ” ‹ … ƒ ‚ „ †Š ˜œš˜ ‹ ‹ ­ † † ƒ ‘ � † ­ ‚ ‚ ƒ ŒŠ Š

‰

ƒ ÂŽ  … Š Â? Â

‘ €”” „ € Ž ‚ †

Ž • ’ ƒ‘ Š � � Ž ” ƒ

€ ¥ ¥ … Š ‹

‹  € ”

 ˜›žš ‹ • � € ” Œ ƒ ‘ „ ‡ ‘ƒ  ‚ ƒ ‹   ‰ Š „ ˆ • Š ƒ ‘  † † „Š ƒ

Š

„Š – ­ ÂŒ ‹ Â… Â˜Â™Â¤ÂĽ

‰

Œ ’ Ž € ‚ ‘ ‡ ’ � � � Ž — „ ‘ �  ƒ �

Â?

Â?

Taschkent

Â

Â

Œ

ÂŽ

Â?

Istanbul

Â?

‡

Â?

‰

ÂŽ

Peking

Istanbul

Â?

€

”

ˆ

Â

Taschkent

Â?

† �

Â?

”

›

‰

Â?

Š ‰

”

Pyongyang

Â?

”

‘

’ � ‘

� ” Ž

˜˜šž

‡‹ ‹

‘ Š ‘ Š ‘

� ‹

„�

Â? ÂŽ

Athen

‰

”

Peking

ƒ …

ÂŽ

EUROPA

‹

”

Š ” †‹

Â?

Â?

ˆ

› Â

‡

ˆ � �

� � ‹ Œ Ž „‹

‰”

†­  ’ —–“ ƒ ‡ Žƒ �

Ž ‚ ‹ Œ ­  ƒ ‰ ƒ ‚‡ ‘ ­ – ­ � ‹ � ‡ Œƒ †‘  †Ž ‘ ƒ ­ � … Ž

‘ ‚

Ž ” Ž

� ‚ ‘ ˆ †

� � � ž œ “ Ž  Œ

Â

­ Â&#x;Â˜Â˘ÂĽÂĽÂŁ ˜¤ž™ ‘ Š ‘ ‹   …  Â

— † †Ž Â… ­ †‡Â? ‘ Â? Â? ­ ŠŠ ‡ Â’ Â? †‘ Â? Â?ÂŽ ÂŽ Â? † Š Š • † ‘ † • Â˜Â›ÂĽÂĽ Â?  † ­  ”š‘– ­ Š ÂŽ ÂŽ ÂŒ †‘ †­ ‹ Â? Â? Š ” › ­† ‰ Â?Š ™¼¤ ˜˜‘– ƒ‰ ‹ ‹ ‡ Â’ ƒŽ

Š ƒ Â’ ‡ ‹ ­  Â?Š ‰Š Â˜Â™ÂĽÂ›

‹

‹ Š ”Ž „‚

‰ Š † ƒ Š Â? €‚ Â

‰ Š Ž Š  ‘ Monuments et sites culturels remarquables Sports et loisirs

‹ ‘ƒ  Ž ’”’— ‡„ Â?Â?  † Â? Â Â ÂžÂ˜ÂĄÂĽ

‹ ” ‡ “

Ž � � �„ � „    �ˆ

”

¼š›

˜•˜–

„ ‚

† ˆ ‚ †­ ˜ ”­ ˆ

™ ­

‘

„ … Ž

­

ÂŁ ƒ Â…

­

ƒ “

ƒ Ž

ÂŽ

†

Â?

ÂžÂ˘Â¤Â˜

ƒ ‚ƒ

† �

ˆ‡

”

� އ

Â?

Â&#x;ÂŒ ” Â?

”

ƒ

Â’

� ‰ ‡

ÂŽ

„� ‹

ÂŽ

œ Ž † ‘ …�ƒ

ÂŽ

137


ZUID-AMERIKA – ARGENTINIË

Quebrada de Humahuaca Argentinië | jaar van inschrijving: 2003

Bij Maimará wordt de kloof breder en vormt ze een brede vallei (boven). Rechts: talrijke culturen lieten hier hun sporen na.

Nationaal park van Iguazú

Natuurparken Ischigualasto en Talampaya

Argentinië | jaar van inschrijving: 1984

Argentinië | jaar van inschrijving: 2000

De inheemse bevolking noemt de watervallen ‘Gargante del Diablo’ (keel van de duivel). Op de eilandjes van de rivier heeft zich een weelderige vegetatie verspreid.

Ook aan Argentijnse kant van de aan de grens met Brazilië gelegen Iguazúwatervallen werd een nationaal park opgericht. Het park omvat een dicht regenwoud dat het leefgebied vormt van talrijke dier- en plantensoorten. Aan de grens met Brazilië snijdt de rivier Iguazú over een breedte van 2700 meter door een imposant basaltplateau. De watermassa’s verdelen zich daarbij in meer dan 270 watervallen en storten tot 80 meter in de diepte. Op de rode bodem van het basaltplateau gedijt een weelderig subtropisch regenwoud. In het ongeveer 550 km² grote nationale park groeien behalve lianen en epifyten meer dan tweeduizend vaatplanten. Door het regenwoud zwerven tapirs, neusberen, ocelotten en zelfs jaguars. Ook enkele soorten primaten zoals de zwarte brulaap en de zwarte kapucijnaap leven in het regenwoud. Meer dan vierhonderd vogel-, amfibie- en reptielsoorten, waaronder de bedreigde breedsnuitkaaiman, hebben hier hun biotoop. Reeds in 1934 werd de streek rond de Iguazúwatervallen tot nationaal park verklaard. Ter bescherming van het park werd het gelijknamige dorp naar een andere plek overgebracht.

In de twee natuurparken in het westen van Argentinië bevindt zich de wereldwijd meest complete opeenvolging van fossiele sedimenten uit het geologische tijdperk van het trias. Vanaf de jaren 1950 werd begonnen met het paleontologisch onderzoek van de halfwoestijnachtige Valle de la Luna, een vallei die ongeveer 400 kilometer ten noordwesten van Córdoba ligt, dicht bij de Chileense grens. Samen met het nationale park Talampaya vormt het provinciale park Ischigualasto een gebied van ongeveer 2750 km². Toen zestig miljoen jaar geleden het Andesgebergte boven de aardkorst oprees, veranderde het leefklimaat radicaal. In Talampaya trad de erosie op als beeldhouwster van de natuur en vormde rotsblokken, zuilen en obelisken, die over de baksteenrode zandbodem verspreid liggen. Verschillende gesteentelagen en versteende bossen vormen voor geologen en paleontologen een open boek van de natuur, waarin de evolutiegeschiedenis sinds het trias kan worden afgelezen. Behalve beenderen van sauriërs werden fossiele resten van 55 soorten gewervelde dieren en meer dan honderd plantensoorten opgegraven. Van cultuurhistorisch belang zijn de precolumbiaanse rotstekeningen.

Door erosie is in de Valle de la Luna een fantastisch, bijna onwerkelijk rotslandschap ontstaan.

Historische gebouwen van de jezuïeten in en rond Córdoba

Schiereiland Valdés

Argentinië | jaar van inschrijving: 2000

Argentinië | jaar van inschrijving: 1999

Het gouden interieur van de Iglesia Compañía de Jesús is indrukwekkend.

508

De kloof in het noordwesten van Argentinië verbindt het Andesgebergte met het laagland. Al 10.000 jaar vormt ze een belangrijke doorgang voor mensen, goederen en ideeën. De kloof wordt doorkliefd door de Río Grande, die zich diep in de rotswanden heeft ingesneden. Reeds rond 9000 v. Chr. lieten de eerste jagers en verzamelaars paden achter die vandaag nog worden gebruikt. Uit die tijd dateren ook de ingekraste tekeningen en muurschilderingen in de rotsholten. Van vroege landbouwculturen uit de tijd rond 1000 v. Chr. tot 400 na Chr. werden in totaal twaalf nederzettingen uitgegraven. Twintig andere vindplaatsen stammen uit de tijd tot 900, toen de kloof voor het eerst als handelsroute werd gebruikt. In het precolumbiaanse tijdperk (900 tot 1450) werden dertig versterkte steden, zogenaamde pucarás, gebouwd. Destijds begon de teelt op terrassen met irrigatie. Later maakte de Quebrada de Humahuaca deel uit van het wegennet van de Inca’s, dat zich uitstrekte van Chili tot Ecuador. In de 16de eeuw veroverden de Spanjaarden het gebied en stichtten ze hun eigen dorpen, steden en kerken. Ten tijde van de onafhankelijkheidsstrijd vormde de vallei het decor van grimmige gevechten.

Een huizenblok in Córdoba en verscheidene estancias in de omgeving van de stad behoren tot de stenen overblijfselen die getuigen van de aanwezigheid van de jezuïetenorde in Zuid-Amerika. In Córdoba, in het noordwesten van Argentinië, richtten de jezuïeten in 1599 een gebouwencomplex op, dat een centrum zou worden van hun missiewerk in Zuid-Amerika. De Iglesia Compañía de Jesús vormt het centrale gebouw. Met de stichting van het Colegio Máximo, waarin tegenwoordig de universiteit is ondergebracht, begon in 1613 de bloeiperiode van Córdoba. Verscheidene estancias – landelijke nederzettingen buiten de stad – moesten economische autarkie verzekeren en de inheemse bevolking, die op de velden en in de ateliers moest werken, in de christelijke gemeenschap opnemen. De indianen genoten een zekere economische zelfstandigheid. De estancias maakten deel uit van de indiaanse nederzettingen in de jezuïetenprovincie Paraguay. De grootste, de Estancia Santa Catalina, ontstond in 1622. Reeds in 1618 was de Estancia Caroya gesticht. Andere bij het werelderfgoed horende estancias zijn Jesús María (1618), Alta Gracia (1643) en La Candelaria (1643). Na de verdrijving van de jezuïeten in 17671768 werden de estancias geprivatiseerd.

Het 3600 km² grote schiereiland aan de Atlantische kust van Argentinië is in zijn geheel uitgeroepen tot wereldnatuurerfgoed. Het biedt vooral zeezoogdieren een beschermd leefgebied. Het grootste Argentijnse schiereiland, dat door de ongeveer 30 kilometer lange en slechts 5 tot 10 kilometer brede landengte van Ameghino met het vasteland is verbonden, vormt samen met de kustwateren de habitat van zeezoogdieren, die hier jaarlijks hun jongen ter wereld brengen. Vroeger werd intensief jacht gemaakt op de zuidkaper of Australische walvis, waardoor het bestand steeds verder achteruitging. Rondom het Península Valdés, waar ze van de lente tot december verblijven, hebben de meer dan 14 meter lange en meer dan 35 ton zware walvissen een veilig toevluchtsoord gevonden. In een beschermde zone aan de noordelijke kaap van het schiereiland leeft een reusachtige kolonie zeeolifanten. Deze imposante dieren zijn de grootste vertegenwoordigers uit de familie van de zeehonden. Op de kaap Punta Delgada bevindt zich een beschermde zeeleeuwenkolonie. Ook de vijanden van de robben, de orka’s, leven hier. Daarnaast treft men op Valdés magelhaenpinguïns en een honderdtachtigtal andere vogelsoorten aan, waaronder heel wat zeevogels.

De moeilijk toegankelijke stranden van het schiereiland vormen het leefgebied van de magelhaenpinguïns.

Het architectonisch werk van Le Corbusier zie bladzijde 39, de jezuïetenmissies van de Guaraní zie bladzijde 507


HET WERELDERFGOED

Cueva de las Manos aan de Río Pinturas Argentinië | jaar van inschrijving: 1999 Prehistorische rotsschilderingen bevinden zich in de ‘grot van de handen’. Ze getuigen van de culturele ontwikkeling van een van de vroegste samenlevingen van Zuid-Amerika. De 24 meter diepe en 10 meter hoge grot bevindt zich op halve hoogte in de kloof van de Río Pinturas in het zuiden van Argentinië. De grot dankt zijn naam aan de gesjabloneerde afdrukken van handen, die een groot deel van de spectaculaire afbeeldingen vormen. Bijzonder verhelderend zijn de afgebeelde jachttaferelen, waarop dieren in het nauw worden gedreven of in een hinderlaag worden gelokt of waarop met stenen jacht wordt gemaakt op dieren. Sommige jagers zijn alleen op weg, andere jagen in groep. De schilderijen werden vervaardigd met natuurlijke minerale pigmenten, zoals ijzeroxide, kaolien en mangaanoxide. Dankzij de beschermde ligging zijn de krachtige kleuren tot op vandaag bewaard gebleven. De afbeeldingen zijn wellicht van de jagers en verzamelaars die deze afgelegen streek van Patagonië lange tijd bewoonden tot de streek in de 17de eeuw bevolkt werd door de eerste Europese kolonisten. De rotsschilderingen zijn vermoedelijk vanaf de 12de eeuw v. Chr. ontstaan tijdens drie verschillende periodes.

Nationaal park Los Alerces

Nationaal park Los Glaciares

Argentinië | jaar van inschrijving: 2017

Argentinië | jaar van inschrijving: 1981

De in het nationaal park Los Alerces inheemse Chileense huemel (hippocamelus bisulcus) is met uitsterven bedreigd.

Het beschermde gebied is van vitaal belang voor enkele van de laatste samenhangende, nog grotendeels ongerepte Patagonische bossen. Het Parque Nacional Los Alerces bevindt zich in het noordoosten van de provincie Chubut in het Argentijnse deel van Patagonië op een gemiddelde hoogte van 900 meter. Het werd opgericht in 1937 ter bescherming van de laatste bestanden van de Patagonische cipres (Fitzroya cupressoides, Spaans: alerces) en beslaat momenteel een oppervlakte van 1883 km². In het middelpunt van de belangstelling staat de vegetatie: dicht, gematigd regenwoud, dat onder de rotsachtige Andestoppen overgaat in weilanden en gekenmerkt wordt door een altijdgroen, gematigd koud ecosysteem met een gemiddelde jaartemperatuur van 11 tot 12º C en een gemiddelde jaarlijkse hoeveelheid neerslag van meer dan 2400 millimeter. Het park vormt het leefgebied van een groot aantal met uitsterven bedreigde dier- en plantensoorten. De cipres groeit ongeveer 0,8 millimeter per jaar en kan tot 50 meter hoog worden. De oudste exemplaren in het park zijn naar schatting drieduizend jaar oud.

Qhapaq Ñan – het wegennetwerk van de Inca's zie bladzijde 495

Dit ongeveer 4500 km² grote nationale park met spectaculaire rotsmassieven, ijzige gletsjers en meren ligt in het hart van de Patagonische Andes. De dertien gletsjers van het park maken deel uit van de Patagonische IJsvlakte, die met ongeveer 15.000 km² de grootste samenhangende ijsmassa buiten het noord- en zuidpoolgebied vormt. De bekendste gletsjer is de 30 kilometer lange en 5 kilometer brede Perito Morenogletsjer, die afkalft in het Lago Argentino. Als een van de weinige gletsjers die vandaag nog aangroeien, snijdt hij elke drie tot vier jaar een zijarm van het Argentinomeer af, waardoor de waterspiegel van die arm tot 30 meter stijgt. Wanneer deze muur van ijs onder de enorme druk van het water bezwijkt, voltrekt zich een indrukwekkend natuurschouwspel: de opgestuwde watermassa’s doen een deel van het gletsjerfront barsten en banen zich een weg naar het meer. Andere landschappelijke hoogtepunten zijn de meer dan 3000 meter hoge, moeilijk te bedwingen granieten bergtop van de Cerro Torre en de Monte Fitz Roy in het noordelijke deel van het nationale park niet ver van het Lago Viedma. De fauna van het park wordt gedomineerd door een honderdtal vogelsoorten, waaronder darwins nandoes en condors.

De meeste rotsschilderingen in de grot aan de Río Pinturas (boven) bestaan uit kleurige afdrukken van linkerhanden (links).

Grote foto: de granieten bergtoppen van de Monte Fitz Roy in het nationaal park Los Glaciares. Daaronder: de gigantische Perito Morenogletsjer.

509


NOORD- EN MIDDEN-CHILI, MIDDEN-ARGENTINIĂ‹, URUGUAY

¤¤¼  ¼Â

 ™

‚

­

Â…

‚

Â?

•

Â?

• Š ˆ „ Â? Â

Â’ Â?

‰ ƒ

� †

†Ž‹… ­ € ‚ ­

Â…

„

Â?

Â

… ŽŽŠˆ ‘ …

‡‡ˆˆ

ƒ ’ … • „ ‰ � ’ …

 šÂ? ‹ —Œ —„ˆ  Â&#x; ÂŁ

„

ƒ

�  – … †‹‹ Š � • ƒ †ŒŒˆ – … ­  „ˆ �   � � • Š –

ˆ ‚ ††ˆŠ

„

™ƒ ™ €† †

– ƒ � ‰

› …Œ

Š

Â?

‚

Â?

„ˆ

Â

ƒ

†

†

‚ �

Â

‘ Š „

‡‹†‹

ˆ †‡Šˆ �

Â? ÂŒ — € Â?  † Š š ŠŒˆ Â

‡ Š Â? „ Â… Â…   ‚ ‰ š™ ƒ Š ƒ Â… ‰ŠŠˆ  Š Â?  †Â

Š ‚ � �   ­ €  ˆ �† ‡ … … ” ‰ ­ Š � Š  � ‚ €   ‚  •

Â? ƒ ’…ŽŒˆ“ Â

� � €  € … — „  � ­ ” ‡ ‹†‰ ‚

� „ � † ŠŒŽˆ ‡…ˆ… ††Œ‡ ’  †

‡

ˆ  š ’ † ŠŽ†Ž ‚ ­ ŠŠ ’Ž……‘“

Š ˆ

…‘†ˆ ‡ „   ŒŽ � „ • † ’ � ‚ ­ Š † � � … ˆ • ‚ „

 €

„ „ ­

‚

Š ­  Š‡Œ‘ ƒ …  †ˆŠˆ  ’ … ƒ …Žˆˆ Œ†‘ „ ­  ‚

Â?

‹  ’ ‚  ‘ Ž‹† Â

… ‹ € � Š ƒ Š …‡ˆ‹ ’†ŒŠˆ“ Œ ‹  � � •” ƒ �

­  › ‰ …    ‚˜ Š  …

Ž‹ŒŒ � ˆ ŽŒ‡ˆ

� ˆ �

Â… ŒŠ‹ Â’ Â… ˆ € ‡ ” ‰ ”“‰ ”  Â

‡Œ‹ˆ � � …ˆ…‘

Â?

  Œ

„

ƒ

‡ • ¢

‚

š›—œ

™š˜—

ZUID-AMERIKA

 ­

„ Š € – € –

 ˆ

Š ‡‘Ї

„

” ˆ ‡‹ˆˆ ˆ “  Â?  ƒ Â

„

„ˆ

„ˆ ‡ ˆ … �

„ˆ

Â

Â

‰‘‰Ž  — š Â

ƒ � ‚

‹ � …ˆ

ƒ � Š

‰ �“ � ЇŒˆ

Â

­

œ

Â

­

 ‚

ÂĽ

‡

‹

­

…ˆ…‡

Â?

…‡ŠŠ

‘ ”

ž—

Â

”Â&#x;

Â?

„ … … † …މ‰

…€ �  ‰‹‰‘

€

“

­ ­ € †

� ˆ

Â?

 € Â’ Â… ŽŒŒˆ Â

‚ ŠŒˆˆ

‚€

 Š ­

Â? Â?

‹˜——

 �

‹

…ŽŽˆ

Â

 � �

Â&#x;…“… ƒ

…‡…Š

† ­ €

Â?

� ƒ � ‚ ’Š  “ � �

†ŽŠˆ

Â

‚

€�

…ކˆ

„

­

‡ Â

Š

„

ˆ ‹ ‚

†

Â? œ ž ƒ Â&#x; —‘ ÂĄ

ƒ � � …€ �

–…

‚

ŽŒ…ˆ

‡Š‘Š

Â? Â

„ ‚ ­ ’…‹‹‘“

ƒ — …€ �

 �

 Â

 „ … …

­

–šžŠ

Â?

Â

Â?

Ž‘ŒŠ

Â

Â? Â?

Â

€

‰Ž†Ž

„ �

ƒ

Â?

­ ‚  � ‰‡‡‡   €  ” ‚ Љ‘ˆ ƒ † Š

­

 …€ �

Â? Â

­ €

 …€ �

‰ŽŒˆ

­ �

Â? Â?

Â? Â?Â? Â?

Â

ŠŒŽˆ Â

Ž‹‹Œ

ŠÂ

„ˆ ‚

­  Â

Š ‚

Â

‚

ƒ �

Â

‚

‚

Š…Šˆ

ƒ Â

Â

‹˜š—

Â

­ ’…‡‰Š“

Â?

Â

 �

ƒ

­

Š ­ €

Â?

ˆ ™ †

­

„ˆ ˆ ­ � † ­

Â? œ ž ƒ Â&#x; —‘ ÂĄ €

Â

‚

ƒ ™ ƒ

ކ‰‰

Â?

’ … Š

Â?

Â?

­

‚

’ … Š

 † ­™   „­ ­

Â&#x; † ­ ‚ † ‰‹‹‘

† Š Â

†  ‰Œ‹†   �  ™ ƒ Š

™

€  ­ … Š …Œ‘Ž

™ †

‡ ‚ ÂĄ ™ ™ ˆ ¢ Â? ˆ ‹ Â? Š „ ÂŒ Â

Š Â? ‡ ˆ ­ І ‚ ‰ Š  Â?  Â

‹  …†Š‹ ™ „ Â

€ ‰†Šˆ …†‡ˆ €

„ ­ ‘

‡ ” –€  ’ “  ƒ ‹ ‡  ƒ ƒ

Â

€ „

 ™

 Ž†ˆˆ ƒ Â

”

€ ­ ‡

‰ŒŒ‹ ­ –

Â?

‰ŽŠ‰

 ‰ˆŠ†

І‹‹

 ™ �

­ � ”

…‹†ˆ

‰

’ ˆ

† › ’Žˆ…ˆ“

€ “

Â…

‰ŠŽ†  ’…‹…Œ“

†…ŽŒ

• �

 ‚ Œ

„

Â?

• Â

Â

­ › � ­ ‰‰ŽŒ

„­

ƒ Â

 � ‰‰ˆˆ

ƒ

–

ŠŽ‡Š

€ ˆ �

Š

ƒ

 ­

Â

€

‰

ƒ

†

 … ‹ –

‰ˆŠŽ

ŽŒ‹ˆ  ‚ Â? Â

Â?

Â

Â

€

‰

Šˆ‹ˆ   ” › „

 ­ ‰‡‹‰

Â? Â Â

Â

Â

Â…

ЋЋ  ‚

™

­  �

Â?Â

�€

‰‡ˆˆ

Â? œ ž ƒ Â&#x; —‘ ÂĄ

Â

•

 ‚ �  ‚ š •

­

Â

ƒ ‹

Љ†…

Š •

–•

Â

Љ‘‹ Â

Â?

� ˆ

ž‹˜—

‰‹†ˆ

–•

Het op een weids heuvelland lijkende Braziliaanse Hoogland is bepalend voor het landschap van Uruguay. Dit berggebied en de subtropische vlakten worden afgewaterd door grote rivieren als de R RĂ­o Negro (met een gigantisch stuwmeer in de middenloop), de RĂ­o Uruguay en het rivierstelsel van de RĂ­o ParanĂĄ. Deze rivieren monden via de tot 200 km brede trechter van de R RĂ­o de la Plata uit in de „ ‚ Atlantische zuidelijke Oceaan. Het water blijft ‡ ˆ ™

ƒ tot in ƒ І Š Punta Piedras (ge bied bij ArgentiĂŤ) en Â

Tussen de 26ste en 35ste breedtegraad is de landschappelijke variatie in Zuid-Amerika bijzonder groot. In dit gebied ligt ten westen van de x Andes het in het Paleozoïcum ontstane Braziliaanse Schild, dat ooit een eenheid vormde met het Patagonische Schild. In het Mesozoïcum begon het land echter te verzakken. De schilden werden van elkaar gescheiden en er ontstond een enorme laagvlakte: de nu 600 tot 1000 km brede Pampa’s in ArgentiniÍ en de Gran Chaco, die zich uitstrekt � tot in Paraguay.

538

­

‹


NOORD- EN MIDDEN-CHILI, MIDDEN-ARGENTINIĂ‹, URUGUAY Andesgebergte gekenmerkt door een opMontevideo (Uruguay) zoet, maar wordt daarna klimaat uitstekend geschikt voor het verboueenstapeling van bergketens. Bij het ontstaan zoutig. De getijden behouden hun invloed tot wen van wijndruiven en de teelt van groente van de Andes werden niet alleen landmassa’s in Buenos Aires, waar de oevers van de monen fruit. opgestuwd en geplooid, maar ook in het gedingstrechter al 50 km uit elkaar liggen. De centrale en noordelijke x Andes zijn taDe graslanden en het lichte oerwoud van de melijk complex van structuur. Ten zuiden van bergte zelf vonden verschuivingen plaats. Gran Chaco worden primair gebruikt voor de de Chileense hoofdstad Santiago wordt de Midden-Chili ligt in de overgangszone tussen veeteelt, terwijl op de Pampas ook akkerbouw Andes door de vruchtbare Valle Central geeen gematigd subtropisch klimaat, dat op deze wordt bedreven. In de Argentijnse regio Menbreedtegraden aan beide zijden van de Andes scheiden in een bergketen langs de kust en het ­ € ˆ Â… en een woestijnachtige droogte in het heerst, doza, op de oostelijke uitlopers van de Andes, hoofdgebergte met de Aconcagua Â? (6959 m), Â&#x; ” „ ” ™–…  Verder waar Â? Â? noorden, de invloed van de koude Hum- en in de ÂŤ Valle Central (aan de andere kant de hoogste berg van Zuid-Amerika. ­ ” † ‡ ‹ ™ ™ Š naar het noorden wordt de oostrand van het van het hooggebergte) is het subtropische boldtstroom duidelijk merkbaar is.  Â? Â? ­ Â? ‚

¤¤¼  ¼

Œ � ‚

™ ƒ  �  Š”

• –… ™ Â… Â&#x;   †  ˆ ÂŒ Â? Â? ‹ Š Â? ­€ Â?Â

Â&#x; ” „ ” ™–… ˆ ‰ ˆ Â?

– � ­€ �

¤¤¼  ¼ ‹

Š

–

Â…

ž  ‚ ‹ ª

Â?

ƒ ÂŞ

… ’ … € ™ ¨ ‰ ˆ � ƒ‚ „ ‡

‹ ª „ …

ƒ † • „ ƒ‚ � ƒ‚ � ‹ Š” ” † ˆ � Š

ƒ �

ž ž

™„ ’ €

œ–

� ˆŒ � � š ™ ¨ �

‚ Â? ƒ ÂŞ Â&#x; Â? ˆ ­ ž Â… Š ˆ Â…

­ „­ € • Â

‹ … ˆ І

… ‡ ‹ ­ ™ ’ ˆ

ž  ” � �

™ ™ � �

­ �

‹  Â? ƒ  Œ ‚ Â? ­ Â… ÂŒ Â? Â?™– Â

‹ ª Â’ Â… € ‚ ƒ ™ Â? ˆ ™„

™ ÂŞ ‚  ƒ ™ ™ ™ ‚  Â? Â?

‚ � �  � ­ ƒ‚ „

ˆ ‡ ¤ – � ™ ™

‹ • ƒ ™ ¨ ‘ ”

Â&#x; Â? ‡ ˆ ‰

� €  Š” … „ ‡ † Š  ­ ‡

‰

„ ’ † ­ € � ƒ …

† ­ €

‹ ª „ …

ƒ †  � Š –…  †

ž Â

„  ‚ … ‘

‹

 ˆ ˆ „ • ƒ‚ � § � ¤ ƒ‚ � ‹ Š”

‹ ‹ Â

œ– � ‚

” † Š � ‚ – ƒ Š” ­  ‚ † � ‚ † ™ ™ ƒ ˆ

‚ � Š

Š ­€ Â?Â

ž Â? € ‚ Â? Â? ­ Â

… � ƒ ‹  ž ž Ž

€

­ �

ƒ ™

™„ Â’ ÂŒ Â? Â&#x; Â? Â? Â? Â? Â? † Â’ € ­ ˆ ƒ‚ ‹ Â? ” – Â? ­ Â…

œ– š ’

� ƒ “ ƒ ˆŒ ƒ ­ “

”

™ ¨

­€ � ‘ �� € ¤ ¤

š ‚ Â?Â

‹ ‹ Â&#x; Â? ˆ ÂŒ ­ ž – € Š

‘ ‰ ­ ‡

‰ ˆ  … ™� ƒ �

І … ˆ  † ‹ Š  ’™ …

ž „ ‹

Â? Š ž ­ Â’ ‚ Š ˆ Â’ Â

”

™ ™ � � ¤

… „ †“ ˆ ­

‹  � Š

� … „ Œ

™  ­ �

Â?™– Â

 „ ƒ € �†

Š ƒ ™‹  ™  Â? ˆ § Â… ™„ ƒ Â’ „ ‡ ƒ Š  ™ ™ ÂŞ

Š

Â…Â

‡ „ ¤ – „ „ ƒ ƒ ÂŚ Â

ž ˆ Â&#x; Â? Š ˆ  ƒ‹† ƒ Š  „… € ­

“‹€ ˆ  � ‰ ž ¨ ‹€ ˆ

Š ˆ ˜ ‚ ƒ

„

’ † ’ž “ “ ‡ ­ € � ™ …

™

ž ­ € –  † ‹ �

‹ †

„ ‡ ‹

� Š ‹  ˆ „… ž  ‹

Â

„ ‚ “‚

Â?

€

Â?

Â…

­

Â?

Â

€

Â?

ˆ � ƒ‚ „

Â

ƒ‚ „

ƒ

Â?

Â?

Â

­

Â?

� ™ ™ ‡ ˆ

™ ˆ

ˆ „ ÂŁ

‰Œ § � ¤ ­ œ–

Š … ˆ

ˆ ˆ ™ ˆ – ƒ ˆ

… Š Š … ‚ „ ‡ Š � € ‚ ‹ …­ � � ­ ‹  Š ž

ƒ � † ž Ž

‹ ‡ ˆ

ˆ Â&#x; •

 ŒŠ �“ ˆ ’ …

 � � † � � � † ‡

Â? ” ƒ‚  ˆ ” ‹™ Š Â&#x; Â?” Â… ­ ‡ ž š ƒ „ Â

 ƒ “ Â

ž

ž ƒ ƒ

ž … ž  ’ € Š”

‘ �� € ¤

ƒ �

¤

‹ † ÂŤ ÂŒ Â

Â… – † ‚  Â

ž ‘ ‰ � � €

† ‹ Š Â

Š ’ …

ž � � ‡ � ’™ ƒ „  † Š ž  ‚ „ ‹

Â?

‹ ‡ …

†

� ‚ Š ˆ ‡ ‚ ‡

� � � �ƒ €” �

… „ ž ¨ ¤ ­ ­ •

Â?

ž

‰ ˆ „ … „

™ Â

† „ † ‰ ˆ � �

ž ƒ ­ ‘

ƒ ÂŤ Â? Â

­ …

ƒ � „

ƒ

Š  —˜ ƒ ˆ

™ ™  ƒ ™‹  ™ ÂŞ Â…

§ … ‡ “

 ’ …  Š

ƒ ™ ­ ­ ƒ „ ‡ ƒ Š

­ Â…Â

 ŠŒ „ � “ Š

ž € ˆ ƒ ‚ ‹ ÂŚ  … ˆ ­ Â?

ž ˆ � Š „ …

Â? Â…

™

­

‡ Ž  ƒ‹† �

Š­ ƒ Š  �

–

ž ¨ ­ ‚ … ­ „… € “‹€ ˆ  � ‹€ ˆ

Š ˜ ‚ ‚ „ •

’ž “ “ ‡

Â…

… € ™ ˆ ‡ ­ … … ‡

™

Â’

ž ­ € ÂŒ — Â’ Â… ” Â

„ ž ‹

Â?  ª ÂĄ Š¢ Š ÂŒ ÂŽ Š € ‹ † ­ Â? Â? Â… Â?ˆ Š

‹ ƒ Š”­

‹  � ‚ –

­ Â

Â?

Â…

‘ € �

‰Œ

‹  ˆ

Â?

‘ �

€

Â?

­  Â

Â?

€

‚

ˆ

Œ ‚–

ˆ–

Â

Â?

Â…

‡

Â’

Â?

€

Â?

‚ �

Â?

Œ

� ˆ

Â

™

†

Â?

 ª   … ƒ ”Â&#x;

ž

Â?

ƒ

‰

Œ ‚–

ZUID-AMERIKA

Â?

Â’ Â?

‡

­

€

    Â? Â

Š ‡ „ Â

� � „ ž ¨

ž

ž ƒ ÂŤ ƒ ÂŞ Â… Š

ž � �

Â? Â?

Â?

„ †

… „ …

Â?

Â

ž

ž ž

Â?

Â?

� � ‰ ˆ �

Â

Â

Â

Ž ‚ †

 �

ž

Â

† ‚

ž

Â

ˆ ”

… Š ­

‘  �

�€

‹ ‡ ˆ

Â

�ˆ

 † ’ Š –  � �   † ‰ ƒ† … Š Š … � Š  ‹ ’ ˆ Š ˆ „ �  Š ‚ Š ƒ � ‡

 ‚ … � ­ Š „ ‡ ˆ

­ “ †

ƒ Â? ”  ‰ € Â’  ƒ Â… Â? Â’ ƒ І Š ƒ ­ ‡ Â’  Â? † Â? „   … ­ Â&#x; Â?” Â… ­ ‡ ž

ƒ Â

Š

‘  � … ž ­

 ­ ‘ „ˆ ­  ž … ƒ ž  ™ ­ ” Š

ƒ € Â&#x;  ” „ Â… ƒ Š Â?

Â’ Â…

 † Š  … ƒ… � ƒ  � ” � ­ ˆ ƒ Š Š ‡ ƒ €  ˆ

™ ƒ ƒ† … Š ‹ … Š ­ ‡ � ƒ  �

ž ­

Â…

– … Œ š ƒ � • � ˆ Œ

„ �

‡ ƒ ™ ‡ … Š ‘ ­

 Š � ‚

’ † † ˆ Š ƒ � † ‚ ‰… ­  �

… € …

†

ˆ

­ … ˆ � Š ­

Â&#x;ˆ „ Â?

� –  Š

‚ “

‡  ­

ƒ €” „

ˆ ‹ � ’ … ’ � „ … „ ƒ ˆ ˆ  � � € � ­ ‹ ‚ � ‚  €† � € ƒ

ƒ  ‰ ‹ � ƒ – ” ˆ � † �  •

ˆ †Š‡ Š

… † †

ƒ „ € �

… „ ’ … „ „ • ‚ … �  †

ƒ Â

­

‚ ™ Š • ‚ ˆ ƒ �  … ƒ

ˆ  ‚

‚ Â? Â

ˆ

­ ˆ „  ŠŒ ƒ € ” Œ† … ƒ

€† †  ƒ ‹ ‹ ƒ

� ‰ ƒ … Š”

 … � ƒ �  Š Š †  ‰ …

� š ƒ

�  ‡ Ž

Š­ Â’ Â…  †“ ƒ –œ­ ­ Â… Šƒ Â… ‡ † ƒ Â

� ’ € “ ­   Œ …  †

‰  € –  ­ … €

 € ‡ ’ ‡ „ � „ ‡

ÂŁ ÂŒ —

ŒŽ � Š „ … … ˜— „ € � � ž ” Œ Žƒ ‹ �ˆ Š „Š

�   € � †

­  ‘ �

ƒ ‚  … ­ ‡ ™  Š– ‡

Š

­ ˆ… „Š  † � ­  ‚ ‚ ‡ Š –  †

Â

539


FOTOVERANTWOORDING/COLOFON Huansong; S. 450 C/R.Creation; S. 451 G/Abraham Nowitz; S. 451 C/Frank Bienewald; S. 451 C/Luca Tettoni; S. 451 C/Frank Bienewald; S. 451 G/Murali Aithal; S. 451 G/Jenner Images; S. 452 C/Frédéric Soltan; S. 452 Look/Brown Cannon; S. 452 C/Jose Fuste Raga; S. 452 M/Alamy; S. 452 Look/age; S. 452 C/James Sparshatt; S. 453 M/Robert Harding; S. 453 C/Paul Panayiotou; S. 453 C/Paul Panayiotou; S. 453 G/Sara; S. 453 G/Majority World; S. 453 M/Alamy; S. 454 G/Nigel Pavitt; S. 454 M/John Warburton-Lee; S. 454 C/Keren Su; S. 454 C/Matthew Williams-Ellis; S. 454 C/Martin Moxter; S. 454 M/Robert Harding; S. 455 G/Timothy Allen; S. 455 G/Antonia Tozer; S. 455 C/Wang Peng; S. 455 M/Robert Harding; S. 455 G/ Feng Wei; S. 455 G/Tuul & Bruno Morandi; S. 456 C/Günter Lenz; S. 456 G/Zheng Long; S. 456 C/Ivan Vdovin; S. 456 C/Song fan; S. 456 C/Wang Miao; S. 456 C/Guo Jian She; S. 457 C/Alan Copson; S. 457 G/Franck Guiziou; S. 457 C/Zhao lei bj; S. 457 G/Macduff Everton; S. 457 G/Urs Blickenstorfer; S. 458 G/Li Jingwang; S. 458 C/Yu Chu Di ; S. 458 G/Karl Johaentges; S. 458 G/Andre Distel ; S. 458 C/Demetrio Carrasco; S. 458 G/Luis Castaneda ; S. 459 Look/age; S. 459 G/RedChopsticks; S. 459 G/View Stock; S. 459 M/Alamy; S. 459 G/Sundancer; S. 459 G/View Stock; S. 460 G/Yongyuan Dai; S. 460 C/Liu Liqun; S. 460 G/Andy Brandl; S. 460 G/Adam Jones; S. 460 C/xPACIFICA; S. 460 M/Alamy; S. 461 C/Liu Xu; S. 461 Look/Karl Johaentges; S. 461 C/Bruno Morandi; S. 461 G/Imagemore; S. 461 G/Liuliming; S. 461 G/View Stock; S. 462 G/Nutexzles; S. 462 C/Frank Krahmer; S. 462 M/SuperStock; S. 462 M/Thomas Marent; S. 462 C/Frank Krahmer; S. 462 Look/Minden Pictures; S. 463 G/Christian Kober; S. 463 C/Redlink; S. 463 C/Rob Howard; S. 463 G/Sino Images; S. 463 C/Andreas Brandl; S. 463 C/AStock; S. 464 M/Danita Delimont; S. 464 C/Qin Qing; S. 464 G/Jakob Montrasio; S. 464 C/Victor Fraile; S. 464 G/Steve Peterson ; S. 464 G/fototrav; S. 465 G/Colin Monteath; S. 465 G/John Hicks ; S. 465 C/Shigeki Tanaka; S. 465 G/Imagemore; S. 465 C/Wolfgang Kaehler; S. 466 C/Jon Hicks; S. 466 G/Werner Forman; S. 466 M/Alamy; S. 466 C/Jang Man Dong; S. 466 G/José Fuste Raga; S. 466 C/Tony Waltham; S. 467 C/Topic Photo Agency; S. 467 C/Topic Photo Agency; S. 467 G/JongYoung Kim; S. 467 G/Jeremy Horner; S. 467 G/Sungjin Kim; S. 467 C/Topic Photo Agency; S. 468 C/Massimo Borchi; S. 468 C/Topic Photo Agency; S. 468 C/Michael Runkel; S. 468 Look/EuroCreon; S. 468 C/Topic Photo Agency; S. 468 C/Wolfgang Kaehler; S. 469 G/UIG; S. 469 C/Daryl Benson; S. 469 G/Jon Sheer; S. 469 G/Chiara Salvadori; S. 469 G/MIXA; S. 469 C/Michele Falzone; S. 470 M/Alamy; S. 470 C/Floris Leeuwenberg; S. 470 C/Rudy Sulgan; S. 470 G/JTB Photo; S. 470 G/MIXA; S. 470 C/Steven Vidler; S. 471 C/Peter Adams; S. 471 G/Coolbiere photograph; S. 471 G/George Pachantouris; S. 471 G/Keiichi Takita; S. 471 C/Ben Pipe; S. 472 C/Amanaimages; S. 472 C/B.Schmid; S. 472 G/JTB Photo; S. 472 G/Kaoru-Nakayama; S. 472 M/Alamy; S. 472 M/Hideki Minewaki; S. 473 C/Amanaimages; S. 473 M/United Archives; S. 473 G/Anek; S. 473 C/Jochen Schlenker; S. 473 C/Thom Lang; S. 473 G/Tom Cockrem; S. 474 M/Nathalie Cuvelier; S. 474 G/John W Banagan; S. 474 M/Alamy; S. 474 G/Kanate Chainapong; S. 474 C/Jose Fuste Raga; S. 474 G/Katie Garrod; S. 475 G/Romain Cintract; S. 475 C/Jose Fuste Raga; S. 475 G/SPC#JAYJAY; S. 475 Look/Arnt Haug; S. 475 G/Yojiro Oda; S. 475 C/Daniele Falletta; S. 476 C/Felix Hug; S. 476 G/Tom Mchugh; S. 476 C/Christian Kober; S. 476 C/Luca Tettoni; S. 476 G/Michele Falzone; S. 476 C/Zhang Jianhua; S. 477 C/Romeo Ranoco; S. 477 C/Michael Runkel; S. 477 C/Alex Robinson; S. 477 C/Dave Fleetham; S. 477 G/Manfred Gottschalk; S. 477 C/Frank Lukasseck; S. 478 A/ Rob Cottle; S. 478 C/Jack Kurtz; S. 478 M/Prisma; S. 478 C/Anup Shah; S. 478 G/Ch‘ien Lee; S. 478 G/Jeff BrownPhoto Images; S. 479 M/Eric Nathan ; S. 479 M/Robert Harding; S. 479 C/Konrad Wothe; S. 479 G/Kimberley Coole; S. 479 C/ Angelo Cavalli; S. 479 G/Cyril Ruoso; S. 480-481 C/W. Perry Conway ; S. 481 C/Colin Monteath; S. 482 Look/Holger Leue; S. 482 M/Alamy; S. 482 G/Peter Walton; S. 482 G/Auscape ; S. 482 C/Steve Parish; S. 482 G/Sara Winter; S. 483 Look/ Per-Andre Hoffmann; S. 483 M/Alamy; S. 483 C/Peter Essick; S. 483 G/Davidf; S. 483 G/Andrew Watson; S. 484 C/Jose Fuste Raga; S. 484 C/Macduff Everton; S. 484 C/Nick Rains; S. 484 G/Sara Winter; S. 484 C/George Steinmetz; S. 484 G/ Rodger Klein; S. 485 C/; S. 485 Look/Guenther Bayerl; S. 485 G/William West; S. 485 G/Peter Walton; S. 485 G/Ignacio Palacios; S. 485 M/Alamy; S. 486 M/Alamy; S. 486 G/Philip Game; S. 486 C/Keren Su; S. 486 M/John Warburton-Lee; S. 486 C/Bettmann; S. 486 M/Michael Runkel; S. 487 G/Julie Fletcher; S. 487 C/Tui De Roy; S. 487 C/Ben Pipe; S. 487 G/Byron Tanaphol Prukston; S. 487 C/Robert Holmes; S. 487 M/Marco Casiraghi; S. 488-489 M/Alamy; S. 489 M/Andrew Forsyth; S. 490 C/Massimo Borchi; S. 490 C/Doug Pearson; S. 490 C/Massimo Borchi; S. 490 M/Robert Harding; S. 490 Look/age; S. 490 C/Peter Adams; S. 491 C/Michele Falzone; S. 491 Look/Photononstop; S. 491 C/Sebastien Cailleux; S. 491 M/Alamy; S. 491 C/Mauricio Abreu; S. 491 C/Mauricio Abreu; S. 492 L/Pierre Bessard; S. 492 M/Michael Runkel; S. 492 G/Franck Guiziou; S. 492 C/George Steinmetz; S. 492 M/Michael Runkel; S. 492 M/Michael Runkel; S. 493 G/Shaen Adey; S. 493 M/ Alamy; S. 493 M/Thonig; S. 493 C/Michele Falzone; S. 493 M/Urs Flüeler; S. 493 M/Alamy; S. 494 C/Oliviero Olivieri; S. 494 C/Wolfgang Kaehler; S. 494 G/Bill Bachmann; S. 494 C/Riccardo Spila; S. 494 C/Riccardo Spila; S. 494 Look/age; S. 495 C/Eiko Jones; S. 495 Look/Robin Laurance; S. 495 C/Peter Langer; S. 495 C/Sandro Vannini; S. 495 C/George Steinmetz; S. 495 Look/age; S. 496 G/Hisham Ibrahim; S. 496 G/The Bridgeman Art Library; S. 496 C/Sandro Vannini; S. 496 C/Jose Fuste Raga; S. 496 M/Alamy; S. 497 G/Maremagnum; S. 497 C/Michael Freeman; S. 497 C/Jochen Schlenker; S. 497 G/Underwater & Nature Photography; S. 497 M/Fabian von Poser; S. 497 C/Momatiuk - Eastcott; S. 498 C/Guido Cozzi; S. 498 C/; S. 498 G/Timothy Allen; S. 498 L/Michael Martin; S. 498 C/Frans Lemmens; S. 498 M/SuperStock; S. 499 C/Bruno Morandi; S. 499 C/Aldo Pavan; S. 499 M/Nigel Pavitt; S. 499 C/George Steinmetz; S. 499 G/Jaccod; S. 499 C/Yann Arthus-Bertrand; S. 500 M/Alamy; S. 500 M/Alamy; S. 500 M/Alamy; S. 500 C/Frans Lanting; S. 500 M/Rene Mattes; S. 500 M/Alamy; S. 501 G/Ahmed Ouoba; S. 501 M/Alamy; S. 501 M/Alamy; S. 501 C/Thomas Mangelsen; S. 501 G/Michael K. Nichols; S. 501 M/Minden Pictures; S. 502 M/Africa Media Online; S. 502 M/Alamy; S. 502 G/MyLoupe; S. 502 M/Alamy; S. 502 M/Alamy; S. 502 M/Alamy; S. 503 C/Anup Shah; S. 503 C/Anup Shah; S. 503 G/Anup Shah; S. 503 C/Ijaz Bhatti; S. 503 M/Gerard Lacz; S. 503 Kevin O Rourke ; S. 504 G/Anup Shah; S. 504 M/Alamy; S. 504 G/Oxford Scientific; S. 504 G/David Santiago Garcia; S. 504 M/Alamy; S. 505 M/Alamy; S. 505 M/Alamy; S. 505 G/Anup Shah; S. 505 M/age; S. 505 Look/age; S. 505 Look/age; S. 506 C/Toby Adamson; S. 506 M/Gilles Barbier; S. 506 M/Alamy; S. 506 M/age; S. 506 Look/age; S. 506 G/Michael Runkel; S. 507 G/Zacharias Abubeker; S. 507 Look/age; S. 507 M/Alamy; S. 507 C/Andrew McConnell; S. 507 G/ Richard Du Toit; S. 507 M/Prisma; S. 508 G/Ariadne Van Zandbergen; S. 508 M/age; S. 508 C/Paul Souders; S. 508 G/Nigel Pavitt; S. 508 G/Jennifer Watson; S. 508 M/Bernd Zoller; S. 509 M/Alamy; S. 509 G/Andrew Peacock; S. 509 C/Frans Lanting; S. 509 C/Richard du Toit; S. 509 C/Jim Zuckerman; S. 510 C/Nigel Pavitt; S. 510 G/Steve Corner; S. 510 Look/Hauke Dressler; S. 510 G/Nigel Pavitt; S. 510 M/Ingo Boelter; S. 510 Joost De Raeymaeker; S. 511 G/Ariadne Van Zandbergen; S. 511 A/Ariadne Van Zandbergen; S. 511 M/GillesBarbier; S. 511 M/Minden Pictures; S. 511 C/David Fettes; S. 511 G/G. Sioen; S. 512 C/Frans Lanting; S. 512 G/Sergey Gorshkov; S. 512 C/Martin Harvey; S. 512 C/Patrick Dieudonne; S. 512 M/Alamy; S. 513 M/Africa Media Online; S. 513 G/Mark Harris; S. 513 M/Alamy; S. 513 C/Tim Hauf; S. 513 M/Alamy; S. 513 C/Martin Harvey; S. 514 G/Emil Von Maltitz; S. 514 C/Thomas Marent; S. 514 C/Jelger Herder; S. 514 C/Roger de La Harpe; S. 514 G/Martin Harvey; S. 514 G/Heinrich van den Berg; S. 515 G/Sylvain Grandadam; S. 515 M/Alamy; S. 515 C/Konrad Wothe; S. 515 C/Peter Langer; S. 515 M/Alamy; S. 515 C/Martin Moxter; S. 516-517 C/Ron Watts; S. 517 C/Michael Wheatley; S. 518 G/Klaus Nigge; S. 518 G/Ron Erwin; S. 518 C/Peter Mather; S. 518 C/Ron Watts; S. 518 C/Ron Erwin; S. 518 C/Darwin Wiggett; S. 519 G/Philippe Henry; S. 519 C/Yves Marcoux; S. 519 M/Alamy; S. 519 C/Darwin Wiggett; S. 519 M/Alamy; S. 519 M/Alamy; S. 520 C/William Manning; S. 520 C/Jonathan Blair; S. 520 C/Kitchin and Hurst; S. 520 C/Spaces Images; S. 520 M/Alamy; S. 520 C/Ocean; S. 521 Huber/Susanne Kremer ; S. 521 G/Cornelia & Ramon Doerr; S. 521 G/ Michael Melford; S. 521 G/Jeff R Clow; S. 521 C/Micha Pawlitzki; S. 521 M/Alamy; S. 522 C/Momatiuk - Eastcott; S. 522 C/George H.H. Huey; S. 522 C/George H.H. Huey; S. 522 C/Michele Falzone; S. 522 C/Rolf Hicker; S. 523 G/Steven Kazlowski; S. 523 C/George H.H. Huey; S. 523 C/Richard A. Cooke; S. 523 M/Alamy; S. 523 Look/age; S. 523 G/Adam Jones; S. 524 G/Farrell Grehan; S. 524 Look/age; S. 524 G/Panoramic Images; S. 524 M/Alamy; S. 524 C/Tim Laman; S. 524 G/ Donald Nausbaum; S. 525 G/Feargus Cooney; S. 525 G/Art Wolfe; S. 525 G/Richard A Cooke III; S. 525 M/Alamy; S. 525 G/Bill Hatcher; S. 525 C/Massimo Borchi; S. 526 C/Marilyn Angel Wynn; S. 526 G/Mockford & Bonetti; S. 526 Look/Reinhard Dirscherl; S. 526 C/George H. H. Huey; S. 526 C/George Steinmetz; S. 526 G/Kevin Schafer; S. 527 C/Rob Tilley; S. 527 M/Alamy; S. 527 C/Danny Lehman; S. 527 C/Spaces Images; S. 527 Look/Spaces Images; S. 527 C/Danny Lehman; S. 528 C/R. Ian Lloyd; S. 528 G/G. Dagli Orti; S. 528 M/Alamy; S. 528 C/Jose Fuste Raga; S. 528 C/Notimex; S. 528 M/Alamy; S. 529 M/Alamy; S. 529 M/Alamy; S. 529 G/Robert Frerck; S. 529 M/Alamy; S. 529 C/Ocean; S. 529 C/Richard A. Cooke; S. 530 M/Alamy; S. 530 C/Jose Fuste Raga; S. 530 M/Alamy; S. 530 C/Emilie Chaix; S. 530 M/Florian Kopp; S. 530 G/AFP Contributor; S. 531 G/Alexandra Draghici; S. 531 M/Cultura; S. 531 C/Oliver Lucanus; S. 531 M/Alamy; S. 531 G/Jeremy Woodhouse; S. 531 M/Jutta Ulmer; S. 532 G/Macduff Everton; S. 532 M/Alamy; S. 532 G/Panoramic Images; S. 532 C/Danny Lehman; S. 532 C/Norbert Wu; S. 533 G/Matthew Micah Wright; S. 533 C/Thomas Marent; S. 533 C/Jeremy Woodhouse; S. 533 C/Peter Langer; S. 533 C/Diego Lezama Orezzoli; S. 533 M/Alamy; S. 534 G/Mark Conlin; S. 534 C/Frans Lanting; S. 534 G/Alfredo Maiquez; S. 534 M/Egon Bömsch; S. 534 C/Konrad Wothe; S. 534 M/Alamy; S. 535 C/Frank Lukasseck; S. 535 G/Gregory Basco; S. 535 C/Danny Lehman; S. 535 M/Alamy; S. 535 C/Grand Tour; S. 535 C/Jon Arnold; S. 536 C/Jane Sweeney; S. 536 C/Peter Adams; S. 536 M/Alamy; S. 536 G/Jane Sweeney; S. 536 C/David Fleetham; S. 536 C/Jane Sweeney; S. 537 G/James P. Blair; S. 537 C/Philip Friskorn; S. 537 M/GTW; S. 537 M/Reinhard Dirscherl; S. 537 C/Doug Pearson; S. 537 G/Michael Runkel; S. 538 G/Michele Falzone; S. 538 G/Banana Pancake; S. 538 G/Franck Guiziou; S. 538 M/Alamy; S. 538 C/George H.H. Huey; S. 538 M/Alamy; S. 539 G/Enzo Figueres; S. 539 G/The Colombian Way Ltda; S. 539 C/Tom Vezo; S. 539 M/Alamy; S. 539 G/Borut Furlan; S. 539 M/Alamy; S. 540 G/Steve Winter; S. 540 C/Gabrielle & Michel Therin-Weise; S. 540 G/Mac99; S. 540 Look/Per-Andre Hoffmann; S. 540 M/John Warburton-Lee; S. 540 C/Peter Langer; S. 541 M/Alamy; S. 541 M/Alamy; S. 541 C/Rob Howard; S. 541 C/Pablo Corral Vega; S. 541 C/Wigbert Röth; S. 541 C/DLILLC; S. 542 C/Tim Davis; S. 542 C/Patrick J. Endres; S. 542 C/Laurie Chamberlain; S. 542 C/Alex Robinson; S. 542 C/Frans Lanting; S. 543 C/Peter Langer; S. 543 C/John Coletti; S. 543 M/Diversion; S. 543 C/Danny Lehman; S. 543 C/Pablo Corral Vega; S. 543 G/Hervé Hughes; S. 544 G/Christian Perez; S. 544 M/Alamy; S. 544 C/Ritterbach; S. 544 C/Zhang Chuanqi; S. 544 C/Ian Trower; S. 544 M/Robert Harding; S. 545 G/Marko Stavric; S. 545 M/Robert Harding; S. 545 M/Alamy; S. 545 G/Marko Stavric; S. 545 M/Urs Flüeler; S. 546 C/Kevin Schafer; S. 546 Look/Minden Pictures; S. 546 C/Piotr Naskrecki; S. 546 M/Alamy; S. 546 M/Alamy; S. 546 C/Pablo Corral Vega; S. 547 G/Gonzalo Azumendi; S. 547 C/Luciano Candisani; S. 547 G/Ruy Barbosa Pinto; S. 547 C/Diego Lezama Orezzoli; S. 547 C/Alex Robinson; S. 547 G/Roberto Peradotto; S. 548 Look/Minden Pictures; S. 548 C/Alex Robinson; S. 548 C/Silvana Guilhermino; S. 548 C/Massimo Borchi; S. 548 G/John W Banagan; S. 548 G/Gonzalo Azumendi; S. 549 C/Ian Trower; S. 549 Look/age; S. 549 C/Gabrielle & Michel Therin-Weise; S. 549 G/Theo Allofs ; S. 549 C/Theo Allofs; S. 550 G/Mauro Pimentel; S. 550 C/Jon Hicks; S. 550 C/Demetrio Carrasco; S. 550 C/Massimo Borchi; S. 550 C/Gabrielle & Michel Therin-Weise; S. 551 C/Luciano Candisani; S. 551 M/Alamy; S. 551 M/Alamy; S. 551 M/Alamy; S. 551 C/Diego Lezama Orezzoli; S. 551 C/Jeremy Woodhouse; S. 552 G/Luis Davilla; S. 552 M/ Christian Heinrich; S. 552 M/Minden Pictures; S. 552 M/Florian Kopp; S. 552 M/Alamy; S. 552 G/Luis Davilla; S. 553 M/Alamy; S. 553 C/Christian Vorhofer; S. 553 C/Jeff Vanuga; S. 553 M/Alamy; S. 553 C/Adam Burton; S. 554 Look/Daniil Korzhonov; S. 555 M/Alamy; S. 556 M/CuboImages; S. 556 G/Ed Norton; S. 557 Look/Aurora Photos; S. 557 Look/Sabine Lubenow; S. 558 Look/age; S. 558 M/Prisma; S. 559 G/Guy Vanderelst; S. 559 G/Mariusz Kluzniak; S. 560 M/Alamy; S. 560 Look/ Robertharding; S. 561 M/Jose Fuste Raga; S. 561 G/Gil Azouri; S. 562 G/Swasti Verma; S. 562 G/Sanchai Loongroong; S. 563 G/Niti Chuysakul; S. 563 C/King William Pine; S. 564 G/Bernard Grua; S. 564 M/Alamy; S. 565 M/Alamy; S. 565 G/ Robin Moore; S. 566 G/Matteo Colombo; S. 566 C/Momatiuk - Eastcott; S. 567 C/Peter Langer; S. 567 G/Joel Sartore; S. 568-569 C/Grambo Photography; S. 569 G/Ignacio Palacios; S. 570 M/Werner Dieterich; S. 570 M/Danita Delimont; S. 571 G/Martin Strmiska; S. 571 G/Deb Snelson; S. 572 M/Christian Handl; S. 572 M/Alamy; S. 573 G/joloei; S. 573 M/Alamy; S. 574 C/Frans Lanting; S. 574 G/Roman Kharlamov; S. 575 G/Stuart Westmorland ; S. 575 M/Alamy; S. 576 G/Marcus Siebert; S. 576 G/Celso Mollo Photography; S. 577 M/Alamy; S. 577 G/Ron Watts; S. 578-579 G/Maurizio Rellini; S. 579 C/Wolfgang Deuter; S. 580 C/Popp-Hackner; S. 580 Look/Photononstop; S. 581 Look/Heinz Wohner; S. 581 G/Oscar Bjarnason.

www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: redactie.toerisme@lannoo.com. Concept: Wolfgang Kunth Tekst Atlas: Manuela Blisse & Uwe Lehmann, Peter Daners, Christian Gehl, Christine Hamel, Bernd Helms, Dr. Siegmar Hohl, Dr. Bernhard Jendricke, Marlis Kappelhoff, Barbara Kreißl, Angelika Kunth-Jakobs, Frank Meinshausen, Michael Schaeffer, Daniela Schetar, Trudie Trox, Iris Ottinger Tekst Unesco: Natascha Albus, Heike Barnitzke, Catrin Barnsteiner, Monika Baumüller, Gesa Bock, Arno Breckner, Klaus Dammann, Klaus A. Dietsch, Michael Elser, Dietmar Falk, Werner Fiederer, Robert Fischer, Petra Frese, Ute Friesen, Winfried Gerhards, Martina Gschließer, Maria Guntermann, Ulrike Köppchen, Dr. Steffen Krämer, Brigitte Lotz, Angela Meißner, Werner Morgenrath, Norbert Pautner, Dr. Ulrike Prinz, Dr. Jürgen Rapp, Ingrid Reuter, André Ruo, Monika Sattrasai, Dr. Susanne Scheffler-Gerken, Dr. Hans-Wilm Schütte, Eckard Schuster, Ingrid Suvak, Dr. Marcus Würmli Vertaling: Christelle Bogaert, Stijn Deblauwe Opmaak: Peter De Bock Oorspronkelijke titel: Das UNESCO Welterbe - Atlas & Lexikon © Kunth Verlag GmbH & Co. KG, München, Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 © Cartografie: Kunth Verlag GmbH & Co KG D/2019/45/573 – NUR 500/519 ISBN 978 94 014 6196 2 Deze uitgave werd met de meeste zorg samengesteld. De juistheid van de gegevens is mede afhankelijk van informatie die ons werd verstrekt door derden. Indien die informatie onjuistheden bevat, kan Lannoo daarvoor geen aansprakelijkheid aanvaarden. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

676


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401461962 by Uitgeverij Lannoo - Issuu