5
6
piet ongezouten HET VERHAAL VAN MIJN LEVEN Opgetekend door Edward Vanhoutte
7
INLEIDING 1/ IK BEN PIET
6 5/ OP EIGEN BENEN
Waarom ik mijn verhaal vertel.
2/ DE BLAUWKES
12 6/ DE TELEVISIEJAREN
Van Heule naar Canada, Congo en terug. 1880-1960
3/ PIETJE
170
Opkomst en val van SOS Piet. 1998-2015
44 7/ LIKOKÉ
Van ‘t Bewaarke naar de Kokschool. 1960-1979
4/ CHEF!
104
Restaurant Piet Huysentruyt. 1987-1998
232
The Return of a Legend. De Comeback van een Chef. 2011-2021
68 8/ EN NU?
Koksijde en de wereld. 1979-1986
2021-...
4
298
BIBLIOGRAFIE
304
Van Piet Huysentruyt 1997-2022
TV PROGRAMMA’S
308
Van Piet Huysentruyt 1994-2018
DANKWOORD
310
5
1/
Shouting at the world you'll never change But it's what's inside you've got to rearrange
Therapy?, Nowhere 6
ik ben piet huysentruyt WAAROM IK MIJN VERHAAL VERTEL
7
8
1/ IK BEN PIET HUYSENTRUYT HET MOET EEN VAN DE eerste en enige keren geweest zijn dat ik die woorden uitsprak. Ik was volledig van mijn melk toen sterrenchef Harold Follet brandhout maakte van de zonnevis die ik serveerde met een sorbet van girolles in mijn restaurant in WortegemPetegem. Ik vond dat een geniaal gerecht, maar de gastronomische wereld die deze chef vertegenwoordigde, hield er andere ideeën op na. ‘Ik ben Piet Huysentruyt’, antwoordde ik bedeesd toen hij mij op dreigende toon toebeet: ‘Wie zijt gij dat gij het aandurft om mij een sorbet van girolles te doen eten?’
HEEL MIJN LEVEN LANG heb
ik mij nooit moeten voorstellen. Iedereen kende klein Huusentruutje, omdat ik de zoon was van die gewezen koloniaal die berooid van zijn Congolese avontuur was teruggekeerd en met zijn felle madam opnieuw een leven probeerde op te bouwen in het conservatieve en meedogenloze West-Vlaanderen. Waar de liefde voor God welig tierde maar de achterklap hoogtij vierde. Iedereen kende klein Huusentruutje, omdat ik het domme broertje was van die primus die met de vingers in de neus door de lagere en de middelbare school huppelde en wiskundige vraagstukken oploste waar ik nooit iets van begrepen heb. Toen het kleineren van kinderen nog een onderdeel was van het pedagogische project op school. Iedereen kende klein Huusentruutje, omdat hij dat venijnig voetballerke was dat zowel met zijn linker- als met zijn rechtervoet overweg kon en daarmee de tegenstander altijd op het verkeerde been zette. Piet Huysentruyt was die koppigaard, die leegaard, die mislukkeling die helemaal zijn vader was. Hij was den dienen met zijn lang haar op zijn mobylette die stonk naar de frieten van de snackbar en die van zijn moeder zijn flanellen broek moest aandoen om naar een fuif te gaan. Hij was die gast van de Chiro die ambiance kon maken en voor zijn vrienden door het vuur zou gaan. Piet Huysentruyt was die eigenwijze leerling die liever de afwas deed dan dat hij in de keuken stond. Die ouderejaars voor schut zette door hun stageplaats af te snoepen en de directeur van de hotelschool haast een hartaanval bezorgde toen de jurerende sterrenchef riep dat hij nooit nog een voet in de school zou zetten als die Huysentruyt zou slagen voor zijn eindexamen. Huysentruyt was de rijzende yoghurtster, het zwienepootje, de karnemelkwafel, die zot bij wie je ‘hes en blaren’ kreeg. Die clown in zijn pyjama die rauwe lever en stierenkloten serveerde en varkensdarmen in desserts draaide. Die snotneus die gerespecteerde driesterrenchefs de les spelde in de pers. De gebuisde sterrenchef die zogezegd met zijn zwart geld naar Frankrijk vluchtte. Piet Huysentruyt was de mediageile keukenkabouter die enkel maar aan zijn eigen portemonnee dacht en iedereen uitscheet die in zijn weg liep. De vedette die voor zijn dikke nek zeker drie sterren verdiende. De stripfiguur die als SOS Piet iedereen belachelijk maakte. Ik heb mij mijn hele leven lang nooit moeten voorstellen omdat iedereen mij kende. Omdat iedereen dácht mij te kennen. Want behalve mijn vrouw Vero zijn er weinig mensen 9
die weten wie Piet Huysentruyt is. Mijn kinderen misschien, mijn moeder zaliger wellicht. Maar verder niemand.
GAULT&MILLAU HEEFT MIJ TWEEMAAL UITGEROEPEN tot ontdekking van het jaar. In zowel het Nederlands, het Frans als het Engels zit iets moois in de opbouw van de woorden ‘ontdekking’, ‘dé-couverte’ en ‘dis-covery’. Wat be-dekt was, wordt opeens ont-dekt en met de wereld gedeeld. Wat voorheen in het verborgene verscholen zat, geeft zijn geheimen prijs. Op dezelfde manier is dit boek een ont-dekking van Piet Huysentruyt. De vele verhalen, anekdotes, gebeurtenissen en ontboezemingen tonen mij zoals ik ben. Voor de eerste keer vertel ik mijn verhaal zoals het nog nooit is verschenen, en ik neem daarbij geen blad voor de mond. Ongezouten en rauw soms, maar nooit bedoeld om wie dan ook te kwetsen of aan te vallen. Het kolerieke ventje is ouder en milder geworden en heeft met dit boek, vanop afstand maar toch enorm betrokken, het een en ander van zich af kunnen schrijven. Daarmee vormt dit boek een sluitstuk van een bewogen leven dat zich voor een groot deel voor de camera’s afspeelde. Na zestig jaar op deze aardkloot en bijna dertig jaar in de media maak ik de balans op van mijn leven waarin de liefde voor het vak maar vooral de liefde voor mijn gezin, mijn familie en mijn vrienden het winnen van elk smeuïg verhaal of schandaal waaraan mijn naam kleeft. Eigenlijk gaat dit boek over mijn familie. Zowel over mijn nieuwe familie met mijn vrouw en mijn twee kinderen als over mijn oude familie met mijn ouders, mijn broer en mijn zus en over het verhaal van het vlas waarmee alles begon. Het diepmenselijke verhaal van hoe een klein, modaal, Vlaams en oerkatholiek gezin uit de miserie opkrabbelde door wilskracht en karakter, om elk van hun drie kinderen, waarvan er één eigenlijk gedoemd was een nietsnut te worden, een toekomst te bieden. Dit boek gaat over de tegenslagen, het bloed, het zweet en de tranen die achter de glimlach van de televisiepersoonlijkheid zitten. De ongekende kanten van de roem. En ik ga hierbij geen enkel taboe uit de weg. De media tonen iemand zoals zij het willen. Ze maken en breken iemand zonder rekening te houden met of rekenschap te moeten afleggen tegenover die persoon en zijn familie. Iedereen weet dat succes moeilijk te dragen is, maar niemand praat over de donkere kanten van de roem. Het is al jaren een van mijn frustraties dat iedereen de Piet kent die van tv zijn beroep heeft gemaakt, maar niet de Piet die ik thuis ben bij familie en vrienden. Als BV ben je zogezegd publiek bezit en mag iedereen een mening over je vormen. Helaas is die dikwijls nergens op gebaseerd, want wie ik op tv ben, ben ik niet als mens. En de persoon die ik was, ben ik nu niet meer. En ik ben daarin moeten groeien. Ik weet wel wanneer ik fouten heb gemaakt. Toen ik mijn bistro-restaurant Lutin Gourmand runde in het pand waar nu Likoké gevestigd is, het restaurant van mijn zoon, was ik een beest. Ik stond op de top van mijn televisiecarrière en hele busladingen kwamen naar mij kijken als was ik een circusact, een aapje in de zoo, van wie ze ongevraagd foto’s mochten nemen en aan wie ze mochten trekken. Op zulke momenten was het moeilijk om de kalmte te bewaren. Vooral omdat hetzelfde scenario zich elke dag opnieuw afspeelde. Aan wie mij nu vertelt dat ze nog in de Lutin Gourmand zijn komen eten, vraag ik altijd of ik vriendelijk was. 10
NU KAN IK ER TEGEN
dat mensen mij niet graag zien, maar vroeger kon ik dat niet hebben. Wie niet mét mij was, was tegen mij, en tegen diegene richtte ik mijn talloze woedeaanvallen. Op een bepaald moment voelde ik mij gevangen in mijn eigen creativiteit omdat geen mens mij begreep. Elke artiest wil geliefd zijn, en wie niet kan leven met de realiteit dat niet iedereen je graag kan zien, krijgt een kronkel in zijn kop of gooit zich in drank, drugs of iets anders. Ofwel wordt dat vervolgens zijn dood, ofwel spartelt hij zich erdoor en komt hij er sterker uit. Ik kan hier duidelijk stellen dat ik mij nooit met drugs heb ingelaten, maar ik heb altijd wel graag gedronken. Gelukkig zijn er op tijd voldoende signalen geweest en is het nooit tot een echt probleem geëvolueerd. Maar ik heb ook diep gezeten en heb de dood enkele keren in de ogen gekeken. Mijn familie en mijn vrienden hebben mij de warmte en het begrip gegeven om met mijn demonen om te gaan, waardoor mijn frustraties inmiddels volledig weg zijn. Met dit boek wil ik de lezers uitnodigen om mij te leren kennen, hun beeld van mij bij te stellen en mij ook te ont-dekken als familieman, met goede en kwade momenten.
MET DIT BOEK SLUIT IK ook een hoofdstuk af om mij samen met mijn vrouw terug te trekken in mijn nieuwe thuisland Zuid-Afrika, van waaruit ik nu en dan nog zal terugkeren naar ons huis in Frankrijk om er te genieten van ons gezin en de vruchten te plukken van meer dan dertig jaar noeste arbeid. Maar dit boek is ook het begin van een nieuw hoofdstuk in mijn leven waarin wat minder plaats is voor televisie en media, maar waar ik des te meer zal genieten van de rust, van reizen en van de grootste liefde in mijn leven: mijn beste maat en vrouw Vero. Wie nu nog een interview met mij wil, of mij voor een programma wil strikken, zal erg zijn best moeten doen, of weten op welke golfcourt op deze planeet ik aan mijn handicap aan het werken ben.
IK HEB HET EIGENLIJK ALLEMAAL gedaan in mijn leven. Ik heb sterren gekookt en ik ben sterren kwijtgespeeld, ik ben het kijkcijferkanon geweest van VTM en ik ben op straat gezet, ik heb met mijn vlotte babbel miljoenen verdiend voor mijn sponsors en ben contracten verloren door mijn grote mond. Ik heb bestsellers gepubliceerd en boeken die men aan de straatstenen niet kwijtraakte, heb hutsepot gemaakt met bloedworst op de Vlaamse tv en vanuit het niets een sterrenrestaurant op de kaart gezet in Frankrijk. En ik denk dat ik toch iets heb betekend voor de Vlaamse eetcultuur. Ik heb lang twijfels gehad over mezelf, maar nu ben ik fier op alles wat ik heb gedaan. Ik ben Piet Huysentruyt. You love him or you hate him. Maar beide zijn ok.
11
2/
12
de blauwkes VAN HEULE NAAR CANADA, CONGO EN TERUG
I got my tribe it's my own right And I don't have to tell you why It's been like that from the start And you can't break it apart
Sepultura, Born Stubborn 13
14
1/ CYRIEL IK KOM UIT EEN GESLACHT van avonturiers, durvers, doeners en commerçanten. Al van vroeg in de negentiende eeuw lieten de Huysentruyts zich gelden als befaamde smokkelaars van alles wat er te smokkelen viel. En daar zat zeker tabak, koffie, suiker en boter bij. In die tijd waren er zelfs die schapen en biggen smokkelden, maar of mijn voorouders zich daarmee bezighielden, weet ik niet. Feit is dat alles waar een cent mee kon worden bijverdiend vanuit de heimat in het West-Vlaamse Heule tot over de Franse grens werd gebracht en verhandeld. Er waren in die tijd nog meer families die ‘blauwden’, zoals ze dat noemen in het West-Vlaams, om hun karige loontje als knecht, fabrieksarbeider of keuterboer wat te spekken. Maar er was maar één familie die ‘de Blauwkes’ werd genoemd, en dat waren de Huysentruyts. Ik ben nog steeds fier op deze geuzennaam, maar toentertijd klonk die naam veeleer als een negatief en neerbuigend scheldwoord, vooral als hij werd gebruikt door de Huysentruyts uit Lendelede die om de een of andere reden ‘de Bruintjes’ werden genoemd. Maar blauwers zijn geen dieven. Blauwen mag je doen, je moet er alleen maar voor zorgen dat de douaniers je niet stekken. De eerste traceerbare ‘Ysentrut’ wordt vermeld in een renteboekje van de Kortrijkse Groeninghe- abdij uit 1360. De familienaam is ontstaan uit de Germaanse meisjesnaam Isan-trûd. Isan betekent ijzer, ijs of stevig en trûd betekent macht, kracht, sterkte, vertrouwd of geliefde. De Huysentruyts zijn al sinds 1430 onafgebroken aanwezig in Heule, de grootste deelgemeente van Kortrijk. Heule heeft altijd een sterke identiteit gehad als onafhankelijk dorp. Zeg nooit Kortrijkzaan tegen een Heulenaar! Bij boeken lezend Vlaanderen is Heule eerder bekend als de geboorteplaats van Stijn Streuvels, die andere schrijver die zijn volk leerde lezen en in totaal vijftien keer genomineerd werd voor de Nobelprijs voor literatuur. Bij het grote publiek, echter, is Heule vooral bekend van de jaarlijkse Tinekesfeesten met de verkiezing van Tineke van Heule. De uitverkorene is een jaar lang de ambassadrice van het dorp en wacht een grote toekomst. Bijvoorbeeld aan de zijde van een chef die meer boeken heeft verkocht dan Streuvels. Misschien heeft mijn grootvader Cyriel Stijn Streuvels nog wel gekend, hoewel hij negen jaar na Streuvels werd geboren. In het bevolkingsregister van Heule werd mijn grootvader Cyrille Alphonse Huysentruyt op 18 november 1880 ingeschreven op het adres Zomerland 219. Zomerland was de naam van het gehucht rond de huidige Pachthofstraat waar de Huysentruyts woonden en werkten. Overgrootvader Henri was zwingelaar en had er zijn eigen vlasmolen. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw nam de vlasnijverheid in Heule een hoge vlucht en dat creëerde werk en welstand. Maar blijkbaar was Heule te klein voor Cyriel. Na enkele jaren als zwingelaar gewerkt te hebben in Heule vond hij het tijd om zijn vleugels uit te slaan. Hij had zijn zinnen gezet op Canada, waar hij als ‘farmer’ zeer welkom was. Hij was toen 26 jaar. Op woensdag 1 mei 1907, enkele maanden voor Leopold II per akte afstand deed van ‘zijn’ Congostaat aan België, voegde Cyriel de daad bij het woord. Als passagier nummer 288 ging hij in Antwerpen aan boord van de Montrose richting Canada. De Montrose was een oceaanstomer van 135 meter lang en 16 meter breed met plaats voor 1870 passagiers. Dit passagiersschip van de Canadian Pacific Line voer van Antwerpen via Boston en 15
Quebec naar Montreal met een topsnelheid van twaalf knopen of 22 kilometer per uur. De overtocht naar de toenmalige grootste stad van Canada duurde maar liefst zestien dagen. Maar Cyriel reisde niet alleen. Zijn elf jaar oudere schoonbroer Theophiel Vanackere, die ook vlaswerker was, vergezelde hem. Theophiel was getrouwd met Cyriels oudere zus Mathilde Huysentruyt, die samen met hun dochtertje van vijf jaar en een zoontje van amper twee maanden oud achterbleef in Heule. In tegenstelling tot Cyriel was Theophiel niet aan zijn proefstuk toe. Enkele jaren voordien had hij de oversteek ook al eens gemaakt om zijn geluk als goudzoeker na te jagen tijdens de Klondike Goldrush. Wellicht hadden zijn verhalen Cyriel ertoe aangezet om op zijn beurt een kans te wagen in het jonge continent. Als ‘returned Canadian’ kon Theophiel trouwens tot 50 dollar opstrijken als hij kon bewijzen dat hij andere immigranten zoals Cyriel meebracht naar Canada. Dat moet een welgekomen bonus geweest zijn. Mijn neef Bart Huysentruyt schreef in 2014 een artikel over de Heulse landverhuizers naar de Nieuwe Wereld voor het heemkundig tijdschrift Heulenspiegel. Voor dat artikel spoorde hij passagierslijsten op en vlooide ze minutieus uit. Hij bracht me op het spoor van de Library Archives Canada, waar deze passagierslijsten online te raadplegen zijn. De passagierslijst van de Montrose is een handgeschreven document van 47 pagina’s waarin voor elke passagier de volgende gegevens worden vermeld: passagiersnummer, bedrag cash geld in dollars bij aankomst, familienaam en voornaam, leeftijd, of ze kunnen lezen en schrijven, burgerlijke stand met S voor ‘single’ en M voor ‘married’, beroep, land van geboorte en ultieme bestemming. Volgens een notitie op de derde pagina van de passagierslijst was de purser zes en een half uur bezig, van 6.45 u ’s ochtends tot 13.15 u, om alle gegevens van de 1849 geregistreerde passagiers te noteren. En voorwaar, na enig klikwerk kom ik op pagina 39, waar de passagiers worden opgesomd die in tweede klas naar Canada voeren. Op ongeveer drie vierde van de pagina lees ik: 288 $25.00 Huysentruyt Cyriel 26 yes S FARMER Belgium Vancouver, BC Dit is het materiële bewijs dat de verhalen die door mijn tantes werden verteld en die door neef Bart werden onderzocht ook waar zijn. Dichter dan dit kom ik niet bij het avontuur van mijn grootvader. Volgens dit document was Cyriel Huysentruyt dus passagier nummer 288 en trok hij op 26-jarige leeftijd als vrijgezelle landbouwer die kon lezen en schrijven naar Vancouver in British Columbia, en hij arriveerde in Montreal met nog 25 dollar op zak. Hij moet zeker met meer geld vertrokken zijn, want aan boord spendeerde hij waarschijnlijk ook wel wat. In die tijd was 25 dollar pakweg 125 Belgische frank waard, wat omgerekend nu ongeveer 950 euro zou zijn. Dat was toch een pak geld voor een vlasser uit Heule. Het is opmerkelijk dat beide Heulse avonturiers, die van zeer bescheiden komaf waren, toch in de luxueuze tweede klas reisden. Een overvaart in tweede klas kostte immers het dubbele van een ticket in derde klas, en van de 1849 passagiers op de Montrose waren er volgens de passagierslijst slechts 57 die zich zo’n ticket konden permitteren. Naast een aantal ‘farmers in Canada’ en ‘returned Canadians’ bevonden beide vlassers zich daar in het selecte gezelschap van onder anderen een ingenieur, een architect, een muzikant, een aannemer en een mecanicien uit België, een acteur en een beeldhouwer uit Duitsland, een schrijnwerker uit Frankrijk en een zeevaarder uit Rusland. Verder werden de hutten in 16
tweede klas ook nog bevolkt door passagiers uit Engeland, Oostenrijk en Nederland. Deze groep van begoede passagiers stak schril af tegen de grote meute arbeiders uit Centraal- en Oost-Europa die in derde klas reisden. Had Theophiel misschien zijn eerste oversteek in die goedkopere derde klas gemaakt en was hem dat zo slecht bekomen dat hij zijn schoonbroer overhaalde om een van de duurdere en ruimere hutten te boeken met verwarming, ventilatie en een comfortabel bed? Dat is zeker mogelijk. Of misschien was het algemeen bekend onder de Vlaamse landverhuizers dat reizen in derde klas tegen elke prijs te vermijden was. Na een medisch en administratief onderzoek bij aankomst zetten Cyriel en Theophiel op donderdag 16 mei 1907 voet op Canadese bodem. Maar daarmee was het reizen nog lang niet achter de rug. Direct na hun ontscheping in Montreal aan de oostkust van Canada stapten ze op de Pacific Express voor een trip van bijna 4000 kilometer naar Vancouver aan de westkust van Canada. Volgens een spoorboekje van april 1907 dat dankzij een Canadese treingeek online te raadplegen is, vertrok die trein op donderdag 16 mei om 21.40 u en kwam die na vijf nachten in Vancouver aan op dinsdag 21 mei 1907 om 11.50 u. Omdat de Canadian Pacific Railway ook eigenaar was van de Canadian Pacific Line, was de meerdaagse treinreis naar hun eindbestemming inbegrepen in hun ticket voor de oversteek. Als passagiers die in tweede klas reisden, verzekerden ze zich zo zonder extra kosten van een bed in een van de tweede klas of ‘colonist’ slaapwagons. Daarmee spaarden ze ter plaatse achttien dollar per persoon uit. Hoewel die slaapwagons in het spoorboekje van de Transcontinental Train Service aangeprezen werden als goed gebouwd, goed verlicht met moderne gasverlichting, aangenaam en beschikkend over excellente slaapaccommodatie, waren er enkel houten bedden en moesten ze wel bijbetalen voor een matras (75 cent), een laken (80 cent), een kussen (20 cent), een bedbinder (15 cent) en een paar gordijntjes (75 cent) als ze wat comfort wilden. Ontbijt en middagmaal werd à la carte geserveerd en het avondmaal kostte één dollar. Veel moet er toch niet overgebleven zijn van de 25 dollar die Cyriel op zak had toen hij aankwam in Montreal. Grootvader Cyriel heeft van de daaropvolgende jaren in Canada en Amerika niet veel sporen meer nagelaten. Als die er al waren, zijn er bij mijn weten geen brieven overgeleverd die mijn grootvader vanuit Canada naar huis stuurde, of ik heb ze in elk geval niet kunnen vinden. Dus moet ik mij baseren op de verhalen die bij de Blauwkes werden verteld. Cyriel was natuurlijk vooral naar Canada getrokken om er een betere toekomst op te bouwen dan in Heule, dus moest hij op zoek naar werk. Hij vond er onder andere werk aan de spoorweg, en hij is ook de grens met de Verenigde Staten overgestoken om in Seattle zijn geluk te beproeven. Wat hij precies allemaal heeft gedaan of waar hij precies heeft gezeten, weet ik niet, maar hij trok blijkbaar zijn plan en boerde er goed, want volgens mijn tante Anneke kwam hij na vier jaar naar huis met een klein kapitaal aan ‘goudfrangs’. De Vlamingen die tussen 1850 en 1930 hun geboortestreek verlieten om in Canada en Amerika een beter bestaan uit te bouwen, vormden levendige gemeenschappen die elkaar ondersteunden en waarin het vertrouwde Vlaamse leven werd voortgezet. Een Vlaming wil immers Vlaams kunnen klappen. Het is zeker dat Cyriel in die middens terechtkwam, en nadat Theophiel weer naar België was vertrokken, trok hij er onder meer op met de familie Tuyttens, die in hetzelfde jaar als Cyriel vanuit Heule naar Canada was getrokken. Volgens mijn tante Andrea had Cyriel vooral oog voor een van de dochters en beleefde hij een romance met Irène Tuyttens. 17