Skip to main content

9789401461375

Page 1

VAN MELK NAAR VASTE VOEDING Een praktische gids voor de zorgverlener — Rolinde Demeyer Eline Tommelein


Uitgeverij Academia Press Ampla House Coupure Rechts 88 9000 Gent BelgiĂŤ www.academiapress.com Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.

ISBN 978 940 146 137 5 D/2019/45/246 NUR 853 Rolinde Demeyer & Eline Tommelein Van melk naar vaste voeding. Een praktische gids voor de zorgverlener Gent, Academia Press, 2020, 152 p. Eerste druk, 2020 Vormgeving cover: Studio Lannoo & Keppie en Keppie Vormgeving binnenwerk: Studio Lannoo Zetwerk binnenwerk: Puurprint Š Rolinde Demeyer, Eline Tommelein en Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


INHOUDSOPGAVE

VOORWOORD 7 HOOFDSTUK 1 VOEDING IN DE EERSTE TWEE LEVENSJAREN 1. Inleiding 2. Maatschappelijke bedenkingen

9 9 12

HOOFDSTUK 2 DEFINITIES 15 HOOFDSTUK 3 GROEI, ALGEMENE AANBEVELINGEN EN SPECIFIEKE NUTRIËNTEN 1. Groei 2. Algemene aanbevelingen 3. Specifieke nutriënten: eiwitten 4. Specifieke nutriënten: vet –– Omega 3-vetzuren 5. Specifieke nutriënten: koolhydraten 6. Specifieke nutriënten: mineralen en vitaminen – Algemeen 7. Specifieke nutriënten: ijzer 8. Specifieke nutriënten: zink 9. Specifieke nutriënten: vetoplosbare vitaminen 10. Specifieke nutriënten: wateroplosbare vitaminen 11. Mineralen en vitaminen: samenvattende tabel 12. Praktische aanbevelingen

19 19 22 27 31 34 35 36 36 38 38 41 42 43


HOOFDSTUK 4 MOEDERMELK, KUNSTMELK, GROEIMELK 49 OF VOLLE KOEMELK 1. Borstvoeding vs. kunstvoeding 49 2. Melkvoeding voor twaalf maanden 50 3. Melkvoeding na twaalf maanden of volle koemelk 51 HOOFDSTUK 5 HET INTRODUCTIEMOMENT EN NORMAAL VERLOOP 1. Wanneer is een kind klaar voor de introductie van vaste voeding? –– Anatomische ontwikkelingen –– Motorische ontwikkelingen –– Fysiologische ontwikkelingen 2. Het introductiemoment: wat zeggen de richtlijnen? 3. Het verband tussen introductiemoment van vaste voeding en gezondheidsuitkomsten –– Het introductiemoment van vaste voeding en de invloed op antropometrie –– Het introductiemoment van vaste voeding en de invloed op auto-immuunaandoeningen –– Het introductiemoment van vaste voeding en de invloed op voedselallergieën –– Het introductiemoment van vaste voeding en de invloed op infecties 4. De normale ontwikkeling van eetgedrag bij een jong kind: biologische, psychologische en omgevingsfactoren –– Biologische factoren –– Psychologische factoren –– Omgevingsfactoren: opvoedstijl en sociale omgeving

55 55 56 56 57 59 60 62 62 63 64 65

65 72 75


HOOFDSTUK 6 HOE BIED JE VASTE VOEDING AAN? 1. Lepelvoeding –– Manier van voeden –– Bereiding en samenstelling –– Indikking van gepureerde voeding 2. Baby-led weaning –– Voor- en tegenstanders –– Manier van voeden –– Bereiding en samenstelling –– Wanneer is BLW geen goed idee? 3. Verschil tussen lepelvoeding en baby-led weaning: de evidentie

81 82 82 83 84 86 87 87 88 88 90

HOOFDSTUK 7 WELK TYPE VOEDING ALS VASTE VOEDING? 93 1. Introductieschema’s 93 –– Te vermijden voeding 94 2. Diversiteit van het voedingspatroon 96 3. Biologische commerciële babyvoeding 97 4. Commerciële voeding voor jonge kinderen 98 HOOFDSTUK 8 BIJZONDERE SITUATIES 1. Prematuren 2. Reflux en refluxziekte 3. Een vegetarisch of veganistisch dieet voor een jong kind 4. Koemelkeiwitallergie 5. Lactose-intolerantie 6. Coeliakie 7. Galactosemie 8. Fenylketonurie 9. Vermijdende/restrictieve voedselinname stoornis (ARFID) 10. Afbuigende groeicurve

101 101 102 105 111 114 117 119 119 120 121


HOOFDSTUK 9 MOGELIJKE GEVOLGEN DIE GEPAARD GAAN MET INTRODUCTIE VAN VASTE VOEDING 1. Wijzigend stoelgangpatroon 2. Invloed op darmmicrobioom 3. Invloed op borstvoedingsduur 4. Slaap 5. Cariës/mondhygiëne

127 127 128 129 130 131

HOOFDSTUK 10 CASUSSEN 133 1. Casus koemelkeiwitallergie 134 2. Casus vegetarisme 137 3. Casus afbuigende groeicurve 139 REFERENTIES 143 Algemeen 143 Wetenschappelijke literatuur 144 INDEX 149


VOORWOORD

Van melk naar vaste voeding verschijnt als derde deel in de reeks over voeding voor zuigelingen en jonge kinderen. Net als Flesvoeding en Borstvoeding is dit niet het zoveelste boek op rij voor ouders die meer willen weten over voeding voor hun jonge kind. Experten Rolinde Demeyer en Eline Tommelein schreven Van melk naar vaste voeding als een betrouwbare bron met een neutrale invalshoek, gebaseerd op wetenschappelijke artikelen. Het is voornamelijk bedoeld voor zorgverleners die met ouders en hun jonge kinderen in contact komen. Van diĂŤtisten, vroedvrouwen, artsen en verpleegkundigen tot apothekers. Het wordt steeds duidelijker dat de basis van een gezond leven gelegd wordt in de eerste duizend dagen van het leven, van de conceptie tot de tweede verjaardag. De inhoud van dit boek concentreert zich dan ook op het moment van introductie van vaste voeding tot twee jaar. Dit is de periode waarin een jong kind de overschakeling maakt van een voeding die volledig gebaseerd is op melk naar volwaardige gezinsmaaltijden. Na het lezen van dit boek heeft elke zorgverlener voldoende kennisbagage om nieuwe ouders raad te geven en te begeleiden bij de overgang van exclusieve melkvoeding naar gezinsmaaltijden, en dit zowel bij gezonde kinderen als in situaties waarin wat extra aandacht besteed moet worden aan een evenwichtige voeding. Met dit boek ondersteunen we alvast een gezond en gevarieerd voedingspatroon vanaf het prille begin, voor een optimale ontwikkeling van het kind, zowel op korte als lange termijn. De auteurs van dit boek raden echter ten zeerste aan om bij twijfel steeds contact op te nemen met een gespecialiseerde kinderdiĂŤtist.


voeding in de eerste twee levensjaren

9

Hoofdstuk 1

VOEDING IN DE EERSTE TWEE LEVENSJAREN

The first 1000 days are a time of tremendous potential and enormous vulnerability. How well or how poorly mothers and children are nourished and cared for during this time has a profound impact on a child’s ability to grow, learn and thrive. This is because the first 1000 days are when a child’s brain begins to grow and develop and when the foundations for their lifelong health are built. (thousanddays.org)

1. INLEIDING De voeding van een jong kind in zijn eerste levensjaren is van groot belang. Het is immers een periode waarin het kind hard groeit en zich ontwikkelt. Het is een periode waarin zuigelingen vatbaarder zijn voor tekorten en overschotten van nutriënten. Ook na één jaar groeien kinderen erg snel, terwijl ze een veel kleinere maag hebben dan volwassenen. Ze hebben voor sommige vitaminen en mineralen ook een veel hogere behoefte dan volwassenen (zie Figuur 1). Dat betekent dat zeker bij jonge kinderen het erg belangrijk is dat de voeding nutriëntdens is. We gaan hier in hoofdstuk 3 uitgebreid op in. Voeding in de jonge kinderjaren is geassocieerd met lichaamssamenstelling en gezondheid in de kindertijd, maar ook in het latere volwassen leven. Ook hierover kun je meer lezen in hoofdstuk 3.


10

Hoofdstuk 1

Benodigde nutriënten per kg lichaamsgewicht 500% 400% 300%

Volwassen vrouw Zuigeling

200%

Peuter

100% 0% Energie

Vet

Eiwit

Calcium

IJzer

Vitamine A

Figuur 1: Benodigde nutriënten per kg lichaamsgewicht, uitgedrukt als percentage van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor volwassen vrouwen. (Bron: HGR)

Vanwege nutritionele en ontwikkelingsredenen is het op een bepaald moment noodzakelijk te starten met vaste voeding. Melkvoeding blijft echter een belangrijk onderdeel van de voeding. Meer informatie over dit onderwerp vind je in hoofdstuk 4. De overgang van melkvoeding naar vaste voeding en meeeten met de rest van het gezin is een belangrijk stadium. Er vinden grote veranderingen plaats in de voeding met blootstelling aan nieuwe voedingsmiddelen, smaken, texturen en nieuwe ervaringen met eten. Hierover lees je meer in hoofdstuk 5. Eetgewoontes van jonge kinderen worden in sterke mate bepaald door de houding, overtuigingen en het gedrag van hun ouders en verzorgers rond voeding en eten. Ouders en verzorgers zijn met hun eetgedrag rolmodellen, waar kinderen zich aan spiegelen. Hoe en wanneer er gestart wordt met vaste voeding en welke voedingsmiddelen worden aangeboden, is voor een groot stuk bepaald door familiale gewoontes, tradities en cultuur. Zo was het in de jaren 1980 in België heel gewoon om je zuigeling op zes weken al kennis te laten maken met een lepeltje sinaasappelsap. Maar ook nu zijn er nog grote


voeding in de eerste twee levensjaren

11

verschillen tussen landen en culturen onderling. In veel Europese landen is het de gewoonte om als eerste vaste voeding groenten of fruit aan te bieden. In de Verenigde Staten wordt vaak gestart met een pap van verrijkte rijstebloem. Pikante smaken worden in de westerse wereld vaak vermeden bij jonge kinderen, terwijl ze bijvoorbeeld in India al vroeg deel uitmaken van het kindermenu. De IsraÍlitische gewoonte om gepofte maïs met pindasmaak (bamba’s) aan jonge kinderen te geven, heeft tot interessante inzichten geleid op het vlak van allergiepreventie (zie hoofdstuk 5). Met de komst van sociale media wordt er tussen ouders onderling meer en meer van gedachten gewisseld en kunnen ouders op voorhand al een sterke mening hebben over de manier waarop ze vaste voeding willen introduceren bij hun kind. We zien bijvoorbeeld een opkomst van de populariteit van babyled weaning (BLW) en van vegetarisme bij jonge ouders. Hierover kun je meer lezen in hoofdstuk 6 en 8, respectievelijk. Welke voeding als vaste voeding kan of zou moeten dienen, bespreken we in hoofdstuk 7. In sommige situaties kan overschakelen naar vaste voeding een uitdaging zijn en is het als zorgverlener niet altijd makkelijk een correct advies te formuleren. In hoofdstuk 8 zijn enkele specifieke situaties beschreven waarbij we de zorgverlener ondersteunen. In hoofdstuk 9 bespreken we de consequenties die het introduceren van vaste voeding kan hebben, bijvoorbeeld op het stoelgangpatroon van het kind. Het boek wordt afgesloten met een aantal casussen waarin de informatie uit de eerdere hoofdstukken wordt toegepast.


12

Hoofdstuk 1

2. MAATSCHAPPELIJKE BEDENKINGEN Ter bescherming van de borstvoeding stelde de Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO) ook een internationale Code op over moedermelkvervangende producten. Dit deed ze als antwoord op het negatieve effect van praktijken rond deze producten op groei, gezondheid en ontwikkeling, die een grote oorzaak werden van neonatale en kindersterfte op wereldvlak. De Code bestaat uit een reeks aanbevelingen om de marketing van moedermelkvervangende producten, voedingsflessen en spenen te reguleren. De Code slaat op alle moedermelkvervangende producten: startmelk, opvolgmelk, andere zuivelproducten, babysappen en thee, granen en groentepap. In de Belgische wetgeving is de Code slechts beperkt opgenomen en wordt ze enkel toegepast op de moedermelkvervangende producten voor zuigelingen tot de leeftijd van zes maanden. Bedrijven die commerciële voeding voor jonge kinderen verkopen hebben vaak aantrekkelijke websites en zelfs gratis telefoonlijnen en chatdiensten waar laagdrempelig voedingsinformatie wordt verschaft aan ouders. Op deze manier komen ouders ook buiten de winkels in contact met marketing van kindervoeding. De WHO maakt zich zorgen om volgende elementen wanneer het over marketing van voeding voor jonge kinderen gaat: •• De promotie van vaste voeding vanaf vier maanden kan de aanbeveling van zes maanden exclusief borstvoeding ondermijnen. Ook in België wordt vaste voeding frequent gelabeld als ‘vanaf 4 maanden’. •• De promotie van commerciële voeding kan het gebruik van huisbereide voeding ondermijnen, waardoor jonge kinderen een minder divers dieet aangeboden krijgen. Bovendien kan men zo afhankelijkheid creëren van (duurdere) commerciële producten.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook