VAN WILHELM II TOT GANDHI EN MAO Een historische inleiding tot de grote gebeurtenissen die onze wereld veranderden
VAN WILHELM II TOT GANDHI EN MAO Een historische inleiding tot de grote gebeurtenissen die onze wereld veranderden — Martine Smets Aurèle Looman
Uitgeverij Academia Press Ampla House Coupure Rechts 88 9000 Gent België www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.
ISBN 9789401461245 D/2019/45/237 NUR 686 Martine Smets & Aurèle Looman Van Wilhelm II tot Gandhi en Mao. Een historische inleiding tot de grote gebeurtenissen die onze wereld veranderden Gent, Academia Press, 2019, 410 p. Eerste editie, 2019 Vormgeving cover: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Studio Lannoo Zetwerk binnenwerk: Davine Peleman De kaarten in dit boek zijn gebaseerd op de info van Atlas Historique. De site is niet meer up to date, maar de kaarten zijn nog steeds correct. De originele kaarten werden samengesteld met de info uit deze bronnenlijst: www.atlas-historique.net/bibliographie.html Foto omslag: LAPI/Roger-Viollet Citaat achterflap: HERMSEN (JOKE J.), EN OTTJES BRENDA, Essay. Honderd jaar Rosa Luxemburg. Monter ondanks alles. In: De Groene Amsterdammer, 7/3/2019, p. 44. © Martine Smets, Aurèle Looman & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
INHOUD
DEEL 1
HET BREUKVLAK VAN TWEE EEUWEN EN DE PERIODE VAN DE GROTE DREIGING
11
HOOFDSTUK 1. INLEIDING: GESCHIEDENIS EN ACTUALITEIT
13
HOOFDSTUK 2. EEN GEOGRAFISCHE INLEIDING IN DE 20STE EEUW
17
HOOFDSTUK 3. DE EERSTE WERELDOORLOG OF DE GROTE OORLOG
21
3.1
De Europese vorstenhuizen als voorlopers van de Europese Unie
21
3.2
Militair stratego
24
3.3
De Balkan
24
3.4
Overal in Europa gaan de lichten uit... 3.4.1 De start van de Eerste Wereldoorlog 3.4.2 Het Ottomaanse Rijk in oorlog
27 31 33
3.5
Voor Kerstmis weer thuis 34 3.5.1 De Eerste Wereldoorlog in de kolonies en koloniale troepen in Europa 41
3.6
De oorlog die alle andere zou beëindigen
48
3.7
Het einde van de ‘Grote Oorlog’
50
3.8
Een aantal maatschappelijke gevolgen van de ‘Grote Oorlog’ 3.8.1 De seksuele revolutie 3.8.2 Het ontstaan van ‘Big Government’ 3.8.3 Nieuwe oorlogswapens en -technieken 3.8.4 Oorlogsdichters en cultuurpessimisten
51 51 52 53 56
3.9
De verlengde Europese Burgeroorlog 1917-1923
62
HOOFDSTUK 4. DE GROTE DREIGING 1919-1945
71
4.1
Duitsland 4.1.1 De Weimarrepubliek 1919-1933 4.1.2 De dolkstootlegende 4.1.3 Het Verdrag van Versailles 1919 4.1.4 Duitsland in de jaren twintig
75 75 77 79 84
4.2
De Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije 1867-1918 4.2.1 ‘Alleen de keizer stond er nog als een vergeten zilveren halm’ 4.2.2 Wat Lenin en Stalin leerden van de Dubbelmonarchie
87 87 90
4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.2.7
Het Verdrag van Saint-Germain 1919 Polen, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië Het Verdrag van Trianon 1920 Het Verdrag van Neuilly 1919 Na de ondertekening van de Parijse vredesverdragen
90 92 96 97 98
4.3
Het Ottomaanse Rijk 4.3.1 De Jonge Turken en de Eerste Wereldoorlog 4.3.2 De Armeense genocide 4.3.3 Het einde van de Eerste Wereldoorlog in het Ottomaanse Rijk 4.3.4 Het Verdrag van Sèvres 1920 4.3.5 De Grieks-Turkse oorlog 1920-1922 4.3.6 Het Verdrag van Lausanne 1923
100 104 105 109 111 112 118
4.4
Het ontstaan van het Midden-Oosten 4.4.1. Drie verschillende beloftes over eenzelfde gebied 4.4.2 Irak en het rampjaar 1920 4.4.3 Transjordanië 4.4.4 Palestina 4.4.5 Syrië en Libanon 4.4.6 Saoedi-Arabië 4.4.7 Perzië
120 121 130 134 135 137 139 142
4.5
Rusland 4.5.1 De Russische kolos 4.5.2 De Romanovs 4.5.3 De Russisch-Japanse oorlog 1904 en Bloedige Zondag 1905 4.5.4 Rusland in de Eerste Wereldoorlog 4.5.5 De Februari- en Oktoberrevolutie van 1917 4.5.6 Lenin consolideerde de macht van de sovjets 4.5.7 Het Verdrag van Brest-Litovsk 1918 4.5.8 De Russische burgeroorlog: de Witten tegen de Roden 1918-1922
145 145 151 152 156 161 166 167 170
4.6
De Verenigde Staten 4.6.1 Amerika verschijnt op het wereldtoneel 4.6.2 De Eerste Wereldoorlog 4.6.3 Conservatisme en immigratie 4.6.4 De drooglegging 4.6.5 De Wall Streetkrach van 1929 4.6.6 De New Deal 4.6.7 Neutraliteit onder druk
176 176 177 180 182 182 184 185
4.7
China van 1911 tot 1945 4.7.1 De laatste Chinese keizerlijke dynastie 4.7.2 China vanaf 1912 4.7.3 De Chinese Communistische Partij en de Guomindang 4.7.4 Chiang Kai-shek en de nationalistische periode 1928-1937 4.7.5 De strijd van de CCP en Mao Zedong 4.7.6 Japan valt Mantsjoerije aan 4.7.7 De Lange Mars van 1934-1936 4.7.8 Japan valt hartje China aan: er ontstaan twee simultane oorlogen 4.7.9 Het einde van de Tweede Wereldoorlog
188 190 193 194 195 196 197 198 199 201
4.8
Brits-Indië 4.8.1 Het ‘British Empire’ en het rijk van ‘de Raj’ 1857-1947 4.8.2 ‘The World Wide Web’ 4.8.3 Het ontstaan van het ‘Indian National Congres’ 1885 4.8.4 De Eerste Wereldoorlog en zijn gevolgen voor Brits-Indië 4.8.5 Gandhi en Al Jinnah 4.8.6 Amritsar 1919 4.8.7 Gandhi en Nehru
202 203 205 206 208 210 212 214
HOOFDSTUK 5. DE DECENNIA VAN DE TOTALITAIRE SAMENLEVINGEN, DE MILITAIRE DICTATUREN EN DE AUTORITAIRE REGIMES 219
5.1
De democraten verloren de strijd om ‘de leegte’
219
5.2
Europees links was verslagen
223
5.3
Italië 5.3.1 Verontwaardiging over de nieuwe wereldorde na Versailles 5.3.2 Wat is fascisme? 5.3.3 Mussolini grijpt de macht 5.3.4 De praktijk van het fascisme
224 224 228 231 233
5.4
Duitsland 5.4.1 De Duitse overheid bleef opvallend blind aan het rechteroog 5.4.2 Hitler zong een puur Germaans lied 5.4.3 De ‘gelijkschakeling’ 5.4.4 De bewaking van de kwaliteit en kwantiteit van de mensenmassa 5.4.5 Eugenetische vingeroefeningen van de nazi’s 5.4.6 Het land van Goethe, Schiller, Beethoven, maar ook van Auschwitz 5.4.7 Hitlers furiën 5.4.8 Duits verzet tegen Hitler 5.4.9 De Conferentie van Evian 1938 5.4.10 Op zoek naar ‘Lebensraum’ of de ‘Drang nach Osten’ 5.4.11 Hitler en de Arabische wereld
240 240 243 246 250 251 255 267 269 272 276 279
5.5
Spanje 5.5.1 Het einde van de monarchie 5.5.2 De burgeroorlog 1936-1939 5.5.3 De burgeroorlog wordt internationaal 5.5.4 Het Francoregime 5.5.5 De dreigende wereldoorlog en de erfenis van Franco
281 281 282 284 285 287
5.6 De Sovjet-Unie 5.6.1 De Unie van de Socialistische Sovjetrepublieken vanaf 1922 5.6.2 Lenin en de opkomst van Stalin 5.6.3 De Nieuwe Economische Politiek (NEP 1921-1928) en de vijfjarenplannen 5.6.4 Stalin en de eeuw van de machine 5.6.5 De Rode Terreur 5.6.6 De personencultus van Stalin 5.6.7 Vrouwen in de Sovjetmaatschappij 5.6.8 De nieuwe samenleving en de ‘gelijkschakeling’
289 289 292 292 296 297 299 300 301
DEEL 2
DE TWEEDE WERELDOORLOG
HOOFDSTUK 6. HET ONTSTAAN EN VERLOOP VAN WO II
305
307
6.1
De laatste jaren van de vrede: ’Appeasement’ 6.1.1 De ‘Anschluss’ van Oostenrijk 1938 6.1.2 De Conferentie van München 1938 en het Sudetenland 6.1.3 Het einde van de ‘appeasementpolitiek’ 1939 6.1.4 Het Molotov-Ribbentroppact 1939 6.1.5 De ‘bloedlanden’
307 308 308 312 312 313
6.2
De eerste fase van de Tweede Wereldoorlog 1939-1941 6.2.1 De geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog 6.2.2 Het begin van de Tweede Wereldoorlog 6.2.3 De inval in Polen 1939 6.2.4 Europa onder de voet gelopen: de Duitse opmars 1940-1941
316 316 316 316 322
6.3
De omslag 1941-1942 6.3.1 Operatie Barbarossa 1941 6.3.2 De VS en de oorlog 6.3.3 Het Japanse offensief 1941
326 326 327 327
6.4 De lange weg naar de overwinning 1942-1945 6.4.1 De geallieerden: een vriendenclub? De Conferentie van Teheran 1943 6.4.2 De Conferentie van Jalta 1945 6.4.3 De laatste fase van de oorlog 6.4.4 Moreel bombarderen
DEEL 3
328 331 333 334 335
DE NAWEEËN VAN DE TWEEDE WERELDOORLOG 1945-1953 343
HOOFDSTUK 7. DE NAOORLOGSE PERIODE 1945-1953
345
7.1
Het Rode Leger bezet Midden- en Oost-Europa
346
7.2
De bevrijding van Europa
349
7.3
De Conferentie van Potsdam 1945
354
7.4
Europa overleeft
357
7.5
Economische hulp als politiek wapen 1945-1947
358
7.6
De veranderende beeldvorming: het IJzeren Gordijn
358
7.7
Oost-Europa wordt communistisch 1945-1948 7.7.1 De sovjetisering tussen 1943-1948
359 360
BIJLAGEN
365
INDEX
371
LITERATUURLIJST
375
1. Boeken
375
2. Kranten- en tijdschriftartikels
384
3. Gebruikte internetbronnen
385
4. E-mail
387
5. Foto’s
387
6. E-boek en Facebook
387
7. Affiches
387
8. Kaart
387
EINDNOTEN
389
Hoofdstuk 3.
DE EERSTE WERELDOORLOG OF DE GROTE OORLOG
3.1 DE EUROPESE VORSTENHUIZEN ALS VOORLOPERS VAN DE EUROPESE UNIE De laatste decennia van de 19de eeuw waren veruit de vreedzaamste uit de Europese geschiedenis. Dat was niet alleen te danken aan de bekwaamheid van een aantal staatslieden, maar ook aan de banden tussen de koningshuizen. Voor het grootste deel vormden ze een soort familie van monarchen en aristocraten die de Franse Revolutie hadden overleefd. In 1914 was er in Europa al een eeuw lang geen grote oorlog meer gevoerd, dat wil zeggen een oorlog waaraan het grootste deel van de grote mogendheden had deelgenomen (er was wel de Frans-Duitse oorlog in 1870-1871 geweest en het conflict op de Krim in 1854-1856). De Britse historicus John Keegan die een meesterwerk schreef over de Eerste Wereldoorlog, noemde het een onnodig en tragisch conflict.1 Waarom onnodig? In de weken voor het begin van WO I hadden de grote spelers met slechts een klein beetje goede wil en de nodige tact kunnen ingrijpen om de oorlog te vermijden. Margaret MacMillan, een Britse historica, vroeg zich af hoe Europa en de wereld er hadden uitgezien als een van de sleutelfiguren in 1914 een groot en vindingrijk leider was geweest die de moed had gehad zich te verzetten tegen de groeiende druk om een oorlog te beginnen. Waarom tragisch? Omdat het conflict miljoenen slachtoffers eiste en een veelvoud van dat aantal emotioneel of fysiek verminkt achterliet. Het Europa van de vroege twintigste eeuw was een werelddeel van monarchieën. Vijf van de zes belangrijkste machten waren koninkrijken in een of andere vorm. Slechts één Europese grootmacht was een republiek: Frankrijk. Ook de betrekkelijk nieuwe natiestaten van de Balkan – Griekenland, Servië, Montenegro, Bulgarije, Roemenië en Albanië – waren stuk voor stuk monarchieën.
3. de eerste wereldoorlog of de grote oorlog
21
Het Europa van de grote oceaanstomer, de radiotelegraaf en elektrische sigarenaanstekers droeg in zijn DNA nog steeds dit eeuwenoud instituut met zich mee: grote en complexe rijken werden geregeerd door de menselijke biologie. De Europese regeringen waren nog steeds gericht op de troon en op de man of vrouw die daarop zat. De communicatie tussen staten verliep via persoonlijke netwerken en koninklijke instituten. Diplomaten overhandigden hun adelbrieven persoonlijk aan de vorsten. Deze waren symbolische en politieke actoren en een dankbaar object voor collectieve emoties.2 De Europese koningshuizen kunnen de voorlopers van de Europese Unie genoemd worden: ze hadden vaak geen nationalistische identiteit omdat die onverenigbaar was met het multinationale karakter van hun rijk. Ze brachten orde en stabiliteit in grote gebieden met veel verschillende volkeren. De vorsten correspondeerden veelvuldig met elkaar en ze ontmoetten elkaar regelmatig, waarbij wederzijdse staatsbezoeken een belangrijk diplomatiek kanaal vormden.3 De kern van de monarchistische club die Europa regeerde, werd gevormd door een drietal keizerlijke neven: tsaar Nicolaas II van Rusland, keizer Wilhelm II van Duitsland en de Britse koning George V. Die laatste twee waren beiden kleinzonen van koningin Victoria. De vrouw van tsaar Nicolaas II was Victoria’s kleindochter. De moeders van George V en Nicolaas II waren zussen uit de Deense koninklijke familie. De invloed van de monarch werd niet alleen bepaald door formele bestuursstructuren, maar ook door zijn persoonlijke kwaliteiten zoals vastberadenheid, bekwaamheid en intellect of het gebrek eraan, het vermogen van ministers om te regeren en de mate van verstandhouding tussen de vorst en zijn regering. Volgens de Belgische royaltywatcher Jan Van den Berghe waren de kinderen van de gekroonde hoofden louter pionnen op het politieke schaakbord: ‘Ze werden als huwelijkspartners om diplomatieke redenen of om meer macht en rijkdom te verwerven uit alle windrichtingen geïmporteerd en geëxporteerd. Liefde speelde geen enkele rol’.4 Toen koningin Victoria in 1901 overleed, had haar familie zich over heel Europa verspreid. Nazaten en andere verwanten zaten op de troon in Groot-Brittannië en Ierland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland, Duitsland, België, Roemenië, Griekenland en Bulgarije. Met 39 kleinkinderen (doodgeboren kleinkinderen niet meegeteld) mocht ze zich ‘de grootmoeder van Europa’ noemen.5 Alleen Zwitserland, Frankrijk en Portugal waren geen koninkrijken. Dat systeem kon alleen in stand gehouden worden als de leden van de verschillende dynastieën met elkaar bleven trouwen. Huwelijken met partners uit de lage adel of de burgerij waren ongewenst. Wie niet huwde volgens het protocol werd onterfd en verstoten. Dat leverde uiteindelijk wel problemen op.
3. de eerste wereldoorlog of de grote oorlog
22
Nog volgens Jan Van den Berghe leverden de Habsburgers, die eeuwenlang alleen maar trouwden met andere Habsburgers, een mooi voorbeeld van degeneratie: ‘Ze gaven elkaar niet alleen misvormde kaakbeenderen en slechte onderbeten door, maar ook allerlei andere ongenoegens uit de incestueuze stoofpot, zoals onder andere de Nederlandse schrijver Cees Nooteboom opmerkte. Besluiteloosheid, fatale aarzelingen, verkwisting, economisch wanbeheer enzovoort. In de elkaar opvolgende generaties hadden alle kwalen en kwaden in min of meerdere mate met elkaar mogen meesudderen, samen met jicht, epilepsie, spraakmoeilijkheden, hemofilie, doorgedraaide seksuele impulsen, dwerggroei, extreme nervositeit en religieuze melancholie’.6 Verder waren de vorsten van Europa ook anachronistisch: de meesten onder hen waren door hun opvoeding en hun persoonlijkheid slecht voorbereid op de moderne wereld. Het systeem van de Europese hoven teerde immers weg: ze vormden niet langer energieke centra, maar veranderden in poelen van traditie en conservatisme. Voor de buitenwereld vormden ze een ‘gepasseerd station’. De Duitse keizer Wilhelm II (Hohenzollern) vormde hierop een uitzondering. Hij had een passie voor technologische vernieuwingen, wat niet kon worden gezegd van de andere vorsten. Wilhelm II was altijd onderweg. Hij vond het heerlijk om ’s nachts door Duitsland te razen in zijn eigen, roomwitte trein met gouden biesjes. Tijdens zijn regering waren Berlijn en New York de wereldcentra op het gebied van scheikunde en elektrotechniek. Siemens kon uitgroeien tot een gigantische onderneming dankzij de behoeften van het Duitse leger. De Pruisische spoorwegen waren met ruim een half miljoen werknemers het grootste en best georganiseerde bedrijf in de wereld. Duitsland was onder Wilhelm II de eerste moderne militairindustriële staat van de wereld.7 Nieuwe technologieën en wetenschappelijke theorieën, alsook grote meesters in kunsten en letteren (Tsjechov, Stravinsky, Einstein, Freud, Planck, Yeats, Wilde en Picasso) werden dus wel degelijk in monarchieën geboren, maar de meesten hechtten daar weinig belang aan. Terwijl grote massabewegingen Europa in hun ban kregen, lieten de leden van de koningshuizen zich verder beschermen door de hoge muren van de etiquette.8 Twee wereldoorlogen en een bolsjewistische revolutie later was het aantal monarchieën serieus gereduceerd.
3. de eerste wereldoorlog of de grote oorlog
23
3.2 MILITAIR STRATEGO De machtigste deelnemers aan het internationale spel waren de zes Europese grootmachten of de big six: •• •• •• •• •• ••
Groot-Brittannië Frankrijk Rusland De Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije (of Donaumonarchie 1867-1918) Pruisen – na 1871 uitgebreid tot Duitsland9 Italië, sinds de eenmaking in 1861-1870
In de decennia na de eenwording van Duitsland namen de spanningen toe. Frankrijk had last van revanchistische anti-Duitse sentimenten na de nederlaag van 1871. Rusland bleef de andere Europese mogendheden wantrouwen en dat was andersom ook zo. Oostenrijk-Hongarije, dat de Balkan tot zijn invloedssfeer rekende, was ongerust over de groeiende aanwezigheid van de Russen in die regio. Groot-Brittannië wantrouwde dan weer alle activiteiten waarbij de Russen de Middellandse Zee naderden. Frankrijk botste met het eengemaakte Italië over NoordAfrika. Groot-Brittannië werkte door zijn groot imperium nagenoeg iedereen op de zenuwen. Die rivaliteit tussen de Europese mogendheden was te verklaren door hun streven naar status en economische belangen. Ze hadden door de industriële revolutie een groeiende behoefte aan grondstoffen en aan afzetmarkten. De Duitsers bouwden een vloot, de Fransen begonnen nieuwe vestingwerken aan te leggen langs de Rijngrens.10 Er ontstonden twee militaire allianties: de Triple Entente (later geallieerden genoemd) en de Triple Alliantie (later centralen genoemd). Het eerste bondgenootschap bestond uit Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland. Het tweede uit Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk (voorloper van het huidige Turkije). Later sloten andere landen zich aan bij deze allianties.
3.3 DE BALKAN In 1878 had het Ottomaanse Rijk al het grootste gedeelte van zijn Zuidoost-Europees grondgebied moeten prijsgeven na eeuwen van bezetting. Tussen 1908 en 1913 werden in een aantal oorlogen de Europese restanten van dat imperium definitief verdeeld tussen de rivaliserende Balkanstaten, met wisselende steun van de Europese grootmachten. De Balkanlanden (van Griekenland in het zuiden tot Albanië en Servië, Bulgarije en Roemenië in het noorden en Bosnië-Herzegovina
3. de eerste wereldoorlog of de grote oorlog
24
in het westen) waren de arme familieleden van Europa, met weinig natuurlijke hulpbronnen, een onderontwikkelde infrastructuur en slechts het begin van een moderne industrie en handel. In 1912 was de Servische hoofdstad Belgrado net begonnen met zijn hoofdstraten met houtblokken te plaveien. Het Roemeense Boekarest daarentegen streefde naar de titel ‘Parijs van de Balkan’. De elite sprak er Frans en droeg Franse mode. In Montenegro geleek de hoofdstad Cetinje dan weer op een overwoekerd dorp en zag het paleis eruit als een Duits pension. De koning zetelde er vaak onder een van zijn bomen waar hij de eigen versie van het recht toepast op zijn onderdanen.11 De Balkan (Turks woord voor ‘beboste bergen’) vormde een echt kruitvat wegens de tegenstellingen tussen katholieken, orthodoxen en moslims. Bovendien kwamen de Slavische, Germaanse en Magyaarse culturele invloeden er samen.12 Jaren van Ottomaanse heerschappij hadden samenlevingen achtergelaten die nog grotendeels agrarisch waren en uiterst conservatief, hoewel de grondeigenaars en de weinig omvangrijke bourgeoisie er alles aan deden om meer modern en westers te worden. Het politieke leven was er bloedserieus, met vaak veel geweld, moordcomplotten en terroristische aanslagen. Geheime genootschappen leidden er een bloeiend bestaan. Ze lieten zich inspireren door de vrijmetselarij, de ondergrondse carbonari die voor de Italiaanse onafhankelijkheid hadden geijverd en traditioneel banditisme. Bosnische studenten aan de universiteit van Wenen vormden een geheim genootschap na 1908 toen hun vaderland werd ingelijfd door OostenrijkHongarije. Velen onder hen gingen een militaire training volgen in Servië. De Balkanlanden traden ofwel tolerant op tegen deze jongeren ofwel probeerden ze hen onder controle te krijgen als ze zich roerden tegen de Ottomaanse of Oostenrijks-Hongaarse gezagsdragers. Bosnië-Herzegovina had lange tijd deel uitgemaakt van het Ottomaanse Rijk. Toen de macht van dat rijk begon te tanen, maakten landen als Griekenland en Servië zich onafhankelijk. Ook Bosnië-Herzegovina wist zich van het Ottomaanse juk te bevrijden, maar het kwam in 1908 vervolgens in handen van de OostenrijksHongaarse Dubbelmonarchie. Keizer Frans Jozef I wilde verhinderen dat de weg naar de Adriatische Zee zou afgesneden worden als het expansieve, door rivaal Rusland gesteunde Servië, Bosnië-Herzegovina13 zou annexeren. 14 Hij had dat laatste gebied al in 1878 bezet, maar toen de Ottomanen moesten afrekenen met een opstand in hun leger en een machtswisseling in de regering, greep de keizer in 1908 zijn kans om het gebied definitief in te lijven. Hij kwam zijn eerder gemaakte beloftes van kiesrecht en een grondwet niet na. De Bosniërs merkten weinig goeds van het Oostenrijkse bewind. Er werden wel treinverbindingen aangelegd, maar die liepen richting Hongarije om er de
3. de eerste wereldoorlog of de grote oorlog
25
economische belangen van de grootgrondbezitters te verzekeren. Bovendien hadden de Hongaren zelf de aanleg van hun spoorwegnet moeten betalen. De belastingdruk op de boeren was verpletterend. De moslims werden van hun voorrechten beroofd. Er ontstond een algemene antipathie tegen de Oostenrijkse bezetting en de ingevoerde dienstplicht. De keizer had dan ook weinig vrienden in BosniëHerzegovina. Buurland Servië reageerde woedend op de annexatie. De hoop dat het zijn broedervolkeren van de buitenlandse tirannie zou verlossen en zich met hen zou verenigen in een Zuid-Slavische staat viel aan diggelen toen het Ottomaanse Rijk in Bosnië-Herzegovina werd ingewisseld voor de Donaumonarchie.15 Toch had de Oostenrijkse keizer oog voor zijn islamitische onderdanen. In 1882 richtte hij een Bosnische Islamitische Gemeenschap op. Die instelling benoemde imams, gaf islamitisch onderwijs, bestuurde moskeeën, organiseerde de bedevaart naar Mekka en inde aalmoezen. Daarmee hoopte Frans Jozef I Bosnië-Herzegovina uit de Ottomaanse invloedssfeer te halen en het land op religieus vlak zelfredzaam te maken. In 1912 vaardigde hij een wet uit die de islam officieel als godsdienst erkende; islamitische militairen konden te rade gaan bij islamitische geestelijken. Verder had hij ook het plan opgevat om in Wenen een grote moskee te bouwen; de budgettering van het project was rond, maar toen brak de Eerste Wereldoorlog uit. En na de oorlog woonden er nauwelijks nog moslims in Oostenrijk.16 De Amerikaanse vredesbeweging Carnegie Endowment for International Peace verzamelde via een onderzoekscommissie informatie over de Balkan: ‘Hoeveel investeerden de Balkanlanden in de nieuwste wapens, machinegeweren, granaatwerpers, onderzeeërs en vliegtuigen?’ Sommige van deze landen hadden contracten afgesloten met de West-Europese wapenindustrie. Vooral Bulgarije en Servië hadden ook hun samenlevingen gemilitariseerd. Het volk moest er als een man achter zijn leger staan. In mei 1914 verscheen het rapport van de Carnegie-vredescommissie.17 Tijdens de Balkanoorlogen was een nieuw soort oorlog ontstaan: een oorlog waaraan iedereen geacht werd mee te doen, waarin niemand meer onschuldig was, waarin ervan uitgegaan werd dat de lokale bevolking een gevaar vormde en dus onschadelijk moest worden gemaakt. De conclusie van het rapport was duidelijk: ‘Het afbranden van dorpen en de exodus van de verslagen bevolking is een normale en traditionele karakteristiek van alle Balkanoorlogen en opstanden. Het is de gewoonte van deze volkeren. Wat zij zelf hebben geleden, doen zij anderen aan.’18
3. de eerste wereldoorlog of de grote oorlog
26
3.4 OVERAL IN EUROPA GAAN DE LICHTEN UIT... Het hoogtepunt van de Europese macht betekende tegelijk ook de neergang van de Europese positie in de wereld: tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had Europa nog maar veertien jaar te gaan. Sir Edwin Grey, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, keek op de avond van de Britse oorlogsverklaring aan Duitsland naar de lampen van Whitehall en zei: ‘Overal in Europa gaan de lichten uit…’19 Gray had gelijk, want toen de lichten vier jaar later weer aangingen, hadden vier aardbevingen Europa op zijn grondvesten doen daveren: op militair, economisch, politiek en sociaal vlak. Bij de start van de oorlog maakten de Britten zich overigens zorgen over een conflict veel dichter bij huis. Het Britse parlement had een wet goedgekeurd die zelfbestuur aan Ierland gaf. Die ingreep had vooral de protestanten in de Noord-Ierse provincie Ulster ontstemd. Zij wilden blijven deel uitmaken van Groot-Brittannië. Een groep van 100.000 paramilitairen dreigde zich tegen de nieuwe regeling te verzetten. De Britse regering was dan ook niet alleen bezorgd over wat er zich in Europa afspeelde, maar ze had ook haar handen vol om een burgeroorlog in eigen land te voorkomen. Wie en wat juist aanleiding gaf tot de Eerste Wereldoorlog, wordt nog altijd betwist. Miljoenen doden en woorden verder zijn historici het nog altijd niet eens over het waarom van de oorlog. Volgens de Britse historica Margaret MacMillan was de schuld van niemand of van iedereen.20 In Europa heerste vrede, die zonnige zondagochtend 28 juni 1914, toen de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger aartshertog Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie Chotek aankwamen op het station van Sarajevo voor een militair inspectiebezoek. Zevenendertig dagen later brak de Eerste Wereldoorlog uit. In dat conflict werden 65 miljoen manschappen op de been gebracht, drie keizerrijken gingen ten onder, 20 miljoen militairen en burgers kwamen om en 21 miljoen raakten gewond. De aartshertog en zijn vrouw werden die dag om halfelf vermoord op de stoep voor de delicatessenzaak Moritz Schiller door Gavrilo Princip, een Bosnisch-Servische boerenzoon. De datum van hun bezoek aan de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina was geen goed idee, want 28 juni was de verjaardag van de legendarische slag van Kosovo Polje van 1389 en dus een heilige dag voor Servische nationalisten. Princip behoorde tot een groep nationalistische Bosnische jongeren van Servische afkomst. Ze waren amateurterroristen die op het moment van de aanslag zo zenuwachtig waren dat hun plannen bijna volledig mislukten. Op het moment dat de auto voorbijkwam, durfde de eerste samenzweerder zijn bom niet te gooien. De
3. de eerste wereldoorlog of de grote oorlog
27
tweede was te bang om te schieten. De derde was bijziend en kon niet goed zien in welke wagen het paar zat. De vierde gooide zijn bom te vroeg zodat die afketste op de vorige auto. Door stom toeval kon Gavrilo Princip met twee schoten uit een Belgisch pistool de kroonprins en zijn echtgenote even later toch vermoorden. David Fromkin, een Amerikaanse hoogleraar geschiedenis en internationale betrekkingen, schreef dat het Oostenrijk-Hongarije in werkelijkheid weinig kon schelen of Servië aan de moordaanslag schuldig was of niet. De leden van het keizerlijk hof waren bovendien niet rouwig om de moord op de aartshertog en zijn vrouw. Ze waren blij dat het ongeliefde paar van het toneel verdwenen was. Bovendien was het altijd wel wat op de Balkan die men toen nog het Nabije Oosten noemde: een ruig gebied met onverzoenbare volkeren die geen deel uitmaakten van de westerse beschaving.21 In België was er echter meer ongerustheid over de moordaanslag, want het toeristische seizoen en het eventuele inkomstenverlies zorgden ervoor dat de Blankenbergse middenstand zich realiseerde dat het zijn kapitaalkrachtige koninklijke bezoekers nooit meer zou terugzien: ‘Immers de Oostenrijksche kroonprins was een trouwe bezoeker van Blankenberghe. Verscheidene seizoenen bracht hij hier door aan ons strand, met zijne familie. Verleden jaar verbleef hij er gedurende twee maanden in Juli en Augustus. Deze zoo wreede als onverwachte gebeurtenis was Zondagavond het voorwerp aller gesprekken. Aan verscheiden groote hotels van den zeedijk hangt de vlag halftop. Zijne K. en K. Hoogheid was voornemens dezen zomer nogmaals eenige weken in Blankenberghe te verblijven.’22 Het had nog erger gekund, want volgens emeritus hoogleraar Luc De Vos had de Zwarte Hand23 al in 1913 een aanslag in de Belgische kuststad gepland: Blankenberge als Sarajevo avant la lettre.24 In Brussel had men het toch vooral over het echte grote nieuws van die zomerse dag: de Belg Philippe Thijs had de eerste etappe van de Tour de France gewonnen: Parijs – Le Havre of 388 km hard labeur.25 Voor de Serviërs in Bosnië-Herzegovina werd het ondertussen duidelijk wat de gevolgen waren van de moord op de kroonprins. In Sarajevo en Mostar werden Servische horecazaken en winkels bestormd en geplunderd. De huisraad en koopwaren vlogen door deuren en ramen. Zelfs een magazijn van doodskisten moest eraan geloven. Niet de waarheid sneuvelde als eerste bij de start van deze oorlog, maar de ruiten van Servische winkels, schoolgebouwen en huizen van invloedrijke burgers en geestelijke leiders. De Servische onderdanen werden niet in bescherming genomen door de Oostenrijkse overheid.26 Binnen een maand waren er vijfduizend Bosnische Serviërs gearresteerd. De Weense regering stelde Schutzkorps samen uit moslims en Kroaten en zette zoals zo vaak de verschillende bevolkingsgroepen tegen elkaar op. Deze korpsen voerden samen met het Oostenrijkse leger honderden standrechtelijke executies uit op Bosnische Serviërs. Tienduizenden van hen werden voor de duur van de oorlog in concentratiekampen opgesloten. De
3. de eerste wereldoorlog of de grote oorlog
28
Servisch-orthodoxe scholen werden allemaal gesloten en de huizen en de gronden van de gevluchte Serviërs werden in beslag genomen. Het cyrillisch schrift werd verboden.27 In het woiwodschap Servië schreven kranten dat de Oostenrijkse regering de moord aan zichzelf had te danken door de annextie van Bosnië-Herzegovina in 1908. De Slavische volkeren waren decennialang onderdrukt: Princip werd een martelaar genoemd en Oostenrijk een ‘door wormen aangevreten monarchie’. Wenen werd in die optiek een stad van criminelen.28 Ondertussen groeide Gavrilo Princip vrij snel uit tot een dramatisch personage. Jong, tenger en vreselijk toegetakeld, werd hij opgesloten in Theresienstadt (Terezin) in het latere Tsjecho-Slowakije. De Habsburgse wetten stonden de doodstraf voor personen onder de 21 jaar niet toe. Er was geen raam in zijn cel: hij kon er niet lezen of schrijven. In volstrekte duisternis waren zijn armen met kettingen vastgeketend aan ringen in de muur; aan een van zijn voeten hing een stalen bal van twintig kilo. Totaal geïsoleerd mocht hij per dag een half uurtje wandelen op de binnenplaats. In 1916 werd hij overgeplaatst naar het gevangenishospitaal omdat zijn linkerarm was aangevreten door bottuberculose: zijn onder- en bovenarm werden door een ijzeren draad samengehouden. Op zijn borst zat een zweer ter grootte van een hand. Later in dat jaar werd zijn linkerarm geamputeerd. Princip stierf in april 1918. Omdat men bang was dat zijn graf een bedevaartplaats zou worden voor Joegoslavische nationalisten werd hij op een geheime plek begraven. Een van zijn bewakers, een Tsjecho-Slowaak, markeerde zijn begraafplaats en na WO I brachten zijn aanhangers hem over naar Sarajevo waar zijn graf een symbool werd voor een vrij Zuid-Slavië. Het was niet toevallig dat een Tsjecho-Slowaakse bewaker begaan was met het lot van Princip. Net zoals zijn meeste landgenoten koesterde hij een stille bewondering voor het panslavisme ondanks het feit dat Ferdinands echtgenote, de Boheemse Sophie Chotek, slachtoffer was geworden van de aanslag. De Oostenrijkse elite had het hun troonopvolger Frans Ferdinand nooit vergeven dat hij gehuwd was met deze gravin die volgens de Habsburgers niet tot de juiste stand behoorde. Ze was weliswaar van oude adel, was knap, had een goede reputatie, maar haar aristocratische familie had destijds te weinig geld om ervoor te zorgen dat hun familienaam werd opgenomen (in 1815 na het Congres van Wenen) in de lijst met namen van hen die waren uitverkoren om te huwen met de leden van de Europese vorstenhuizen. Frans Ferdinand werd daarom gedwongen om een huwelijk te sluiten ‘met de linkerhand’, waarbij hij beloofde dat zijn kinderen nooit aanspraak konden maken op de troon. Gravin Chotek kreeg ook het verbod om naast haar echtgenoot plaats te nemen bij officiële gebeurtenissen; ze werd verbannen naar een plek van lagere status aan het hof van de Habsburgers of een schaduwbestaan.29 Frans Jozef I vond
3. de eerste wereldoorlog of de grote oorlog
29
de moord op zijn troonopvolger en diens morganatische echtgenote in Sarajevo niet onwelkom. Hij had toch niet gewild dat de aartshertog hem zou opvolgen.30 Uiteindelijk zou de droom van de jonge Princip vrij snel verwezenlijkt worden. Oostenrijk-Hongarije had de oorlog verloren en werd in verschillende landen opgedeeld. Op 1 december 1918 werd het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen opgericht: Servië, Montenegro, Kroatië, Slovenië en Bosnië-Herzegovina werden een Zuid-Slavische natie. Joegoslavië zoals het nieuwe koninkrijk werd genoemd, was echter moeilijk tot een eenheid te smeden. Lokale opstanden en etnische tegenstellingen gooiden roet in het eten. Het leek of het land net zo min vrijheid als slavernij kon verdragen.31 Panslavisme Het panslavisme streefde aanvankelijk naar een politieke eenheid van alle Slavische volkeren. De Jong-Bosniërs onder de zuidelijke panslavisten hadden een regionale grensoverschrijdende doelstelling: ze wilden alle ZuidSlavische etnische groepen verzamelen in een staat die nog niet bestond. Dit Zuidslavisme of Joegoslavisme wou vrij zijn van vreemde overheersers: de Oostenrijkse-Hongaarse, de Italiaanse en de Turkse. Ze wilden een ‘JongJoegoslavië’ stichten. Van Frans Ferdinand was bekend dat hij de Slavische minderheden binnen de Oostenrijks-Hongaarse context meer autonomie wou geven. Voor de Servische nationalisten was dat gevaarlijk: als hij in zijn plan zou slagen, konden ze hun droom van een apart koninkrijk voorgoed vergeten. Het panslavisme genoot de steun van Rusland dat niet alleen toegang wou tot de Middellandse Zee via een mogelijke bezetting van de zeestraten Bosporus en Dardanellen, maar ook verwant was met de Slavische volkeren. Het panslavisme was een ideale dekmantel voor de Russische expansiedrang in de richting van die zeestraten. Ook tijdens de latere besprekingen over het Verdrag van Versailles suggereerden de Slavische volkeren tevergeefs de oprichting van een statenbond tussen Joegoslavië en Tsjecho-Slowakije. Nog veel later, tijdens de Praagse Lente (1968), zouden heel wat Tsjechen opgevangen worden in Joegoslavië.
3. de eerste wereldoorlog of de grote oorlog
30
3.4.1 De start van de Eerste Wereldoorlog Oostenrijk-Hongarije verklaarde Servië de oorlog op 28 juli 1914. De Russische tsaar Nicolaas II beschouwde de Serviërs als broedervolk en mobiliseerde zijn leger. De Duitse keizer Wilhelm II probeerde zijn neef op andere gedachten te brengen, maar dat mislukte. Duitsland verklaarde Rusland de oorlog op 1 augustus. Frankrijk, een bondgenoot van Rusland, mobiliseerde zijn leger. Een dag later stelde Duitsland België een ultimatum: het moest het Duitse leger een vrije doortocht verlenen, anders zou de neutraliteit niet gewaarborgd worden. België weigerde. Op 3 augustus verklaarde Duitsland Frankrijk de oorlog. Op 4 augustus viel Duitsland België binnen; meteen verklaarde het Verenigd Koninkrijk Duitsland de oorlog. Binnen de week waren de Europese grootmachten in oorlog. Oorlogskredieten Hoeveel geld de Eerste Wereldoorlog gekost heeft, is niet echt bekend. Het schuldenvraagstuk is nochtans minstens even belangrijk als de schuldvraag. De heftigste discussies speelden zich vooral na de oorlog af. Aris Gaaff, de auteur van ‘De financiering van de Eerste Wereldoorlog. Vier jaar vechten op krediet’, schrijft dat in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw de politici worstelden met de onmogelijke taak om de rommel op te ruimen die vier jaar ongelimiteerd geld uitgeven teweeg had gebracht. Hij gaat ervan uit dat de financiële aspecten de periode 1870 tot 2010 behelsden.32 Alle regeringen werden met dezelfde problemen geconfronteerd en de normale staatsinkomsten uit vredestijd voldeden niet. Gedurende heel de oorlog waren de ministers van Financiën en de Centrale Banken druk begaan met het financieel management zonder veel democratische legitimatie. De parlementen werden immers grotendeels buiten spel gezet. Behalve in Groot-Brittannië. De Amerikanen en de Britten betaalden bijna de helft van WO I, gemeten in dollars van 1913. Oorlogsleningen of het uitschrijven van grote binnenlandse leningen waren het middel bij uitstek om de publieke opinie te bespelen. Enige morele argumentatie werd daarbij niet geschuwd. De ‘jongens’ gaven tenslotte in de oorlog het beste van zichzelf. Het minste wat men van de thuisblijvers kon vragen, was dat zij hetzelfde deden op financieel vlak. Alle propagandamiddelen waren goed om geld op te halen. De affiches van deze oproepen hebben intussen een grote kunsthistorische waarde. Competities tussen regio’s en steden waren in veel landen een middel om het lokale gemeenschapsgevoel te verhogen. Vervolgens werden er lijsten gepubliceerd met de opbrengsten per hoofd van de bevolking of per stad. Wie er geen zin in had, werd geportretteerd als niet-vaderlandslievend of als
3. de eerste wereldoorlog of de grote oorlog
31