Skip to main content

9789401459549

Page 1

lore mutsaers lore mutsaers


Voor mijn ouders, mijn broer en voor zij die durven dwalen


Lucas Maandag 13 maart 2017 04:45 Mijn nieuwe leven begon met een Tipp-Ex-pen. Het academiejaar is nog maar halverwege, maar ik ben op dreef. Ik heb vrienden gemaakt, spieren gekweekt, vijfhonderd volgers op Instagram en draai de meisjes in een mum van tijd rond mijn vinger. Mijn glimlach op foto’s is geloofwaardiger dan ooit. Een briefje van vijf euro terugvinden in mijn achterzak? Pure rijkdom! Het is waar dat ik me anders voordoe dan ik ben, maar ik heb tijd in te halen en een snelle versie van mezelf is daar nu eenmaal voor nodig. Ik heb op vandaag gewacht en gewacht, achttien zinloze jaren wou ik erbij horen. In het begin leek het me een haalbaar doel, maar al snel klasseerde ik het als een Jommekesrealiteit. Ik had een schat van een moeder, ja, maar een zus die enkel zwarte kleren droeg en een vader die na elk oudercontact heisa maakte over mijn gebrek aan mannelijkheid wanneer mijn titularis nog maar voorzichtig had laten vallen dat ik meer van me moest leren afbijten. Pedagogisch verantwoorde taal voor: hij laat te vaak met zijn voeten rammelen. Ik had gezegd tegen mijn vader dat het zou helpen als ik nu eindelijk eens zakgeld zou krijgen. Vakanties met Jongerentravel,

7


smalle jeansbroeken, een iPod en festivaltickets lagen ver buiten mijn bereik. Had ik Tipp-Ex (in een potje!), dan had de rest een inktwisser. Het lukte me niet om met de stroom mee te gaan, laat staan ertegenin te zwemmen. Ik was de jongen, de loser, de sukkel, de idioot met de Eastpak die aan de oever zat te kijken naar passerende klasgenoten met Carhartt- of Dakinerugzakken. De rangorde was bepaald. Dat diezelfde Eastpak nu opnieuw in de mode is, frustreert me nog het meest. In die tijd geloofde ik dat de aarde plat was en dat ik eraf zou vallen. Zo erg was het met mij gesteld. Ik vermeed het om vrienden mee naar huis te nemen, daarna om vrienden te maken. Omdat ik mijn klasgenoten nooit thuis uitnodigde, werd ik na een tijd zelf niet meer uitgenodigd. Dat was een van de eerste ongeschreven, maar altijd weer heersende wetten waaraan ik me besloot te onderwerpen. Het doet er nu niet meer toe, ik ben vertrokken en Columbus wist ook niet wat hij zou aantreffen, toch? Het tweede dat ik deed toen ik op de eerste zaterdag van mijn nieuwe leven in Antwerpen de bus uit stapte (eerst had ik besloten om een sigaret op te steken), was de Acco plunderen. Op aanraden van Claire kocht ik markeerstiften in groen (titels), oranje (namen of tussentitels) en geel (definities of theoretische begrippen). Zij gebruikte nooit meer dan drie kleuren in haar syllabi. Mijn oog viel ook nog op vier Atomaschriften, twee zwarte vulpennen, een Tipp-Ex Pocket Mouse, een elektrische potloodslijper, een vulpotlood, een gewoon potlood, balpennen (rood, groen, blauw) en een kneedgom. Ik kreeg er een kick van en nam me voor om bij het begin van elk academiejaar mijn weekbudget daar te spenderen. Alleen die Tipp-Ex Pocket Mouse gebruikte ik uiteindelijk nooit. De tape haal je er zo weer af volgens mijn vriend Bruno en dus heb ik die brol toch maar geruild tegen een Tipp-Ex-pen. Die leen ik uit aan domme meisjes die er stippen mee op hun roodgelakte nagels zetten, slimme meisjes met rode wangen van de inspanning en een paniekerige blik als ze een fout schrijven, geile meisjes die op het uiteinde ervan zuigen, en aan Bruno natuurlijk.

8


Ik zet een potloodstreepje op de kastdeur. Het zijn er negen nu. Negen streepjes, negen gezichten, namen die ik vergeten ben of waarnaar ik nooit gevraagd heb. Selectief geheugenverlies of mijn tong regelmatig kwijtspelen, het doel heiligt de middelen. Op een dag gom ik de streepjes uit, laat ik deze kast achter, voor de volgende huurder, loop ik naar buiten zonder me een van die meisjes te herinneren. Net nog nodigde ik mezelf uit op het kot van het laatste streepje. Eentje uit een studentenclub deze keer. Warmbloedige meisjes met jurkjes in maart zijn handig. Ik trok haar slipje naar beneden, over haar knieën, haar enkels. Even bleef het haken aan een van haar tenen. Ze zat bij de Wikings, een lint met rood en wit. Ik zat nergens bij, maakte haar wijs dat ik al een behoorlijk druk sociaal leven had en er daarom onmogelijk een presidium bij kon nemen. Blijkbaar vond ze dat aantrekkelijk. Wat ik van haar vond, had ze me gevraagd. Ik zeg nooit dat ik hen knap, slim of grappig vind. ‘Ik krijg weinig hoogte van u. Een beetje mysterieus dus.’ Die zin werkt altijd. ‘Mysterieus’, had ze herhaald, met een blos op haar wangen. Of was ze iets te royaal geweest met blush? Dan stel ik hun vragen, raak ik uitermate geïnteresseerd in een of ander studieproject, in hun familiegeschiedenis of hobby’s. Ik luister. Weinig mannen hebben echt leren luisteren. Ze zijn te vaak zichzelf. ‘Zal ik de rest ook uittrekken?’ had ze gevraagd. Zwijg toch, mens, dacht ik. En ze zweeg. Ik ga je hier en nu neuken met je kleren aan, dat natte slipje uitgezonderd. En ik deed het. Daarna zei ik dat ik ’s morgens vroeg op moest. Ik liet haar haar gsm-nummer noteren, want de batterij van mijn gsm was ondertussen leeg. Haar mijn nummer geven? Nee, zo zot ben ik niet. Met wat gelul over hoe oldskool en romantisch zo’n papiertje wel niet is, krijg ik hen meestal wel zo ver. Voor de zekerheid zette ze haar naam eronder. Op weg naar mijn eigen studentenhuis smeet ik het papiertje in een vuilnisbak.

9


Ik trek mijn broek naar beneden, laat mijn boxershort tot net onder mijn penis zakken en ga met mijn duim over de blauwe aders. Hij ziet rood, maar is weer stijf en klopt. Ze was niet nat genoeg geweest. Al haar vocht had waarschijnlijk in dat slipje gezeten. Jammer. Zou ze het nu voelen kleven? Ik trek mezelf af. Mijn zaad moet eruit. Als ze me beter had gekend, had ze misschien gevraagd of ik het wat romantischer kon aanpakken. Niet één keer raakten mijn lippen de hare. Kreunde ze eigenlijk wel? Ik was het zaad van mijn hand, trek een schone boxershort aan en zoek in de achterzak van mijn jeans naar mijn enige echte trofee van de avond. Een pakje Lucky Strike, buiten gevonden op de vensterbank. Een pakje geluk. Ik rook de sigaret tot de filter op, druk ze uit en schiet de peuk uit het open venster. Daarna kruip ik in bed. Ik denk aan Claire. Aan hoe ze vier jaar geleden in de badkamer voor mij stond. Ze was het eerste en voorlopig het laatste meisje dat ik naakt zag. Zonder te kloppen storm ik de badkamer binnen om mijn pot wax te halen. Ik heb de gel-periode net achter mij gelaten, een stevige vetkuif is voor jongens onder de vijftien. Op aanraden van kapper Eddy ben ik gegaan voor een warrig kapsel en daar hoort die wax bij. Ultra Wax van het merk Taft. Ik ben trots. Ik geloof Eddy, dat hij altijd het beste met me voorheeft, dat hij mijn leven net heeft veranderd, in een paar knippen van mij een populaire gast heeft gemaakt. Er zit nog schuim op Claires onderrug. In plaats van haar lichaam te bedekken met de handdoek gooit ze haar hoofd voorover, zodat haar lange haren als de twijgen van een treurwilg boven de badkamertegels wiegen. Daarna draait ze de handdoek eromheen, recht haar rug en staat daar met die tulband op haar hoofd. Ze haalt haar oren er behoedzaam onder vandaan. ‘Allee, Lucas,’ lacht ze, ‘nog nooit een naakte vrouw gezien?’ ‘Sorry.’ ‘Maakt toch niet uit. Ge zijt mijn broer. Familie onder elkaar.’ ‘Hippie’, antwoord ik, ik trek de lade open en graai naar het potje wax als een roofvogel naar zijn prooi. Ik durf haar niet aan te kijken. Ik weet

10


dat er een kans bestaat dat mijn blik zich van de hare loskoppelt en afglijdt naar de rest van haar lichaam, net zoals in de films. Wat moet ik dan van mezelf denken? Dat ik Claire sexy vind? Of dat ik gewoon nieuwsgierig ben? Nee, die vragen wil ik mezelf niet stellen. Ik loop naar de deur, mijn gezicht naar de grond gericht. ‘Lucas, ge vergeet...’ Ach Claire, ja, ik weet dat ik mijn gsm vergeet. Doe godverdomme toch eens kleren aan. Familie onder elkaar. Als iedereen nu eens zou beginnen met de badkamerdeur op slot te draaien. ‘Zolang ge kunt denken, kunt ge van uzelf ook denken dat ge mooi zijt. En wat ge denkt, zijt ge ook’, hoor ik haar drie kwartier later aan de telefoon zeggen tegen Peggy, haar beste vriendin. Claires versie van je pense, donc je suis in de praktijk gebracht. Peggy heeft het niet getroffen met haar naam en blijkbaar ook niet met haar lichaam. Mijn zus spreekt weer. Wat zeg ik? Ze ratelt aan één stuk door, als een te slap hangende fietsketting over kasseien van ditjes en datjes. Claire is duidelijk van plan om nog een paar kilometers te doen. Ik kan niet langer wachten, ik moet vertrekken naar de jaarlijkse fuif van het voetbal, ik moet weer naar binnen, nu. ‘Jezus, Claire. Ge ziet iedereen maandag toch’, zeg ik als ik de deur weer open. Gelukkig heeft ze ondertussen haar jeans en T-shirt aangetrokken. ‘Een maandag op kot is heel anders. Het betekent niet per se dat ge uw vrienden ziet. En vrienden die iets anders studeren al helemaal niet. Ge zult dat nog wel zien.’ Ratel, ratel. Ze pakt mijn gsm, die naast de wastafel ligt, en duwt die in mijn handen. ‘Peggy? Ah, ge zijt er nog... Ja, Lucas weer. Maar dus...’ zegt ze en ze wappert me met haar vrije hand weer richting de deur. De snelheid waarmee haar woorden elkaar opvolgen wordt als het zachte gezoem van een koelkast, bijna even vertrouwd als mijn eigen ademhaling. Het brengt me kalmte en rust, overstemt al mijn gedachten. De waarheid is dat ik me eindelijk goed voel. Claire is terug. Meteen verandert mijn geluksgevoel in schaamte, want het besef dat Claire een hele tijd is weggeweest bekruipt me. Heb ik haar gevraagd waarom ze zich al die tijd van mijn vader, mijn moeder en mij afsloot? Heb ik gevraagd hoe het met haar ging? Wat ze allemaal voelde toen oma stierf? Als ik een slechte broer ben geweest, zou ze dat dan durven zeggen?

11


Claire heeft altijd goed op mensen kunnen inpraten, vooral op ongelukkige mensen. Dat denk ik toch, want ik heb de stem aan de andere kant van de lijn, meestal die van Peggy, nooit gehoord. Claire praat al zolang ik me kan herinneren. Ze voert gesprekken. Ook met zichzelf. Vanaf haar veertiende begon ze te telefoneren. Omdat mijn vader de rekeningen nauwlettend in het oog hield, was het veiliger om ergens anders de hoorn van de haak te halen dan thuis. Elke zondag gingen Claire en ik bij oma eten en mocht Claire telefoneren met wie ze maar wou. Ondertussen had mijn vader seks met mijn moeder. Dat vertelde Claire me vorig jaar. Nog altijd vind ik dat een onwerkelijk idee. Niet omdat twee geliefden geen dag mogen uitkiezen waarop ze met elkaar vrijen. Eerder omdat ik mijn vader en moeder nooit heb gezien als twee mensen die elkaar liefhebben. Ik kan dus niet anders dan me voorstellen hoe er op zondag een geforceerd tafereel plaatsvond, waarbij mijn vader een verlangen had en mijn moeder dat moest inlossen. Een transactie voor het huishoudgeld waarmee zij elke zaterdag steevast eerst naar de Aldi ging, twee dorpen verder, en vervolgens naar de Delhaize voor de ‘speciallekes’. Ik durf mijn moeder nog altijd niet te vragen of ze daarom op zondagavond een lang bad nam en daarna zonder avondmaal in bed kroop terwijl mijn vader in de zetel pizza at. Want dat merkte ik wel op als vijftienjarige, en wanneer oma in herhaling viel en ik Claires telefoongesprekken niet afluisterde, dacht ik er ook aan. Ik denk tegenwoordig vaker aan die avond in de badkamer. Aan de relatie die Claire toen al had met de natuur. Met haar eigen natuur. Ik geloof dat ze geen complexen heeft over haar lichaam. Dat haar heupen net iets te breed zijn, er wel eens een onderhuidse puist aan de oppervlakte komt en haar armen een tikje te lang zijn, maakt Claire weinig tot niets uit. Zolang ze haar gedachten maar kan sturen. Dat kan ze niet altijd met een brein als het hare. Het enige waarover ze zich daarom zorgen maakt is dat brein, over hoe het vanaf een bepaald moment te kampen zou krijgen met litte-

12


kens en verzakkingen, waardoor haar gedachten droog, oud en lelijk zouden wegkwijnen, en zij stuurloos zou achterblijven. Dat zou het ergste zijn wat haar zou kunnen overkomen. Haar brein doet soms ruig en weerbarstig, maar die avond in de badkamer luidde een goede periode in. Wist ik veel dat het aan die Prozac lag. Claire was net negentien geworden en ongeveer een halfjaar daarvoor was oma overleden. Oma was een jaar lang ziek geweest en ik had gezien hoe mijn zus in die periode angstig en onrustig werd. Ze liep gejaagd door het huis, haar voetstappen denderden de trap op en af. Ik weet dat ze me soms zocht, ik zag de klink bewegen, alsof ze even klappertandde, maar elke keer opnieuw zette ik op zulke momenten het volume van mijn mp3-speler hoger. Ik wist al wat ze zou zeggen, namelijk dat er iets mis was met ons gasfornuis. Of dat ze zeker wist dat ze ziek zou worden van alle troep, net als oma. Claires angst om ziektes te krijgen van de troep in de lucht, in de bodem, in ons eten en in de waterleidingen uitte zich al snel in felle overtuigingen. Alles werd erbij gesleurd: de politiek, de multinationals, de vleesindustrie en de klimaatopwarming. En soms smolten die vier ook samen. ‘Oma is gewoon oud’, probeerde ik eerst nog. Al gauw begon mijn moeder allerlei producten bij lokale landbouwers te kopen. Mijn vader kon het niet verdragen en noemde Claire een mislukte activiste die haar argumenten baseerde op onnauwkeurig onderzoek van pseudowetenschappers of een clubje linkse geitenwollensokken-clowns. Hij lachte Claire uit toen bleek dat het knobbeltje in de buurt van haar bikinilijn (ze legde me in detail uit waar het zat, ze wou het me zelfs laten zien, maar op dat moment kon ik dat deel van het lichaam nog niet bekijken als een lichaamsdeel zoals een ander) een ingegroeid haartje bleek te zijn. Van voorverpakte salades kreeg ze diarree, van schermkijken kreeg ze zoveel hoofdpijn dat het bijna niet anders kon of er ontwikkelde zich een tumor boven haar rechteroog. Een piepende ademhaling, een pijnscheut in haar borststreek, werkelijk alles kon haar einde betekenen. Claire werd een hypochonder die alleen nog sprak over

13


haar mogelijke aandoeningen. Ik liet haar begaan, het kostte me te veel energie om met haar in discussie te gaan. Kort voor oma’s dood begon Claire dwangmatig gedrag te vertonen. De dokters gaven oma nog een paar weken. Claire kon niet verkroppen dat ze geen chemo en bestraling meer wou proberen. Oma had de dood aanvaard, maar Claire begon stekkers uit stopcontacten te trekken voordat ze ging slapen, dingen in een bepaalde volgorde te doen (zich ontschminken, tandenpoetsen, pyjama aandoen, naar het toilet gaan, lezen, naar het toilet gaan – eerst leek het nog een efficiënte routine). Als ze die handelingen niet uitvoerde, zou oma sterven. Daar was mijn zus van overtuigd. ‘Ze laat mij in de steek’, had ze op een avond gezegd, nadat we oma waren gaan bezoeken in het ziekenhuis. ‘Ze wil niet vechten. En ik heb haar nodig.’ Dat was waar. Claire had oma nodig om haar evenwicht te bewaren. Verdomd hard nodig zelfs. Ze ging nog vaker langs, maar de dag dat oma belde, misschien nog een paar laatste dingen wou zeggen, nam Claire niet op. Mijn vader had haar gsm afgenomen, al een week, omdat ze naar zijn mening te jong was voor een vriendje. Genoeg ge-sms’t, vond hij. Ze was achttien. Het was belachelijk. Hoe dan ook: Claire maakte het niet veel later uit met dat vriendje, rookte joints en trok haar zwarte kleren uit de kast. Een week later had die gast een nieuwe vlam en had Claire oma’s stem niet meer gehoord. Claire en ik gingen oma groeten in het mortuarium, al zagen we daar allebei tegen op. Mijn vader vond het beter dat we zagen dat ze dood was, omdat het anders niet zou doordringen. Ik keek naar haar (een seconde? twee seconden?) en ging weg zonder haar aan te raken. Claire zat langer dan een uur op een stoel naast de kist. Niemand van ons, alleen mijn moeder, mocht naar de begrafenis. ‘Jullie oma wou toch niet dat mama en ik trouwden, laat staan dat ze wou dat we kinderen kregen, dus nu moeten jullie ook niet te veel om dat mens gaan rouwen, want ze heeft jullie nooit ge-

14


wild’, had mijn vader gezegd. ‘Daarbij, die kant van de familie kan mij echt gestolen worden.’ Claire stond machteloos. Mijn moeder had een grafsteen uitgekozen, ik één laatste herinnering: oma die de antenne van de oude radio uitschuift en naar een radiozender zoekt. En dat ding maar kraken. ‘Was die grafsteen duur?’ had mijn vader gevraagd. Mijn moeder had haar schouders opgehaald. ‘Ge zijt met uw vingers over de pagina’s gegaan en de begrafenisondernemer heeft stop gezegd, of wat? Komaan, Charlotte, ge weet toch wel wat die grafsteen ons gekost heeft’, zei mijn vader. ‘Heeft’, zei mijn moeder. ‘Het is betaald, en daarmee ook afgehandeld.’ ‘Ah, zo zit dat,’ antwoordde mijn vader, ‘dat is een goeie. Die zal ik onthouden.’ De hele ochtend van de begrafenis probeerde Claire contact te maken met oma. Ik moest meedoen en mijn chakra volledig openen. Ik wist niet hoe dat moest en Claire evenmin. Ze zette de ramen voor de zekerheid ook open. Er ging geen lamp knipperen, er waaide geen deur open. In de dagen na oma’s dood moest mijn moeder Claire ’s avonds vaak op het kerkhof gaan halen. Daar verdeelde mijn zus de bloemstukken over de graven, omdat ze het niet eerlijk vond dat de ene zerk bedekt was met bloemen terwijl ze er op een andere nog nooit één had gezien. Het zat diep. Dat voelde ik. Claire ging net niet zo ver dat ze een pendel of een ouijabord aanschafte om oma’s geest op te roepen. Ze besloot om oma’s energie op haar eigen manier te zoeken door in de hoek van haar kamer een ‘bezoekhoekje’ in te richten. Er lagen twee kussens en op de vensterbank stond een sneeuwbol met de Eiffeltoren in miniatuur. Ze was veertien toen ze voor haar verjaardag met oma een weekend naar Parijs ging en met dat souvenir thuiskwam. Ik wist niet wat ze met de sneeuwbol deed, of ze er alleen maar naar keek, of ze die op haar hoofd zette, of ze haar handen erboven liet zweven als een waarzegster, ik wist alleen dat hij belangrijk was.

15


Mijn zus heeft altijd iets gehad met rituelen. Als kind blies ze de pluisjes van wensbloemen de lucht in en plantte ze haar handen in het mos om het magma diep in de kern van onze aarde te voelen, nu legde ze haar handen op oude gevels en vroeg zich hardop af wat er zich in de loop van de geschiedenis achter had afgespeeld. Zulke belachelijke dingen. En toch. Soms lijkt het alsof ze dingen weet die mensen vandaag vergeten zijn. Oma’s geest kwam niet op het kussen zitten, daar heeft Claire me althans nooit iets over verteld. ‘Ze wil niet met mij praten. Godverdomme, ik open mijn chakra toch’, had ze gevloekt. Ja, zij wel, maar ik opende mijn chakra niet, al zei ik dat ik mijn uiterste best deed en bleef ik dat herhalen. Ik geloofde er niet in en daardoor raakte ik Claire kwijt. En toen, op een avond, ze zat in kleermakerszit op een van de kussens, liet ze me eindelijk zien wat ze met die sneeuwbol deed. ‘Ge moet er onafgebroken naar kijken en dan, als alle sneeuwvlokjes neergedwarreld zijn, moogt ge pas gaan slapen.’ Als ze met Peggy een weekend naar zee ging, moest die sneeuwbol mee. Anders zou er iets ergs gebeuren. Dat geloofde ze. En ik geloofde dat ze dat geloofde. ‘Maar Claire, er is toch al iets ergs gebeurd’, probeerde ik eens. Ze had mij lang aangekeken. En toen deed ze iets wat niemand verwachtte. Ze liet zichzelf gaan, liet zich meevoeren door overdreven emotionele uitingen. Diezelfde week nog fietste ze naar oma’s huis in de Ridderstraat, trok er de drankkast open en ging naast de opgezette marter zitten. Daar stelde ze haar testament op en dronk intussen een halve fles Elixir d’Anvers leeg. Ik zou de sneeuwbol erven en alle boeken die ze bezat. Daarna reed ze met haar fiets in de gracht en bleef daar een tijd liggen. Een halfuur. Een uur? Twee uur misschien? We hebben het nooit geweten. Het was bijna lente, maar het vroor. Vanwege het testament in haar jaszak dacht mijn moeder dat Claire die avond een zelfmoordpoging had ondernomen. Als mijn moeder haar niet had gevonden, was Claire daar doodgevroren. Ik betwijfelde dat ten zeerste. 16


Volgens mij was het Claires poging om haar angst voor ziekte en dood te overwinnen. Door haar angst in de ogen te kijken kwam ze er dichterbij en kon ze ontdekken hoe die in elkaar zat. Meer was het volgens mij niet. Ik kreeg gelijk. ‘Ik kan het leven en de dood niet controleren, er zullen erge dingen blijven gebeuren en dus moet ik proberen van die angst af te komen’, had ze me toevertrouwd toen ze eindelijk wakker werd tussen die witte ziekenhuismuren. Ze zei dat er maar één ding op zat: de dood moest meer bij haar leven gaan horen. Alleen dan zou haar angst voorbijgaan. ‘In andere culturen gaan de mensen er helemaal anders mee om.’ Ik hoor het haar nog zeggen. Claire moest meteen na haar ontslag uit het ziekenhuis in therapie, tien sessies, en kreeg Prozac voorgeschreven. De opgezette marter stond nog jaren op haar nachtkastje, maar ze streelde die niet meer voordat ze ging slapen, de stekkers bleven in de stopcontacten en ook de sneeuwbol bleef gewoon op de vensterbank staan. Zolang ze haar medicatie nam, zouden haar angst en dwanggedrag wegblijven. Zo simpel was het. Die avond in de badkamer was haar angst weggeëbd en was Claire eindelijk weer tot zichzelf gekomen. Dat dacht ik. Het duurde niet lang voor ik merkte dat ze niet helemaal dezelfde zus was als daarvoor. Tussen oma’s dood en Claires terugkomst had ik niets gedaan of gevraagd, maar wel veel nagedacht over wat Claire had gezegd toen ze wakker was geworden in het ziekenhuis. Misschien was ik daarom de enige die zag dat ze vanaf het moment waarop ze haar angst voor ziekte en dood volledig kwijtraakte, heen en weer begon te slingeren tussen twee extreme polen en een affaire aanging met alles waarin licht en duisternis elkaar raakten. Ze was mooi, ze straalde, ze leefde meer dan ooit en tegelijkertijd begon ze een relatie op te bouwen met de dood. De geboortekaartjes kwamen naast de bidprentjes op de schouw te staan, alsof ze zo de score wou bijhouden. Ze deed wat er van haar verwacht werd: ze studeerde ijverig, stond klaar voor haar vriendinnen, op zaterdag bak-

17


te ze pistolets en glimlachte ze naar haar vaste klanten bij de bakker. Maar telkens opnieuw leek ze te verlangen naar één bepaalde gemoedstoestand en zodra het kon, keerde ze ernaar terug. Ik wist niet wat die toestand precies inhield, wat zich daar bevond wat mijn zus zo aantrok, maar ik besefte dat ze alleen dan gedijde en zichzelf kon zijn. Ik stelde het me voor als een staat tussen droom, nachtmerrie en werkelijkheid. Ik vond het zo mysterieus dat ik er een term voor verzon: ten noorden van het noorden. Ten noorden van het noorden brandde een gelig licht in een donkere gang, dook er een vertrouwd silhouet op uit de schaduw van de kathedraal, liepen mensen rond met een in noppenfolie gewikkeld mes. Een staat tussen rust en onrust, zelfdestructie en oerkracht, waarin tegenstrijdige emoties en gedachten er simpelweg mochten ‘zijn’. Telkens wanneer Claire zich ten noorden van het noorden bevindt, bevindt ze zich op het raakpunt tussen leven en dood. Is dat mijn definitie of heeft zij het ooit zo omschreven? Ik lig op mijn rug in bed en tast met één hand de vloer af op zoek naar de agenda die daar zou moeten liggen. Ik raak verstrikt in mijn oplader en voel aan de kaften van verschillende boeken. Ineens heb ik hem te pakken, ik zwier de agenda op mijn buik. Zoals verwacht: hoorcollege gemist. Claire had gelijk: ‘Een maandag op kot betekent niet per se dat ge uw vrienden ziet.’ Ik laat de agenda weer naast mijn bed op de vloer ploffen en draai me moeizaam om, als een walrus op het droge. Onder mijn zij prikt een stukje chips van gisteren. Zoute geribbelde Lay’s. Als het op chips aankomt ben ik een saaie kerel. Ik moet denken aan Claires schoenen, die op een bepaald moment enkel tijdens de weekends nog thuis stonden. Ze was aan haar tweede jaar filosofie begonnen. Ik liep nog altijd in het college rond met die verdomde Eastpak. Claires zwarte leren knielaarzen stonden op de deurmat in de winter. Een paar versleten grijze All Stars in de lente. Espadrilles tijdens de zomervakantie. Bij speciale gelegenheden kwam ze binnen op camelkleurige sandalen met hoge hakken, haar teennagels zwartgelakt, nooit hetzelfde donkerpaars

18


als op haar vingernagels. Zwarte nagels in de zomer, mijn moeder gruwelde ervan, maar ik wist toen al dat het te maken had met Claires evenwicht tussen licht en duisternis. Ze stapte de woonkamer binnen, zei iedereen gedag, nam alle complimenten in ontvangst, antwoordde op de vragen over haar examens, om vervolgens terug naar de hal te lopen en haar schoenen naast de mat te zetten. Ze hadden hun werk gedaan. Zij daarentegen zou nog even doorbijten en tussen onze familieleden gaan zitten. Voor ze de woonkamer ’s avonds verliet om zich terug te trekken in haar slaapkamer, met een van de drie boeken waarin ze afwisselend een aantal hoofdstukken las, vroeg ze me wel eens: ‘En broer, nog een nieuwtje?’ Ik wist dat ze het over liefjes wou hebben. Nooit vertelde ik haar iets. Ik voelde me te oud om mijn geheimen met haar te delen. Zij had haar leven, ik het mijne. Vier jaar leeftijdsverschil was te veel. Tot ik datzelfde jaar frequent porno begon te kijken. Vanaf toen waren Claire en ik weer verbonden, strijders met een gemeenschappelijk doel: onze vrijheid. Mijn vader zit tussen Claire en mij met de afstandsbediening in zijn hand. Zijn duim rust op de knopjes. Samen tv-kijken, maar alleen hij mag zappen en voor mijn moeder geldt het tv-uur niet omdat ze het eten stipt om halfacht klaar moet hebben. Claire zit met de laptop op haar schoot en heeft haar hoofdtelefoon op. Een opgenomen hoorcollege. Yeah right. Ik weet dat ze op Netflix naar een serie kijkt. Het wereldnieuws galmt door onze woonkamer en gaat gepaard met mijn vaders commentaren op de vluchtelingen. Angela Merkel heeft nooit gelijk. Mijn vader zit aan het andere uiteinde van de zetel en kijkt naar Claire. Ze ziet hem niet aankomen. ‘Dat leren ze u daar niet in die filosofiecursus, hè?’ Hij schuift dichterbij en pakt de laptop van haar schoot. ‘Laat eens horen wat ze verkondigen, die linkse profs van u.’ Claire reageert te laat. ‘Ah, zo zit dat hier. Gij voelt u niet alleen te goed om samen met mij tv te kijken, gij voelt u ook nog eens te goed om te studeren.’ Mijn vader klapt de laptop dicht. ‘Dat internet maakt onze familie kapot. Wat zeg ik, het

19


internet? Gij doet gewoon uw goesting, gij. Gij maakt hier alles kapot.’ Claire heeft mijn vader vernederd. Zowel haar internetgeschiedenis als de mijne worden zorgvuldig gecheckt. Ik heb porno gekeken op YouPorn en dat geeft mijn vader een reden om voor de zoveelste keer de oorlog te verklaren ten huize Mertens. Bommen boven een kapotgeschoten land zie je al van ver aankomen. ‘Kijk er nog maar eens goed naar, naar die Aziatische hoer van u!’ roept mijn vader. Lana Croft (niet die uit Tomb Raider, wel een Aziatische pornoster) krijgt een lift en geeft de chauffeur een blowjob in ruil voor een telefoontje naar haar moeder. Met beide handen blokkeert mijn vader mijn gezicht voor het scherm. Tegenstribbelen heeft weinig zin. Lijden duurt nooit langer dan de tijd die de folteraar nodig heeft om zich uiteindelijk te gaan vervelen, weet ik. Maar ik lijd niet alleen. Mijn moeder staat in de deuropening. ‘Kijk, Charlotte, dit perverse ventje hebt gij uit uw baarmoeder geperst, niet te geloven’, vervolgt mijn vader. Vanuit mijn ooghoeken zie ik mijn moeder naar mij kijken. Ik schaam me. Waarom blijft ze staan, is hier dan niemand vrij? Wil ze me niet alleen laten met hem, is het dat? ‘Erwin, sorry, maar, kunt ge alstublieft...’ ‘Schone bruine billen hebben ze wel, hè. En wie van uw klas zoudt ge zo neuken, Lucas? Wiens billen zoudt ge graag vastpakken? Ge kunt met uw handen maar op één plek tegelijk zijn, haar tieten masseren of... of zoudt ge haar zelf het vingerwerk laten doen?’ ‘Erwin, ik...’ Mijn moeder begint te jammeren. Ik vind het droevig voor haar, maar ik ben ook kwaad omdat ze mijn vader laat begaan. ‘Wat is er? Kunt ge er niet meer tegen, Lotje? En gij, wilt gij uw vader en uw moeder straks eens aan het werk zien, misschien? Is dat wat ge wilt?’ Claire komt mijn slaapkamer binnengestormd en doet een poging om de laptop dicht te klappen. Mijn vader duwt haar van het bed. Ze valt niet, ze waggelt alleen even op haar hurken en springt meteen weer overeind. Alles aan haar schreeuwt om hulp: haar haren verlangen ernaar om weer in een strakke paardenstaart te zitten, de mascara onder haar rechteroog

20


wil weggeveegd worden, het stukje ontblote linkerborst wil bedekt zijn als de rechter. Ik voel de hitte van de vuurbal in haar borst. Het loopt mis, denk ik, het loopt helemaal mis. Ze begint tegen de poot van het bed te stampen. ‘Hier, onze driftkikker!’ lacht mijn vader. Het is nog net geen lente, maar Claire heeft haar grijze All Stars aan en ik moet denken aan hoe dun het rubber van de tip is. Ik wil niets liever dan dat ze ermee ophoudt, dat ze ophoudt met mij te verdedigen, want ik heb zelf het lef niet om haar de volgende keer te verdedigen. ‘Gij zijt zot, godverdomme! Gij maakt iedereen zot, elke keer opnieuw! Gij... ik zweer het u, ik haat u!’ krijst ze, waarop ze in tranen uitbarst. In haar blik zie ik één diep ravijn. ‘Godverdomme toch, godverdomme...’ Ze druipt af, verlaat mijn kamer, kijkt niet om, laat het slagveld voor wat het is. ‘Och Lucas, dat ge schaamluizen krijgt en ze uw hersenen eruit neuken.’ Mijn vader staat op. ‘Awel, Charlotte, zie dat de patatten niet overkoken.’ Mijn moeder slaat haar ogen neer en verbergt haar kin in haar rolkraag, haar slakkenhuis.

Even had ik gedacht dat mijn moeder niet zou gehoorzamen en dat die verdomde patatten zouden overkoken. Uiteindelijk was ze mijn vader toch naar de keuken gevolgd. Het was de eerste keer dat ik me bewust door haar verraden voelde. Claire was al naar Peggy vertrokken toen ik op haar kamerdeur klopte. Ik ging op haar bed liggen. Er waren ergere vernederingen. Ik voelde nog altijd de grond onder mijn voeten. Mijn moeder wou de vloek dat ik schaamluizen zou krijgen of dat mijn hersenen eruit geneukt zouden worden, verbreken door enkele dagen later een doosje condooms op mijn bureau te leggen met een rode strik eromheen. Of was dat haar pietluttige bijdrage aan de vrijheidsstrijd? Ik gebruikte ze niet en mijn hand kwam een paar dagen niet in de buurt van mijn penis. De weken daarna kon ik het op een of andere manier toch niet laten om porno te kijken. Daardoor herhaalde het tafereel zich en dat was dus mijn eigen schuld. Ik putte kracht uit de

21


vernedering. Ik was benieuwd wanneer Claire het zou opgeven en wanneer mijn moeder eindelijk de strijd zou aangaan. De masochist in mij verdween maar langzaam. Hij vertrok pas toen ik geen schaamte of vernedering meer voelde, verliet mij als een dief in de nacht en nam alles mee. Vanaf dan was er alleen nog een leegte. Na Bebelicious schoolgirl stuffs wankie in mouth bleef mijn laptop bijgevolg op de salontafel liggen. Een denkbeeldige vitrine tekende zich af rond dit al historisch geworden object, dat symbool stond voor de breekbare wapenstilstand tussen mijn vader en mij. Ik bleef nog minder in de woonkamer hangen dan daarvoor. Ik raakte het ding niet meer aan. Nu was niet Claire, maar ik degene die zich afsloot. Ik merkte dat mijn vader naar andere dingen zocht om me te vernederen, dat hij me uit mijn tent probeerde te lokken. Telkens weer gooide hij een bot en liep Claire er als een hond achteraan. Ik droeg een masker, een pantser, en niets of niemand kon mij nog raken. Ik bleef zitten waar ik zat. ‘De afvoer van de douche is verstopt met uw, ik ga niet zeggen met wat, vettig ventje. Denkt ge nu echt dat ik geloof dat ge geen porno meer kijkt? Hoe vaak moet ik nog zeggen dat ik liever heb dat ge uw puisten uitknijpt tot de talg op de spiegel hangt dan dat ge staat te trekken in de douche. Mama is de douche aan het schrobben’, had mijn vader gezegd. Ik bleef zitten waar ik zat. ‘Papa, hoort gij uzelf bezig?’ Claire klapte haar boek dicht. ‘Dit is echt te gênant.’ ‘Gênant voor wie? Voor onze Lucas?’ ‘Ík hoef dit ten eerste niet te weten en ten tweede hoeft híj zich daar ook niet voor te schamen, dat is nu eenmaal wat jongens...’ ‘Och, hier, madam kent iets van jongens. Ik zou heel graag hebben dat gij eens stopt met u ermee te bemoeien, Claire, en dat onze Lucas voor zichzelf leert spreken.’ Even had ik willen zeggen dat ik niet geloofde dat de afvoer verstopt kon raken van mijn zaad, maar eerder van mijn zaad, zeep­ resten en haren, zoals dat in élk huis het geval was. En dat mijn

22


moeder zo goed als elke dag zijn remsporen in de wc wegschrobde, maar dat hij de wc nooit zo achterliet als we bezoek hadden, en dat dat pestgedrag heette, en dat het moest stoppen, nu meteen. ‘Sorry’, mompelde ik uiteindelijk alleen maar, waarop Claire haar handen tot vuisten balde en de woonkamer verliet. Uiteindelijk gaf ze op, denk ik. Ze begon excuses te verzinnen om niet naar huis te komen tijdens de weekends, soms kwam ze op zaterdagochtend alleen heen en weer met de bus om bij de bakker te werken. Haar kamer werd hoe langer hoe meer een opslagplaats voor reissouvenirs, oude schoolboeken, kapotte huishoudapparatuur, afgedankte kleren en gezelschapsspelletjes.

23


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp: Wil Immink Design Stramien en zetwerk: Studio Lannoo Auteursportret: Koen Broos Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op louter toeval. Als u opmerkingen of vragen hebt, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: redactiefictie@lannoo.com © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2019 D/2019/45/101 — NUR 300-301 — ISBN: 9789401459549 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401459549 by Uitgeverij Lannoo - Issuu