Skip to main content

9789401461153

Page 1

Oostende & Compagnie


O

O


Claude Blondeel

OOSTENDE & COMPAGNIE


COLOFON

Claude Blondeel Concept en redactie: Johan Faes Vormgeving: Gert Verbelen Coördinatie: Toerisme Oostende vzw – Pieter Hens Uitgever: Lannoo Beeldredactie: Ann Brokken Auteur:

Dit boek is een initiatief van Toerisme Oostende vzw naar een idee van Peter Craeymeersch. Met medewerking van de directie Cultuur van de stad Oostende. Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact nemen met onze redactie: redactiekunst@lannoo.com. © Lannoo Uitgeverij nv, Tielt, 2019 D/2019/45/231 – NUR 640/680 ISBN: 978 94 014 6115 3 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. We hebben ons uiterste best gedaan om alle copyright­houders te traceren. Indien we daar toch niet helemaal in geslaagd zouden zijn, kunt u contact opnemen met onze uitgeverij.

www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.

4


5


VOORWOORD

Maîtres d’O Een alfabet van grote Oostendenaars. Niet dat ze allemaal van Oostende zijn. En strikt alfabetisch is het ook niet, want van Arno vergeten we de achternaam – tot daaraan toe – en dan zetten we hem nog voor Maurice Antony. Na Stefan Zweig komt er wel niemand meer, beloofd. Ze zijn dus niet allemaal van Oostende, de zestig wereldfiguren in dit boek, maar allemaal zijn ze in Oostende wel verankerd. Want er geboren of niet, wie dat bijzondere licht hier aan zee voor het eerst ziet, ziet ook figuurlijk het licht. Iets met de reflectie op de zandbanken onder de golven. James Ensor zou er nooit van weggaan. Léon Spilliaert zou er altijd naar weerkeren. Het trok schilders van dichte en iets verdere binnenlanden aan, zoals Félix Labisse en Felix Nussbaum. Ook schrijver-dichter Karel Van de Woestijne, die de architectuur “banaal” vond en de bevolking “winkelburgerlijk”, kon er niet aan weerstaan. “De trilling weet werkelijk emotie te wekken. Het licht alleen kan er gelukkig maken.” In de jaren 30 was Oostende een veilige haven voor Stefan Zweig, Joseph Roth en Irmgard Keun. Een exil in opluchting. Marvin Gaye, de Prince of Soul, genas er van zichzelf. Toch voor even. Want na de seksuele heling was ook het succes daar terug met zijn demonen. Koningen en keizers kwamen hier uitblazen en cultuur – hoog en laag – opsnuiven. De ene groef een tunnel naar zijn maîtresse vlakbij, de andere bleef maar winnen met de paarden omdat jockeys hun hoofd wilden behouden.

De cover is een schilderij van Herr Seele, geïnspireerd op De intocht van Christus te Brussel (1888) van James Ensor. Elke gelijkenis met één of meer van de zestig figuren in dit boek is allesbehalve toevallig. Gefotografeerd door Steven Decroos.

6


Het Kursaal beleefde en beleeft triomfen. Richard Strauss. Enrico Caruso. Dalida. Glenn Gould. Nina Simone. Jacques Brel. Arno. Na een Parijse nacht lanceerde Ensor het Bal du Rat Mort. Nog elk jaar danst de meester van de maskers mee. In Oostende ontmoetten en ontliepen genieën elkaar. Albert Einstein en August Beernaert, Nobelprijswinnaars. Marcel Proust en James Joyce, geen Nobelprijswinnaars. Hugo Claus leerde er boksen maar nauwelijks incasseren. Hoefde ook niet. Hij schreef meestal raak. Henri Storck maakte een filmstad van Oostende, Raoul Servais blijft haar animeren. Louis Couperus op huwelijksreis, de Brontë-zussen onderweg naar Brussel, Verlaine en Rimbaud lonkend naar Londen. Chansonniers verloren zichzelf in de nacht en kwamen weer op met de zon. Jean-Roger Caussimon schonk ‘Comme à Ostende’ aan Léo Ferré, en aan iedereen die al dan niet geboren is in Oostende en klaar is om het licht te zien. Zoals Claude Blondeel, een Brusselaar die hier met vakantie ging, en er leerde kijken. Met zijn pépé naar het Ensorhuis, met zijn papa naar het Kursaal, schoorvoetend langs de danscafés in de Langestraat. Binnengaan durfde hij niet. Nog niet. En zoals de zestig wereldfiguren in dit boek – van Arno tot Zweig – die op één of andere manier thuiskwamen in Oostende. Compleet onvolledig, want persoonlijk en arbitrair. Schrijvers naast strijders naast schilders. Cultureel en onverantwoord. Met veel Ensor, want hij is de Maître d’O. En met Arno op kop, parce qu’il est le plus beau.

7


A

ARNO HINTJENS MAURICE ANTONY PRINSES ASTRID

B

AUGUST BEERNAERT HELENA BLAVATSKY NAPOLEON BONAPARTE CHARLOTTE BRONTË LORD BYRON

C

LA CHÈVRE FOLLE HUGO CLAUS MATHIEU CORMAN LOUIS COUPERUS

8

D

HONORÉ DE BALZAC MICHEL DE GHELDERODE ERIC DE KUYPER CLÉO DE MÉRODE ROGER DE RAMÉE HUBERT DECLEER BLANCHE DELACROIX

E

G

MARVIN GAYE GUIDO GEZELLE NIKOLAJ GOGOL

H

JACQUELINE HARPMAN VICTOR HUGO

J

ETIENNE ELIAS JAMES ENSOR GASTON EYSSELINCK

JAMES JOYCE

F

K

LÉO FERRÉ

MOZAFFAR ED-DIN KADJAR HERR SEELE & KAMAGURKA IRMGARD KEUN


L

LOUIS-FERDINAND LE BON LEOPOLD I LEOPOLD II LUCY LOES VIRGINIE LOVELING

M

KARL MARX DIKKE MATHILLE

N

FELIX NUSSBAUM

P

R

V

BAL DU RAT MORT VERLAINE & RIMBAUD LÉON RINSKOPF JOSEPH ROTH

KAREL VAN DE WOESTIJNE JAN VAN DORP HENRI VANDEPUTTE EUGÈNE-FRANÇOIS VIDOCQ

S

W

RAOUL SERVAIS HENRYK SIENKIEWICZ GEORGES SIMENON LÉON SPILLIAERT HENRI STORCK KAREL SYS

WILHELM II

Z

STEFAN ZWEIG

T

JEAN-PHILIPPE TOUSSAINT XAVIER TRICOT

CONSTANT PERMEKE EDMOND PICARD MARCEL PROUST

9


ARNO muzikant 1949


In het jaar dat James Ensor sterft, wordt Arno Hintjes geboren. De schilder ging, de charlatan kwam. Hij heeft nog altijd zijn appartement op de dijk van Oostende. “Ik sta op met de zee en ik ga ermee slapen. Elk uur verandert het licht, het geluid, de geur. ’t Schijnt dat je dat alleen in Oostende hebt, door de zandbanken waar het licht op valt. Ik snap waarom Ensor hier nooit is weg­ gegaan en Spilliaert altijd teruggekomen. Iedere dag zie ik tien schilderijen, helemaal gratis.” In de Langestraat zuigt hij de muziek van over het water op en maakt er een Belgische blend van, dwars door genres, tegentijds. Van FreckleFace en Tjens Couter, over Les Dubrovnicks en de White Trash European Blues Connection, tot T.C. Matic en Charles et les Lulus. Arno is soul en chanson, blues en trash. Arno is Brussel en Oostende. Een stoemp. We hadden de synagoge en de Anglicaanse kerk. We hadden een homokwartier. We spraken drie talen, Frans, Engels en Oostends. De clubs bleven veel langer open dan in Engeland. Elke dag arriveerden er boten en vliegtuigen. The Moody Blues speelde in de clubs, in de Cap, in de Groove. Ik hoor Eric Burdon van The Animals nog zeggen tegen Freddy Cousaert: ik heb een hit, ik ben weg. Alles was mogelijk in die tijd. Zeker in Oostende. Het begint met een mondharmonica die een vriendinnetje hem cadeau doet voor zijn 18de verjaardag. “Toen ik de klank hoorde die uit dat spul kwam, dacht ik: shit, da’s oké. En een week later deed ik mee aan een free podium.” Bassist Paul Vandecasteele vraagt hem om samen een groep op te richten, Arno brengt zijn vriend mee, gitarist Paul Couter. Ze noemen zich FreckleFace en repeteren in een jongerenclub, in

12

een leegstaande kelder aan de Koninklijke Gaanderijen. In de jaren 1960 waren er nog geen dj’s, dus had je in Oostende veel orkesten om op bals te spelen. Ik wilde daar niets mee te maken hebben. Die kerels speelden ‘La Bamba’ en droegen pruiken. Ik had echt lang haar, rookte joints en luisterde naar blues. Zij wisten niet eens wat de blues was. Ondanks de prachtige platenhoes (het schilderij Hommage à Léger van Etienne Elias) zingt de band het niet lang uit. Met Paul op gitaar en Arno op mondharmonica

ARNO HINTJENS


veranderen ze in Tjens Couter. Lokale concerten monden uit in het voorprogramma van Cockney Rebel in Vorst Nationaal. In Parijs winnen ze de crochet (een Rock Rally avant la lettre) van het muziekblad Best, ze treden op in Avro’s Top Pop en in het Duitse Rockpalast met Santana en Bad Company. Hun single ‘Gimme What I Need’ schopt het tot de jukebox van CBGB, de New Yorkse bakermat van de punk, waar The Ramones en Blondie kind aan huis zijn. Arno wil meer rock-’n-roll klinken. Ze halen er een drummer en een bassist bij en van Tjens Couter and the TC Band gaat het uiteindelijk naar T.C. Matic. Fotograaf Danny Willems, het onzichtbare zesde lid, zet met zijn belichting een nieuw beeld neer van de groep. “Zowat als enige gebruikte hij uitsluitend wit – white light, white music, white heat.” En T.C. Matic is hot: de ene tournee volgt op de andere, heel Europa moet eraan geloven. Arno krijgt meer en meer de schijnwerpers op zich. “Ik zweefde op een wolk, living the rock-’n’-roll dream. Dat heeft een maand of twee geduurd. Op een morgen werd ik wakker en dacht bij mezelf: nu is het genoeg, ik wil een nieuwe plaat maken.” Zelfbewust noemt hij zijn eerste soloalbum Arno. De glamoureuze wedergeboorte van een ‘charlatan’. Het wordt ook de titel van één van zijn platen. Mijn grootmoeder noemde mij al zo, sommigen doen dat nog. Ik vind dat geen scheldwoord. Je moet een beetje charlatan zijn om te overleven. Iemand die zijn eigen weg gaat, een kameleon die zelf zijn kleur kiest. Parijs valt voor hem, de incarnatie van Jacques Brel en Serge Gainsbourg. Hij charmeert Jane Birkin, wordt later benoemd tot Chevalier des Arts et des Lettres en ontvangt de Victoire de la Musique.

Met bluesman Roland neemt hij Charles et les Lulus op, misschien het beste dat hij gemaakt heeft. “Dat album heeft ongeveer vijfhonderd euro gekost. We hebben het live opgenomen, zonder mixage. Rond Kerstmis hebben we toen drie dagen gespeeld voor mensen zonder familie.” En het gaat verder. Idiots savants, À la française, Le European Cowboy, Jus de box, À poil commercial, altijd maar transformeren, nooit conformeren. In 2009 is Arno curator van Theater aan Zee. “Ze hadden het mij al eerder gevraagd, en in 2009, toen ik 60 werd, zei ik: waarom niet?” Arno nodigt achttien artiesten uit voor een concert van twee dagen. Een stoemp met ingrediënten uit de hele wereld, een multicultureel muziekfestijn. “Ik heb Brussel naar Oostende gebracht.” Zijn 65ste verjaardag, in 2014, viert hij met de verzamelbox Arno, le coffret essentiel, en een formidabel concert in het Kursaal. ‘Comme à Oostende’ van Léo Ferré staat op de playlist, alleen ‘vergeet’ hij het te zingen. Comme à Ostende – zoals Oostende is er geen ander, en weinig beter. Er is ook de tentoonstelling CinemArno in de voormalige bioscoop Capitole in de Langestraat: een installatie met foto’s van Danny Willems, muziek- en film­­frag­menten, memorabilia en de ontroerende clip ‘Oostensche mokke’. Meer dan één lokale schone voelt zich aangesproken. Hij treedt nog altijd op, tot in Amerika en Japan. De song ‘Les yeux de ma mère’ is in vier talen vertaald, waaronder een Nederlandse versie door Herman van Veen. Mei 2019. De godfather van de Belgische rock wordt 70. Nog een verjaardagsconcert, en nog memorabeler. De badstad eert haar bad boy. Ik denk nog vaak aan mijn Oostendse jaren, aan Etienne Elias, Hubert Decleer, La Chêvre Folle...

13


14

ARNO HINTJENS


15


MAURICE fotograaf 1883–1963


17


Voor de Eerste Wereldoorlog runt het gezin Antony een fotostudio in Ieper. Jongere broer Robert en Maurice hebben artistieke aspiraties. In pittoreske beelden leggen ze de stad Ieper en omgeving vast. Naast traditionele portretten wagen ze zich ook aan pers- en reportagefotografie: ze trekken naar Brussel voor de troonsbestijging van Koning Albert, naar Gent voor de Floraliën en op 18 september 1909 naar Oostende voor een verslag over de opzienbare prestaties van luchtvaartpionier Louis Paulhan, le roi de l’air. Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakt Maurice de beroemde foto’s van de verwoestingen in de Westhoek. Robert capteert de vernielingen in het brandende Ieper. Hun foto’s worden als ansichtkaarten verkocht. Het gezin verhuist naar Oostende, waar het opkomende kusttoerisme interessante mogelijkheden biedt. Tussen de opdrachten om den brode door focust Maurice op het volkse en op het mondaine Oostende – het wordt een fotografische kroniek van het interbellum. Zijn experimenten met licht springen meteen in het oog. Bijzonder geslaagd is de foto van koningin Elisabeth lezend op het strand: silhouette, sfeervol tegenlicht en subtiele transparantie geven de sobere compositie een bijzondere uitstraling. Als persoonlijke vriend van James Ensor vereeuwigt hij de meester in zijn dagelijkse omgeving. Een bekend beeld is dat van 18 april 1921: Constant Permeke, Maurice Antony en James Ensor, gereflecteerd in een spiegelbol in de woonkamer van Ensor. De foto’s op postkaartformaat gaan vlot van de hand in Oostende. Ze worden aangeboden in boekhandels, souvenirwinkels en in de leeszaal van het Kursaal. Constant Permeke, Maurice Antony en James Ensor weerspiegeld in Ensors woonkamer (1921).

18

MAURICE ANTONY


19


20

MAURICE ANTONY


21


22

MAURICE ANTONY


James Ensor op het balkon van het Kursaal (1926).

23


PRINSES koningin 1905–1935


De Zweedse prinses Astrid huwt in 1926 met kroonprins Leopold III en verovert meteen ook de harten van alle andere Belgen. Ze is knap, spontaan, charmant. Af en toe duikt ze met haar gemaal op in Oostende. Af en toe, want in de jaren 1920 en 1930 heeft de kust veel van haar uitstraling verloren. Na de Eerste Wereldoorlog staat het Koninklijk Chalet jaren leeg. Wanneer Astrid in 1927 van haar dochtertje JosĂŠphine-Charlotte is bevallen, komt

daar stilaan verandering in. De prinses wil van de zeelucht genieten en logeert opnieuw geregeld in de residentie aan het strand. Het Oostendse stadsbestuur, al te blij met de comeback van de dynastie, restaureert de villa en verfraait de tuin. Maar na de Tweede Wereldoorlog zoeken adel en elite voorgoed andere oorden op. Villa’s en luxehotels maken plaats voor flatgebouwen en massatoerisme.

25


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401461153 by Uitgeverij Lannoo - Issuu