ER IS NOG WERK
Luc Cortebeeck
ER IS NOG WERK De toekomst van waardig werk in de wereld
Voor Myriam, Veerle en Erwin, Koen en Véronique, Geert en Isabel, Nele, Stijn, Lies, Thomas, Hanne, Lotte, Jente, Nanou
Si vis pacem, cole justitiam
‘Si vis pacem, cole justitiam’, als je vrede wilt, cultiveer dan gerechtigheid. De zin is uitgehouwen in zowel de eerste steen van het eerste gebouw van de Internationale Arbeidsorganisatie in Genève, geopend in 1926 (nu de Wereldhandelsorganisatie) als in die van het huidige gebouw, geopend in 1974.
Inhoud
7
Inleiding
Deel I De diplomatie van werk 1
15 17
De geschiedenis van een eeuweling
De fundamenten van de Internationale Arbeidsorganisatie 17 Koude Oorlog in Genève 26 Arbeid in een geglobaliseerde wereld 32
2
Internationale arbeids- en sociale regelgeving wijst de weg
3
De IAO, een unieke organisatie Normen zonder toezicht zijn waardeloos Het stakingsrecht onder druk
39 39 51 63
Deel II De wereld van werk 4
5 6
79 81
Slavernij: diepgeworteld, hardnekkig, van alle tijden
Myanmar: volkerenmoord en onderdrukking, stopt het ooit? Qatar: de verborgen kant van het Golfmirakel Veertig miljoen moderne slaven Kinderarbeid: een onuitroeibaar fenomeen? Huispersoneel: de strijd om erkenning
82 98 112 115 123
5
9 Sociale bescherming: de vergeten meerderheid 10 Het IAO-model
131 131 141 141 152 162 173 181 201
Deel III De toekomst van werk
213
7
Ketenzorg: het labyrint van de toeleveringsketens
8
Recht van vereniging: wroeten in Latijns-Amerika
Bangladesh: een ramp als wake-upcall Colombia: het gevaarlijkste land voor vakbondsleden Guatemala: een nachtmerrie zonder einde? Venezuela: de ondergang van een land van belofte Zonder recht van vereniging, geen waardig werk
Zeven uitdagingen voor de wereld van het werk
11
De Wereldcommissie over de Toekomst van het Werk Het gaat goed met de wereld … en toch zijn er turbulenties
Tien aanbevelingen voor het meest ambitieuze 12 sociaal contract ooit
215 215 217
Investeren in mensen Investeren in instellingen en regelgeving Investeren in waardig en duurzaam werk Hoe moet het nu verder?
253 255 261 272 275
Slotbeschouwingen
285
Met dank aan
289
Referenties
291
6
i nhoud
d eel I
De diplomatie van werk
1 De geschiedenis van een eeuweling
De fundamenten van de Internationale Arbeidsorganisatie Aan het einde van de achttiende eeuw deden stoommachines hun intrede. Rond de machines werden fabrieken gebouwd. Vanaf dan kon er in bulk geproduceerd worden. Machines deden veel, maar er waren nog altijd mensen nodig voor aan- en afvoer, onderhoud en bepaalde repetitieve taken. Arbeidskrachten waren overal voorhanden en werden dus niet veel betaald. De uitbuiting was schandelijk groot. Ook kinderen moesten werken, meestal in onmenselijke omstandigheden en aan ondermaatse voorwaarden. Stilaan groeide het verzet. Mensen kwamen op voor hun rechten maar waren aanvankelijk slecht georganiseerd, verteerd door miserie en onmacht. Het ontbrak hen aan alles: voeding, kleding, woning, voldoende rusttijden, veilig werk, toegang tot gezondheidszorg, leefbaar loon. Opstanden werden hardhandig neergeslagen. Terwijl charitatief-paternalistische organisaties de schrijnendste wantoestanden lenigden, begonnen de arbeiders zich in de negentiende eeuw steeds beter te organiseren. Zo ontstonden de eerste vakbonden, eerst per beroepsgroep of per bedrijf, daarna per sector en pas veel later via overkoepelende confederaties. Politiek speelden het socialisme en het communisme in op de grieven van het volk. Paus Leo XIII repliceerde in 1891 met de encycliek Rerum Novarum, waarin hij
 
17
stelt dat arbeid geen koopwaar is en arbeiders respect verdienen en rechten hebben, zoals het recht om zich te organiseren. Rond de eeuwwisseling vond in de marge van de internationale partijbijeenkomsten het eerste grensoverschrijdende vakbondsoverleg plaats, vooral aan socialistische zijde, maar ook vanuit christelijke hoek. Werkgevers waren aanvankelijk minder gemotiveerd om zich te organiseren. Zij hadden economische macht en stonden daardoor dichter bij de politiek. De dreiging van het marxisme en de sociale strijd van de arbeiders brachten daar aan het eind van de negentiende eeuw verandering in. Toen verschenen in verschillende landen de eerste werkgeversorganisaties. Mede onder druk van sociale hervormers en academici zochten hervormingsgezinde politici contact met de nieuwe werknemers- en werkgeversorganisaties. Ook rond 1900 zagen de eerste nationale organisaties voor arbeidsrecht het licht. In 1901 ontstond in Bazel de Internationale Vereniging voor de Wettelijke Bescherming van Werknemers, de voorloper van de Internationale Arbeidsorganisatie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog namen in de wapenfabrieken vrouwen de plaats in van de mannen die naar het front waren. De arbeidsvoorwaarden en -verhoudingen gingen er opnieuw op achteruit. Dat leidde tot protest en stakingen, maar de oorlogsindustrie moest koste wat het kost blijven draaien. De zoektocht naar oplossingen leidde tot toenadering tussen regeringen, werkgevers en werknemers. Het was het begin van het tripartisme of de drieledigheid. Tijdens een geallieerd congres in 1916 in Leeds eisten Franse arbeiders dat bij vredesgesprekken ook werknemersclausules zouden worden opgenomen. De Britten dachten van hun kant na over een soort van ‘geallieerde internationale arbeidsorganisatie’. De onderhandelaars van de vredesconferentie van Parijs in 1918 vreesden het oprukkende communisme en beseften dat ze niet konden terugkeren naar de situatie van uitbuiting en sociale opstanden van voor de oorlog. Ze nodigden vakbondsvertegenwoordigers uit als erkenning voor de inzet en de ontberingen van de werknemers tijdens
18 
De diplomatie van werk
de oorlog. Ze wilden ook vermijden dat de vakbonden hun eigen internationale vredesconferentie zouden organiseren.
De vonk van Versailles In Parijs werd in de schoot van de vredesconferentie de Commissie voor internationale arbeidswetgeving opgericht. Ze was samengesteld uit vertegenwoordigers van negen landen: België, Cuba, Frankrijk, Italië, Japan, Polen, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Tsjecho‐Slowakije. Voor België maakten de socialistische minister Emile Vandervelde en de Luikse hoogleraar rechten en arbeidswetgeving Ernest Mahaim er deel van uit. Deze Commissie schreef hoofdstuk XIII van het Verdrag van Versailles, de Constitutie, de grondwet van de Internationale Arbeidsorganisatie. Twee citaten uit het verdrag vormen de filosofische hoekstenen van de IAO. ‘Universele en duurzame vrede is enkel mogelijk op basis van sociale rechtvaardigheid’ en ‘Elke natie die faalt om menswaardige arbeidsvoorwaarden aan te nemen, verhindert andere naties de arbeidsvoorwaarden in hun landen te verbeteren.’ Daarmee kreeg de internationale organisatie niet alleen een sociale onderbouw maar ook een economische. De landen beseften heel goed dat ze voor hun economie en handel steeds meer van elkaar afhankelijk zouden zijn. Ze verklaarden hiermee dat ze niet wilden concurreren op basis van slechte arbeidsvoorwaarden. Nu zouden we dat een level playing field noemen, een gelijk speelveld. De organisatie werd voorzien van een drieledige of tripartiete structuur met naast regeringen ook werkgevers en werknemers. Ze werd gevestigd in Genève. In dezelfde stad streek ook de Volkenbond neer, een intergouvernementele organisatie die een einde wilde maken aan alle oorlogen. Ook deze organisatie was de vrucht van het Verdrag van Versailles. De grote promotor was de Amerikaanse president Woodrow Wilson. De Volkenbond, voorloper van de Verenigde Naties, zou spijtig genoeg geen lang leven beschoren zijn.
De geschiedenis van een eeuweling
19
Het ontstaan van de IAO speelde zich af binnen een gekend spanningsveld. Ook nu vinden sommigen dat de IAO te soft is, terwijl anderen de organisatie te hard vinden. De enen zullen meer aan werknemerszijde te vinden zijn, de anderen eerder in regerings- en werkgeverskringen. De Verenigde Staten vonden het verregaand dat internationale verdragen Amerikaanse wetten zouden kunnen beïnvloeden. Die vrees dat de soevereiniteit van landen zou kunnen geschaad worden, is van alle tijden. Toch werden de Verenigde Staten lid in 1934. De Fransen en de vakbonden betreurden dan weer dat de IAO-conventies geen afdwingbare internationale wetten waren en dat ze eerst lidstaat per lidstaat moesten geratificeerd worden. Honderd jaar geleden was het toch revolutionair dat een organisatie kon uitgebouwd worden met de reeds geciteerde filosofische basisprincipes, met een drieledige beslissingsstructuur, met als opdracht een soort van internationale arbeids- en sociale wetgeving uit te bouwen, en met de negen basisprincipes die in het kader hieronder worden weergegeven. Ze zijn bijna alle nog actueel. In deel 3 zal ik het rapport van de Wereldcommissie over de Toekomst van het Werk bespreken. Tijdens de werkzaamheden van de Commissie werd de oprichting van de IAO ‘het sterkste sociaal contract uit de geschiedenis’ genoemd. Nu zouden de naties van de wereld die eenduidige visie helaas niet meer kunnen opbrengen, noch in hun smalle samenstelling als G7 of G20 noch in hun brede samenstelling binnen de Verenigde Naties. Maar we hebben geluk, de IAO bestaat.
De negen basisprincipes van de IAO bij haar oprichting in 1919
1. Het belangrijkste beginsel: arbeid is noch een grondstof noch een koopwaar. 2. Het recht van vereniging geldt voor werknemers en werkgevers voor al hun gewettigde doeleinden.
20
De diplomatie van werk
3. Het loon van de werknemer is toereikend voor een redelijke levensstandaard. 4. Een achturendag of achtenveertigurenweek is de na te streven norm waar die nog niet is bereikt. 5. Een wekelijkse rusttijd van ten minste vierentwintig uur, zondag inbegrepen indien mogelijk. 6. De afschaffing van kinderarbeid en de beperking van jongerenarbeid, zodat onderwijs en normale lichamelijke ontwikkeling worden gewaarborgd. 7. Een gelijk loon voor gelijkwaardig werk voor mannen en vrouwen. 8. De wetgeving die de arbeidsvoorwaarden vastlegt, dient terdege rekening te houden met de billijke economische behandeling van alle wettig ingezetenen. 9. Elke staat moet een inspectiesysteem oprichten waar vrouwen deel van uitmaken, om de wet- en regelgeving ter bescherming van de werknemers te handhaven.
Het resultaat van de oprichting van de IAO is een internationaal rechtssysteem op drie niveaus, dat tot op vandaag werkt. Toegepast op België wordt dat: • Internationaal: normen (conventies en aanbevelingen) die door de drie geledingen worden onderhandeld en gestemd. • Nationaal: interprofessionele akkoorden, omgezet in conventies die op hun beurt omgezet worden in nationale afdwingbare wetgeving, sociaal overleg en advies (Groep van 10, Nationale Arbeidsraad, Centrale Raad Bedrijfsleven, Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Economische en Sociale Raad Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Conseil Économique, Social et Environnemental de Wallonie), een gereguleerde arbeidsmarkt en sociale wetgeving.
De geschiedenis van een eeuweling
21
• Sectoraal en op ondernemingsniveau: collectieve onderhandelingen en collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) op sectoraal en bedrijfsvlak, ondernemingsraden, comités voor preventie en bescherming op het werk en syndicale afvaardigingen.
Een vliegende start In de democratische landen werden de eerste stappen naar het vooropgestelde overlegmodel gezet na de Grote Depressie van de jaren 1930. Dat was zo in Frankrijk, in Zweden en in de VS met de zogenaamde New Deal. Nog twee landen vielen op bij de uitbouw van hun industriële relaties: Denemarken en België. Toch is het Belgisch sociaal en economisch model slechts deels tot stand gekomen tussen de twee wereldoorlogen. De volle uitbouw gebeurde pas na het tijdens de Duitse bezetting in het geheim onderhandelde Sociaal Pact van 1944. De gelijktijdig met de IAO opgerichte Volkenbond brokkelde om uiteenlopende politieke en geopolitieke redenen vrij snel af. Het is merkwaardig dat de IAO niet werd meegezogen in die draaikolk en wel overeind bleef. Zo is de IAO de oudste nog bestaande multilaterale organisatie. In 1945 werd de Volkenbond opgevolgd door de Verenigde Naties. In de IAO zelf ging het vooruit, heel hard zelfs, die eerste jaren. De eerste Internationale Arbeidsconferentie vond plaats in Washington in oktober van het oprichtingsjaar. Er konden maar liefst zes internationale arbeidsconventies worden afgesloten, over thema’s die ertoe doen, toen en nu: Conventie 1 over de arbeidstijd in de industrie, Conventie 2 over werkloosheid, Conventie 3 over moederschapsbescherming, Conventie 4 over nachtwerk voor vrouwen, Conventie 5 over de minimumleeftijd voor jongeren en Conventie 6 over nachtwerk voor jongeren. De beleidslijnen die door de conventies werden uitgezet, waren ingrijpend voor de arbeidswereld. In de zomer van 1920 vestigde de organisatie zich in het huidige hoofdgebouw van het Internationaal Comité van het Rode Kruis in
22
De diplomatie van werk
Genève. Onder meer dankzij het voluntarisme van de eerste directeur-generaal (DG), de Fransman Albert Thomas, die gebruik maakte van het momentum, waren in 1921 al zestien conventies en achttien aanbevelingen goedgekeurd. Het ging onder meer om een vrij gedetailleerde regelgeving voor de maritieme sector, waarvan het werk zich voor het grootste deel buiten territoriale grenzen afspeelt. De meeste van die eerste conventies zijn vervangen door meer geactualiseerde versies, met uitzondering van onder meer de maximale arbeidsduur en het algemeen verbod op dwangarbeid. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak waren er al 67 conventies en 66 aanbevelingen. Een aantal regeringen klaagde over dat hoge aantal conventies, maar ook over het hoge budget en de kritische publicaties over de arbeidssituatie in hun land. Diezelfde spanningen zien we nu nog altijd. Toch kon Albert Thomas van het Internationaal Hof van Justitie bekomen dat de IAO er nog een bevoegdheid bij kreeg: de arbeidsvoorwaarden in de landbouw.1 Hoewel de organisatie zich oorspronkelijk alleen richtte op arbeid(st)ers, werd stilaan de diversiteit in het werk erkend. Er kwam bijvoorbeeld aandacht voor wat toen ‘geestesarbeid’ werd genoemd. Zo nam in 1927 niemand minder dan Albert Einstein deel aan een vergadering van experten over intellectueel werk. Van bij het begin kwamen er klachten binnen over lidstaten die het opzetten van vrije organisaties verboden of sterk afremden. Die klachten werden behandeld door de jaarlijkse Internationale Arbeidsconferentie. Het principe van vrijheid van organisatie was opgenomen in de grondwet, maar het zou decennia duren eer een conventie tot stand kwam over de vrijheid van vereniging. Dit had onder meer te maken met een eis van de werkgevers dat er ook een recht moest zijn ‘om zich niet te verenigen’. Een conventie met een evenwicht tussen het recht van vereniging en het recht van niet-vereniging zou echter compleet betekenisloos geweest zijn.
De geschiedenis van een eeuweling
23
De Internationale Arbeidsconferentie kon de lezing en de beoordeling van de rapporten over de toepassing van de conventies al vlug niet meer aan. In 1926 werd die opdracht toegewezen aan een aparte commissie in de Conferentie. Om het werk voor te bereiden, werd een expertencommissie aangesteld. De Commissie van Experten over de Toepassing van Conventies en Aanbevelingen en de Commissie van de Toepassing van Conventies en Aanbevelingen (kortweg de Commissie van de Normen) vormen nog altijd de spil van het controle- en toezichtsysteem van de IAO. Toen Hitler in Duitsland de macht greep, ontbond die al snel de Duitse vakbondsorganisaties. In 1933 stuurde hij de leider van het Deutsche Arbeitsfront naar de Conferentie, als afgevaardigde van de werknemers. De Conferentie aanvaardde dit manoeuvre niet en stuurde de Duitse delegatie huiswaarts. Daarop verliet nazi-Duitsland de IAO. Pas in 1951 trad West-Duitsland opnieuw toe.
De internationale werkgeversen werknemersorganisaties Ook al waren bij het Verdrag van Versailles al vakbondsleiders met internationale connecties betrokken, toch zou de stichting van de IAO een extra duw geven aan de internationalisering van werkgevers- en werknemersorganisaties. De Internationale Organisatie van Werkgevers (International Organisation of Employers, IOE) kwam tot stand in 1920 door een samenwerking tussen Belgen en Fransen. Stichter Jules Carlier was een Waalse industrieel uit de staal- en mijnnijverheid. In België was hij voorzitter van het Centraal Nijverheidscomité, een voorganger van het VBO.2 De IOE is een organisatie waarvan het bestaan sterk verbonden is met de IAO. Aan vakbondszijde waren er meer tendensen. Er was het Internationaal Verbond van Vakbonden dat zich later zou opsplitsen in het communistische Wereldvakverbond en het socialistische Internationaal Verbond van Vrije Vakbonden (IVVV). Twee Belgen speelden
24
De diplomatie van werk
een prominente rol in die laatste organisatie: voor de oorlog was dat ondervoorzitter Corneel Mertens, eveneens een van mijn verre voorgangers als voorzitter van de werknemersgroep binnen de IAO, en Jef Rens, die na de oorlog adjunct-directeur van de IAO zou worden en die ik daarna heb gekend als voorzitter van de Nationale Arbeidsraad. Langs christelijke zijde was er het Internationaal Christelijk Vakverbond, eerst onder Nederlands-Zwitserse leiding en later onder het leiderschap van secretaris-generaal August Van Istendael. In 1968 werd het ICV omgedoopt tot het Wereldverbond van de Arbeid (WVA). Het IVVV en het WVA vormden op 1 november 2016 samen het Internationaal Vakverbond (IVV, International Trade Union Confederation). Het ontstaan van het IVV is een belangrijk historisch gegeven. De organisatie is onbetwistbaar de spreekbuis van de werknemers in de wereld. Hoewel de IAO van groot belang is voor het verwezenlijken van haar doelstellingen, is het werkterrein van het IVV breder dan dat van de IAO.
Grote persoonlijkheden Gendergelijkheid was en is nog steeds een belangrijke doelstelling voor de IAO, maar toch waren er tijdens de eerste Internationale Arbeidsconferentie amper 23 vrouwen op 269 deelnemers. Al deze dames waren adviseurs zonder stemrecht. De eerste vrouw met stemrecht was in 1922 de Noorse arbeidsinspectrice Betzy Kjelsberg. De invloedrijkste vrouw was Frances Perkins. Als jonge sociaal activiste had ze in 1911 de brand gezien in de New Yorkse Triangle Shirtwaist Factory. HonderddrieĂŤntwintig werknemers, vooral jonge vrouwelijke migranten, lieten daarbij het leven achter gesloten deuren. Die catastrofe leidde tot de oprichting van de International Ladies Garment Workers Union en tot een nieuwe wetgeving. Perkins schreef mee aan de New Deal van Franklin D. Roosevelt en was twaalf jaar zijn Secretary of Labour, minister van Arbeid. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog besloot de Britse directeur-generaal van de IAO Edward Phelan de organisatie te evacueren
De geschiedenis van een eeuweling  
25
naar de McGill University in Montreal. De Zwitsers vreesden immers dat de aanwezigheid van de IAO in Genève de Zwitserse neutraliteit zou schaden. Vanuit Lissabon vertrokken 44 stafleden per boot naar het nieuwe onderkomen. De DG wist dat hij de organisatie levendig moest houden. In 1941 organiseerde hij een speciale Arbeidsconferentie in New York onder het optimistische motto ‘De IAO en de heropbouw’. De IAO had toen 46 lidstaten. De gedwongen arbeid in nazi-Duitsland en in de door de nazi’s bezette gebieden werd zwaar op de korrel genomen. Ook over de naoorlogse periode werd nagedacht. De laatste sessie van de conferentie vond plaats in het Witte Huis. De Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt, die ook bij de gesprekken van Parijs en Versailles betrokken was, bracht de conferentieleden samen in het befaamde Oval Office en gaf daar een historische speech: ‘Voor velen was het een wilde droom. Wie had ooit gehoord van regeringen die internationale arbeidsnormen zouden opstellen? Nog wilder was de idee dat zij die onmiddellijk betrokken zijn – de werknemers en werkgevers van de verschillende landen – zouden meewerken om die arbeidsnormen te bepalen.’3 Roosevelt zei dat niet uit politiek opportunisme. Met zijn New Deal had hij van arbeid een federale bevoegdheid gemaakt en de Amerikaanse samenleving uit het moeras van de Great Depression gehaald. In 1941 was hij gastheer van de Internationale Arbeidsconferentie. En met Winston Churchill had hij datzelfde jaar in het Atlantisch Charter afgesproken dat na de oorlog de internationale arbeidsnormen zouden blijven gelden.4
Koude Oorlog in Genève De naoorlogse periode werd gedomineerd door de Koude Oorlog. Het westerse model huldigde de democratie en de sociaal gecorrigeerde vrije markt, wat qua ideeëngoed dichter bij de IAO stond dan het model van het Oostblok. Dat leidde onvermijdelijk tot spanningen
26
De diplomatie van werk
over de toepassing van de normen, in de eerste plaats over vrijheid van vereniging en vrijheid van onderhandeling.
De kracht van Philadelphia De evacuatie van Phelan en de steun van Roosevelt misten aanvankelijk hun effect niet. Een maand voor de landing in NormandiĂŤ, in mei 1944, werd de Internationale Arbeidsconferentie in Philadelphia georganiseerd. De verklaring van Philadelphia versterkte de grondwet van de IAO en werd er later een deel van. Met het einde van de oorlog in zicht, dacht men na over de economische wederopbouw, en daar had men de drie groepen voor nodig. De drieledigheid kwam er versterkt uit: er kwam een grotere synergie tot stand tussen werkgelegenheid, sociaal beleid en macro-economische doelstellingen. De inspiratie kwam van het Atlantisch Charter van Roosevelt en Churchill. Meteen na de oorlog zagen enkele internationale initiatieven het licht die alle in het teken stonden van de wederopbouw. In 1945 kwamen ook de Verenigde Naties tot stand en werd de IAO het eerste agentschap van de VN, zij het met een eigen grondwet en de typische drieledige samenstelling. In 1945 schreef de IAO Aanbeveling 71 om landen aan te zetten om iedereen bij het economisch herstel te betrekken. In 1947 rolden de VS het Marshallplan uit ter ondersteuning van de landen die het tijdens de oorlog zwaar te verduren hadden gekregen, Duitsland inbegrepen. In 1948 werd in Parijs de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) boven de doopvont gehouden. In het decennium na de Tweede Wereldoorlog kwamen heel wat IAO-conventies tot stand. Er kwamen fundamentele conventies over de vrijheid van vakvereniging, collectieve onderhandelingen, gelijk loon voor gelijkwaardig werk voor mannen en vrouwen, verbod op discriminatie. De conventies over arbeidsinspectie, werkgelegenheidsbeleid en drieledige consultaties hadden betrekking op de wijze waarop de nationale overheden met arbeid moesten omgaan. En er kwamen inhoudelijke conventies over loonbescherming, sociale ze-
De geschiedenis van een eeuweling  
27
kerheid, gelijke behandeling van migrerende werknemers, arbeidsadministratie en arbeidsbureaus, en competenties en permanente vorming. Het waren stuk voor stuk invloedrijke conventies, waarop bijvoorbeeld later ook de Europese verdragen en de Europese wetgeving zich zouden inspireren.
Dwangarbeid en discriminatie De meeste landen die het juk van de kolonisatie van zich afwierpen, traden al vlug toe tot de IAO. Sommigen lieten zich door de organisatie bijstaan bij het uitwerken van hun arbeidscodes en -wetgeving. In 1930 viseerde een eerste conventie over dwangarbeid (Conventie 29) in de eerste plaats de slavenarbeid en de uitlopers ervan in de kolonies. Maar de toenmalige koloniale mogendheden stonden op de rem, de oorspronkelijke conventie sprak dus over het beperken van de dwangarbeid, niet de afschaffing. Pas in 1957 kwam er een nieuwe Conventie 105, mede als antwoord op wat zich tijdens de oorlog in de Duitse werkkampen en de Russische goelags had voorgedaan. In 1958 stemde de IAO Conventie 111 tegen discriminatie, mede als reactie op de vervolging en uitroeiing van de Joden en andere bevolkingsgroepen door nazi-Duitsland.
Mijn eerste stappen in dit rare wereldje
Zelf zette ik in 1977 mijn eerste stappen in de IAO. Ik was nauwelijks vijf jaar aan het werk toen het ACV me naar een expertenvergadering over werknemersinspraak stuurde. Er was vooral veel interesse in onze ondernemingsraden en de uitgebreide informatiebevoegdheden die wij sinds 1973 hadden veroverd. Ik had al enkele Europese vergaderingen bijgewoond, maar dit was mijn echte werelddoop. Van het IAO-systeem begreep ik niets: er was een soort nominatiesysteem, dat voor elke groep een voorzitter voorstelde. Volgens de presentaties ging het om supermensen. Er werd ook opgeroepen tot tegen-
28 
De diplomatie van werk
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp: Studio Lannoo Vormgeving: Studio Lannoo i.s.m. Keppie & Keppie Auteursfoto: © ILO Photo - Marcel Crozet © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 en Luc Cortebeeck d/2019/45/470 – isbn 978 90 014 6032 3 – nur 697/740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.