de
GOUDEN SCHOENEN CLUB van de
de
GOUDEN SCHOENEN CLUB van de
OLIVIER WILLE

Inhoud.
Dertien keer goud.
7
Fernand Boone.
10
Erwin Vandendaele.
26
Julien Cools.
42
Jan Ceulemans.
58
Franky Van der Elst.
78
Paul Okon.
98
Timmy Simons.
110
José Izquierdo.
126
Ruud Vormer.
142
Hans Vanaken.
158
DERTIEN KEER GOUD Tien voetballers hebben tijdens hun actieve jaren bij Club Brugge een of meerdere Gouden Schoenen gewonnen. Dertien stuks in totaal. Ook vandaag hebben die trofeeën uit een ver of recent verleden nog steeds een bijzondere plaats in de woonkamer en het hart van de laureaat. Ruud Vormer laat er binnenkort een speciaal kastje voor ontwerpen, José Izquierdo schakelde zelfs een aannemer in om zijn Gouden Schoen een veilig onderkomen te geven in een tombe, omgeven door Colombiaanse grond. Voor sommige voetballers is hun Gouden Schoen bijna een relikwie geworden. De dertien Gouden Schoenen zijn tijdloze getuigen van sportieve hoogtepunten in de geschiedenis van Club Brugge. En vrijwel elke speler die bij Club een Gouden Schoen won, draagt
D E R T I E N K E E R G O U D
die trofee ongevraagd en spontaan op aan de andere spelers in zijn ploeg van weleer. Hij was als winnaar maar een schakel in een team dat de titel of beker won en dat op het Europese toneel een mooi verhaal schreef. Niet toevallig was de eerste Gouden Schoen van de Club die van een doelman, Fernand Boone, die zijn ploeg naar de hoogste klasse loodste en later de Beker van België bezorgde. De Gouden Schoen van Julien Cools kwam er dankzij de successen van een generatie voetballers die onder Ernst Happel voetbalgeschiedenis schreef. ‘Ik was maar het uithangbord of visitekaartje. Er waren toen nog spelers van Club Brugge die de Gouden Schoen hadden kunnen of moeten winnen’, vertelt Julien Cools in alle Kempische bescheidenheid.
7
En ook de Gouden Schoenen van Jan Ceulemans en Franky Van der Elst waren niet alleen een erkenning van deze uitstekende voetballers, maar eveneens van de ploegspelers die hun club en het nationale elftal naar successen leidden.
Nostalgie, tragiek en humor. De Gouden Schoenen van de Club is ook een brokje nostalgie. We dalen af naar een tijd waarin voetballers na een dag hard labeur nog uitkeken naar een avondtraining op De Klokke en in dank een geschenk van de supporters aanvaardden. Het spelletje zelf is in de loop van de voorbije decennia weinig veranderd, maar alles wat eromheen zweeft des te meer. Een goede halve eeuw geleden waren er nog geen managers en onderhandelden de spelers zelf over hun contract of premies. Sommige voetballers namen zelfs hun moeder mee, in de hoop om het bestuur met vrouwelijke charmes guller te stemmen. De Gouden Schoenen van de Club is eveneens een portret van de mens achter de voetballer en achter de Gouden Schoen. Bij de eerste generatie Gouden Schoenen kreeg ik bij het eerste telefonisch contact weleens te horen dat ze mij niet echt veel verder zouden kunnen helpen. ‘Dat is lang geleden, manneke. Ik zal eens goed moeten nadenken.’ Tijdens onze ontmoeting zelf zat er dan echter
8
weinig ruis op het geheugen en rolden we van de ene in de andere anekdote. Niet zelden vergezeld van een portie humor. De oudere generatie is nog jong van geest. In de tien verhalen zit echter ook geregeld tragiek verweven. Ik heb me onderweg weleens afgevraagd hoe het komt dat ik bij het schrijven van een boek over unieke momenten in het leven van een voetballer ook vaak in de schaduwzijde van dat leven terechtkwam. De weg naar het winnen van een Gouden Schoen verloopt zelden zonder opofferingen en verdriet. Ook na het winnen van die trofee is er natuurlijk geen garantie op een sportief en familiaal leven zonder tegenslagen. Zo herinnert het winnen van zijn Gouden Schoen Julien Cools nog dagelijks aan de zwartste bladzijde uit zijn leven. De voetbalcarrière van een winnaar van de Gouden Schoen is veel ruimer dan dat ene minuutje op de rode loper en die paar seconden met een zalige lach op de foto. Dat wordt in elk verhaal duidelijk. Een 22-jarige Colombiaan zat weg te kwijnen in een hotel in Brugge. Een doelman kreeg plots te horen dat zijn zwarte outfit, de magie van zijn doelman-zijn, voortaan taboe was. Een ex-speler én Gouden Schoen van Club Brugge werd van de ene dag op de andere door zijn hevigste supporters van weleer weggehoond. Een Australische voetballer moest eerst anderhalf jaar bij
D E G O U D E N S C H O E N E N VA N D E C L U B
de belofteploeg rijpen, vooraleer hij zijn kans op het hoogste niveau kreeg. Deze verhalen zijn geen hagiografieën van tien unieke voetballers. Ook de minder fraaie kantjes staan genoteerd. Maar ook deze werden spontaan en ongevraagd door de winnaars van een Gouden Schoen aangereikt.
De trotse voetballer en zijn vergulde schoen. Dit boek is niet zomaar een wandeling door de geschiedenis van de Gouden Schoen. De lezer wordt door de verhalen van de winnaars ook meegenomen in de evolutie van het evenement zelf. Nog niet zo lang geleden zat een favoriet de maandag rond de middag een beetje schuifelend in zijn stoel te wachten naast een bakelieten telefoon. Komt het bevrijdende telefoontje er, of niet? Na het verlossende bericht vertrok de laureaat dan vliegensvlug naar Brussel, om zijn prijs in ontvangst te nemen. De trofee zelf werd ver weg van de camera’s uitgereikt, in de besloten ruimte van een restaurant of hotel. Van een dresscode, de betere decolletés of vuurwerk was geen sprake. Maar dat maakt er de winnaars van toen vandaag niet minder trots op. Trots is het sleutelwoord dat alle winnaars van de Gouden Schoen tijdens ons gesprek in de mond namen. Maar altijd werd er relativerend aan toegevoegd:
DERTIEN KEER GOUD
zo’n Gouden Schoen verandert je niet als voetballer en als mens. Voetballers zijn schone mensen. Bij de oudere generatie Gouden Schoenen hoorde ik weleens de opmerking dat die van Anderlecht toch altijd een streepje voor hadden. Misschien hield die opmerking destijds wel steek, maar ze mag zoveel jaren later in de prullenmand. Met drie Gouden Schoenen op een rij was Club Brugge de voorbije jaren dé slokop in het referendum. Ook weerspiegelden de Gouden Schoenen de sportieve hausse van Club, die aanving sinds het nieuwe bestuur in 2011 een frisse wind door de vereniging liet waaien.
9
F E R N A N D
BOONE 1967
DE ECHTE ZWARTE PANTER• Centraal op de tafel bij Carmine liggen vier lijvige mappen met foto’s uit de gloriejaren van haar vader, Fernand Boone, bij Club Brugge. Eén kiekje wordt er vlug uitgehaald: dochter Carmine, toen negen jaar, die vol bewondering een voet van haar vader vasthoudt. Alsof ze die ene voet eeuwig wil en zal koesteren. Op de achterkant van het prentje is in schoonschrift geschreven: ‘Voor onze gouden Fernand’. Fernand en de aanwezige supporters wonen dit tafereeltje goedlachs en trots bij. De Gouden Schoen zelf staat nog niet op deze foto van januari 1968. Fernand Boone heeft eerder die dag een van zijn oude voetbalschoenen naar de organisatoren van de trofee verstuurd, om hem in een bad van goud te laten onderdompelen.
fernand boone
Veertien jaar. Zolang moet Club Brugge wachten tot een van zijn spelers de Gouden Schoen wint. Rik Coppens van Royal Beerschot Athletic Club is in 1954 de eerste laureaat van het felbegeerde kleinood, maar veertien edities later triomfeert een rasechte Bruggeling in het voetbalreferendum: Fernand Boone, Boontje of Ferre voor de vrienden. De doelman van Club Brugge is dan 33 jaar oud en speelt al… veertien jaar voor Royal Football Club Brugeois. ‘Als er één iemand een Blauw-Zwarte onderbroek droeg, dan was het Fernand Boone wel’, is het eerste wat bij Henk Houwaart spontaan opkomt over zijn gewezen ploegmakker. En meteen volgt een alleszeggende anekdote: ‘Toen mijn
11
Carmine één en al oog voor de gouden voeten van haar vader, Fernand Boone.
Een ketter in de familie. transfer in de zomer van 1969 van FC Twente naar Club Brugge afgerond was, moest ik niet op de foto met voorzitter André De Clerck, maar wel met het boegbeeld van Club in die tijd: Fernand Boone. Hij met de Gouden Schoen in zijn handen en ik ernaast, met het borstbeeld van oud-voorzitter Albert Dyserynck op de achtergrond. Ik vergeet dat nooit.’
12
Op 15 juni 1954 tekent Fernand Boone een contract als speler van Club Brugge. Aan een luid applaus of een stevige schouderklop moet Fernand zich thuis niet verwachten. Integendeel. Fernands vader Joseph is schepen van Openbare Werken voor de CVP in de gemeente Sint-Kruis en werkt voor het christelijk ziekenfonds. Hij wil maar al
D E G O U D E N S C H O E N E N VA N D E C L U B
te graag dat zijn zoon doelman wordt bij het katholieke Cercle Brugge. Een transfer naar het vrijzinnige Club Brugge beschouwt Joseph Boone in het Vlaanderen van weleer dan ook een beetje als een dolksteek in de rug. Fernand houdt aanvankelijk de lippen op elkaar geklemd bij zijn grote transfer van Dosko Sint-Kruis, een ploeg uit de provinciale reeks, naar Club: ‘Dat was verraad! Ik ging met mijn vader altijd naar Cercle Brugge kijken. We waren zelfs nog nooit op De Klokke geweest. Bovendien was een gewezen keeper van Cercle, Roger Braet, een van zijn beste vrienden.’
fernand boone
Hoe een dubbeltje rollen kan… Met Fernand Boone doet Club Brugge in 1954 toevallig een gouden transfer. Wanneer de vaste doelman van Dosko Sint-Kruis, in aanwezigheid van een scout van Club Brugge, zich tijdens een wedstrijd blesseert, moet Fernand het doel verdedigen. ‘In die tijd mocht je niemand vervangen. Desnoods voetbalde je met tien of negen verder.
Fernand Boone uitzonderlijk als doelman bij de jeugd van Dosko Sint-Kruis. Toen nog met blonde haren, maar wel al met een zwarte outfit.
13
Toen de trainer aan mij vroeg om te keepen, dacht ik dat hij zot was geworden. Ik was een middenvelder en plots moest ik in het doel staan. Maar ik heb dat blijkbaar goed gedaan.’ Niet verwonderlijk, aldus dochter Carmine: ‘Mijn vader was heel sportief. Hij was in alle sporten goed en heeft ook lang basket gespeeld. Hij had ook heel grote handen. Ik had ooit eens iets mispeuterd en heb dan van hem “een plets” op mijn bil gekregen. Ik heb dat lang gevoeld, de afdruk van zijn hand stond er een paar dagen later nog in.’ Zijn gesmaakte invalbeurt als doelman valt ook op bij de scout van Club Brugge. Niet lang na zijn onverwachte positiewissel op de grasmat krijgt Fernand, toen beroepsmilitair, onverwacht bezoek in de kazerne van Wevelgem. ‘Er kwam daar een auto aan met een chauffeur. En Emiel De Clerck stapte uit, de toenmalige voorzitter van Club Brugge. De Clerck zei: “Fernand, als je dit papier hier tekent, dan speel je volgend jaar voor de Club.” Ik heb dat direct gedaan. Dat was toen zo goed als een contract voor het leven.’ Voor 200.000 Belgische frank, zo’n 5000 euro, is Fernand Boone vanaf dan in een Blauw-Zwarte outfit op De Klokke te bewonderen. Fernand krijgt van zijn nieuwe club ook nog een extraatje: 10.000 Belgische frank, zo’n 250 euro, die hij meteen uitgeeft aan een Skoda om mee naar de trainingen in Sint-Andries te rijden.
14
Boone in actie op De Klokke. Het begin van de carrière van de Zwarte Panter. Handschoenen heeft Fernand niet nodig, een petje wel.
Boone zit bij Club Brugge, in 1954 nog een tweedeklasser, nog even in de wachtkamer als reservedoelman. De onbetwiste titularis is op dat ogenblik Albert ‘Berten’ Carels. Carels is een monument met vijftien jaar anciënniteit op de teller, en die speel je niet zomaar uit het doel. Van rivaliteit tussen Carels en Boone is geen sprake. Na de avondtrainingen stoomt Carels zijn jonge doublure klaar voor het grote werk bij het eerste elftal. Carels, die last heeft van opspelende reuma, geeft een jaar later zelf een vrijgeleide aan zijn opvolger. Hij vindt Boone een betere doelman en deelt dat ook eerlijk mee aan het bestuur van Club. Boone neemt zoveel collegialiteit in dank aan en wordt de komende negentien jaar bijna onafgebroken de vaste doelman van Club Brugge. ‘Hoe vreemd het allemaal kan lopen, hé’, zegt Fernand later terecht over zijn eerste voetbaljaren.
Met Norberto en Fernand naar eerste klasse. In het begin van het seizoen 19571958 engageert Club Brugge, met Norberto Höfling, een nieuwe trainer.
D E G O U D E N S C H O E N E N VA N D E C L U B
fernand boone
15
De opdracht van het bestuur is duidelijk: de ploeg zo vlug mogelijk naar eerste klasse loodsen. Bovendien mag en moet het, in de kleedkamer en op de grasmat, allemaal wat professioneler verlopen. Voor Höfling, een oud-speler van Lazio Roma en amper 33 jaar oud, is dit zijn eerste job als coach. Tussen de Roemeense oefenmeester en Boone klikt het meteen. Ze ademen dezelfde ambitie, ook al word je niet van vandaag op morgen een modelprof. Carmine: ‘Dat waren twee handen op één buik, mijn vader en Höfling. Maar Höfling was ook zeer streng. Op De Klokke was het vroeger altijd op zondagnamiddag voetbal. De zaterdagavond belde Norberto dan naar onze thuis om te weten of mijn vader al in bed lag en voldoende rust nam voor de wedstrijd. Hij zat toen meestal naar televisie te kijken (lacht), maar mijn moeder ging dan zogezegd naar de slaapkamer. Ze wachtte vervolgens een paar minuten en zei dan tegen Höfling dat hij al sliep. En die was dan tevreden.’ ‘Mijn vader begon ook meer op zijn voeding te letten. Frieten, dat kon nog. Maar pas wanneer hij gestopt was met voetballen, mocht het zoutvat op tafel. Hij heeft wel altijd gerookt. Maar ja, ze rookten bijna allemaal in die tijd.’ Höfling leert Boone de trukendoos van de moderne doelman. Een aanvaller aan de broek of trui trekken, even op zijn voeten staan of een kleine por in de
16
ribben geven: het hoort er in het voetbal allemaal bij. Na de groepstraining oefenen de trainer en zijn poulain vaak afzonderlijk samen. Boone is door moeder natuur gezegend met uitstekende reflexen, maar het anticiperen op hoekschoppen en voorzetten is niet zijn sterkste troef. Volgens Erwin Vandendaele, vanaf 1964 een ploegmaat van Boone, blijft dat ook later een van Fernands pijnpunten: ‘Fernand was een ongelooflijke lijnkeeper. Op het einde van de training namen we dikwijls vrije trappen. Fernand pakte ze allemaal. Behalve die van Johny Thio, maar die had dan ook een fenomenale traptechniek. In het uitkomen was Fernand wel vaak onzeker. Hij had dan schrik en keek naar ons, naar de verdedigers. Er zijn ook dikwijls harde woorden gevallen tijdens een wedstrijd.’ Houwaart: ‘Ik vergeleek Fernand altijd met Lev Jasjin, de Russische doelman. Hij was uitzonderlijk lenig en kon zijn hoek zeer goed verkleinen. Fernand had als doelman wat ik “het goede gevoel” noem, hij wist bijna automatisch waar je moest staan om de tegenstrever het scoren te beletten. Ik vond dat uniek.’ Höfling slaagt erin om Brugge beter te laten voetballen. In zijn eerste seizoen als trainer is de promotie echter nog te hoog gegrepen. Club strandt op een vijfde plaats. In 1959, exact zestig jaar geleden, promoveert Club Brugge dan toch naar de eerste klasse. Na een bitse
D E G O U D E N S C H O E N E N VA N D E C L U B
burenstrijd met Cercle eindigt Club als tweede en verzekert het zich, na acht seizoenen, eindelijk van een plaatsje bij de voetbalelite. Dat eerste seizoen bij de grote jongens is er voor Club een met vallen en opstaan. Het duurt tot de negende speeldag vooraleer Brugge zijn eerste wedstrijd kan winnen, met 0-1 op het veld van Olympic Charleroi. Pas op de laatste speeldag is de ploeg zeker van het behoud. De volgende vijf seizoenen ontwikkelt Club Brugge zich tot een stabiele middenmotor, met twee vijfde plaatsen als uitschieters. De opmars van Club in de nationale voetbalhiërarchie, met Boone als uithangbord, is ingezet.
Net als Rome is Club niet op één dag gebouwd. André De Clerck, die zijn vader Emile na de promotie in 1959 als voorzitter opvolgt, wil Club Brugge nog competitiever en professioneler maken. Het bestuur overtuigt de betere talenten uit het ruime Brugse hinterland om een contract bij Blauw-Zwart te tekenen. Met Raoul Lambert, Gilbert Marmenout, Johny Thio en Erwin Vandendaele worden Vlaamse jongens aan de kern toegevoegd die zich snel zullen laten gelden. Brugge speurt ook vaker over de landsgrenzen. Onder meer de Oostenrijker Walter Loske, de Zweed Kurt Axelsson
fernand boone
en de Nederlanders Robbie Rensenbrink en Henk Houwaart strijken in de loop van de jaren zestig op De Klokke neer. Die buitenlandse voetballers krijgen meteen een profcontract, wat voor wrevel zorgt bij de Belgen die het voetbal moeten combineren met een dagelijkse job. Houwaart: ‘Dat ging met horten en stoten, hé. Eigenlijk was dat nog grotendeels een amateurclub die professioneel wilde zijn. Er zat wel heel veel potentie in die ploeg, maar Rensenbrink en ik keken toch vaak vreemd op. De Vlaamse jongens trainden meestal alleen ’s avonds, wij ook overdag. Na de wedstrijd stonden er ook altijd een of meerdere bakken bier in de kleedkamer (lacht). In Nederland was dat ondenkbaar. En ja, er werd ook weleens gesneerd dat wij, de buitenlanders, meer verdienden en het gemakkelijker hadden.’ Ook Fernand Boone moet, tussen de avondtrainingen en de wedstrijden door, bijklussen. Hij is een tijdje actief als beroepsmilitair, werkt als blikslager in het bedrijf van voorzitter Emile De Clerck en verkoopt brandblusapparaten en later koffie. ‘Dat was dan Koffie Boone. Met zo’n familienaam lag dat natuurlijk ook een beetje voor de hand’, vertelt dochter Carmine met een kwinkslag. Fernand Boone: ‘Wij hadden bij Brugge geen vaste maandelijkse wedde. We kregen in die jaren 400 frank, zo’n 10 euro, voor een gewonnen match en 200 frank voor een gelijkspel. En niets als we
17
Club Brugge anno 1964. Met Boone (uiterst rechts) en Raoul Lambert (vijfde van rechts).
verloren. Wat in het begin ook vaak gebeurde (lacht). We verdienden ook wel iets als we naar de training kwamen. Dat was niet slecht verdiend, maar onvoldoende om van te leven. Pas de laatste jaren bij Brugge ben ik echt prof geworden.’ In juni 1957 dient zich voor Fernand Boone een buitenkansje aan. Hij neemt samen met zijn echtgenote café De Klokke over, op een steenworp afstand van het voetbalstadion. Café De Klokke wordt de zoete inval voor de supporters. Carmine: ‘De matchen waren dan zondagnamiddag om 15 uur. Vanaf 10 uur ’s morgens zat het café bomvol. Het café,
18
de living, de keuken. Iedere centimeter werd gebruikt.’ Henk Houwaart: ‘Dat was een donkerblauw-zwart café natuurlijk. Voor Fernand was dat fantastisch. Het was deels zijn inkomen en bovendien moest hij maar de straat oversteken en hij was op De Klokke om te trainen en te spelen. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.’
Europa! Vanaf het midden van de jaren 1960 wordt Club Brugge steeds vaker de runner-up in het Belgisch kampioenschap. In 1967, 1968 en 1970 strandt de ploeg telkens op de tweede plaats. Een titel
D E G O U D E N S C H O E N E N VA N D E C L U B
in de hoogste klasse is voorlopig nog te hoog gegrepen, maar Club maakt zich in 1967 wel op voor een eerste Europees avontuur. We schrijven 13 september 1967. Er heerst een zinderende sfeer in een tot de nok gevulde De Klokke. Veel hoop op een goede uitslag hebben de supporters niet want met Sporting Lissabon treft Club een tegenstander van formaat in de Jaarbeursstedenbeker, de voorloper van de UEFA Cup. De Portugese voetbalploeg is op dat ogenblik een grootmacht in het voetbal, met adelbrieven in eigen land en daarbuiten: twaalf keer kampioen van Portugal en drie jaar eerder ook eindwinst in de Europabeker. Club Brugge en Fernand Boone laten zich echter niet intimideren en zijn de evenknie op de grasmat. De wedstrijd eindigt op 0-0, niet in het minst door de puike reddingen van de twee doelmannen. Vooral Fernand Boone is met een aantal uitstekende saves bepalend voor de brilscore. Twee weken na de Europese primeur gaat Club Brugge in Lissabon pas in de slotfase onderuit. Tot twintig minuten voor het einde van de wedstrijd staat het nog 1-1 en ruikt Brugge de tweede ronde. Een knullige, afgeweken bal verhindert finaal een stunt. Maar net zoals in het Belgische kampioenschap legt Club Brugge ook hier de basis voor de geslaagde Europese campagnes in de volgende decennia. Boone: ‘Eigenlijk was dat voor
fernand boone
ons een evenement, hé. Achteraf bekeken ook grappig, want we wisten toen amper tegen wie we speelden. Scouting van de tegenstander? Dat bestond toen niet. Maar het blijft natuurlijk wel spijtig dat we daar ongelukkig verloren hebben.’
De Beker. Fernand Boone is een crack in het stoppen van strafschoppen. Tijdens zijn carrière houdt hij er meer tegen dan hij er binnenlaat. Het zijn waarschijnlijk unieke statistieken voor een doelman. Door zijn sprongkracht en lenigheid, gecombineerd met een zwart keepersplunje, krijgt Boone van de supporters al vlug een koosnaampje: de Zwarte Panter. Zijn reputatie als strafschopspecialist is ook beslissend in de bekerfinale van 1968 tegen Beerschot. Datum: 26 mei 1968 Plaats: de Heizel in Brussel Aanwezig: bijna 20.000 BlauwZwarte supporters Op het veld: een uitstekende generatie Club-spelers, die ook vandaag nog in het collectieve geheugen gegrift staat: Raoul Lambert, Johny Thio, Pierre Carteus, Fons Bastijns, Erwin Vandendaele… In het doel: Fernand Boone, met zijn 34 jaar ondertussen een veteraan in de Brugse ploeg, maar nog altijd een betrouwbaar sluitstuk. Favoriet: Club Brugge
19
Fernand Boone torst de (‘zijn’) Beker van België in 1968.
De ambitie om voor het eerst de Beker van België te winnen krijgt na zeven minuten een flinke domper. Beerschot komt 1-0 voor. Een half uur later lijkt de wedstrijd, na een strafschop voor Beerschot, al beslist. Boone houdt echter, met een ultieme voetreflex, de elfmeter van Jan Verheyen uit zijn doel. Het blijft 1-0. De wedstrijd kabbelt verder. Brugge is baas, maar kan pas zes minuten voor tijd, met
20
een gelukje, gelijkmaken. Een doelpunt van Freddy Hinderyckx. Tijdens de verlengingen wordt niet meer gescoord. Strafschoppen moeten beslissen of Club zijn eerste prijs wint na… de titelzege in 1920. Kurt Axelsson mist als eerste speler een strafschop. Een nieuwe tegenslag voor Club. Gelukkig ranselt Fernand Boone de elfmeter van Beerschot-speler Van Opdorp uit zijn doel. 4-4 na de eerste penaltyronde. Een tweede reeks penalty’s. Uiteindelijk stopt de doelman van Brugge
D E G O U D E N S C H O E N E N VA N D E C L U B
Fernand Boone krijgt een auto cadeau van de Blauw-Zwarte supporters.
nog een strafschop van Jan Verheyen en besluit een verbouwereerde Raskin, oog in oog met Boone, naast het doel. Club Brugge haalt zijn eerste trofee sinds een eeuwigheid binnen. Erwin Vandendaele: ‘We waren eigenlijk twee keer dood in de wedstrijd. We hebben die beker echt aan Fernand te danken. Hij was onwaarschijnlijk goed op strafschoppen. Dat wist Jan Verheyen na die match dus ook. Achteraf vernam ik dat Jan zodanig aangedaan was dat ze hem hebben moeten afvoeren.’
fernand boone
Een Blauw-Zwarte halfgod. Stel het je vandaag maar eens voor: Hans Vanaken of Ruud Vormer die op het gras van het Jan Breydelstadion de sleutels van een nieuwe auto overhandigd krijgen. Geen gift van een sponsor, maar een geschenk van supporters die er gezamenlijk een deel van hun spaarcenten
21
1967
GOUDEN SCHOEN —1— Fernand Boone Club Brugge 158 punten
—2— Roger Claessen Standard Luik 116 punten
—3— Nico Dewalque Standard Luik 86 punten
—4— Wilfried Puis R.S.C. Anderlecht 52 punten
—5— Johan Devrindt R.S.C. Anderlecht 26 punten
22
voor veil hadden. Ondenkbaar, zeg je dan. Een goede vijftig jaar geleden viel deze verrassing Fernand Boone wel te beurt, op De Klokke. Het zegt veel over de evolutie van het voetbal en misschien nog meer over de populariteit van Boone in en rond Brugge. Carmine: ‘Mijn vader had absoluut geen vedetteallures, maar misschien was hij wel een vedette. Ze mochten hem alles vragen. Op de foto met zijn kapper? Dat deed hij. Acte de présence geven bij de beenhouwer? Mijn vader kwam! Hij wilde ook geen supportersclub die zijn naam droeg, wat de meeste andere spelers wel hadden. Hij was daar te bescheiden voor. Voor mijn vader was het supportersclub Blauw-Zwart. Het was voor de Club en niet voor hem persoonlijk. Bij ons was dat in café De Klokke, die mijn ouders uitbaatten.’ ‘Hij was een volksjongen met een gouden hart. Een Blauw-Zwarte legende’, vat Houwaart het krachtig samen.
De eerste Gouden Schoen van en voor Blauw-Zwart. Begin februari 1968. Na een training van de Rode Duivels in Vorst verneemt Fernand Boone van zijn ploegmaats dat hij de Gouden Schoen heeft gewonnen. ‘Ik kon het niet geloven. Ik bleef na de training nog een beetje apart trainen met Raymond Goethals. Daarna kwam ik in
D E G O U D E N S C H O E N E N VA N D E C L U B