Skip to main content

9789401461283

Page 1

Typologie en heuristiek van de bronnen voor de geschiedenis van de middeleeuwen

Typologie en heuristiek 2019.indd 1

9/07/19 08:14


Typologie en heuristiek 2019.indd 2

9/07/19 08:14


Typologie en heurisTiek van de bronnen voor de geschiedenis van de middeleeuwen — steven vanderputten Jelle haemers - Tim soens Jeroen puttevils

Typologie en heuristiek 2019.indd 3

9/07/19 08:14


D/2019/45/239 - ISBN 978 94 014 6128 3 – NUR 684

Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: bvba Le Pur et l’Impur Vierde editie, 2019 De auteurs en Academia Press, Gent, 2019 Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv ©

Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij Academia Press Ampla House Coupure Rechts 88 9000 Gent België www.academiapress.be

Typologie en heuristiek 2019.indd 4

9/07/19 08:14


inhoudstafel

WOORD VOORAF

9

1. INLEIDING

11

2. Geschreven bronnen uit de middeleeuwen: geen vanzelfsprekendheid 2.1 Over de orale tegenhanger van het geschreven woord 2.2 Een ongeletterde, ‘pre-geletterde’ of ‘post-geletterde’ samenleving? 2.3 Latere tendensen 2.4 Bewaring van de bronnen 3. TYPOLOGIE VAN MIDDELEEUWSE GESCHREVEN BRONNEN 3.1 De verhalende bronnen 3.1.1 Geschiedschrijving 3.1.2 Afgeleiden en emulaties van de antieke historiografie 3.1.3 Originele middeleeuwse genres 3.1.4 Hagiografische bronnen 3.2 Juridische bronnen 3.2.1 Normatieve bronnen 3.2.2 Rechtspraak 3.2.3 Oorkonden 3.3 Administratieve en boekhoudkundige bronnen 3.3.1 Statische bronnen 3.3.2 Dynamische bronnen 3.4 Andere brontypes 3.4.1 Politieke traktaten 3.4.2 Wetenschappelijke geschriften 3.4.3 Schriftvormen uit de christelijke geloofspraktijk 3.4.4 Eedformules 3.4.5 Pamfletten en aanplakbrieven 3.4.6 Liederen

Typologie en heuristiek 2019.indd 5

17 17 19 27 38 41 42 43 68 73 77 81 81 93 100 110 110 119 137 137 139 141 141 142 144

9/07/19 08:14


4. beknopt overzicht van hulpinstrumenten voor de studie van de middeleeuwen 4.1 Handboeken 4.2 Woordenboeken 4.2.1 Verklarende woordenboeken 4.2.2 Vertalende woordenboeken 4.2.3 Dialectkunde 4.2.4 Woord- en handboeken voor toponymie en cartografie 4.3 Bibliografieën 4.3.1 Lopende bibliografieën 4.3.2 Retrospectieve bibliografieën 4.3.3 Elektronische full-textcollecties 4.3.4 Belangrijke tijdschriften voor de mediëvistiek 4.4 Bronnenrepertoria 4.4.1 Bronnenrepertoria per regio - nationale ondernemingen 4.4.2 Bronnenrepertoria per type 4.5 Archiefgidsen 4.5.1 Wereldwijd 4.5.2 Nederland 4.5.3 België 4.6 Collecties van uitgegeven bronnen 4.6.1 Hagiografische en kerkhistorische bronnen 4.6.2 Nationale bronnenreeksen 4.7 Specifieke zoekinstrumenten en hulpwetenschappen 3.7.1 Biografie, genealogie en prosopografie 3.7.2 Heraldiek en Zegelkunde 3.7.3 Metrologie 3.7.4 Numismatiek en muntgeschiedenis 3.7.5 Chronologie 4.8 Digitale bronnen en methodes

Typologie en heuristiek 2019.indd 6

149 149 150 150 151 152 154 158 158 163 166 168 170 170 171 182 182 183 183 186 186 188 199 200 204 206 208 210 213

9/07/19 08:14


Typologie en heuristiek 2019.indd 7

9/07/19 08:14


Typologie en heuristiek 2019.indd 8

9/07/19 08:14


WOORD VOORAF

Dit handboek is een samenwerking van docenten middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit Gent, de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen. Sinds jaar en dag wordt er onder verschillende benamingen een zeer gelijkaardig vak gedoceerd aan studenten die inzicht willen krijgen in de typologie en heuristiek van de bronnen voor de studie van de middeleeuwen. De verregaande specialisatie binnen het wetenschappelijke bedrijf maakte het noodzakelijk en uitdagend om de expertise van vier, in zeer verschillende domeinen werkende onderzoekers samen te brengen. Op die manier garandeert dit handboek dat geïnteresseerden een zo breed mogelijk inzicht in de typologie van de middeleeuwse bron en de heuristiek van de mediëvistiek krijgen aangereikt. De auteurs benadrukken dat dit boek in de eerste plaats bedoeld is als instrument bij de colleges en als beknopt gebruiksinstrument voor studenten geschiedenis. Weliswaar kan elke geïnteresseerde in de middeleeuwse geschiedenis er terecht voor een eerste kennismaking met de bronnen die mediëvisten gebruiken om het verleden te bestuderen. Het is geenszins de bedoeling naslagwerken als dat van Van Caenegem, Guide to the Sources of Medieval History/Introduction aux sources de l’histoire médiévale, te vervangen. Het heeft enkel de ambitie om een toekomstige generatie historici vertrouwd te maken met de middeleeuwse bron, en hem/haar een kritische attitude aan te leren om middeleeuwse teksten te bestuderen. Niet meer, maar ook niet minder. De auteurs danken hun collega’s van verschillende universiteiten voor de bereidwillige medewerking bij de totstandkoming van dit handboek, dat een herziene versie is van de tekst die in 2016 (en voor de eerste keer in 2011) verscheen. In het bijzonder danken we Ruth Lintermans voor de talloze suggesties ter verbetering van dit werk. De auteurs, voorjaar 2019

Typologie en heuristiek 2019.indd 9

9/07/19 08:14


hoofdstuk 1

Inleiding

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

Geschreven bronnen uit de middeleeuwen: geen vanzelfsprekendheid Typologie van middeleeuwse geschreven bronnen Beknopt overzicht van hulpinstrumenten voor de studie van de middeleeuwen

Typologie en heuristiek 2019.indd 10

9/07/19 08:14


1. INLEIDING

Dit handboek heeft tot doel studenten geschiedenis en geïnteresseerden in de middeleeuwse geschiedenis vertrouwd te maken met de voornaamste geschreven bronnen uit de West-Europese middeleeuwen en haar/hem te wijzen op de mogelijkheden en beperkingen van de studie van deze bronnen voor het historische onderzoek. Dit houdt vijf verschillende zaken in: •• In de eerste plaats gaat dit handboek over bronnen. Centraal in de behandeling van deze bronnen staan vragen die verband houden met hun ontstaan, overlevering, functie en potentieel voor het historische onderzoek. Het hoeft geen betoog dat een historicus in de eerste plaats geïnteresseerd is in wat de bronnen hem/haar vertellen. Dat impliceert dat teruggrijpen naar rechtstreekse getuigenissen uit de middeleeuwen onontbeerlijk is voor een geslaagd onderzoek. We beschikken vanuit die optiek dus over twee soorten bronnen, die ons respectievelijk rechtstreekse en onrechtstreekse informatie geven. Daarbij komen ook concrete problemen om de hoek kijken, zoals imitatie, vervalsingen, plagiaat en dergelijke. •• We behandelen enkel de geschreven bronnen. Archeologische, iconografische en materiële bronnen komen hier niet aan bod. In feite kunnen we stellen dat deze cursus zich dan ook concentreert op het potentieel dat teksten in zich hebben voor het onderzoek. Daarbij is een reflectie over de rol en het specifieke gebruik van het schrift als communicatiemiddel in de middeleeuwse samenleving noodzakelijk. We zullen onder andere zien hoe geschreven teksten allesbehalve neutrale informatiedragers zijn. In mindere mate behandelt dit boek ook literaire bronnen, zoals de dichtkunst, proza of zang. Daarvoor staan de mediëvist drie volumes van de Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur ter beschikking.1

1 Namelijk twee volumes van Frits Van Oostrom over de literatuur tot 1400 (Stemmen op schrift en Wereld in woorden, verschenen in 2006 en 2013) en één van Herman Pleij over de periode tot ca. 1550 (Gevleugelde woorden, 2007).

Typologie en heuristiek 2019.indd 11

9/07/19 08:14


12

•• In deze cursus gaat het ook vooral om brontypes. Een typologie is een onderverdeling van een groep bronnen op basis van (een aantal) gemeenschappelijke kenmerken. We gaan dus na of er in het schriftgebruik van de middeleeuwer patronen onderscheiden kunnen worden. Welke soorten bronnen zijn er? Kan je spreken van bepaalde formele en intellectuele modellen die de auteurs hebben gebruikt, of schreven ze maar zoals het hen uitkwam? Wat is de rol van sociale, economische, politieke en geestelijke ontwikkelingen in de manier waarop mensen informatie op schrift stelden? Hoe heeft het type bron de inhoud geconditioneerd, en omgekeerd? Op deze vragen geeft dit boek een eerste antwoord. •• Daarnaast beperken we ons tot een tijdsperiode die grosso modo de jaren 600 tot 1500 overspant. Die afbakening is echter niet absoluut: veel bronnen of brontypes dateren uit de antieke en laatantieke periode, terwijl een aantal doorgeleefd hebben in de vroegmoderne periode, tot het einde van het ancien régime of zelfs nog daarna. Andere zijn dan weer typisch middeleeuws, zoals hagiografische teksten. Rond 1200 is er een belangrijk breukmoment, zowel wat de aard van de bronnen, als de omvang van hun productie betreft. •• Onze bronnen zijn bijna uitsluitend West-Europees. In de eerste plaats zijn die bronnen voor ons het meest toegankelijk, zowel qua taal als qua bewaring in archieven en bibliotheken. In de tweede plaats zijn de middeleeuwen in feite alleen van toepassing op West-Europa. Hoe eurocentrisch en beladen de term ook is, we gebruiken hem nog steeds om de periode tussen de laatantieke periode en de vroegmoderne tijd aan te duiden. Alleen al de enorme verschillen in West-Europa (denk maar aan het verschillende tijdstip waarop de renaissance aanvangt in verschillende delen van Europa) maken duidelijk dat er daarbuiten (bijvoorbeeld in de islamwereld) weinig sprake kan zijn van ‘middeleeuwen’ als een relevante periodisering. Dit boek behandelt uitvoerig de verschillende brontypes die in West-Europa courant waren. Daarnaast geven we een overzicht van de verschillende repertoria, bibliografieën en databanken van inventarissen die er beschikbaar zijn voor het onderzoek naar de middeleeuwen. Wellicht is het nuttig even aan te halen wat we onder deze begrippen verstaan: •• Een bron: Oorsprong van informatie. Iets/iemand die gegevens verschaft over een bepaalde toestand of aangelegenheid. Het is een tekst, een persoon of een voorwerp die de onderzoeker in principe rechtstreeks inlicht over de tijd die hij/zij bestudeert. Ruim genomen is een bron dus ongeveer in

Typologie en heuristiek 2019.indd 12

9/07/19 08:14


Inleiding

13

dezelfde tijd ontstaan als het feit waarover bericht wordt of de mening die ze vertolkt. Hierop zijn er echter een groot aantal uitzonderingen (bijvoorbeeld een achttiende-eeuwse kopie van een verloren twaalfde-eeuws handschrift). •• Een werk of studie: Gemeenzaam aangeduid als ‘literatuur’. Een studie is een werkstuk waarin een historicus de beschikbare bronnen over een onderwerp heeft benut en verwerkt. Er zijn vele vormen: de belangrijkste zijn monografieën over welbepaalde, niet te uitgebreide onderwerpen, en wetenschappelijke artikels in historische tijdschriften en verzamelbundels. •• Een bronnenuitgave is een wetenschappelijke uitgave van een middeleeuwse tekst. Er bestaan twee soorten bronnenuitgaven: diplomatische en kritische. >> Filologen bedienen zich het meeste van diplomatische uitgaven, die een middeleeuwse tekst weergeven zoals hij kan worden aangetroffen in een bepaald handschrift, waarbij spelling, interpunctie, woordsplitsing en dergelijke gerespecteerd worden zoals de scribent in kwestie ze heeft toegepast. >> Historici kiezen meestal voor kritische uitgaven, waarin wordt gestreefd naar een reconstructie van het origineel van een middeleeuwse bron. Daarbij wordt gebruik gemaakt van moderne interpunctie, hoofdlettergebruik en dergelijke - de oorspronkelijke spelling wordt daarentegen behouden. In het voetnotenapparaat worden de belangrijkste varianten en bijzonderheden uit de handschriftelijke traditie vermeld (lettervoetnoten), naast een aantal historische nota’s die toelichting geven bij personen, plaatsen, gebeurtenissen en andere, niet meteen herkenbare vermeldingen (cijfervoetnoten). Een kritische uitgave wordt ook meestal ingeleid door een wetenschappelijk hoofdstuk, waarin problemen als datering, auteurschap, ontstaanscontext en handschriftelijke traditie worden besproken. De Koninklijke Commissie voor Geschiedenis bepaalt de regels voor kritische uitgaven van historische documenten in België (zie www.kcgeschiedenis.be).

Typologie en heuristiek 2019.indd 13

9/07/19 08:14


14

ďťż

Een voorbeeld van een kritische editie uit de Monumenta Germaniae Historica (Scriptores XIII, editie van de kroniek van Simon van Sint-Bertijns, circa 1095-1035). Let op het dubbele notenapparaat: letternoten voor varianten en andere formele aspecten van de overgeleverde handschriften, cijfernoten als verklarende noten.

Typologie en heuristiek 2019.indd 14

9/07/19 08:14


Inleiding

15

•• Een repertorium: systematisch (alfabetisch, thematisch, chronologisch) gerangschikte lijst van bronnen over een bepaald onderwerp, uit een bepaalde periode. •• Een bibliografie: systematisch (alfabetisch, thematisch, chronologisch) gerangschikte lijst van studies (artikels, boeken) over een bepaald onderwerp. •• Een cataloog of catalogus: een systematisch overzicht van publicaties die in een bepaalde bibliotheek of instelling worden bewaard. •• Een inventaris: een systematisch overzicht van de bronnen die in een bepaald archief worden bewaard. •• Een databank: een verzameling van gegevens. Databanken kunnen zowel een analoge (op papier) als een digitale (eventueel online) vorm aannemen. Meer lezen: R.C. Van Caenegem, Introduction aux sources de l’histoire médiévale: typologie, histoire de l’érudition médiévale, grandes collections, sciences auxiliaires, bibliographie, Turnhout, 1997; H.W. Goetz, Proseminar Geschichte: Mittelalter, Stuttgart, 2006³; J. Rosenthal, Understanding medieval primary sources. Using historical sources to discover medieval Europe, Londen, 2012.

Typologie en heuristiek 2019.indd 15

9/07/19 08:14


hoofdstuk 1

Inleiding

Hoofdstuk 2 Geschreven bronnen uit de middeleeuwen: geen vanzelfsprekendheid 2.1 Over de orale tegenhanger van het geschreven woord 2.2 Een ongeletterde, ‘pre-geletterde’ of ‘post-geletterde’ samenleving? 2.3 Latere tendensen 2.4 Bewaring van de bronnen Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

Typologie en heuristiek 2019.indd 16

Typologie van middeleeuwse geschreven bronnen Beknopt overzicht van hulpinstrumenten voor de studie van de middeleeuwen

9/07/19 08:14


2. Geschreven bronnen uit de middeleeuwen: geen vanzelfsprekendheid

Dat er Ăźberhaupt geschreven bronnen uit de middeleeuwen bewaard zijn gebleven, is niet vanzelfsprekend. Daar zijn verschillende redenen voor: de belangrijkste zijn de mate waarin de samenleving in een bepaalde periode was verschriftelijkt, de bewaring van middeleeuwse bronnen, en het nut dat een tekst voor latere generaties had. Op de volgende bladzijden staan we even stil bij deze factoren. Maar eerst gaan we even in op mondelinge bronnen over de middeleeuwse geschiedenis.

2.1 Over de orale tegenhanger van het geschreven woord Over mondelinge tradities in de middeleeuwse periode beschikken we alleen over onrechtstreekse getuigenissen. De facto komt het er altijd op neer dat men op een bepaald moment in de geschiedenis heeft besloten elementen uit de mondelinge (orale) overlevering op schrift te stellen. Dat kan verschillende redenen hebben: de wil om een traditie bij te sturen, te transformeren, of gewoon te bewaren voor het nageslacht. Veel mirakelverhalen bijvoorbeeld waren oorspronkelijk mondelinge getuigenissen over de bepaalde handelingen van een charismatisch of zelfs louter legendarisch persoon. Ze werden opgetekend om als stichtend voorbeeld te dienen voor anderen. Tal van rechtsregels en wetteksten vinden bijvoorbeeld hun oorsprong in gewoontes die mondeling van generatie tot generatie werden doorgegeven. Als een gemeenschap te groot werd om op deze manier te besturen, of als die gewoontes in de verdrukking kwamen omdat een concurrerend machtsniveau andere regels wilde opleggen, grepen sommigen soms naar de pen om tradities op schrift te stellen. Natuurlijk was het mogelijk dat ze die regels vervormden, dus het blijft opletten met dergelijke opgetekende bronnen.

Typologie en heuristiek 2019.indd 17

9/07/19 08:14


18

In sommige teksten vinden we nog sporen terug van de mondelinge leefwereld van de middeleeuwer. Oorkonden of stadsordonnanties vatten bijvoorbeeld vaak aan met: ‘al wie dit kan horen…’, wat aantoont dat ze aan een breed publiek werden voorgelezen. Soms haalt een kroniekschrijver mondelinge getuigen aan om zijn verhaal kracht bij te zetten. Hij citeert bijvoorbeeld de ‘wijze woorden’ van een koning of een abt met de bedoeling de lezer van zijn werk te overtuigen van de boodschap die hij wil geven. Ook in vonnissen of processtukken van rechtbanken vinden we mondelinge getuigenissen terug. Slogans van opstandelingen of scheldwoorden en geroddel van boeren en stedelingen zijn zo tot ons gekomen, zoals de wapenspreuk ‘Schild ende Vrient’, geroepen tijdens de bekende Brugse Metten in 1302, die door een chroniqueur wordt aangehaald. In procesdossiers treffen we vaak het scheldwoord ‘hoerezuene’ aan – kennelijk één van de populairste in de laatmiddeleeuwse stad om mannen van stand te beledigen. Het is natuurlijk moeilijk te achterhalen of deze worden precies werden gebruikt, maar het feit dat de meeste van deze citaten als bewijsmateriaal zijn aangehaald in kronieken of getuigenissen in een proces, pleit alvast voor hun werkelijkheidsgetrouw karakter. Het blijft echter opletten geblazen, want steeds betreft het een neergeschreven versie van het gesproken woord. Het blijft raden naar de precieze inhoud van de woorden, en de context is doorgaans onduidelijk. Een klerk of notaris die de mondelinge getuigenis opschreef, voegde soms een eigen interpretatie toe, of verwoordde de getuigenis in zijn eigen jargon. Hoewel in procesdossiers getuigen vaak letterlijk aan het woord komen, is het ook mogelijk dat de ondervragers de verklaring van een getuige herformuleerden. Kortom, zonder een gedegen kennis van het type bron waarin je de woorden aantreft, en een nodige portie historische kritiek, is het amper mogelijk om degelijk onderzoek te voeren naar de orale (en geschreven) getuigenissen uit ons rijke middeleeuwse verleden. Zelfs al zijn de beweegredenen van een auteur zuiver antiquarisch, toch moeten we er rekening mee houden dat een geschreven tekst nooit de realiteit van de mondelinge overlevering kan vatten. Intonatie, ritmiek, vergezellende gebaren en de algemene context waarin een mondeling overgeleverde tekst ten beste werd gebracht, gaan verloren in een geschreven context. Mondelinge tradities kunnen overigens op verschillende tijdstippen zijn vastgelegd: ofwel gebeurde dat al tijdens de middeleeuwen (bv. gewoonterecht, ridderverhalen, exempla), ofwel gebeurde dat nadien (bv. sprookjes van Grimm, liederen over volksmenners zoals Jacob van Artevelde die tot in de negentiende eeuw werden gezongen).

Typologie en heuristiek 2019.indd 18

9/07/19 08:14


Geschreven bronnen uit de middeleeuwen: geen vanzelfsprekendheid

19

De Belgische antropoloog Jan Vansina heeft aangetoond dat het langetermijngeheugen van groepen in ongeletterde samenlevingen honderden jaren kan teruggaan, maar wees tegelijk op het bestaan van de zogenaamde ‘floating gap’ in het geheugen van orale samenlevingen. Andere historici en antropologen, zoals bijvoorbeeld Jan Assmann, hebben dienaangaande baanbrekend werk verricht. Ze beschreven hoe verschillende generaties herinneringen kunnen bijhouden, maar ook hoe ze die vervormen om er een functioneel verhaal van te maken. Groepen in de samenleving geven op die manier een overeengekomen versie van het verleden door aan de volgende generatie om bijvoorbeeld de vooraanstaande maatschappelijke positie van de groep te rechtvaardigen, een collectieve identiteit te ondersteunen, enzovoort. Met een bepaalde maatschappelijke bedoeling geven vervormde herinneringen dus een betekenis aan het verleden. Ze zijn dus louter een representatie van de geschiedenis. De selectie, herinnering, en bewaring van mondelinge verhalen is dus niet onschuldig, maar dat geldt evenzeer voor het bijhouden van het geschreven woord. Meer lezen: G. Cubitt, History and Memory, Manchester, 2007; M. Richter, The Oral Tradition in the Early Middle Ages, Turnhout, 1994; J. Vansina, Oral Tradition as History, Madison, 1985; J. Dumolyn en J. Haemers, ‘A Bad Chicken was brooding. Subversive Speech in Late Medieval Flanders’, Past and Present, 214 (2012), 45-86.

2.2 Een ongeletterde, ‘pre-geletterde’ of ‘post-geletterde’ samenleving? Tijdens de middeleeuwen was het merendeel van de bevolking het schrift niet machtig. De antropoloog Jack Goody ging er aan het einde van de jaren zestig dan ook van uit dat je de middeleeuwen, en zeker de vroegste fase, kan definiëren als een ongeletterde samenleving. Zijn ervaring met ongeletterde, zogenaamd ‘primitieve’ groepen leidde tot de vaststelling van sterke gelijkenissen met wat er zich meer dan duizend jaar geleden in onze streken heeft afgespeeld. Impliciet gaf hij te kennen (hier en daar gebeurde dat ook wel eens expliciet) dat hij de begrippen ‘primitief - irrationeel denken - ongeletterdheid’ met elkaar in verband bracht en liet contrasteren met hun tegengestelden ‘ontwikkeld - rationeel denken - geletterdheid’. Hij wees er ook op dat enkel een heel kleine, goed gedefinieerde en vooral ook gesloten elite werkte met het schrift, en dan nog meestal met de bedoeling rituele teksten voor de eeuwigheid te bewaren.

Typologie en heuristiek 2019.indd 19

9/07/19 08:14


20

Tot de late elfde eeuw werd onderwijs vrijwel uitsluitend verzorgd in kloosteren kathedraalscholen. Hoewel het aantal kloosterscholen veel moeilijker is te achterhalen, werd het aantal kathedraalscholen dat zich tussen 1000 en 1300 in het Franse koninkrijk en de Rijnvallei bevond, geschat op ongeveer 60. Elk van deze scholen kon op een gegeven ogenblik tussen de tien en de dertig studenten opleiden. Als we rekenen dat de bevolking in die regio rond het jaar 1000 op ongeveer zeven miljoen wordt geschat en we het aantal studenten hypothetisch verdubbelen door er de kloosterscholen bij te tellen (dat maakt tussen de 1200 en de 3600 studenten), dan zou dat betekenen dat ongeveer 0,016 tot 0,04 percent van de bevolking werd opgeleid om te lezen en te schrijven.

Collectieve lectuur in een roman over de lotgevallen van de graven van Artesië (uit een vijftiende-eeuws handschrift van Jean de Wavrin; Bibliothèque nationale de France, ms. fr. 11610, 1r).

De Amerikaanse historicus Brian Stock wist daaraan toe te voegen dat, voor het midden van de elfde eeuw, de samenleving kan worden gecategoriseerd als ‘pre-literated’ of ‘vóór-geletterd’, terwijl de periode daarna ‘geletterd’ is. Die hypothese baseerde hij op de veronderstelling dat vroegmiddeleeuwse teksten werden geschreven vanuit het perspectief van orale communicatie, terwijl in de latere middeleeuwen juist de tekst steeds meer een maatstaf van denken, handelen en sociale omgang werd. Goody kon er echter niet om heen dat, in tegenstelling tot de volkeren die hij zelf had bestudeerd, middeleeuwse mensen wel vertrouwd waren met het fenomeen van het schrift. In de meeste ge-

Typologie en heuristiek 2019.indd 20

9/07/19 08:14


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401461283 by Uitgeverij Lannoo - Issuu